Passens Onderwijs heeft veel voeten in de aarde. Een hoop verschuivingen, heel veel nieuwe onderwijskundige terminologie en een snufje bezuinigingen. Dat alles samen heet Passend Onderwijs. Een structurele wijziging in het benaderen van het kind.
Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.
Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?
Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.
donderdag 28 februari 2013
woensdag 27 februari 2013
Hoe digitaal wordt het onderwijs?
ICT is niet meer weg te denken uit het onderwijs. Je kunt het zelfs in de krant lezen, dat het nog niet genoeg is. Er zal nog meer met ICT en de digitale wereld moeten gebeuren in ons onderwijs, zo zei Neelie Smit-Kroes. Letterlijk zegt eurocommissaris Neelie Smit-Kroes: Het onderwijssysteem in Nederland bereidt leerlingen niet goed voor op het leven in de digitale wereld. Het leert ze vooral ,,vaardigheden die hun ouders nodig hadden". Het onderwijs moet daarom flexibeler worden en meer ruimte bieden voor verscheidenheid van mensen, en ICT op school kan daarbij helpen. BRON: http://www.europa-nu.nl/
Maar wat moeten we de kinderen leren dan?
De omgang met social media? Leren onderzoeken op internet? Leren kennis vergaren via google? Leren digitaal communiceren? En zo kun je nog meer vragen bedenken hoe wij onze kinderen in het moderne digitale onderwijs de weg moeten leren wijzen. Een interessante vraag.
Sinds kort volg ik een ICTcursus tot onderwijskundig ICT-er. Mooi gezegd en deze sluit veel meer aan bij het onderwijs van nu en de mogelijkheden van nu. Ruim 10 jaar geleden volgde ik een cursus ICTcoordinator, die veel meer ging over de vaardigheden van de ICTcoordinator. Nu wordt de nadruk meer gelegd op het soort onderwijs. Prima lijkt mij.
Maar de ontwikkelingen denderen voort. Hebben we een digibord op school (na dit te hebben begroot in het jaar ervoor), komen de Iphones en de Ipads/Tablets weer. Heb je Hyves, is er opeens weer Facebook, Twitter, Yammer, Fousquare, Flickr, en noem maar op.
Welke dingen zijn nu belangrijk om te leren aan kinderen? En dan heb ik het nu vooral even over de basissschool.
Er zijn al computers(ongeveer 1 op de 8) en digiborden in de school. Dit alles heeft een prijskaartje. Wordt het onderwijs zoveel malen beter met deze digitale middelen? Of komt er meer bij kijken? Moeten er meer ICTdeskundigen komen die ook nog kunnen lesgeven of moeten de leerkrachten van nu bijgeschoold worden op het gebied van ICT?
De digitale middelen zijn nodig c.q. handig als communicatiemiddel, als registratiemiddel en als leermiddel.
Maar wat moeten de leerlingen dan nog meer kunnen?
Een stukje "Veilig Internetten" en wat verstaan we daaronder? (afschermen of leren omgaan?)
Nee, dit is nog niet zo eenvoudig. Het vergt een beleid om goed om te springen met de toekomst. En wat gaat die toekomst brengen? Dat weet niemand. Is die stroomversnelling van ICT iets wat nog steeds sneller gaat of komt er een eind aan alle mogelijkheden?
We zullen ons moeten afvragen wat kinderen straks nodig hebben. Wat kunnen we kinderen leren. Daar hoort ook een stukje kennis bij. Die tafels van vermenigvuldiging zijn toch echt handig als men in de in winkel 10 broden wil kopen en je moet bedenken of je genoeg geld bij je hebt of in ieder geval genoeg geld op je rekening hebt staan. Maar verder moeten we kinderen leren omgaan met deze digitale wereld. Hoe kunnen ze dingen opzoeken? Hoe kunnen ze de informatie gebruiken? Wat kunnen ze daarbij gebruiken? Dan zou bijvoorbeeld begrijpend lezen ook een pre zijn om te blijven aanbieden op de basisschool. Je moet immers begrijpen wat er staat en weten wat men bedoelt.
