On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 28 mei 2011

Het klooster in met kinderen

Tijdens het schoolkamp in Odiliapeel (tot 3 maanden geleden wist ik ook niet waar dit lag) hebben we samen met groep 7 en 8 een uitstapje gemaakt naar het klooster "Heilig Bloed" in Aarle-Rixtel. Een klooster, landelijk gelegen aan de toepasselijke kloosterweg, waar ook een middelgrote varkensboerderij gevestigd was.
Toen de kinderen zagen dat wij het klooster in wilden, vertrokken er een paar gezichten en pruilden er een aantal monden. Ondanks het feit dat wij op een christelijke school zitten, is het niet eenvoudig om deze kinderen het geloofsleven mee te geven. Veel kinderen zien de kerk alleen van binnen als wij met de school een kerstdienst organiseren.
Opgewacht door zuster Theresa, die ons vriendelijk begroette, veranderden de gezichten in nieuwsgierige blikken. Een rondleiding door het hele gebouw gaf aan, dat wij gastvrij werden binnengelaten. Alles mochten we zien, overal zat een verhaal aan vast. Mooi om te zien, dat de kinderen zeer geinteresseerd luisterden en aandacht hadden voor zuster Theresa. Het onvermijdelijke kwam: de vragen. "Heeft u geen spijt?" "Vindt u het niet vervelend dat u niet bent getrouwd en geen kinderen heeft?" "Wat doet u hier de hele dag?" "Woont u hier ook?" "Mag je sieraden dragen?" "Welke kleren draagt u altijd?" "Mag u van het terrein af?" Zuster Theresa was een en al geduld en beantwoordde elke vraag heel open. Ze vertelde vermakelijk over alle dingen die hier plaatsvonden. Zij had deze keus gemaakt en gaat ervoor. Zij wilde trouw blijven aan haar keus. Dat is de mooiste les die kinderen van deze leeftijd, maar ook wij, kunnen meekrijgen. Een bijzondere belevenis!

zaterdag 21 mei 2011

Als een elastiekje

Een elastiekje is rekbaar. Je kunt vele malen trekken en loslaten. Het buigt mee en het voelt soepel aan. Een elastiekje is flexibel, het past zich goed aan aan zijn omgeving.
Een elastiekje dat vele malen is gebruikt begint slap te worden, te lubberen en soms zal het zelfs knappen.
Een oud elastiekje droogt uit en wordt minder flexibel.

In het onderwijs kunnen mensen veel hebben. Ze gaan ervoor. Het elastiekje veert mee en komt in de oorspronkelijke staat weer terug. Onderwijsmensen zijn flexibel, net als als een elastiekje veren ze mee, ze voegen zich overal naar toe en ze zijn vaak flexibel.
Toch kan ook dit elastisch vermogen van de mensen beginnen slap te hangen en te lubberen. Vooral bij de harde perfectionistische werkers zie je dat de rek er soms uit gaat, naarmate er veel dingen op hun pad komen. Het dreigt te knappen.
Op een basisschool gebeurt een hoop. Dit schooljaar is er op onze relatief kleine school een hoop gebeurd op het emotionele vlak. Dat raakt mensen. Flexibiliteit is dan soms niet meer genoeg, want het elastiek heeft geen kans om terug te veren naar de oorspronkelijke staat.
Als leidinggevende is het lastig te peilen waar voor mensen het elastiek strak of zelfs te strak staat. Het is zaak om daar goed mee om te gaan, maar vooral de voelsprieten te gebruiken. Ook een strak elastiekje kan weer terugveren, maar de persoon in kwestie moet daar ook in bijdragen. Ze moeten het zelf doen. Ze moeten het zelf aangeven. Je kunt als leidinggevende het gesprek aan, je kunt vragen waar de fijne momenten liggen en waar er knelpunten komen, je kunt positieve en negatieve energie van elkaar onderscheiden, je kunt eens kijken hoe gedachten op de loop gaat met mensen, je kunt hen realistisch laten denken(moet dit vandaag of kan het ook morgen of volgende week), maar... ik ben geen deskundige hierin.
Toch kunnen we met elkaar op een school wel oog hebben voor elkaar. Samen ben je een school. Wanneer het de een niet lukt, pakt een ander het op. Aandacht hebben voor elkaar. Met elkaar in gesprek gaan over je hobby's is leuk en je leert elkaar kennen. Iedereen is uniek, je mag zijn zoals je bent, is het motto van onze school.

