On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label basisschool. Alle posts tonen

donderdag 13 juli 2017

Een grijze duif

Een grijze duif, een prachtig dier. Een witte duif is misschien mooier. Een teken van vrede. Een vredesduif. Maar een grijze duif kan er ook mee door. Zeker als je in een grote stad de hele markt vol ziet met duiven. Mensen die er door gefascineerd raken. Duiven voeren.
Totdat iemand tegen je zegt dat je een grijze duif bent. Het overkwam me in de afgelopen week.

Dan heeft die grijze duif ineens een andere betekenis. Niet meer dat lieve aardige dier, maar gewoon 'ordinair' grijs worden. Grijze haren krijgen.
Lang heb ik mijn haar geverfd. Gewoon omdat ik dat mooi vond, niet omdat ik grijs werd. Vroeger was ik blonder en dat wilde ik vasthouden.
Nu ik in de middelbare leeftijd kom, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en de verf laten uitgroeien. Ik wilde niet zo'n geverfd hoofd als ik de 70 gepasseerd zou zijn. Nu duurt dat nog even, maar toch. Anderzijds wil ik niet als een krakkemikkige oude vrouw of als een verschrompelde oma op mijn werk rondlopen. Ik heb toch een representatieve functie. Het basisonderwijs moet blijven bruisen. Leerlingen moeten hier fijn kunnen spelen en leren. Ouders moeten zich welkom voelen.
Eens kijken hoe grijs ik inmiddels ben. Mmm. Valt best mee. Beetje grijze lok aan de voorkant en hier en daar wat gemêleerd. Nee, nog geen peper en zout.
Omdat mijn haar vrij dik en droog is en ook nog wat krult, adviseerde de kapper haarolie. Dat geeft een mooie glans en maakt het een tikkeltje donkerder.
"Heb je je haar geverfd?" werd er gevraagd. Grappig. Juist niet. Maar met ook nog een bril en het haar wat korter had ik ineens een andere look. Het viel ook anderen op.
Thuis kreeg ik ook commentaar. Het haar was wel erg kort en inmiddels laat ik dat weer iets langer groeien. Voor elk wat wils.
Die grijze duif die me ineens werd toegeworpen deze week, zette mij wel even aan het denken. Grijze duif? Ik? Zo oud ben ik nog niet. Relativeren: volgens mijn kinderen stokoud, volgens mijn collega's kom ik uit een andere generatie, volgens mijn ouders nog piepjong, ik ben de jongste van het gezin. Oud voel ik me allerminst. Maar ach wat. Grijze haren zijn nu mode en laat ik daar dan ook eens aan meedoen, op een heel natuurlijke manier.
Om grijze haren van te krijgen? Helemaal niet. Dat krijg ik wel van andere dingen. Een kleine confrontatie met de term 'grijze duif', waar we ook wel weer overheen komen. Laat het maar gebeuren. Zo gaat dat met meer dingen in het leven. De tijd is rijp. Ouder en wijzer, zegt men. Daar houden we het op.
Ik heb tenminste nog een bos haar, dat kan ook niet iedereen zeggen. Haar met een tikkeltje grijze teint, waar ik trots op ben.

zaterdag 31 december 2016

Reactie op een basisschooldirecteur van een basisschooldirecteur

Dit bericht is van 18 december, welke ik verstuurd heb aan Komensky Post. Komensky Post is een initiatief om geluiden uit het onderwijs te laten horen. Daar wilde ik graag een bijdrage aan leveren. Allereerst was er een reactie in Trouw van een basisschooldirecteur. Komensky Post heeft mij gevraagd hierop een reactie te geven. Dat heb ik met alle plezier en de nodige kritische noten gedaan. En die noten moet je wel even kraken.



Ik werk niet mee aan een afrekencultuur



JAAP AKKERMAN, DIRECTEUR BASISSCHOOL

Daisy Mertens vertelt waarom zij zo gek was, zich in te schrijven in het lerarenregister (Opinie, 1 december). Ze is trots op haar beroep. Ze heeft de drive om zich constant te verbeteren in haar vak.

Niet voor het register, maar voor de kinderen die door ouders aan haar toevertrouwd worden. Vanuit die gedachte wil zij de professionele dialoog aangaan. Voor inschrijven in het lerarenregister moet je aantonen dat je bevoegd je vak uitoefent. Voor herregistratie moet je aantonen dat je je bijschoolt.

