On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 28 december 2013

Een nieuwe tijd

De tijd verstrijkt en straks begint weer een nieuw jaar. Het jaar 2014. Tijden veranderen. Het lijkt zelfs steeds vlugger te gaan. Zo stond er vanmorgen in de krant hoe gewoon dingen over 5 jaar zijn. En toegegeven, het zou best kunnen.

De digitale wereld breidt zich steeds verder uit. Hoe precies kunnen we de kinderen straks volgen die middels invitrovertilisatie ter wereld komen. Laat staan dat we er iets mee kunnen. Maar ook het papieren boek en de papieren krant blijven dingen die misschien toch steeds meer op de achtergrond verdwijnen.
Hoe zal het straks dan zijn op scholen, in de politiek, in de stadscentra, met de post en in bejaardencentra? Het is niet te voorspellen wat er allemaal verandert. Wel leuk om erover te fantaseren en erin mee te groeien en te ontwikkelen. 
Wat zou het betekenen voor een basisschool? Uitgeprogrammeerde groepsplannen? Begeleiders in plaats van leerkrachten? Ipads in plaats van schriften? Samenwerkingsverbanden, die met 1 druk op de knop een kind op de goede school kunnen plaatsen. Of is dit allemaal nog veel te dichtbij?
Moeten we het breder zoeken en de kinderen veel meer buiten Nederland laten leren? Het schoolreisje in Afrika en het afscheid van groep 8 op de maan? 
Hoe gaan we om met al die specifieke kindkenmerken en leerkrachten of begeleiders die hierin bijgeschoold moeten worden?
Het is moeilijk voor te stellen. Toch denk ik dat er een aantal dingen hard zullen veranderen, maar ook een aantal dingen niet. Kleuters moeten immers ervarend leren en spelen met water, zand en blokken. Naast af en toe een spelletje op de Ipad zijn dit onmisbare leerzame ontwikkelingen die een mensenkind moet doormaken. Zo leren ze van de concrete wereld om zich heen. Dat geldt ook voor het leren van rekenen, wat volgens een principe van concretiseren, verbaliseren, handelen en uitleggen uiteindelijk eigen gemaakt wordt. 
Het leren van klanken in de kleutergroepen gaat spelenderwijs door gebruik te maken van hun hele lijf. Maak de vormen van de letters met je handen. Voel houten letters. 
Hoe nieuw wordt dan de nieuwe wereld en het nieuwe leren? De tijd verandert en wij veranderen mee. 
We zullen het allemaal meemaken en kijken de toekomst met grote nieuwsgierigheid tegemoet. Op weg naar een nieuwe tijd.

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.

zondag 20 oktober 2013

Onderwijsbehoefte

In het kader van handelingsgericht werken(HGW), maar vooral de gedachte om vanuit het kind te denken, is het goed om na te denken over wat dit kind nodig heeft. Daar hangt een heleboel vanaf. Belangrijk hierbij is, dat het het kind centraal staat.

Onderwijsbehoefte van het kind betekent: Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, bij deze medeleerlingen, bij deze ouders , in deze school, in deze omgeving(buurt/vriendjes/club)?

Wat heeft een kind nodig? Welke kindkenmerken heeft dit kind? Is het visueel of auditief sterker? Is het snel afgeleid of kan het juist goed concentreren? Heeft het hele hoge capiciteiten of juist wat lager? Is het snel of minder snel? Allemaal kenmerken waarmee de omgeving rekening kan houden en daardoor kan afstemmen op het leervermogen van het kind. Zo ontwikkelt het kind zich het beste.
De groep is van belang om te zien hoe een kind zich daarin beweegt. Voelt het zich prettig in deze groep? Heeft het misschien meer stimulans nodig om uit de tent te worden gelokt? Is het populair of juist niet? Wat zijn de kwaliteiten van het kind in de groep en wat belemmert hem?
De leerkracht doer ertoe. Dat weten we allemaal. Voor het kind is het belangrijk of de leerkracht hem begrijpt? Of de leerkracht zijn verhaal kent. Kent de leerkracht zijn kindkenmerken. Maar andersom is het voor dit kind noodzakelijk dat die leerkracht weet hoe hij bij dit kind moet reageren. Moet ik even een apart praatje met deze leerling maken? Of moet ik hem juist even op weg helpen met rekenen? Heeft dit kind een schouderklopje nodig? Of kan dit kind heel goed zelfstandig werken en is het goed dat de leerkracht hem niet vergeet bij zijn ronde door de klas. De leerkracht gaat hier bedenken wat dit kind nodig heeft en bekijkt zelf of hij dit kan bieden. We moeten natuurlijk wel realistisch blijven. 
Medeleerlingen en hun relaties zijn van belang bij het werken, het leren, het samen spelen en de gym. Welk kind zet je bij het andere kind? Wie zet je naast elkaar bij rekenen, welk groepje wordt gemaakt bij de gym. Rekening houdend met de stimulerende factoren van het kind.Kan een kind misschien een maatje gebruiken bij een ander vak? Allemaal zaken om goed over na te denken. Zo kun je het doel bereiken wat je met dit kind voor ogen hebt.
Ook ouders spelen een rol bij de onderwijsbehoefte. Zijn dit ouders die het goede voorbeeld geven wat betreft het )voor-)lezen? Kunnen deze ouders helpen bij een stukje huiswerk? En kunnen deze ouders het kind begeleiden bij het maken van een spreekbeurt? Ook deze facetten zijn van belang om te weten wat stimulerend is en wat niet? Zo weten we hoe we dit kind verder kunnen helpen.
De school kent een bepaalt systeem. Sommige scholen zetten in op structuur en rust, andere scholen benadrukken de eigen keuzes, ontdekkend leren of meer coöperatief. Wat past bij dit kind? Goed om als ouders al te bedenken waar jouw kind het beste past. Daarnaast moet er natuurlijk een klik zijn met de school en de leerkrachten. Ga vooral kijken voordat je een kind opgeeft bij een school.
De buurt kan medebepalend zijn voor de onderwijsbehoefte van het kind. Zijn er meer kinderen die naar een sportclub gaan en elkaar daar ook weer zien, dan kan dit bevorderend zijn. Anderzijds kan het ook voorkomen, dat als het in de buurt niet prettig is om te spellen, dat dit zijn weerslag heeft op school.

Kortom het gaat om waarnemen en begrijpen van alles rondom het kind. Van daaruit gaat men plannen en handelen om zo het leerdoel te bereiken. Alle factoren waar het kind mee in aanraking komt doen ertoe. De leerkracht is een grote stimulerende factor, die het kind nodig heeft om verder te komen.
Het kind blijft hierin centraal staan in al zijn stimulerende en belemmerende factoren. Als leerkracht begeleid je deze leerling naar onderwijsbehoefte. Dat is handelingsgericht werken.

zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

zondag 4 augustus 2013

Herinneringen in het onderwijs

Herinneringen zijn voor iedereen verschillen. We hebben goede en minder goede herinneringen. Welke herinneringen blijven je bij? Kun je herinneringen oproepen of zijn ze blivend vergeten?


Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.

Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)

Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.

vrijdag 19 juli 2013

Er liggen 6 weken vrijheid voor je.

