On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zondag 31 maart 2013

Belasting

Hoeveel kun je hebben? Hoe zwaar kan iemand in het onderwijs worden belast? Dit kan op twee manieren worden uitgelegd. Enerzijds gaat het om het betalen van belasting, wat natuurlijk heel actueel is op 31 maart. Anderzijds gaat het om de werkdruk, wat net zo actueel is, maar niet vastgepind zit op een datum.


De onderwijsgevende belastingbetaler, maar eigenlijk ook alle andere werknemers in Nederland kunnen eenvoudig belastingaangifte doen tegenwoordig. Via het internet kun je alle gegevens digitaal controleren. Dat moet wel heel gek zijn, als dit niet klopt. Of er moet een verandering in levenswijze, huisvesting, familiaire situatie zijn geweest.
Fijn, dat dit zo gemakkelijk gaat. 
Anders is dat met de belasting van onderwijsgevenden - leerkrachten zo u wilt -  en andere medewerkers in onderwijsland. Het is een beroep waarbij veel gevergd wordt van kennis, vaardigheden, communicatie, digitalisering, scores, extra taken, nascholing, incasseringsvermogen, creativiteit, organisatie, overzicht en de omgang met het kind in het bijzonder. Steeds meer regeltjes, administratie, nieuwe vakken (zoals sociale redzaamheid, burgerschap, sexuele voorlichting en pestgedrag) en een complexiteit aan taken sluipen de school in. Is het onderwijs nog wel leuk? Ik zeg volmondig "ja!" Is onderwijs voor iedereen weggelegd? Dan twijfel ik.
Natuurlijk zijn er mensen, die van zichzelf al zeggen, dat zij niet het onderwijs in willen. Er is ook een groep, die wel met veel enthousiasme het onderwijs is ingegaan, met een heel ander beeld. 
Als ik naar mezelf kijk, ben ik jaren geleden gestart met het idee dat ik het leuk vind om kinderen iets te leren, samen plezier te beleven en hen te begeleiden op een weg die hen zelfstandig maakt voor straks. Dat is een mooie gedachte. Een mooie ideale gedachte.
Dat is niet het enige als onderwijsgevende in het onderwijs. Tijden veranderen.
De eisen zijn in de loop der jaren aangescherpt. Computervaardigheden en de druk van de inspectie zijn slechts twee items die in mijn begintijd nauwelijks meespeelden. Het vak van een intern begeleider is nieuw en de functie van een schoolleider is enorm veranderd. Veranderingen kosten tijd en energie. Veranderingen kunnen nieuwe kansen brengen, maar ook bedreigingen opleveren. Daar zit 'm nu net de crux van werkplezier en werkdruk. Zo lang de dingen leuk zijn, is het namelijk helemaal niet erg dat je een keer meer tijd kwijt bent of iets ingewikkelds moet doen. Zodra dingen erg veel energie kosten, niet opleveren wat je ervan verwacht, het een enorme werkbelasting wordt is het de kunst om even terug te gaan naar het moment waarop je zo graag het onderwijs in wilde. Houd die mooie momenten op je netvlies en neem de rest op de koop toe. 
Ga er net zo mee om als het makkelijke digitale belastingformulier. Even wennen en dan gewoon ervoor gaan. Dan is het onderwijs echt jouw baan! Wat is het toch een prachtig vak.

zaterdag 30 maart 2013

Pasen

Elk jaar verbaas ik me daar weer over. Kerst staat altijd in een hele grote belangstelling. De kerk stroomt vol. Er wordt een groot feest gevierd. Kerstcadeautjes ontbreken vaak niet. Grote hoeveelheden eten wordt ingeslagen. We kennen kerstkransjes, kerstkalkoenen en kerststollen. Er worden zelfs kerstkaarten verstuurd. Waar blijft Pasen in dit geheel?