Dus, wat hebben we nodig:
- een goed beleid: Wat willen we kinderen leren? Wat willen we bereiken met ons onderwijs?
- scholing: leerkrachten omscholen tot digitale deskundigen of ICT-er leren lesgeven
- een pot met geld: Voor uitzetten van beleid, voor (om)scholing en de ICTmiddelen moeten ook gefinancierd worden
Dat wordt nog een leuke digitale uitdaging.
Labels:
communiceren,
computer,
digitalisering,
ICT,
ipad,
leren,
onderwijs,
registreren,
tablet
maandag 25 februari 2013
Voorjaarsvakantie
Het is buiten steenkoud, de kachel staat nog aan, een enkel voorjaarsbloemetje steekt zijn sprietje uit boven de grond, maar bedenkt zich razendsnel. Het is nog helemaal geen voorjaar.Als het zo tegen eind februari loopt, verlangen veel mensen naar het voorjaar. Zo ook ik. Dat steeds warmere zonnetje, dat zo lekker op je huid kan kriebelen en zp prettig aanvoelt. De eerste knoppen die zichtbaar worden. Enkele sneeuwklokjes, die dansen in de wind.
Maar nee, geen sneeuwklokjes, maar nog een zee van sneeuwvlokjes dansen nog door de lucht. Het is gewoon nog steenkoud buiten. Het lijkt niet alsof het voorjaar voor de deur staat.
Helemaal niks van dat alles. Vandaag keerde ik een bak water om in de tuin en daar lag nog een hele ijslaag op. De tuindeur moest snel weer dicht, want het werd binnen gewoon koud. Brrrr. Terug naar de kachel.
Na een lange koude winter mag de lente nu wel beginnen. Er is toch behoorlijk wat sneeuw en ijs geweest. Genoeg geweest. Vele ochtenden stond ik voor de auto te krabben om het ijslaagje eraf te bikken. En nu is het wel genoeg.
De voorjaarsvakantie is begonnen. Sommige regio's hebben de vakantie zelfs al achter de rug. De lente is nog nergens te bekennen. Alhoewel... de dagen lengen, het is echt al langer licht. Het blijft alleen lastig om je bed uit te komen, als het nog zo koud is.
We kunnen er weinig aan doen. Rustig afwachten maar. Het weer kunnen we niet besturen en zeker niet bestellen. Ons humeur uiteraard wel. Bij de bloemenwinkel kun je de eerste te snel ontsproten lentebloemen in huis halen om alvast te genieten van de lentekleuren. De fleurige bakjes staan aanlokkelijk voor de etalages. Zo kunnen we de zon het huis binnen lokken.
Dan kunnen we weer eens lekker op een beschut plekje in de tuin zitten.
Koolmeesjes vliegen af en aan. Wintervoedsel bungelt nog in een boom. Het nestkastje hangt klaar. Zouden ze dit plekje uitkiezen om zich te nestelen?
Op school is de winter voorbij. Pindasnoeren zijn opgeruimd. Op weg naar het voorjaar. Het thema lente komt eraan. Iedereen is klaar voor.
Nog even een paar dagen bijtanken en dan kan het voorjaar beginnen. Ik hoor de vogels al. Ik kijk de bollen uit de grond. Ik fantaseer over kleuren en geuren. Ik zie springende kinderen genietend buiten spelen, tuimelend over elkaar heen.
Nog even dromen over het voorjaar, dan is het zover. Mmmmm.
zondag 17 februari 2013
Vrouwen
Vrouwen verdienen voor hetzelfde werk gemiddeld 7% minder dan mannen kopte de krant deze week. Zelfs prinses Máxima roept vrouwen op om te onderhandelen over hun salaris. Dat is niet gek, dat is zakelijk.
Oorzaken die worden genoemd zijn minder ervaring, vaak kleinere banen en een gedeelte dat niet onderhandelt.
