On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label kind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kind. Alle posts tonen

zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zaterdag 27 april 2013

Adempauze

Het is meivakantie. Twee weken. Een lange periode. Heerlijk. Ik hoop dat de zon lekker gaat schijnen en dat ik even kan verdwijnen in een boek. Gewoon om even afstand te nemen.

Veel collega's gaan weg. Lekker even een andere omgeving pakken. De lucht van een ander land inademen. Afstand nemen, letterlijk en figuurlijk. Een andere omgeving geeft energie. Het vertoeven op een andere plek geeft rust.
Het is goed om even achter over te leunen, voordat het laatste stuk van het schooljaar meester van je maakt.
Zo'n laatste periode is druk. De hectiek van de afrondingen, schoolreisje, kamp, groepsverdeling en formatie, planning, schoolgids en jaargids, schoolondersteuningsprofiel, rapporten en gesprekken, een open podium en tussendoor alle ad hoc dingen die ook nog moeten worden opgelost.
Waarom hebben we dit vak ook alweer gekozen? Wat beweegt ons, wat motiveert ons om het onderwijs in te werken? Wat is onze inspiratiebron? Waardoor raken wij bevlogen? Waar komt ons enthousiasme vandaan?
Juist ja, van het kind en niets anders. Het is dan ook goed om te zorgen dat het kind in goede handen is. Dat we eruit halen wat erin zit, maar dat we er ook voor zorgen dat het pedagogisch klimaat goed is. Dat het genoeg leerstof krijgt om zich voldoende of nog meer te ontwikkelen, maar ook dat het zich breed ontwikkelt.
Om te zorgen dat alles voor het kind goed gaat, moeten we goed zorgen voor de randvoorwaarden. Goed gekwalificeerd personeel, goede leermethoden, een  effectief rooster, genoeg beweging, gezonde leefstijl, een sociale omgeving en ga zo maar door. Met een goede wilskracht en verantwoordelijkheid kan de school dit allemaal bieden.
Daarvoor hebben we nu een adempauze om genoeg energie op te doen voor de laatste ruk naar de zomervakantie. Om ons allemaal weer voor de volle 100% of misschien af en toe wel even 120% in te zetten, alle zeilen bij te zetten en de kinderen te mee te geven waar ze recht op hebben.
Fijne vakantie en succes met de laatste weken.

woensdag 9 januari 2013

Wat is een goede schoolleider?

Wat wordt verstaan onder een goede schoolleider? Ben ik wel een goede schoolleider? Tweeënhalf jaar geleden heb ik de sprong gewaagd om vanuit het werk van leerkracht, RT-er, ICT-er en IB-er de stap richting het schoolleiderschap te maken. 

Binnen ons team van directeuren zie ik 9 verschillende mensen met een eigen stijl, een eigen school met een eigen populatie en grootte en eigen ontwikkelingen en doelen. Maar allemaal gaan ze voor hun eigen school, om daar iets moois van te maken. Daarin gebruiken ze hun eigen inzet en grenzen, hun eigen stijl en hun eigen mensen.
Vanuit de literatuur kun je verschillende dingen aanhalen, om te checken of iemand een goede schoolleider is. 
Zo moet (volgens de NSA) een schoolleider voldoen aan persoonlijke en organisatiecompetenties. Samengevoegd in 8 bekwaamheidseisen voor schoolleiders. 
Kort samengevat gaat het om:
1. Zelfbewust, reflecteren en ontwikkelen.
2. Denkkracht.
3. Visie en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden creeren. 
4. Communiceren en relaties onderhouden (daadkracht).
5. Ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire proces.
6. Gezamenlijk visie op onderwijs, opvoeding en organisatie ontwikkelen.
7. Veilige, effectieve en efficiënte organisatie.
8. Actief samenwerken met de omgeving.
Daarnaast hebben we ook "De zeven eigeschappen van effectief leiderschap" van Stephen Covey, die samenvattend en enigszins overlappend met het voorgaande, zegt:
1. Pro-actief
2. Doelgericht
3. Prioriteiten stellen
4. Denk "Win-win"(voordelig voor beide partijen)
5. Eerst bergijpen, dan begrepen worden
6. Creatieve samenwerking
7. Hou de zaag scherp
Ook de manieren van leidinggeven komen voor in de literatuur. Volgens http://mens-en-samenleving.infonu.nl kun je de volgende manieren vinden:
1. laissez faire (laat maar gaan)
2. democratisch (samen, gekozen)
3. Leiding door de groep zelf
4. dictatoriaal (alleenheersend)
Of effectief leidinggeven, zoals EFFECt online via http://nsaeffect.nl aangeeft:
1. Visie gestuurd
2. In relatie tot de omgeving
3. Vormgeven aan organisatiedenken vanuit onderwijskundige gerichtheid
4. Strategieen hanteren tbv samenwerking, leren en onderzoeken
5. Hogere orde denken

