N.a.v. een tweet met de hashtag #blimageNL van @fransdroog hieronder een blimage. De uitdaging die Frans bood ben ik aangegaan met de afbeelding van een "rups" welke Frans als een van de vier opties geboden had om hier een blog over te schrijven met in het achterhoofd het onderwijs. Natuurlijk ben ik deze uitdaging, overgevlogen uit Amerika (blimage = blog + image) en gepromoot door Frans Droog aangegaan. Vanuit het primair onderwijs heb ik de rups proberen te laten ontwikkelen, laten ontpoppen en hoop ik dat ik iets moois uit voortkomt.
Ontpoppen.
De zomer is een tijd van afstand nemen en loslaten. In het onderwijs is het ook een tijd van bezinnen. Waar sta ik, wat wil ik, wat zijn mijn plannen en hoe wil en kan ik deze tot uitvoer brengen? Het schoolplan 2015-2019 en ook het optimaliseringsplan (de gedetailleerdere uitwerking van het schoolplan per jaar) heeft hierin mooie vormen aangenomen.
Toch is de onzichtbare toekomst met toekomstplannen er ook een van koffiedik kijken. Een plan moet voortdurend worden bijgesteld en wellicht zelfs omgegooid. Sommige plannen, neem de ICTplanning zijn zelfs moeilijk in te schatten en te maken. De digitale wereld is niet bij te benen. De ontwikkelingen gaan harder dan het onderwijs kan nadenken.
Zo voelt de foto van de rups. Je weet dat er iets moois uit zal komen. Je weet dat het een vlinder wordt. Maar geen idee hoe groot, welke kleuren, hoe lang hij zal leven, wat het doet en wat het uiteindelijk voortbrengt.
Dit alles kan een tweeledige uitwerking hebben. Of je hebt een goede keus gemaakt en het pakt goed uit. De devices die je hebt ingezet zijn van meerwaarde. De licenties die je heb aangekocht zijn de goede. Anderzijds kan het ook verkeerd uitpakken. Zit je nog met te oude computers, verkeerde licenties, foute methodes en ga zo maar door.
Maar wie niet waagt, wie niet wint. Een sprong maken is dus wel belangrijk. Wie kan meehelpen om die goede sprong te maken? Het blijft een wankele kwestie, een risico, een financiële gok die je niet als strop wilt hebben.
Een natuurgids kan helpen bepalen wat voor vlinder er uit deze rups komt. Maar wie kan helpen bij het voeren, het maken van een kokon en tenslotte de goede manier weten om te ontpoppen tot een prachtig resultaat?
Of moeten we het over een andere boeg gooien? Niet alleen deskundigen vragen, maar ook de leerlingen zelf. Dit gebeurt al in het hoger beroepsonderwijs en op de middelbare school. Zou dit ook van toepassing kunnen zijn in het primair onderwijs? Te starten in de bovenbouw. Leerlingen weten vaak al meer dan de leerkrachten op het gebied van ICT.
En wat willen we bereiken?
Een vlinder die vliegt en weer nieuwe eitjes legt, waar opnieuw rupsen uitkomen. Dan ontwikkelen we verder. Dat is de kunst.
Posts tonen met het label planning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label planning. Alle posts tonen
vrijdag 24 juli 2015
maandag 13 juli 2015
Pauze
Als leerling van de middelbare school keek ik als eerste naar het vakantierooster. Je wilde immers weten wanneer de vakanties waren. Die werden direct in je agenda overgeschreven. Toen zag ik het belang van pauzes goed in, tegenwoordig is dat een stuk moeilijker.
In de hectiek van gezin, werk en mantelzorg vergeet ik met enige regelmaat de pauze, werk ik door in vakanties en moet ik beschaamd bekennen dat ik regelmatig mijn verpakte boterhammetjes weer meeneem naar huis en soms nog snel even in de auto of op de fiets naar binnen werk.
Niet goed natuurlijk. Het heeft alles te maken met planning, timemanagement en tijd nemen voor jezelf. Het zijn de dingen waar ik niet zo goed in ben. De ambitieuze houding kan natuurlijk voordelen hebben, totdat je jezelf voorbij gaat lopen.
Een druk op de pauzeknop is dan echt belangrijk. Op school heb ik een collega die me steevast om half 1 waarschuwt dat we gaan eten. Het zijn die hulpbronnen die je moet inschakelen als het zelf niet lukt. Zoals je ook een signaal op je telefoon kunt zetten of een berichtje in je googleagenda.
Nu de vakantieperiode is aangebroken, neem ik ook de tijd om weer een stukje te schrijven. Het schiet er regelmatig bij en de hectiek van het werk met ziekte, uitval en vele ballen die hoog gehouden moeten worden maken de drang naar schrijven eerder kleiner dan groter. Dat is jammer, want schrijven is zoiets als een stukje fietsen in de natuur. Heerlijk ontspannen mijn gedachtes de vrije loop laten. Woorden huppelen over het scherm. Zinnen verschijnen en laat het witte stuk verdwijnen.