Mocht jouw elastiekje nu eens strak komen te staan, ga in ieder geval in gesprek met iemand die je vertrouwt, met iemand bij wie jij jouw verhaal kwijt kunt en die ook nog met je meedenkt. Durf je kwetsbaar op te stellen. De ander zal dit waarderen en het ook bij jou durven doen. Dat elastiekje veert dan echt weer terug. En het mooie is, dat echte elastiekjes uiteindelijk gaan lubberen en uitdrogen, maar mensen bouwen levenservaring en levenswijsheid op en hun "elastisch vermogen" wordt daardoor sterker. Zo kun je anderen ook weer helpen.

vrijdag 13 mei 2011

Associatief denken

Associaties maken kan heel handig zijn. Het verruimt je blik, je denkt aan meerdere dingen tegelijk, er schieten je dingen te binnen en het laat je de zaken van verschillende kanten bekijken.
Associatief denken heeft te maken met mindmapping. Een woordveld maken en bedenken wat daar allemaal nog meer bij komt kijken. Een verbreding en een verdieping volgt dan vaak automatisch.
Naast het logisch (analytische) denken en het creatieve denken, zijn er nog veel meer vormen, maar dit zijn wel de meest gebruikte vormen. Het creatieve denken kun je stimuleren door gebruik te maken van mindmapping en dan komen de associaties vanzelf op gang. Bij de een makkelijker als bij de ander.
Wanneer je, zoals ik, heel associatief bent van nature, kan dit weleens in de weg zitten. Om maar een voorbeeld te noemen: Ik loop regelmatig naar boven om iets te halen, kom onderweg iets anders tegen en bedenk dat ik daar ook nog iets mee moest en vervolgens ga ik daar mee aan de slag en dit kan zich herhalen tot nog een andere actie. Gevolg: Ik loop naar beneden, zonder het voorwerp dat ik in eerste instantie van plan was te halen. Intussen kunnen er wel degelijk nuttige dingen zijn gebeurd.
Je hoofd kan daardoor weleens een chaos worden. Zelf heb ik er baat bij om op een dag, zeker tijdens het werk, lijstjes te maken met de dingen die ik in ieder geval moet doen, en ook dingen die kunnen wachten tot morgen. Tussendoor gebeuren er altijd dingen die urgent zijn en direct moeten, zonder dat dit op je lijstje staat, maar als het goed is, houd je ruimte in de agenda om dit op te vangen.
Terugkoppelend naar de kinderen op school, is het belangrijk te weten en om te leren kennen hoe onze kinderen op school denken. Assocoatief denken geeft mogelijkheden, maar kan ook, door de hoeveelheid associaties afremmen. Het is dan zaak om als leerkracht te helpen met structureren van de dag, bijvoorbeeld door middel van een dagtaak of weektaak. Leer de onderwijsbehoefte van het kind kennen en ga ermee in gesprek.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor een beelddenker of juist een wiskundig denker. Ieder kind pakt de dingen op zijn wijze aan. Ze hebben iets van nature aangeleerd of ze hebben aanleg voor een bepaalde werkwijze. Een leerkracht moet daar achter zien te komen, maar kan hen ook andere manieren laten zien en aanleren. Mindmappen is aan te leren. Maar ook analytisch denken is aan te leren. Probeer beiden en kijk wat je bij welke situatie of bij welk vak het beste kunt gebruiken.
Wanneer leerkrachten in gesprek gaan met kinderen kunnen ze hen erbij betrekken. Hoe leer jij? Wat vind jij prettig? Hoe komt het dat je op die manier beter leert. Hoe zou ik jou kunnen helpen om bij het vak rekenen betere resultaten te laten halen? Wat zou jou helpen? Een coachingsgesprek met kinderen is een geweldige uitdaging!
Kinderen voelen zich dan serieus genomen. En dan geeft het niet hoe een kind denkt, als het zich er maar bewust van wordt en er wat mee kan, als een andere manier van denken nodig is.
Probeer het eens uit. Begin met een voorwerp en bedenk welke associatie je daarbij hebt. Ga verder of doe dit met anderen, laat steeds iemand iets bedenken op de associatie van zijn buurman. Verrassend resultaat! En je leert elkaar meteen kennen.


