On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 31 december 2016

Ik kijk (voor-)uit naar 2017.

Het is 31 december 2016. We nemen afscheid van dit jaar. Voor de één een goed jaar, voor de ander een ramp. Voor de één een jaar met nieuwe mogelijkheden en kansen, voor de ander een jaar vol bedreigingen en verdrietige gebeurtenissen. Houd de kansen en mogelijkheden vast. Kijk vooruit.

Gisteren was ik bij de dienst van het afscheid van een bekende. Triest en ook mooi. Naar om te zien dat er mensen zoveel verdriet hebben om geliefd iemand waarvan ze definitief afscheid moeten nemen. Ik hoop dat mijn aanwezigheid het verdriet een klein beetje kan verzachten. Het gemis is zo groot.
Het brengt jezelf met beide benen op de grond. Het leven. De kwetsbaarheid. De mooie momenten. De liefde. De warmte. Het afscheid.
Intussen luister ik met een half oor naar de Top2000, waar vele liedteksten mijn oren binnenstromen. Nummers met een emotionele waarde. Misschien maakt het zo'n oudejaarsdag wel extra bijzonder.
Afscheid nemen van fijne dingen is altijd moeilijk. Als je van baan wisselt (hoe gezond dit ook is), als je verhuist, afscheid nemen van een jaar, maar het lastigste is wel het afscheid nemen van een dierbare.
Met zo'n dienst als gisteren waar velen al afscheid hebben moeten nemen, denk je aan diegenen die je zelf al hebt weggebracht. Ook aan mensen die je nog kunnen ontvallen. Het gebeurt steeds opnieuw. Je weet niet wanneer.
Ook 2017 gaat ons dingen brengen, waarvan we nog niet weten wat. We plannen veel zaken, de agenda staat al vol. We willen een heleboel, maar uiteindelijk komen de dingen op je pad en moet je daarop anticiperen. Wat ga je ermee doen?
Zo ook met het onderwijs. Onderwijs 2032 is mooi om over te dromen. Wat hebben de leerlingen van nu nodig om straks goed te functioneren? Dat is een ambitieus streven, maar we weten het niet. De maatschappij en daarmee de digitalisering verandert razendsnel. Hoe weten we wat er straks nodig is.
De ombuiging is begonnen. Niet alleen kennis, ook vaardigheden worden steeds belangrijker. Niet te vergeten de sociale competenties. Daarom is de pedagogiek en de didactiek beiden even belangrijk. De nadruk heeft te veel gelegen op resultaten, het is zaak om de golfbeweging weer iets terug te laten veren.
Het is mooi om met elkaar af te tasten wat er wordt verlangd van de nieuwe generatie. Wat hebben zij nodig? Wat hebben wij nodig om dit te realiseren? Hoe kunnen we in verbinding met elkaar een goede weg inslaan? Wij kunnen leren van die supersnelle smartphone-generatie. Zij kunnen leren van de parate kennis, een basis die toch handig is om bepaalde keuzes te kunnen maken.
Is 2017 ver genoeg om het levenspad verder goed te kunnen bewandelen? Voor de korte termijn wel. Over de lange termijn is het goed om ambities (lees: doelen) te hebben, maar... stel ze tijdig bij als het anders blijkt te zijn. En dan komt er opnieuw afscheid van oude gebruiken, traditionele gewoontes waar we zo aan vast houden.
Kijk vooruit en denk buiten de gestelde kaders. Durf. Leef. Neem afscheid van mensen, zaken en dingen en start opnieuw. Ook ik moet dat steeds opnieuw leren.
Het afscheid is bijna daar. Ik kijk (voor-)uit naar 2017.




Reactie op een basisschooldirecteur van een basisschooldirecteur

Dit bericht is van 18 december, welke ik verstuurd heb aan Komensky Post. Komensky Post is een initiatief om geluiden uit het onderwijs te laten horen. Daar wilde ik graag een bijdrage aan leveren. Allereerst was er een reactie in Trouw van een basisschooldirecteur. Komensky Post heeft mij gevraagd hierop een reactie te geven. Dat heb ik met alle plezier en de nodige kritische noten gedaan. En die noten moet je wel even kraken.



Ik werk niet mee aan een afrekencultuur



JAAP AKKERMAN, DIRECTEUR BASISSCHOOL

Daisy Mertens vertelt waarom zij zo gek was, zich in te schrijven in het lerarenregister (Opinie, 1 december). Ze is trots op haar beroep. Ze heeft de drive om zich constant te verbeteren in haar vak.

