Posts tonen met het label schaken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaken. Alle posts tonen
dinsdag 9 april 2013
Schaakgedicht
Zwart of wit, wie wint?
zondag 18 november 2012
Schaken
Schaken is een fantastisch spel. 64 vakken, 32 witte en 32 zwarte velden bestrijken het bord. Beide partijen hebben 16 stukken, acht pionnen, twee torens, twee paarden, twee lopers, een dame en - de belangrijkste - een koning.
Deze week kwam in het nieuws, dat schaken niet alleen leuk is, maar voor kinderen vanaf 6 jaar ook goed voor de ontwikkeling.
Schaakleraar Eddy Sibbink geeft schaakles op een school vertelde erover. Ook de werldberoemde schaakgrootmeester Garry Kasparov (geboren 13 april 1963) zegt dat het goed is voor kinderen om jong te beginnen.
Waarom is schaken dan zo goed?
* Kinderen leren hoe het spel schaken in elkaar zit. Ze leren van de verschillende stukken, de waardes daarvan en hoe deze kunnen bewegen over het schaardbord.
* Kinderen leren visueel na te denken over het spel. De stukken kunnen bewegen volgens een bepaald plan. Ze leren een doel te stellen en het plan uit te voeren.
* Kinderen leren strategieën toe te passen hoe stukken zich voortbewegen en hoe ze de tegenstander schaakmat moeten zetten, daar is doorzettingsvermogen voor nodig. Het spel onder de knie krijgen en leren hoe je kunt winnen.
* Kinderen leren tegenslag te incasseren. Tijdens het schaakspel nog meer dan tijdens een geluksspel, want in het schaakspel heb je het zelf gedaan. Je hebt zelf de stukken verzet. Soms doe je dan gewoon een domme zet. Er komt geen geluk aan te pas. Hooguit heb je geluk als de tegenstander iets niet ziet.
* Het denkvermogen van kinderen wordt gestimuleerd wat ook in andere situaties zijn positieve uitwerking kan hebben. Je leert om te gaan met situaties en je leert dat je daar zelf verantwoordelijk voor bent.
En zo kunnen er vast nog meer voordelen genoemd worden waarom het goed is, dat kinderen leren schaken.
Zelf kom ik uit een echte schaakfamilie. We speelden vaak op zondag potjes schaak, er werden toernooitjes georganiseerd, we leerden incasseren en verliezen. Twee broers waren heel goed in schaken.
Op onze school (de Prinses Maximaschool in Berkel en Rodenrijs) hebben wij een enthousiaste vader bereid gevonden om 1x per week schaaklessen te verzorgen voor een tiental kinderen die dit leuk vinden. Elke keer een stuk of 10 lessen en dan volgt er weer een nieuwe groep. Het is een aanwinst voor de school, een extraatje voor de kinderen en voor hun eigen ontwikkeling goed om hiermee verder te komen.
Naast dat schaken goed is voor kinderen en volwassenen, levert schaken voor iedereen plezier op, en dat is met een gezelschapsspel natuurlijk het allerbelangrijkste. Veel plezier!
Deze week kwam in het nieuws, dat schaken niet alleen leuk is, maar voor kinderen vanaf 6 jaar ook goed voor de ontwikkeling.
Schaakleraar Eddy Sibbink geeft schaakles op een school vertelde erover. Ook de werldberoemde schaakgrootmeester Garry Kasparov (geboren 13 april 1963) zegt dat het goed is voor kinderen om jong te beginnen.
Waarom is schaken dan zo goed?
* Kinderen leren hoe het spel schaken in elkaar zit. Ze leren van de verschillende stukken, de waardes daarvan en hoe deze kunnen bewegen over het schaardbord.
* Kinderen leren visueel na te denken over het spel. De stukken kunnen bewegen volgens een bepaald plan. Ze leren een doel te stellen en het plan uit te voeren.
* Kinderen leren strategieën toe te passen hoe stukken zich voortbewegen en hoe ze de tegenstander schaakmat moeten zetten, daar is doorzettingsvermogen voor nodig. Het spel onder de knie krijgen en leren hoe je kunt winnen.
