On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label scores. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scores. Alle posts tonen

zondag 31 januari 2016

Een toets is een bron voor meer informatie.

Januari. Het is de maand van de M-versies van de Cito-toetsen. De halfjaarlijkse check hoe de leerontwikkeling van de leerlingen ervoor staat en hoe leerkrachten onderwijs hebben gegeven.
Hoe zwaar moeten we de uitslagen van de toetsen nemen? Doen we dan recht aan ieder kind, aan iedere leerkracht en dus aan elke school?

Het blijft een ingewikkelde discussie. Toetsresultaten zijn belangrijk om de ontwikkeling van leerlingen te kunnen volgen. Goed kunnen analyseren welke doelen zijn behaald en welke actie we in het komende half jaar kunnen uitvoeren. Welke onderwijsbehoefte heeft deze leerling? Wat heeft hij van de leerkracht nodig? Wat heeft hij van zijn omgeving (klasgenoten, ouders, oppas,...) nodig? Hoe helpen we deze leerling verder, maar vooral hoe blijft deze leerling leren en ontwikkelen?
Ook de inspectie heeft een andere draai gegeven aan de inspectiebezoeken en een veranderd toetsingskader ontwikkeld. Het draait niet alleen om de onderwijsresultaten, maar om de school als geheel. Daarbij horen ook de kwaliteitscylus(planmatigheid), het onderwijsproces(didactisch klimaat), het schoolklimaat(pedagogisch klimaat) en het financiele beheer. Zelfevaluatie is daarbij van groot belang. Reflecteren met andere scholen.
Ondanks deze verandering, moet mij toch iets van het hart. De resultaten, die meetbaar zijn, blijven belangrijk. Deels ben ik het eens dat resultaten voor een groot deel te maken hebben de competenties van de leerkracht, de intern begeleider en de schoolleider. Om nu een klassengemiddelde wat ondermaats scoort hierop af te rekenen vind ik wat kort door de bocht. Het is altijd belangrijk om de waardes van de scoresgoed in kaart te brengen. Waar komt een groep en een individuele leerling vandaan, watis ermee gedaan, en hoe is het tot dat punt gekomen?
Al die regels van bijvoorbeeld een leerling die minder dan 2 jaar in Nederland verblijft, dyslexie heeft, een ontwikkelingsperspectief heeft of andere omstandigheden moeten we mijns inziens niet te strak in een keurslijf gieten. Bekijk waar een school mee bezig is, welke ontwikkelingen er zijn gemaakt en ga dan in gesprek hoe het wellicht anders kan. Laat die wijzende vinger nu eens wijzen naar de goede dingen en geef een school tijd en kans om zich te verbeteren.
Een minder goede leerkracht kun je ook niet ineens op straat zetten. Een zwangere of een zieke leerkracht moet vervangen worden. Van invallers kun je niet alle opvang verwachten en zeker niet ook nog eens de taken die vrij zijn gevallen. In zo'n periode staat de onderwijsontwikkeling stil. Dat geldt ook voor veel wisselingen of groei- of krimpscholen, die te maken hebben met zaken die moeten worden opgevangen.
Het is een goede ontwikkeling om ook het schoolklimaat net zo belangrijk in te schalen als de resultaten. Zorgelijk is wel dat nu alles voldoende moet zijn. En zo niet, wat dan?
Wat gebeurt er nu met de Citotoetsen? Leerkrachten gaan van te voren bekijken wat er gevraagd wordt en gaan zo bepaalde leesvaardigheden en aanpakken aanleren, die in de toets worden gevraagd. Met als gevolg dat de normeringen weer worden aangepast en zo blijven we achter de feiten aan lopen. Het klopt niet.
Dat scholen geinspecteerd worden lijkt me een goede zaak. Het gaat immers om de jonge mensen van de toekomst. Bekijk en check ook hoe zaken worden bereikt, wat de populatie meebrengt, hoeveel zorgleerlingen een groep telt, en zo zijn er vele facetten die een andere invalshoek geven. Geen excuus, maar in kaart brengen van een situatie. 
Ook de professionaliteit van de leerkracht is belangrijk. Onderwijs is in beweging en je vak bijhouden is goed voor jezelf en voor de leerling.
De Cito-toetsen zijn echter een bron van meer informatie om de school in kaart te brengen. Informatie over de leerling, de leerkracht, het onderwijs en hoe de school het op het gebied van resultaten doet. Daar moet op worden geacteerd. Dat is prima. Zorg wel dat de drive van een school, de flow van de leerkracht, de kracht van de intern begeleider en het enthousiasme van de directeur gestimuleerd blijft en ze door kunnen gaan met hun boeiende vak onderwijs. Het zou zonde zijn als dit ten koste gaat van het pedagogische klimaat. Leerkrachten hebben uit passie hun beroep gekozen. Geef ze de ruimte.

zondag 23 maart 2014

Onderwijsbehoefte en metingen

In de onderwijsontwikkelingen wordt veel gesproken over de organisatie, de samenwerkingswerkingsverbanden, passen onderwijs, handelingsgericht werken en alle mensen die hiermee te maken hebben. Laten we echter een ding niet uit het oog verliezen: Het kind zelf. En vooral: Wat heeft dit kind nodig?