Als je in de winkels kijkt zie je dat ook Pasen steeds meer aandacht krijgt. Naast de Kerststol is er een Paasstol. Kaarten met "Vrolijk Pasen" liggen in de winkel. De supermarkten spelen er handig op in door veel lekkers ten toon te spreiden. Van Paashamburgers, zoete kuikentjes tot chocolade-eitjes, het kan allemaal.
Waar het echt om gaat bij Kerst en Pasen wordt weleens vergeten of misschien weten sommigen het niet eens. We hebben vrije dagen en we vieren feest. 
Kerst weet men vaak nog wel. Het Kerstfeest wordt wereldwijd heel groots gevierd en afgebeeld op heel veel kerstkaarten. Maria en Jozef die op zoek gaan naar een plaats in Bethlehem. De geboorte van het kindje Jezus. Daarbij ontbreken ook de herders en de engelen niet.
Toch is het bijzonder dat het Paasverhaal minder bekend is en misschien het verhaal van Hemelvaart en Pinksteren al helemaal niet meer. Toch is het Paasverhaal het belangrijkste verhaal in het christelijke geloof. Daar draait het om. Jezus is gekruisigd en gestorven voor al onze zonden. Na drie dagen is Hij opgestaan. Jezus heeft licht gebracht in het leven van mensen. Wij mogen dit licht doorgeven aan anderen. Jezus liet ons zien hoe wij anderen kunnen vergeven. Niet alleen Zijn woorden, maar - onder andere ook in dit verhaal - door Zijn daden. 
Dat lijkt misschien helemaal niet zo ingewikkeld, iemand vergeven. Toch is niets menselijks vreemd, als wij zien dat een ander iets verkeerds heeft gedaan en we daar boos of verdrietig om worden. 
Laten we elkaar dan even de weg wijzen, het Licht laten zien en onze goede bedoelingen de boventoon laten voeren. Dan gaan we op de goede weg.
Mocht u het Paasfeest vieren met aardappelkuikentjes, schuimeieren, chocoladepaashazen of anderszins, denkt u dan even aan het echte verhaal. Een verhaal, toepasselijk in de lente, waarin een nieuw leven begonnen mag worden. Een verhaal waarin we weer even opnieuw mogen beginnen.
Fijne Paasdagen! 

maandag 25 maart 2013

Realiseren en relativeren

Soms zijn er momenten, dat je even achterover moet leunen. Je kunt dan een situatie even laten rusten en van een afstandje bekijken. Deze week waszo'n moment.

Met een begrafenis in de familie, een borstonderzoek, migraine met knallende hoofdpijn en flink spugen en vervolgens nog een rouwkaart op de deurmat vinden, staat het leven even stil. De tijd stopt. Je hebt tijd om na te denken. De wereld van jou staat even stil. Ineens zie je bepaalde dingen gebeuren en realiseer je de kwetsbaarheid van het leven. Ik realiseer me, dat het leven heel bijzonder is.
Realiseren dat je het goed hebt, gezond, man en kinderen, fijn werk en lieve mensen om je heen. Het geeft de burger moed en kracht. Het laat je zien wat echt belangrijk is.
Als het realiseren zijn werk heeft gedaan en nog steeds doet, komt het relativeren om de hoek kijken. Ineens wordt duidelijk dat sommige dingen helemaal niet zo erg zijn. Andere dingen komen vanzelf op de voorgrond. Het haasten valt weg. Je kunt alles uit je handen laten vallen, want morgen is er weer een dag. Het mooie, duurzame leven komt bovendrijven. Waarom druk maken om iets wat op het werk gebeurt? Waarom druk maken om een haastige automobilist? Waarom druk maken om een actualiteit? Tijd heelt alle wonden. Voor alles komt een oplossing. Soms hebben dingen tijd nodig.
Na deze week land je weer met beide benen op de grond, de tijd begint weer te lopen, het werk gaat door en wordt weer opgepakt, de macaroni is weer gekookt, kortom, het leven gaat verder. Toch is er iets veranderd. Ik heb iets geleerd, ik ben weer iets wijzer geworden. Nu toepassen in het leven.

zaterdag 9 maart 2013

Cijfers

Als jong kind leer je tellen, je leert de symbolen van de cijfers herkennen. Wanneer je verder komt krijg je cijfers voor toetsen en op je rapport. De cijfers kunnen ook een financiele situatie weergeven. Wat je ook doet met cijfers, gebruik ze goed.