* Kinderen leren tegenslag te incasseren. Tijdens het schaakspel nog meer dan tijdens een geluksspel, want in het schaakspel heb je het zelf gedaan. Je hebt zelf de stukken verzet. Soms doe je dan gewoon een domme zet. Er komt geen geluk aan te pas. Hooguit heb je geluk als de tegenstander iets niet ziet.
* Het denkvermogen van kinderen wordt gestimuleerd wat ook in andere situaties zijn positieve uitwerking kan hebben. Je leert om te gaan met situaties en je leert dat je daar zelf verantwoordelijk voor bent.
En zo kunnen er vast nog meer voordelen genoemd worden waarom het goed is, dat kinderen leren schaken.
Zelf kom ik uit een echte schaakfamilie. We speelden vaak op zondag potjes schaak, er werden toernooitjes georganiseerd, we leerden incasseren en verliezen. Twee broers waren heel goed in schaken.Op onze school (de Prinses Maximaschool in Berkel en Rodenrijs) hebben wij een enthousiaste vader bereid gevonden om 1x per week schaaklessen te verzorgen voor een tiental kinderen die dit leuk vinden. Elke keer een stuk of 10 lessen en dan volgt er weer een nieuwe groep. Het is een aanwinst voor de school, een extraatje voor de kinderen en voor hun eigen ontwikkeling goed om hiermee verder te komen.
Naast dat schaken goed is voor kinderen en volwassenen, levert schaken voor iedereen plezier op, en dat is met een gezelschapsspel natuurlijk het allerbelangrijkste. Veel plezier!
Labels:
broer,
denken,
denkvermogen,
familie,
incasseren,
kinderen,
schaakspel,
schaken,
stimuleren,
strategieen,
tegenslag,
visueel denken
zaterdag 17 november 2012
Bijzondere mensen 2
Welke mensen hebben invloed op ons leven? Wie heeft ons ertoe gebracht om iets te gaan doen of juist niet te doen? Welke gebeurtenissen hebben wel en welke hebben geen of nauwelijks invloed?
In bijzondere mensen 1 heb ik gesproken over het grote aandeel dat mijn ouders hebben gehad in het leven van mij. Nu wil ik een tweede groep mensen beschrijven, die mijn leven hebben beïnvloed, namelijk mijn broers en zussen. De mensen met wie ik samen ben opgegroeid bij dezelfde ouders.
Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik zelf de jongste ben. Naast de hoeveelheid broers en zussen is ook de plek in het gezin iets dat mij heeft beïnvloed. Oudste kinderen moeten vaak het ijs breken, ouders weten vaak ook nog niet wat wel en niet goed is. Als jongste hadden zowel mijn ouders als ikzelf het veel makkelijker. Onze ouders maakten zich niet zo snel zorgen om eenvoudige opvoedingszaken, ze zagen immers dat het welk goed kwam. Als jongste in het gezin ben je enigszins bevoorrecht, omdat de weg al is geëffend en je als jongste een voordeeltje hebt.
Toen ik werd geboren had ik een broer van 13, een zus van 12, een broer van 9, een broer van 5 en een zus van 4.
De broer van 13 was lichamelijk gehandicapt, superslim, deed op dat moment gymnasium en vond het erg leuk om een klein zusje te hebben. Hij leerde mij dan ook al vrij snel schaken en ik speelde regelmatig met hem.
De zus van 12 is op haar 18de het huis uitgegaan en in een zusterflat gaan wonen. Zij werd verpleegkundige. Een nuchtere zus die al vrij snel thuis kwam met mijn a.s. zwager. Vanaf mijn 6de jaar had ik er gewoon een broer bij. Iemand met een hoop levenservaring, die met dit gezin ook over veel dingen praatte.
De broer van 9 was een hele goede schaker, deed HBS en werd later wiskundeleraar. Iemand met wie je nooit ruzie kon hebben, want hij maakte geen ruzie. Nog steeds niet. Ook iemand die de zorgen in zijn omgeving deelde en zich bekommerde om zijn jongere broertje en zusjes. Mijn mkoeder zegt nu nog welleens dat hij te veel zorg op zich kon nemen. Wijh zien dit weer terug bij zijn eigen dochters en kleinkinderen.