Al deze lijstjes en er zijn er nog meer te noemen, als je leest over transformationeel leiderschap(beter als transactioneel), coachend leiderschap en dergelijke zijn handig. Toch dekt het niet helemaal de lading. Moeten leiders niet ook sociaal zijn, empathie kunnen tonen, afstand kunnen nemen, inspireren, tegen stress kunnen, je tijd kunnen indelen, en dan hebben we ook nog te maken met de leider als persoon/karakter en de leider en zijn omgeving. Wellicht zal er ook een verschil zijn in vrouwelijke leiders en mannelijke leiders.
Persoonlijk: Wat is jouw karakter en wat past bij jou? Waar kun je zelf achter staan? Waar voel jij je prettig bij? Welke school hoort bij jou en welke schoolleider past bij welke school? Welke stijl van leidinggeven hoort bij jou?
Omgevingsfactoren: De buurt waar de school staat, de achtergronden van de kinderen, wel of geen werkende ouders, wat is de opleiding van de ouders en het team van leerkrachten qua achtergronden, ervaring en leeftijd.
Wat is jouw invloed op de omgeving en wat doet de omgeving met jou als leidinggevende? 
Dit soort vragen kun je niet zomaar uit de literatuur halen. Je kunt hooguit bekijken in welke fase je zit, de leiderschapsstijl, tips om met veranderingsprocessen om te gaan. Je zit in een proces van leren en ontwikkelen. Blijf veel reflecteren. Leer van situaties en van anderen in dezelfde situatie.

Schoolleider zijn is een veelzijdig beroep. Misschien zelfs wel een roeping. Je wilt enerzijds doelgericht bezig zijn, veranderingsprocessen begeleiden, de school verder ontwikkelen en collega's stimuleren en inspireren tot de goede keuzes. Anderzijds heeft het alles te maken met een goede relatie, goede communicatie en informatiestromen, zowel intern als extern. Het grote geheel in het vizier houdend en de verantwoordelijkheid durven nemen.
Ik heb in de afgelopen tweeënhalf jaar al een heleboel geleerd, maar ik leer iedere dag weer bij. Geen dag is hetzelfde en ik verveel me nooit. Nu kan ik van mezelf zeggen dat ik een nieuwsgierige doener ben, enigszins digi-minded. Welke mogelijkheden zijn er op school om de kwaliteit nog beter te krijgen, maar wat niet ten koste gaat van het pedagogische klimaat.
Steeds meer bekijk ik dingen in een helikopterview, zodat je in de gaten houdt waarom sommige dingen wel of niet moeten of kunnen gebeuren. Het is een prachtige, bruisende en levendige organisatie. Ik geniet ervan. En als jij voelt dat je op de goede plek zit, jij daarin mag groeien, jij daarin een richting mag bepalen samen met de collega's, je leert te kijken naar wat je hebt bereikt en wat je volgende keer beter anders kunt doen, kun je jezelf verder ontwikkelen.
Het is bijzonder om dit werk te mogen doen. In dienst van wat nog steeds centraal moet staan: het kind.

zondag 16 december 2012

Een kind kan de was doen.


Woorden met meerdere betekenissen zijn de leukste woorden om wat over te schrijven. Ook kinderen leren veel van het omgaan met deze betekenissen in zinnen of verhalen. Laat ze ermee spelen. Laat de kinderen dat varkentje eens wassen.

Waar denken we aan bij het woord "was"? Is dat een wassen neus? Er was eens een berg met was...

1. De was of het wasgoed zijn de vuile kleren. Met een huis vol mensen groeit ook de berg vuile was. 
2. Was is de verleden tijd van is. Officieel de eerste, tweede en derde persoon enkelvoud van het werkwoord zijn. 
3. Was kan ook van het werkwoord wassen komen, de ik-vorm ofwel de stam levert was. Ik was de kleren.
4. Was kan ook een vorm van bijenwas of boenwas zijn, een soort vetachtige substantie, net als ook lederwas, een schoensmeer. Zo zacht als was, wordt weleens gezegd.
5. Was betekent (aan)groei, stijging (vooral van water). Het wassende water tekent het stijgende water. Ik denk aan de streekroman van Peter van Gestel die is verfilmd. Denk hierbij vooral aan de dijkdoorbraken.
6. Was is ook een deel in samengestelde woorden. Zo kennen we wasgoed, wastobbe, wasmiddel, wasbeer, boenwas, lederwas, wasdroger, waskaars, gewassen en ga zo maar door.

Het leuke van woorden met verschillende betekenissen is er om met kinderen leuke zinnen mee te maken, waarin de verschillende betekenissen komen boven drijven (in datzelfde wassende water?). We kunnen hen altijd nog de oren wassen.
Lees hieronder zomaar eens wat zinnen en bedenk of je hierbij een beeld kunt bedenken.

De was van de wasbeer zat in de wasdroger.
Wat was jij aan het doen met de was?
Ik was de was aan het wassen.
Zit u goed in de slappe was?
Waar was de was van de wasmand gebleven? 
Ik was en hij droogt, wat was jij van plan?

Met een beetje creativiteit kun je het zelfs samensmeden tot een verhaal of gedicht.

Ik was de was.
Waar was jij?
Ik was één en al oor.
Ik was hier.
Was jij blij?
Ik was de was met plezier.

De was.
Wat was dat?
De was is plat.
Gestreken was van de wasmachine,
De was van de vettigheid misschien
De was van de wasbeer?
Was die voor meneer?

Een kind kan de was doen.
Was de was gewassen?
Wassen in de plassen.
Na het plassen handen wassen.
Moet je dan weer sassen.
Zullen wij dat varkentje eens wassen?
De bol wassen is eerlijk verrassen.
Maar als je je mond moet wassen
is daar geen kruid tegen opgewassen.
Ga je toch iemand de oren wassen,
of is hij flink uit de kluiten gewassen?
Een kind kan de was doen!

En hoe was het voor u om over was en wassen te lezen, zonder de handen te wassen en de boenwas niet te hebben aangeraakt? Of heeft u het als nutteloos ervaren? Zij dronken een glas, zij deden een plas en alles bleef zoals het was.

zaterdag 20 oktober 2012

Met hoofd, hart en handen

Het onderwijs vraagt om meer, dan alleen leerstof en kennis. Het vraagt om een bepaalde attitude van de leerkracht, die met hart en ziel les geeft en kinderen stimuleert en begeleidt.