Kinderen in groep 1 en 2 leren spelenderwijs tellen, hinkelen, het getalbeeld, groepjes maken en zien waar cijfers terugkomen in de dagelijkse praktijk. Zo leren kinderen vanuit hun eigen belevingsbeeld de cijfers.
Vanaf groep 3 worden kinderen steeds meer beoordeeld, soms eerst nog in de vorm van woorden zoals goed, ruim voldoende, voldoende, matig en onvoldoende, maar later worden er serieuze cijfers gegeven voor toetsen en werkstukken. Ook het Leerlingvolgsysteem levert CITOcijfers op. N.a.v. de CITO Eindtoets in groep 8 komen cijfers weer op een andere manier in beeld. 
Cijfers vinden we in ons dagelijks leven terug als we boodschappen doen, geld pinnen, de stad in gaan, salaris krijgen, benzine tanken, op de snelweg rijden, maar ook als we onze financien in orde moeten maken voor de belastingen. Banken hebben natuurlijk nog meer te maken met veel meer cijfers en grote getallen.
Zo kun je cijfers op verschillende manieren bekijken en opvatten:
- als hoofdtelwoord 3, 0, 5 als nummer, bijvoorbeeld een telefoonnummer bestaat uit losse cijfers, een jaartal ook of je kunt het gebruiken als aanduiding van een groep: groep 3.
- als rangtelwoord, eerste, tweede, zesde, achtste in een rij, tellend dus.
- koppeling van het telwoord met het beeld van het getal erbij, het symbool.
- een teken van een resultaat (rapportcijfer), ik heb een mooi cijfer gehaald.
- weergave van een financiele situatie, de cijfertjes.

Tot zover is alles helder. Niets zo duidelijk als een cijfer. Totdat we er de verkeerde dingen mee gaan doen.
Zo kwam in de afgelopen week in het nieuws dat de onderwijsraad adviseert om de cijfers (eigenlijk getallen) van de CITO Eindtoets openbaar wil maken.
Met welk doel wil men dat? Is er een duidelijke uitleg wat deze cijfers betekenen? Een cijfer is een feit hoe een kind op dat moment gescoord heeft op een gemiddeld landelijk niveau. Er staat niet bij wat dit kind heeft meegemaakt, welk IQ (al is dit ook niet altijd betrouwbaar) dit kind heeft, hoe hard de leerkracht heeft gewerkt om het kind verder te krijgen, hoeveel motivatie dit kind heeft, of het kind tussentijds is verhuist, en ga zo maar door. We kijken puur naar een cijfertje, zonder het verhaal erachter.
Je moet je dan afvragen of het reeel is, dat al die cijfers met elkaar worden vergeleken, want dat gaat gebeuren. En welke beoordeling geeft een buitenstaander aan dat cijfer? Levert de binnenstad van Amsterdam gelijkwaardige cijfers met een kleine school op het platteland?
Tuurlijk is het goed om een bepaalde richtlijn te hebben waar je als school naar toe kunt werken. Maar het mag niet zo zijn dat een afrekencultuur ontstaat.
Laat zien als school wat voor leerlingen je in huis hebt, welke instructies worden gegeven, hoe interventies plaatsvinden, welke doelen gesteld worden, hoe je rekening houdt met dit kind, in deze situatie, met deze ouders, bij deze leerkracht en deze medeleerlingen. Hoe mooi is het onderwijs om te zien dat je accentverschillen kunt leggen. De ene school vindt het belangrijk om Engels erbij te geven, een andere school zal zich richten op iets anders. Dat mag. Leer kinderen ontwikkelen tot mensen die zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren, met alle mogelijke middelen zoals bijvoorbeeld de social media. Leer ze om te gaan met de wereld van nu. Met richtlijnen, maar zonder af te rekenen. Leren met plezier in een veilige omgeving, zonder neer te halen. 
Zou het tij nog keren? Zou er nog een golfbeweging ontstaan en de accenten weer op de sociale vaardigheden komen te liggen.
Dan begin ik vast af te tellen: 10, 9, 8, 7, 6, ......


zaterdag 2 maart 2013

Los + laten = loslaten

Loslaten is niet altijd en voor iedereen even makkelijk. Het werk loslaten, gebeurtenissen loslaten, je kind loslaten, het zijn ingrijpende zaken die je van binnen kunnen raken. Tenminste, bij mij wel.