maandag 9 mei 2011

Woorden en communicatie - duoblog



Esmeralda
 
Woorden en communicatie.

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel (directeur Maximaschool) en Esmeralda de Vries (Organisatie Socioloog van Avafit, zie hiervoor ook http://www.avafit.com/). Deze uitdaging is bijzonder omdat zij samen - vanaf de zwangerschap van hun oudste zonen, geboren in januari en februari van het jaar1991 - in hun werk dagelijks maar op verschillende wijze bezig zijn met “Communicatie”.
Hanneke:
Laat ik eens beginnen met de volgende stelling: “Woorden zijn een vorm van communicatie, maar communicatie is een vorm die zich niet alleen in woorden laat uitdrukken.“
Wikepedia helpt me bij de uitleg van het woord communicatie: Communicatie is de product, uitwisseling en betekenisgeving van boodschappen tussen mensen, die plaats vindt binnen een context van informationele, relationele en situationele factoren met als doel elkaar te beïnvloeden. Communicatie kan plaatsvinden met tekensystemen en andere uitdrukkingsvormen. Vindt de communicatie plaats via beelden, dan heet deze vorm visualisatie.
Communicatie is een groot woord, het hele onderwijs draait erom. Toch moet ik bekennen dat het meestal om “woorden” gaat en er erg veel wordt gesproken. Veel lessen draaien om de uitleg, de instructie en hoe je het wendt of keert, veelal zal hierbij gesproken moeten worden
Natuurlijk zijn er lessen handvaardigheid en gymnastiek, waarbij voordoen en nadoen (het handelen) ook belangrijk is. Muzieklessen kunnen zonder woorden, maar er zullen - zeker op een basisschool - veel liedjes(met woorden) worden aangeleerd.
Andere lessen, zoals biologie, geschiedenis en aardrijkskunde worden gevisualiseerd, zeker met de mogelijkheden van een digibord in de klas.
Het hoofdvak rekenen laat zich meer met concrete materialen zien en voelen, al wordt dit naarmate de kinderen in hogere groepen komen toch een stuk minder. Het blijft echter wel belangrijk om het rekenen te begrijpen en het inzichtelijk te maken. Denk bijvoorbeeld maar eens aan de vierkante meter of breuken leren door middel van een appeltaart of een reep chocola, kinderen vergeten het dan nooit meer!
Bij het vak “sociale vaardigheden” wordt al meer gebruik gemaakt van onze mimiek en dat zul je natuurlijk terugzien bij het contact tussen leerling en leerkracht.
Bij de hoofdvakken taal en lezen gaat het vooral om de woorden, de woordenschat, de spelling, de manier waarop we ze gebruiken en kinderen kunnen mijns inziens absoluut niet zonder.
Toch zie ik bij ons in het basisonderwijs de communicatie voornamelijk via woorden geschieden, zelfs met de ouders: een nieuwsbrief, een website, de informatieborden in de hal en de gang. Maar ik moet erbij zeggen, dat ik alle manieren wel aangrijp om deze te voorzien van beeldmateriaal, om het bij zo veel mogelijk mensen te laten binnenkomen. Alle social media ten spijt, het blijft veelal woordelijke communicatie: Msn, Facebook, Hyves, Twitter, etc.
Doen wij het in deze tijd wel goed met de kinderen op de basisschool? Of moeten wij een andere weg inslaan?


Esmeralda:
Wanneer jouw uitgangspunt is dat uitleg en instructie binnen veel onderwijsdisciplines vooral woorden nodig hebben, snap ik jouw vraag of het basisonderwijs wel goed bezig is. De basisvragen zijn eigenlijk: “Wat is de taak van het onderwijs? en “Waar ligt het belang van het kind?”. Meestal mondt het beantwoorden dan uit in koffiedik-kijken. Want wij weten - met de snelheid van de veranderingen in de omgeving - niet wat de jeugd van nu over 15 jaar nodig heeft, welke basisvaardigheden hij/zij moet beheersen en welke competenties hij/zij in de daarop volgende 40 tot 50 jaar nodig heeft. Ik waag me daarom niet aan een concreet antwoord op jouw vraag.
Toch denk ik dat onderwijs van crusiaal belang is bij de start op de arbeidsmarkt. Veel van mijn AVAfit blogs gaan hierover. Zoals jij weet zijn de kernwoorden in deze blogs ‘nieuwsgierigheid” en “inspiratie”. Een docent of leerkracht moet vooral de leerlingen nieuwsgierig maken en inspireren tot onderzoek. Volgens mij kan je dan rekenen, muziek, taal of gymnastiekles op verschillende manieren onderwijzen. Die appeltaart uit jouw voorbeeld bij het rekenen inspireert tot nader onderzoek en maakt ook nieuwsgierig of de taart lekker smaakt. (Is het trouwens wel een echte appeltaart en neemt niemand dan stiekem een hapje?) Dat maakt rekenen ineens leuk en interessant. Om de overstap van leerling naar leerkracht te maken zie ik wel een mogelijk probleem opduiken: Hoe vaak kom je het woord “nieuwsgierig(heid)” of “inspiratie” tegen in de functiebeschrijving van een leerkracht?


Hanneke:
Mensen die het onderwijs in willen, zijn vaak mensen met bepaalde ambities. Hierbij horen mijns inziens ook nieuwsgierigheid en inspiratie. Dat staat wel niet letterlijk in een functieomschrijving van een leerkracht, maar via een sollicitatiegesprek kun je al vrij snel de ”echte”(tja wat is echt?) gedreven onderwijsmensen eruit halen.
De taak van het onderwijs is om van de kinderen zelfstandige mensen te maken, die kennis hebben opgedaan en met die kennis nieuwsgierig naar de wereld te gaan kijken en te ontdekken en er uiteindelijk wat mee gaan doen: ervaren. Dit doen ze door middel van samenwerken, onderzoeken, leren van elkaar, maar ook door lezen, luisteren, zien, proeven, ruiken, voelen. Een leerkracht kan die leerling prikkelen en stimuleren om verder te gaan vanuit het punt waar het kind is gebleven. Dat is een uitdaging, want ieder kind zit ergens anders, elk kind heeft een eigen startpunt, het is dan ook juist boeiend om een groep kinderen op een hoger plan te krijgen, allemaal! De minder goeie en de slimmeriken.
Maar ik wijk af. Wat moet het onderwijs(lees: de leerkrachten) bieden om straks goede werknemers te krijgen? Onderwijzers, leerkrachten en docenten zullen zelf moeten meegaan met deze tijd, zeker de tijd van de snelle social media. Je kunt niet meer achterblijven, want dan spreek je de taal van de jeugd niet meer. Die bewuste belevingswereld van kinderen, waar wij vroeger mee werden doodgegooid, is helemaal geen achterhaalde opmerking.
Ook een leerkracht moet blijven leren en meedeinen op de actualiteit, de vooruitgang en de ontwikkelingen. Zo ben je er voor je leerlingen, maar ook met je leerlingen, want dan kun je samen die weg inslaan en samen ontdekken en zoeken naar oplossingen. Zo wordt leren leuk!
Als leidinggevende is het voor mij een kunst om al die leerkrachten gemotiveerd, geïnspireerd, geboeid, geprikkeld en enthousiast te houden en ze steeds te laten zien(weer visueel), maar ook te laten voelen(andere vorm van een vergadering) hoe we samen van het onderwijs iets goeds(inderdaad betere resultaten), iets veiligs(goed pedagogisch klimaat)maar ook iets moois (waar kinderen het later nog over hebben) kunnen maken. Dat laatste is lang niet altijd makkelijk, gezien de term “werkdruk” en het gevaar van ondersneeuwen, zeker van jonge leerkrachten.
Hoe houd ik het voor iedereen aantrekkelijk om hier te blijven werken? In ieder geval een goede communicatie naar leerling en, leerkrachten en ouders, en verder?


