O jee, opgepast: Mogelijke stressverschijnselen door al het digitale verkeer via mobiele telefoon, Ipad, minilaptop of ander digitaal instrument waarop e-mail, Facebook, Twitter, LinkedIn, Whatsapp of Hyves te installeren zijn. Op ieder moment van de dag bent u oproepbaar. Op elk moment kunt u even checken. Een trilsignaal of belgeluid haalt u uit de dagelijkse wereld en trekt u zo het digitale wereldje in. Een nieuw woord is geboren: technostress.
Is het erg dat u oproepbaar bent? Kunt u een halve dag zonder uw mobiel? Wat doet u in het weekend? Bent u onmisbaar?
Een echte workaholic zal de laatste vraag waarschijnlijk met "nee" beantwoorden. Echter... Iedereen is vervangbaar. Ook al heeft u nog zo'n belangrijke functie en bent u zo'n belangrijke schakel in uw werk. Ja, ook u. En ja, ook ik.
In de wereld van nu is de computer en al het digitale verkeer niet meer weg te denken. Nieuws verspreid zich razendsnel. Mailtjes stapelen zich op in uw mailbox. De telefoon rinkelt of trilt. Facebook staat bol van allerlei wetenswaardigheden. Twitter meldt leuke en minder interessante feitjes. Wie volg je wel en wie volg je niet.
Het gaat er nu om of we ook in het weekend en 's avonds moeten doorwerken? Blijft u 's avonds ook checken? Blijft u steeds maar bezig met uw werk? In sommige bedrijfstakken zal dat zeker nuttig zijn. Als ik denk aan de politie of de verzorging, dan gaan dingen door.
In het onderwijs kun je veelal af met ingeplande tijd. Maar dat moeten we wel afspreken met elkaar en leren.
Bij ons op school hebben we ook geconstateerd dat de hoeveelheid mail groter en groter wordt en dat dit voor sommigen de werkdruk aanzienlijk kan verhogen. Het heeft ons als teamleden onderling, maar ook naar de buitenwereld (lees: ouders) aan het denken gezet. Moet alles worden gemaild? Hoeveel kun je samenvoegen tot 1 mail of de nieuwsbrief of de interne memo? Hoeveel informatie zet je op de website van de school of geef je in 1 keer door? Is er bewust gekozen voor een spreiding? Het zijn vragen waar je niet altijd een klinkklaar antwoord op kunt geven.
Er zijn wel een paar afspraken. In het weekend wordt in principe niet gemaild. Het aantal mails naar ouders wordt beperkt. Pas op voor "all reply", je hoeft immers niet altijd naar iedereen een mail te bentwoorden. En zo kan ik er nog wel een paar bedenken. Maar daarmee ben je er nog niet.
Zo kun je ook naar je eigen gedrag kijken wat betreft mail, en laat ik dan gerust bij mezelf beginnen. Beantwoordde ik in het verleden direct alle mail die binnenkwam, stel ik dit nu gerust een dag of meerdere dagen uit. Zeker als het niet belangrijk is. Soms kun je een mail ook aannemen en verwijderen, niet alle mail hoeft beantwoord te worden. Zeker niet een mail ter info of die jij cc. hebt gekregen.
Zelf vind ik het wel prettig om regelmatig even te checken of er iets bijzonders is en dat heeft niets te maken met onmisbaarheid. De collega's weten, dat als je me direct wilt bereiken, je gewoon moet bellen, net als een ziekmelding overigens.
Naast deze technostress is het via internet een mooie bijkomstigheid om jouw school op de kaart te zetten. Met een eigen Twitteraccount, een eigen Facebook en een mindergebruikte Hyves laat je jezelf zien. Je kunt je als school profileren. Bovendien leer ik als beheerder van deze accounts de ouders en de kinderen kennen, ook op een andere manier. En dat levert mij weer een stukje werkplezier op.
Mocht je daarbij zelf ook deze kanalen gebruiken, wees daar dan weer voorzichtig mee. Houd werk en prive gescheiden. En wees je bewust wat je op het internet zet. Iedereen kan het immers lezen.
Om nu te zeggen dat ik last heb van technostress? Nee, ik niet. Mijn omgeving hier thuis heeft er wel last van. Nee hoor, ze hebben geen last van hun eigen mobieltjes of computer. Ze hebben last van hun onbereikbare vrouw/moeder die toch nog regelmatig thuis zit te werken. Ook daarin valt dus nog een slag te slaan. Maar ja, hoe zullen we dat noemen?
zaterdag 29 december 2012
Een nieuw begin.
Het einde nadert, zeiden de Maya's over de datum 21 december 2012. Inmiddels zijn we ruim een week verder en kunnen we, gelukkig, nog ademhalen en navertellen dat het einde van de wereld nog niet is gekomen.
Met 29 december op de kalender nadert wel het einde van het jaar 2012.
Allerlei jaaroverzichten en belangrijke gebeurtenissen worden naar boven gehaald en opnieuw afgespeeld. Kranten staan bol met belangrijke data en alle ingrijpende gebeurtenissen van het afgelopen jaar.
Inderdaad heel bijzonder om te zien wat 2012 ons aan geschiedenis heeft opgeleverd. Bijvoorbeeld hoe de politiek dit jaar een rol heeft gespeeld, zowel hier in Nederland als in Amerika. Of hoe de eurozone en de crisis menig leven heeft veranderd. Hoe Epke Zonderland zijn geweldige prestatie liet zien op de Olympische Spelen. En zo zijn er nog veel meer mooie momenten te noemen. Algemeen bekende gebeurtenissen, maar natuurlijk ook gebeurtenissen die voor jou persoonlijk van grote waarde zijn.
Terugblikken is prima, terugkijken op mensen die zijn overleden heeft iets verdrietigs. Denken aan hun goede daden is plezierig. Mooie herinneringen ophalen is natuurlijk fijn. Denken aan die fijne man, vrouw of kind is prettig en goed. Je mist deze persoon immers, soms zelfs nog iedere dag.
Je kunt het terugblikken op het jaar 2012 ook omdraaien. Terugkijken op mensen die dit jaar, soms zelfs ondanks alles, (nog) bij ons zijn. Ik heb bijvoorbeeld een collega waarbij borstkanker werd geconstateerd dit jaar. Hoe geweldig is het om te zien, hoe zij na alle kuren en bestralingen opkikkert en straks weer mag reïntergreren. Wat fijn dat zij er zo open over is naar ouders en collega's. Of mijn ouders van 87 en 89 jaar, die nog altijd samen zijn, genieten van hun kinderen, aanhang, kleinkinderen en (inmiddels) zes achterkleinkinderen. Van Nelson Mandela die weer uit het ziekenhuis is gekomen. Of een vrouw van een collegadirecteur die na een mislukte operatie weer naar huis mocht. Hoe fantastisch is het dat wij gezegend zijn met vier gezonde kinderen? Alle kinderen die zijn geboren in 2012. Hoe fijn is het dat een collega zwanger is en haar kindje kan verwachten in 2013?
Hoe mooi is het om mensen andere keuzes te zien maken in hun leven. Een andere wending kan een een mooi begin zijn van iets nieuws.
Wij mogen blij zijn met het leven, dat wij hebben gekregen. We zullen daar zelf iets van moeten maken. Keuzes maken en een andere weg inslaan kan daarbij helpen. Een leven waarin we, door ook nare gebeurtenissen te ervaren, juist van de mooie momenten kunnen genieten. Laat de zon schijnen en de schaduw verdwijnen.
Zou het niet mooi zijn om na elke teleurstelling, tegenvaller, tegenslag of treurige ervaring gewoon even te zeggen: We maken een nieuwe start, een andere keuze, een nieuw begin of we slaan een andere weg in. En dan is de wisseling van een jaar een goed moment om de oliebollen en de appelflappen er lekker bij te pakken, het glas champagne te heffen en te zeggen dat die nieuwe start nu begint. Een heel goed, gezond en zonnig 2013!
Met 29 december op de kalender nadert wel het einde van het jaar 2012.
Allerlei jaaroverzichten en belangrijke gebeurtenissen worden naar boven gehaald en opnieuw afgespeeld. Kranten staan bol met belangrijke data en alle ingrijpende gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Inderdaad heel bijzonder om te zien wat 2012 ons aan geschiedenis heeft opgeleverd. Bijvoorbeeld hoe de politiek dit jaar een rol heeft gespeeld, zowel hier in Nederland als in Amerika. Of hoe de eurozone en de crisis menig leven heeft veranderd. Hoe Epke Zonderland zijn geweldige prestatie liet zien op de Olympische Spelen. En zo zijn er nog veel meer mooie momenten te noemen. Algemeen bekende gebeurtenissen, maar natuurlijk ook gebeurtenissen die voor jou persoonlijk van grote waarde zijn.
Terugblikken is prima, terugkijken op mensen die zijn overleden heeft iets verdrietigs. Denken aan hun goede daden is plezierig. Mooie herinneringen ophalen is natuurlijk fijn. Denken aan die fijne man, vrouw of kind is prettig en goed. Je mist deze persoon immers, soms zelfs nog iedere dag.