Om met het werk te beginnen: Het is nog voorjaarsvakantie. Als verantwoordelijke voor een school valt het niet mee, om de school en alles wat er gebeurt los te laten. Het helpt mij vaak wel om de buitenlucht in te gaan, een stuk te wandelen of te fietsen, een ontspannen boek (niet onderwijsgerelateerd) te lezen (een literaire thriller bijvoorbeeld) en/of gewoon iets te doen voor jezelf met lieve mensen in de omgeving (een uitstapje met mijn lieve eega, een lunch met vriendinnen, een voetmassage, een vrolijk bezoekje bij ouders o.i.d.).
Toch laten de gebeurtenissen en de zorgen van de school me niet geheel los. Wanneer je weer rustig zit, komen er toch weer dingen langs. Zorgen om kinderen, collega's en ouders enerzijds en veel organisatorische, relationale, communicatieve, financiele en alle andere vaardigheden die je als schoolleider moet bezitten anderzijds.
Waarom is het zo lastig om deze dingen los te laten? Maak ik me zorgen of het allemaal wel goed komt? Gaan de dingen wel, zoals ze zouden moeten gaan? Laat het me niet los omdat ik het zo op mezelf betrek? Houdt het me bezig omdat de oplossing nog niet in zicht is? Houdt het me bezig omdat ik me onmachtig voel?
Zo zijn er ook gebeurtenissen die mij bezighouden. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals overlijden van mensen. Dan denk ik aan mijn oma, het dochtertje van mijn vriendin, mijn oudste broer, de oma en de vader van mijn man. Dat zijn er zo een aantal die me het eerste te binnen schieten. Maar ook andere dingen, zoals het overlijden van onze hond vorig jaar, ziekte van mensen, de zorgen die anderen hebben, de spanning die dat soms met zich meebrengt en de onmacht die bezit van je kan nemen. Het laat je soms moeilijk los. Afleiding zoeken helpt. Het helpt om verder te gaan. Gebeurtenissen horen bij het leven, het leert relativeren en het laat je weer genieten van mooie dingen. Zo beginnen de geluiden van de vogels in het voorjaar weer een bepaald niveau te krijgen, waar menige muziekmaker jaloers op kan zijn.
De derde, ook een lastige is het opvoeden van kinderen, die zich als jong volwassenen aan het ontwikkelen zijn en die je los moet laten, ook al komen ze weleens huilend bij je. Je kunt ze helpen, met ze praten, begeleiden, advies geven, een veilig huis bieden, met liefde omringen, maar ze zullen hun eigen keuzes moeten maken hoe zij hun verdere leven gaan indelen.

Los. Laat het los, maar ga af en toe eens los, ontspan, relax en zoek vertier op andere gebieden.
Laten. Soms moet je iets met rust laten. Het gewoon even de tijd geven. Tijd heelt alle wonden. Tijd kan ook dingen laten oplossen.

Als doener, die vaak direct actie wil, is dat iets wat ik moet leren. Naast het relativeren (zo erg zijn sommige dingen niet, het komt wel weer goed) is het goed om even achterover te leunen, adem te halen en de zaak van een afstandje te bekijken.
Wat goed werkt is, is even te sparren met medeschoolleiders, die ook bepaalde zaken en gebeurtenissen tegen het lijf lopen en het ook nodig hebben om te sparren. Even een buitenstaander tegen iets aan laten kijken. Het helpt mij te vormen.
Ook anderen zijn een belangrijke schakel om dingen even van een andere kant te laten zien.

Conclusie: Loslaten kun je niet alleen, ga eens los en laat het bezinken, maar daarbij heb je anderen nodig en anderen hebben jou nodig.