On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label leerkracht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leerkracht. Alle posts tonen

zondag 27 oktober 2019

Toekomstdromen in het onderwijs

Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd.Zo kunnen we 4 jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen.Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve(waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclub activiteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven. 
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen. 
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoo
rbeeld op tekengereedschap heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken

10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes. 

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, reken materialen, tafelkaart indien nodig.leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. 
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

donderdag 18 oktober 2018

Te kort of tekort?

(deze column is eerder geplaatst in Direct(sept 2018), het blad voor CNV Schoolleiders)

Te kort of tekort?
Lerarentekort
Toen de broeken van mijn kinderen te kort werden, wist ik dat ik actie moest ondernemen. Het werd tijd voor een nieuwe. Ze waren gegroeid. De broek werd te klein. Maar dit had ik natuurlijk zien aankomen, dus gingen we op tijd naar de winkel, met geld dat ik hiervoor opzij had gelegd. Als kind overkwam mij dit natuurlijk ook. Omdat mijn moeder met zes kinderen zonder baan niet heel veel geld te spenderen had, bespaarde ze door er een stuk onder te naaien. Zo liep ik maanden met broeken waarbij een totaal andere kleur onderaan de pijpen afstak. Ik zie het nog terug op foto’s (…). 
Als er een lerarentekort is, zal het ministerie van onderwijs actie moeten ondernemen. Eigenlijk had men in Den Haag - zoals met de broeken - moeten anticiperen en rekening moeten houden met dit groeiende tekort. Geen maatregelen nemen, die averechts werken (zoals bijvoorbeeld de reken- en taaltoets). Wel het beroep aantrekkelijk maken (zoals werkdrukvermindering en salarisverhoging). Nu men niet op tijd heeft gereageerd zal men actie moeten ondernemen. De geleden schade is inmiddels zo groot, dat actie uiteindelijk duurder zal uitpakken. Een hele uitdaging. Maar ja, je kunt kinderen niet zonder leraren laten zitten. Of…?
Ik las via Twitter een oplossing. Een lokaal met 50 leerlingen met een leerkracht en een onderwijsassistent. WHAAT?! Hoor ik dat goed?  Het leerlingaantal verdubbelen met alleen wat extra handen, die we sowieso nodig hebben bij een groep van 25? Wel goede instructie verwachten op drie niveaus, excellente leerlingen uitdaging bieden, leerlingen met een arrangement in de groep, extra instructie voor de dyslexie en dyscalculie en dan heb ik het nog niet over de gevoelige autist, de opvliegende ADHDer en de stille aangepaste leerling die graag gezien willen worden. Even voor de duidelijkheid: DIT GAAN WE NIET DOEN! Er is een goed plan nodig met een goede oplossing, waar de leerlingen -  daar draait het om - baat bij hebben. Investeer in goede dingen. Laat registers, coöperaties, raden en onderwijsclubjes los. Zorg dat invallers via besturen kunnen invallen en niet via dure uitzendbureaus. Zet het kind weer in de spotlights en de leerkracht ernaast. 
Naai geen stukken onderaan die pijpen, dat biedt geen oplossing. Anticiperen. Minder lesuren misschien? Dan heb je minder leerkrachten nodig. Houd de lessen die nodig zijn (taal, rekenen, …) en gooi niet alle randzaken (burgerschap, …) over de schutting van de basisschool.
Hanneke de Frel
Schoolleider CBS Prinses Máxima Berkel en Rodenrijs.

vrijdag 8 december 2017

Het woord 'directeur'

Bij het woord directeur denk ik vaak aan een forse man in pak, lurkend aan een sigaar of sigaret die heel hautain uit zijn ogen kijkt, neerbuigend, bazig over zijn werknemers.




Omdat het woord directeur het bovenstaand beeld oproept, noem ik mezelf liever schoolleider. Natuurlijk is het woord directeur en het beeld daarbij gevormd door verhalen, sprookjes van vroeger, kinderboeken waarin directeuren een rol spelen, de oude zwart-wit uitzendingen of denk ik misschien aan De Dikke Deur van Pipo de Clown? Ik weet het niet, maar dat beeld wil ik niet scheppen als schoolleider van een basisschool. Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en vat beter samen wat voor werk je doet. Je leidt een school. Een directeur van een bank of een ander bedrijf noem je ook wel een bedrijfsleider. Al zal menig directeur zo niet genoemd willen worden. Een degradatie? Te veel laagjes in het management?
Leerlingen, zeker de allerjongste, noemen je met enige regelmaat de baas van de school. “Jij hebt de school gebouwd.” “Jij bent de baas van iedereen.” “Dit is allemaal van jou, hè?” Buiten het feit dat de leerlingen jou de baas noemen, vind ik het prettig dat leerlingen je en jij zeggen. Het respect dat jij het voor het zeggen hebt, is aanwezig en wel een voorwaarde. Het je en jij, contact met de leerlingen, waarvan ik alle namen ken, zorgt voor goede relatie, goed contact, de zogenaamde verbinding en daarmee sta je dichter op de werkvloer.
Leerkrachten die met iets zitten, moeten hun verhaal kwijt kunnen. Een moeilijke leerling of een rumoerige klas is niet het probleem van die leerkracht, het is een zorg van ons allemaal. Je bent een team en daarmee samen bezig om er een mooie school van te maken. Ook hier is het woord directeur een woord dat afstand oproept. Ik wil dicht bij de mensen staan, het zijn mijn collega’s.
Ook ouders zijn partners van de school. Een beetje afstand is goed, maar toch ben ik van mening dat je in gesprek moet blijven. Jouw rol is belangrijk als goede gesprekspartner. Enerzijds meebewegen, anderzijds duidelijkheid. Een goede communicatie in de vorm van een informatieve website, social media, een nieuwsbrief en een enquete zijn goede hulpmiddelen. Het gesprek aangaan tijdens een informatieavond, een kerstviering of een klankbordgroep is nog veel waardevoller. Net als het staan bij de ingang, waarbij velen even goedemorgen zegt. Contact en verbinding.
Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en toegangelijker, waarbij contact en relatie de onderliggende gedachtegang is om deze daarom te gebruiken.

dinsdag 7 februari 2017

Waar krijg ik energie van?

