De school kan beginnen. Alles staat klaar. Hoe gaan we beginnen? Verder op de oude voet? Een verandering doorvoeren? Een andere weg inslaan? Kinderen klaarmaken voor een snel veranderende maatschappij vol digitale middelen? Kinderen klaarstomen voor de maatschappij van morgen, waarvan wij nog niet weten hoe die eruit ziet?
Meegaan met de tijd is belangrijk. Dat geldt zeker voor het basisonderwijs, waarin we de kinderen voorbereiden op hun latere leven als zelfstandige verstandige volwassene. Wat is dan belangrijk dat kinderen kunnen, weten, doen en denken?
De nadruk ligt nu enorm op de resultaten. Taal, rekenen en lezen moeten goed zijn. Daar zit een kern van waarheid in. Er is wellicht hier en daar meer uit kinderen te halen. Als moeten we ons goed realiseren dat kinderen geen eenheidsworsten zijn zijn. Net als het leren lopen, leren fietsen en leren praten gaan ook de schoolvakken niet allemaal in hetzelfde tempo. De ene leerling heeft meer tijd nodig dan de ander en een derde zal altijd nooit een hardloper of een rekenwonder zijn. Toch moeten de kinderen van een bepaalde groep allemaal dezelfde toetsen doen en moeten zij aan een gemiddelde voldoen. Dat klopt niet.
Dan is taal rekenen en lezen ook nog eens een klein onderdeel van het gehele pakket dat wordt meegegeven aan kinderen van de basisschool. De basis bestaat niet uit alleen lezen, rekenen en taal. Kinderen leren van elkaar door samen te werken. Kinderen leren te ruziën en die ruzie op te lossen. Kinderen leren tegenslagen te verwerken. Ze leren zelfstandig te worden. Ze leren verantwoordelijkheid te nemen. Sociaal emotioneel leren ze zich verder te ontwikkelen. Ze leren vragen te stellen, kunstwerken te maken en te bewegen in de gymnastiekles. Het kind leert vertrouwen, leert te groeien en leert fouten te maken en hulp te vragen.
Al deze onderdelen zijn belangrijk om een volledig kind te kunnen afleveren en zich verder te ontwikkelen en verder te groeien. Geef kinderen, maar ook volwassenen die deze kinderen begeleiden vertrouwen om dit voor elkaar te krijgen. Het komt dan echt goed.
Natuurlijk kun je kritisch kijken naar je leesles en de instructie van het rekenen. Maar als we alleen daar de focus leggen, is dit te eenzijdig. Kinderen kunnen straks goed leren, zaken opzoeken, digitaal kunnen ze uitstekend uit de voeten, maar ze kampen in hun werk wel met een burn-out, want er worden nog veel meer dingen gevraagd.
Hoe kunnen we het onderwijs zo inrichten dat ieder kind tot zijn recht komt, de leerkracht vertrouwen krijgt, ouders zien dat hun kind echt groter wordt en blijft ontwikkelen en de minister het vak weer teruggeeft aan de onderwijzers? Als we het daar weer over eens zijn, kan de school weer beginnen.
Veel plezier met de kinderen van nu, die we als onderwijsgevenden een stap verder brengen.
Posts tonen met het label rekenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rekenen. Alle posts tonen
zaterdag 30 augustus 2014
zondag 2 juni 2013
Wat leren kinderen? Leren doe je samen!
Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?
Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit.
Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit.
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.
Labels:
basis,
basisschool,
kinderen,
leren,
lezen,
ontwikkeling,
rekenen,
samen,
samenwerken,
taal
zondag 27 januari 2013
Beter onderwijs?
In Finland is het onderwijs beter dan in Nederland, zo kopte de krant deze week. Aziaten hebben een enorme vlucht genomen en een hoger niveau bereikt. Internationaal is Nederland gezakt. Is het onderwijs in Nederland slecht? Moeten wij het onderwijs verbeteren? Zijn er andere mogelijkheden of veranderingen denkbaar?
Het is een lastig en complex onderwerp om onderwijs van verschillende landen te vergelijken.
Het begint al met de meetlat die je er langs legt. Welke meetlat wordt gehanteerd? Wat wordt er precies gemeten als landen met elkaar worden vergeleken. Is het de kennis? Het reken- en taalniveau? De creativiteit? De sociale vaardigheden? De zelfstandigheid? De zelfreflectie?
Dan heeft ieder land een andere bevolkingsopbouw. Hierbij speelt zowel de taal als de cultuur mee. Nederland heeft te kampen met veel immigranten, waarbij de taal niet goed wordt beheerst. Dit heeft gevolgen voor andere vakken, ook al hebben deze mensen en kinderen een goede intelligentie, het valt niet mee om het Nederlands goed te beheersen, als thuis altijd een andere taal wordt gesproken.
Een andere cultuur kan ook problemen geven op school. Als een vrouwelijke docent voor een klas met jongens staat en deze jongens vanuit hun cultuur niet hoeven te luisteren naar vrouwen is er wel degelijk een uitdaging. Ook andere situaties kunnen meespelen. Hoe wordt omgegaan met de aanwezigheid, het huiswerk, gedrag, ambitie, en zo zijn er meerdere dingen te noemen die anders zijn.
Naast taal en cultuur is elke situatie in landen anders. De werkgelegenheid, de bevolkingsopbouw en de groei en krimp van scholen, hoe ziet het land eruit, welke beroepen en werkzaamheden zijn gebruikelijk, en ga zo maar door.
Wat aangevoerd wordt om ons onderwijs te verbeteren is een beter opgeleide docent. Is een universitair geschoolde docent per definitie een betere leraar? Wat wordt dan verwacht van een universitair geschoolde docent? Meer kennis maakt niet altijd betere docenten, dus er moet meer zijn. Men zal ook iets moeten leren t.a.v. sociale contacten, het omgaan met verschillen, het flexibel kunnen zijn t.a.v. verschillende gedragingen en onderwijsbehoeften van kinderen. Misschien is het nodig om meerdere type docenten in huis te hebben, zowel een slimmerik, een handige creativeling, als een sociaal vaardige leerkracht. Ik denk dan met name aan de teamrollen van Belbin, die heeft uitgewerkt hoe verschillende mensen samen een team vormen en iedereen zijn eigen rol daarin heeft. Maar ook veranderingen realiseren vergt verschillende tactieken. Elke cultuurverandering is anders en vraagt om een andere veranderstrategie. Een handzaam denkraam van veranderstrategieën is ontwikkeld door Léon de Caluwé. Hij beschrijft het denken in kleuren met verschillende kwaliteiten. Leer jezelf kennen en zie hoe je bepaalde veranderen teweeg wilt brengen. Dat geldt zowel in een organisatie, een school, als in een klas.
Het gaat erom, dat er leerkrachten komen die de passie en energie hebben om dit vak uit te oefenen. Een intrinsieke motivatie om het allerbeste uit zichzelf en de leerlingen te halen. Soms gaat dat linksom en een andere keer gaat dat rechtsom.
De kunst is om te leren naar jezelf te kijken en te reflecteren. Heb ik het goede gedaan om het resultaat te bereiken wat ik wilde bereiken? Heb ik het uiterste gehaald uit mezelf en uit het kind? Heb ik daarbij meegenomen, dat een kind zich veilig moet voelen en ook durft te vragen aan de leerkracht? Heb ik andere kwaliteiten en invalshoeken meegenomen die bij dit kind horen.
Kortom, zijn wij bezig met Passen Onderwijs: Wat heeft dit kind nodig in deze school, met deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht?
Samen oplossingen zoeken met deskundigen, school, ouders en leerling. Samen verantwoordelijk. Samen verder.
De vergelijking met andere landen zegt mij dan niet zoveel. Het is een andere situatie, een ander land, andere mensen, andere systemen en dat geeft andere interventies en dus ander onderwijs. Is het onderwijs in Nederland slecht? Ik geloof het niet. Maar dat betekent niet dat we achterover moeten leunen. Kijk altijd hoe je verder kunt ontwikkelen. Beter worden in taal en rekenen is slechts een onderdeel. Het kind moet straks een zelfstandig mens kunnen zijn in de ingewikkelde maatschappij van nu.
Het is een lastig en complex onderwerp om onderwijs van verschillende landen te vergelijken. Het begint al met de meetlat die je er langs legt. Welke meetlat wordt gehanteerd? Wat wordt er precies gemeten als landen met elkaar worden vergeleken. Is het de kennis? Het reken- en taalniveau? De creativiteit? De sociale vaardigheden? De zelfstandigheid? De zelfreflectie?
Dan heeft ieder land een andere bevolkingsopbouw. Hierbij speelt zowel de taal als de cultuur mee. Nederland heeft te kampen met veel immigranten, waarbij de taal niet goed wordt beheerst. Dit heeft gevolgen voor andere vakken, ook al hebben deze mensen en kinderen een goede intelligentie, het valt niet mee om het Nederlands goed te beheersen, als thuis altijd een andere taal wordt gesproken.
Een andere cultuur kan ook problemen geven op school. Als een vrouwelijke docent voor een klas met jongens staat en deze jongens vanuit hun cultuur niet hoeven te luisteren naar vrouwen is er wel degelijk een uitdaging. Ook andere situaties kunnen meespelen. Hoe wordt omgegaan met de aanwezigheid, het huiswerk, gedrag, ambitie, en zo zijn er meerdere dingen te noemen die anders zijn.
Naast taal en cultuur is elke situatie in landen anders. De werkgelegenheid, de bevolkingsopbouw en de groei en krimp van scholen, hoe ziet het land eruit, welke beroepen en werkzaamheden zijn gebruikelijk, en ga zo maar door.
Wat aangevoerd wordt om ons onderwijs te verbeteren is een beter opgeleide docent. Is een universitair geschoolde docent per definitie een betere leraar? Wat wordt dan verwacht van een universitair geschoolde docent? Meer kennis maakt niet altijd betere docenten, dus er moet meer zijn. Men zal ook iets moeten leren t.a.v. sociale contacten, het omgaan met verschillen, het flexibel kunnen zijn t.a.v. verschillende gedragingen en onderwijsbehoeften van kinderen. Misschien is het nodig om meerdere type docenten in huis te hebben, zowel een slimmerik, een handige creativeling, als een sociaal vaardige leerkracht. Ik denk dan met name aan de teamrollen van Belbin, die heeft uitgewerkt hoe verschillende mensen samen een team vormen en iedereen zijn eigen rol daarin heeft. Maar ook veranderingen realiseren vergt verschillende tactieken. Elke cultuurverandering is anders en vraagt om een andere veranderstrategie. Een handzaam denkraam van veranderstrategieën is ontwikkeld door Léon de Caluwé. Hij beschrijft het denken in kleuren met verschillende kwaliteiten. Leer jezelf kennen en zie hoe je bepaalde veranderen teweeg wilt brengen. Dat geldt zowel in een organisatie, een school, als in een klas.
Het gaat erom, dat er leerkrachten komen die de passie en energie hebben om dit vak uit te oefenen. Een intrinsieke motivatie om het allerbeste uit zichzelf en de leerlingen te halen. Soms gaat dat linksom en een andere keer gaat dat rechtsom.
De kunst is om te leren naar jezelf te kijken en te reflecteren. Heb ik het goede gedaan om het resultaat te bereiken wat ik wilde bereiken? Heb ik het uiterste gehaald uit mezelf en uit het kind? Heb ik daarbij meegenomen, dat een kind zich veilig moet voelen en ook durft te vragen aan de leerkracht? Heb ik andere kwaliteiten en invalshoeken meegenomen die bij dit kind horen.
Kortom, zijn wij bezig met Passen Onderwijs: Wat heeft dit kind nodig in deze school, met deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht?
Samen oplossingen zoeken met deskundigen, school, ouders en leerling. Samen verantwoordelijk. Samen verder.
De vergelijking met andere landen zegt mij dan niet zoveel. Het is een andere situatie, een ander land, andere mensen, andere systemen en dat geeft andere interventies en dus ander onderwijs. Is het onderwijs in Nederland slecht? Ik geloof het niet. Maar dat betekent niet dat we achterover moeten leunen. Kijk altijd hoe je verder kunt ontwikkelen. Beter worden in taal en rekenen is slechts een onderdeel. Het kind moet straks een zelfstandig mens kunnen zijn in de ingewikkelde maatschappij van nu.
Labels:
Belbin,
Caluwé,
Finland,
onderwijs,
onderwijsbehoefte,
Passend onderwijs,
rekenen,
taal
vrijdag 26 augustus 2011
Leerkrachten en kwaliteit
"Genoeg leerkrachten", meldt de krant van vandaag. "Het tekort valt mee", want door de crisis zouden meer mensen voor de zekerheid gaan met een baan in het onderwijs.
Maar.... in wat kleinere letters wordt ook nog even gezegd, dat niet alle leerkrachten en docenten bevoegd zijn.
Conclusie: Er is wel degelijk een tekort en men heeft stagiaires en duaal studenten ingezet om de klassen en groepen te bemannen of veelal te bevrouwen. Nog goedkoper ook, mooi opgelost.
Opgelost?
Mooi is dat. Het maakt dus niet uit hoe er wordt lesgegeven, wie dat uiteindelijk doet, hoe het gebeurt, als het maar gebeurt en enigszins financieel te behappen is. Terwijl Marja van Bijsterveldt (een niet-leerkracht) zegt dat het niveau van taal, lezen en rekenen omhoog moet, er bezuinigd moet worden door de rugzakken terug te brengen, meer kinderen binnen de basisscholen te houden, minder geld ter beschikking te stellen en leraren meer nascholing moeten volgen.
Nu is dat laatste niet zo erg, want daar worden we voor betaald, bovendien is het goed om bij te blijven. Nog leuk ook, want je hoort weer nieuwe dingen, er ontstaan nieuwe inzichten en er komen altijd weer nieuwe invalshoeken. Prima.
Blijft over: het hoge(re) niveau en Passend Onderwijs tegenover die nog niet-afgestudeerde docenten en leerkrachten. Hoe kan dit door het ministerie van onderwijs worden goedgekeurd? Gaat het dan alleen maar om de poppetjes en het geld? Of moeten we ook aan kwalitatief goed onderwijs denken? En laten we het allerbelangrijkste niet vergeten: het kind en de leerling, zij moeten centraal staan, niet de voorwaarden daar omheen.
Wie wordt de volgende minister van onderwijs? Toch wel iemand die uit het veld komt...., hoop ik?
Labels:
lesgeven,
lezen,
Passend onderwijs,
rekenen,
taal
maandag 22 augustus 2011
Taal en rekenen
Vandaag stond in Trouw een stukje over 'Nadruk op rekenen en taal schaadt onderwijs'. Wat moeten we nou? Wel of niet die extra taal- en rekenles intensiveren?
Is het niet zo, dat de basisschool een basis biedt voor alle facetten van de ontwikkeling? Zowel sociaal emotioneel als cognitief en laten we daarbij vooral het creatieve en motorische aspect niet vergeten. Een kind is niet alleen een rekenwonder of taalspecialist, met de inhoud van de taal moet je ook leren communiceren, met het rekenen moet je ook boodschappen kunnen doen, met de les aardrijkskunde moet je ook kunnen samenwerken en dan heb ik het nog niet eens over de computervaardigheden gehad. Een mens is een veel complexer geheel dan alleen rekenen of taal. Natuurlijk begrijp ik dan best dat TE veel taal en TE veel rekenen kan schaden. De weegschaal slaat dan door.
Dat taal en rekenen een andere aandacht kunnen krijgen door meer op een speelse manier kinderen in aanraking te laten komen met een soort verrijking, dat lijkt me een goede zaak. Kinderen in groep 1/2 kunnen letters herkennen en onderzoeken waar ze die letters nog meer kunnen vinden. Maar als een kind niet rijp is om hier iets mee te doen, houdt alles op. Dan zit het nog in een andere ontwikkelingsfase.
Stimuleren is prima, kinderen prikkelen en uitdagen is goed.
Dus leerkrachten overal ter wereld, natuurlijk letten we op nieuwe inzichten en andere accenten, zoals deze gelegd kunnen worden, maar laten we vooral niet vergeten, dat een kind wel kind mag zijn, spelend mag leren en ontdekken van de wereld om hem heen. Door middel van kennis de creatieve, motorische en sociale vaardigheden ontwikkelen. Dan leer je het kind als geheel een stap verder te brengen.
zondag 14 augustus 2011
Plussen en malen
In de poort van onze achtertuin spelen twee jongens met een bal vandaag. De een blond en een open gezicht met blauwe kijkers, de ander donker haar en bruine pretoogjes. Ze praten over de middelbare school. Ik vraag hen of ze daar graag naar toe willen. "Nee, hoor,"zeggen ze trots, "wij gaan naar groep 3!" We praten verder en we hebben het over het lezen. De donkere knul roept trots dat hij al kan lezen. De blonde vervolgt onmiddellijk dat hij dat ook kan. "Ik kan ook al plussen", zegt het blonde knaapje, "plus tien plus tien is twintig" en "een plus een is twee, twee plus twee is vier, vier plus vier is acht" Ik prijs hem om zijn knappe kunsten. Dan vraag ik of ze ook weten hoeveel acht plus acht is. De denkradertjes beginnen hard te draaien. De donkere dondersteen geeft het eerste antwoord. "Zestien." Nou nou, jullie kunnen groep 3 wel overslaan. Dan zegt het donkere aapje "Ik kan ook malen." Mijn buurvrouw die naast me staat begint te lachen en zegt dat ze dat ook kan, vooral 's nachts. De jongen begint alweer. "Een keer een is een, twee keer een is twee en twee keer twee is vier." En hoeveel is dan vier keer vier, vraag ik. De raderen bovenin het koppie beginnen weer hard te draaien, het denkmechanisme is aan het werk. Ik zeg nog, dat is hetzelfde als acht plus acht. "Zestien." Snelle leerling. Die zou ik wel in de klas willen hebben! Heerlijk, die onbevangen leergierige mannetjes.
woensdag 29 december 2010
Terugblikken en vooruitkijken
In deze tijd van het jaar, tussen Kerst en Oud&Nieuw is er een tijd gekomen om eens terug te kijken op het afgelopen jaar en vooruit te kijken naar wat komen gaat. Waar sta je? Wat is bereikt? Wat wil je nog? Hoe verder? Zit je op de goede plek?Naar het onderwijs kijkende ligt er een lange tijd achter mij met hoogtepunten en dieptepunten. Om een positieve draai te geven aan de dingen die gebeuren, is het goed om te leren van de dieptepunten en te genieten van de hoogtepunten. Zo is het al jaren genieten van de reacties van kinderen. De onverwachte uitlatingen, de verbaasde gezichtjes, de warmte die zij zo puur kunnen uitstralen.
Toch wil je verder in het onderwijs en de verdieping ligt dan in Remedial Teaching, ICT, interne begeleiding. Zo ervaar ik dat onderwijs meer is, veel facetten heeft en zo een machtig mooie organisatie is, waar het natuurlijk blijft draaien om de kinderen. We willen die kinderen wat leren. En of dat nu taal, lezen of rekenen of juist een stukje creativiteit, muzikaliteit of sociale vaardigheden, het blijft een geheel aan kennis en vaardigheden, waarmee de kinderen straks een zelfstandig bestaan mee kunnen leiden.
Allemaal mooi, waar waar moet dit heen in 2011? Moeten wij de virtuele wereld als aanwinst beschouwen of is het intermenselijke contact veel belangrijker? De waarheid ligt in het midden en zal voor iedereen anders zijn. De een heeft een hekel aan de computer, een ander heeft juist nu de mogelijkheid om te communiceren. Maar eigenlijk kunnen we niet meer zonder.
Het is goed om de kennis nu weer even te richten op lezen, taal en rekenen, het zijn belangrijke vaardigheden, maar we moeten de balans in de gaten houden en oppassen dat we niet doorslaan naar alleen maar te kijken naar de opbrengsten. Ook voor de inspectie ligt hier het gevaar op de loer om scholen alleen maar te beoordelen naar de cijfers en de te meten resultaten. Goede contactuele eigenschappen zijn niet te meten. De sfeer in de school, het vertrouwen tussen leerkracht en leerling, het zicht op de derde wereld en gevoelens zijn allemaal belangrijke items van veiligheid en geborgenheid. Moeten we deze dingen dan allemaal maar in de ijskast leggen? Nee, dat lijkt me niet. Natuurlijk hoeft het niet altijd feest te zijn. Er moeten ook dingen gebeuren. Maar zeker een basisschool, het woord zegt het al, heeft de taak om een goede, gedegen, maar vooral ook veilige en warme basis mee te geven aan de kinderen in deze hectische en soms ingewikkelde tijd. Een mooi doel voor 2011.
zondag 25 april 2010
Rekenen met 10 broden
Momenteel worden hier thuis 10 broden per week geconsumeerd. Als ik dit vertel aan mensen in mijn omgeving valt menigeen van zijn stoel of vallen er spontaan een paar monden open. Toch valt het erg mee als je gaat berekenen hoeveel dit per persoon per maaltijd is.Een brood bestaat uit 24 sneetjes, dus dat is bijna 3 sneetjes per maaltijd.
Tja, dan is 10 broden helemaal niet zo veel, want zelf eet ik op een gewone dag al 5 boterhammen, 2 's morgens, 3 's middags, laat staan wat die hongerige pubers eten... Zouden ze dan toch maaltijden overslaan?
Regelmatig hobbelt er een groot lijf de keuken in en roept "Heb je nog wat lekkers?", waarop wij steevast het antwoord geven "Eet eerst maar een boterham." Nu die grote lijven wat ouder worden hebben ze natuurlijk ook andere manieren gevonden, om die boterhammen lekker te maken. De geur van gesmolten kaas op brood komt verrassend vaak uit de magnetron, maar ook het tosti-apparaat draait overuren. Al zijn ook pindakaas en hagelslag favoriete broodversiersels.
Toch zullen er een aantal van deze hongerwolven ook alternatieven kiezen als granentussendoortjes, muesli, ontbijtkoek, om maar te zwijgen van het patatje oorlog en de Turkse pizza. Ook die vinden gretig aftrek.
Toch hoop ik maar dat ze iets hebben meegekregen, want: Brood, daar zit wat in!
woensdag 3 februari 2010
Cijferstrijd
Altijd al dol op rekenen en wiskunde, op de PA was rekenen een van de specialisaties, later heb ik anderhalf jaar wiskunde gestudeerd. Het is een ultieme methode om op een leuke manier aandacht te besteden aan het rekenen in het basisonderwijs. Zeker nu de politiek, de inspectie en weet ik nog meer wie, weer met het basisonderwijs gaat bemoeien en verzuchtend roept dat er meer aan taal en rekenen gedaan moet worden. Zo kan het niveau op een speelse wijze worden verhoogd en de rekenactiviteiten worden gestimuleerd.Het oplossen van vraagstukken, waarop een antwoord moet komen, die men weergeeft in een (digitale) foto. De foto's komen op een poster en zo kan er een heel deelnameposter worden gevuld. Groep 1 t/m 8 kan meedoen. En natuurlijk zijn creatieve foto's de leukste en zullen ook die gewaardeerd worden.
Naast de prijzen die er zijn te winnen is dit een enorm prikkelend rekenproject om met de school te doen. Dus... opgeven maar! Het kan op http://www.cijferstrijd.nl/.
Na eerst even gevraagd te hebben op school, heb ik mijn school opgegeven, dan kan ik in ieder geval meedoen met de groep 6, die ik op vrijdag heb. Gaaf!
vrijdag 29 januari 2010
Een rekenles in groep 6
Dat rijmt. Maar daar ging het niet om. Het ging vandaag over allerlei soorten fototoestellen, oude analoge camera's en natuurlijk de moderne digitale spiegelreflexcamera's. Geweldig om hiermee en rekenles te vullen.Omdat we thuis wel een digitale spiegelreflexcamera hebben, maar deze toch wel erg groot is om mee te nemen, vroeg ik mijn dochter of ik haar kleine digitale cameraatje mee mocht nemen. Met snoer natuurlijk.
In de rekenles moesten de kinderen zich voorstellen waar een foto genomen is. Alvorens daarmee aan de slag te gaan, ging ik midden in klas staan, op de plek van een leerling, van daaruit konden we iets voor ons zien (klik en flits een foto maken), we konden iets links zien, en klik een volgende foto werd gemaakt, zo ook rechts, schuin voor, schuin achter etc. De hele klas in beeld.
De foto's meteen op de computer gezet, konden we de beelden direct bekijken op het digitale schoolbord, wat een prachtige techniek is dit toch!! Harde schaterlach tot gevolg. Grappig hoe de kinderen het weer gek vinden om naar zichzelf te kijken. Dat was ik even vergeten.
De les uit het boek was nu des te beter te begrijpen.
Een klassenfoto van de hele klas, achterin het lokaal en enkele verhaaltjes op de website van de school, maakt het helemaal compleet. Hup, de foto's erbij, even wat plaatjes op de goede plek. Wat lekker dat ik vandaag eventjes geen IB-er was.
zaterdag 2 januari 2010
Meer taal, rekenen en lezen, maar...
In de media wordt steeds geroepen dat er meer aandacht moet zijn voor taal, rekenen en lezen. Ouders geven aan, dat een docent/leerkracht streng moet zijn, dat dat zelfs belangrijker is dan een goede band met de leerkracht. Maar wacht even. Ik snap als geen ander dat het heel goed is om het taal- en rekenniveau op te krikken. Met name het lezen is van essentieel belang om kinderen goed verder te helpen. Lezen heb je dagelijks nodig. Een maatschappelijk belang. Denk alleen al aan "de kleine lettertjes". Maar, is het niet minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker om te zorgen dat een kind goed in zijn vel zit, je begrip toont als er in zijn/haar omgeving iets is gebeurd en vooral veel complimenten geeft? Ik denk het wel.Regelmatig lees ik de blogs van mijn lieve vriendin Esmeralda, die een enorm leuk filmpje heeft geplaatst in een van haar blogs in december (zie: http://avafit.blogspot.com/2009/12/feel-good-movie.html). Hierin blijkt maar weer dat het geven van complimenten tot betere werk- en leerresultaten leidt. En dat is nu juist de bedoeling, zeker op de veilige basisschool, maar ik denk ook nog op de breder georiënteerde middelbare school. Waardering van mensen geeft een goed gevoel. Een gevoel van "smile", een gevoel van "ik kan de wereld aan", een goed zelfvertrouwen, een positief zelfbeeld. Dat is het allerbelangrijkst. Vervolgens moet er wel een effectieve leeromgeving worden geschapen met een minimaal aantal lesuren op het gebied van taal, rekenen en lezen. Zwakke kinderen moeten zelfs, zo zegt o.a. Kees Vernooy, minimaal een uur extra effectieve leesinstructie krijgen.
Maar laten we asjeblieft de sociaal-emotionele voorwaarden niet vergeten of in een hoek plaatsen, waar die niet hoort. Dus deel dagelijks een compliment uit naar minimaal 3 mensen die u tegenkomt. Verbeter de wereld, begin bij uzelf! U zult zien, dat u bergen kunt verzetten en de ander ook.
vrijdag 6 november 2009
Rekenniveau
Afgelopen week stond het weer in de krant: Het rekenniveau van leerkrachten is te laag.De vragen die bij mij boven komen zijn:
1. Is dat nou werkelijk zo?
2. Hoe komt dat dan?
3. Wat kunnen we daaraan doen?
Die eerste vraag vergt een breed onderzoek. Op de PABO's worden nu rekentoetsen afgenomen, anders wordt men niet toegelaten. We zouden dan terug moeten naar rekenvaardigheden op de middelbare school en op de basisscholen. Onderzoek zal moeten uitwijzen waar het probleem ligt. Op de basisscholen worden overal toetsen afgenomen, dus dat moet niet zo moeilijk zijn om dat te achterhalen.Op de middelbare scholen lijkt men ook zoiets te beginnen. Zo kreeg mijn jongste in de brugklas en in de tweede klas een VAS-toets van CITO, waarop haar gegevens omtrent wiskunde, Nederlandse taal en studievaardigheden vermeld stonden. Prima, lijkt me. Wellicht moeten we dan terug naar de PABO zelf. Wordt daar ook nog wel genoeg gedaan aan rekenvaardigheden? Zelf heb ik de PA (slechts 3 jaar!!) gedaan, maar wij kregen wel degelijk hoofdrekenen, achttallig stelsel en behoorlijk pittige sommen te verwerken. Volgens mij niets mis mee. Hoe het nu is, zou dus nog te onderzoeken moeten zijn.
Ten tweede kan de oorzaak van het lage rekenniveau overal liggen. De bovengenoemde scholing kan minder zijn geweest, de inzichtelijke rekenmethodes zouden funest kunnen zijn, de intrede van rekenmachine en computer zouden de vaardigheden kunnen verminderen. Daarnaast is de wereld veel ruimer geworden en zijn er veel meer prikkels bij gekomen. Ligt daar niet een oorzaak dat het rekenen minder belangrijk is geworden?
De derde vraag is de makkelijkste. Als er iets schort aan een laag rekenniveau, dan zullen er rekencursussen gegeven kunnen worden. Een nieuwe markt. En dat is in deze crisistijd misschien een goed initiatief van schoolbegeleidingdiensten, die het nu niet makkelijk hebben. Maar ja, wie gaat die cursussen dan uiteindelijk geven?
Abonneren op:
Posts (Atom)