Als de zomervakantie is begonnen geeft dit een heerlijk gevoel. Er liggen 6 weken vrijheid voor je. Niet op de klok hoeven kijken. Niets moeten. 


Het moment van de start van de zomervakantie is heerlijk. Die 6 weken die voor je liggen. Even geen vergaderingen voorbereiden, niet steeds op de klok kijken en gewoon eens even niet iets hoeven. Mmmmm.
In de eerste dagen valt er dan altijd iets over je heen. Een soort vermoeidheid die nog even uit je lijf moet. 
Vanmiddag is het al begonnen. Ik kon het niet tegenhouden. Een loom gevoel begint in het midden van je lijf. Armen en benen willen ineens niet meer alles doen. De luiken vallen bijna dicht. Door te gaan liggen geef ik toe aan dit verschijnsel. Een uur laten word ik wakker te worden en het eerste stukje ontstressing is achter de rug. Het vakantiegevoel komt langzaam binnen en het lijf komt in de stemming.
Vakantie is ook meer aandacht voor thuis. Altijd maar de school voorrang geven als er iets is. 's Avonds weg moeten voor de school. Iets dat van huis uit geregeld moet worden via de mail of de telefoon. Een uitdaging die iets van de medewerkers vraagt. Mensen en vooral kinderen die aandacht vragen en verdienen. Fijn dat het eventjes niet hoeft.
Terug naar de basis van het leven: Eten, leven, bewegen, ontspannen, rusten. Aaandacht voor gezin, familie en vrienden. Lezen, genieten van natuur en cultuur en creativiteit ontwikkelen. Even niets, gedachten voorbij laten gaan en ruimte geven in je hoofd. 
Het hoofd raakt leeg en opgeruimd. Het lijf rust uit. Het energielevel gaat weer omhoog.
En toch weet ik nu al, dat het over een week of vier begint te kriebelen. Dan heb ik weer zin om aan het werk te gaan. Heerlijk.

zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zaterdag 13 juli 2013

Uitkijken naar de zomer(vakantie).

Hoe dichter de vakantie nadert, hoe meer men er behoefte aan schijnt te hebben. Al plan je alles nog zo goed, er lijken altijd nog zaken te zijn, die plotseling gebeuren, ook nog even moeten of er komen toch nog wat incidenten langs, die niet kunnen wachten. Ik zie het om me heen gebeuren, maar ervaar het zelf net zo.

Noord en Zuid Nederland heeft al vakantie. De één een week, de ander zelfs al twee weken. Midden Nederland, waartoe wij behoren heeft nog een week om alle zaakjes tot een goed einde te volbrengen. 
Het is een raar idee. Een deel van Nederland heeft al een derde deel van de vakantie erop zitten. Wij moeten nog beginnen.
Het lijkt altijd een psychologische reactie. Je weet dat het volgende week vakantie is, er staan nog een paar dingen op de rol, het is allemaal bijna afgerond, veel kinderen en leerkrachten zijn moe, de lontjes worden korter en het lijkt wel of men minder intensief alles tot zich neemt. Alsof je toe bent aan vakantie.
Tussendoor komen er toch nog onverwachte zaken, een ouder die langskomt, een kind die aandacht behoeft, een bestelling die niet klopt of een stroomvoorziening die niet geheel in orde lijkt. Ook willen sommigen ineens op het laatste moment toch nog iets voor elkaar krijgen, wat gewoon niet haalbaar meer is voor de vakantie. Nog snel iets geregeld willen krijgen of toch nog linksaf ipv rechtsaf slaan. 
Diep inademen, rustig uitademen. Prioriteiten stellen. Een planning maken. Wat moet nog gebeuren? Wat is ook nog meegenomen als dat ook nog gebeurt? Wat kan wachten? 
Het zijn allemaal logische dingen, die op elke school, in elk bedrijf en bij ieder mens in meer of mindere mate voorkomt. Het geeft ook niet, het komt (bijna) altijd goed.
Het gekke is, dat als dan de vakantie is begonnen, de uitputting een extra dimensie krijgt. Alsof er een berg beklommen is. Zo moe. Het kost een paar dagen om tot een acceptabel niveau te komen. Afkicken misschien. Dan pas is het echt vakantie en kun je de school echt even achter je laten. Rustig genieten van de vrije tijd. Niet op de klok hoeven kijken hoe het rooster van de dag eruit eruit ziet. Uitslapen. 
In de laatste week van de zomervakantie beginnen alle raderen te draaien en zijn we weer aanwezig op school. Klaarzetten, schriften schrijven, klas inrichten, dossiers op orde maken, gesprekken inplannen en noem maar op. 
Maar eerst genieten. Bijna vakantie. Heerlijk! Blik op oneindig en horloge in de kast.

zaterdag 29 juni 2013

Wapperende vlaggen en bungelende tassen

De vlaggen wapperen in elke straat, tassen bungelen aan het puntje. Veel scholieren hebben hun examen afgerond. Ze kunnen opgelucht ademhalen. Onze dochter balanceert op het randje. Haalt ze het wel of haalt ze het niet?