Onderwijs is kennisoverdracht. Zo was het vroeger en zo is het nu. Maar onderwijs bestaat niet alleen uit kennisoverdracht, al lijkt dit misschien de grootste taak. Het is veel meer dan dat.
Naast de kennis vraagt het onderwijs ook om afstemming. Een leerkracht zal zich moeten verdiepen in die leerling. De kennis zal bij het ene kind op de ene manier gaan en bij een ander kind weer op een geheel andere manier. De een zal sneller leren, anderen zullen via beeldmateriaal makkelijker leren en  sommigen hebben veel herhaling nodig. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte, zijn eigen manier om zich dingen eigen te maken en zich verder te ontwikkelen. In het kader van handelings gericht werken een term die heel vanzelfsprekend is geworden.
Het vraagt van de leerkracht een flexibele houding, een bepaalde attitude, die leerkrachten zichzelf eigen kunnen maken. Een leerkracht leert ook dagelijks van zijn handelen. Samen met andere leerkrachten, de intern begeleider en de directeur kan het zijn lesgeven en zijn handelen onder de loep nemen en steeds weer verbeteren. Het is goed als een leerkracht kan reflecteren op zijn eigen gedrag. Welk effect heeft mijn manier van lesgeven op dit kind?
Onderwijs is ook de maatschappij in het klein. Een mini-samenleving waarin geleerd en gedeeld wordt, waarin gepresenteerd en gelachen wordt, waarin sociale competenties een belangrijke rol spelen. Kinderen moeten leren omgaan met de ander. Samen leren, samen communiceren, samen spelen en samen ontdekken. Maar ook samen oplossen, elkaar helpen, ruzies oplossen of samen verdriet hebben.
Onderwijs geef je met hoofd, hart en handen. Het hoofd gebruik je voor de kennis en dingen (aan) te leren. Het hart gebruik je voor de liefde van de medemens en de sociale vaardigheden. De handen gebruik je om te oefenen en om de geleerde dingen te doen, maar ook te laten zien hoe je vrolijk of verdrietig bent. Samen vrolijk zijn of elkaar troosten in het verdriet.
Onderwijs kun je daarom niet vangen in alleen CITOscores. Onderwijs is veel breder. Enerzijds de afstemming, anderzijds een prettig pedagogisch klimaat.
Onderwijs maak je samen, met hoofd, hart en handen.

zondag 8 april 2012

Vertrouwen

Vertrouwen kennen we bij relaties met mensen. Dus ook in het onderwijs. Relaties met kinderen, ouders en leerkrachten. Het woord vertrouwen draagt het woord trouw in zich. Trouw aan mensen, de school, het werk en het hele onderwijs.

Nu de bezuinigingen en het traject Passend Onderwijs ons in de nek hijgen, zal menigeen het vertrouwen verliezen. Niet zo zeer het vertrouwen in de mensen en kinderen op de werkvloer, maar meer in het onderwijsveld in het algemeen. Kan ik mijn baan wel behouden? Worden de klassen groter? Kan alles nog wel worden besteld? Vinden er verschuivingen plaats? Wat blijft er over van de kinderen die een rugzak hebben? Hebben ambulant begeleiders straks nog werk? Hebben wij als basisschool straks nog genoeg expertise in huis?
Als het vertrouwen in het onderwijs verloren gaat, verliezen we misschien ook het vertrouwen in ons werk. Dat zou jammer zijn. Zoveel professionals die met hart en ziel elke dag weer voor de klas staan. Daar moeten we zuinig op zijn. Leerkracht word je niet zomaar. Dat doe je ergens voor. Je hebt gekozen voor werk met kinderen. Alle soorten en maten.
Het werk bestaat uit de relaties met kinderen en ouders, contacten met collega's, overlegmomenten met intern begeleiders en ambulant begeleiders, op zoek naar het beste voor dit kind, in deze situatie, met deze leerkracht, in deze groep en met deze ouders. Dan is het goed om dat vertrouwen vast te houden. Blijf vertrouwen op jezelf, de kinderen, de leerkrachten, de ouders en de school. Geef elkaar ruimte en zelfstandigheid. Leer elkaar hoe iets misschien beter kan. Blijf trouw aan het kind en vertrouw op je eigen kunnen.

En al die bezuinigingen dan? En Passend Onderwijs? Wacht af hoe een en ander uitpakt en ga niet bij de pakken neerzitten. Zet door en ga verder, want kinderen moeten ook verder. Hun ontwikkeling staat niet ineens stil. Misschien valt het mee. Laten we roeien met riemen die we hebben, zo is dat al jaren goed gegaan. Of nu de focus is gericht op sociale vaardigheden of op taal en rekenen, uiteindelijk komen de kinderen echt wel waar ze moeten komen.
Geef niet op, heb vertrouwen in de toekomst, net als dat je vertrouwen hebt in de kinderen.