Je kunt het terugblikken op het jaar 2012 ook omdraaien. Terugkijken op mensen die dit jaar, soms zelfs ondanks alles, (nog) bij ons zijn. Ik heb bijvoorbeeld een collega waarbij borstkanker werd geconstateerd dit jaar. Hoe geweldig is het om te zien, hoe zij na alle kuren en bestralingen opkikkert en straks weer mag reïntergreren. Wat fijn dat zij er zo open over is naar ouders en collega's. Of mijn ouders van 87 en 89 jaar, die nog altijd samen zijn, genieten van hun kinderen, aanhang, kleinkinderen en (inmiddels) zes achterkleinkinderen. Van Nelson Mandela die weer uit het ziekenhuis is gekomen. Of een vrouw van een collegadirecteur die na een mislukte operatie weer naar huis mocht. Hoe fantastisch is het dat wij gezegend zijn met vier gezonde kinderen? Alle kinderen die zijn geboren in 2012. Hoe fijn is het dat een collega zwanger is en haar kindje kan verwachten in 2013?
Hoe mooi is het om mensen andere keuzes te zien maken in hun leven. Een andere wending kan een een mooi begin zijn van iets nieuws.
Wij mogen blij zijn met het leven, dat wij hebben gekregen. We zullen daar zelf iets van moeten maken. Keuzes maken en een andere weg inslaan kan daarbij helpen. Een leven waarin we, door ook nare gebeurtenissen te ervaren, juist van de mooie momenten kunnen genieten. Laat de zon schijnen en de schaduw verdwijnen.
Zou het niet mooi zijn om na elke teleurstelling, tegenvaller, tegenslag of treurige ervaring gewoon even te zeggen: We maken een nieuwe start, een andere keuze, een nieuw begin of we slaan een andere weg in. En dan is de wisseling van een jaar een goed moment om de oliebollen en de appelflappen er lekker bij te pakken, het glas champagne te heffen en te zeggen dat die nieuwe start nu begint. Een heel goed, gezond en zonnig 2013!
Labels:
begin,
einde,
jaar,
keuzes,
positief,
starten,
terugblikken,
vooruit kijken
vrijdag 28 december 2012
Al onze medewerkers...
Hoeveel mooie wensen heeft u gehad dit jaar? Van bedrijven, familie en vrienden krijgen we een berg kerstkaarten en wensen. We doen er zelf even hard aan mee.Stel dat je niet mee zou doen. Geen bergen kerstkaarten schrijven. Het doorbreken van een traditie zou een hoop kaarten en postzegels schelen. Hoewel, je kunt altijd nog een digitaal alternatief kiezen.
Zouden we het niet gaan missen? Is het niet een traditie die we graag in stand houden? Het kaartje dat je krijgt van die tante die ver weg woont. De uitnodiging die je krijgt voor een nieuwsjaarsborrel. Het zijn allemaal contacten, die we als mensen maar al te graag in stand houden. Als dat moet op deze manier, dan is daar niets mis mee.
Het is natuurlijk niet leuk als je aan het lijntje wordt gehouden door prachtige kerstkaarten en nieuwjaarswensen. Mensen die denken vrienden te zijn en je ieder jaar weer een kaart sturen en er natuurlijk ook een terug verwachten. Vervelend als je de kerstdagen als verplicht nummer ziet en er niet meer van kan genieten. Dan moet je misschien wel iets veranderen aan jouw eigen traditie. Een verandering die ligt in jouw lijn en waar je zelf wel achter kunt staan. Iedereen kan immers zijn eigen gevoel daarin leggen. Waar voel jij je goed bij.
Sommige dingen zijn moeilijk te veranderen. De tante die het zo heerlijk vindt om van jou een kerstkaart te krijgen gun je toch gewoon die kaart? En waarom zou je de familie in Australië niet gewoon een kaartje sturen met de intentie dat je ze echt niet vergeten bent?
Anders is het als je in deze laatste dagen nog een bedrijf probeert te bellen, waarbij vele medewerkers vakantiedagen hebben opgenomen. Steevast volgt er een bandje: "Al onze medewerkers zijn in gesprek, u wordt zo spoedig mogelijk geholpen." En dan heb je nog geluk, dat je niet eerst een heel keuzemenu voor je krijgt. Wilt u dit, toets 1, wilt u dat, toets 2, wilt u zus, toets 3 en wilt u zo, toets 4, wilt u terug naar het hoofdmenu, kies 9. Om gek van te worden. Vaak worden de bandjes continu herhaald. En dan is het nog maar de vraag of je echt iemand van dat bedrijf aan de lijn krijgt of een werknemer van een callcenter.
Nee, dan zijn die nieuwjaarskaarten echt niet erg om te sturen en al helemaal niet om te krijgen. Het levert een glimlach op, soms wat nieuwsgierigheid. Dit jaar kreeg ik er zelfs, naast de gebruikelijke nieuwjaarsreceptie van het werk, twee met een uitnodiging. "Zullen we weer eens wat afspreken?" Erg leuk. Het geeft meer dan alleen de aandacht voor mensen, het opent nieuwe deuren, nieuwe mogelijkheden en nieuwe contact. Dan kunnen nieuwjaarskaarten weer een bijzondere verandering teweeg brengen.
Wellicht heeft jouw eigen werk of bedrijf ook een intentie met de nieuwjaarsreceptie. Al onze medewerkers zijn in gesprek met elkaar om er weer een fantastisch jaar van te maken. Komt u ook? Ook u hoort daarbij en bent van harte welkom.
Een gelukkig nieuwjaar!
zondag 23 december 2012
Terugblikken en vooruitkijken
Zo aan het eind van een kalender is het gebruikelijk om terug te blikken wat dit jaar ons heeft gebracht. De televisieprogramma's staan er vol van, de krantenkoppen kunnen nog een keer knallen en ook op de radio en in de andere (social) media zie je allerlei prachtige terugblikken. Mooier nog is de kunst van het vooruitkijken, plannen maken, dromen hebben en nieuwsgierig zijn hoe het verder gaat.
Gelukkig hadden de mensen, die dachten dat op 21 december de wereld zou vergaan, geen gelijk gekregen. Zo kunnen wij met een gerust hart kijken naar de dingen die voorbij gegaan zijn. Welke mooie herinneringen willen we vasthouden? Is dat alleen de Olympische hoogtepunten van bijvoorbeeld Epke Zonderland? Zijn dat bijzondere ontroerende familiegebeurtenissen of mooie momenten van werk of studie, voor zover we dit hadden in het afgelopen jaar? Of zijn het misschien de stappen die je zelf hebt gemaakt, waarin je zelf bent gegroeid. Waarschijnlijk is het een combinatie daarvan.
Naast hoogtepunten zijn er ook dieptepunten. Er zijn rampen gebeurd, aanslagen gepleegd, banen verloren gegaan, huizen afgebrand of nog ergere gebeurtenissen zoals op de Sandy Hook school in Amerika. Het zijn zelfs traumatisch ervaringen, waarbij mensen voor het leven getekend zijn. Met name als bepaalde gebeurtenissen heel dichtbij komen en in uw naaste familie-, buurt-, werk- , school- of kennissenkring zijn voorgekomen. Dan is terugblikken vaak een triest moment. Een verwerking. Een acceptatieproces. Het kost moeite om zaken weer op de rails te krijgen.
Daarom wil ik ook aandacht schenken aan het vooruitkijken. Wat gaat 2013 brengen? Welke mooie dingen zijn er, kun je van genieten? Welke dingen wil jij veranderen? Welke dingen wil je bereiken? Waar wil je heen?
Het kan van alles zijn. De een heeft als doel een sportprestatie neer te zetten, de volgende wil een reis naar Australië maken en een derde wil carrière maken. Maar ook hele kleine dingen zijn heel waardevol. Een boodschapje doen voor de buurvrouw, de hond uitlaten van een kennis, een ziekenbezoekje brengen, een kaartje sturen, een beetje extra aandacht geven, belangstelling tonen of zomaar wat vaker een compliment geven zijn kleine dingen die van grote waarde zijn.
Kijk vooruit, soms eventjes over een drempel heen, geniet en droom van mooie dingen.
Het is net als op school met de kinderen. Niet alleen de prestaties van de kinderen, niet alleen het goed in hun vel zitten en niet alleen het eigenaarschap en de zelfstandigheid bevorderen. Het is een combinatie ervan, het gaat om het geheel.
Gelukkig hadden de mensen, die dachten dat op 21 december de wereld zou vergaan, geen gelijk gekregen. Zo kunnen wij met een gerust hart kijken naar de dingen die voorbij gegaan zijn. Welke mooie herinneringen willen we vasthouden? Is dat alleen de Olympische hoogtepunten van bijvoorbeeld Epke Zonderland? Zijn dat bijzondere ontroerende familiegebeurtenissen of mooie momenten van werk of studie, voor zover we dit hadden in het afgelopen jaar? Of zijn het misschien de stappen die je zelf hebt gemaakt, waarin je zelf bent gegroeid. Waarschijnlijk is het een combinatie daarvan.
Naast hoogtepunten zijn er ook dieptepunten. Er zijn rampen gebeurd, aanslagen gepleegd, banen verloren gegaan, huizen afgebrand of nog ergere gebeurtenissen zoals op de Sandy Hook school in Amerika. Het zijn zelfs traumatisch ervaringen, waarbij mensen voor het leven getekend zijn. Met name als bepaalde gebeurtenissen heel dichtbij komen en in uw naaste familie-, buurt-, werk- , school- of kennissenkring zijn voorgekomen. Dan is terugblikken vaak een triest moment. Een verwerking. Een acceptatieproces. Het kost moeite om zaken weer op de rails te krijgen.Daarom wil ik ook aandacht schenken aan het vooruitkijken. Wat gaat 2013 brengen? Welke mooie dingen zijn er, kun je van genieten? Welke dingen wil jij veranderen? Welke dingen wil je bereiken? Waar wil je heen?
Het kan van alles zijn. De een heeft als doel een sportprestatie neer te zetten, de volgende wil een reis naar Australië maken en een derde wil carrière maken. Maar ook hele kleine dingen zijn heel waardevol. Een boodschapje doen voor de buurvrouw, de hond uitlaten van een kennis, een ziekenbezoekje brengen, een kaartje sturen, een beetje extra aandacht geven, belangstelling tonen of zomaar wat vaker een compliment geven zijn kleine dingen die van grote waarde zijn.
Kijk vooruit, soms eventjes over een drempel heen, geniet en droom van mooie dingen.
Het is net als op school met de kinderen. Niet alleen de prestaties van de kinderen, niet alleen het goed in hun vel zitten en niet alleen het eigenaarschap en de zelfstandigheid bevorderen. Het is een combinatie ervan, het gaat om het geheel.
Labels:
2013,
doel,
dromen,
jaar,
kalender,
terugblikken,
vooruit kijken
zondag 16 december 2012
Een kind kan de was doen.
Woorden met meerdere betekenissen zijn de leukste woorden om wat over te schrijven. Ook kinderen leren veel van het omgaan met deze betekenissen in zinnen of verhalen. Laat ze ermee spelen. Laat de kinderen dat varkentje eens wassen.
Waar denken we aan bij het woord "was"? Is dat een wassen neus? Er was eens een berg met was...
1. De was of het wasgoed zijn de vuile kleren. Met een huis vol mensen groeit ook de berg vuile was.
2. Was is de verleden tijd van is. Officieel de eerste, tweede en derde persoon enkelvoud van het werkwoord zijn.
3. Was kan ook van het werkwoord wassen komen, de ik-vorm ofwel de stam levert was. Ik was de kleren.
4. Was kan ook een vorm van bijenwas of boenwas zijn, een soort vetachtige substantie, net als ook lederwas, een schoensmeer. Zo zacht als was, wordt weleens gezegd.
5. Was betekent (aan)groei, stijging (vooral van water). Het wassende water tekent het stijgende water. Ik denk aan de streekroman van Peter van Gestel die is verfilmd. Denk hierbij vooral aan de dijkdoorbraken.
6. Was is ook een deel in samengestelde woorden. Zo kennen we wasgoed, wastobbe, wasmiddel, wasbeer, boenwas, lederwas, wasdroger, waskaars, gewassen en ga zo maar door.
Het leuke van woorden met verschillende betekenissen is er om met kinderen leuke zinnen mee te maken, waarin de verschillende betekenissen komen boven drijven (in datzelfde wassende water?). We kunnen hen altijd nog de oren wassen.
Lees hieronder zomaar eens wat zinnen en bedenk of je hierbij een beeld kunt bedenken.
De was van de wasbeer zat in de wasdroger.
Wat was jij aan het doen met de was?
Ik was de was aan het wassen.
Zit u goed in de slappe was?
Waar was de was van de wasmand gebleven?
Ik was en hij droogt, wat was jij van plan?
Met een beetje creativiteit kun je het zelfs samensmeden tot een verhaal of gedicht.
Ik was de was.
Waar was jij?
Ik was één en al oor.
Ik was hier.
Was jij blij?
Ik was de was met plezier.
De was.
Wat was dat?
De was is plat.
Gestreken was van de wasmachine,
De was van de vettigheid misschien
De was van de wasbeer?
Was die voor meneer?
Was de was gewassen?
Wassen in de plassen.
Na het plassen handen wassen.
Moet je dan weer sassen.
Zullen wij dat varkentje eens wassen?
De bol wassen is eerlijk verrassen.
Maar als je je mond moet wassen
is daar geen kruid tegen opgewassen.
Ga je toch iemand de oren wassen,
of is hij flink uit de kluiten gewassen?
Een kind kan de was doen!
En hoe was het voor u om over was en wassen te lezen, zonder de handen te wassen en de boenwas niet te hebben aangeraakt? Of heeft u het als nutteloos ervaren? Zij dronken een glas, zij deden een plas en alles bleef zoals het was.
zondag 9 december 2012
Digitaal verkeer 1: E-mail
Hoe communiceerden wij 20 jaar geleden? Zonder computer, zonder internet en vooral: zonder e-mailadres? Dat bestaat toch niet? We hadden niet eens een mobiele telefoon!
We kunnen niet meer zonder een computer. Elke dag werken we ermee, thuis en op het werk. Het is zelfs zo erg, dat je soms tegen iemand die een verdieping hoger zit een mailtje stuurt, dat is makkelijker. En laten we niet vergeten: het mailverkeer tussen gezinsleden onderling.
In het onderwijs is het niet anders. Elk klaslokaal heeft een of meerdere computers. Ook de IB-er, RT-er, de AB-er, de PABber en de directeur beschikken over een eigen apparaat in de vorm van computer of laptop, al zullen er ook zijn, die al beschikken over een Ipad of Tablet.
Het mailverkeer loopt daarmee op zijn hoogtepunt. Dan heb je het bij ons op school over de interne mailwisseling en over de externe mailwisseling.
De interne mailwisseling gaat over collega's onderling of zo u wilt ook IB-ers onderling en directeuren onderling. Het loopt enorm op.
Nu kun je dit ondervangen door een boel informatie te verzamelen voor een memo. Zo hebben wij nu afgesproken dat de uiterste inzendtermijn de donderdag is, op vrijdag komt er dan een interne memo uit, met allerlei dingen die voor iedereen belangrijk zijn. Daarbij een maandkalender van alle dingen per datum die op het programma staan. Je weet waar je aan toe bent, het is duidelijk.
Toch komt het ook nog voor dat de commissies een losse mail moeten versturen, de IB-er heeft belangrijke informatie, tussendoor komen er bepaalde zaken voorbij, die toch van belang kunnen zijn. Dan is het zaak de boel te filteren.
Een goeie tip is om alle nieuwsbrieven af te zeggen, dat scheelt al een hoop binnenkomen van e-mails, screenen op onderwerp en wegklikken.
Maar de externe mail is er een die veel omvangrijker is. Je hebt de binnenkomende e-mails en de uitgaande e-mails. De binnenkomende externe mails zijn mails waarop wij veel minder invloed kunnen uitoefenen. De uitgaande mails daarentegen is iets waarin wij het goede voorbeeld kunnen laten zien.
Zo werden wij op school geattendeerd door een vriendelijke ouder. In een periode van circa 6 weken had deze ouder al 21 mailtjes van de school ontvangen. De mails varieerden van de nieuwsbrief, mailtje van de groepsleerkracxhten, mailtjes van de groepsouder, mailtjes van de stagiaire tot aan een extra mailtje t.a.v. een speciale ouderavond. Kijk, daar kunnen we wat mee. Hierin kun je jezelf eens achter de oren krabben en bewust worden van deze hausse van e-mail die over ons wordt heengestrooid en ook allemaal verwerkt moeten worden.
We kunnen niet meer zonder e-mail, maar soms verlang ik weleens eventjes naar een tijd zonder digitaal verkeer met al die prikkels. Mmmm, dan hoef ik alleen maar even op vakantie te gaan naar een canping in the middle of nowhere en genieten van de rust. Of mail ik dan even via de telefoon naar de kinderen waar we zitten?
We kunnen niet meer zonder een computer. Elke dag werken we ermee, thuis en op het werk. Het is zelfs zo erg, dat je soms tegen iemand die een verdieping hoger zit een mailtje stuurt, dat is makkelijker. En laten we niet vergeten: het mailverkeer tussen gezinsleden onderling.
In het onderwijs is het niet anders. Elk klaslokaal heeft een of meerdere computers. Ook de IB-er, RT-er, de AB-er, de PABber en de directeur beschikken over een eigen apparaat in de vorm van computer of laptop, al zullen er ook zijn, die al beschikken over een Ipad of Tablet.
Het mailverkeer loopt daarmee op zijn hoogtepunt. Dan heb je het bij ons op school over de interne mailwisseling en over de externe mailwisseling.
De interne mailwisseling gaat over collega's onderling of zo u wilt ook IB-ers onderling en directeuren onderling. Het loopt enorm op.
Nu kun je dit ondervangen door een boel informatie te verzamelen voor een memo. Zo hebben wij nu afgesproken dat de uiterste inzendtermijn de donderdag is, op vrijdag komt er dan een interne memo uit, met allerlei dingen die voor iedereen belangrijk zijn. Daarbij een maandkalender van alle dingen per datum die op het programma staan. Je weet waar je aan toe bent, het is duidelijk.
Toch komt het ook nog voor dat de commissies een losse mail moeten versturen, de IB-er heeft belangrijke informatie, tussendoor komen er bepaalde zaken voorbij, die toch van belang kunnen zijn. Dan is het zaak de boel te filteren.
Een goeie tip is om alle nieuwsbrieven af te zeggen, dat scheelt al een hoop binnenkomen van e-mails, screenen op onderwerp en wegklikken.
Maar de externe mail is er een die veel omvangrijker is. Je hebt de binnenkomende e-mails en de uitgaande e-mails. De binnenkomende externe mails zijn mails waarop wij veel minder invloed kunnen uitoefenen. De uitgaande mails daarentegen is iets waarin wij het goede voorbeeld kunnen laten zien.
Zo werden wij op school geattendeerd door een vriendelijke ouder. In een periode van circa 6 weken had deze ouder al 21 mailtjes van de school ontvangen. De mails varieerden van de nieuwsbrief, mailtje van de groepsleerkracxhten, mailtjes van de groepsouder, mailtjes van de stagiaire tot aan een extra mailtje t.a.v. een speciale ouderavond. Kijk, daar kunnen we wat mee. Hierin kun je jezelf eens achter de oren krabben en bewust worden van deze hausse van e-mail die over ons wordt heengestrooid en ook allemaal verwerkt moeten worden.