Als schoolleider primair onderwijs moet ik mij aanmelden in het schoolleidersregister en moet ik voor 1 januari 2018 geregistreerd zijn. Dat ik alle vereiste diploma's heb, is niet voldoende voor registratie. Ik moet de schoolleidersopleiding opnieuw doen, want schoolleidersopleidingen die voor 1 augustus 2014 zijn afgerond, zijn niet meer geldig. 

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik mag ook een assessment doen om aan te tonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden.

Ik ben 24 jaar schoolleider, met ervaring op meer scholen. Ik heb twaalf jaar een samenwerkingsverband 'Weer samen naar school' van 30 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs gecoördineerd.

Ik heb mij al die jaren geschoold door cursussen te volgen, congressen te bezoeken, vakliteratuur bij te houden, professionele dialogen te voeren. Ik leid momenteel een school waar ik trots op ben. Betrokken ouders, een geweldig team, 240 leerlingen die met plezier naar school gaan. Een school die een sterke groei doormaakt in een krimpregio en prachtige resultaten te zien geeft.

Nu moet ik gaan aantonen dat ik capaciteiten heb om een school te leiden. Wat een gebrek aan vertrouwen. Ik doe daar niet aan mee. Mijn werkgever is dan verplicht mij per 1 januari 2018 te ontslaan, want ik ben dan niet meer bevoegd een school te leiden. Zover laat ik het niet komen. Ik stop er volgend jaar zelf mee.

 Ik wens niet mee te werken aan een afrekencultuur, waarin het meetbare het enige is dat telt.  Hoe kunnen beleidsmakers zoiets bedenken? En dat in een tijd waarin het zeer moeilijk is om capabele schoolleiders te vinden. Wanneer komt de tijd dat wij niet meer lijdzaam alles laten gebeuren? Wanneer komt de tijd dat er in het onderwijs gewerkt gaat worden aan herstel van vertrouwen?



Beste Jan, Beste meelezende onderwijs geïnteresseerden,

Wat goed om dit signaal af te geven. Goed om de keerzijde van alle registraties, transparantie en verantwoording of we wel goed genoeg zijn naar buiten te gooien. Ook ik ben het oneens met het systeem schoolleidersregister. Binnen mijn bestuur heb ik dit ook te kennen gegeven. Ik heb gesproken met Marja Creemers(directeur schoolleidersregister), Michel Rog (Tweede Kamer) en Pien van Willegen(van de POraad). Wat jij ziet als wantrouwen, zie ik als demotiverend.

Ik wil iets recht zetten, wat jou misschien nog over de schreef kan trekken om juist wel die goede directeur van die goedlopende basisschool te blijven, zodat we kwaliteit kunnen behouden en dit niet met het badwater van een register laten wegspoelen. Zonde!. Je stelt dat jouw bestuur de verplichting heeft om je te ontslaan, als je niet meedoet. Dit is niet terecht. Zij mogen uiteindelijk wel beslissen of ze je ontslaan of niet. Dat staat los van dit register, ook al wordt dit genoemd in de CAO. Een bestuur zal toch wel gek zijn om een goede directeur te ontslaan? Ik hoop van harte dat je je nog bedenkt, want de kreet om te stoppen met alles vast te leggen hebben we in deze tijd hard nodig.

Wat beweegt mij om op jou te reageren? Allereerst werd het mij gevraagd door een lid van Komensky Post. Daarnaast intrigeert het onderwerp mij. Dat zal ik uitleggen. Ik ben van nature een nieuwsgierig, over het algemeen opgewekt mens met een sterk doorzettingsvermogen. Het brengt mij ook bij het halen en brengen van informatie over leiderschap, wat ik nodig heb om een school te leiden. De ene keer is dat wat meer, de andere keer is dat – om wat voor reden dan – wat minder. Die deskundigheidsbevordering zit – zoals je zelf ook terecht aangeeft – in allerlei zaken. In veranderingstrajecten op school, het bijhouden van je vakliteratuur, een korte of langere opleiding  of zelfs een master.

Nu stelt het schoolleidersregister – en dat strijkt tegen mijn haren in, en ik heb best een hele bos – dat de kwaliteit van een schoolleider/directeur omhoog gaat als hij aan bepaalde criteria voldoet, dit vastlegt, dit verantwoordt en die zich laat valideren. En daar gaat het fout. Waarom?