vrijdag 13 januari 2012

De ander


Mensen hebben mensen nodig. Kinderen hebben kinderen nodig. We kunnen niet zonder. Soms is het wel lekker om alleen te zijn of even alleen iets te doen. De een vindt dat zelfs lekkerder als een ander. De een is meer een einzelgänger, dan een ander. Niets mis mee.
Als je iets nodig hebt, of als er iets is, merk je pas echt hoe je een ander nodig hebt. Maar ook gewoon in het dagelijkse leven werken en leven we met anderen. Denk maar aan de boodschappen, het kopen van kleren, het vervoer waarmee we reizen of de sportvereniging waar je naartoe gaat. Veel heeft met anderen te maken.
Sommige mensen vinden dat prettig, anderen niet. Sommigen praten veel, anderen doen weer meer. Iedereen is verschillend, en juist dat maakt het zo boeiend.
Als iemand jou echt nodig heeft, verandert er iets in de relaties tussen mensen en/of kinderen. Toch verandert de waarden tussen mensen niet. Als iemand hulp nodig heeft, help je een ander zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. Iemand is niet minder als hij hulp nodig heeft, iemand is niet meer als hij hulp kan geven. Ik moet zeggen, dat het wel een goed gevoel geeft als ik word geholpen door een ander, maar ook als ik een ander kan helpen.
Het is de kunst om dat ook onze kinderen op school te leren.
Hoe blij ben ik met de hulpdienst van het wegverkeer, als de auto weigert te rijden en ik geen kant meer op kan. Anderzijds ben ik ook blij als ik mijn moeder kan helpen bij een bezoekje aan het ziekenhuis, wat haar een berg energie kost. Heerlijk om dat samen te kunnen doen.
Door hulp te bieden en/of hulp te krijgen, door dingen samen te doen, door samen verder te komen, leren wij om te gaan met de ander. Sociale vaardigheden zijn daarbij belangrijk, maar ook het gevoel van veiligheid en openheid. Het samen leren, van elkaar leren, open staan voor vragen en onverwachte gebeurtenissen. Samen sta je sterk. En dat is nu precies wat ik op school met kinderen wil bereiken: een veilige, open, eerlijke en prettige omgeving met een goede sfeer en betrokkenheid van ouders. Daarmee leer je kinderen een basis leggen voor de rest van hun leven. 




maandag 12 december 2011

Zelfstandig of alleen (Zelfredzaamheid)?

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel, schooldirecteur basisschool Maxima in Berkel en Rodenrijs(Lansingerland) en Esmeralda de Vries Arbeidsmarkt-socioloog (AVAfit). Het maandthema van januari 2012 gaat over zelfredzaamheid. Nu kennen we vele soorten in invalshoeken van Zelfredzaamheid. Wat herkennen wij hiervan bij de jeugd van tegenwoordig?

Hanneke:
Zelfredzaamheid, een woord dat mij aan het denken heeft gezet. Een tweet van Esmeralda triggerde dit mij om hier meer inhoud aan te geven. De betekenis ervan zit 'm in het zichzelf kunnen redden in algemene zaken in het leven, iets zonder hulp te kunnen oplossen. Als onderwijsmens bekijk ik de zelfredzaamheid van de kinderen op de basisschool. Als voorbeeld zie je in de kleutergroepen dat kinderen moeten leren om zelf hun jas aan en uit te trekken en zelf moeten leren ophangen onder de welbekende luizencape. Dat is al een kunst op zich, maar ze kunnen het echt al in groep 1, als je die zelfredzaamheid maar stimuleert. Ook de beker en het bakje met eten kunnen kinderen echt zelf mee naar binnen nemen en op de plek neerzetten, waar het hoort. In hogere groepen moeten kinderen leren om zichzelf te redden, door sociale vaardigheden op te doen, maar ook in het leerwerk om te kunnen gaan met hun eigen hulpvraag. Zelf oplossingen zoeken geldt dus voor dagelijkse handelingen als de wcgang, maar ook voor het oplossen van een ruzie of het voor elkaar krijgen van hulp bij het opdoen van kennis. Een kind met een stoornis of handicap heeft een extra uitdaging. Zij zullen hun zelfredzaamheid - naast de dingen die iedereen moet kunnen om zichzelf te kunnen redden - ook nog eens zichzelf redden als ze dyslexie hebben, een spraakstoornis ervaren of een been hebben gebroken. Ook dan kunnen we kinderen stimuleren om hun zelfredzaamheid te kunnen vergroten door hiermee te leren omgaan. Een stukje acceptatie, openheid en bespreken wat er wel en niet mogelijk is. Esmeralda: Wat versta jij onder zelfredzaamheid in jouw werk? Wanneer noem jij mensen zelfredzaamheid? En hoe stimuleren jullie dit?


Esmeralda:
Zelfredzaamheid is een containerbegrip. In mijn werk als organisatie-socioloog kijk ik naar het gedrag van groepen mensen. Dit kunnen werknemers zijn, klanten, studenten, teamleden, directieleden, stagiaires, 55+ werkzoekenden, etc. Kortom alle groepen die je op de (arbeids)markt tegenkomt. In 1984 werd ik gegrepen door MANS (Management Arbeid Nieuwe Stijl) met zelfstandige teams en verantwoordelijkheden op de werkvloer. Dat was toen nieuw. Nu in 2011/2012 zie ik het terug in zelfstandige teams in de zorg, bij Het Nieuwe Leren van studenten, bij de flexibiliteit door het creëren van balans in werk & privé, etc.


Zelfredzaamheid is een onderdeel Sociale kwaliteit, de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, de condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren. Bij een grote zelfredzaamheid ben je onafhankelijker van de beslissingen van anderen, en kan je meer invloed uitoefenen op je sociale context. Ik kom net terug van een vergadering met een 55+ netwerk van werkzoekenden. Zij snappen dat ze de heerlijk vertrouwde zekerheden van “het oude werken” moeten loslaten om de aansluiting te kunnen maken en te behouden met de hedendaagse arbeidsmarkt. Ik noem hun ook early adapters van “Het Nieuwe Werken. Hierbij gaat om meer dan niet tijd- en plaatsgebonden werken, maar om de zelfredzaamheid binnen het verrichten van opdrachten die inkomsten genereren. Heel stimulerend (vanuit de positie van opdrachtgever en opdrachtnemer gezien)!. Tegelijkertijd zie ik ook jongeren zeer zelfstandig studeren als basis voor hun zelfstandigheid in hun toekomstig werkproces. En wat dacht je van onze generatie? Je noemde onze duoblog, die ontstaat via de digitale snelweg ook al een mate van zelfredzaamheid. Onlangs las ik nog een interessant artikel over social media als middel om ouders te betrekken bij school. Het is dus een HOT onderwerp!


Kortom: zelfredzaamheid is van alle markten thuis. Maar als je het allemaal zelf kan, heb je dan eigenlijk nog wel een “baas”, “leidinggevende” of “manager” nodig? Hoe zie jij dat als directeur van een basisschool?


Hanneke:
Het is prachtig gezegd om zelfredzaamheid te zien als een stuk onafhankelijkheid. Je kunt de dingen zelf. Toch vind ik niet dat je daarmee de dingen alleen kunt doen. Wij, als mensen, hebben altijd andere mensen nodig. Sommigen in meerdere, anderen in mindere mate. Dit begint al vroeg. Als ik kijk bij mij op school met de kinderen die net op school komen (4 jaar), zie je dat ze imitatiegedrag vertonen, ze leren door naar elkaar te kijken en elkaar na te doe, zo leren ze van elkaar en van de leerkracht. Ook als volwassenen leren wij door te communiceren met anderen. Jouw 55+ groep is met elkaar tot een bepaalde conclusie gekomen, dit hadden zij stuk voor stuk w.s. niet bereikt. Ook deze duoblog is een bewijs van 1+1 is meer dan 2. Door samen over dingen te praten, elkaar dingen te laten "zien" kom je verder en worden andere mogelijkheden zichtbaar.

Het lijkt dus zo te zijn dat zelfredzaamheid niet betekent dat je het allemaal alleen moet doen, maar dat je zelf (eventueel mbv anderen) naar een oplossing kunt zoeken. Jezelf kunnen redden betekent ook niet dat je het allen hoeft te doen, maar zelf op onderzoek uitgaat. Ontdekkend leren, maar ook kunnen laten zien aan anderen. Dat is ook weer mooi in de veranderende invulling van allerlei opleidingen.


Maar nu jouw laatste vraag: Hebben we nog een leidinggegevende nodig? Ik gebruik het liefst leidinggevende ipv baas. De baas doet me denken aan " de baas spelen", ofwel de bepalende factor, terwijl ik denk dat je als leidinggevende stimuleert en inspireert om het samen op te lossen. De kracht uit mensen halen. Daarin zal - naar mijn bescheiden mening - wel iemand of een kleine groep mensen een richting moeten aangeven. Sturing geven aan veranderprocessen, een centrale verantwoordelijkheid, juist omdat er dan ook leiding gegeven worden aan een proces. Een leerkracht doet dat in de klas, een ouder doet dat thuis, een leidinggevende doet dat op zijn werk.


Zelfstudie is goed, maar ook leren van elkaar (studieteams) en presenteren (laten zien aan anderen) is noodzakelijk om verder te komen. Leuk dat je ook de digitale wereld erbij betrekt. De laatste jaren heeft dit natuurlijk een enorme vlucht aangenomen. Ook daarin laten mensen elkaar zie, worden er allerlei meningen en ideeën opgeworpen en worden er zo weer nieuwe dingen ontwikkelt.
Hierbij zie je dat mensen zich ontwikkelen, maar ook deze moderne digitale tijd is veel verder ontwikkeld. In de toekomst zal het niet anders zijn, wij zijn immers al ouderwets t.o.v. onze kinderen.
Daarmee is de zelfredzaamheid van kinderen van nu wat verschoven. Terwijl het belangrijk is, dat kinderen van nu straks wel op eigen benen kunnen staan.


Esmeralda, hoe geef jij aandacht aan zelfredzaamheid in jouw werk en in het geven van workshops?


Esmeralda:
Precies, Hanneke. Zelfredzaamheid doe je niet ALLEEN, maar ZELFSTANDIG met anderen. Daar gaat het om tijdens studie, werk, wonen etc. In mijn blog Jip en Janneke in Social Media land vertelt Sabrina over de communicatietechniek van oma in vergelijking tot haar kleinkind. Er is eigenlijk weinig verschil. Oud leert jong en ook omgekeerd. Door ouderen flexibel, vitaal en fit te houden in de maatschappij kunnen we samen aan de slag. Dan moet je echter wel oude opgebouwde “rechten” loslaten en open staan voor verandering. Omdat verandering eng is, houden mensen graag vast aan bestaande patronen en slaken kreten zoals: Ik heb recht op werk of zorg of geluk. En de vraag is of dat eigenlijk wel zo is. Door het-recht-hebben-op als uitgangspunt te nemen, houd je vast aan bestaande situaties en ben je niet geneigd dit weg te geven of te delen. Je komt dus alleen te staan en isoleert je van de groep en samenleving. Dan ben je niet meer zelfstandig, maar alleen.


De afgelopen jaren heb ik in mijn workshops de zelfredzaamheid centraal gezet zonder het specifiek te benoemen. De training “Solliciteren kan je leren!” is gericht op de zelfredzaamheid van MBO studenten. Denk aan hun eerste gesprek voor een (maatschappelijke) stage, intake bij een nieuwe studie, vakantie- of bijbaan naast de studie en hun echte eerste functie. Het focust op de mate van zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn. Geen rode vlekken in je nek of zweterige handen. Je weet wie je bent en wat je te bieden/vragen hebt. Dat werkt voortreffelijk (ook bij ouder dan 25 jaar, voor vrijwilligers of in zelfstandige teams).


Het project de Re-integratie Express is een positief HR-instrument voor langdurig zieken die niet kunnen terugkeren naar eigen werk. We hebben dit traject ontwikkelt voor re-integratie 1e en 2e spoor (metafoor is reizen per trein), zodat deze mensen op een positieve en leuke manier gestimuleerd worden zelf te bepalen hoe ze hun einddoel gaan bereiken. Het leuke van het traject is dat ze zelf “bewijslast” verzamelen zodat ze -samen met hun werkgever- bij een WIA-beoordeling kunnen aantonen: Re-integratie is helas niet gelukt, maar dat ligt niet aan niet-willen maar aan niet-kunnen!


Een derde voorbeeld is ontwikkeld afgelopen zomer: De Lifestyle kalender. Ook hier krijgt de medewerker een positieve prikkel om bewust te worden van zijn/haar levensstijl en de gevolgen hiervan op leven en werken. Dit wordt aan de hand van de seizoenen in een praktische activiteit omgezet. Daardoor maken mensen kennis met iets nieuws of gaan samen aan de slag. Ze vergroten hun zelfredzaamheid door samen te doen.


Hanneke, hoe creëer je het bewustzijn van samen-doen en zelfredzaamheid bij leerkrachten van een basisschool?


Hanneke:
Toen je het had over jong leert van oud en oud leert van jong, zag ik de basisschool al voor me. Leerkrachten leren aan kinderen, maar kinderen leren ook aan leerkrachten door te laten zien wie ze zijn en wat zij in het onderwijs nodig hebben. Je komt tot de ontdekking wat de onderwijsbehoefte is van dit kind in deze situatie, met deze leerkracht en met deze ouders. Dit heet handelings gericht werken.


Ook de leidinggevende zal in school open moeten staan voor zijn personeel door hen het vertrouwen te geven dat wat ze doen, ook goed doen, een soort van autonomie geven waarin zij zichzelf kunnen laten zien. Daar leer ik weer van. Andersom kan ik hen ook dingen laten zien.
Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar.
Ook ouders zullen met hun eigen kinderen een soort wisselwerking moeten creeren. Dat begint met voordoen en nadoen, maar als je samen een spel speelt, reageer je op elkaars reacties. Je leert als ouder om een goede reactie of stimulans te geven aan kinderen, kinderen leren van hun ouders door dit in een andere situatie na te doen. Ouders geef uw kind(eren) vertrouwen en laat ze dingen ontdekken, zelf doen(!) en ervaren hoe de dingen moeten gaan. Dan worden het zelfstandige kinderen die uitstekend floreren in hun zelfredzaamheid.
Zo leren we allemaal hoe we zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen:
- voordoen en nadoen (imitatiegedrag)
- kennis opdoen (van elkaar of uit een boek)
- vaardigheden leren en leren toepassen (hoe houd ik een goed gesprek)
- leren communiseren met anderen
- attitude: aanvoelen wanneer dingen wel of niet gewenst zijn.
- sociale vaardigheden: omgang met anderen, complimenten geven, vertrouwen geen, niet afkraken, stimuleren


Esmeralda, herken jij bovengenoemde punten in jouw werk en de workshops die je geeft?

Esmeralda:
Grappig! Jij haakt in op één stukje uit mijn alinea en ik blijf hangen in jouw tekst “Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar”. Ik blijf maar nieuwsgierig hoe de docenten niet alleen van kinderen, maar ook van elkaar leren. En dan niet alleen binnen de school maar ook daarbuiten: intercollegiaal. In het kader van zelfredzaamheid vraag ik mij af of de docenten dit doen en met welk doel. Is er sprake van imitatiegedrag en luisteren of aanvoelen omdat dit een goede didactische manier is of omdat zij geïnteresseerd zijn in de ander (kind of collega)? Hoe worden zij daar zelf wijzer/zelfstandig van en bevordert dit in hun zelfredzaamheid? Het antwoord zal waarschijnlijk een soort brug vormen naar jouw vraag aan mij hoe ik de opgenoemde punten verwerk in mijn werk en workshops. Dat mensen van elkaar leren en daardoor beter kunnen inspelen op veranderingen zit vast aan de AVAfit visie, maar de meeste mensen vinden verandering eng en willen vasthouden aan het oude vertrouwde. Indien docenten die starre voorbeeldgedrag tonen aan de kinderen, zullen zij ook minder flexibel zijn. Dat is jammer, want zoals Darwin ons al leerde: Het zijn niet de grootste en sterkste dieren die overleven, maar die speciën die zich snel aanpassen aan de omgeving. Rosabeth Moss Kanter, Professor aan de Harvard Business School, geeft het advies: Zorg er voor dat je je als leider (ik lees ook docent) zelf blijft ontwikkelen en zorg er voor dat jouw medewerkers (ik lees ook kinderen) ook de ruimte hebben zich te ontwikkelen. Stephen Covey’s centrale gedachte is: ’Verbind je met idealen, hogere doelen en wees daarin oprecht en authentiek’.


Dus mijn laatste vraag aan jou is: Hoe en wat leren docenten van elkaar om zelfredzaam te zijn en te blijven?


Hanneke:
Leuk dat je daarna vraagt, want we zijn bezig om van onze school een lerende school te maken. Door eerst eens een gezamenlijke visie op te stellen en leren om elkaar goede feedback te geven (welke uiteraard stimulerend is bedoeld, nooit afkraken), zijn we steeds meer bezig om elkaar dingen duidelijk te maken en zo van elkaar te leren. Onze volgende stap in een lerende school, is de collegiale consultatie, waarbij leerkrachten bij elkaar in de klas gaan kijken om iets (in dit dit geval het onderdeel zelfstandig werken, omdat we dit als school aan het ontwikkelen zijn, grappig eigenlijk, want ook hierin leert een kind in de groep zijn zelfredzaamheid te stimuleren aan de hand van regels van het zelfstandig werken: stoplicht, blokje, instructietafel) te bekijken en elkaar daarover goede feedback te geven. Hiervoor hebben we al een formulier ontwikkelt waarop gescoord kan worden, maar ook ruimte is voor vragen van leerkrachten die bekeken worden. Kun je eens kijken hoe ik reageer op dat kind, bijvoorbeeld. Dit vergt een veilige omgeving voor alle leerkrachten, maar is bijzonder leerzaam voor alle partijen. Organisatorisch zullen IB-ers, RT-er, locatieleider en ik als directeur een of meerdere klassen moeten overnemen, maar dit is het waard! Ook functioneringsgesprekken zijn momenten om naar elkaar te luisteren. Ik leer van de collega's en zij van mij door elkaar een spiegel voor te houden. Het MO (Management Overleg) met alle directeuren van de stichting is ook wel waard om te bekijken waaruit de kracht van mensen gehaald kan worden. Iedereen heeft immers zijn eigen kwaliteiten. Om even terug te komen op het "zelfstandig werken" bij ons op school. Dit is bedoeld om kinderen te leren om te gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen te zoeken en zelf de goede vragen te stellen aan leerkracht of andere leerling. Ook effectief werken heeft hiermee te maken, want als een vraag niet op dat moment beantwoord kan worden, gaat de leerling eerst verder met de dingen die ze wel weten. Zelfredzaamheid is dus voor iedereen belangrijk, als je maar open staat om met elkaar in gesprek te raken en open staat voor feedback van anderen. Leren feedback te geven ("ik zie....") en leren feedback te ontvangen ("begrijp ik goed dat....") Dat is de kunst.

Tenslotte
Zelfredzaamheid kun je niet alleen, daarvoor heb je anderen nodig. Je ziet het overal in terug, het werk, huis, contact met vrienden en familie, ja in het hele dagelijkse leven. Hiervoor zijn stimulerende factoren nodig: open staan voor anderen, veilige omgeving, vertrouwen geven, eerlijkheid, interactie ofwel actie en reactie, goede communicatie dus. Zo leren we van elkaar en is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer.
Zelfredzaamheid is dus zelfstandig oplossingen kunnen zoeken, zelf - eventueel samen met anderen - iets voor elkaar krijgen.
Zelfredzaamheid hebben we nodig om uiteindelijk te overleven. Het is dus van belang dat iedereen het kan en leert als men jong is en het blijft kunnen als men ouder wordt.

zaterdag 29 oktober 2011

Inspireren, wat is dat eigenlijk?

Werken in het onderwijs doe je met hart, hoofd en handen. Je werkt hier omdat je kinderen boeiend vindt, je wilt ze iets meegeven, een begeleidende rol spelen in hun ontwikkeling, hen inspireren om te kunnen ontdekken.

Als werknemer in datzelfde onderwijs moeten wij ook worden geinspireerd. Maar wat is inspireren? Wat gebeurt er dan met jou of het kind?

Via http://www.synoniemen.net/ vind ik drie betekenissen t.a.v. inspireren:

1. aanmoedigen, bewegen, stimuleren

2. ingeven
3. bezielen

Inspireren doet dus drievoudig iets met jou of met het kind. Enthousiasme is bijvoorbeeld belangrijk om een kind te stimuleren, maar soms moet je een kind ook net even iets ingeven, een klein zetje geven, maar ook zien te motiveren om iets te gaan doen. Er moet een soort bezieling uitgaan van de lesgever. De leerkracht moet het echt willen.

Gisteravond keek ik naar "De wereld draait door" en werd ik geinspireerd door twee vrouwen. Zij straalden beiden een enthousiasme uit voor hun vak, wisten waar ze het over hadden en hadden daar ook een duidelijke mening over. Erica Terpstra liet daarin ook nog eens duidelijk haar eigen plezier hierin merken en dat vind ik zo mooi om te zien en te merken. Geweldig als je ziet wat een passie daarvanuit gaat. Je zou bijna zin hebben in het maken van een reisprogramma waarover zij vertelt, en wat ook werd getoond.

Als medewerker in het onderwijs is het de kunst om dit over te brengen op de kinderen. Hoe gaaf is het als je de procenten kunt uitleggen aan de hand van echte voorbeelden, een bezoek aan een winkel en te laten zien wat het betekent om zoveel korting te krijgen? Hoe heerlijk is het om schimmel te onderzoeken door een echte boterham te laten beschimmelen en een vergrootglas erboven te houden. Hoe geweldig zijn de muzikale momenten waarin kinderen ook nog zelf een dansje mogen uitvoeren. Hoe mooi kan een taalles zijn als je de betekenis en de functionaliteit ervan laat zien door bijvoorbeeld een interview met de burgemeester te regelen? Er is zoveel mogelijk!