N.a.v. een onderzoek op school over werkstress, werkdruk en werkplezier ben ik in gesprek met het managementteam en een van de onderzoekers over een goede balans. Werkdruk is er gewoon in het onderwijs. Maar... hoe houd je een goede balans waardoor het werkplezier, de flow, het bruisende enthousiasme blijft of in ieder geval gestimuleerd wordt? Dat is een kunst apart. Een vraag die we willen stellen aan de teamleden is: Waar krijg ik energie van?

In elke baan, bij elk werk, maar ook in alle dagelijkse gebeurtenissen zijn er dagen van plezier en enthousiasme en momenten dat je er geen zin in hebt of gewoon een dag niet lekker in je vel zit. Dat is niet meer dan normaal.
   Werken
Wanneer de druk op het werk hoog is, hoeft dit nog helemaal niet te betekenen dat je dan werkstress hebt. Werkdruk zijn vaak de dingen die (af) moeten binnen een bepaalde tijd. Rapporten, toetsen nakijken, invoeren en analyseren, groepsplannen maken, beleidsplannen schrijven, leerlingen voor een bepaald tijdstip moeten inschrijven, vervanging regelen. Het is normaal. Dit is een part of the job als je in het onderwijs werkt. In andere beroepen is dit net zo. Medicatie moet op tijd worden uitgedeeld in de verpleging, operaties moeten secuur worden gedaan bij specialisten, de preek moet af als dominee, de inkomsten moeten worden ingeboekt voor de accountant bij winkelketens en ga zo maar door. Dit is werk en hier worden we als werknemer voor betaald.
   Werkdruk
Toch is er in het onderwijs een hoop te doen om de werkdruk. En dit is voor een groot deel waar, voor een kleiner deel hoort dit bij werken. In het onderwijs werken is namelijk niet exact van 8.00-17.00u. maar er is wel veel vakantie waarin veel uren worden gecompenseerd.
Daarbij is het werk in het onderwijs in de afgelopen 30 jaar sterk veranderd. Vernieuwingen, verbeteringen, meer rendement halen, maar dat betekent ook dat er grotere eisen worden gesteld aan het werk van een onderwijsgevende. Neem nu alleen al het digitale tijdperk. Mijn werkstukken van de toen nog Pedagogische Academie maakte ik op een typmachine. Een fout werd verbeterd met typex en als ik meer dan drie fouten op een vel papier had ritste ik het hele blaadje eruit en begon opnieuw.
Ook inzichten in het verwerken van data vergt meer van een leerkracht. Data verzamelen, maar ook leren analyseren. Wat betekent dit voor mij, voor de leerling, voor de groep en voor mijn lesgeven.
De kennis is niet onbelangrijk, maar vaardigheden gaan een grotere rol spelen.
   Werkplezier
Het is de kunst om te zorgen dat je door de bomen het bos blijft zien. Gefocust blijven op de dingen waar je energie van krijgt. Een gave les, een leerling die na veel inspanningen iets begrijpt, een leerling die de spreekbeurt geeft of zomaar een fijn gesprek met een ouder die dankbaar is voor wat jij doet. Het is een hele gave intensieve baan. Een baan waarin je veel van jezelf kwijt kunt en samen met een groep leerlingen optrekt om te leren. Jezelf kietelen door een cursus te volgen waarbij je nieuwe dingen leert en merkt dat het werkt. Blijven ontwikkelen. Blijven meedenken. Blijven reflecteren op jezelf.
   Nieuwe energie
Mocht het enthousiasme wat zijn getemperd, dan komt nu de vraag: Waar krijg jij energie van? Wanneer ik deze vraag aan mezelf stel: Waar krijg ik energie van? Dan komen er bij mij verschillende dingen boven.
1. Er zijn dingen gelukt.
Dat kan zijn een gesprek met een leerkracht of een document dat af moet.
2. Ik heb iets bereikt.
Bijvoorbeeld een groeiende school, hogere opbrengsten, een leuk team.
3. Genieten van een moment.
Door de school lopend word ik blij van een leuke les, van lerende en ontdekkende kinderen.
4. Ik heb iets geleerd.
Tijdens een cursus of in de praktijk. Daar groei ik van.
5. Positieve omgeving.
Er samen voor willen gaan. Samen op zoek naar oplossingen en verbeteringen. Samen met leerkrachten, leerlingen en ouders.
6. Lichamelijk gezond.
Dat spreekt voor zich. Uitgerust en gezond zijn geeft energie.
7. Goed in mijn vel en op de goede plek zitten.
Twee verschillende dingen die veel met elkaar te maken hebben. Ik moet mezelf goed voelen en betekenisvol kunnen werken met de nodige capaciteiten. 
8. Iets doen wat ik leuk vind.
Dat is bijvoorbeeld de website van de school, waar ik veel plezier aan beleef om daar iets gaafs van te maken.

Dan ga ik met een tevreden gevoel naar huis, heb ik zin in nieuwe ontdekkingen, maak ik graag stappen, wil ik dingen ondernemen en bruis ik van de energie. De batterij is opgeladen, laat de energie maar stromen. Kom maar op!




zaterdag 14 januari 2017

#onderwijs365dagen


De overheid heeft een aantal jaren geleden de quote “Leerkracht, elke dag anders” de wereld in geroepen. Het beroep van leerkracht moest wat meer inhoud en status krijgen. Is het gelukt? Ik denk het niet, gezien het feit dat er nu een lerarenregister moet komen en een schoolleidersregister al in het leven is geroepen. Toch houdt deze slogan me wel bezig. Je bent iedere dag wel op één of andere manier met dit mooie vak bezig. Daarom heb ik me ten doel gesteld om het jaar 2017 dagelijks een tweet met maximaal 140 tekens eruit te doen over onderwijs. Een bijzonder moment. Onder het kernwoord #onderwijs365dagen – behalve de eerste reeks, ik moest er nog een beetje inkomen – zie je de Onderwijs#x (x = het nummer van de dag van het jaar). Elke dag één tweet, welke keus heb ik gemaakt?

Het jaar 2017 is nu twee weken oud. De eerste week was lekker rustig, want toen was het nog kerstvakantie. Al merkte ik dat ook toen de raderen draaiden. In mijn hoofd hield ik overzicht en waren de voorbereidingen bezig om na de vakantie er weer volop tegenaan te kunnen.

De tweede week gebeurden er verschillende zaken die de gelederen bezig hielden. En dat is goed, want daarom ben ik immers aangenomen als schoolleider. Het leiden van een school. Overzicht. Verschillende leerlingen. Personeel. Ouders. Groei. Veranderingen. Doelen. Ambities. Onderwijskundig. Deskundigheidsbevordering. Het goede voorbeeld. Noem maar op.

Ik ben inmiddels ruim 30 jaar in het onderwijs werkzaam en ruim 6 jaar als schoolleider. Vele dingen gezien, maar nog lang niet uitgeleerd.

Wanneer ik een jaar lang dagelijks een tweet verstuur, ontstaat een compleet overzicht. Dagelijks probeer ik een mooi moment uit het onderwijs te pakken, maar het kan ook een opvallende gebeurtenis zijn. Iets wat me bezighoudt, een verdrietig moment of iets om trots op te zijn. Een beknopte verzameling van onderwijsgebeurtenissen, waardoor een globaal beeld ontstaat wat er in het onderwijs allemaal speelt. Wat er op onze school speelt.

Waarom doe ik dit eigenlijk? Ik houd van schrijven en ik houd van onderwijs. Hoe mooi is het dan om deze zaken te combineren. Bloggen is iets dat ik al een aantal jaren doe. Soms wat meer, soms wat minder. Twitteren doe ik sinds mei 2009, toen mijn vriendin dit had ontdekt, was ik nieuwsgierig geworden en deed ik mee.

Mijn kwantatieve doelstelling dit jaar is een gemiddelde van 1 blog per week te halen, maar daar komt nu de dagelijkse onderwijstweet bij. 365 tweets dus met de zoekfunctie #onderwijs365dagen.

Mijn kwalitatieve ambitie is om de positieve kracht neer te zetten voor wat betreft het onderwijs. Er is zoveel te doen om werkdruk en werkstress. Het biedt kansen om hier een tegengeluid te geven. Ik ben hierdoor geïnspireerd door het Twitteraccount van Filosoof (@filosoof) en het Twitteraccount Wijsheid (@dromenbetekenis). Zo had Filosoof vandaag nog een mooie Tweet: “Droom en volg je passies. Laat dingen gebeuren. Wijzig je koers. Dit zal je naar je bestemming leiden. Daar kan ik over nadenken en van genieten. Ook mijn wekelijkse yogales hebben mij een rust gegeven, waarbij de balans weer terug is. Niet alle dagen 12 uur bezig zijn met onderwijs, maar het mag er wel zijn, want is boeiend, elke dag weer.

Hieronder de eerste veertien tweets van 2017 over die #onderwijs365dagen waar er iedere dag uiteraard meerdere dingen gebeuren. Immers onderwijs is iedere dag anders, gelukkig wel. Ik maak elke dag een keus wat ik in de 140 tekens wil laten zien over het onderwijs. Waar geniet ik van? Wat houdt mij bezig? Wat is opvallend? Wat is inspirerend? Vooral: Wat geeft positieve energie? Want dat hebben we nodig in deze drukke wereld.


Onderwijs#14 #onderwijs365dagen Zaterdag: Uitslapen. Er schiet me iets te binnen. Mail sturen naar mezelf om die zaken maandag op te pakken.
           

Onderwijs#13 #onderwijs365dagen Vrije dag. Kleine klusjes en regelingen
afhandelen. Voor de rest: Lekker vrij. O ja, even naar de fysio.



Onderwijs#12 #onderwijs365dagen Verslapen. Vervelend? Of genieten van een uitgeslapen gevoel. Fijn overleg over uitdagend onderwijs.


Onderwijs#12 #onderwijs365dagen MO: 8 directeuren, controller, bestuurder, managementassistente. Fijne sfeer. Goed overleg. Mooie ambities.


#Onderwijs365dagen Onderwijs#1 t/m Onderwijs#11 zijn geweest. Nog 354 te gaan. Wat speelt er? Wat wordt geleerd? Wat wordt ervaren/gezien?


Onderwijs#10 (van gisteren) Overleg met de TSO van de dependance. Mooi om zo meer over de zorg in beide organisaties te weten. Fijn contact.


Onderwijs#11 Overnemen van een kleutergroep is fijn om vooral dat verlegen kind eens goed te kunnen observeren en uit de tent te lokken.

Onderwijs#9 De eerste schooldag van 2017. Beste wensen. Versleep van meubels voor de schilder. Uitgerust. Nieuwe leerlingen. Mooi begin

Onderwijs#8 Geestelijk voorbereiden op de eerste werkweek van 2017. Wat moet? Wat mag? Wat kan? Wat wil ik deze week bereiken?