Vrouwen zijn anders dan mannen. Mannen zijn vaak wat zakelijker en komen in dit opzicht meer voor zichzelf op. In mijn omgeving is dat zeker herkenbaar. Vrouwen willen vaak dat het werk ook nog leuk is, dat de sociale contacten goed verlopen, dat er een goede samenwerking is en dat het goed te combineren is met hun leven thuis met eventuele kinderen. Mannen zien vaak werk gewoon als werk.
Zo kunnen vrouwen hun werk meer mee naar huis nemen, mannen kunnen het makkelijker gescheiden houden.
Natuurlijk is dit generaliserend en er zijn ook zakelijke vrouwen en mannen die ook hun werkperikelen thuis delen.
Het verschil in salaris is blijkbaar een feit, ik zou het eerlijk gezegd niet weten, want in het onderwijs liggen die salarisschalen gewoon vast, of je nu een man bent of een vrouw.
De vraag is eigenlijk wat de vrouwen en de mannen hier zelf van vinden.
Zelf heb ik me er nooit zo heel druk om gemaakt, mijn werk is leuk, ik doe het met veel plezier en overgave, de salaris is langzaam maar zeker opgehoogd in de jaren, we kunnen er goed van leven en daarmee is het voor mij klaar.
Datzelfde geldt overigens voor mijn echtgenoot. Hij staat er ook zo in.
Dat het scheef zit met die salarissen tussen mannen en vrouwen is natuurlijk niet correct. Dat moet gewoon gelijk getrokken worden. Maar als die scheefgroei gekomen is, doordat vrouwen enkele jaren thuis hebben gezeten vanwege het krijgen van kinderen, lijkt me het niet meer dan normaal dat hun salaris iets achterblijft, omdat er minder ervaring is. Ligt het aan een bepaalde onderhandelingssituatie, dan is het wel degelijk iets om eens goed naar te kijken.
Mij zul je niet horen, omdat wij in een goede situatie verkeren. Als er natuurlijk iets aan de hand is, eenoudergezin, werkloosheid van een van de partners, of een andere schrijnende situatie, dan is elke euro die je meer behoort te krijgen van harte welkom.
Gelijkwaardigheid in is salaris goed, dat moet ook. Een goede samenwerking met alle collega's in een goede verhouding en verantwoordelijkheid is nog veel belangrijker. Dan maakt het niet uit of je man bent of vrouw, dan ben je werknemer.
Oorzaken die worden genoemd zijn minder ervaring, vaak kleinere banen en een gedeelte dat niet onderhandelt.
Vrouwen zijn anders dan mannen. Mannen zijn vaak wat zakelijker en komen in dit opzicht meer voor zichzelf op. In mijn omgeving is dat zeker herkenbaar. Vrouwen willen vaak dat het werk ook nog leuk is, dat de sociale contacten goed verlopen, dat er een goede samenwerking is en dat het goed te combineren is met hun leven thuis met eventuele kinderen. Mannen zien vaak werk gewoon als werk.
Zo kunnen vrouwen hun werk meer mee naar huis nemen, mannen kunnen het makkelijker gescheiden houden.
Natuurlijk is dit generaliserend en er zijn ook zakelijke vrouwen en mannen die ook hun werkperikelen thuis delen.Het verschil in salaris is blijkbaar een feit, ik zou het eerlijk gezegd niet weten, want in het onderwijs liggen die salarisschalen gewoon vast, of je nu een man bent of een vrouw.
De vraag is eigenlijk wat de vrouwen en de mannen hier zelf van vinden.
Zelf heb ik me er nooit zo heel druk om gemaakt, mijn werk is leuk, ik doe het met veel plezier en overgave, de salaris is langzaam maar zeker opgehoogd in de jaren, we kunnen er goed van leven en daarmee is het voor mij klaar.
Datzelfde geldt overigens voor mijn echtgenoot. Hij staat er ook zo in.
Dat het scheef zit met die salarissen tussen mannen en vrouwen is natuurlijk niet correct. Dat moet gewoon gelijk getrokken worden. Maar als die scheefgroei gekomen is, doordat vrouwen enkele jaren thuis hebben gezeten vanwege het krijgen van kinderen, lijkt me het niet meer dan normaal dat hun salaris iets achterblijft, omdat er minder ervaring is. Ligt het aan een bepaalde onderhandelingssituatie, dan is het wel degelijk iets om eens goed naar te kijken.
Mij zul je niet horen, omdat wij in een goede situatie verkeren. Als er natuurlijk iets aan de hand is, eenoudergezin, werkloosheid van een van de partners, of een andere schrijnende situatie, dan is elke euro die je meer behoort te krijgen van harte welkom.
Gelijkwaardigheid in is salaris goed, dat moet ook. Een goede samenwerking met alle collega's in een goede verhouding en verantwoordelijkheid is nog veel belangrijker. Dan maakt het niet uit of je man bent of vrouw, dan ben je werknemer.
Labels:
gelijk trekken,
gelijkwaardig,
mannnen,
salaris,
verschil,
vrouwen,
werkloosheid
vrijdag 15 februari 2013
100 kinderen
100 is een mooi rond getal. 10x10=100. De volle 100%. 100 centen in een euro.
Het gaat hier over 100 leerlingen op een school.
Toen ik begon met werken in 1985 kwam ik terecht op een school in de binnenstad van Delft. De school had het ene jaar 98 leerlingen, het andere jaar 102. Na twee jaar onder de 100 leerlingen te zitten, dreigde er een sluiting. Wanneer een school een derde jaar onder de 100 leerlingen zou zitten, moest de school dicht.
Een reddende engel bracht ons een gezin met 4 kinderen, die in Delft kwamen wonen. Het bestaansrecht was weer veilig. Sindsdien is het alleen maar bergopwaarts gegaan. De school heeft inmiddels 15 groepen en groeit en bloeit.
De school waar ik nu werk had twee en half jaar geleden, toen ik daar startte, om en nabij de 100 leerlingen. Regelmatig werd geroepen, dat wij onder de opheffingsnorm zaten. Nu is dat probleem er helemaal niet, als je aangesloten bent bij een vereniging of stichting, waar meerdere scholen onder vallen. Inmiddels stijgt het leerlingenaantal goed.
Vandaag kwam de POraad met een advies over de hoeveelheid krimpscholen en de magische grens van 100. In 2019 moeten scholen minimaal 100 leerlingen hebben, zo luidde het advies.
Enerzijds is dit begrijpelijk, kleine scholen kosten veel geld. Anderzijds moet je er niet aan denken dat kinderen 30 km verderop naar een basisschool zouden moeten. Natuurlijk moet hierover nog verder nagedacht worden. Het argument van meer zwakke scholen onder (te) kleine scholen houdt natuurlijk niet als jouw school gewoon goed draait. Maar wellicht zijn er oplossingen te bedenken om te fuseren.
Als er binnen een dorp meerdere scholen zijn, lijkt fusie een goede oplossing, maar iedere school heeft zijn eigen visie en missie, uitgangspunt, soort onderwijs, identiteit, en noem maar op. Dat is niet zomaar samengevoegd.
Er kan wel worden samengewerkt en meer geprofiteerd van elkaar binnen een kleine gemeenschap.
Feit blijft, dat kleine scholen in verhouding veel geld kosten, veel moeten investeren, meer druk voor leerkrachten zullen ervaren, meer verwachten van de leerkracht die meerdere groepen tegelijk moet managen.
Er is geen kant en klaar antwoord te geven op de magische grens van 100 leerlingen. Of misschien wel 80 leerlingen? Er zullen allerlei reële afwegingen moeten komen. Eerst dromen, dan realistisch bekijken, mogelijkheden en opties onderzoeken en dan komen tot actie.
Ik hoop dat ze daarbij het kind niet zullen vergeten.
Het gaat hier over 100 leerlingen op een school.
Toen ik begon met werken in 1985 kwam ik terecht op een school in de binnenstad van Delft. De school had het ene jaar 98 leerlingen, het andere jaar 102. Na twee jaar onder de 100 leerlingen te zitten, dreigde er een sluiting. Wanneer een school een derde jaar onder de 100 leerlingen zou zitten, moest de school dicht.
Een reddende engel bracht ons een gezin met 4 kinderen, die in Delft kwamen wonen. Het bestaansrecht was weer veilig. Sindsdien is het alleen maar bergopwaarts gegaan. De school heeft inmiddels 15 groepen en groeit en bloeit.
De school waar ik nu werk had twee en half jaar geleden, toen ik daar startte, om en nabij de 100 leerlingen. Regelmatig werd geroepen, dat wij onder de opheffingsnorm zaten. Nu is dat probleem er helemaal niet, als je aangesloten bent bij een vereniging of stichting, waar meerdere scholen onder vallen. Inmiddels stijgt het leerlingenaantal goed.
Vandaag kwam de POraad met een advies over de hoeveelheid krimpscholen en de magische grens van 100. In 2019 moeten scholen minimaal 100 leerlingen hebben, zo luidde het advies.
Enerzijds is dit begrijpelijk, kleine scholen kosten veel geld. Anderzijds moet je er niet aan denken dat kinderen 30 km verderop naar een basisschool zouden moeten. Natuurlijk moet hierover nog verder nagedacht worden. Het argument van meer zwakke scholen onder (te) kleine scholen houdt natuurlijk niet als jouw school gewoon goed draait. Maar wellicht zijn er oplossingen te bedenken om te fuseren.
Als er binnen een dorp meerdere scholen zijn, lijkt fusie een goede oplossing, maar iedere school heeft zijn eigen visie en missie, uitgangspunt, soort onderwijs, identiteit, en noem maar op. Dat is niet zomaar samengevoegd.
Er kan wel worden samengewerkt en meer geprofiteerd van elkaar binnen een kleine gemeenschap.
Feit blijft, dat kleine scholen in verhouding veel geld kosten, veel moeten investeren, meer druk voor leerkrachten zullen ervaren, meer verwachten van de leerkracht die meerdere groepen tegelijk moet managen.
Er is geen kant en klaar antwoord te geven op de magische grens van 100 leerlingen. Of misschien wel 80 leerlingen? Er zullen allerlei reële afwegingen moeten komen. Eerst dromen, dan realistisch bekijken, mogelijkheden en opties onderzoeken en dan komen tot actie.
Ik hoop dat ze daarbij het kind niet zullen vergeten.
Labels:
100,
grens,
groeischolen.,
kinderen,
krimpscholen,
leerlingen,
opheffingsnorm,
sluiting
zaterdag 9 februari 2013
Leren door doen.
Het sneeuwt. Prachtig om te zien. Leuk om mooie foto's te maken. Vooral gaaf om met kinderen naar buiten te gaan, te gienieten van het weer en te leren wat het weer allemaal teweeg brengt.
In een kleutergroep van onze school heeft een leerkracht dit aangegrepen om kinderen te leren over het winterse weer. Geweldige lessen over ijs en smelten, sneeuwvlokken, de witte kleur die het 's morgens veel lichter maakt, het laten ontdekken van koud en warm en de kleren die je in de winter nodig hebt. Mooi om te zien hoe je dan ook het milieu erbij kunt betrekken door een Warme Truiendag te realiseren, waarbij iedereen een lekkere dikke trui aantrekt en de verwarming een graadje lager kan.
Een genot om te zien hoe kinderen bewust worden van het smelten van het ijs. De leerkracht had de kinderen gevraagd hoe ze het ijs konden laten smelten. Kinderen kwamen met allerlei verschillende oplossingen. Een kind wilde zelfs wachten tot de zomer!
Wat leren kinderen hiervan?
-Samen nadenken hoe ze ijs kunnen laten smelten.
-Ervaren hoe koud ijs aanvoelt in hun handen.
-Warm en koud, temperatuur.
-Winterse kleren en twee dezelfde wanten (of 'wantschoenen', zoals een van de kinderen zei)
-woordenschatuitbreiding t.a.v. iglo, sneeuwvlokken, hagel, sneeuw, glijden, ijs, schaatsen, slee en ga zo maar door.
-Ervaren hoe ijs en sneeuw voelt en wat je wel en niet kunt doen buiten.
-Sneeuwballen maken en gooien
-Tellen van sneeuwvlokken of sleeën.
-De klank sssssssssss van ssssssneeuw en ijssssssss
-Het wit van sneeuw waardoor het 's morgens veel lichter lijkt.
Een brede ontwikeling bij kinderen in groep 1/2, waar we niet altijd bij stil staan. Geweldige ervaringen en vooral de betekenis van deze ervaringen, die we vaak - werkend vanuit een methode - vergeten in de bovenbouwgroepen. Hoe belangrijk is het dat kinderen snappen wat ze leren, voelen en zien hoe iets werkt en concreet kunnen beetpakken.
Daarbij biedt het digibord zeker meer mogelijkheden. Onderwijs is rijker door het concreet ervaren, ontdekkend leren, het zelf kunnen horen, zien en vooral voelen en aanraken. Zo bieden we alle kinderen de mogelijkheid om de stof eigen te maken.
Was ik maar een kind in deze tijd...
In een kleutergroep van onze school heeft een leerkracht dit aangegrepen om kinderen te leren over het winterse weer. Geweldige lessen over ijs en smelten, sneeuwvlokken, de witte kleur die het 's morgens veel lichter maakt, het laten ontdekken van koud en warm en de kleren die je in de winter nodig hebt. Mooi om te zien hoe je dan ook het milieu erbij kunt betrekken door een Warme Truiendag te realiseren, waarbij iedereen een lekkere dikke trui aantrekt en de verwarming een graadje lager kan.Een genot om te zien hoe kinderen bewust worden van het smelten van het ijs. De leerkracht had de kinderen gevraagd hoe ze het ijs konden laten smelten. Kinderen kwamen met allerlei verschillende oplossingen. Een kind wilde zelfs wachten tot de zomer!
Wat leren kinderen hiervan?
-Samen nadenken hoe ze ijs kunnen laten smelten.
-Ervaren hoe koud ijs aanvoelt in hun handen.
-Warm en koud, temperatuur.
-Winterse kleren en twee dezelfde wanten (of 'wantschoenen', zoals een van de kinderen zei)
-woordenschatuitbreiding t.a.v. iglo, sneeuwvlokken, hagel, sneeuw, glijden, ijs, schaatsen, slee en ga zo maar door.
-Ervaren hoe ijs en sneeuw voelt en wat je wel en niet kunt doen buiten.
-Sneeuwballen maken en gooien
-Tellen van sneeuwvlokken of sleeën.
-De klank sssssssssss van ssssssneeuw en ijssssssss
-Het wit van sneeuw waardoor het 's morgens veel lichter lijkt.
Een brede ontwikeling bij kinderen in groep 1/2, waar we niet altijd bij stil staan. Geweldige ervaringen en vooral de betekenis van deze ervaringen, die we vaak - werkend vanuit een methode - vergeten in de bovenbouwgroepen. Hoe belangrijk is het dat kinderen snappen wat ze leren, voelen en zien hoe iets werkt en concreet kunnen beetpakken.
Daarbij biedt het digibord zeker meer mogelijkheden. Onderwijs is rijker door het concreet ervaren, ontdekkend leren, het zelf kunnen horen, zien en vooral voelen en aanraken. Zo bieden we alle kinderen de mogelijkheid om de stof eigen te maken.
Was ik maar een kind in deze tijd...
zondag 3 februari 2013
Gewoon doen!