We kunnen niet meer zonder e-mail, maar soms verlang ik weleens eventjes naar een tijd zonder digitaal verkeer met al die prikkels. Mmmm, dan hoef ik alleen maar even op vakantie te gaan naar een canping in the middle of nowhere en genieten van de rust. Of mail ik dan even via de telefoon naar de kinderen waar we zitten?
Labels:
computer,
digitalisering,
e-mail,
e-mailadres,
ICT,
mobiele telefoon
zondag 2 december 2012
Vol verwachting....
In een tijd dat de dagen korter worden, het eerder donker wordt, lijkt het ook allemaal wat geheimzinniger te worden. Het feest van Sinterklaas doet daar in kinderharten nog een schepje bovenop.
Spanning, verhalen, Sinterklaas als Goedheiligman en Zwarte Piet als zijn knecht. Een verhaal dat in de Nederlandse cultuur vanzelfsprekend is. Uiteindelijk allemaal voor de kinderen, al maakt menig volwassene er ook een mooi feest vol surprises en fantastische gedichten van.
Is het voor iedereen wel zo'n mooi feest?
Mensen met een kleine beurs, mensen uit andere culturen, mensen bij wie alles niet zo vlot verloopt, en zo kunnen we meerdere gezinnen bedenken bij wie het allemaal geen pepernoot kan schelen hoe en of er Sinterklaas wordt gevierd.
Er is dan geen spanning, maar ook geen geheimzinnige verwachting. Geen hoop op mooie verrassingen.
Misschien kunnen wij daar met z'n allen eens op letten en ook hen een Sinterklaasgevoel bezorgen. Afgelopen week was er een uitzending op televisie waarbij mensen met een kleine beurs Sinterklaascadeaus konden uitzoeken voor hun kinderen. Een mooi initiatief.
En dan maar hopen dat er geen stoute mensen(-kinderen) misbruik maken van deze goedgevigheid.
Spanning, verhalen, Sinterklaas als Goedheiligman en Zwarte Piet als zijn knecht. Een verhaal dat in de Nederlandse cultuur vanzelfsprekend is. Uiteindelijk allemaal voor de kinderen, al maakt menig volwassene er ook een mooi feest vol surprises en fantastische gedichten van.Is het voor iedereen wel zo'n mooi feest?
Mensen met een kleine beurs, mensen uit andere culturen, mensen bij wie alles niet zo vlot verloopt, en zo kunnen we meerdere gezinnen bedenken bij wie het allemaal geen pepernoot kan schelen hoe en of er Sinterklaas wordt gevierd.
Er is dan geen spanning, maar ook geen geheimzinnige verwachting. Geen hoop op mooie verrassingen.
Misschien kunnen wij daar met z'n allen eens op letten en ook hen een Sinterklaasgevoel bezorgen. Afgelopen week was er een uitzending op televisie waarbij mensen met een kleine beurs Sinterklaascadeaus konden uitzoeken voor hun kinderen. Een mooi initiatief.
En dan maar hopen dat er geen stoute mensen(-kinderen) misbruik maken van deze goedgevigheid.
Labels:
cadeaus,
hoop,
sinterklaas,
spanning,
verrassing,
verwachting
Zoet
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. In de tijd van Sinterklaas weten wij precies wie zoet is of hoe je je moet gedragen om zoet te zijn. Maar weten we wel de verschillen tussen zoet, zoet en zoet?
Zoet heeft drie betekenissen.
BRON: http://www.woorden.org/woord/zoet
1. met de smaak van suiker
Voorbeeld: a. zoete druiven,
Het tegenovergestelde van zuur, zout, bitter
Voorbeeld: b. zoet water (water zonder zout)
Het tegenovergestelde is zeewater (zout)
2. aangenaam, prettig om te horen, ruiken enz.
Voorbeeld: zoete geuren
3. (meestal van kinderen) lief en rustig, braaf
Voorbeeld: Ze was zoet aan het spelen met de blokken.
Iets kan dus zoet smaken, iets kan zoet aanvoelen of een zoete ervaring zijn en men kan zelf zoet zijn.
Maar wat is het lekkers wat wordt beloofd, als je zoet bent? Zijn dat dan chocoladeletters, pepernoten, kruidnoten, marsepeinen balletjes of misschien een berg suikergoed? Al het lekkers in de Sinterklaastijd zijn zoete lekkernijen. Terwijl er ook zoveel niet-zoete lekkernijen bestaan. We kunnen denken aan de hartige varianten zoals chips, pinda's, stukje worst, stukje kaas of een hartige taart. Maar natuurlijk ook de gezonde lekkernijen zoals stukjes paprika, druiven, appels, bananen, snoeptomaatjes en andere groente- en fruithapjes, die zoet en gezond zijn. Waar we al van kleins af aan mee zijn grootgebracht.
Zelfs als een tomaat niet zoet smaakt, maar men heeft wel enorme trek... dan kunnen de denkbeeldige rauwe bonen zoet zijn. Een zoetekauw is iemand die erg graag zoetigheid lust, iets waar genoeg suiker in zit en zoet smaakt. Of kunnen we de koffie en thee ook zoet maken met een zoetje? Is dat zoetje zoetigheid met minder suiker en minder calorieen? Is daarmee een zoetje daadwerkelijk minder slecht?
Ach, hier kunnen we nog wel een tijdje mee zoet zijn en u kunt dit allemaal als zoete koek slikken. Zo wordt dit een honingzoet of een mierzoet verhaal. Het water loopt me in de mond met al deze zoete woordjes (smaken ze nu zoet of klinken ze zoet?). Zo zoetjesaan moet er een eind komen aan dit suikerzoete stukje.
De strekking van al deze zoetigheid is: Wie zoet is, krijgt lekkers, wat niet altijd zoet hoeft te zijn. Dat kunnen net zo goed lieve zoete woorden zijn van de juf of meester. Of een stuk komkommer, die helemaal niet zoet is, maar die best zoet kan smaken als je honger hebt. Denk maar aan die rauwe bonen.
Zoet heeft drie betekenissen.
BRON: http://www.woorden.org/woord/zoet
1. met de smaak van suiker
Voorbeeld: a. zoete druiven,
Het tegenovergestelde van zuur, zout, bitter
Voorbeeld: b. zoet water (water zonder zout)
Het tegenovergestelde is zeewater (zout)
2. aangenaam, prettig om te horen, ruiken enz.
Voorbeeld: zoete geuren
3. (meestal van kinderen) lief en rustig, braaf
Voorbeeld: Ze was zoet aan het spelen met de blokken.
Iets kan dus zoet smaken, iets kan zoet aanvoelen of een zoete ervaring zijn en men kan zelf zoet zijn.
Maar wat is het lekkers wat wordt beloofd, als je zoet bent? Zijn dat dan chocoladeletters, pepernoten, kruidnoten, marsepeinen balletjes of misschien een berg suikergoed? Al het lekkers in de Sinterklaastijd zijn zoete lekkernijen. Terwijl er ook zoveel niet-zoete lekkernijen bestaan. We kunnen denken aan de hartige varianten zoals chips, pinda's, stukje worst, stukje kaas of een hartige taart. Maar natuurlijk ook de gezonde lekkernijen zoals stukjes paprika, druiven, appels, bananen, snoeptomaatjes en andere groente- en fruithapjes, die zoet en gezond zijn. Waar we al van kleins af aan mee zijn grootgebracht.
Zelfs als een tomaat niet zoet smaakt, maar men heeft wel enorme trek... dan kunnen de denkbeeldige rauwe bonen zoet zijn. Een zoetekauw is iemand die erg graag zoetigheid lust, iets waar genoeg suiker in zit en zoet smaakt. Of kunnen we de koffie en thee ook zoet maken met een zoetje? Is dat zoetje zoetigheid met minder suiker en minder calorieen? Is daarmee een zoetje daadwerkelijk minder slecht?
Ach, hier kunnen we nog wel een tijdje mee zoet zijn en u kunt dit allemaal als zoete koek slikken. Zo wordt dit een honingzoet of een mierzoet verhaal. Het water loopt me in de mond met al deze zoete woordjes (smaken ze nu zoet of klinken ze zoet?). Zo zoetjesaan moet er een eind komen aan dit suikerzoete stukje.
De strekking van al deze zoetigheid is: Wie zoet is, krijgt lekkers, wat niet altijd zoet hoeft te zijn. Dat kunnen net zo goed lieve zoete woorden zijn van de juf of meester. Of een stuk komkommer, die helemaal niet zoet is, maar die best zoet kan smaken als je honger hebt. Denk maar aan die rauwe bonen.
zaterdag 24 november 2012
Passie
De letterlijke betekenis van passie is hartstocht. Het is een sterk gevoel van liefde. Het kan ook een verlangen naar iets zijn. Is passie nodig in het onderwijs? Op Twitter kwam ik een discussie tegen. De een vond dat er echt passie nodig is om in het onderwijs te kunnen werken,je moet liefde hebben voor dit vak om het goed te kunnen uitdragen. Een ander vond dat een goede leerkracht niet perse ook passie hoeft te hebben, als je maar goed lesgeeft. Wat denkt u?
Na de cursus over bevlogenheid van Jessica van Wingerden e.a. eerder in dit jaar, heeft Dyade ook een boekje uitgebracht met de titel "Passie, energie, prestatie" Kort gezegd vertelt het ons, dat bevlogen medewerkers werken met passie en energie en zij leveren betere prestaties. Dat betekent niet, dat je zonder passie en energie slechte prestaties zou leveren.