Onderwijs#7 Eerste interne memo van dit kalenderjaar 2017 verzonden aan de collega's. Opwarmertje voor een fris nieuw jaar. We gaan ervoor!

Onderwijs#6 Het blijft een vak wat mij dagelijks bezighoudt. Meestal in positieve zin: http://hanneke63.blogspot.nl/2017/01/mijn-moment-in-het-onderwijs.html?m=1 …

Onderwijs#5 #Kerstvakantie. Stukje fietsen. Langzaam weer op gang komen om maandag weer volledig fit aan de slag te kunnen. 

Onderwijs#4 Het is nog steeds #kerstvakantie. Een bezoekje aan mijn hoogbejaarde ouders (91 en 93) is heel gezellig en nuttig.

#onderwijs3 Er komen advertenties voorbij. Nieuwsgierig als altijd. Lezen. Wat ga ik ermee doen? Is de tijd rijp? Durf ik? Doe ik het?

#onderwijs2 (2/1/2017) Het maandelijkse alarm is geweest. Straatvegers ruimen rommel op. Ik draai me nog een keer om. #kerstvakantie

Onderwijs #1 (1/1/2017) De rust is weer gekeerd. Kerstvakantie houdt nog een week aan. Mmmm.

zaterdag 17 december 2016

Een leven lang leren.

Het weekend is voor onderwijsmensen een tijd van ontspanning, maar ook een tijd van bezinning. Heb ik de afgelopen tijd de goede dingen gedaan. Wat ging goed? Wat kan beter? Een terugblik en een vooruitblik. Nadenken over de toekomst. Wat willen we dat leerlingen leren? Die cyclus blijft zich herhalen en zo blijven ook volwassenen voortdurend leren. Zo ook met de Wet Werk en Zekerheid, die nu wat lucht heeft gebracht in het onderwijs, maar geen doekje voor het bloeden mag zijn. Waar is de structurele oplossing?

Afgelopen week kwam het semi-verlossende woord om toch de komende drie maanden, de maanden waarin de meeste griepverschijnselen zich openbaren - wij hebben de eerste griepgolf al gehad, maar goed -, de Wet Werk en Zekerheid op te schorten voor de griepgevallen van maximaal twee weken.
Moeten we hier blij mee zijn? In ieder geval wel even voor nu, maar hoe gaan we straks verder? Is dit een zoethoudertje voor nu? Is dit een ad hoc beslissing om de gemoederen te bedaren? En hoe straks verder?
Werkend in een krimpend bestuur met vijf personeelsleden in een tijdelijke schil die voortdurend worden ingezet voor invalwerkzaamheden, is het niet mogelijk dit aantal door deze nieuwe wet te vergroten. Niet wenselijk, wil je dit bestuur gezond houden. Met krimp-  en groeischolen en enkele scholen die stabiliseren is het goed inschatten wat wel en niet mogelijk is. Daarbij komt nog dat de ene invaller wel geschikt is voor een vaste baan binnen een team en de ander niet.
Natuurlijk is het goed om invallers een kans te geven. Toch denk ik dat een wet als deze juist averechts gaat werken. Waarom?
Een school belt vaak de vaste invallers die goed bevallen en die de school kent. Andersom is het voor de invallers fijn om op een school te werken waar zij al bekend zijn. Voor groepen is het fijn om te weten dat meester X of juf Y weer komt, want die is bekend. Juist deze mensen bouwen een band op met school en leerlingen. De school weet goed wat het in huis heeft.
Nu dat steeds iemand anders is, gaat dit ten koste van het onderwijs. Het worden steeds meer dagen van 'bezig houden' i.p.v. dat de lessen gewoon goed worden gegeven. En de vaste leraar mag na zijn/haar ziekte gaan 'puin ruimen' en de noodzakelijke dingen weer oppakken, die zijn blijven liggen, want die doet een invaller niet.
De Wet Werk en Zekerheid biedt kansen, maar nog meer bedreigingen. Het is niet goed voor het onderwijs. En de inspectie heeft er geen boodschap aan als een leerkracht vervangen moet worden of er zijn andere omstandigheden waarop bepaalde kwaliteit niet voldoet. Dus wat dan?
Ten eerste: Zorg allereerst voor het terugdraaien van deze wet voor het bijzonder onderwijs. Openbaar onderwijs heeft al geen probleem, want daarvoor geldt het niet. Op zich al vreemd.
Ten tweede zal er goed bekeken moeten worden wat echt bijdraagt aan goed onderwijs. En welke administratie is daar nu wel of niet precies voor nodig.
Ten derde zal er meer geïnvesteerd moeten worden in het vak leraar, als het lerarentekort gaat doorzetten. Investeren in
1. meer handen van onderwijsassistenten,
2. werkdrukvermindering*(1 ,
3. nog betere arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld geld voor deskundigheidsbevordering staat nu op 500 euro per jaar per fulltimer, is rijkelijk weinig; maar ook de aanschaf van materialen voor de groep, luchtkwaliteit, ...),
4. conciërges of ander personeel dat kan kopiëren, koffie zetten, etc.
5. gymnastiekbevoegdheid in het PABO-diploma, waardoor de druk minder is tijdens de eerste jaren,
6. ruimere financiële middelen om goed mee te kunnen ontwikkelen in een digitale maatschappij (scholen lopen vaak achter de feiten aan),
7. ruimere middelen voor het realiseren van verandering binnen de school (bijvoorbeeld een andere richting, nieuwe methodes,
8. ruimere middelen ten aanzien van meubilair (mag 1x per 20 jaar vervangen worden).
Ten vierde zal het vak zelf zijn aanzien meer terug moeten krijgen. De professional draagt aan, adviseert en bepaalt. De ouders zullen hierin een meer luisterende houding moeten aannemen. Een school zal altijd het beste voorhebben met de leerling en samen bereik je nu eenmaal meer.
9.Werkdrukvermindering door bijvoorbeeld het aantal lessentaken te verlagen en ook goed in te schalen hoe het met extra taken is geregeld.
10. gelijke salariëring van PO en VO.