"De herwaardering van het doen" van Willem Verhoeven is een aantrekkelijk boekje om te laten zien dat het gaat om wat we hebben bereikt en dus over wat we gewoon gaan DOEN. Als doener spreekt me dit enorm aan. Willem Verhoeven vertelt in zijn boekje over de managementlagen, die allerlei plannen bedenken, nadenken over allerlei zaken, strategieen en schema's ontwikkelen. Vervolgens vinden zij dat hun medewerkers dit werk moeten doen.
Voordeel van structuur aanbrengen is dat het duidelijk op papier staat wat een organisatie gaat doen. Er ligt een plan. Er wordt een doel bedacht en een weg hoe we daar moeten komen. Eerst (be-)denken, dan doen!
Nadeel van deze planmatige aanpak is dat het hier vaak bij blijft. Het plan moet ook worden uitgevoerd, onderweg bijgestuurd en voortdurend geevalueerd of we de goede kant op gaan.
Als het plan erg veel tijd heeft gekost, heeft de werkelijkheid het plan alweer ingehaald. Er ontstaat een scheiding tussen denken en doen. De manager staat te ver van de werkvloer, weet niet meer wat er speelt, staat er te ver vanaf en kan ook zijn medewerkers als 'minder' gaan beschouwen.
Managementlagen kunnen dus remmend werken, maar is de constructie die wij met de basisscholen kennen een verkeerde constructie?
Op het bestuurskantoor zit de algemeen directeur en een aantal stafmedewerkers die zaken als financiën en gebouwen beheren. Daarnaast is er een directiesecretaresse die zorgt dat alles in goede banen wordt geleid.
Op de basisscholen zelf zit een directeur of zo u wilt een schoolleider met een managementteam. Dat MT bestaat uit een directeur, eventueel een adjunct en bouwcoordinatoren. In de school is ook een intern begeleider die de zorg onder zijn hoede heeft en samenwerkt met de directie. Per school wordt bekeken hoeveel formatie voor directie, MT en IB beschikbaar is.
De medewerkers op het bestuurskantoor zorgen voor allerlei overkoepelende organisatorische taken en houden gesprekken met de directies over veranderingen en zaken die alle scholen aangaan. Binnen de school gebeurt hetzelfde.
Het betekent niet dat zaken te lang duren of niet gebeuren bij ons. Maar dat ligt, zo zie ik het, ook aan een aantal goede constructies en keuzes:
- De lijnen zijn kort. Als er iets is, zal daar direct op worden geanticipeerd.
- Er bestaat een duidelijke overlegstructuur, waarin zaken besproken, uitgevoerd en geëvalueerd worden.
- Het geven van feedback neemt een belangrijke plaats in.
- Veranderingen vinden plaats in samenwerking met de alle medewerkers.
- De medewerkers worden gewaardeerd en worden serieus genomen. Zij zijn de mensen die het doen! Luisteren naar de medewerkers en samenwerken.
- Het kind staat centraal! Er is daardoor altijd een focus op het primaire proces van de groepsleerkracht en de leerlingen.
- Er is direct contact op en met de werkvloer, zodat er daadwerkelijk interventies kunnen plaatsvinden.
- De werkers zijn eigenaars van hun eigen proces.
- Mensen hebben ruimte nodig om te groeien en om zich te ontwikkelen. Dat laat hen (op)bloeien.
- Denken in en/en strategieën zorgt voor een circulair proces, wij hanteren 'plan - do - check - act'
- Nascholing, de vakbekwaamheid van de mensen ligt aan de basis van de organisatie, in dit geval dus de school.
Soms moet je dus gewoon even doen in plaats van oeverloos erover praten en discussiëren. Zoals Willem Verhoeven zegt in zijn boekje: "Begint, eer ge bezint." Ja, precies andersom. Gewoon doen. Praktisch, daar houd ik van!
Labels:
bloeien,
bouwcoordinator,
denken. management,
directeur,
doen,
ontwikkelen,
opbloeien,
PDCA,
plannen,
planning,
schoolleider
Abonneren op:
Posts (Atom)