Ten eerste wordt iets dwangmatig opgelegd. Je moet ineens ergens aan voldoen, terwijl je hier al aan voldeed, anders was je geen schoolleider.

Ten tweede zijn er opleidingen en cursussen geaccrediteerd en anderen niet. De hele santekraam aan opleidingen zijn zich nu in allerlei bochten aan het wringen om maar aan bepaalde (en zijn dat de goede?) criteria te voldoen.

Ten derde moet je aan drie thema’s in vier jaar tijd hebben gewerkt en deze moeten zijn gevalideerd, anders verloopt je registratie. Je moet steeds opnieuw je capaciteiten en ontwikkelen verantwoorden. Nonsens natuurlijk. Alsof je de hele dag uit je neus zit te eten. Een school leiden vergt al ontwikkeling van je zelf, voortdurend anticiperen op de situatie, overzicht houden en de goede keuzes maken.

Ten vierde heb ik me laten vertellen dat 40% van de schoolleiders dit niet uit zichzelf doet en 60% wel. Waarom dan niet sturen op die 40 % en laat niet de andere 60%, waartoe ik mezelf reken, niet de dupe worden en letterlijk gedemotiveerd raken van deze dwangmatige keurslijf-strategie.

Ten vijfde kun je ook een master volgen. Let wel: Als 1 onderdeel van de drie thema’s. Met een master hoef je bij mij niet meer aan te komen. Ik heb er twee behaald, een hele klus, maar een derde volgen kost ook nog eens zo’n 15 euro, te duur dus voor een schoolbudget. Bovendien denk ik niet dat ik nu nog hele andere dingen ga leren met nog een master, een  onderzoek doen heb ik immers al twee keer gedaan.

Ten zesde zijn er altijd nog de besturen die moeten toezien op het functioneren van schoolleiders. Pak deze groep dan aan, als het daaraan schort.

Ten zevende is het vertrouwen in de schoolleider hierdoor geschaad. Hij werkt niet meer autonoom, moet zich richten tot een steeds terugkerend valideringssysteem, waarvan ik me afvraag of de “substantiële ontwikkeling” - waar het schoolleidersregister zo prat op gaat en de term mij doet gruwen - steeds in zo’n  grote mate aanwezig is. Hij moet zich voortdurend bewijzen.

Er zijn ongetwijfeld nog meer redenen te bedenken, waarom het hele verplichte karakter van een register geen goed plan is. Ik begrijp niet welke schoolleiders hiermee akkoord zijn gegaan. Toch heb ik een kleine ommekeer gemaakt, door toch in het hol van de leeuw te stappen en met het hele cirsus mee te doen.

Dat begon in 2014 met de registratie. Dat heeft al met al 9 maanden geduurd, voordat ik überhaupt geregistreerd kon worden. De opleiding die ik had genoten stond namelijk niet in het systeem en moest nog gecontroleerd worden. Uiteindelijk werd ik in november 2014 geregistreerd. Achteraf heb ik daar natuurlijk spijt van, van de verplichte registratie is pas vanaf 1 januari 2018, in dat jaar moet ik me alweer herregistreren en heb ik een extra cyclus doorlopen ten opzichte van veel collega’s. Daar moeten ze sowieso maar een coulance regeling voor treffen en dit rekken tot 2022.De starters blijven zich toch wel ontwikkelen, daar hoeven ze in Den Haag niet bang voor te zijn.

Omdat ik al wat opleidingen achter de rug had, besloot ik het traject “Informeel leren” te doorlopen. Dit heb ik nu twee keer gedaan. De tweede keer is een stuk beter bevallen dan de eerste keer. Er kon meer doorgevraagd worden. Het leuke van dit traject is het gesprek met twee collega-directeuren uit een heel andere regio in Nederland (wat de reistijd wel weer lang en duur maakt, maar dat terzijde), die met hele andere trajecten bezig zijn. Te luisteren naar het soort school, de dingen waar ze tegenaan lopen en de veranderingstrajecten waar ze mee bezig zijn, zijn mooie verhalen met een brok ervaring die je kunt meenemen naar je eigen school.  Ook de feedback die je krijgt van je collega’s, de vragen die je krijgt en je aan het denken zet, zijn waardevolle momenten.

Intussen doe ik zelf nog een coachingstraject om mijn eigen persoonlijkheid en rol als schoolleider te versterken, maar dit komt niet terug in mijn validering. Een cursus “Lead like a champion” (gaaf om te doen trouwens) leert mij om weer anders tegen data aan te kijken, maar ook dit is slechts een onderdeel van een nieuw thema, en ook deze moet weer worden uitgewerkt tot een validering. Misschien kan ik deze niet eens gebruiken, want het onderwerp “Persoonlijk leiderschap” heb ik al afgerond. We gaan het zien. Vakliteratuur komt nergens als losstaand iets terug, maar moet ook weer bij een ontwikkeling worden gevoegd. Wat heb je ermee gedaan? Verantwoording, wantrouwen misschien, maar vooral bereik je hiermee die 40% die niets doen? Ik geloof het niet. Die bedenken namelijk wel weer wat om hier gemakkelijk vanaf te komen. Het gaat mijns inziens om de intrinsieke motivatie waarom je een bepaalde cursus of een bepaalde ontwikkeling doorloopt. Wanneer ik intrinsiek gemotiveerd ergens mee aan de slag ga, ga ik ervoor, wil ik er dolgraag van leren, staan alle luiken open om informatie en feedback binnen te halen.

Conclusie:

Ik zie wel degelijk pluspunten in het schoolleidersregister, leren van elkaar, net als in een school, waarbij een team van elkaar moet leren. Het lijkt me ook leuk om op bezoek te gaan bij andere scholen dan die van mijn eigen bestuur. Kijken bij een school die in een bepaalde ontwikkeling al verder is. Mooi.

Wat niet goed is, is de dwang, het registreren, het valideren, het accrediteren van opleidingen, het moeten voldoen ergens aan. Laat dat gewoon aan het bestuur over. Pak de rotte appel aan bij de bron, waar het desnoods niet goed zit. Laat de schoolleiders die in alle vertrouwen en autonomie van zichzelf verder ontwikkelen lekker hun werk doen. Intrinsieke motivatie zorgt ervoor dat iemand veel verder komt dan dat iets van buitenaf wordt opgelegd. Zij kunnen dondersgoed reflecteren op zichzelf.



Hanneke de Frel

Schoolleider basisschool (van inmiddels 245 leerlingen) in de Randstad.



zaterdag 5 november 2016

Blokkenhoek

Dagelijks loop ik er langs. Kinderen genieten. Bij ons op school staan ze op de gang. Veel leerlingen uit groep 1/2 genieten ervan. Drie groepen 1/2 maken er gebruik van. Bouwen na of bouwen zelf. Op elke basisschool vind je wel zo'n hoek. Een van de hoeken in de groepen 1/2, voorheen de kleuters. Wat gebeurt er in zo'n hoek? Waarom is dit zo'n gewilde hoek? Wat is hier zo leerzaam?

De blokkenhoek heeft een bepaalde aantrekkingskracht. Misschien meer voor jongens dan voor meisjes, maar daar heb ik eigenlijk geen bewijs voor. Ik zie beiden vaak in deze hoek bouwen, nabouwen, zelf bouwen, tellen of sorteren. Kinderen genieten van de blokken en maken eerst rijen of torens en vervolgens muurtjes en gebouwen. Ze voelen aan de blokken, draaien en stapelen. Ze bouwen met de blanke ongekleurde blokken met hun eenvoudige vormen.
In onze bouwhoek op school spelen vaak twee of drie kinderen. Samen spelen, samen bouwen, overleggen wat ze gaan bouwen of gewoon naast elkaar spelen.
Waarom is die bouwhoek zo leuk? Concreet materiaal waarmee kinderen iets kunnen creëren. Samen iets maken. Alle blokken op de grond in een lange rij of juist boven op elkaar. Ze creëren iets in de ruimte, waar je omheen kunt lopen, tussen kunt zitten of op kunt staan. Kinderen ontdekken zichzelf ten opzichte van de blokken en andersom.
Soms bouwen ze na van een bouwtekening of een plattegrond. Dat zijn dan vaak de leerlingen van groep 2. Zij krijgen inzicht in het nabouwen van een tekening.
Wanneer het spel is afgelopen of er moet worden opgeruimd is het een kunst op zich om alle blokken weer in de dozen terug te krijgen. Dat moet precies passen. De lange blokken, de platte blokken, de vierkante en de driehoekige. Het is passen en meten.
Een blokkenhoek/bouwhoek is daarom enorm leerzaam. Samen spelen, blokvormen leren kennen, tellen, passen en meten, voelen, verschillende manieren bedenken wat je kunt bouwen en tenslotte op de goede manier weer opruimen.
Wanneer ik langsloop vraag ik vaak "Wat zijn jullie aan het bouwen?" Soms krijg je een antwoord als "een dierentuin", "een garage" of "een toren". Kinderen geven soms hetzelfde antwoord, maar soms ook verschillende antwoorden. Kinderen spelen samen of juist naast elkaar (vaak zijn ze dan nog wat jonger). Soms gebruiken ze poppetjes bij hun spel, soms gaat het alleen om het gebouw, de toren of het nabouwen van een bouwtekening.
De vier blokkendozen die bij ons op school staan worden vervolgens - met enige krachtsinspanning - op elkaar gestapeld en netjes tegen de muur gezet. Soms mogen ze hun bouwwerk laten staan. Soms maak ik een foto en staan er twee trotse kinderen naast.
En ... meisjes of jongens, ze sjouwen zich een bult. Toch krijgen ze de vier zware dozen altijd weer op elkaar, alleen of met z'n tweeën, netjes tegen de muur. Misschien is de grootste regelaar wel een toekomstige bouwcoördinator.