Nu gaat mijn hulpbron in de vorm van mijn collega naar een lokaal boven en zal ik volgend schooljaar een nieuwe hulpbron moeten zoeken. Misschien de collega die beneden komt te zitten of een ander middel om te zorgen dat ik de pauze niet vergeet.
Misschien moet ik het gewoon op eigen kracht gaan doen en mezelf ertoe zetten. Tijd voor werken, tijd voor ontspanning. Tijd voor anderen, tijd voor jezelf. Pauze. Adempauze. Terecht even tijd voor jezelf.
In de hectiek van gezin, werk en mantelzorg vergeet ik met enige regelmaat de pauze, werk ik door in vakanties en moet ik beschaamd bekennen dat ik regelmatig mijn verpakte boterhammetjes weer meeneem naar huis en soms nog snel even in de auto of op de fiets naar binnen werk.
Niet goed natuurlijk. Het heeft alles te maken met planning, timemanagement en tijd nemen voor jezelf. Het zijn de dingen waar ik niet zo goed in ben. De ambitieuze houding kan natuurlijk voordelen hebben, totdat je jezelf voorbij gaat lopen.
Een druk op de pauzeknop is dan echt belangrijk. Op school heb ik een collega die me steevast om half 1 waarschuwt dat we gaan eten. Het zijn die hulpbronnen die je moet inschakelen als het zelf niet lukt. Zoals je ook een signaal op je telefoon kunt zetten of een berichtje in je googleagenda.
Nu de vakantieperiode is aangebroken, neem ik ook de tijd om weer een stukje te schrijven. Het schiet er regelmatig bij en de hectiek van het werk met ziekte, uitval en vele ballen die hoog gehouden moeten worden maken de drang naar schrijven eerder kleiner dan groter. Dat is jammer, want schrijven is zoiets als een stukje fietsen in de natuur. Heerlijk ontspannen mijn gedachtes de vrije loop laten. Woorden huppelen over het scherm. Zinnen verschijnen en laat het witte stuk verdwijnen.
Nu gaat mijn hulpbron in de vorm van mijn collega naar een lokaal boven en zal ik volgend schooljaar een nieuwe hulpbron moeten zoeken. Misschien de collega die beneden komt te zitten of een ander middel om te zorgen dat ik de pauze niet vergeet.
Misschien moet ik het gewoon op eigen kracht gaan doen en mezelf ertoe zetten. Tijd voor werken, tijd voor ontspanning. Tijd voor anderen, tijd voor jezelf. Pauze. Adempauze. Terecht even tijd voor jezelf.
zondag 14 juli 2013
Wie bepaalt de werkdruk?
De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?
Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand?
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden?
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.
Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand?
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden?
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.
zondag 3 februari 2013
Gewoon doen!
"De herwaardering van het doen" van Willem Verhoeven is een aantrekkelijk boekje om te laten zien dat het gaat om wat we hebben bereikt en dus over wat we gewoon gaan DOEN. Als doener spreekt me dit enorm aan. Willem Verhoeven vertelt in zijn boekje over de managementlagen, die allerlei plannen bedenken, nadenken over allerlei zaken, strategieen en schema's ontwikkelen. Vervolgens vinden zij dat hun medewerkers dit werk moeten doen.
Voordeel van structuur aanbrengen is dat het duidelijk op papier staat wat een organisatie gaat doen. Er ligt een plan. Er wordt een doel bedacht en een weg hoe we daar moeten komen. Eerst (be-)denken, dan doen!
Nadeel van deze planmatige aanpak is dat het hier vaak bij blijft. Het plan moet ook worden uitgevoerd, onderweg bijgestuurd en voortdurend geevalueerd of we de goede kant op gaan.
Als het plan erg veel tijd heeft gekost, heeft de werkelijkheid het plan alweer ingehaald. Er ontstaat een scheiding tussen denken en doen. De manager staat te ver van de werkvloer, weet niet meer wat er speelt, staat er te ver vanaf en kan ook zijn medewerkers als 'minder' gaan beschouwen.
Managementlagen kunnen dus remmend werken, maar is de constructie die wij met de basisscholen kennen een verkeerde constructie?
Op het bestuurskantoor zit de algemeen directeur en een aantal stafmedewerkers die zaken als financiën en gebouwen beheren. Daarnaast is er een directiesecretaresse die zorgt dat alles in goede banen wordt geleid.
Op de basisscholen zelf zit een directeur of zo u wilt een schoolleider met een managementteam. Dat MT bestaat uit een directeur, eventueel een adjunct en bouwcoordinatoren. In de school is ook een intern begeleider die de zorg onder zijn hoede heeft en samenwerkt met de directie. Per school wordt bekeken hoeveel formatie voor directie, MT en IB beschikbaar is.