Onderwijs is meer dan het het geven van een goede les, die prestaties oplevert. De leerkracht moet meer bezitten dan alleen een goede les kunnen geven. Ik durf zelfs te beweren, dat als je niet meer bezit dan dit, je niet zo ver komt. Invoelend vermogen, de omgang met de kinderen, het aanvoelen van hun gevoelens, het luisteren naar kinderen en ouders, het volgen van kinderen, het zien als hun gezicht blij staat of bedrukt zijn allemaal belangrijke competenties die je als leerkracht niet allemaal even goed hoeft te bezitten, maar je moet er zeker voor openstaan. Je moet het verlangen hebben om kinderen te begrijpen. Je passie ligt in de sociale vaardigheden van kinderen, van kinderen onderling, van hun belevingswereld, zoals we jaren geleden al zo mooi zeiden.
Natuurlijk kun je een hooggeschoolde leerkracht van misschien wel academisch niveau voor de klas zetten, maar de interpersoonlijke kenmerken en pedagogische kwaliteiten zijn minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker. Als ze een kind zich veilig voelt, zich gehoord voelt, gewaardeerd wordt door zijn omgeving waarin de leerkracht een hele belangrijke rol speelt, gezien wordt door diezelfde leerkracht als een gelijkwaardig mens met unieke kenmerken, dan komen die prestaties ook wel.
En dan moet er natuurlijk ook een goede les worden gegeven en een goede prestatie worden neergezet.
Dat maakt de titel van het boekje van Jessica van Wingerden ook zo mooi. Eerst de passie, de liefde voor het vak, dan overstroomt de energie vanzelf en waar je aandacht aan schenkt groet. Vervolgens komen we dan bij de prestatie.
De aandacht voor opbrengst gericht werken is dan ook niet fout, maar we moeten oppassen met de insteek die we maken. Goed lesgeven is belangrijk, de instructie doet ertoe. Maar allereerst is die persoon voor de klas en de interactie van leerkracht met leerlingen van belang. De interpersoonlijke relaties staan voorop, dan volgt de rest - die we kunnen aanleren - vaak vanzelf.
U luistert toch ook geboeid naar iemand die u persoonlijk raakt, die bruist van enthousiasme en energie en u meer ligt? Vervolgens luistert u beter naar wat hij of zij te vertellen heeft en vindt u het ook nog mooi meegenomen als de inhoud ook interessant is.
Na de cursus over bevlogenheid van Jessica van Wingerden e.a. eerder in dit jaar, heeft Dyade ook een boekje uitgebracht met de titel "Passie, energie, prestatie" Kort gezegd vertelt het ons, dat bevlogen medewerkers werken met passie en energie en zij leveren betere prestaties. Dat betekent niet, dat je zonder passie en energie slechte prestaties zou leveren.
Onderwijs is meer dan het het geven van een goede les, die prestaties oplevert. De leerkracht moet meer bezitten dan alleen een goede les kunnen geven. Ik durf zelfs te beweren, dat als je niet meer bezit dan dit, je niet zo ver komt. Invoelend vermogen, de omgang met de kinderen, het aanvoelen van hun gevoelens, het luisteren naar kinderen en ouders, het volgen van kinderen, het zien als hun gezicht blij staat of bedrukt zijn allemaal belangrijke competenties die je als leerkracht niet allemaal even goed hoeft te bezitten, maar je moet er zeker voor openstaan. Je moet het verlangen hebben om kinderen te begrijpen. Je passie ligt in de sociale vaardigheden van kinderen, van kinderen onderling, van hun belevingswereld, zoals we jaren geleden al zo mooi zeiden.
Natuurlijk kun je een hooggeschoolde leerkracht van misschien wel academisch niveau voor de klas zetten, maar de interpersoonlijke kenmerken en pedagogische kwaliteiten zijn minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker. Als ze een kind zich veilig voelt, zich gehoord voelt, gewaardeerd wordt door zijn omgeving waarin de leerkracht een hele belangrijke rol speelt, gezien wordt door diezelfde leerkracht als een gelijkwaardig mens met unieke kenmerken, dan komen die prestaties ook wel.
En dan moet er natuurlijk ook een goede les worden gegeven en een goede prestatie worden neergezet.
Dat maakt de titel van het boekje van Jessica van Wingerden ook zo mooi. Eerst de passie, de liefde voor het vak, dan overstroomt de energie vanzelf en waar je aandacht aan schenkt groet. Vervolgens komen we dan bij de prestatie.
De aandacht voor opbrengst gericht werken is dan ook niet fout, maar we moeten oppassen met de insteek die we maken. Goed lesgeven is belangrijk, de instructie doet ertoe. Maar allereerst is die persoon voor de klas en de interactie van leerkracht met leerlingen van belang. De interpersoonlijke relaties staan voorop, dan volgt de rest - die we kunnen aanleren - vaak vanzelf.
U luistert toch ook geboeid naar iemand die u persoonlijk raakt, die bruist van enthousiasme en energie en u meer ligt? Vervolgens luistert u beter naar wat hij of zij te vertellen heeft en vindt u het ook nog mooi meegenomen als de inhoud ook interessant is.
zondag 18 november 2012
Schaken
Schaken is een fantastisch spel. 64 vakken, 32 witte en 32 zwarte velden bestrijken het bord. Beide partijen hebben 16 stukken, acht pionnen, twee torens, twee paarden, twee lopers, een dame en - de belangrijkste - een koning.
Deze week kwam in het nieuws, dat schaken niet alleen leuk is, maar voor kinderen vanaf 6 jaar ook goed voor de ontwikkeling.
Schaakleraar Eddy Sibbink geeft schaakles op een school vertelde erover. Ook de werldberoemde schaakgrootmeester Garry Kasparov (geboren 13 april 1963) zegt dat het goed is voor kinderen om jong te beginnen.
Waarom is schaken dan zo goed?
* Kinderen leren hoe het spel schaken in elkaar zit. Ze leren van de verschillende stukken, de waardes daarvan en hoe deze kunnen bewegen over het schaardbord.
* Kinderen leren visueel na te denken over het spel. De stukken kunnen bewegen volgens een bepaald plan. Ze leren een doel te stellen en het plan uit te voeren.
* Kinderen leren strategieën toe te passen hoe stukken zich voortbewegen en hoe ze de tegenstander schaakmat moeten zetten, daar is doorzettingsvermogen voor nodig. Het spel onder de knie krijgen en leren hoe je kunt winnen.
* Kinderen leren tegenslag te incasseren. Tijdens het schaakspel nog meer dan tijdens een geluksspel, want in het schaakspel heb je het zelf gedaan. Je hebt zelf de stukken verzet. Soms doe je dan gewoon een domme zet. Er komt geen geluk aan te pas. Hooguit heb je geluk als de tegenstander iets niet ziet.
* Het denkvermogen van kinderen wordt gestimuleerd wat ook in andere situaties zijn positieve uitwerking kan hebben. Je leert om te gaan met situaties en je leert dat je daar zelf verantwoordelijk voor bent.
En zo kunnen er vast nog meer voordelen genoemd worden waarom het goed is, dat kinderen leren schaken.
Zelf kom ik uit een echte schaakfamilie. We speelden vaak op zondag potjes schaak, er werden toernooitjes georganiseerd, we leerden incasseren en verliezen. Twee broers waren heel goed in schaken.
Op onze school (de Prinses Maximaschool in Berkel en Rodenrijs) hebben wij een enthousiaste vader bereid gevonden om 1x per week schaaklessen te verzorgen voor een tiental kinderen die dit leuk vinden. Elke keer een stuk of 10 lessen en dan volgt er weer een nieuwe groep. Het is een aanwinst voor de school, een extraatje voor de kinderen en voor hun eigen ontwikkeling goed om hiermee verder te komen.
Naast dat schaken goed is voor kinderen en volwassenen, levert schaken voor iedereen plezier op, en dat is met een gezelschapsspel natuurlijk het allerbelangrijkste. Veel plezier!
Deze week kwam in het nieuws, dat schaken niet alleen leuk is, maar voor kinderen vanaf 6 jaar ook goed voor de ontwikkeling.
Schaakleraar Eddy Sibbink geeft schaakles op een school vertelde erover. Ook de werldberoemde schaakgrootmeester Garry Kasparov (geboren 13 april 1963) zegt dat het goed is voor kinderen om jong te beginnen.
Waarom is schaken dan zo goed?
* Kinderen leren hoe het spel schaken in elkaar zit. Ze leren van de verschillende stukken, de waardes daarvan en hoe deze kunnen bewegen over het schaardbord.
* Kinderen leren visueel na te denken over het spel. De stukken kunnen bewegen volgens een bepaald plan. Ze leren een doel te stellen en het plan uit te voeren.
* Kinderen leren strategieën toe te passen hoe stukken zich voortbewegen en hoe ze de tegenstander schaakmat moeten zetten, daar is doorzettingsvermogen voor nodig. Het spel onder de knie krijgen en leren hoe je kunt winnen.
* Kinderen leren tegenslag te incasseren. Tijdens het schaakspel nog meer dan tijdens een geluksspel, want in het schaakspel heb je het zelf gedaan. Je hebt zelf de stukken verzet. Soms doe je dan gewoon een domme zet. Er komt geen geluk aan te pas. Hooguit heb je geluk als de tegenstander iets niet ziet.
* Het denkvermogen van kinderen wordt gestimuleerd wat ook in andere situaties zijn positieve uitwerking kan hebben. Je leert om te gaan met situaties en je leert dat je daar zelf verantwoordelijk voor bent.
En zo kunnen er vast nog meer voordelen genoemd worden waarom het goed is, dat kinderen leren schaken.
Zelf kom ik uit een echte schaakfamilie. We speelden vaak op zondag potjes schaak, er werden toernooitjes georganiseerd, we leerden incasseren en verliezen. Twee broers waren heel goed in schaken.Op onze school (de Prinses Maximaschool in Berkel en Rodenrijs) hebben wij een enthousiaste vader bereid gevonden om 1x per week schaaklessen te verzorgen voor een tiental kinderen die dit leuk vinden. Elke keer een stuk of 10 lessen en dan volgt er weer een nieuwe groep. Het is een aanwinst voor de school, een extraatje voor de kinderen en voor hun eigen ontwikkeling goed om hiermee verder te komen.
Naast dat schaken goed is voor kinderen en volwassenen, levert schaken voor iedereen plezier op, en dat is met een gezelschapsspel natuurlijk het allerbelangrijkste. Veel plezier!
Labels:
broer,
denken,
denkvermogen,
familie,
incasseren,
kinderen,
schaakspel,
schaken,
stimuleren,
strategieen,
tegenslag,
visueel denken
zaterdag 17 november 2012
Bijzondere mensen 2
Welke mensen hebben invloed op ons leven? Wie heeft ons ertoe gebracht om iets te gaan doen of juist niet te doen? Welke gebeurtenissen hebben wel en welke hebben geen of nauwelijks invloed?
In bijzondere mensen 1 heb ik gesproken over het grote aandeel dat mijn ouders hebben gehad in het leven van mij. Nu wil ik een tweede groep mensen beschrijven, die mijn leven hebben beïnvloed, namelijk mijn broers en zussen. De mensen met wie ik samen ben opgegroeid bij dezelfde ouders.
Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik zelf de jongste ben. Naast de hoeveelheid broers en zussen is ook de plek in het gezin iets dat mij heeft beïnvloed. Oudste kinderen moeten vaak het ijs breken, ouders weten vaak ook nog niet wat wel en niet goed is. Als jongste hadden zowel mijn ouders als ikzelf het veel makkelijker. Onze ouders maakten zich niet zo snel zorgen om eenvoudige opvoedingszaken, ze zagen immers dat het welk goed kwam. Als jongste in het gezin ben je enigszins bevoorrecht, omdat de weg al is geëffend en je als jongste een voordeeltje hebt.
Toen ik werd geboren had ik een broer van 13, een zus van 12, een broer van 9, een broer van 5 en een zus van 4.
De broer van 13 was lichamelijk gehandicapt, superslim, deed op dat moment gymnasium en vond het erg leuk om een klein zusje te hebben. Hij leerde mij dan ook al vrij snel schaken en ik speelde regelmatig met hem.
De zus van 12 is op haar 18de het huis uitgegaan en in een zusterflat gaan wonen. Zij werd verpleegkundige. Een nuchtere zus die al vrij snel thuis kwam met mijn a.s. zwager. Vanaf mijn 6de jaar had ik er gewoon een broer bij. Iemand met een hoop levenservaring, die met dit gezin ook over veel dingen praatte.
De broer van 9 was een hele goede schaker, deed HBS en werd later wiskundeleraar. Iemand met wie je nooit ruzie kon hebben, want hij maakte geen ruzie. Nog steeds niet. Ook iemand die de zorgen in zijn omgeving deelde en zich bekommerde om zijn jongere broertje en zusjes. Mijn mkoeder zegt nu nog welleens dat hij te veel zorg op zich kon nemen. Wijh zien dit weer terug bij zijn eigen dochters en kleinkinderen.
De broer van 5 had blonde krullen en had een geweldig goed geheugen. Als je vroeg wanneer iets was gebeurd, wist hij jaartal en vaak ook de datum. Hij hield van de sterren en het heelal. Hij hield ook van regelmaat en vastigheid. Van harde geluiden hield hij niet. Hij had zo zijn eigen gewoonten.
De zus van 4 met wie ik jarenlang op 1 kamer heb geslapen, is degene met wie ik misschien wel de meeste ruzie heb gehad als kind. Een zus die basketbalde, wat ik ook heb gespeeld. Een zus die de PA heeft gedaan, wat ik later ook heb gevolgd. Raakvlakken en tegenstrijdigheden.
Maar wat hebben deze mensen mij nu allemaal meegegeven?
De oudste broer, die nu al ruim 10 jaar geleden is overleden, had een bepaalde rust over zich. Hij las heel veel en vertelde daarover vaak aan ons. Belezen was hij. Hij wist enorm veel, vooral over Griekse goden en schaakmeesters, maar ook alles over Ollie B. Bommel en Asterix en Obelix. Als ik naar mezelf kijk, was ik als kind helemaal niet zo'n lezer. Hij was samen met mijn vader een echt leesvoorbeeld. Daarnaast schaakte hij graag. Ik heb het van hem geleerd en vele malen gespeeld. Maar ook andere spellen heb ik vaak met hem gespeeld, zoals Go en Boerenbridgen(een kaartspel). Het was altijd gezellig voor zijn kleine zusje. Het feit dat hij plotseling is overleden, was voor ons gezin een hele schok. Voor hem misschien uiteindelijk beter, als je weet dat zijn beperkingen steeds groter werden.
Mijn oudste zus was als verpleegster ook een voorbeeld. Ik dacht dat ik dat ook wel wilde. Het heeft mij aan het denken gezet t.a.v. verschillende beroepen. Dierenarts, verpleegkundige, onderwijzer, ze zijn stuk voor stuk voorbij gekomen. Mijn a.s. zwager kende ik al vroeg. Ik kan me zelfs niet eens herinneren, dat hij er niet was. Mijn zus trouwde toen ik 11 jaar was. Ik heb bij haar gelogeerd. Het was iemand waar ik wel tegenop keek, al was het niet hetzelfde als een moeder. Ik heb ook weer dingen van haar geleerd. Toen bij hen de kinderen kwamen en ik daar nog weleens oppaste, leerde ik meteen hoe het is om met kinderen om te gaan en een huishouden te runnen.
De middelste broer is de goedheid zelve. Hij raakt niet snel in paniek (dacht ik toen), maakte nooit ruzie, vond het gezellig met vrienden en woonde een poosje in Rotterdam Crooswijk en in 's-Gravenzande. Later kwam hij binnen met mijn schoonzus en heb ik een aantal jaren lang wekelijks op hun oudste dochter gepast. Hij woonde toen in Delft. Gezellig om zo een band op te bouwen. Als tegenprestatie mocht ik daar op dinsdagavond eten en ´s avonds bij de koffie een doosje Qualitystreets leegeten.
De jongste broer zat in de zesde klas, toen ik in de eerste zat. Toen ik eens op mijn kop had gekregen, omdat ik door de gang rende en voorin de zesde klas moest staan, dacht ik dat ik thuis nog een keer op mijn kop zou krijgen. Dat gebeurde gelukkig niet. Hij woonde lang thuis, hield heel veel van zon, maan en sterren. Hij deed de HTS. Hij had speciale gewoontes en het botste nog weleens met mijn jongste zus. Ze scheelden 14 maanden, dus er was misschien een soort concurrentiestrijd.
Met die jongste zus heb ik lang op een kamer geslapen. In een later stadium is de kamer in tweeën gedeeld. Nog later gingen er andere broers en zussen het huis uit en hadden wij eindelijk een eigen kamer, ik was toen al 13 jaar. Kleren pikken van elkaar hoorde erbij. Mijn zus ging het onderwijs in en ik ben daardoor ook op dezelfde PA terecht gekomen als mijn zus. Toen zij trouwde had ook ik verkering en had het daar erg druk mee. Soms paste ik ook op hun kinderen, maar dat werd uiteindelijk minder, omdat mijn eigen huishouden en werkende leventje ook was begonnen.
Keuzes die ik zelf heb gemaakt zijn mede gemaakt door de omgeving. Het leren schaken bijvoorbeeld. Ik kon daardoor op de HAVO met gemak van de jongens winnen, dat was wel grappig. De interesse voor de ruimtevaart en de sterrenkunde van mijn middelste broer intrigeerde, net als zijn geheugen. De handicap van mijn oudste broer was voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ruzie maken met o.a. de zus die boven mij zat hoorde erbij. Met een groot gezin aan tafel eten was gezellig. De verschillende beroepen en keuzes van broers en zussen hebben mij ook laten nadenken. Basketballen is ook mijn sport geworden. De moeite die sommigen hadden met relaties was een leerzame les. Het feit dat we allemaal bij elkaar horen en uit hetzelfde nest komen, geeft toch die familieband.
Alles wat toen gebeurde leeft nog steeds door in mijn leven van nu. Eerst ben je het kleine zusje wat nog nauwelijks meetelt, ik was immers nog maar klein. Maar ook dat verandert en maakte mij ook weer sterker, bewuster en ik ontwikkelde ook verder.
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid is een weg die ouders, broers en zussen mij hebben meegegeven. Dat heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Een warm thuis met man en vier kinderen.
In bijzondere mensen 1 heb ik gesproken over het grote aandeel dat mijn ouders hebben gehad in het leven van mij. Nu wil ik een tweede groep mensen beschrijven, die mijn leven hebben beïnvloed, namelijk mijn broers en zussen. De mensen met wie ik samen ben opgegroeid bij dezelfde ouders.Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik zelf de jongste ben. Naast de hoeveelheid broers en zussen is ook de plek in het gezin iets dat mij heeft beïnvloed. Oudste kinderen moeten vaak het ijs breken, ouders weten vaak ook nog niet wat wel en niet goed is. Als jongste hadden zowel mijn ouders als ikzelf het veel makkelijker. Onze ouders maakten zich niet zo snel zorgen om eenvoudige opvoedingszaken, ze zagen immers dat het welk goed kwam. Als jongste in het gezin ben je enigszins bevoorrecht, omdat de weg al is geëffend en je als jongste een voordeeltje hebt.
Toen ik werd geboren had ik een broer van 13, een zus van 12, een broer van 9, een broer van 5 en een zus van 4.
De broer van 13 was lichamelijk gehandicapt, superslim, deed op dat moment gymnasium en vond het erg leuk om een klein zusje te hebben. Hij leerde mij dan ook al vrij snel schaken en ik speelde regelmatig met hem.
De zus van 12 is op haar 18de het huis uitgegaan en in een zusterflat gaan wonen. Zij werd verpleegkundige. Een nuchtere zus die al vrij snel thuis kwam met mijn a.s. zwager. Vanaf mijn 6de jaar had ik er gewoon een broer bij. Iemand met een hoop levenservaring, die met dit gezin ook over veel dingen praatte.
De broer van 9 was een hele goede schaker, deed HBS en werd later wiskundeleraar. Iemand met wie je nooit ruzie kon hebben, want hij maakte geen ruzie. Nog steeds niet. Ook iemand die de zorgen in zijn omgeving deelde en zich bekommerde om zijn jongere broertje en zusjes. Mijn mkoeder zegt nu nog welleens dat hij te veel zorg op zich kon nemen. Wijh zien dit weer terug bij zijn eigen dochters en kleinkinderen.
De broer van 5 had blonde krullen en had een geweldig goed geheugen. Als je vroeg wanneer iets was gebeurd, wist hij jaartal en vaak ook de datum. Hij hield van de sterren en het heelal. Hij hield ook van regelmaat en vastigheid. Van harde geluiden hield hij niet. Hij had zo zijn eigen gewoonten.
De zus van 4 met wie ik jarenlang op 1 kamer heb geslapen, is degene met wie ik misschien wel de meeste ruzie heb gehad als kind. Een zus die basketbalde, wat ik ook heb gespeeld. Een zus die de PA heeft gedaan, wat ik later ook heb gevolgd. Raakvlakken en tegenstrijdigheden.
Maar wat hebben deze mensen mij nu allemaal meegegeven?
De oudste broer, die nu al ruim 10 jaar geleden is overleden, had een bepaalde rust over zich. Hij las heel veel en vertelde daarover vaak aan ons. Belezen was hij. Hij wist enorm veel, vooral over Griekse goden en schaakmeesters, maar ook alles over Ollie B. Bommel en Asterix en Obelix. Als ik naar mezelf kijk, was ik als kind helemaal niet zo'n lezer. Hij was samen met mijn vader een echt leesvoorbeeld. Daarnaast schaakte hij graag. Ik heb het van hem geleerd en vele malen gespeeld. Maar ook andere spellen heb ik vaak met hem gespeeld, zoals Go en Boerenbridgen(een kaartspel). Het was altijd gezellig voor zijn kleine zusje. Het feit dat hij plotseling is overleden, was voor ons gezin een hele schok. Voor hem misschien uiteindelijk beter, als je weet dat zijn beperkingen steeds groter werden.Mijn oudste zus was als verpleegster ook een voorbeeld. Ik dacht dat ik dat ook wel wilde. Het heeft mij aan het denken gezet t.a.v. verschillende beroepen. Dierenarts, verpleegkundige, onderwijzer, ze zijn stuk voor stuk voorbij gekomen. Mijn a.s. zwager kende ik al vroeg. Ik kan me zelfs niet eens herinneren, dat hij er niet was. Mijn zus trouwde toen ik 11 jaar was. Ik heb bij haar gelogeerd. Het was iemand waar ik wel tegenop keek, al was het niet hetzelfde als een moeder. Ik heb ook weer dingen van haar geleerd. Toen bij hen de kinderen kwamen en ik daar nog weleens oppaste, leerde ik meteen hoe het is om met kinderen om te gaan en een huishouden te runnen.
De middelste broer is de goedheid zelve. Hij raakt niet snel in paniek (dacht ik toen), maakte nooit ruzie, vond het gezellig met vrienden en woonde een poosje in Rotterdam Crooswijk en in 's-Gravenzande. Later kwam hij binnen met mijn schoonzus en heb ik een aantal jaren lang wekelijks op hun oudste dochter gepast. Hij woonde toen in Delft. Gezellig om zo een band op te bouwen. Als tegenprestatie mocht ik daar op dinsdagavond eten en ´s avonds bij de koffie een doosje Qualitystreets leegeten.
De jongste broer zat in de zesde klas, toen ik in de eerste zat. Toen ik eens op mijn kop had gekregen, omdat ik door de gang rende en voorin de zesde klas moest staan, dacht ik dat ik thuis nog een keer op mijn kop zou krijgen. Dat gebeurde gelukkig niet. Hij woonde lang thuis, hield heel veel van zon, maan en sterren. Hij deed de HTS. Hij had speciale gewoontes en het botste nog weleens met mijn jongste zus. Ze scheelden 14 maanden, dus er was misschien een soort concurrentiestrijd.
Met die jongste zus heb ik lang op een kamer geslapen. In een later stadium is de kamer in tweeën gedeeld. Nog later gingen er andere broers en zussen het huis uit en hadden wij eindelijk een eigen kamer, ik was toen al 13 jaar. Kleren pikken van elkaar hoorde erbij. Mijn zus ging het onderwijs in en ik ben daardoor ook op dezelfde PA terecht gekomen als mijn zus. Toen zij trouwde had ook ik verkering en had het daar erg druk mee. Soms paste ik ook op hun kinderen, maar dat werd uiteindelijk minder, omdat mijn eigen huishouden en werkende leventje ook was begonnen.
Keuzes die ik zelf heb gemaakt zijn mede gemaakt door de omgeving. Het leren schaken bijvoorbeeld. Ik kon daardoor op de HAVO met gemak van de jongens winnen, dat was wel grappig. De interesse voor de ruimtevaart en de sterrenkunde van mijn middelste broer intrigeerde, net als zijn geheugen. De handicap van mijn oudste broer was voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ruzie maken met o.a. de zus die boven mij zat hoorde erbij. Met een groot gezin aan tafel eten was gezellig. De verschillende beroepen en keuzes van broers en zussen hebben mij ook laten nadenken. Basketballen is ook mijn sport geworden. De moeite die sommigen hadden met relaties was een leerzame les. Het feit dat we allemaal bij elkaar horen en uit hetzelfde nest komen, geeft toch die familieband.
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid is een weg die ouders, broers en zussen mij hebben meegegeven. Dat heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Een warm thuis met man en vier kinderen.
donderdag 15 november 2012
Bloed
"Vandaag is rood, de kleur van jouw ..." zong Marco Borsato een aantal jaren geleden. De hit is af en toe nog te horen op de radio. Deze is geen bloederig blog, maar gaat wel over bloed. Vandaag is rood dus de kleur van bloed.
2,5% van de Nederlanders is bloeddonor. Als je bedenkt dat een aantal mensen geen bloed mag geven vanwege de leeftijd(te jong of te oud), een aantal mensen niet mogen geven vanwege hun gezondheid en een aantal mensen niet durven, dan zouden er toch meer mensen moeten zijn die wel bloed kunnen/mogen geven dan die schamele 2,5%.
Het is een feit dat er meer donoren nodig zijn. Dit heeft de bloedbank zelf aangegeven. Als donor hebben wij de opdracht gekregen om hier aan mee te werken. U wilt toch ook bloed krijgen als dat nodig is?
In mijn directe omgeving ben ik nu flink aan het lobbyen. Zoon nr. 3, nog maar kort 18 jaar, ook overgehaald om zichzelf op te geven, collega's over de streep aan het trekken en een oproep op Twitter heeft ook al iets opgeleverd.
Mensen denken er vaak niet aan.
Ook in het onderwijs kunnen we tijdens de biologieles aandacht besteden aan bloeddonors of plasmadonors. Een les over bloedgroepen en rhesusfactoren, een les over het vervoer van voedingsstoffen, een uitleg over bloeddruk of gewoon een les kinderEHBO. We kunnen het zo gek niet bedenken of er is wel iets van te leren.
Weet u het verschil tussen volbloed en bloedplasma? Volbloed ziet er rood uit, het is een vloeistof die in het lichaam van dieren circuleert voor de verdeling van voedingsstoffen en de afvoer van overtollige stoffen van de stofwisseling. Bloed bevat o.a. witte en rode bloedcellen. Bloedplasma centrifugeert het bloed in een machine en men krijgt de rode en witte bloedcellen weer terug, het bloedplasma is gelig. Het is hoofdzakelijk samengesteld uit water, proteïnen en minerale zouten. Het kan o.a. glucose vervoeren.Wanneer iemand in de omgeving ziet dat er in het ziekenhuis een zak bloed wordt gegeven aan een patient, ziet men ineens de noodzaak ervan. Bloed, je kunt er een leven mee redden.
Een kleine moeite om enkele keren per jaar (dat kun je ook zelf bepalen) bloed of bloedplasma te geven. Het is bovendien een heerlijk rustpunt in deze hectische maatschappij. Wist u dat er een heerlijk ligstoel klaarstaat en u naderhand wat te drinken krijgt met lekkers?