Laten we zelf het grote voorbeeld zijn. Laat zien hoe jij enthousiast bent over de uitverkoop en daardoor over procenten. Laat zien hoe heerlijk het is om buiten in de natuur te lopen, de frisse lucht op te snuiven en kinderen bewust te maken van de herfst. Laat zien hoe blij je bent met de verjaardag van een kind en maak er een feestje van.

De leerkracht doet er toe. Zij(of soms een hij) zorgt een aantal uren per dag voor de invulling van het onderwijs van het kind. Zij zorgt voor de stimulering, de ontwikkeling en de inspiratie. Zij heeft de passie om de kinderen wat te leren.

Ik hoop dat ik anderen ook kan inspireren. Wat een heerlijk beroep heb ik toch!

zaterdag 22 oktober 2011

Herfstvakantie: Energie!

In de vakantie is een beetje ontspanning heerlijk om je eigen energie weer op te laden. Elke vakantie is wat leesvoer dan ook een welkome afwisseling, net als een stuk lopen in een stad of in de natuur. Met een herfstzonnetje overdag en rozige wangen 's avonds moet dat helemaal goed komen.
Het leesvoer van deze week ging - naast het boek dat ik heb gelezen - over energie, het weglekken van energie en het opladen en vasthouden van positieve energie. Allemaal heel herkenbaar. Maar vooral ook: Waar wil jij je energie voor gebruiken? Dat is eigenlijk best een lastige vraag.
Maar naast het ontspannende energieopladende leesvoer hebben wij ook energie opgesnoven door te wandelen in de stad Maastricht en te genieten van de omgeving. De GPS die we hadden meegenomen en volgeladen met geocaches liet zijn energie zien door ons te weg te wijzen naar verschillende eindlocaties. Van een nano dichtbij een van de bekendste winkels in de stad tot een heuvelachtige wandeling in het Bundebos.
Een van die eindlocaties was midden in de stad Maastricht, op een plek waar je het totaal niet verwacht: "Werken aan wind en water", een prachtige watermolen in het midden van de stad. Een draaiend rad met stromend water, wat op zichzelf al energie oplevert, maar ook voor de vinder en kijker ervan energie opwekt. Langs het rad lopend kom je binnen bij de draaiende tandwielen. Een prachtig plekje waar een geocacher de moeite heeft genomen om hiervan een cache te maken en andere geocachers te laten meegenieten van dit energierijke stukje cultuur.
In een herfstvakantie als deze - met zoveel zon, wat op zichzelf al veel warmte en energie geeft - is dat genieten en energie opwekkend. Nu maar hopen dat we weer genoeg energie hebben voor de komende drukke periode. Misschien moeten we af en toe nog even naar de foto's kijken en lekker wegdromen. Sta er even bij stil en geef de energie de kans om weer te laten stromen, letterlijk en figuurlijk. Houd het energielevel in balans, dan kun je die energie doorgeven aan de kinderen op de basisschool, die dit zo verdienen. Want daar doen we het voor!

maandag 3 oktober 2011

Een avond over onderwijs....

...maar dat is nooit genoeg!

Drie stellingen, drie uitersten. Hoe kunnen we deze samenvatten/omvatten in ons onderwijs? Leraar24 bracht vanavond verschillende stellingen in beeld op website en TV:

1. De onderwijskwaliteit lijdt onder te veel aandacht voor het individu.

2. ICT is de belangrijkste sleutel naar beter onderwijs.

3. De docent-ouder relatie is minstens zo belangrijk als goed taal- en rekenonderwijs.

Dan zal ik hier mijn onder- of eigenwijze mening maar geven:

Waar draait het om in deze stellingen? Waar draait het om in het onderwijs? Het kind staat centraal!

Dat betekent dat stelling 1 niet waar is, want je zult altijd naar ieder kind apart moeten kunnen kijken, als docent, en als het nodig is als externe deskundige. Niets mis mee. Eerst moet een kind lekker in zijn vel zitten, alvorens tot leren te kunnen komen. Het kind centraal!

Stelling 2 is dan meteen al heel makkelijk. Natuurlijk is ICT niet de belangrijkste sleutel. Het gaat om het doceren, van mens tot mens, inschatten, aanvoelen, reageren, ergens op inhaken, terugkomen op het onderwijs van gisteren. ICT kan heel veel, maar de sociaal emotionele waarde gaat verloren. Die valt weg via de computer en het digibord. Neemt niet weg, dat multi-media een prachtige aanvulling is voor mooier onderwijs.

Stelling 3 vertelt heel veel over samenwerken, communicatie en weer over de menselijke relaties in het onderwijs. Gezien het handelingsgerichte werken is ook de ervaringsdeskundige belangrijk, dus de ouders. Naast de docent, de leerling, de externe deskundige is het ook belangrijk om te horen hoe ouders de leerling thuis ervaren. Wat doen ouders als een kind niet luistert of bepaald gedrag vertoond? Leren van elkaar. Ouders en leraren moeten samenwerken en kunnen open staan naar elkaar. Hoe kunnen we dit kind het beste verder helpen. Wat is de onderwijsbehoefte van dit kind? Leerlingen van betrokken ouders presteren beter. Kennis kun je hiervan niet losmaken.

Ik besluit met een zin van een Twitteraar: "Zonder relatie. Geen prestatie." (van meneer Zegers) Daar draait het om in! Alle stellingen komen weer uit op de relatie, het kind staat centraal!



Wat ben ik blij dat ik in het onderwijs mag werken.