De medewerkers op het bestuurskantoor zorgen voor allerlei overkoepelende organisatorische taken en houden gesprekken met de directies over veranderingen en zaken die alle scholen aangaan. Binnen de school gebeurt hetzelfde.
Het betekent niet dat zaken te lang duren of niet gebeuren bij ons. Maar dat ligt, zo zie ik het, ook aan een aantal goede constructies en keuzes:
- De lijnen zijn kort. Als er iets is, zal daar direct op worden geanticipeerd.
- Er bestaat een duidelijke overlegstructuur, waarin zaken besproken, uitgevoerd en geëvalueerd worden.
- Het geven van feedback neemt een belangrijke plaats in.
- Veranderingen vinden plaats in samenwerking met de alle medewerkers.
- De medewerkers worden gewaardeerd en worden serieus genomen. Zij zijn de mensen die het doen! Luisteren naar de medewerkers en samenwerken.
- Het kind staat centraal! Er is daardoor altijd een focus op het primaire proces van de groepsleerkracht en de leerlingen.
- Er is direct contact op en met de werkvloer, zodat er daadwerkelijk interventies kunnen plaatsvinden.
- De werkers zijn eigenaars van hun eigen proces.
- Mensen hebben ruimte nodig om te groeien en om zich te ontwikkelen. Dat laat hen (op)bloeien.
- Denken in en/en strategieën zorgt voor een circulair proces, wij hanteren 'plan - do - check - act'
- Nascholing, de vakbekwaamheid van de mensen ligt aan de basis van de organisatie, in dit geval dus de school.
Soms moet je dus gewoon even doen in plaats van oeverloos erover praten en discussiëren. Zoals Willem Verhoeven zegt in zijn boekje: "Begint, eer ge bezint." Ja, precies andersom. Gewoon doen. Praktisch, daar houd ik van!
Labels:
bloeien,
bouwcoordinator,
denken. management,
directeur,
doen,
ontwikkelen,
opbloeien,
PDCA,
plannen,
planning,
schoolleider
zaterdag 18 augustus 2012
Een goede aanloop
Met de Olympische Spelen nog vers in het geheugen, kunnen we stellen dat het belangrijk is om een goede aanloop te nemen om een goede prestatie neer te zetten. Dat geldt natuurlijk voor meer dingen.
Een aanloop naar een sprong, de goede draai bij het kogelstoten of de startduik bij een zwemprestaties vergen allemaal een goede aanloop. Belangrijker nog is de tijd ervoor, die ook als aanloop aangemerkt kan worden. De voorbereidingen in de week ervoor. Weken, maanden en soms jaren trainen is prima, maar in die laatste week moet je juist even de boel van een afstandje bekijken, je ervoor 'klaarmaken', goed slapen om zo een goede prestatie neer te zetten.
Dan komt hun goede prestatie (meestal) vanzelf.
Een aanloop naar een sprong, de goede draai bij het kogelstoten of de startduik bij een zwemprestaties vergen allemaal een goede aanloop. Belangrijker nog is de tijd ervoor, die ook als aanloop aangemerkt kan worden. De voorbereidingen in de week ervoor. Weken, maanden en soms jaren trainen is prima, maar in die laatste week moet je juist even de boel van een afstandje bekijken, je ervoor 'klaarmaken', goed slapen om zo een goede prestatie neer te zetten.
Bij een een bijzondere maaltijd heb je ook een goede voorbereiding nodig door een planning, inkopen, bereiding, maar de aanloop naar het uiteindelijke maal moet tot in de finesses worden uitgedokterd. Hoeveel minuten moet het sausjes opgewarmd zijn, hoe lang moeten de eieren koken en hoe krijg ik alle gerechten op tijd en tegelijk klaar.
De aanloop naar een operatie wordt voorbereid, maar ook daar is de aanloop belangrijk. De anesthesist zal alles goed in de gaten houden. Kloppen alle bloedwaarden wel, krijgt de patient de goede verdoving, doen alle functies het nog?
Ook in het onderwijs hebben we te maken met een een goede voorbereiding, een planning en een afstemming. De aanloop begint altijd in de laatste week van de zomervakantie. Dan begint een school weer te borrelen en te bruisen. Collega's ontmoeten elkaar weer. Er komen raamtekeningen, klassen worden ingericht, de namen worden op schriften geschreven en de laatste bestelling worden gedaan. Vaak is er een gezamenlijke bijeenkomst in de vorm van de startvergadering. Alles wordt klaargezet voor de grote sprong in het nieuwe schooljaar. Want daar wordt weer een enorme prestatie neergezet.
Een dikke pluim voor alle leerkrachten, die weer hard hebben gewerkt aan prachtig ingerichte klaslokalen, uitdagende stimulerende plekken in de school, leesbevorderende hoeken, uitnodigende goede voorbereide lessen en keurig klaargelegde materialen. De kinderen moeten immers een goede start maken.Dan komt hun goede prestatie (meestal) vanzelf.
Abonneren op:
Posts (Atom)