Esmeralda:
Om mijn nieuwsgierig naar jouw selectiemethode naar leerkrachten met de juiste competenties even te laten voor wat het is, wil ik even ingaan op jouw vraag hoe je die goede docenten kan behouden. Weet je dat er niet alleen sprake is van een persoon-job fit (Is de docent geschikt voor de baan?) maar ook van een persoon-organisatie fit (Past de docent bij de organisatie?)?
Indien de Maximaschool bovenstaande taken - inspireren, prikkelen, enthousiasmeren en ontdekken - heeft zal de docent deze taken moeten willen invullen. Als het doel is dat de kinderen betere resultaten bereiken door in een veilige omgeving nieuwe mooie dingen kunnen leren, zal ook de gekozen methode gedragen moeten worden door de docent. Die docent moet zelf ook geïnspireerd, geprikkeld, geënthousiasmeerd willen worden en het verlangen hebben om iets nieuws en moois te ontdekken. Pas als er sprake is van een P-J fit én een P-O fit kan je pas spreken over de juiste leerkracht.
Vervolgens is er een mooie taak voor jouw als directeur weggelegd om het interne beleid af te stemmen voor meer fits met de omgeving, de strategie de organisatievorm. Communicatie is een onderdeel van het interne beleid, maar verdiept zich meer naar de relatie en beperkt zich niet tot “woorden”. Het leuke van onderwijs is dat er niet alleen sprake is van een relatie tussen school en leerkracht, maar ook tussen school en leerling (+ ouders) alsmede leerkracht en leerling. Er is dus sprake van 6 soorten relaties met over-en-weer verwachtingen. We spreken hier van het pyscologisch contract. De directie van de school, de leerkracht en de ouders van de leerlingen zetten hun handtekening onder het contract, maar bezegelen hun afspraken met een handdruk. Die laatste bevestiging is het accoord binnen het psychologisch contract en daardoor van veel grotere waarde. Maar... heeft directe invloed op de (dis)satisfiërs van de geschapen verwachting.
Mijn vraag is dan ook: Welke vorm van communicatie binnen de 6 relaties sluit aan bij de strategie van de Maximaschool? En hoe vertalen jullie dit naar de praktijk?


Hanneke:
Helemaal eens, je wilt een goede docent en eentje die binnen jouw organisatie past. Dat is ook hoe je intuïtief naar mensen kijkt. Het is leuk dat we dit jaar bezig zijn geweest met onze visie/missie neer te zetten. Zo weet iedereen waar we voor staan. Betekent wel, dat - op een groeischool als de onze - de mensen die je binnenhaalt achter jouw concept moeten staan. Daar wordt altijd uitgebreid over gesproken. Waar sta je voor, waar ga je voor en hoe sta je daar zelf in. Zo bemerk je al gauw wat voor vlees je in de kuip hebt, om het even plastisch uit te drukken.
Dan merk je ook, dat niet alleen woorden, maar de algehele communicatie (gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, gedrevenheid, enthousiasme, etc.) belangrijk zijn.
Terugkoppelend naar de kinderen zijn zij het beste af met leerkrachten, die naast goede woorden ook mooie daden kunnen verrichten. (“Geen woorden, maar daden”) Het is dan de kunst om de werkdruk om te buigen in werkplezier, jouw daden doen ertoe en je kunt er zelf van genieten door dit mee te beleven. Het onderwijs is echt een fantastisch werkterrein, maar je moet leren omgaan met de pieken en de dalen, genieten van een geweldige projectweek, het heerlijk vinden als kinderen voor de derde keer aan jou iets durven vragen, dat ene kind zo ver hebt weten te krijgen dat ze zelf kan zien dat het goed gaat.
Ook de verschillende relaties zijn van essentieel belang binnen het onderwijs, dat merk je des te meer, naar mate je langer meeloopt. Ik ben van mening dat openheid heel belangrijk is. Leg de zaken duidelijk neer en bespreek samen hoe je het wilt hebben. Iedereen weet waar die aan toe is. Dat is niet altijd de gemakkelijkste weg, maar schept duidelijkheid en geen stiekem gedoe. Zowel naar ouders, als naar leerkrachten als naar leerlingen is dit de fijnste manier van werken. “Eerlijk duurt het langst”.
Dus de vorm van communicatie is open, duidelijk en veilig. Met het team hebben we zelfs geoefende met het geven van feedback naar elkaar. Maar dat zal zeker herhaald moeten worden, want dat blijkt niet voor iedereen vanzelfsprekend, al voelt iedereen zich er wel goed bij
Daarnaast is het belangrijk om je kwetsbaar te kunnen opstellen, dat betekent dat je ook je fouten moet kunnen toegeven. En maken we die niet allemaal?
Heb jij nog tips voor een overkill aan informatie, welke meer gestroomlijnd zouden moeten worden naar buiten(lees:ouders)? Wat is goede informatie? Wat is goede communicatie? Niet te veel woorden, maar zeker ook niet weinig.