Niet voor het register, maar voor de kinderen die door ouders aan haar toevertrouwd worden. Vanuit die gedachte wil zij de professionele dialoog aangaan. Voor inschrijven in het lerarenregister moet je aantonen dat je bevoegd je vak uitoefent. Voor herregistratie moet je aantonen dat je je bijschoolt.

Als schoolleider primair onderwijs moet ik mij aanmelden in het schoolleidersregister en moet ik voor 1 januari 2018 geregistreerd zijn. Dat ik alle vereiste diploma's heb, is niet voldoende voor registratie. Ik moet de schoolleidersopleiding opnieuw doen, want schoolleidersopleidingen die voor 1 augustus 2014 zijn afgerond, zijn niet meer geldig. 

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik mag ook een assessment doen om aan te tonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik ben 24 jaar schoolleider, met ervaring op meer scholen. Ik heb twaalf jaar een samenwerkingsverband 'Weer samen naar school' van 30 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs gecoördineerd.

Ik heb mij al die jaren geschoold door cursussen te volgen, congressen te bezoeken, vakliteratuur bij te houden, professionele dialogen te voeren. Ik leid momenteel een school waar ik trots op ben. Betrokken ouders, een geweldig team, 240 leerlingen die met plezier naar school gaan. Een school die een sterke groei doormaakt in een krimpregio en prachtige resultaten te zien geeft.

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden. Wat een gebrek aan vertrouwen. Ik doe daar niet aan mee. Mijn werkgever is dan verplicht mij per 1 januari 2018 te ontslaan, want ik ben dan niet meer bevoegd een school te leiden. Zover laat ik het niet komen. Ik stop er volgend jaar zelf mee.

 Ik wens niet mee te werken aan een afrekencultuur, waarin het meetbare het enige is dat telt.  Hoe kunnen beleidsmakers zoiets bedenken? En dat in een tijd waarin het zeer moeilijk is om capabele schoolleiders te vinden. Wanneer komt de tijd dat wij niet meer lijdzaam alles laten gebeuren? Wanneer komt de tijd dat er in het onderwijs gewerkt gaat worden aan herstel van vertrouwen?



Beste Jan, Beste meelezende onderwijs geïnteresseerden,

Wat goed om dit signaal af te geven. Goed om de keerzijde van alle registraties, transparantie en verantwoording of we wel goed genoeg zijn naar buiten te gooien. Ook ik ben het oneens met het systeem schoolleidersregister. Binnen mijn bestuur heb ik dit ook te kennen gegeven. Ik heb gesproken met Marja Creemers(directeur schoolleidersregister), Michel Rog (Tweede Kamer) en Pien van Willegen(van de POraad). Wat jij ziet als wantrouwen, zie ik als demotiverend.

Ik wil iets recht zetten, wat jou misschien nog over de schreef kan trekken om juist wel die goede directeur van die goedlopende basisschool te blijven, zodat we kwaliteit kunnen behouden en dit niet met het badwater van een register laten wegspoelen. Zonde!. Je stelt dat jouw bestuur de verplichting heeft om je te ontslaan, als je niet meedoet. Dit is niet terecht. Zij mogen uiteindelijk wel beslissen of ze je ontslaan of niet. Dat staat los van dit register, ook al wordt dit genoemd in de CAO. Een bestuur zal toch wel gek zijn om een goede directeur te ontslaan? Ik hoop van harte dat je je nog bedenkt, want de kreet om te stoppen met alles vast te leggen hebben we in deze tijd hard nodig.

Wat beweegt mij om op jou te reageren? Allereerst werd het mij gevraagd door een lid van Komensky Post. Daarnaast intrigeert het onderwerp mij. Dat zal ik uitleggen. Ik ben van nature een nieuwsgierig, over het algemeen opgewekt mens met een sterk doorzettingsvermogen. Het brengt mij ook bij het halen en brengen van informatie over leiderschap, wat ik nodig heb om een school te leiden. De ene keer is dat wat meer, de andere keer is dat – om wat voor reden dan – wat minder. Die deskundigheidsbevordering zit – zoals je zelf ook terecht aangeeft – in allerlei zaken. In veranderingstrajecten op school, het bijhouden van je vakliteratuur, een korte of langere opleiding  of zelfs een master.

Nu stelt het schoolleidersregister – en dat strijkt tegen mijn haren in, en ik heb best een hele bos – dat de kwaliteit van een schoolleider/directeur omhoog gaat als hij aan bepaalde criteria voldoet, dit vastlegt, dit verantwoordt en die zich laat valideren. En daar gaat het fout. Waarom?