Het begint al op de dag van de geboorte. Het kind is op de wereld. De mensen er omheen vragen zich af: Wat heeft dit kind nodig? Drinken, een schone luier, een bad of gewoon even lekker knuffelen bij papa of mama.
De behoefte van een kind wordt steeds groter en complexer. Van alleen melk drinken wordt de behoefte aan bepaald eten groter, maar ook qua ontwikkeling worden zijn uitdagingen groter. Daarnaast wordt ook zijn eigen autonomie verder ontwikkeld. Het breidt zich steeds verder uit.
Op de basisschool komt een kind als vierjarige binnen. Wat heeft zo'n kind nodig? Aandacht van de juf, veiligheid en vertrouwd raken met de omgeving, het gevoel hebben dat zijn vader en moeder hem weer op komen halen, het idee hebben dat het iets kan, maar ook uitgedaagd worden tot een kind dat zich verder ontwikkeld. Daarbij zijn ook de vriendjes belangrijk en moeten ze leren samenwerken, leren samen te spelen, leren ruzie te maken en weer op te lossen. Het kind komt met een heleboel facetten in aanraking en maakt zich klaar voor de grote wereld van straks waarin hij zelf zijn eten kan maken, zelf geld kan verdienen, zelf ontdekkingen doen en zelf keuzes maken. 
Dat kind wordt door zijn omgeving daarin begeleid.
Nu willen we natuurlijk het onderste uit de kan en het beste voor ieder kind. Logisch. Hoe zorgen we in Nederland ervoor dat ieder kind het beste krijgt? De grote vraag is: Hoe kunnen we dat meetbaar maken?
Verwoede pogingen tot kwaliteitsverbeteringen hebben geleid tot aanzienlijke resultaten enerzijds, maar tot krampachtige cijfermatige en beoordelende rapporten anderszijds. Er zijn bepaalde dingen te meten. De vooruitgang die leerlingen maken. Dat is mooi. Andere dingen zijn veel moeilijker te meten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat.
De Nederlandse overheid is bezig om bepaalde metingen te gebruiken als beoordeling voor de kwaliteit van de school die zijn boekje te buiten gaat.
De Cito Eindtoets van groep 8 is zoiets. De score van die eindtoets bepaald of een school een goede kwaliteit heeft. Ooit is de Citotoets bedoeld geweest om te bekijken wat leerlingen hebben geleerd en hoe we zaken wellicht anders kunnen doen. Nu wordt diezelfde toets als meetinstrument gebruikt om de kwaliteit van een school te meten. Wanneer gaat we in Nederland begrijpen dat we verkeerd bezig zijn?
Citotoetsen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in welke leerdoelen behaald zijn en waar we kunnen bijstellen. De vaardigheidsscores van leerlingen staan hierbij centraal. Natuurlijk kan het de ene keer eens lager zijn en de andere keer wat hoger. Zaak is om er dan een analyse op los te laten hoe dit komt. Vervolgens te bekijken welke actie er moet volgen om ander en beter onderwijs te bieden. Dat onderwijs is belangrijk. De leerkracht doet ertoe. De intern beleider doet ertoe. De directeur doet ertoe. Met elkaar kijken naar het kind is een uitdaging die niet in cijfertjes is te omschrijven, laat staan te beoordelen. Samen zetten we het kind centraal en kijken wat dit kind nodig heeft in deze groep, bij deze klasgenootjes, bij deze leerkracht, op deze school en bij deze ouders. Daar moet op geacteerd worden.
Zoals een collega-directeur laatst zei: Je wilt geen enkel kind, om welke reden dan ook, moeten uitvinken bij de Cito van groep 8. Iedereen telt mee en ieder kind mag zich ontwikkelen zoals hij of zij is. Wij moeten als Nederland zorgen voor optimale omstandigheden op alle vlakken. Zodat naast rekenen en taal ook sociaal emotioneel een kind goed in hun vel zit en klaar is voor de grote wereld.




zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld.