On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkeling. Alle posts tonen

zondag 24 december 2017

Toekomstig onderwijs

In verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Wel kunnen we leren van het verleden om ons verder te ontwikkelen. Wat deden we, wat gaat goed, wat moet anders. Eigenlijk moeten we zelfs leren van de toekomst, maar hoe?

De maatschappij verandert razendsnel. De toekomst komt snel dichterbij. Vooral de digitale wereld om ons heen vergt voortdurend nieuwe aanpassingen. Heb je tablets in de school, moet je eerst goed bekijken wat het oplevert, dan de belemmeringen nagaan en vervolgens bekijken of dit nog wel hout snijdt.  
Dan hebben we het nu over iets concreets wat we kunnen bedenken. 10 jaar geleden konden we niet bedenken dat we zoveel konden doen met een mobiele telefoon. Het is een kleine handzame computer geworden. Internet, e-mailen, whats-app-en, noem maar op. Sms-en is eigenlijk alweer achterhaalt. 
Nieuwe technologieën vliegen om onze oren. Ingebouwde wifi in een bril, schermen die op de muur of de tafel verschijnen, tablets in tafelvorm, horloges met hele computermogelijkheden. Het bestaat allemaal al. Waar gaat het heen?
Wat kunnen we leren van de toekomst? Wat moeten onze leerlingen leren om die toekomst in te kunnen stappen, verder te ontwikkelen. Het lijkt allemaal steeds sneller te gaan en dat is niet alleen omdat ik zelf ouder word.
In het onderwijs willen we de leerlingen niet alleen kennis, maar ook vaardigheden leren. Door middel van vaardigheden kunnen ze de geleerde kennis toepassen en anticiperen op hetgeen ze tegenkomen.
Nieuwsgierigheid uitbouw, omgaan met teleurstellingen, presenteren, creëren, ontwerpend leren, onderzoeken, het zijn aspecten die leerlingen van nu nodig hebben voor straks. Daar hoort de digitale wereld ook bij.
Op ICT gebied denken we aan (BRON: Kennisnet):
- Basisvaardigheden om te kunnen gaan met alle devices. Weten hoe Word werkt, een PowerPoint kunnen maken, kunnen e-mailen en kunnen surfen op internet. 
Informatie vaardigheden.  Hoe zoek ik iets op. Het volgen van het nieuws. Kennis kunnen opzoeken en kunnen duiden.
- Mediawijsheid. Wat is waar, wat is niet waar. Maar ook wat zet ik zelf op social media? De hele wereld kan meekijken. Hoe ga ik om met privacy van anderen?
- Computational thinking. Op een creatieve manier problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan programmeren. 
Als we dit allemaal kunnen zijn we er nog niet. De techniek schrijdt voort. 
Auto's veranderen, wonen verandert en dus ook het onderwijs zal moeten mee veranderen. Hebben we nu goed in kaart gebracht wat het tabletonderwijs brengt en waar we alert op moeten zijn. We moeten nu juist aan de technieken denken waarvan we nog niet weten dat ze er zijn. Toekomstdenken. Dromen wat zou kunnen, wat we zouden willen, wat we straks nodig hebben. Denk aan de wondere wereld van Chriet Titulaer, een programma dat als ik kind vaak heb gekeken. Alleen het vertellen met de zachte 'g' is al een mooie herinnering op zich. Prachtig hoe hij al zaken kon bedenken die er nog niet waren, zoals een telefoon op de fiets bijvoorbeeld. Geweldig!
Hoe weten we wat we straks nodig hebben? Verder dromen en verder durven denken, net als Chriet Titulaer dat deed. Fantaseren over mogelijkheden. Denken aan wat robots al kunnen doen op bepaalde werkterreinen. Bedenken hoe we onszelf kunnen verplaatsen.
Het is een spannende ontwikkeling, omdat we enerzijds steeds meer weten, anderzijds de toekomst niet kunnen voorspellen met de uitkomsten uit het verleden. We kunnen er wel van leren.
Droom lekker straks. Maar ontspan ook, want al die beeldschermen houden ons uit de broodnodige slaap.


dinsdag 28 februari 2017

Werkdruk bij schoolleiders


Dit is een reactie op het artikel “Werkdruk bij schoolleiders” uit Direct (van CNV Schoolleiders) van februari 2017.
Het is goed om data te verzamelen om zaken vast te stellen en vervolgens om te bekijken welke conclusies hieruit getrokken kunnen worden en welke acties nodig zijn. Tot zover geen probleem.

In het artikel mis ik de totale input om dit artikel te kunnen schrijven, laat staan om hieruit al conclusies te trekken over jongere en oudere directeuren PO, over werkdruk, over het werk van de directeuren, over het gebied waar men werkt, over de grootte van een school en over bijvoorbeeld de verschillende taken die bij elke directeur toch andere accenten zal hebben. Dat laatste heeft te maken met een bestuur waar een directeur aan verbonden kan zijn of is het een eenpitter, maar ook het gebied en welke problematiek daar speelt. Hoe groot is een school?

Het is prima om verschillende aspecten te benoemen, maar wees voorzichtig met conclusies ten aanzien procenten en belicht alle zaken die langskomen bij een directeur van een basisschool.

    Enquête
Allereerst is de enquête ingevuld door 142 directeuren. Dit is nog geen 2% van het totaal aantal directeuren PO(142 van 8500 is 1,67%). Natuurlijk hoeven niet alle directeuren een enquête te hebben ingevuld wil deze de doelgroep vertegenwoordigen, maar is er een doorsnee directeurengroep benaderd? De enquête zal zijn ingevuld door diegenen die hiervoor tijd hebben gevonden en genomen en die hiervan het nut hebben ingezien. Mijns inziens zullen jonge en/of ICT-vaardige directeuren dit sneller invullen dan anderen.

    Data
Er worden feiten genoemd, waarvan ik de data niet goed kan overzien. Er wordt gesteld dat jongere directeuren (directeuren met minder ervaring of ook daadwerkelijk jonger in leeftijd, ook nog interessant) minder last hebben van werkdruk dan oudere ervaren directeuren, omdat ze dit minder vaak noemen. Hoeveel van de 142 waren jongere directeur en hoeveel meer ervaren?
Is een directeur van 50, die minder ervaring heeft als directeur, maar weer meer ervaring als leerkracht of intern begeleider nu juist een ervaren directeur of niet?

    Onderwerpen uit de enquête
Dan zitten er mijns inziens vragen tussen die met de werkdruk van een schoolleider minder te maken hebben. Een grotere druk op kinderen en het toetsen wordt als werkdruk ervaren, maar dit heeft een indirect effect op een schoolleider, dit is meer ten laste van een leerkracht. Dat zelfde geldt voor de stelling “Ik zit nog meer vast aan methodes en heb weinig ruimte om zelf invulling te geven aan lessen” Dit zijn zaken die bij de leerkracht horen.

Wat zijn zaken waar een schoolleider mee te maken krijgt?

-        Onderwijskundige veranderingen (en deze lijken de laatste jaren sneller te gaan, neem alleen al het digitale tijdperk) en ontwikkelingen(21ste eeuwse vaardigheden)

-        Passend Onderwijs (de gesprekken die hierbij horen, regelen van personele bezetting hiervoor en het opvangen van leerkrachten waarbij dit gewoon echt niet lukt, de tekortkomingen van een reguliere basisschool waarbij vooral het gedrag een grote impact heeft op een groep)

-        Personeel (CAOregeling, zorgen voor je personeel, formatie, maar ook zorgen voor hun ontwikkeling en natuurlijk ziekte en vervanging wat echt een nijpend probleem is op dit moment),

-        Financiën(de verantwoordelijkheid van alle uitgaven, bestellingen, …)

-        Resultaten(en de manier waarop met data wordt omgegaan is gelukkig aan het veranderen)

-        Contact met ouders(ouders te woord staan als zij er niet uitkomen met de leerkracht, maar ook bij de MR)

-        Onderhoud gebouw,

-        Het voldoen aan vele regels (bijvoorbeeld schoolplan, schoolgids, brandbeveiliging, speeltoestellencontrole, …)en verantwoording afleggen aan inspectie en bestuur,

-        Veel zaken die tussendoor komen, zoals het opvangen van een groep, waarbij de leerkracht is ziek gemeld, de telefoontjes van ouders die later komen om hun kind te halen of een kind ziek te melden, nieuwsbrieven, website, leerplicht en ongeoorloofd verzuim, een boze ouder die het niet met je eens is, een vernieling waarbij aangifte en reparatie tijd kosten, de schoonmaak en alle perikelen daar omheen, contacten met de BSO en de buurschool, contacten met de gemeente, etc.

De meeste punten die hierboven genoemd worden, heb ik in de vragenlijst toch echt gemist. Dat is jammer. Het beroep schoolleider is veelomvattend en misschien ben ik zelfs wel iets vergeten.

    Werkdruk en werkstress
Het is goed om de werkdruk van schoolleiders aan de kaak te stellen. Het is wel belangrijk om dit onderzoek goed aan te pakken vanuit verschillende thema’s en daarbij de leeftijden en ervaringen mee te nemen en wellicht ook de grootte van een school en de streek waar men vandaan komt. Dan pas kun je daaruit de juiste conclusies trekken.
De conclusie van het artikel klinkt dan ook erg mager. Dat het een complex probleem is en dat de meningen verschillend zijn wat werkplezier en werkdruk oplevert, had zonder deze vragenlijst ook genomen kunnen worden. De actie die hierop volgt moet niet alleen liggen in het volgen van workshops of cursus die je zelf kunt doen, er ligt ook een taak bij het ministerie van onderwijs. Wat is nog haalbaar en waar slaat men de plank mis(neem bijvoorbeeld de cao en dan vooral de opslagfactor die niet toereikend is)?
Bovendien is er een verschil aan te geven tussen werkdruk (dat elke baan met zich mee brengt als je daar de inzet voor toont, lijkt mij) en werkstress. Bij werkstress is de balans niet goed. Dat moet worden aangepakt. Dan heb je het echt over de balans tussen privé en werk. Als deze structureel niet goed is, moet er iets veranderen.

    Fantastische intensieve baan
Tot slot wil ik als schoolleider van een hele leuke school in het westen van het land benadrukken dat ik een fantastische baan heb, waarbij het overzicht van de school en de ontwikkeling die deze school doormaakt enerzijds en het contact met leerlingen, leerkrachten, ouders maar ook met mijn bestuur en de mededirecteuren anderzijds een prachtig beroep met zich meebrengt. Een verbinding van mensen. Het is een intensieve afwisselende baan, die niet te omvatten is in 40 uur, en waarbij je niet om 17.00u. de deur achter je dicht trekt(denk maar aan een ziekmelding op zondag….). Dat vergt wat van een mens. Het is wel de basis die je kunt meegeven aan een gemeenschap van leerlingen, leerkrachten en ouders om te leren van het leven en ze daarin verder te kunnen helpen, maar waar ik ook dagelijks van leer om de school in goede banen te leiden en de goede dingen te doen.




zaterdag 31 oktober 2015

Ontwikkeling


Ontwikkelen heeft volgens de digitale encyclopedie (BRON: http://www.encyclo.nl/) een aantal betekenissen:
- bedenken en maken vb een energiezuinige hybride auto ontwikkelen
- het ontwerpen en uitvoeren vb: wie van jullie heeft dit plan ontwikkeld?
- opnames zichtbaar maken vb: het filmpje moet ontwikkeld worden- ontstaan vb: er ontwikkelde zich een discussie
- kennis vergroten, erbij leren vb: onze Jantje ontwikkelt zich voorspoedig
- langzamerhand beter en sterker worden
- stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
- doen groeien
- ontvouwen

- kweken


In het onderwijs hebben we het met name over bedenken, maken, ontstaan, kennis vergroten en sterker worden. Dat kunnen leerlingen zijn, maar uiteraard ook leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, onderwijsassistenten, directeuren, bouwcoördinatoren, lerarenondersteuners en conciërges. Vanuit de leerkracht (of andere begeleider voor de leerling) en de ouder door het stimuleren daarvan. De leerling op een hoger plan brengen. De leerling een stapje, een sprong of een niveau verder helpen.

Als we een leerling vergelijken met een bol of andere plant die uit een zaadje groeit, weet je dat er al bepaalde genetische eigenschappen in de bol of het zaadje aanwezig zijn. Toch is de omgeving voor een bol of zaadje heel belangrijk. Het moet op het goede moment gepoot of gezaaid worden, zonlicht speelt een rol, de temperatuur moet goed zijn en de hoeveelheid vocht moet zijn afgestemd op de toekomstige plant. Alle omstandigheden zijn belangrijk om de plant optimaal tot bloei te laten komen.

Zo is het ook met onze leerlingen. De omgevingsfactoren zijn belangrijk. De begeleiders in de omgeving van het kind kunnen het kind stimuleren, maar ook het lokaal waar een kind zit speelt een rol, het geluid. Bij de ui zie je de omgeving aan de buitenkant. (Bron:www.galamaorganisatieontwikkeling.nl)

Het gedrag is hoe een leerling handelt. Wat doet het om zich te kunnen ontwikkelen. Waarom doet een leerling het op die manier? Hoe kunnen we hem helpen om het beter te doen?

Steeds verder naar binnen in de ui komen we bij het kind zelf. Op school kijken we naar de belemmerende en stimulerende factoren (denk hierbij aan de theorie van handelings werken) die een leerling kunnen afremmen of juist verder kunnen helpen. De leerkracht doet ertoe. Hij of zij gaat bekijken, bevragen, uitproberen en in gesprek met ouders en kind wat hem helpt en wat beter is om niet te doen. Men zoekt naar de onderwijsbehoefte van het kind.

De onderwijsbehoefte is eigenlijk een soort gebruiksaanwijzing. Op welke manieren gaat deze leerling het beste functioneren. Hoe gaat deze leerling het prettigste werken. Wanneer zit deze leerling het beste in zijn vel.

Het is de kunst om elke leerling een stapje verder te brengen en hem of haar het gevoel te geven dat het iets heeft geleerd. Dat houdt een leerling nieuwsgierig en zal zich de volgende dag weer inzetten om iets nieuws te leren.

Het is voor de leerkracht een opdracht om de leerling te laten ontwikkelen, te laten groeien.
Door de ontwikkeling goed te laten verlopen is het fijn als de leerling en de leerkracht weten waar het naartoe moet. Welk doel, welke richting wil de leerling op? Wat wil deze leerling leren? Hoe wil de leerling dat leren? Wat heeft de leerling daarvoor nodig?

Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor leerkrachten en andere professionals. Ook zij blijven elke dag leren en ontwikkelen. Blijf nieuwsgierig en kijk verder. Denk eens buiten de kaders. Ga een stapje verder.

Zoals Floor Reaijmaekers vertelt in haar lezing en artikelen: "Ga voor een growth mindset. ", dan pas kom je verder en zul je leren leren. Dan is er sprak van ontwikkeling en groei.


zondag 2 juni 2013

Wat leren kinderen? Leren doe je samen!

Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?

Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit. 
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.


woensdag 9 januari 2013

Wat is een goede schoolleider?

Wat wordt verstaan onder een goede schoolleider? Ben ik wel een goede schoolleider? Tweeënhalf jaar geleden heb ik de sprong gewaagd om vanuit het werk van leerkracht, RT-er, ICT-er en IB-er de stap richting het schoolleiderschap te maken. 

Binnen ons team van directeuren zie ik 9 verschillende mensen met een eigen stijl, een eigen school met een eigen populatie en grootte en eigen ontwikkelingen en doelen. Maar allemaal gaan ze voor hun eigen school, om daar iets moois van te maken. Daarin gebruiken ze hun eigen inzet en grenzen, hun eigen stijl en hun eigen mensen.
Vanuit de literatuur kun je verschillende dingen aanhalen, om te checken of iemand een goede schoolleider is. 
Zo moet (volgens de NSA) een schoolleider voldoen aan persoonlijke en organisatiecompetenties. Samengevoegd in 8 bekwaamheidseisen voor schoolleiders. 
Kort samengevat gaat het om:
1. Zelfbewust, reflecteren en ontwikkelen.
2. Denkkracht.
3. Visie en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden creeren. 
4. Communiceren en relaties onderhouden (daadkracht).
5. Ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire proces.
6. Gezamenlijk visie op onderwijs, opvoeding en organisatie ontwikkelen.
7. Veilige, effectieve en efficiënte organisatie.
8. Actief samenwerken met de omgeving.
Daarnaast hebben we ook "De zeven eigeschappen van effectief leiderschap" van Stephen Covey, die samenvattend en enigszins overlappend met het voorgaande, zegt:
1. Pro-actief
2. Doelgericht
3. Prioriteiten stellen
4. Denk "Win-win"(voordelig voor beide partijen)
5. Eerst bergijpen, dan begrepen worden
6. Creatieve samenwerking
7. Hou de zaag scherp
Ook de manieren van leidinggeven komen voor in de literatuur. Volgens http://mens-en-samenleving.infonu.nl kun je de volgende manieren vinden:
1. laissez faire (laat maar gaan)
2. democratisch (samen, gekozen)
3. Leiding door de groep zelf
4. dictatoriaal (alleenheersend)
Of effectief leidinggeven, zoals EFFECt online via http://nsaeffect.nl aangeeft:
1. Visie gestuurd
2. In relatie tot de omgeving
3. Vormgeven aan organisatiedenken vanuit onderwijskundige gerichtheid
4. Strategieen hanteren tbv samenwerking, leren en onderzoeken
5. Hogere orde denken

Al deze lijstjes en er zijn er nog meer te noemen, als je leest over transformationeel leiderschap(beter als transactioneel), coachend leiderschap en dergelijke zijn handig. Toch dekt het niet helemaal de lading. Moeten leiders niet ook sociaal zijn, empathie kunnen tonen, afstand kunnen nemen, inspireren, tegen stress kunnen, je tijd kunnen indelen, en dan hebben we ook nog te maken met de leider als persoon/karakter en de leider en zijn omgeving. Wellicht zal er ook een verschil zijn in vrouwelijke leiders en mannelijke leiders.
Persoonlijk: Wat is jouw karakter en wat past bij jou? Waar kun je zelf achter staan? Waar voel jij je prettig bij? Welke school hoort bij jou en welke schoolleider past bij welke school? Welke stijl van leidinggeven hoort bij jou?
Omgevingsfactoren: De buurt waar de school staat, de achtergronden van de kinderen, wel of geen werkende ouders, wat is de opleiding van de ouders en het team van leerkrachten qua achtergronden, ervaring en leeftijd.
Wat is jouw invloed op de omgeving en wat doet de omgeving met jou als leidinggevende? 
Dit soort vragen kun je niet zomaar uit de literatuur halen. Je kunt hooguit bekijken in welke fase je zit, de leiderschapsstijl, tips om met veranderingsprocessen om te gaan. Je zit in een proces van leren en ontwikkelen. Blijf veel reflecteren. Leer van situaties en van anderen in dezelfde situatie.

Schoolleider zijn is een veelzijdig beroep. Misschien zelfs wel een roeping. Je wilt enerzijds doelgericht bezig zijn, veranderingsprocessen begeleiden, de school verder ontwikkelen en collega's stimuleren en inspireren tot de goede keuzes. Anderzijds heeft het alles te maken met een goede relatie, goede communicatie en informatiestromen, zowel intern als extern. Het grote geheel in het vizier houdend en de verantwoordelijkheid durven nemen.
Ik heb in de afgelopen tweeënhalf jaar al een heleboel geleerd, maar ik leer iedere dag weer bij. Geen dag is hetzelfde en ik verveel me nooit. Nu kan ik van mezelf zeggen dat ik een nieuwsgierige doener ben, enigszins digi-minded. Welke mogelijkheden zijn er op school om de kwaliteit nog beter te krijgen, maar wat niet ten koste gaat van het pedagogische klimaat.
Steeds meer bekijk ik dingen in een helikopterview, zodat je in de gaten houdt waarom sommige dingen wel of niet moeten of kunnen gebeuren. Het is een prachtige, bruisende en levendige organisatie. Ik geniet ervan. En als jij voelt dat je op de goede plek zit, jij daarin mag groeien, jij daarin een richting mag bepalen samen met de collega's, je leert te kijken naar wat je hebt bereikt en wat je volgende keer beter anders kunt doen, kun je jezelf verder ontwikkelen.
Het is bijzonder om dit werk te mogen doen. In dienst van wat nog steeds centraal moet staan: het kind.

vrijdag 2 november 2012

Schoolleiders zijn ook gewoon mensen

Een schoolleider of directeur leidt een school. Hij of zij is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in de hele school. Zowel onderwijskundig als financieel, beleidsmatig en organisatorisch. Je bent een soort duizendpoot. Toch is een schoolleider ook gewoon een mens binnen een organisatie. Ieder mens is een medewerker van die organisatie. Elke medewerker heeft zijn eigen verantwoordelijke rol.

Ruim twee jaar mag ik me schoolleider noemen. Het klinkt heel wat, maar ik ben ook maar gewoon een mens met talenten en gebreken, met positieve en belemmerende factoren, met opbeurende en mindere kwaliteiten. Wat maakt iemand nu een medewerker met een specifieke taak, een eigen rol of een andere functie?
Met een vracht aan ervaring in mijn rugzak als groepsleerkracht, RT-er(remedial teacher), ICT-er(ICTcoördinator  en IB-er(intern begeleider) en met een portie intrinsieke motivatie kom je al een heel eind. Daarbij vul je ook een stukje levenservaring en ben je bereid om verder te kijken dan je neus lang is. Wat is er nog meer in deze wereld? Wat kan ik doen om de school nog meer op de kaart te zetten? Hoe kan ik zorgen dat de kwaliteit van de leerkrachten op peil blijft en verder ontwikkelt? Waar staat de school en hoe krijgen we die een stap verder?
Zo moet je jezelf ook blijven ontwikkelen. Meegaan in het digitale tijdperk, meegaan met allerlei ontwikkelingen, de schoolresultaten, maar niet minder de schoolsfeer en het werkplezier in de gaten houden. Communiceren intern en extern. Zelfstandig blijven opereren. Samenwerken met anderen.
Door bij te blijven zul je ook buiten de muren van de school moeten blijven kijken. Verruim je blik. Hoe doen andere scholen het? Deel ideeën met collega-directeuren, stel vragen, zoek dingen uit en denk verder buiten de kaders ofwel out of the box.
Zo was ik gisteren op een Conferentie van schoolleiders van CNVO, of eigenlijk CNVS. Een ontmoeting van andere schoolleiders, bouwcoördinatoren en andere bestuurders, waarin opleidingsgericht leidinggeven en co-teaching  ter sprake kwam, maar waar ook gelegenheid was om elkaar te ontmoeten. 
Zo was er een directeur met een school met 800 leerlingen. Wow, hij deed het al vanaf 1990, dus flink ervaren, maar zeker niet verstoft of berustend in zijn werk. Hij vertelde enthousiast over allerlei ontwikkelingen die gaande zijn, zichtbaar genietend. Hij keek ernaar uit dat er een klas met Ipads of tablets aan het werk zou gaan. Kijk, dat alleen al inspireert. Verder kijken. Nieuwsgierigheid tonen.
Knap om te zien hoe hij een school met 800 leerlingen leidt. Ik ben vergeten te vragen of ik eens een keer bij hem op school zou mogen komen kijken.
Zo heeft onze eigen school er zo'n 150, maar gaat wel veranderen. Een groeiende school. Daarin zie ik nu al verschillen ontstaan. Naarmate een school groter wordt ontstaan er andere communicatielijnen, andere verantwoordelijkheden en nieuwe rollen. Daarbinnen is het de kunst om als schoolleider weer een nieuwe rol aan te nemen, waarin je anderen meer verantwoordelijkheid geeft. Vertrouwen en autonomie bij leerkrachten in hun klas, maar ook bij de verschillende commissies. Verantwoordelijkheid bij bouwcoördinator en IB. Het zijn allemaal taken en rollen die verschuiven. De kunst is, om wel te zorgen dat mensen gemotiveerd blijven, geïnspireerd blijven, ja zelfs bevlogen blijven. Want het onderwijs blijft een geweldig vak. Of je nu een lesgevende, coördinerende  ondersteunende of leidinggevende taak hebt als medewerker van de schoolorganisatie, iedere functie/taak/rol is belangrijk. Het belangrijkste is, dat jij je prettig voelt in de rol die van jou wordt verwacht en die jij dus moet vervullen. 
Heel veel inspirerend werkplezier met passie, energie en bevlogenheid! En dan maakt het niet uit in welke rol je dat doet.


vrijdag 28 oktober 2011

De kunst van het onderwijs

Lesgeven in het onderwijs, maar ook werkzaam zijn in het onderwijs in een andere functie(dat kan van alles zijn: onderwijsassistent, conciërge, directeur, ICT-er, intern begeleider, remedial teacher, ...), is een bijzondere baan. De een noemt het een roeping, een ander zegt dat het een gave is, maar wat is nu de kunst van het onderwijs.
Er zijn verschillende aspecten/ontwikkelingen die heel belangrijk zijn:
- sociaal emotionele ontwikkeling
- kennisoverdracht
- motorische ontwikkeling
- creatieve ontwikkeling
-vaardigheden op het gebied van taal, lezen, rekenen
Eigenlijk kun je deze aspecten niet helemaal los van elkaar zien, het een grijpt in het ander, maar zo kun je wel zien waar de kracht ligt in een kind of een leerkracht. Ook dat laatste mogen we niet vergeten. Leerkrachten ontwikkelen zich ook. Er is dus blijkbaar een soort wisselwerking. Natuurlijk hebben leerkrachten in eerste instantie een basis gehad binnen hun opleiding, maar de omgang met ouders, de inbreng in een vergadering en het differentieren binnen een groep, leer je pas als je ermee bezig bent. Daar moet je dan natuurlijk wel voor open staan. Kinderen leren voortdurend allerlei vaardigheden, kennis, maar ook de omgang met anderen. Het kind staat centraal binnen ons onderwijs. Daarnaast doet elk kind, maar ook elke leerkracht ertoe.
De kunst is om al deze onderdelen samen te laten komen en zo een kind en een leerkracht op een plek te krijgen waar zij zich thuis voelen en open kunnen staan om allerlei informatie op te nemen en/of door te geven. Zo'n plek moet veilig zijn, eerlijk, open, er moet duidelijkheid zijn en een mens moet zich gewaardeerd voelen.
Zo'n pedagogisch klimaat, zo'n bijzondere sfeer is nu de kunst om onderwijs tot een succes te maken. Eerst lekker in je vel, dan komt dat leren vanzelf wel.