De broer van 5 had blonde krullen en had een geweldig goed geheugen. Als je vroeg wanneer iets was gebeurd, wist hij jaartal en vaak ook de datum. Hij hield van de sterren en het heelal. Hij hield ook van regelmaat en vastigheid. Van harde geluiden hield hij niet. Hij had zo zijn eigen gewoonten.
De zus van 4 met wie ik jarenlang op 1 kamer heb geslapen, is degene met wie ik misschien wel de meeste ruzie heb gehad als kind. Een zus die basketbalde, wat ik ook heb gespeeld. Een zus die de PA heeft gedaan, wat ik later ook heb gevolgd. Raakvlakken en tegenstrijdigheden.
Maar wat hebben deze mensen mij nu allemaal meegegeven?
De oudste broer, die nu al ruim 10 jaar geleden is overleden, had een bepaalde rust over zich. Hij las heel veel en vertelde daarover vaak aan ons. Belezen was hij. Hij wist enorm veel, vooral over Griekse goden en schaakmeesters, maar ook alles over Ollie B. Bommel en Asterix en Obelix. Als ik naar mezelf kijk, was ik als kind helemaal niet zo'n lezer. Hij was samen met mijn vader een echt leesvoorbeeld. Daarnaast schaakte hij graag. Ik heb het van hem geleerd en vele malen gespeeld. Maar ook andere spellen heb ik vaak met hem gespeeld, zoals Go en Boerenbridgen(een kaartspel). Het was altijd gezellig voor zijn kleine zusje. Het feit dat hij plotseling is overleden, was voor ons gezin een hele schok. Voor hem misschien uiteindelijk beter, als je weet dat zijn beperkingen steeds groter werden.
Mijn oudste zus was als verpleegster ook een voorbeeld. Ik dacht dat ik dat ook wel wilde. Het heeft mij aan het denken gezet t.a.v. verschillende beroepen. Dierenarts, verpleegkundige, onderwijzer, ze zijn stuk voor stuk voorbij gekomen. Mijn a.s. zwager kende ik al vroeg. Ik kan me zelfs niet eens herinneren, dat hij er niet was. Mijn zus trouwde toen ik 11 jaar was. Ik heb bij haar gelogeerd. Het was iemand waar ik wel tegenop keek, al was het niet hetzelfde als een moeder. Ik heb ook weer dingen van haar geleerd. Toen bij hen de kinderen kwamen en ik daar nog weleens oppaste, leerde ik meteen hoe het is om met kinderen om te gaan en een huishouden te runnen.
De middelste broer is de goedheid zelve. Hij raakt niet snel in paniek (dacht ik toen), maakte nooit ruzie, vond het gezellig met vrienden en woonde een poosje in Rotterdam Crooswijk en in 's-Gravenzande. Later kwam hij binnen met mijn schoonzus en heb ik een aantal jaren lang wekelijks op hun oudste dochter gepast. Hij woonde toen in Delft. Gezellig om zo een band op te bouwen. Als tegenprestatie mocht ik daar op dinsdagavond eten en ´s avonds bij de koffie een doosje Qualitystreets leegeten.
De jongste broer zat in de zesde klas, toen ik in de eerste zat. Toen ik eens op mijn kop had gekregen, omdat ik door de gang rende en voorin de zesde klas moest staan, dacht ik dat ik thuis nog een keer op mijn kop zou krijgen. Dat gebeurde gelukkig niet. Hij woonde lang thuis, hield heel veel van zon, maan en sterren. Hij deed de HTS. Hij had speciale gewoontes en het botste nog weleens met mijn jongste zus. Ze scheelden 14 maanden, dus er was misschien een soort concurrentiestrijd.
Met die jongste zus heb ik lang op een kamer geslapen. In een later stadium is de kamer in tweeën gedeeld. Nog later gingen er andere broers en zussen het huis uit en hadden wij eindelijk een eigen kamer, ik was toen al 13 jaar. Kleren pikken van elkaar hoorde erbij. Mijn zus ging het onderwijs in en ik ben daardoor ook op dezelfde PA terecht gekomen als mijn zus. Toen zij trouwde had ook ik verkering en had het daar erg druk mee. Soms paste ik ook op hun kinderen, maar dat werd uiteindelijk minder, omdat mijn eigen huishouden en werkende leventje ook was begonnen.