Kortom, er is nog werk aan de winkel binnen het onderwijs en niet alleen met de wet werk en zekerheid, er staat nog meer op stapel. Welke minister en welke staatssecretaris durft de uitdaging aan na 15 maart 2017?

Het wordt opnieuw weer maandag en gaan we vol enthousiasme naar de school waar het gebeurt, naar het onderwijs dat zo hard nodig is en naar een wereld voor lerende mensen: Van klein tot groot, van jong tot oud, van onervaren tot ervaren, van arm tot rijk, en in alle variëteiten van culturen. Wat een boeiende wereld.

zaterdag 21 november 2015

De werkdruk van de leerkracht wordt steeds groter

Een denkbeeldige 40-urige werkweek (nieuwe CAO) helpt weinig aan het verlagen van de werkdruk, het werk moet immers af. Als er om 17.00u. een ouder staat of je les ligt niet klaar voor morgen, kun je echt niet naar huis. Hoe houdt de leerkracht het vol?

Het programma “De Monitor” kwam met een oproep van een leerkracht die een signaal wilde afgeven over de werkdruk van leerkrachten. Een heel terecht signaal, welke ik als leidinggevende van een basisschool graag wil bevestigen en verder toelichten en tevens benadrukken dat de maat vol is. Ook als noodoproep naar het ministerie van onderwijs, minister Dekker en staatssecretaris Bussemaker, maar wellicht ook richting PORaad, inspectie, leerKRACHT,  en alle andere goedbedoelde instanties.
Een heel goed signaal van deze lerares/leerkracht om dit bij “De Monitor” aan te kaarten.
Als directeur van een basisschool zie ook ik een steeds grotere druk ontstaan bij onze leerkrachten vanuit ouders en eisen van leerkrachten in het algemeen.
Nadenkend over dit fenomeen, denk ik aan de volgende oorzaken/feiten.

1. Transparantie in het algemeen
A. Er moet voortdurend worden gecommuniceerd vanuit de school naar ouders hoe het gaat met hun kind (en) en waarom bepaalde zaken op die manier worden gedaan. Dit kost veel (kostbare) tijd. Denk aan beantwoorden e-mail, terwijl ik leerkrachten aanraad om zo veel mogelijk telefonisch of face to face te bespreken. Ouders willen zelfs een platform.
Naast wat ze over hun kind willen weten en bespreken, zijn er uiteraard ook de nieuwsbrieven, website, onderwijskundige nieuwbrief ed. De inspectie controleert hierop. Dit laatste ligt iets minder bij de leerkracht, al zijn zij wel verantwoordelijk voor hun eigen pagina op de website.
B. Leerkrachten moeten laten zien wat ze kunnen aan de directie. N.a.v.  flitsbezoeken en klassenbezoeken worden er gesprekken gevoerd.
C. Leerkrachten leggen verantwoording af aan de IB-er(s) door met hen in gesprek te gaan welke acties voor welke leerlingen de goede effecten hebben, maar ook hoe het kan dat een bepaalde werkwijze niet geschikt is voor een ander kind. Samen zoeken zij naar oplossingen.
D. Er moet voortdurend verantwoording worden afgelegd aan externe partijen: (dit is voor het grootste gedeelte de verantwoording van de directie)
- inspectie(schoolplan, vragenlijsten, schoolgidsen, resultaten, etc.), ministerie, scholen op de kaart
- samenwerkingsverband (welke doorvraagt en doorvraagt wat de school zelf nog kan als er een probleem wordt geconstateerd)
- bestuur

2. Ouders vragen veel gesprekstijd van leerkrachten. 
Hun kind (eren) is (zijn) een prinsje(s) of (/en) prinsesje(s) en zij staan in het middelpunt, hen mag niets ontbreken. Te pas en te onpas wordt om gesprek gevraagd. Sommige ouders hebben dit schooljaar (10 weken bezig) al 4 gesprekken gehad van anderhalf uur. Waar is de grens? Wat kan een leerkracht nog wel en wat niet meer?
Wij hebben in ons systeem aan het begin van het schooljaar een oudervertelgesprek. Twee keer per jaar zijn er rapportgesprekken. Bij de twee inloopmomenten kan er nog een afspraak worden gemaakt. Daarbuiten is het ook mogelijk om een afspraak te maken. En bij die laatste mogelijkheid loopt het nog weleens de spuigaten uit.

3. Aandacht en inzet voor de leerlingen de groep.
Het is goed om in verschillende niveaus te werken. Elke leerkracht doet dit in minimaal 3 niveaus op onze school en daarbij zullen ook nog wat extra leerlingen (bij wijze van uitzondering) daarbuiten een individueel plan (denk aan de arrangementen, de tegenwoordige aangepaste en uitgeklede rugzak) hebben. Individueel voor elke leerling is niet haalbaar en bovendien niet gewenst. Leerlingen kunnen zich binnen een subgroep aan elkaar optrekken en ze zullen moeten leren hoe het werkt in een groep (net als later in een team of op een afdeling).
Een ander verhaal wordt het, wanneer een leerkracht te maken heeft met een combinatiegroep.

4. Leer- en gedragsproblematiek neemt toe met passend onderwijs.
De groepen worden ingewikkelder en sommige groepen ook groter. De eisen waar een leerkracht aan moet voldoen wordt ook groter, de werkdruk hoger en het werk voor een groep vaak minder leuk hierdoor. Dat er nog zoveel mensen in het onderwijs werken is bijzonder. Er moeten vele ballen in de lucht worden gehouden. Werken in niveaus, extra hulp binnen  de les, waardoor nakijkwerk voor na de les blijft liggen en met ogen in je achterhoofd de klas in de gaten houden, waarbij leerlingen verwacht worden zelfstandig aan de slag te gaan.