Ten eerste wordt iets dwangmatig opgelegd. Je moet ineens ergens aan voldoen, terwijl je hier al aan voldeed, anders was je geen schoolleider.

Ten tweede zijn er opleidingen en cursussen geaccrediteerd en anderen niet. De hele santekraam aan opleidingen zijn zich nu in allerlei bochten aan het wringen om maar aan bepaalde (en zijn dat de goede?) criteria te voldoen.

Ten derde moet je aan drie thema’s in vier jaar tijd hebben gewerkt en deze moeten zijn gevalideerd, anders verloopt je registratie. Je moet steeds opnieuw je capaciteiten en ontwikkelen verantwoorden. Nonsens natuurlijk. Alsof je de hele dag uit je neus zit te eten. Een school leiden vergt al ontwikkeling van je zelf, voortdurend anticiperen op de situatie, overzicht houden en de goede keuzes maken.

Ten vierde heb ik me laten vertellen dat 40% van de schoolleiders dit niet uit zichzelf doet en 60% wel. Waarom dan niet sturen op die 40 % en laat niet de andere 60%, waartoe ik mezelf reken, niet de dupe worden en letterlijk gedemotiveerd raken van deze dwangmatige keurslijf-strategie.

Ten vijfde kun je ook een master volgen. Let wel: Als 1 onderdeel van de drie thema’s. Met een master hoef je bij mij niet meer aan te komen. Ik heb er twee behaald, een hele klus, maar een derde volgen kost ook nog eens zo’n 15 euro, te duur dus voor een schoolbudget. Bovendien denk ik niet dat ik nu nog hele andere dingen ga leren met nog een master, een  onderzoek doen heb ik immers al twee keer gedaan.

Ten zesde zijn er altijd nog de besturen die moeten toezien op het functioneren van schoolleiders. Pak deze groep dan aan, als het daaraan schort.

Ten zevende is het vertrouwen in de schoolleider hierdoor geschaad. Hij werkt niet meer autonoom, moet zich richten tot een steeds terugkerend valideringssysteem, waarvan ik me afvraag of de “substantiële ontwikkeling” - waar het schoolleidersregister zo prat op gaat en de term mij doet gruwen - steeds in zo’n  grote mate aanwezig is. Hij moet zich voortdurend bewijzen.

Er zijn ongetwijfeld nog meer redenen te bedenken, waarom het hele verplichte karakter van een register geen goed plan is. Ik begrijp niet welke schoolleiders hiermee akkoord zijn gegaan. Toch heb ik een kleine ommekeer gemaakt, door toch in het hol van de leeuw te stappen en met het hele cirsus mee te doen.

Dat begon in 2014 met de registratie. Dat heeft al met al 9 maanden geduurd, voordat ik überhaupt geregistreerd kon worden. De opleiding die ik had genoten stond namelijk niet in het systeem en moest nog gecontroleerd worden. Uiteindelijk werd ik in november 2014 geregistreerd. Achteraf heb ik daar natuurlijk spijt van, van de verplichte registratie is pas vanaf 1 januari 2018, in dat jaar moet ik me alweer herregistreren en heb ik een extra cyclus doorlopen ten opzichte van veel collega’s. Daar moeten ze sowieso maar een coulance regeling voor treffen en dit rekken tot 2022.De starters blijven zich toch wel ontwikkelen, daar hoeven ze in Den Haag niet bang voor te zijn.

Omdat ik al wat opleidingen achter de rug had, besloot ik het traject “Informeel leren” te doorlopen. Dit heb ik nu twee keer gedaan. De tweede keer is een stuk beter bevallen dan de eerste keer. Er kon meer doorgevraagd worden. Het leuke van dit traject is het gesprek met twee collega-directeuren uit een heel andere regio in Nederland (wat de reistijd wel weer lang en duur maakt, maar dat terzijde), die met hele andere trajecten bezig zijn. Te luisteren naar het soort school, de dingen waar ze tegenaan lopen en de veranderingstrajecten waar ze mee bezig zijn, zijn mooie verhalen met een brok ervaring die je kunt meenemen naar je eigen school.  Ook de feedback die je krijgt van je collega’s, de vragen die je krijgt en je aan het denken zet, zijn waardevolle momenten.

Intussen doe ik zelf nog een coachingstraject om mijn eigen persoonlijkheid en rol als schoolleider te versterken, maar dit komt niet terug in mijn validering. Een cursus “Lead like a champion” (gaaf om te doen trouwens) leert mij om weer anders tegen data aan te kijken, maar ook dit is slechts een onderdeel van een nieuw thema, en ook deze moet weer worden uitgewerkt tot een validering. Misschien kan ik deze niet eens gebruiken, want het onderwerp “Persoonlijk leiderschap” heb ik al afgerond. We gaan het zien. Vakliteratuur komt nergens als losstaand iets terug, maar moet ook weer bij een ontwikkeling worden gevoegd. Wat heb je ermee gedaan? Verantwoording, wantrouwen misschien, maar vooral bereik je hiermee die 40% die niets doen? Ik geloof het niet. Die bedenken namelijk wel weer wat om hier gemakkelijk vanaf te komen. Het gaat mijns inziens om de intrinsieke motivatie waarom je een bepaalde cursus of een bepaalde ontwikkeling doorloopt. Wanneer ik intrinsiek gemotiveerd ergens mee aan de slag ga, ga ik ervoor, wil ik er dolgraag van leren, staan alle luiken open om informatie en feedback binnen te halen.

Conclusie:

Ik zie wel degelijk pluspunten in het schoolleidersregister, leren van elkaar, net als in een school, waarbij een team van elkaar moet leren. Het lijkt me ook leuk om op bezoek te gaan bij andere scholen dan die van mijn eigen bestuur. Kijken bij een school die in een bepaalde ontwikkeling al verder is. Mooi.

Wat niet goed is, is de dwang, het registreren, het valideren, het accrediteren van opleidingen, het moeten voldoen ergens aan. Laat dat gewoon aan het bestuur over. Pak de rotte appel aan bij de bron, waar het desnoods niet goed zit. Laat de schoolleiders die in alle vertrouwen en autonomie van zichzelf verder ontwikkelen lekker hun werk doen. Intrinsieke motivatie zorgt ervoor dat iemand veel verder komt dan dat iets van buitenaf wordt opgelegd. Zij kunnen dondersgoed reflecteren op zichzelf.



Hanneke de Frel

Schoolleider basisschool (van inmiddels 245 leerlingen) in de Randstad.



zaterdag 17 december 2016

Een leven lang leren.

Het weekend is voor onderwijsmensen een tijd van ontspanning, maar ook een tijd van bezinning. Heb ik de afgelopen tijd de goede dingen gedaan. Wat ging goed? Wat kan beter? Een terugblik en een vooruitblik. Nadenken over de toekomst. Wat willen we dat leerlingen leren? Die cyclus blijft zich herhalen en zo blijven ook volwassenen voortdurend leren. Zo ook met de Wet Werk en Zekerheid, die nu wat lucht heeft gebracht in het onderwijs, maar geen doekje voor het bloeden mag zijn. Waar is de structurele oplossing?

Afgelopen week kwam het semi-verlossende woord om toch de komende drie maanden, de maanden waarin de meeste griepverschijnselen zich openbaren - wij hebben de eerste griepgolf al gehad, maar goed -, de Wet Werk en Zekerheid op te schorten voor de griepgevallen van maximaal twee weken.
Moeten we hier blij mee zijn? In ieder geval wel even voor nu, maar hoe gaan we straks verder? Is dit een zoethoudertje voor nu? Is dit een ad hoc beslissing om de gemoederen te bedaren? En hoe straks verder?
Werkend in een krimpend bestuur met vijf personeelsleden in een tijdelijke schil die voortdurend worden ingezet voor invalwerkzaamheden, is het niet mogelijk dit aantal door deze nieuwe wet te vergroten. Niet wenselijk, wil je dit bestuur gezond houden. Met krimp-  en groeischolen en enkele scholen die stabiliseren is het goed inschatten wat wel en niet mogelijk is. Daarbij komt nog dat de ene invaller wel geschikt is voor een vaste baan binnen een team en de ander niet.
Natuurlijk is het goed om invallers een kans te geven. Toch denk ik dat een wet als deze juist averechts gaat werken. Waarom?
Een school belt vaak de vaste invallers die goed bevallen en die de school kent. Andersom is het voor de invallers fijn om op een school te werken waar zij al bekend zijn. Voor groepen is het fijn om te weten dat meester X of juf Y weer komt, want die is bekend. Juist deze mensen bouwen een band op met school en leerlingen. De school weet goed wat het in huis heeft.
Nu dat steeds iemand anders is, gaat dit ten koste van het onderwijs. Het worden steeds meer dagen van 'bezig houden' i.p.v. dat de lessen gewoon goed worden gegeven. En de vaste leraar mag na zijn/haar ziekte gaan 'puin ruimen' en de noodzakelijke dingen weer oppakken, die zijn blijven liggen, want die doet een invaller niet.
De Wet Werk en Zekerheid biedt kansen, maar nog meer bedreigingen. Het is niet goed voor het onderwijs. En de inspectie heeft er geen boodschap aan als een leerkracht vervangen moet worden of er zijn andere omstandigheden waarop bepaalde kwaliteit niet voldoet. Dus wat dan?
Ten eerste: Zorg allereerst voor het terugdraaien van deze wet voor het bijzonder onderwijs. Openbaar onderwijs heeft al geen probleem, want daarvoor geldt het niet. Op zich al vreemd.
Ten tweede zal er goed bekeken moeten worden wat echt bijdraagt aan goed onderwijs. En welke administratie is daar nu wel of niet precies voor nodig.
Ten derde zal er meer geïnvesteerd moeten worden in het vak leraar, als het lerarentekort gaat doorzetten. Investeren in
1. meer handen van onderwijsassistenten,
2. werkdrukvermindering*(1 ,
3. nog betere arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld geld voor deskundigheidsbevordering staat nu op 500 euro per jaar per fulltimer, is rijkelijk weinig; maar ook de aanschaf van materialen voor de groep, luchtkwaliteit, ...),
4. conciërges of ander personeel dat kan kopiëren, koffie zetten, etc.
5. gymnastiekbevoegdheid in het PABO-diploma, waardoor de druk minder is tijdens de eerste jaren,
6. ruimere financiële middelen om goed mee te kunnen ontwikkelen in een digitale maatschappij (scholen lopen vaak achter de feiten aan),
7. ruimere middelen voor het realiseren van verandering binnen de school (bijvoorbeeld een andere richting, nieuwe methodes,
8. ruimere middelen ten aanzien van meubilair (mag 1x per 20 jaar vervangen worden).
Ten vierde zal het vak zelf zijn aanzien meer terug moeten krijgen. De professional draagt aan, adviseert en bepaalt. De ouders zullen hierin een meer luisterende houding moeten aannemen. Een school zal altijd het beste voorhebben met de leerling en samen bereik je nu eenmaal meer.
9.Werkdrukvermindering door bijvoorbeeld het aantal lessentaken te verlagen en ook goed in te schalen hoe het met extra taken is geregeld.
10. gelijke salariëring van PO en VO.

Kortom, er is nog werk aan de winkel binnen het onderwijs en niet alleen met de wet werk en zekerheid, er staat nog meer op stapel. Welke minister en welke staatssecretaris durft de uitdaging aan na 15 maart 2017?

Het wordt opnieuw weer maandag en gaan we vol enthousiasme naar de school waar het gebeurt, naar het onderwijs dat zo hard nodig is en naar een wereld voor lerende mensen: Van klein tot groot, van jong tot oud, van onervaren tot ervaren, van arm tot rijk, en in alle variëteiten van culturen. Wat een boeiende wereld.

zondag 4 december 2016

Dichten en rijmen in Sinterklaastijd

Sinterklaas. Een tijd van rijmen, gedichten schrijven en een zenuwslopende race om iets op papier te schrijven. Niet voor mij, want ik vier geen Sinterklaas. Het hoeft dus niet en toch kriebelt het. Dus wat doe je? Toch iets voor je collega's maken, mijn dochter helpen en heel subtiel meekijken en meeluisteren naar allerlei rijmelarijen en zuchtende mensen. Intussen ontstaat er een glimlach op mijn gezicht.

Het hoeft niet en toch doe ik mee.
Woorden zinnen, meer dan twee
Borrelen letterlijk en gedwee
Vanuit de computer op hier in beeld.
Het kabbelt, het krabbelt, het ontstaat
Het grabbelt, het knabbelt, het vergaat
Ik schnabbel en babbel, ze liggen op straat
Intussen heb ik me niet verveeld.

Woorden zinnen, zinnen woorden
Touwen binden tot lange koorden
Kunnen zinnen ook vermoorden?
Wat schrijf je in Sinterklaastijd?
Letters tot woorden en zinnen krijgen.
Zinnen tot gedichten en verhalen rijgen.
Verhalen tot poëzie laten dreigen?
Genieten van rijmende gezelligheid?

Het rijmpje of gedicht.
Krijgt een eigen gezicht
Soms rijmt het en soms niet

Dichten denken dansen doen
Draaien drammen dribbelen dromen
Woorden wensen wagen wiebelen
Zinnen zweven zwieren zuiveren
Letters lopen langs lijnen

Schrijven
van letters,
woorden en zinnen,
Verhalen en vele gedichten
Schrijf