Keuzes die ik zelf heb gemaakt zijn mede gemaakt door de omgeving. Het leren schaken bijvoorbeeld. Ik kon daardoor op de HAVO met gemak van de jongens winnen, dat was wel grappig. De interesse voor de ruimtevaart en de sterrenkunde van mijn middelste broer intrigeerde, net als zijn geheugen. De handicap van mijn oudste broer was voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ruzie maken met o.a. de zus die boven mij zat hoorde erbij. Met een groot gezin aan tafel eten was gezellig. De verschillende beroepen en keuzes van broers en zussen hebben mij ook laten nadenken. Basketballen is ook mijn sport geworden. De moeite die sommigen hadden met relaties was een leerzame les. Het feit dat we allemaal bij elkaar horen en uit hetzelfde nest komen, geeft toch die familieband.
Alles wat toen gebeurde leeft nog steeds door in mijn leven van nu. Eerst ben je het kleine zusje wat nog nauwelijks meetelt, ik was immers nog maar klein. Maar ook dat verandert en maakte mij ook weer sterker, bewuster en ik ontwikkelde ook verder.
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid is een weg die ouders, broers en zussen mij hebben meegegeven. Dat heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Een warm thuis met man en vier kinderen.
In bijzondere mensen 1 heb ik gesproken over het grote aandeel dat mijn ouders hebben gehad in het leven van mij. Nu wil ik een tweede groep mensen beschrijven, die mijn leven hebben beïnvloed, namelijk mijn broers en zussen. De mensen met wie ik samen ben opgegroeid bij dezelfde ouders.Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik zelf de jongste ben. Naast de hoeveelheid broers en zussen is ook de plek in het gezin iets dat mij heeft beïnvloed. Oudste kinderen moeten vaak het ijs breken, ouders weten vaak ook nog niet wat wel en niet goed is. Als jongste hadden zowel mijn ouders als ikzelf het veel makkelijker. Onze ouders maakten zich niet zo snel zorgen om eenvoudige opvoedingszaken, ze zagen immers dat het welk goed kwam. Als jongste in het gezin ben je enigszins bevoorrecht, omdat de weg al is geëffend en je als jongste een voordeeltje hebt.
Toen ik werd geboren had ik een broer van 13, een zus van 12, een broer van 9, een broer van 5 en een zus van 4.
De broer van 13 was lichamelijk gehandicapt, superslim, deed op dat moment gymnasium en vond het erg leuk om een klein zusje te hebben. Hij leerde mij dan ook al vrij snel schaken en ik speelde regelmatig met hem.
De zus van 12 is op haar 18de het huis uitgegaan en in een zusterflat gaan wonen. Zij werd verpleegkundige. Een nuchtere zus die al vrij snel thuis kwam met mijn a.s. zwager. Vanaf mijn 6de jaar had ik er gewoon een broer bij. Iemand met een hoop levenservaring, die met dit gezin ook over veel dingen praatte.
De broer van 9 was een hele goede schaker, deed HBS en werd later wiskundeleraar. Iemand met wie je nooit ruzie kon hebben, want hij maakte geen ruzie. Nog steeds niet. Ook iemand die de zorgen in zijn omgeving deelde en zich bekommerde om zijn jongere broertje en zusjes. Mijn mkoeder zegt nu nog welleens dat hij te veel zorg op zich kon nemen. Wijh zien dit weer terug bij zijn eigen dochters en kleinkinderen.
De broer van 5 had blonde krullen en had een geweldig goed geheugen. Als je vroeg wanneer iets was gebeurd, wist hij jaartal en vaak ook de datum. Hij hield van de sterren en het heelal. Hij hield ook van regelmaat en vastigheid. Van harde geluiden hield hij niet. Hij had zo zijn eigen gewoonten.
De zus van 4 met wie ik jarenlang op 1 kamer heb geslapen, is degene met wie ik misschien wel de meeste ruzie heb gehad als kind. Een zus die basketbalde, wat ik ook heb gespeeld. Een zus die de PA heeft gedaan, wat ik later ook heb gevolgd. Raakvlakken en tegenstrijdigheden.
Maar wat hebben deze mensen mij nu allemaal meegegeven?