zondag 19 juni 2016

Grenzen verleggen als je 100 wordt?

Baby's die nu worden geboren hebben grote kans om 100 jaar te halen of misschien wel ouder worden. Dat is onderzocht en bewezen. We worden steeds ouder. Wat heeft de leerling van nu nodig om oud te worden? De vraag is ook of we gezond oud worden, kunnen we de snelheid van wat we leren wel bijhouden, hoe is het met de werkdruk gesteld en hoe kunnen we dit opvangen met het werkende deel van Nederland? We kunnen de pensioenleeftijd niet blijven opschuiven.


Wat moeten we op de basisschool aan leerlingen meegeven om zich later in de maatschappij goed te kunnen handhaven, gelukkig te worden en zichzelf te kunnen redden? Het is al een uitdaging op zichzelf om te bekijken wat leerlingen op de basisschool moeten leren. Naast basisstof zoals lezen, rekenen, spellen, begrijpend lezen is het goed om leerlingen kennis van de wereld mee te geven. Een basis.
De vraag die nu ook steeds meer leeft, is of leerlingen zelf kunnen (mee-) bepalen wat ze moeten leren. Dat kan voor een deel wel, maar lezen en rekenen zijn vakken die elke leerling gewoon goed moet worden onderwezen. Je kunt immers niet zonder.
Wat voor de leerling wel meer speelt dan een x aantal jaren geleden is plannen, ordenen, opzoeken, samenwerken, presenteren en andere vaardigheden om de inhoud van de leerstof een doel te geven en te gebruiken. Het draait niet alleen om kennisfeiten uit de geschiedenis, maar meer om wat je hiermee kunt doen. Zo is onderzoeken een belangrijke vaardigheid geworden, die leerlingen, maar ook volwassenen steeds meer in hun werkende leven moeten gaan toepassen om verder te komen en beter te ontwikkelen en te kunnen doorgroeien.
Nieuwsgierigheid is een eigenschap die we op de basisschool al moeten blijven stimuleren. Zeg ook gerust dat je iets niet weet als docent. Kom erop terug. Zoek iets uit. Dat geeft ook een verbinding tussen leerling en docent.
Hoe kunnen we dan gezond oud worden? Mensen hebben hiervoor kennis nodig om zich bewust te worden wat goed is. Gezond eten en bewegen, maar ook ontspannen en niet voortdurend in die 24-uur-maatschappij bereikbaar zijn. Het zijn zomaar zaken van een razendsnelle maatschappij die snel verandert. Nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding is goed. Maar de tegenhanger van bijvoorbeeld mindfulness en yoga of mogelijke andere varianten leren ons ook om de rust te vinden en familie en vrienden belangrijker te vinden dan ons werk. Dat laatste geeft aan dat de verhouding privé - werk niet altijd een goede balans heeft. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan.
De steeds snellere maatschappij sluit sommige mensen buiten. Er gebeurt veel op social media, binnen alle mogelijkheden van de digitale snelweg en ook op het gebied van devices. Benieuwd wanneer de googlebril beschikbaar wordt, of er straks auto's zelf van A naar B kunnen rijden en of we inderdaad een reisje naar een andere planeet kunnen maken. Het lijkt wel science fiction. De grenzen worden voortdurend verlegd.