Eind vorig schooljaar werden wij gebeld. Dochter zat in de bespreekmarge. Wat zouden wij als ouders ervan vinden? Enerzijds zou ze ervan leren om een jaar te doubleren. Anderzijds, dacht ik, zou ze lui worden, de motivatie zou dalen en ze zou waarschijnlijk nog minder gaan doen. Wat nu?
De school had het geval "dochter" besproken in de lerarenvergadering met als onderwerp "overgang". Men besloot haar door te laten gaan.
Onze dochter is een nuchter type. Ze houdt van gezelligheid en kletst zowel bij haar vriendinnen als achter in de klas. Het opletten in de les wordt hierdoor enigszins verstoord. Menig leraar zou een dagje zonder dochter als rustig ervaren. Niet dat ze vervelend is, maar dat gegiebel, u kunt zich er vast iets bij voorstellen. Ze zat vaak boven aan haar bureau met voor zich een laptop en naast zich haar mobiele telefoon. Er lag vaak wel een leerboek open en soms schreef ze ook wat op een kladblok, maar of de tijd effectief benut werd, betwijfelde ik.
Het profiel van onze dochter bevatte de minst vervelende vakken voor haar. Dochter wilde geen talen, geen geschiedenis en aardrijkskunde en liever geen biologie. Er bleef niet veel over dan een NT profiel met de moeilijkste wiskunde, natuurkunde, scheikunde, economie en de verplichte vakken Engels en Nederlands. Met de strengere eisen voor het eindexamen zou het geen sinecure worden.
Het jaar kabbelde voort. Af en toe bereikte ons een telefoontje van school. Dochter was niet verschenen bij de eerste twee uren, dochter was er niet bij eerste uur, waar was dochter gisteren, etc. Dochter sliep heerlijk in haar hoogslaper en zette de wekker nog weleens uit, als ze erg moe was. Dus... versliep ze zich voor de les. Ze moest dan weer wat extra uren inhalen, maar het leek haar niet echt onder de indruk te brengen. Niet alle keren waren wij hiervan op de hoogte. Haar broers namen de telefoon met een zichtbare nummerherkenning op met een zware stem en alleen de achternaam. Ze konden makkelijk haar vader zijn.
Het is goed om niet alles te weten, als het het hierom gaat.
De gestolen examens in Rotterdam gooiden wat extra spanning bij de uitslag van het examen. Noor werd gebeld op de 13de, en dat cijfer alleen al betekende niet veel goeds. Een herexamen. Economie of natuurkunde. 
Economie was alweer geen optie, dus de minst slechte keuze bleef over. Het geluk van een behulpzame mentor, die ook natuurkunde gaf, besloot haar een aantal dagen bij te spijkeren. Noor ging trouw naar school. Ze werd ook geholpen door haar broers. Met name de broer boven haar kon haar ook wat sturing toedienen en wat handvatten bieden.
Op woensdag 19 juni ging ze op hoop van zegen door naar de tweede ronde. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ze had een 4,3 gehaald en een 5,7 nodig. Dat was flink wat meer. Op 26 juni kwam daar het verlossende telefoontje van haarzelf, terwijl ik zelf op het werk was en in gedachte was over een extra jaar. Het zou niet zo erg zijn met haar 16 jaar. Ze kan nog een jaar sterker en ouder en wellicht ook wat wijzer worden. 
Het verlossende woord kwam. Dochter belde me op. Ik ben net gebeld en ik ben geslaagd. Wat? Wat gaaf! En ik had een 7,4. He? Een 7,4? Hoe kan dat dan? Ja, dat wist dochter ook niet. 
Door dolle heen, misschien wel meer dan dochter zelf, vertelde ik mijn collega's wat dochter had gedaan: Geslaagd! Hoe is het mogelijk? De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ze wist het zelf ook niet.
Versuft en verbaasd zaten we 's avonds al meteen in het stadstheater om de uitreiking bij te wonen. Bijzonder moment. Fijn dat ze het gehaald had.
Meteen realiseerden we ons, dat dit meteen een afsluiting is van een een periode. De laatste was geslaagd voor een diploma van de middelbare school. Kleine kinderen worden groot. En meiden misschien wel sneller dan knullen. Op weg naar een nieuwe uitdaging. 
Met recht en trots kon de vlag ook aan ons huis wapperen, aan het puntje een bungelende tas. BOHBOH HBHBO


zondag 23 juni 2013

Bezuinigen

Al enkele jaren is er crisis. Bezuinigen, banken die omvallen en die we met z'n allen overeind moeten helpen, besparen, ander werk zoeken, omscholen, noem maar op. Bijna iedereen heeft er mee te maken. Ook in het onderwijs merken we dat we zuiniger aan moeten doen. Wat kunnen we hieraan doen? Wat zeggen economen? Wat zeggen wijzelf? Wat vindt u?

Om dicht bij huis te beginnen. Als er in het huishouden minder geld binnen komt, kun je minder uitgeven. Simpel en heel goed te overzien. Een hypotheek op een huis kan nog, maar geld lenen doe ik zelf niet graag. Als ik het niet heb, geef ik het niet uit. Nee, eerder andersom. Sparen voor iets bijzonders.
Dichtbij huis zorgen wij ook eerst voor de dingen die moeten, die horen bij ons levensonderhoud. Een woning, gas, water en licht, eten, kleding, meubilair, scholing. Natuurlijk horen daar tegenwoordig nog een aantal extra's bij. 
Voorzien in het levensonderhoud is een must. Zoeken naar werk is belangrijk. Het vinden van werk staat hoog in het vaandel, liefst naar een passend baan en een leuke job. 
Bezuinigen op huiselijk niveau is relatief eenvoudig(t.o.v. van de crisis in Europa), tenzij je echt heel weinig hebt, omdat je dan moet zoeken waarop je moet bezuinigen. Minder kleren kopen, we hebben immers genoeg. Kleren kopen bij tweedehands winkels. Je zoekt winkels met aanbiedingen. Creatief met koken. Boeken lenen bij de bieb. Tijdschriften lezen van een ander of in de bieb. Kamperen in Nederland. Huiskapper. Goedkope verzekering. Een tweedehands of geen auto. Er zijn een heleboel dingen mogelijk, al ben ik me er terdege van bewust dat er mensen zijn, die op de armoedegrens leven.
Op een ander niveau zien we bij werkgevers - bijvoorbeeld het onderwijs - zaken, waarop bezuinigd kan worden. Extreme etentjes, leaseauto's, eigen chauffeur, werkkleding, schoonmaak, meubilair, materialen, presentjes, etc. Bekijk eens wat echt nodig is. Waar kan op bezuinigd worden. Ik vind zelf dat dat binnen het onderwijs niet zo heel makkelijk is. Op leermiddelen kun je bijna niet bezuinigen, het budget is al niet zo heel groot. Wat er niet is, kun je toch wel een beetje uitgeven. Je staat dan als school iets in de min. Binnen een stichting kan dat worden opgevangen. Het gevaar ligt op de loer, dat een stichting iets krimpt en minder middelen binnen krijgt. Daar hebben wij als school dan ook weer mee te maken.
Het grootste gedeelte van het onderwijsbudget zit 'm in het personeel. Daarop bezuinigen zou de klassen alleen nog maar groter maken. Dat willen we ook niet. Dat zou immers ten koste gaan van de aandacht voor kinderen. Ook al beweren wetenschappers, dat het niet aan de resulaten ligt als de klassen groter zijn, het ligt wel degelijk aan het welbevinden van kinderen en leerkrachten, als er steeds meer zorgkinderen binnen de basisschool blijven (Passend Onderwijs). De leerkracht voor de steeds groter wordende groep moet immers aan de onderbehoefte van ieder kind kunnen voldoen. En ook al is dat misschien hetzelfde niveau, het vergt voor ieder kind een andere benadering. Dat kan zijn herhaling, visueel, met materiaal, met een maatje, via een computerprogramma o.i.d.
In het onderwijs kunnen we ook de geijkte schoolreisjes, Paasontbijt, sportdag e.d. afschaffen, maar dit betaalt de school niet. Dit betalen de ouders.
Op macroniveau zien we in Nederland allerhande bedrijven, onderwijs, verzorging, politie, sport, cultuur, de banken, de infrastructuur, nieuws en noem maar op. Hoe en waarop moet er dan worden bezuinigd?
Is het dan niet zaak om te bekijken wat echt nodig is voor ons levensonderhoud? Dan denk ik dat er best een heleboel dingen weg kunnen. Wat overblijft zijn de supermarkten, het onderwijs, de gezondheidszorg(+beweging), de politie/brandweer en de infrastructuur(de bouw in het algemeen). En natuurlijk zijn er nog mensen nodig, die dit allemaal regelen. En materialen die dit vergemakkelijken. Daarnaast moeten we zuinig zijn met het teveel geld pompen in dingen, die niet echt nodig zijn. Maar goed, daar begint de discussie, want wat is nu precies wel en niet nodig? Is een pretpark nodig? Is defensie nodig? Is cultuur nodig? Topsport? Mooi kleurtje op de muur? Een tweede of derde servies? Een auto?
Eigenlijk zijn we in Nederland - over het algemeen - behoorlijk verwend. Wij hebben best veel. Er zijn mensen, die het minder hebben, meer moeten bezuinigen, creatief moeten omgaan met de dingen die ze hebben en die moeite moeten doen om alle eindjes aan elkaar te knopen. Meestal hebben ze een woning, kleding en eten. Soms ook werk.
Terug naar de basis. Terug naar minder hebben hebben hebben. Terug naar hergebruik en duurzaamheid. Terug naar zuinigheid. Zuinigheid met vlijt, bouwt immers huizen als kastelen.

vrijdag 21 juni 2013

Evalueren

Aan het eind van het schooljaar is het gebruikelijk om een plannings- en evaluatiedag te houden. Samen met alle collega's. Om terug te blikken en vooruit te kijken. Terugblikken op het afgelopen jaar. Kijken naar alles wat voorbij gegaan is. Vooruit kijken naar het nieuwe schooljaar. Wat gaat er komen, hoe plannen we de zaken in.