De oudste broer, die nu al ruim 10 jaar geleden is overleden, had een bepaalde rust over zich. Hij las heel veel en vertelde daarover vaak aan ons. Belezen was hij. Hij wist enorm veel, vooral over Griekse goden en schaakmeesters, maar ook alles over Ollie B. Bommel en Asterix en Obelix. Als ik naar mezelf kijk, was ik als kind helemaal niet zo'n lezer. Hij was samen met mijn vader een echt leesvoorbeeld. Daarnaast schaakte hij graag. Ik heb het van hem geleerd en vele malen gespeeld. Maar ook andere spellen heb ik vaak met hem gespeeld, zoals Go en Boerenbridgen(een kaartspel). Het was altijd gezellig voor zijn kleine zusje. Het feit dat hij plotseling is overleden, was voor ons gezin een hele schok. Voor hem misschien uiteindelijk beter, als je weet dat zijn beperkingen steeds groter werden.Mijn oudste zus was als verpleegster ook een voorbeeld. Ik dacht dat ik dat ook wel wilde. Het heeft mij aan het denken gezet t.a.v. verschillende beroepen. Dierenarts, verpleegkundige, onderwijzer, ze zijn stuk voor stuk voorbij gekomen. Mijn a.s. zwager kende ik al vroeg. Ik kan me zelfs niet eens herinneren, dat hij er niet was. Mijn zus trouwde toen ik 11 jaar was. Ik heb bij haar gelogeerd. Het was iemand waar ik wel tegenop keek, al was het niet hetzelfde als een moeder. Ik heb ook weer dingen van haar geleerd. Toen bij hen de kinderen kwamen en ik daar nog weleens oppaste, leerde ik meteen hoe het is om met kinderen om te gaan en een huishouden te runnen.
De middelste broer is de goedheid zelve. Hij raakt niet snel in paniek (dacht ik toen), maakte nooit ruzie, vond het gezellig met vrienden en woonde een poosje in Rotterdam Crooswijk en in 's-Gravenzande. Later kwam hij binnen met mijn schoonzus en heb ik een aantal jaren lang wekelijks op hun oudste dochter gepast. Hij woonde toen in Delft. Gezellig om zo een band op te bouwen. Als tegenprestatie mocht ik daar op dinsdagavond eten en ´s avonds bij de koffie een doosje Qualitystreets leegeten.
De jongste broer zat in de zesde klas, toen ik in de eerste zat. Toen ik eens op mijn kop had gekregen, omdat ik door de gang rende en voorin de zesde klas moest staan, dacht ik dat ik thuis nog een keer op mijn kop zou krijgen. Dat gebeurde gelukkig niet. Hij woonde lang thuis, hield heel veel van zon, maan en sterren. Hij deed de HTS. Hij had speciale gewoontes en het botste nog weleens met mijn jongste zus. Ze scheelden 14 maanden, dus er was misschien een soort concurrentiestrijd.
Met die jongste zus heb ik lang op een kamer geslapen. In een later stadium is de kamer in tweeën gedeeld. Nog later gingen er andere broers en zussen het huis uit en hadden wij eindelijk een eigen kamer, ik was toen al 13 jaar. Kleren pikken van elkaar hoorde erbij. Mijn zus ging het onderwijs in en ik ben daardoor ook op dezelfde PA terecht gekomen als mijn zus. Toen zij trouwde had ook ik verkering en had het daar erg druk mee. Soms paste ik ook op hun kinderen, maar dat werd uiteindelijk minder, omdat mijn eigen huishouden en werkende leventje ook was begonnen.
Keuzes die ik zelf heb gemaakt zijn mede gemaakt door de omgeving. Het leren schaken bijvoorbeeld. Ik kon daardoor op de HAVO met gemak van de jongens winnen, dat was wel grappig. De interesse voor de ruimtevaart en de sterrenkunde van mijn middelste broer intrigeerde, net als zijn geheugen. De handicap van mijn oudste broer was voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ruzie maken met o.a. de zus die boven mij zat hoorde erbij. Met een groot gezin aan tafel eten was gezellig. De verschillende beroepen en keuzes van broers en zussen hebben mij ook laten nadenken. Basketballen is ook mijn sport geworden. De moeite die sommigen hadden met relaties was een leerzame les. Het feit dat we allemaal bij elkaar horen en uit hetzelfde nest komen, geeft toch die familieband.