Kunnen we dit allemaal wel (blijven) bolwerken? Een steeds snellere maatschappij, waarbij niet iedereen kan meedoen omdat ze simpelweg het geld er niet voor hebben, de snelheid niet aankunnen of gewoon minder affiniteit hebben met de digitale wereld? Je kunt niet meer zonder, al heeft mijn eigen moeder (geboren 1925) nog nooit een computer aangeraakt. Werk gaat sneller. Nieuws gaat sneller. Veranderingen worden sneller doorgevoerd. Er wordt meer verwacht. Er is veel transparantie (waarvan ik zelf denk dat dit ook niet altijd bevordelijk is), waarbij data worden vergeleken. Alles moet effectief en efficiënt, maar het 'praatje' tussendoor mag niet meer worden gezien als werk, terwijl het stukje relatie zo belangrijk is. Of het nu gaat om netwerken of even die aandacht voor elkaar. We zijn toch geen machines?
Als we steeds ouder worden, moet het werkende deel van Nederland de pensioenen van het de ouder wordende mensen opvangen. Dit is niet eindeloos. Een werknemer van 64 heeft meestal een ander energielevel en zal qua digitale kennis toch op een ander niveau zitten. Wat voor een 25-jarige vanzelfsprekend is, moet een 60-jarige echt worden aangeleerd. De rollen worden omgedraaid.
Kan iemand straks doorwerken tot 70? Haalt iedereen de 70? Het is nog niet zo eenvoudig om hier uitsluitsel over te geven.
Als ik het allemaal mag halen, wil ik best langer doorwerken, mits ik gezond ben en de energie nog kan opbrengen. Toch is het niet eindeloos oprekbaar. Wat is de kwaliteit van het leven van mensen tussen de 60 en de 70? Wat kun je allemaal nog aan? Kun je de snelheid van de maatschappij echt wel bijhouden en meedraaien in je werk? Moeten er aangepaste banen worden gecreëerd?
Ik weet niet of we blij moeten zijn met al die 100-jarigen. Mooi als het lukt, zorgelijk als het allemaal niet blijkt te lukken. Dat vergt aanpassingen voor iedereen die nu werkt en straks een pensioen wil genieten.
Genoeg zorgen voor nu, morgen weer lekker aan het werk, en bezien hoe lang we dit kunnen doen. De tijd zal het leren. En die tijd vliegt. Geniet dus van hetgeen je hebt: liefde, warmte, eten, leven, vrienden, natuur, bewegen, gezondheid, etc. of je nu 100 wordt of niet.



zaterdag 28 december 2013

Een nieuwe tijd

De tijd verstrijkt en straks begint weer een nieuw jaar. Het jaar 2014. Tijden veranderen. Het lijkt zelfs steeds vlugger te gaan. Zo stond er vanmorgen in de krant hoe gewoon dingen over 5 jaar zijn. En toegegeven, het zou best kunnen.

De digitale wereld breidt zich steeds verder uit. Hoe precies kunnen we de kinderen straks volgen die middels invitrovertilisatie ter wereld komen. Laat staan dat we er iets mee kunnen. Maar ook het papieren boek en de papieren krant blijven dingen die misschien toch steeds meer op de achtergrond verdwijnen.
Hoe zal het straks dan zijn op scholen, in de politiek, in de stadscentra, met de post en in bejaardencentra? Het is niet te voorspellen wat er allemaal verandert. Wel leuk om erover te fantaseren en erin mee te groeien en te ontwikkelen. 
Wat zou het betekenen voor een basisschool? Uitgeprogrammeerde groepsplannen? Begeleiders in plaats van leerkrachten? Ipads in plaats van schriften? Samenwerkingsverbanden, die met 1 druk op de knop een kind op de goede school kunnen plaatsen. Of is dit allemaal nog veel te dichtbij?
Moeten we het breder zoeken en de kinderen veel meer buiten Nederland laten leren? Het schoolreisje in Afrika en het afscheid van groep 8 op de maan? 
Hoe gaan we om met al die specifieke kindkenmerken en leerkrachten of begeleiders die hierin bijgeschoold moeten worden?
Het is moeilijk voor te stellen. Toch denk ik dat er een aantal dingen hard zullen veranderen, maar ook een aantal dingen niet. Kleuters moeten immers ervarend leren en spelen met water, zand en blokken. Naast af en toe een spelletje op de Ipad zijn dit onmisbare leerzame ontwikkelingen die een mensenkind moet doormaken. Zo leren ze van de concrete wereld om zich heen. Dat geldt ook voor het leren van rekenen, wat volgens een principe van concretiseren, verbaliseren, handelen en uitleggen uiteindelijk eigen gemaakt wordt. 
Het leren van klanken in de kleutergroepen gaat spelenderwijs door gebruik te maken van hun hele lijf. Maak de vormen van de letters met je handen. Voel houten letters. 
Hoe nieuw wordt dan de nieuwe wereld en het nieuwe leren? De tijd verandert en wij veranderen mee. 
We zullen het allemaal meemaken en kijken de toekomst met grote nieuwsgierigheid tegemoet. Op weg naar een nieuwe tijd.