Esmeralda:
Volgens mij is het centrale woord in jullie communicatie “Veiligheid”. Dus om terug te komen op jouw startvraag “Doen wij het goed?” kan je met gebruik van de bekende Maslov en Herzberg theorie al een aardig eindje komen. Zoals je weet zegt Maslov dat je pas kan stijgen in de 5 stappen-piramide naar zelfontplooiing als je de vorige stap hebt in gevuld. De behoefte aan veiligheid en zekerheid staat in de tweede stap van de piramide ná de lichamelijke behoefte zoals eten en drinken en nog vóór de behoefte naar sociale contact. Dus eerst veiligheid voordat je aan de relatie toe kan komen. Herzberg voegt hier aan toe dat de onderste 2,5 fase tot de dissatisfiërs behoren en de bovenste 2,5 tot de satisfiërs. Mensen - dus ook leerlingen en leerkrachten - worden ontevreden als de dissatisfiërs wegvallen, maar zullen excellereren als je hen satisfiërs aanbiedt. Vrij toegepast in onze dialoog over communicatie in het onderwijs: Met veiligheid als voorwaarde kan de relatie tot bloei komen waarmee mensen kunnen presteren en waardering en erkenning ontvangen. Dan pas komen ze toe aan stap 5: Zelfontplooiing.
Wat is goede communicatie? Als organisatie socioloog zeg ik: Goede communicatie is het stap voor stap opbouwen van een (werk)relatie in afstemming met de organisatiedoelen. Een docent kan volstaan met een uur vol passie en enthousiasme te vertellen en tenslotte zal de leerling slechts een beeld of aantal woorden vasthouden. Dit stukje “herinnering”’is ingekleurd door zijn/haar interesse. Mocht later deze informatie nodig zijn, dan popt meestal dat plaatje of die bundeling van woorden op in ons brein en passen we deze kennis toe in de situatie waarin we ons begeven. Die docent zal dit moment waarschijnlijk niet meemaken, dat is jammer. Maar de docent zaait en de leerling oogst. Je kan misschien nooit zonder woorden in het onderwijs, maar een “beeld zegt meer dan 1000 woorden”. Wel snel en effectief.
Mijn laatste vraag is dan ook: “Hoe effectief is jullie communicatie?”


Hanneke:
Communicatie is een groot omvattend woord, hebben we kunnen lezen in al het bovenstaande. Een woord met, als je het goed wilt doen, een aantal voorwaarden. De piramide van Maslov is een mooi beeld om hierbij te gebruiken. Hierin zie je inderdaad het stuk veiligheid, wat bij ons hoog in het vaandel staat, maar waarbij ook de volgende twee fasen belangrijk zijn. De vriendschap, de relatie met de leerling en de leerkracht is essentieel. Dan volgt automatisch in het onderwijs ook die erkenning. Wanneer je laat zien, dat wat een kind doet goed is, krijgt hij waardering. Niet te veel rode strepen, maar groene cirkels om de goede dingen werkt vaak veel beter. Positieve benadering! Geef complimenten bij de dingen die goed gaan en wat ze goed kunnen. Maar ook zomaar eens opmerken dat ze er mooi uitzien geeft een mens(enkind) erkenning en waardering. Ook dit kun je doen door een duim op te steken of een stralend gezicht te laten zien.
Die zelfontplooiing is dan toch nog niet zomaar bereikt. Ook daarvoor heb je de prikkeling, de stimulering en het enthousiasme nodig van een goede begeleidende leerkracht.Toch denk ik, dat we het in het onderwijs van vandaag niet slecht doen. Naast al die woorden gebeurt er zo ontzettend veel binnen de muren van onze basisschool. Enkele voorbeelden: het vieren van feesten en verjaardagen, optredens middels een Open Podium, projectweken, leuke acties en ga zo maar door. Ook het leren van elkaar is goed en mag nog verder worden uitgebouwd door regelmatig bij elkaar te gaan kijken (maar ja, hoe organiseer je dat?) en elkaar daarin te complimenteren en te benadrukken wat het talent is van de ander.
Omdat onze externe communicatie verbeterd kan worden hebben wij een Commissie “Communicatie-PR” opgericht, waarin we gaan uitzoeken hoe we het beste naar buiten kunnen treden. Maar ook wat de beste manier is om in deze digitale wereld (e-mail, Twitter, website) en de wereld vol papier(brieven, die meegaan met de kinderen) de ouders en de buitenwereld kunnen bereiken.Twee klankbordouders gaven hierin tips, door o.a. een centraal punt op de website te maken, waar alles is terug te vinden. Alle info-borden en nieuwsbrieven ten spijt, er glipt altijd wel eens iets tussendoor. Ook het toegeven dát er weleens wat verkeerd gaat of niet goed gecommuniceerd is, geeft diezelfde communicatie openheid, duidelijkheid en eerlijkheid en kunnen wij er weer van leren hoe het beter kan. Blijf in gesprek! We blijven immers ons hele leven leren door middel van zoveel woorden maar vooral door middel van een goede communicatie.



dinsdag 3 mei 2011

Beelddenken

Beelddenkers zijn mensen die in beelden denken. Zij gebruiken daarbij geen of weinig woorden. Beelddenken plaatst zichzelf tegenover taaldenken, begripsdenken of abstractie. Als je een beelddenker bent, ben je visueel ingesteld, het heeft te maken met ruimtelijk inzicht. Beelddenkers zijn  mensen, van wie wordt verondersteld, dat zij voornamelijk en primair in beelden denken. Dat wil zeggen dat nieuwe informatie in beeld wordt opgeslagen en verwerkt. Beelddenkers gaan vanzelf meerdere zintuigen gebruiken om te lezen.
Wat kunnen we hiermee op school?
Doordat we de lesstof op de juiste visuele manier aanbieden aan de beelddenkende leerling, kan hij of zij visueel veel beter leren. Het onthouden, opslaan en verwerken van leerstof vindt plaats in beelden. Wanneer we overschakelen naar het juiste informatiesysteem (visueel) wordt de lesstof direct begrepen en onthouden.
Zo zijn de digitale borden natuurlijk een ideaal leerstofmiddel.
Toch denk ik dat we d.m.v. beelden niet alle kinderen kunnen bereiken.
Er zijn kinderen die op andere manieren leren. Waarom beiden we leerstof dan niet brder aan. Zowel door horen(auditief), voelen(kinetisch), ruiken, proeven en zien(visueel) kunnen we dingen beter onthouden.
Het is immers niet voor niets, dat wij vroeger al leerden om de dingen eerst concreet aan te leren (drie blokjes en twee blokjes is samen vijf blokjes), door het te doen, te voelen, te zien, hardop te zeggen en erbij na te denken.
Het proeven en ruiken zal minder aandacht krijgen op school, maar dat zien we wel terug bij peuters, die de blokjes nog in hun mond stoppen.
Een brede aanpak dus. Maar we kunnen dit nog breder bekijken door ook onze emotionele intelligentie erbij te betrekken.
Emotionele intelligentie uit zich in:
1. Zelfkennis.
2. Optimisme.
3. Kunnen afzien.