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid is een weg die ouders, broers en zussen mij hebben meegegeven. Dat heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Een warm thuis met man en vier kinderen.
woensdag 9 mei 2012
Leve de Koningin!
Schaken is een mooi strategisch spel. Vooral leuk, maar voor kinderen ook heel nuttig voor hun denkontwikkeling. Ze leren plannen, verliezen en mogelijkheden overzien. Zelf kom ik uit een schaakfamilie en ben er dus letterlijk mee groot gebracht. Samen met mijn oudste (13 jaar oudere) broer zat ik vaak te schaken.
Het schaakspel is al duizenden jaren oud, waarschijnlijk vanuit Perzie uit de zesde eeuw. Hierdoor is er niet zo veel bekend is over dit aloude strategische spel. Het woord schaak is afkomstig van het Perzische woord shāh, dat koning betekent. Ook het woord mat is Perzisch (maata), dat versteld raken betekent.
Een strategisch spel is een spel waarbij de spelers zoveel speelmogelijkheden hebben dat het vaak onmogelijk is de consequentie van elke zet te overzien. Er is inzicht nodig, maar ook ervaring, planning en moed om elke zet bewust te maken.
Het is mooi om te zien, dat kinderen dit vrij makkelijk kunnen leren. Kinderen zijn flexibel in hun denkvermogen. Zo is het ook goed om een tweede taal te leren, als kinderen nog jong zijn. Schaken vergt een andere denkontwikkeling, waarbij kinderen leren hoe de stukken zich kunnen bewegen, welke consequenties ze kunnen hebben, hoe ze plannen kunnen maken, hoe ze vooruit kunnen denken. Het helpt hen in hun verdere leven.
Natuurlijk moeten ze eerst leren welke stukken er zijn, wat ze kunnen, hoe het bord eruit ziet en hoe de vakverdeling werkt. Zuinig zijn op de Koningin, de Koning beschermen, de toren, de paarden en de lopers het werk laten doen en de pionnen langzaam 1 of 2 vakjes vooruitschuiven. Kijk ook altijd waarom jouw tegenstander een zet doet en bedenk dan wat je wilt gaan doen, verdedigen of aanvallen.
Maar buiten dat is schaken gewoon een leuk spel, dat elke keer weer anders is. Een zet kan ineens hele andere gevolgen hebben voor de loop van het spel, dat maakt het nu juist zo boeiend.
Als jongste in een gezin van 6 kinderen wilde ik maar al te graag een spelletje doen met mijn oudste broer. Vooral het schaken, maar ik weet dat ik ook het spel "Go" regelmatig met hem heb gespeeld, was favoriet. Hoe ik dit vroeger leerde zonder boekjes, weet ik eigenlijk niet zo heel goed meer. Mijn oudste broer had erg veel geduld. En in het begin speelden we potjes waarbij ik een voorsprong kreeg.
Naast het feit dat schaken gezellig was in een tijd zonder computer, iPad en mobiele telefoon, was het ook een goed spel.
Dat is de reden, dat we op school begonnen zijn met schaaklessen. Voor de slimmere kinderen, maar ook anderen kunnen hier dankbaar gebruik van maken. Fijn dat er een enthousiaste vader is, die dit wil doen. Wat zullen er veel kinderen lol en profijt hebben van dit prachtige strategische spel. Leve de Koningin, maar pas dat de Koning niet schaakmat staat!
woensdag 2 mei 2012
Als je begrijpt wat ik bedoel.
Precies 100 jaar geleden werd Marten Toonder geboren, de schrijver en tekenaar van Olivier B Bommel en Tompoes. Een speciale serie boeken, die nu hier bij ons in de kast staan. En niet omdat ik ze aangeschaft.
De maand mei is een bijzondere maand. Het is een maand waarin vogels weer eieren leggen, volgens een bepaalde zegswijze. Een maand met nieuwe dingen, ontluikend voorjaar, op weg naar de zomer.
De maand mei betekende bij ons ook een verkeringsdatum van jaaaaaaaaaaaaaren geleden. Grappig om daar aan terug te denken. Spijbelend van de les wiskunde lagen we te rollebollen in het zwembad. Mooie tijd.