Evalueren betekent beoordelen en waarderen. Evalueren is van zichzelf al een prachtig woord. Als je het uitspreekt, klinkt het al als muziek in oren. Het benadert het waarderen, niet zo zeer het beoordelen. Toch is het goed om kritisch terug te kijken. Wat is er in het afgelopen jaar allemaal gebeurd? Wat is goed gelukt? Welke doelen zijn behaald? Wat is er nog niet gelukt? Welke dingen willen we nog bereiken?
Zo zal elk schoolteam, groot of klein, jong of oud, onderbouw en bovenbouw, blond of grijs, donker of licht zijn eigen dag in elkaar gedraaid hebben. 
Ook wij hebben als school samen met het onderwijzend personeel een mooie ontmoetingsdag gehouden. Buiten de school. Dat alleen al was een prettige bijkomstigheid. Een andere omgeving. Een mix van collega's die zich weer eens bij andere bouwen voegden of met andere collega's mengden. 
Het nuttige van zo'n dag is natuurlijk het terugkijken en bespreken wat is geweest en het inplannen van de nieuwe activiteiten voor de toekomst. 
Het mooie van zo'n dag is dat we met een groep mensen samen zijn. Allemaal mensen met een een eigen verhaal. Mensen die je regelmatig ziet in de werkomgeving, maar die je ook gaat waarderen om hun eigenschappen. Allemaal verschillende mensen, die samen hetzelfde doel nastreven en samen staan voor de kinderen van een school.
Elk teamlid is een deel van die school. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol. Elk mens heeft unieke eigenschappen, die samenkomen in het team en daarin verschillende interacties met zich meebrengen. Soms prettig, soms minder prettig, maar goed om ermee te leren omgaan. Hoe doen we dat?
De kunst is om ieder teamlid in zijn kracht te kunnen laten werken. Waar is het goed in, waarin kan hij (bij ons zijn er alleen maar zij-en) zich verder ontwikkelen en versterken. Kun je leren om naar jezelf te kijken?
Zo zie je dat niet alleen een schooljaar wordt geevalueerd, maar ook je eigen persoonlijk handelen moet je voortdurend evalueren. Dan gaan we reflecteren. De spiegel voorhouden. Wat heb ik goed gedaan? Waarin kan ik mezelf versterken en verdiepen? Durf je naar jezelf te kijken? 
Wanneer een team samenwerkt is het geven van feedback heel belangrijk. Veel draait om communiceren. Vooral de manier waarop de dingen ter sprake brengen is van belang. Dan geeft het ook niet of je tops benoemd of tips bespreekt. Openheid, eerlijkheid en duidelijkheid is de weg om verder te gaan. Daarin maken we allemaal weleens een misstap. Als je het goede, jouw doel maar voor ogen houdt, het plan aanpast en je verder richt op de toekomst. Na het evalueren weer vooruit kijken.


zondag 2 juni 2013

Wat leren kinderen? Leren doe je samen!

Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?

Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit. 
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.


zaterdag 25 mei 2013

Dromen zijn geen bedrog!

Wie durft te dromen, heeft de toekomst. Door te dromen over idealen, kun je verder denken, buiten de grenzen. Daarna komen pas realiteit, mogelijkheden en acties. Het TROAmodel.

TROA betekent Toekomst, Realiteit, Opties en Acties.

Toekomst
Als je iets wilt bereiken is het goed om bepaalde dromen te hebben. Toekomstdromen. Hoe wil je dat jouw toekomst eruit ziet? Hoe zie jij de toekomst? Wat zou je willen? Laat je daarbij even door niets in de weg staan. Dat komt later. Waar zou jij willen wonen? Wat voor werk lijkt je leuk? Wat is een ideaal dat je graag zou willen bereiken? Welke hobby zou je nu eens uit willen oefenen?
Op school kun je dit betrekken in de klas bij de leerlingen. Ze komen met een mooi idee. Laat ze dromen. Laat ze bedenken wat ze hiermee zouden willen. Hoe moet het eruit zien. Wie willen ze laten meedoen?
Op school wil je een klas met Tablets inrichten. Gaaf. Dat is een droom van mij als ICTer bij ons op school.

Realiteit
Na de dromen ga je bekijken wat reeel is. Wil je heel graag huisarts worden, maar kun je niet naar de universiteit, dan zul je je droom en jouw plannen moeten bijstellen. Wanneer je heel graag naar Australie zou willen verhuizen, maar jijzelf en misschien de kinderen willen dat niet, dan zijn er misschien andere alternatieven, die wel realistisch zijn.
De klas met tablets is financieel niet haalbaar, maar we hebben een klein subsidiepotje. Realistisch is dat er wel wat geld beschikbaar is voor een paar tablets. 

Opties
Nadat je je gerealiseerd hebt, dat bepaalde dingen wel en andere dingen niet kunnen, ga je de mogelijkheden onderzoeken. Wat is haalbaar? Wat wil ik? Wat is mogelijk? Welke opties heb ik? Dan wordt er afgewogen of deze opties ook daadwerkelijk uitvoerbaar zijn en je droom een klein stukje waarheid kunnen worden.
In het voorbeeld van de Tablets is er bekeken welke soorten er zijn. Wat is handig voor op school. Hoeveel kan ik er aanschaffen? Wat kan ik ermee doen? Zijn de tablets te gebruiken door leerlingen en leerkrachten? Kunnen de tablets in het netwerk gehangen worden? Welk merk is geschikt? Inventarisatie van alle voordelen en nadelen.

Acties
Alvorens tot actie over te gaan is het goed om via de realiteit en de opties alle mogelijkheden zo goed uit te kristalliseren, dat je een plan hebt met hetgeen je wilt doen. Dan kun je overgaan tot actie. Je weet namelijk hoe je het plan wilt uitvoeren, wie je daarvoor nodig hebt, hoe je het gaat financieren, welke belemmeringen er zijn en wat nog overwonnen moet worden.
In geval van de Tablets op school, gaan we nu afhankelijk van de prijs 4 of 5 tablets aanschaffen voor de MáxiMeergroep, de kinderen die extra hulp kunnen gebruiken en eventueel ook te gebruiken zijn door leerkrachten op school.
Hiervoor wordt een plek ingericht op school waar ze worden bewaard en hoe. Er worden tablets aangeschaf die in het netwerk gebruikt kunnen worden. Zo kunnen de leerlingen en de leerkrachten hun eigen documenten in hun eigen map bewaren.

Missie geslaagd.
Wat eerst een grote onbereikbare droom leek, blijkt nu in een kleinere vorm werkelijkheid te worden. We gaan zien hoe het uitpakt, maar ik heb er helemaal zin in! Wie weet wat de volgende droom wordt.

vrijdag 24 mei 2013

Goedemorgen

Elke morgen sta ik bij de ingang van de school. Ouders en kinderen begroeten. Goedemorgen wensen. Daarbij noem ik de naam van elk kind. Dat is makkelijk, als je er elke dag staat en zo iedere keer kunt oefenen. Ook erg leuk om de reactie van kinderen te zien. Het mooiste is de afwachtende gezichtjes te zien, die eventjes niet direct gedag worden gezegd. Die verwachting...

Verbindingen en communicatie geven relaties, het is iets waar wij als mensen niet buiten kunnen. We hebben die verbinding en de relatie nodig om voort te leven. Netwerken - face to face is of via een digitaal kanaal - helpt ons te ontwikkelen, onze meningen bij te schaven, ideeen te geven, te inspireren en te enthousiasmeren. Het geeft altijd een meerwaarde. 1 + 1 is meer dan 2.
In het onderwijs is dat niet anders. Gericht op de ontwikkeling van kinderen, maar daarnaast ook toezien op het feit dat een kind een uniek wezen is, dat zichzelf mag zijn.
Dat begint al aan het begin van de dag. Het zien van de kinderen, die binnenkomen op school geeft hen - hoop ik - het gevoel, dat ze gezien mogen worden. Dat zelfde geldt voor de ouders. Het geeft een toegankelijkheid, een bereikbaarheid om een open gesprek te voeren, vragen te beantwoorden en naar oplossingen te zoeken als iemand ergens mee zit.
Ook de leerkracht doet dit met zijn kinderen in de klas. Evengoed de leerlingen onderling. Een goede leerkracht luistert naar kinderen door hen te observeren, in kaart te brengen, aan te voelen en van daaruit te kijken hoe dit kind verder begeleid kan worden. Wat heeft dit kind nodig om verder te ontwikkelen en te leren. 
Diezelfde leerkracht maakt met behulp van zijn voorbereiding een plan hoe hij de les gaat geven, maar maakt tijdens die les keuzes hoe het op bepaalde situaties moet inspringen. Dat kan zijn dat een leerling niet lekker in zijn vel zit of de leerstof moeilijker of makkelijker blijkt. Het kan ook zijn, dat de leerkracht merkt dat de uitleg (de instructie) voor de hele klas te ingewikkeld is en er concreet materiaal nodig is. Die leerkracht is voortdurend bezig met de relatie van die leerlingen. Pakt de leerling het op. Begrijpt het wat het moet doen? Heeft hij de middelen om aan het werk te gaan? Zit de leerling naast iemand waar hij prettig kan werken? Heeft de leerling een maatje nodig?
De leerling die thuis komt, vertelt in meer of minder woorden wat er is gebeurd op de dag. Er is contact met de ouder, een broertje of zusje en/of een vriendje of vriendinnetje. Het verwerkt zijn dag op zijn eigen manier.
In andere situaties hebben we ook elkaar nodig. Wanneer er iets georganiseerd wordt, zal dat met elkaar besproken moeten worden. Wanneer je boodschappen doet, is er - zij het soms ook nonverbale - communicatie nodig. Wil je lekker even sporten en met name in teamsporten, zie je hoe belangrijk het is, dat je met elkaar praat. Breng je nog een bezoekje bij iemand, dan is stilzwijgen misschien wel het moeilijkste.
Dat het ook weleens misgaat tijdens de communicatie, is dan ook niet zo gek. We zijn allemaal mensen. Blijf wel open en leer van elkaar, zodat er ook naar een oplossing gewerkt kan worden. Er kan dan immers altijd goeiemorgen gezegd blijven worden. De verwachting van elk kind en elke ouder blijft levend.


vrijdag 10 mei 2013

Een bizar boek

Lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Je vergroot de woordenschat, je verrijkt je eigen taal, je leert woordbeelden, je verruimt het denken over bepaalde gebeurtenissen.

Boeken als Kruistocht in Spijkerbroek(Thea Beckman), maar ook de boeken van Harry Potter(J.K.Rowling) en De computerheks(Francine Oomen) zijn fantastische jeugdboeken, waarin je kunt verstoppen en verplaatsen in een verhaal dat niet echt gebeurd kan zijn.
Anders is dat met het boek Kafka op het strand(Haruki Murakami). Een dikke Japanse pil van 639 pagina's, dat begint met een gebeurtenis in het verleden, waarbij een slim kind door het flauwvallen in de bergen een eenzaam bestaan leidt doordat hij zijn geleerde dingen is kwijtgeraakt en niet kan lezen. Hij veroorzaakt bizarre gebeurtenissen als het regenen van vissen en bloedzuigers. En hij kan praten met katten, waardoor hij dingen te weten komt. Er loopt een 15-jarige jongen weg van huis en noemt zich Kafka. Hij vindt door allerlei toevalligheden of vooraf uitgestippelde levenswegen die niet door toeval maar door het lot zijn verbonden, een leven in een bibliotheek vindt. Hij vindt het lied Kafka op het strand en alles wat daarmee verband houdt. Zijn vader wordt vermoord, maar hoe heeft dit kunnen gebeuren en waarom zit de kleding van Kafka onder het bloed? Tot slot is er een sluitsteen, is dat de oplossing van het verhaal?
Het boek leest makkelijk en balanceert tussen werkelijkheid en fantasie, tussen toevalligheden en lot, tussen eenzaamheid en mensen, tussen overpeinzingen en conversaties en tussen familie en vrienden. Het zet een mens, die dit boek leest aan het denken. Wat is allemaal toeval in ons leven? Welke bizarre gebeurtenissen zijn onverklaarbaar?
Een prachtig boek, zonder al te veel vaart, maar heldere taal en duidelijke wisselingen van scenes. Het proberen waard. Het geeft de wereld een andere dimensie, een kijk op onwerkelijkheid met een knipoog naar de realiteit van het hier en nu.

"Kafka op het strand" - Haruki Murakami Uitgeverij Atlas
ISBN 978-90-450-0094-7
(nee, ik krijg geen provisie)

dinsdag 30 april 2013

Een nieuwe baan

Het is 30 april 2013. De hele dag staat in teken van de troonswisseling. Koningin Beatrix, pardon, prinses Beatrix heeft afstand gedaan van de troon en deze overgedragen aan haar zoon Willem Alexander, nu dus koning Willem Alexander.

Een bijzondere historische gebeurtenis. Sommigen maken een troonswisseling al voor de derde keer mee. Neem mijn ouders, respectievelijk van 1923 en 1925. Ze hebben in 1948 en in 1980 ook bewust een troonswisseling meegemaakt.
Het is bijzonder. Zeker als je bedenkt, dat het voor Willem Alexander en zijn vrouw Máxima een nieuwe baan is. Een andere rol, waar zij zich al een aantal jaren op voor konden bereiden, maar die zich nu toch heeft aangediend.
Stelt u zich eens voor wanneer u begint met een nieuwe baan: Weet u dat u dan ook moet wennen aan nieuwe verdelingen, andere werkplekken en nieuwe collega's? Weet u dat ook u zich moet inwerken in alles wat nieuw is? Dat is ook voor onze nieuwe koning een hele toer.
Natuurlijk zijn er verschillen en weet Willem Alexander als van jongs af aan dat dit hem te wachten staat. Hij heeft zich al vele jaren kunnen voorbereiden op dit intensieve werk en grote rol in Nederland. Toch is het hem opgelegd. Hij hoefde niet te solliciteren. Zie daar maar eens iets van te maken.
Hoe bereidt u zich voor op een nieuwe baan? Hoe wordt u ingewerkt? Informatie verzamelen, verdiepen in het werk, inlezen en hulp van een mentor of coach zijn dingen die ook Willem Alexander en Máxima zullen zijn toebedeeld. Hoogstwaarschijnlijk meer mentoren en coaches dan wij ooit zullen krijgen in onze hele loopbaan. 
Toch denk ik, dat u niet zou willen ruilen. Ondanks het geld, de mooie kleding en het grote huis zijn er ook een hoop nadelen. Neem nu al zo'n dag als vandaag. De hele dag in de schijnwerpers staan. Glimlachen, vriendelijk knikken. Alles wordt geregistreerd door de 160 camera's en andere journalisten. Het wordt getwitterd en op internet verspreid. Brr, ik moet er niet aan denken. 
Gelukkig weten wij niet alles. De Rijksvoorlichtingsdienst regelt alles keurig van te voren en veel dingen worden vooraf gepland en geregisseerd. Inclusief de vaak onzichtbare beveiliging.
Zou er ook sprake zijn van werkdruk en werkplezier? Of wordt ook dit netjes verzwegen? Er zal best eens een vorm van werkdruk kunnen zijn als er iets af moet zijn of als er men op tijd ergens aanwezig moet zijn. En natuurlijk kan er ook weleens hartelijk worden gelachen als er iets mis gaat of er een grapje gemaakt wordt. Het zijn immers gewoon mensen, zoals iedereen.
Prinses Beatrix heeft het goed gedaan. Een nieuwe werknemer doet het altijd weer anders. Een nieuwe werknemer zal best weleens fouten maken. Dat zei ook Willem Alexander. Hij zal net als ieder ander moeten groeien in zijn nieuwe baan.
Ik hoop dat hij over een jaar of dertig ook met een goed gevoel kan terugkijken op deze bijzondere taak. Als een kroon op zijn werk.

zondag 28 april 2013

Koningsspelen

Nederland kleurt oranje. In tijden van een voetbalwedstrijd, maar nu des te meer in tijden van koninginnedag. En wat voor koninginnedag! Het wordt een bijzondere dag, waarbij koningin Beatrix aftreedt en haar oudste zoon Willen Alexander aantreedt. Met een moeilijk woord: abdicatie.

In de afgelopen week vierden veel basisscholen al een bijzondere dag in het kader van de abdicatie: Koningsspelen. Als school met een koninklijke naam doe je natuurlijk mee. 
Wanneer zoiets landelijk wordt aangekondigd, beginnen de raderen te draaien.
Dus alles in de steigers,  een aantal enthousiaste leerkrachten in de rol van organisatoren, ouders opgetrommeld en anderen ingeschakeld om alles soepel te laten verlopen. Wat een samenwerking en coördinatie. Fantastisch!
Na een aantal weken van bedenken, plannen, bestellen, verwerken, bellen, inkopen en oproepen staat er dan een prachtige organisatie klaar en de dag kan beginnen.

Na de eerste druppels buiten, komen ook de eerste improvisaties. Geweldig ingespeeld op de regen buiten en goed opgelost om binnen wat spellen te regelen en alternatieven te bedenken.
De koninklijke picknick werd binnen geregeld op kleedjes door het hele schoolgebouw, waar ook de plaatselijke RTV Lansingerland kon aanschuiven. (zie hun programma "Oranje in Zicht")  De spellen konden in de aula, de gymzaal, de gangen en de klaslokalen worden gehouden. 
Met blije kinderen in het oranje, bijna elk kind met rood-wit-blauwe wangen, alle fantasievol verklede hulpouders die de spellen en het eten konden begeleiden en de bevlogen organisatie, die alles in banen leidden, hadden wij een super gezellige feestelijke koningsdag, met een koninklijk picknickontbijt en de sportieve koningsspelen. De kinderen van de Máximaschool waren qua leeftijd geheel door elkaar in groepen onder verdeeld. De bovenbouw (groep 7/8) ging voor als koning of koningin, zij namen hun hun onderdanen van de groepen 1 t/m 6 mee om te begeleiden. Elke groep had daarbij een koninklijke naam, zoals "de kronen", "de vlaggen", "de Ariane's", etc. 18 groepen in totaal. 
Bij elk spel was koninklijk geld te verdienen en wie het meeste geld had gewonnen had de koninklijke inhuldiging met een medaille in de wacht gesleept.
Zo was dit naast een sportieve dag, ook een leerzame dag van bewegen, geld tellen, samenwerken, op je beurt wachten, elkaar aanmoedigen, plezier maken, teleurstelling verwerken en begeleiden. Zelfs kinderen van groep 2, die de hand van kinderen van groep 1 vasthielden. Je kunt dat immers niet vroeg genoeg leren.Aan het eind van de dag mochten alle kinderen nog over de stormbaan, die er buiten in de regen wat verlaten en vochtig bijlag. Kinderen konden immers thuis droge kleren aan.



En... volgend jaar weer! Want:
Koningsspelen wordt een nationaal feest op 27 april. Dan doen wij weer mee.

zaterdag 27 april 2013

Adempauze

Het is meivakantie. Twee weken. Een lange periode. Heerlijk. Ik hoop dat de zon lekker gaat schijnen en dat ik even kan verdwijnen in een boek. Gewoon om even afstand te nemen.