4. Empathie. (verplaatsen in de gevoelens van anderen)
5. Sociale vaardigheden.
Hiermee wordt de omgeving waarin we leren, de klas, meegenomen in het vermogen om te kunnen relativeren, samenwerken, reflecteren, verplaatsen en ga zo maar door. Dat maakt noet alleen dat je weet hoe je zaken moet oplossen, maar ook op welke manier, met wie en denk je na wie ervoor nodig hebt en wie niet.
Gaan we nog een stapje verder, om kinderen echt breed te laten ontwikkelen, komen we uit bij de acht competenties van de meervoudige intelligentie.
Onder elke intelligentie staan kenmerkende interesses van personen die de betreffende intelligentie sterker ontwikkeld hebben. Vandaaruit kun je jouw sterke kanten gebruiken om beter te leren. We denken dan niet vanuit de belemmerende factoren, wat al zo vaak wordt gedaan, maar juist vanuit de dingen die we goed kunnen.
1. Verbaal-Linguïstische intelligentie (Taal)
2. Logisch-Mathematische intelligentie (logisch denken, cijfers) 
3. Visueel-Ruimtelijke intelligentie (tekenen, schilderen, vormgeven)
4. Muzikaal-Ritmische intelligentie (muziek luisteren, maken)
5. Lichamelijk-Kinesthetische intelligentie (lichamelijke inspanning)
6. Naturalistische intelligentie (dieren, planten, natuurverschijnselen)
7. Interpersoonlijke intelligentie (zorgen voor mensen, vrienden, leiding geven)
8. Intrapersoonlijke intelligentie (eigen gevoelens, dromen)
Ook hier zien we het fenomeen beelddenken (nummer 3 bij de visueel-ruimtelijke intelligentie) weer terug. En dan zien we dat beeldenken slechts een onderdeel is van het grotere geheel.
Toch is beelddenken, visueel georienteerd zijn, een item dat we zeker goed kunnen benutten in het onderwijs. Het heeft voordelen, als wij kunnen herkennen dat er kinderen zijn, die echte beelddenkers zijn. We kunnen er - natuurlijk visueel - op inspelen. Maar laten we dan vooral ook niet alle andere mogelijkheden vergeten.
Dat betekent dat de lessen in het onderwijs vooral gevarieerd moeten zijn. Laat kinderen ontdekken door dingen te laten zien, proeven, ruiken, horen, voelen, maar laat ze het vooral zelf doen. Als ze het zelf kunnen doen, ja zelfs ervaren en aan een ander kunnen vertellen hoe het moet, hebben ze het pas echt geleerd!

zondag 1 mei 2011

Patat

Waar kun je kinderen een groter plezier mee doen dan met een P-woord, zoals wij vroeger altijd zeiden waar de kinderen bijstonden? De reclame zegt het al met een speciaal soort olie, wat wij nooit gebruiken. Het P-woord kunnen pannenkoeken, poffertjes, pizza of patat zijn. Vandaag was het tijd voor het laatste.
Ook grotere kinderen met aanhang en vrienden komen graag bij ons patat met alle bijbehorende snacks eten. Een grote friteuse zorgt voor een grote capaciteit. Inventarisering van de benodigde hoeveeldheid leverde een enorme berg junkfood op. Daar moest natuurlijk ook een beetje verplicht groenvoer bij.
Drie-en-een-half kilo patat, veertien frikandellen, zeven kroketten, tien kipkorns en vijf kaassouffles verder waren er negen buiken gevuld. Ach en dan maakt een eter meer of minder niet uit. Er is genoeg.
Nog ijs toe? Heel even wachten. Volgens mij moest er even iets zakken om plek vrij te maken voor deze koude delicatesse toe.
Wat een schandalig heerlijk (vr)eetfestijn. Maar af en toe moet dit met nodiging van een paar extra gasten wel kunnen. Eet smakelijk!