zondag 2 juni 2013

Wat leren kinderen? Leren doe je samen!

Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?

Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit. 
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.


zaterdag 13 april 2013

Het hek van de basisschool

Bijna iedere school heeft wel een hek of een muur rondom het plein van de basisschool staan. Maar wist u dat we ook een denkbeeldig hek of een denkbeeldige muur hebben? Wist u ook, dat er heel veel dingen over het hek gegooid worden en dat wij hiermee weer aan de slag m,oeten? We zijn toch opslagplaats?

Allerlei onderwijsveranderingen - en dat zijn er nogal wat de afgelopen jaren - worden ons toegeworpen. Allerlei goede bedoelingen en zeer overdachte veranderingsprocessen, die horen bij de basis van de ontwikkeling van jonge kinderen. Zijn het niet de sociale vaardigheden en het pestprotocol, dan wel de burgerschapsvorming, de techniek of de uitdaging voor excellente kinderen.
Intussen wordt er middels opbrengst gericht werken hard getrokken aan de kwaliteit van het onderwijs en worden harde maatregelen getroffen, als de school onder de norm van de inspectie blijft.
Daarnaast is de maatschappij met al zijn mediawijze workshops en cursussen enorm in beweging en moet je daarmee ook iets op school. We l;eren de kinderen immers zich te ontwikkelen tot volwassenen die kunnen leven en werken in de maatschappij van straks.
Dan heb ik het nog niet eens over allerlei bedrijven (de typcursus, de groente- en fruitleverancier, de sportclub, de scouting, de kerk, de ontbijtservice en de daaran gekoppelde supermarkt en bakker, de coachingsbureaus, etc.), die de school in kruipen om maar onder de aandacht te kunnen komen van de meest beinvloedbare groep mensen en kinderen. 

Maar wat wil men in Den Haag nu precies? 
Een kwalitatief goede school met hoge opbrengsten, een goed pedagogisch klimaat, een goede didactiek in de school, waarbij kinderen het juiste aanbod krijgen volgens hun eigen onderwijsbehoefte(handelings gericht werken), kinderen moeten geleerd hebben informatiebronnen te raadplegen, te presenteren, samen te werken, en ga zo maar door. De opvallers moet extra aandacht worden geboden en hierbij zal de leerstof moeten worden aangepast richting een basis of richting extra werk. Daarnaast zal de ADHD-er, de autist, de dyslect en andere kinderen zo hun extra aandacht verdienen die zij weer nodig hebben in deze situatie, bij deze kinderen, op deze school.
Onderwijs is topsport, zegt men weleens gekscherend. Een leerkracht moet intussen van goede huize komen, wil hij al deze ballen hoog kunnen houden. En denk maar niet dat je met een verkoudheid effectief voor je groep kan staan, want zo'n dag voor de klas hakt er echt in.
Toch is het beroep van leerkracht het allermooiste vak. Pak van elke verandering iets mee voor jouw school. Zorg dat je kinderen begrijpt en ze zelfstandig op weg helpt, laat ze eigenaar zijn van hun eigen leren, luister en bevraag, zie toe en stimuleer. Intussen is het genieten van de successen en samen (met andere leerkrachten in de school) zoeken naar oplossingen, als je het even niet weet.
Zolang de leerkracht een doel heeft, een goed plan maakt en zijn doel probeert te halen, leerlingen verder weet te krijgen en zo de stapjes in hun ontwikkelingen volgt en verder vormt, komt het allemaal goed.
Weest u alleen voorzichtig met nog meer over de muur te gooien van de basisschool. We doen ons uiterste best, echt, meer kunnen we echt niet doen, sommige dingen kunnen wel anders.