Veel collega's gaan weg. Lekker even een andere omgeving pakken. De lucht van een ander land inademen. Afstand nemen, letterlijk en figuurlijk. Een andere omgeving geeft energie. Het vertoeven op een andere plek geeft rust.
Het is goed om even achter over te leunen, voordat het laatste stuk van het schooljaar meester van je maakt.
Zo'n laatste periode is druk. De hectiek van de afrondingen, schoolreisje, kamp, groepsverdeling en formatie, planning, schoolgids en jaargids, schoolondersteuningsprofiel, rapporten en gesprekken, een open podium en tussendoor alle ad hoc dingen die ook nog moeten worden opgelost.
Waarom hebben we dit vak ook alweer gekozen? Wat beweegt ons, wat motiveert ons om het onderwijs in te werken? Wat is onze inspiratiebron? Waardoor raken wij bevlogen? Waar komt ons enthousiasme vandaan?
Juist ja, van het kind en niets anders. Het is dan ook goed om te zorgen dat het kind in goede handen is. Dat we eruit halen wat erin zit, maar dat we er ook voor zorgen dat het pedagogisch klimaat goed is. Dat het genoeg leerstof krijgt om zich voldoende of nog meer te ontwikkelen, maar ook dat het zich breed ontwikkelt.
Om te zorgen dat alles voor het kind goed gaat, moeten we goed zorgen voor de randvoorwaarden. Goed gekwalificeerd personeel, goede leermethoden, een  effectief rooster, genoeg beweging, gezonde leefstijl, een sociale omgeving en ga zo maar door. Met een goede wilskracht en verantwoordelijkheid kan de school dit allemaal bieden.
Daarvoor hebben we nu een adempauze om genoeg energie op te doen voor de laatste ruk naar de zomervakantie. Om ons allemaal weer voor de volle 100% of misschien af en toe wel even 120% in te zetten, alle zeilen bij te zetten en de kinderen te mee te geven waar ze recht op hebben.
Fijne vakantie en succes met de laatste weken.

zondag 21 april 2013

De dag van...

Iedere keer hoor ik het weer, telkens lees je erover of hoor je in de wandelgangen over bijzondere dagen, weken, maanden en zelfs speciale jaren. De dag van de leraar, een autismeweek, de maand van het spannende boek en het jaar van het voorlezen. Dit zijn nog maar enkele voorbeelden.

Wat is het nut van deze speciale dagen? Wat roept het bij u op? bent u zich bewust van deze invloed?
Er wordt aandacht gevestigd op een speciaal onderwerp. Er wordt gefocust op iets wat de moeite waard is. Er wordt gericht gekeken naar een bijzonder onderwerp of iets waarvan men vindt dat u dit absoluut niet mag missen.
Dat is natuurlijk allemaal prima. Maar intussen gaat er geen dag voorbij of er is wel een dag van ... een bijzondere week, een maand in het teken van of een jaar waar we niet omheen kunnen. Er is geen "gewone" dag meer over. De bijzonderheid is er vanaf. Het speciale gevoel doet zijn werk niet meer. Mensen worden er echt niet meer warm of koud van als er weer "een dag van ..." wordt gebombadeerd. Ja, echt gebombardeerd. We kunnen er niet meer omheen. We worden ermee platgegooid. En daarom worden we murw.
Wordt het dan nu niet eens tijd om aandacht te vragen op andere manieren? Origineel, verrassend of exclusief? Zodat het ook daadwerkelijk opvalt.
In de reclamewereld is het ook niet makkelijk om iets te maken wat opvalt, wat je bijblijft en wat je verder vertelt. Toch lukt het telkens een aantal reclamemakers om toch weer met iets te komen, waarover wordt gepraat. En dat is de truc.
Misschien is het goed om daar eens aandacht aan te schenken. Een originele manier om iets onder de aandacht te brengen. Iets bijzonders, iets speciaals, een nooit vertoonde actie of originele manier waarbij je iets niet gauw zult vergeten en zelfs over gaat praten met de buurvrouw.
Dan kunnen we ook weer van de gewone dagen genieten. Zo'n dag als vandaag bijvoorbeeld, waarop de zon schijnt en we gewoon even heerlijk in de tuin kunnen zitten en een boek lezen, een heel gewoon boek, wat geen prijs heeft gewonnen.

zaterdag 13 april 2013

Het hek van de basisschool

Bijna iedere school heeft wel een hek of een muur rondom het plein van de basisschool staan. Maar wist u dat we ook een denkbeeldig hek of een denkbeeldige muur hebben? Wist u ook, dat er heel veel dingen over het hek gegooid worden en dat wij hiermee weer aan de slag m,oeten? We zijn toch opslagplaats?

Allerlei onderwijsveranderingen - en dat zijn er nogal wat de afgelopen jaren - worden ons toegeworpen. Allerlei goede bedoelingen en zeer overdachte veranderingsprocessen, die horen bij de basis van de ontwikkeling van jonge kinderen. Zijn het niet de sociale vaardigheden en het pestprotocol, dan wel de burgerschapsvorming, de techniek of de uitdaging voor excellente kinderen.
Intussen wordt er middels opbrengst gericht werken hard getrokken aan de kwaliteit van het onderwijs en worden harde maatregelen getroffen, als de school onder de norm van de inspectie blijft.
Daarnaast is de maatschappij met al zijn mediawijze workshops en cursussen enorm in beweging en moet je daarmee ook iets op school. We l;eren de kinderen immers zich te ontwikkelen tot volwassenen die kunnen leven en werken in de maatschappij van straks.
Dan heb ik het nog niet eens over allerlei bedrijven (de typcursus, de groente- en fruitleverancier, de sportclub, de scouting, de kerk, de ontbijtservice en de daaran gekoppelde supermarkt en bakker, de coachingsbureaus, etc.), die de school in kruipen om maar onder de aandacht te kunnen komen van de meest beinvloedbare groep mensen en kinderen. 

Maar wat wil men in Den Haag nu precies? 
Een kwalitatief goede school met hoge opbrengsten, een goed pedagogisch klimaat, een goede didactiek in de school, waarbij kinderen het juiste aanbod krijgen volgens hun eigen onderwijsbehoefte(handelings gericht werken), kinderen moeten geleerd hebben informatiebronnen te raadplegen, te presenteren, samen te werken, en ga zo maar door. De opvallers moet extra aandacht worden geboden en hierbij zal de leerstof moeten worden aangepast richting een basis of richting extra werk. Daarnaast zal de ADHD-er, de autist, de dyslect en andere kinderen zo hun extra aandacht verdienen die zij weer nodig hebben in deze situatie, bij deze kinderen, op deze school.
Onderwijs is topsport, zegt men weleens gekscherend. Een leerkracht moet intussen van goede huize komen, wil hij al deze ballen hoog kunnen houden. En denk maar niet dat je met een verkoudheid effectief voor je groep kan staan, want zo'n dag voor de klas hakt er echt in.
Toch is het beroep van leerkracht het allermooiste vak. Pak van elke verandering iets mee voor jouw school. Zorg dat je kinderen begrijpt en ze zelfstandig op weg helpt, laat ze eigenaar zijn van hun eigen leren, luister en bevraag, zie toe en stimuleer. Intussen is het genieten van de successen en samen (met andere leerkrachten in de school) zoeken naar oplossingen, als je het even niet weet.
Zolang de leerkracht een doel heeft, een goed plan maakt en zijn doel probeert te halen, leerlingen verder weet te krijgen en zo de stapjes in hun ontwikkelingen volgt en verder vormt, komt het allemaal goed.
Weest u alleen voorzichtig met nog meer over de muur te gooien van de basisschool. We doen ons uiterste best, echt, meer kunnen we echt niet doen, sommige dingen kunnen wel anders.

vrijdag 12 april 2013

Contact


Jaren geleden was er een film met de titel  "Contact" . Hoofdrolspeelster Jodie Foster was gefascineerd door het contact buiten de aarde. Een prachtige film, waarin de behoefte en nieuwsgierigheid van de mens naar het buitenaardse wordt weergegeven.

