
Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken-wiskundekennis (feiten/afspraken). Het gaat niet om de intelligentie, maar om een defect in de hersenen. Vergelijkbaar met dyslexie, wat bij meerdere mensen bekend is. De vraag die meteen boven komt is: Wat kunnen we deze leerlingen bieden? Gaan we ze helpen met rekenkaarten? Zogenaamde hulpkaarten met de tafels, Romeinse cijfers of bepaalde strategieën. Moeten we deze leerlingen structureel extra rekeninstructie aanbieden? Hoe kunnen we dit organiseren?
Telkens moeten we bekijken wat de onderwijsbehoefte van een leerling afzonderlijk is en hoe we dit in een groep kinderen kunnen aanbieden.
Feit is dat de term dyscalculie nog niet zo heel lang bekend is. Ook is er nog geen duidelijk vast te stellen diagnose. De Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken/wiskunde Onderwijs komt in 2010 met een voorstel en een nieuw protocol.
Maar wat doet de leerkracht, de IB-er en de school tot die tijd? We kunnen moeilijk lijdzaam toekijken en het programma maar wat minimaliseren. Een goede structuur voor deze kinderen is van belang, willen zij niet gefrustreerd raken door het rekenen. Laten we in ieder geval zorgen dat er rekenplezier blijft door middel van leuke materialen, spellen en handvatten voor de dagelijkse praktijk.