Mei is ook een maand waarin afscheid genomen werd. 10 jaar gelden namen we afscheid van mijn oudste lichamelijk gehandicapte zeer pientere broer. Na zijn gymnasium ging hij geschiedenis studeren, maar studeren was niet helemaal zijn ding. Hij was een bijzonder vriendelijk belezen mens. Hij kende zoveel boeken, was geinteresseerd in o.a. science fiction en geschiedenis en had een uitgelezen baantje bij de universiteitsbiblitoheek van Leiden. Als jongste zusje met een leeftijdsverschil van 13 jaar schaakten wij veel. Allereerst met een voorsprong en later gewoon gelijkwaardig. Of ik nu echt een keer van hem heb gewonnen, weet ik niet eens meer, maar soms zij hij "zooo" en begon dan hard na te denken. Ik wist dan dat ik een goede zet had gedaan.
De boekjes van Marten Toonder, waar mijn broer dol op was en regelmatig stukjes uit voorlas, staan nu bij ons in de boekenkast. Het herinnert ons aan zijn verhalen, zijn manier van het vasthouden van de boeken, waarbij zijn hand onder het boek door ging en zo het boek vasthield. Vaak zijn bril in de andere hand en een pootje van diezelfde bril in zijn mond. Het was typerend en het laat mij glimlachen om zo aan hem terug te denken.
De meest bekende titel "Als je begrijpt wat ik bedoel", waarvan hij ook nog een speciale grote uitgave had - die waarschijnlijk bij mijn ouders in huis is - is een bijzondere titel, een zinnetje dat nu weer actueel is. Toch wilde ik alleen maar zeggen, dat het bij mij herinneringen oproept. Mooie herinneringen van mijn oudste broer. Schaakpartijtjes, stukjes lezen, gesprekken met mijn ouders. Het was er en het herinnert me op deze dag extra aan hem. Als u begrijpt wat ik bedoel....
De maand mei is een bijzondere maand. Het is een maand waarin vogels weer eieren leggen, volgens een bepaalde zegswijze. Een maand met nieuwe dingen, ontluikend voorjaar, op weg naar de zomer.
De maand mei betekende bij ons ook een verkeringsdatum van jaaaaaaaaaaaaaren geleden. Grappig om daar aan terug te denken. Spijbelend van de les wiskunde lagen we te rollebollen in het zwembad. Mooie tijd.
Mei is ook een maand waarin afscheid genomen werd. 10 jaar gelden namen we afscheid van mijn oudste lichamelijk gehandicapte zeer pientere broer. Na zijn gymnasium ging hij geschiedenis studeren, maar studeren was niet helemaal zijn ding. Hij was een bijzonder vriendelijk belezen mens. Hij kende zoveel boeken, was geinteresseerd in o.a. science fiction en geschiedenis en had een uitgelezen baantje bij de universiteitsbiblitoheek van Leiden. Als jongste zusje met een leeftijdsverschil van 13 jaar schaakten wij veel. Allereerst met een voorsprong en later gewoon gelijkwaardig. Of ik nu echt een keer van hem heb gewonnen, weet ik niet eens meer, maar soms zij hij "zooo" en begon dan hard na te denken. Ik wist dan dat ik een goede zet had gedaan.
De boekjes van Marten Toonder, waar mijn broer dol op was en regelmatig stukjes uit voorlas, staan nu bij ons in de boekenkast. Het herinnert ons aan zijn verhalen, zijn manier van het vasthouden van de boeken, waarbij zijn hand onder het boek door ging en zo het boek vasthield. Vaak zijn bril in de andere hand en een pootje van diezelfde bril in zijn mond. Het was typerend en het laat mij glimlachen om zo aan hem terug te denken.
De meest bekende titel "Als je begrijpt wat ik bedoel", waarvan hij ook nog een speciale grote uitgave had - die waarschijnlijk bij mijn ouders in huis is - is een bijzondere titel, een zinnetje dat nu weer actueel is. Toch wilde ik alleen maar zeggen, dat het bij mij herinneringen oproept. Mooie herinneringen van mijn oudste broer. Schaakpartijtjes, stukjes lezen, gesprekken met mijn ouders. Het was er en het herinnert me op deze dag extra aan hem. Als u begrijpt wat ik bedoel....
Abonneren op:
Posts (Atom)