Ieder mens heeft behoefte aan contact. Ieder kind vanzelfsprekend ook. Dat begint al bij de geboorte. Aanraken, geluiden,  het hoort er allemaal bij. Dat contact loopt je hele leven door. Ouders, broers en zussen, opa's en oma's en later vriendjes en vriendinnetjes, buren en collega's. We zijn onderdeel van een gemeenschap.

In het onderwijs is het niet anders.
Een kleuter, die zich in eerste instantie moet losmaken van zijn ouders (en andersom), kruipt bij onveilige gevoelens nog weleens op schoot. Vaak begroet de juf de kinderen bij de deur en/of met een hand.
Kinderen spelen buiten. In de kleutergroepen met karren of in de zandbak, in hogere groepen spelen ze tikkertje of andere spelletjes. Er is (lichamelijk) contact.
Op school in de klas wordt samengewerkt, naar elkaar geluisterd en er vindt interactie plaats. Kinderen leren veel van elkaar en van de leerkracht. Ze hebben elkaar nodig.
Vervolgens overstijgt het contact ook de groepen. Ook bij onze school met een leerstofjaarklassensysteem. Middels projectavonden, Open Podia(optredens van groepen aan elkaar en aan ouders), rondgang voor vevrjaardag, buitenspelen met meerdere groepen en andere gezamenlijke activiteiten. Daarbij vargeten we ook de ouders niet die welkom zijn bij verschillende activiteiten.v
Zo is de school naast educatief vol kennis, vaardigheden en zelfstandigheid ook een contactpunt, waarbij sociale vaardigheden een hele belangrijke rol spelen. Kinderen moeten immers leren hoe ze contact maken en hoe je omgaat met verschillende emoties en gedragingen.
Toch is eventjes geen contact ook weleens heerlijk. Een boek lezen doe ik het liefste zonder dat ik word gestoord door andere dingen of contact. Als er iemand iets vraagt of jou iets wil vertellen, ben je helemaal uit je verhaal.
Ook kan contact verbreken een situatie of gebeurtenis doen herstellen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan een ruzie tussen kinderen of volwassenen of een kind dat zich moet concentreren op zijn werk.
Zo zien we dat ook de manier van contact hebben en contact zoeken bij iedereen verschillend is. Elk mens, elk kind heeft hierin een eigen behoefte. De kunst is om hierin een goede modus te vinden. Welk contact wil de ander? Welk contact wil ik zelf?
Mooi om hierin ook te kijken naar de contactbehoefte van elk kind in elke situatie.

Ieder mens heeft in meer of mindere mate behoefte aan enige vorm van contact. Om dat contact in deze digitale tijd een ruimere invulling te kunnen geven, gebruiken veel mensen ook allerlei andere mogelijkheden om contact te maken, te onderhouden of te laten zien. Denk aan bijvoorbeeld Facebook. Ook hierin zullen we de kinderen en ouders van nu moeten volgen, maar ook vormen om hier goed mee om te gaan. Er is al een studierichting "mediawijsheid". Hoe maak je contact, wat doe je wel en niet, wat is wel en niet waar, hoe bewaar je nog enige privacy, kortom een goed contact vraagt om bewuste keuzes en een helder begrip. Een extra uitdaging voor elke leerkracht en andere begeleiders. Een goed contact gewenst!

dinsdag 9 april 2013

Schaakgedicht

Het bord... 

64 vakjes zwart en wit

32 stukken zwart en wit

16 pionnen zwart en wit

2 koningen een zwarte en een witte

E2-E4 het schuiven begint

Zwart of wit, wie wint?

Het spel...

Zwart tegenover wit

Wit begint

Het spel begint

Is het zwart die wint?

Stukken, recht en schuin, schuiven

Stukken slaan en stukken ruilen



De winnaar...

De koning staat schaak,

De koning staat mat.

Of is het pat?

Nee, de koning staat schaakmat.

zondag 31 maart 2013

Belasting

Hoeveel kun je hebben? Hoe zwaar kan iemand in het onderwijs worden belast? Dit kan op twee manieren worden uitgelegd. Enerzijds gaat het om het betalen van belasting, wat natuurlijk heel actueel is op 31 maart. Anderzijds gaat het om de werkdruk, wat net zo actueel is, maar niet vastgepind zit op een datum.


De onderwijsgevende belastingbetaler, maar eigenlijk ook alle andere werknemers in Nederland kunnen eenvoudig belastingaangifte doen tegenwoordig. Via het internet kun je alle gegevens digitaal controleren. Dat moet wel heel gek zijn, als dit niet klopt. Of er moet een verandering in levenswijze, huisvesting, familiaire situatie zijn geweest.
Fijn, dat dit zo gemakkelijk gaat. 
Anders is dat met de belasting van onderwijsgevenden - leerkrachten zo u wilt -  en andere medewerkers in onderwijsland. Het is een beroep waarbij veel gevergd wordt van kennis, vaardigheden, communicatie, digitalisering, scores, extra taken, nascholing, incasseringsvermogen, creativiteit, organisatie, overzicht en de omgang met het kind in het bijzonder. Steeds meer regeltjes, administratie, nieuwe vakken (zoals sociale redzaamheid, burgerschap, sexuele voorlichting en pestgedrag) en een complexiteit aan taken sluipen de school in. Is het onderwijs nog wel leuk? Ik zeg volmondig "ja!" Is onderwijs voor iedereen weggelegd? Dan twijfel ik.
Natuurlijk zijn er mensen, die van zichzelf al zeggen, dat zij niet het onderwijs in willen. Er is ook een groep, die wel met veel enthousiasme het onderwijs is ingegaan, met een heel ander beeld. 
Als ik naar mezelf kijk, ben ik jaren geleden gestart met het idee dat ik het leuk vind om kinderen iets te leren, samen plezier te beleven en hen te begeleiden op een weg die hen zelfstandig maakt voor straks. Dat is een mooie gedachte. Een mooie ideale gedachte.
Dat is niet het enige als onderwijsgevende in het onderwijs. Tijden veranderen.
De eisen zijn in de loop der jaren aangescherpt. Computervaardigheden en de druk van de inspectie zijn slechts twee items die in mijn begintijd nauwelijks meespeelden. Het vak van een intern begeleider is nieuw en de functie van een schoolleider is enorm veranderd. Veranderingen kosten tijd en energie. Veranderingen kunnen nieuwe kansen brengen, maar ook bedreigingen opleveren. Daar zit 'm nu net de crux van werkplezier en werkdruk. Zo lang de dingen leuk zijn, is het namelijk helemaal niet erg dat je een keer meer tijd kwijt bent of iets ingewikkelds moet doen. Zodra dingen erg veel energie kosten, niet opleveren wat je ervan verwacht, het een enorme werkbelasting wordt is het de kunst om even terug te gaan naar het moment waarop je zo graag het onderwijs in wilde. Houd die mooie momenten op je netvlies en neem de rest op de koop toe. 
Ga er net zo mee om als het makkelijke digitale belastingformulier. Even wennen en dan gewoon ervoor gaan. Dan is het onderwijs echt jouw baan! Wat is het toch een prachtig vak.