5. Inspectie heeft negatieve invloed gehad (dit tij is enigszins gekeerd met het nieuwe toezichtskader) in het kader van de afrekening van slechte Citoresultaten. Cito's zijn slechts een klein onderdeel van wat gemeten wordt over wat je doet op een basisschool. 
Binnen een jaar van (zeer) zwak naar basisarrangement is daarin ook een onmogelijkheid. Welke goocheltruc gaat men dan uit de kast halen? Cito's oefenen, fraude, voorlezen, hulp bieden, ....

6. Financieel is het onderwijs uitgekleed.
Denk bijvoorbeeld maar aan voorzieningen als ict (loopt altijd achter de feiten aan en computers en digiborden of touchscreens zijn heel duur) of hetontbreken van een concierge (alles zelf kopieren, koelkast en was zelf doen, meubels sjouwen bijverplaatsen klas, schoonmaak 2x per jaar, soms zelf materiaal kopen...).

7. Nieuwe CAO met 40-urige werkweek
De nieuwe cao geeft inzicht in de tijd die men kwijt is. Een grote misser is de zogenaamde opslagfactor van 40% (hieronder vallen lesvoorbereidingen, nakijkwerk, oudergesprekken, vergaderingen, maken van groepsoverzichten en groepsplannen, bijhouden van administratie zoals absenten en dossiervorming, lezen van verslagen, overleg intern begeleiding, rapporten maken, etc.) nooit toereikend is voor de gemiddelde leerkracht.

8. Weer een nieuwe richting (onderwijs2032),
Een nieuwe richting kan goed zijn om het onderwijs te verbeteren. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe richtingen ingeslagen. Een nieuwe richting betekent dat er weer een verandering van denken wordt gevraagd van leerkrachten. Betekent weer een andere koers varen. Betekent ook extra energie.

9. Schoonmaakmomenten en klaslokaal inrichten/opruimen
Ooit weleens meegemaakt dat een medewerker van een kantoor 2x per jaar moet helpen soppen? Dat gebeurt op scholen wel. De reguliere schoonmaak maakt de vloeren, de toiletten, de bovenkant van tafels en kasten schoon en dan houdt het een beetje op. Samen met ouders wordt er 2x per een schoonmaakmoment georganiseerd.
Ook jouw werkplek is jouw verantwoordelijkheid. Voordat de school start na de zomervakantie heeft de leerkracht zijn klas al moeten inrichten, schriften schrijven, tafels slepen, naamkaartjes maken en noem maar op. Dat zit voor een deel in de 40-urige werkweek. De meeste leerkrachten zullen het hiermee niet halen. Ook halverwege een jaar worden de groepen nogal eens anders ingericht, kasten handiger ingedeeld of anderszins.

10. Deskundigheidsbevordering
Iedere leerkracht moet de deskundigheidsbevordering inzichtelijk maken. Goed om dit bij te houden. Vakliteratuur lezen, een cursus of zelfs een zwaardere studie volgen. De meeste tijd zit niet meer in die 40 uur hoor. Dat lukt vaak niet, want die tijd is al op.


Ik kan nog meer dingen noemen, maar dit zijn mijns inziens de belangrijkste.
Het is goed om dit onder de aandacht te brengen. Erg goed zelfs. Roep het uit naar het ministerie van onderwijs! De grens is niet alleen bereikt maar ook overschreden. Als schoolleider van een school met ruim 200 leerlingen is het zwaar (met 1x per 2 weken een administratief medewerker, zonder conciërge, telefoon aannemen, ouders te woord staan, taken zijn inclusief het werk van ictcoördinator, werkzaam 4,5 dag), maar ook als leerkracht is het zwaar en moet men alle zeilen bijzetten om aan alle eisen te kunnen voldoen. Petje af voor deze hardwerkende mensen, die willen gaan voor iedere leerling, ieder kind. Ieder kind is een bijzonder kind. Hoe zou u zich voelen als alle energie uit je wordt getrokken als u het onvermogen voelt om daaraan net niet te kunnen voldoen?
Je moet er met elkaar voor gaan en het met doen. Elkaar op de been houden. Elkaar inspireren, in de flow brengen en net dat tandje harder willen en kunnen lopen. Enthousiasmeren.
Uitval (een griepje bijvoorbeeld) betekent stilstaan en eigenlijk kan dat niet. Uitval van een intern begeleider(=zorgcoördinator) binnen de school (zoals onze school nu voor de tweede keer in vijf jaar tijd doormaakt voor een periode langer dan een jaar) is schadelijk voor de organisatie. Maar daar houdt ministerie en inspectie geen rekening mee. Je moet dit gewoon kunnen opvangen. Zwangerschappen van leerkrachten die 4 maanden uit de groep stappen? Als school moet je die zaken maar opvangen, laat staan als leerkracht, terugkomen is voor de volle 100% weer aan de bak. Een kleintje of niet.

Toch is het beroep leerkracht, intern begeleider en schoolleider in het basisonderwijs boeiend en inspirerend. Het gaat om de leerlingen die je wilt laten groeien. Leerlingen die leren leren, leren ontdekken, ondernemen, leren samenwerken, filosoferen en leren belangrijke stappen te maken, die je als leerkracht verder brengt in hun cognitieve en sociale ontwikkeling en sterk maakt om straks deel te kunnen nemen aan de maatschappij . Wat is het een mooi beroep. Voorlopig ga ik er nog voor!



zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

donderdag 28 februari 2013

De terminologie van Passend Onderwijs

Passens Onderwijs heeft veel voeten in de aarde. Een hoop verschuivingen, heel veel nieuwe onderwijskundige terminologie en een snufje bezuinigingen. Dat alles samen heet Passend Onderwijs. Een structurele wijziging in het benaderen van het kind.

Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.

Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?

Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.




zaterdag 19 januari 2013

CITO en kwaliteit

De inspectie controleert een aantal CITOscores en de eindscore van groep 8. Daarop wordt een school beoordeeld of hij goed, matig of zelfs zwak is. Een zwakke school kan jhet schudden, want die krijgt extra toezicht. Is dat wel terecht? Een school beoordelen op de CITOscores?

Het is weer januari en de CITOtoetsen(de Midden versie) vliegen weer om onze oren, of eigenlijk om de oren van de leerlingen. De CITOeindtoets voor groep 8 volgt begin februari.
De CITO beoordeelt een aantal zaken. De kennis van taal, rekenen, begrijpend lezen en spelling. In de CITOeindtoets van groep 8 zit ook nog een deel informatieverwerking. Is hiermee een school in kaart gebracht? Voor de inspecteur zijn dit de belangrijkste cijfers.
Minstens zo belangrijk is, of kinderen met plezier naar school gaan. Voelen kinderen zich veilig? Hoe er wordt omgegaan met ongewenst gedrag. Worden kinderen die anders zijn geaccepteerd? Hoe wordt omgegaan met sociale vaardigheden? Worden kinderen gestimuleerd om zelfstandig te worden? Kunnen kinderen presenteren? Kunnen kinderen een goed verhaal op paier zetten? Hoe worden kinderen die opvallen extra begeleid? Welk taalgebruik wordt gehanteerd op school? Krijgen kinderen daadwerkelijk waar ze behoefte aan hebben?
Het zijn allemaal belangrijke items waarmee het rugzakje van een kind gevuld wordt en waarom een basisschool zich ook basisschool mag noemen. Dat is natuurlijk wel meer dan alleen de cijfers van de CITO. 
Nu kijkt de inspectie ook naar de zorgtaken binnen een school, het pedagogisch klimaat wordt meegewogen, en zo zijn er nog een aantal criteria waaraan een breed schoolonderzoek onderworpen wordt. Toch zijn de opbrengsten tussendoor en ook die van groep 8 wel doorslaggevend. Dat is niet geheel terecht.
Waarom niet? Allereerst vanwege de bovenstaande vaardigheden die kinderen ook behoren mee te krijgen als basis. Het heet niet voor niets basisschool. Maar ook omdat een deel geografisch bepaald is. Een school kan een langdurig zieke leerkracht hebben, waardoor het leerrendement stagneert. Er zijn scholen die zullen frauderen, waardoor eerlijke scholen er nog beroerder uitkomen. Als een schooljaar later begint scoort jouw groep (met name groep 3 is hierin vaak de pineut met het aanleren van de letter "f").
Wie bepaalt de norm van een CITOtoets? Heeft CITO de (onderwijs)macht in handen? Moet er echt getraind worden op CITOtoetsen?
Let wel, ik vind er niets mis met het toetsen om te bekijken wat de behaalde score is. Waar stonden we en wat hebben we bereikt.
Maar om scholen die hun stinkende best doen af te rekenen op cijfers en niet alle andere belangrijke zaken mee te nemen, vind ik een kwalijke zaak.
Het wordt tijd dat de aandacht weer terug gaat naar Het Kind. Hoe ontwikkelt dit kind zich, op deze school, bij deze leerkracht en in deze groep? Daar draait het om: het kind!

vrijdag 11 januari 2013

De leerkracht heeft kracht!

Kracht doet denken aan energie. Denk maar aan spierkracht, paardekracht of windkracht. Wat te denken van de zwaartekracht, die ons aantrekt tot de aarde? Maar wat betekent dan een leerkracht?

Het woord kracht straalt iets uit. Iets sterks en energieks. Een bepaalde aantrekking en sterkte van iets komt hiermee tot uitdrukking.
In het onderwijs is een bepaalde mate van denkkracht en daadkracht nodig om goed te functioneren. Naast alle andere competenties natuurlijk, maar er zijn krachten nodig. Pure kracht. Kun je dit ook allemaal op eigen kracht? Kun je als leerkracht in je kracht staan? 
Als leerkracht moet je wel in de kracht van je leven staan. Je moet er voor de volle 100% zijn, anders is het echt een zwaar beroep. Energiek, fit en jezelf goed verzorgen houd je zelf in die kracht.
Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht. In een team is samenwerking belangrijk. Samen kun je meer bereiken, dan als je elkaar tegenwerkt. Leerkrachten in een school vormen een team en bundelen hun krachten. Want iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, zijn eigen kunsten en zijn eigen krachten. Die krachten samen zijn een mooi geheel in de school, waarin een team staat voor elkaar.
Kracht naar kruis. Een bijzondere uitspraak. Krijgt iedereen kracht naar kruis? Zorgt God ervoor dat ieder krijgt wat nog te dragen is? Dit vind ik wel een moeilijke. Het lijkt of de een toch meer te verwerken krijgt dan de ander. Bij de een komen meer ongelukjes voor, zijn meer ziektes in de familie, zijn meer problemen of minder werkmogelijkheden. Of hebben deze mensen minder kracht? Zijn ze minder krachtig? Meestal zie je het tegenovergestelde. Iemand die iets meemaakt wordt er sterker van.
In de Engelse taal zijn er vele vertalingen voor het Nederlandse kracht, misschien just omdat er in het Nederlands zoveel betekenissen zijn. Denk aan power, energy, resource, strength, force. Als je het over een enthousiaste leerkracht hebt, denk ik toch het meest aan power en energy. 
Het woord leerkracht bevat ook kracht. Het mooie hiervan is, dat deze kracht natuurlijk gewoon werknemer of arbeidskracht betekent, maar een tweede betekenis of misschien wel een derde er gratis bij kan krijgen. Een leerkracht moet namelijk wel genoeg energie bezitten om voor de klas te kunnen staan. De leerkracht heeft een bepaalde capaciteit,  met zijn invloed geeft hij daadkrachtige en scherpzinnige lessen. Zijn werklust heeft een bepaalde intensiteit waarin de zwaarte van het beroep zich uit in de dynamiek, maar getuigt van moed om dit beroep uit te oefenen.
Met terugwerkende kracht zou de leerkracht meer moeten verdienen. 
De leerkracht heeft een fysiek vermogen met een ruggengraat. 
Wie wil beweren dat een leerkracht het makkelijk heeft met zoveel vakantie? Dan heeft de leerkracht tijd om te ontspannen, relaxen, uitrusten, herstellen en op adem komen. Oftewel, op krachten komen. Zo heeft de leerkracht weer genoeg kracht om de denk- en daadkracht weer toe te passen in zijn handelen met de kinderen, waarbij de kracht, de energie, de sterkte wordt doorgegeven. Zo kunnen kinderen krachtig worden om straks op eigen benen te staan.
Kort en krachtig: De leerkracht heeft kracht!

donderdag 3 januari 2013

Bijzondere mensen 3: Collega's


Collega's zie je een groot deel van de dag. Met de een kun je overweg, met de ander niet. Professioneel gezien moet je met iedereen kunnen samenwerken. Lukt dat?

Collega's zijn belangrijk. Je deelt een groot deel van de dag met hen, misschien met sommige meer dan met menig gezins- of familielid. Dan is het toch erg mooi als het klikt of je in ieder geval een goede samenwerking kunt opbouwen.

In mijn schoolloopbaan zijn er verschillende collega's die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan mijn eigen ontwikkeling. Zo stond de directeur van mijn allereerste school ineens bij mij voor de deur om me welkom te heten. Met hem heb ik enkele groepen gedeeld als hij een ambulante dag had. In de begintijd had een directeur maar een dag ambulante tijd om de schoolse zaken te regelen. Hij was een geboren verteller en hield veel van geschiedenis. Hij stond altijd heel relaxed voor een hele aula vol ouders. 
Later had ik op deze school verschillende duopartners, omdat ik parttime ging werken. Een wat oudere vrouw is mij bijgebleven. Altijd positief, onopvallend, zachtaardig en opgewekt en vol bewondering wat collega's presteerden. Het gaf andere een stimulans.
Op een andere school had ik twee fijne ICTcollega's. Daarmee deelden we allerlei ICTweetjes, hadden we regelmatig overleg en stippelden we weer nieuwe lijnen uit. Ook hier leer je van elkaar. Je wordt nieuwsgierig naar nieuwe dingen.
Van verschillende duopartners leer je verschillende manieren van lesgeven of het leggen van accenten. Lesgeven kan een andere invalshoek krijgen. Verschillende leerkrachten geven verschillende instructies. Een goede leerkracht weet een kind zo ver te krijgen dat deze verder groeit, ontwikkelt en zijn zelfstandigheid stimuleert.
Van verschillende IBcollega's leerde ik veel door te doen en door te overleggen hoe het gaat binnen de zorg. Verschillende overlegvormen geven inzicht in de externe contacten. Met andere deskundigen praten over bepaalde zorgen in de school, kom je verder.
Als IB-er sta je dicht bij andere IB-ers en bij directeuren. Ook daarin heb ik mogen meekijken, ervaren, meepraten met pilots, veranderingen in gang brengen door verschillende studies, het bijwonen van conferenties. Ik heb bijzondere ervaringen opgedaan en zelfs ook lief en leed kunnen delen.
Liever noem ik hier geen namen, al zitten ze bij mij wel in mijn hoofd en denk ik, dat diegenen om wie het gaat, dit ook weten. Ze brengen iets in beweging.  Ze laten je mooie dingen zien en ervaren, ze praten MET je in plaats van OVER je.


Allemaal mooi hoe mensen en dus ook ik, kunnen worden beïnvloed door collega's. Meebewegen in het hart van een school als leerkracht, IB-er, ICT-er en nu als schoolleider.
Als het daarbij ook nog eens klikt, kan dat mooi meegenomen zijn, je werkt immers prettig samen. Het kan ook lastig zijn. Durf je wel alles te zeggen als een collega je na aan het hart ligt?Je blijft immers onderdeel van dat hele team. 
Nu als directeur staan alle beoordelingsgesprekken in de planning. Dan is een goede professionele houding gevraagd. Van zowel de leerkracht als de schoolleider. Je moet dan de duim omhoog kunnen steken op momenten dat je ergens trots op bent of als iets goed gaat. Je moet ook kunnen aangeven waar het een volgende keer beter kan en leerkrachten kunnen begeleiden en hen vertrouwen geven dat het inderdaad goed komt.

Het is en blijft een prachtig beroep om in te werken: Dingen voor elkaar krijgen, een plan trekken, bijsturen samen met collega's, je blijven ontwikkelen, nieuwsgierigheid bevredigen door verder te kijken, luisteren naar elkaar en goed communiceren.

Het werk in het onderwijs kun je niet alleen. Daarom zijn die collega's zo belangrijk. Natuurlijk ligt de een je beter dan de ander. Dat geeft niet. Zorg dat je respect toont. Iedereen is gelijk. Vertrouwen en samen bouwen. Vooral samen, je leert zo ontzettend veel van elkaar door naar elkaar te gaan kijken in de klas, door samen te overleggen, door samen zorgen te delen (bijvoorbeeld tijdens intervisiemomenten). Samen ben je een team!