Dat zet u wellicht ook tot nadenken wat te doen met de eigen organen, wanneer u overlijdt. Maar dat is weer een heel ander vraagstuk.
Begint u eens met een afspraak, laat uzelf eens keuren en geef bloed bij Sanquin Nederland, de bloedbank met een eigen website waar u zich kunt opgeven: www.sanquin.nl Doen hoor! Ze zijn ook te volgen op Twitter @sanquinNL en Facebook: http://www.facebook.com/sanquin
Bloed geven is bloedserieus!
2,5% van de Nederlanders is bloeddonor. Als je bedenkt dat een aantal mensen geen bloed mag geven vanwege de leeftijd(te jong of te oud), een aantal mensen niet mogen geven vanwege hun gezondheid en een aantal mensen niet durven, dan zouden er toch meer mensen moeten zijn die wel bloed kunnen/mogen geven dan die schamele 2,5%.
Het is een feit dat er meer donoren nodig zijn. Dit heeft de bloedbank zelf aangegeven. Als donor hebben wij de opdracht gekregen om hier aan mee te werken. U wilt toch ook bloed krijgen als dat nodig is?
In mijn directe omgeving ben ik nu flink aan het lobbyen. Zoon nr. 3, nog maar kort 18 jaar, ook overgehaald om zichzelf op te geven, collega's over de streep aan het trekken en een oproep op Twitter heeft ook al iets opgeleverd.
Mensen denken er vaak niet aan.
Ook in het onderwijs kunnen we tijdens de biologieles aandacht besteden aan bloeddonors of plasmadonors. Een les over bloedgroepen en rhesusfactoren, een les over het vervoer van voedingsstoffen, een uitleg over bloeddruk of gewoon een les kinderEHBO. We kunnen het zo gek niet bedenken of er is wel iets van te leren.
Weet u het verschil tussen volbloed en bloedplasma? Volbloed ziet er rood uit, het is een vloeistof die in het lichaam van dieren circuleert voor de verdeling van voedingsstoffen en de afvoer van overtollige stoffen van de stofwisseling. Bloed bevat o.a. witte en rode bloedcellen. Bloedplasma centrifugeert het bloed in een machine en men krijgt de rode en witte bloedcellen weer terug, het bloedplasma is gelig. Het is hoofdzakelijk samengesteld uit water, proteïnen en minerale zouten. Het kan o.a. glucose vervoeren.Wanneer iemand in de omgeving ziet dat er in het ziekenhuis een zak bloed wordt gegeven aan een patient, ziet men ineens de noodzaak ervan. Bloed, je kunt er een leven mee redden.
Een kleine moeite om enkele keren per jaar (dat kun je ook zelf bepalen) bloed of bloedplasma te geven. Het is bovendien een heerlijk rustpunt in deze hectische maatschappij. Wist u dat er een heerlijk ligstoel klaarstaat en u naderhand wat te drinken krijgt met lekkers?
Dat zet u wellicht ook tot nadenken wat te doen met de eigen organen, wanneer u overlijdt. Maar dat is weer een heel ander vraagstuk.
Begint u eens met een afspraak, laat uzelf eens keuren en geef bloed bij Sanquin Nederland, de bloedbank met een eigen website waar u zich kunt opgeven: www.sanquin.nl Doen hoor! Ze zijn ook te volgen op Twitter @sanquinNL en Facebook: http://www.facebook.com/sanquin
Bloed geven is bloedserieus!
vrijdag 2 november 2012
Schoolleiders zijn ook gewoon mensen
Een schoolleider of directeur leidt een school. Hij of zij is verantwoordelijk voor het reilen en zeilen in de hele school. Zowel onderwijskundig als financieel, beleidsmatig en organisatorisch. Je bent een soort duizendpoot. Toch is een schoolleider ook gewoon een mens binnen een organisatie. Ieder mens is een medewerker van die organisatie. Elke medewerker heeft zijn eigen verantwoordelijke rol.

Ruim twee jaar mag ik me schoolleider noemen. Het klinkt heel wat, maar ik ben ook maar gewoon een mens met talenten en gebreken, met positieve en belemmerende factoren, met opbeurende en mindere kwaliteiten. Wat maakt iemand nu een medewerker met een specifieke taak, een eigen rol of een andere functie?
Met een vracht aan ervaring in mijn rugzak als groepsleerkracht, RT-er(remedial teacher), ICT-er(ICTcoördinator en IB-er(intern begeleider) en met een portie intrinsieke motivatie kom je al een heel eind. Daarbij vul je ook een stukje levenservaring en ben je bereid om verder te kijken dan je neus lang is. Wat is er nog meer in deze wereld? Wat kan ik doen om de school nog meer op de kaart te zetten? Hoe kan ik zorgen dat de kwaliteit van de leerkrachten op peil blijft en verder ontwikkelt? Waar staat de school en hoe krijgen we die een stap verder?
Zo moet je jezelf ook blijven ontwikkelen. Meegaan in het digitale tijdperk, meegaan met allerlei ontwikkelingen, de schoolresultaten, maar niet minder de schoolsfeer en het werkplezier in de gaten houden. Communiceren intern en extern. Zelfstandig blijven opereren. Samenwerken met anderen.
Door bij te blijven zul je ook buiten de muren van de school moeten blijven kijken. Verruim je blik. Hoe doen andere scholen het? Deel ideeën met collega-directeuren, stel vragen, zoek dingen uit en denk verder buiten de kaders ofwel out of the box.
Zo was ik gisteren op een Conferentie van schoolleiders van CNVO, of eigenlijk CNVS. Een ontmoeting van andere schoolleiders, bouwcoördinatoren en andere bestuurders, waarin opleidingsgericht leidinggeven en co-teaching ter sprake kwam, maar waar ook gelegenheid was om elkaar te ontmoeten.
Zo was er een directeur met een school met 800 leerlingen. Wow, hij deed het al vanaf 1990, dus flink ervaren, maar zeker niet verstoft of berustend in zijn werk. Hij vertelde enthousiast over allerlei ontwikkelingen die gaande zijn, zichtbaar genietend. Hij keek ernaar uit dat er een klas met Ipads of tablets aan het werk zou gaan. Kijk, dat alleen al inspireert. Verder kijken. Nieuwsgierigheid tonen.
Knap om te zien hoe hij een school met 800 leerlingen leidt. Ik ben vergeten te vragen of ik eens een keer bij hem op school zou mogen komen kijken.
Zo heeft onze eigen school er zo'n 150, maar gaat wel veranderen. Een groeiende school. Daarin zie ik nu al verschillen ontstaan. Naarmate een school groter wordt ontstaan er andere communicatielijnen, andere verantwoordelijkheden en nieuwe rollen. Daarbinnen is het de kunst om als schoolleider weer een nieuwe rol aan te nemen, waarin je anderen meer verantwoordelijkheid geeft. Vertrouwen en autonomie bij leerkrachten in hun klas, maar ook bij de verschillende commissies. Verantwoordelijkheid bij bouwcoördinator en IB. Het zijn allemaal taken en rollen die verschuiven. De kunst is, om wel te zorgen dat mensen gemotiveerd blijven, geïnspireerd blijven, ja zelfs bevlogen blijven. Want het onderwijs blijft een geweldig vak. Of je nu een lesgevende, coördinerende ondersteunende of leidinggevende taak hebt als medewerker van de schoolorganisatie, iedere functie/taak/rol is belangrijk. Het belangrijkste is, dat jij je prettig voelt in de rol die van jou wordt verwacht en die jij dus moet vervullen.
Heel veel inspirerend werkplezier met passie, energie en bevlogenheid! En dan maakt het niet uit in welke rol je dat doet.

Ruim twee jaar mag ik me schoolleider noemen. Het klinkt heel wat, maar ik ben ook maar gewoon een mens met talenten en gebreken, met positieve en belemmerende factoren, met opbeurende en mindere kwaliteiten. Wat maakt iemand nu een medewerker met een specifieke taak, een eigen rol of een andere functie?
Met een vracht aan ervaring in mijn rugzak als groepsleerkracht, RT-er(remedial teacher), ICT-er(ICTcoördinator en IB-er(intern begeleider) en met een portie intrinsieke motivatie kom je al een heel eind. Daarbij vul je ook een stukje levenservaring en ben je bereid om verder te kijken dan je neus lang is. Wat is er nog meer in deze wereld? Wat kan ik doen om de school nog meer op de kaart te zetten? Hoe kan ik zorgen dat de kwaliteit van de leerkrachten op peil blijft en verder ontwikkelt? Waar staat de school en hoe krijgen we die een stap verder?
Zo moet je jezelf ook blijven ontwikkelen. Meegaan in het digitale tijdperk, meegaan met allerlei ontwikkelingen, de schoolresultaten, maar niet minder de schoolsfeer en het werkplezier in de gaten houden. Communiceren intern en extern. Zelfstandig blijven opereren. Samenwerken met anderen.
Door bij te blijven zul je ook buiten de muren van de school moeten blijven kijken. Verruim je blik. Hoe doen andere scholen het? Deel ideeën met collega-directeuren, stel vragen, zoek dingen uit en denk verder buiten de kaders ofwel out of the box.
Zo was ik gisteren op een Conferentie van schoolleiders van CNVO, of eigenlijk CNVS. Een ontmoeting van andere schoolleiders, bouwcoördinatoren en andere bestuurders, waarin opleidingsgericht leidinggeven en co-teaching ter sprake kwam, maar waar ook gelegenheid was om elkaar te ontmoeten.
Zo was er een directeur met een school met 800 leerlingen. Wow, hij deed het al vanaf 1990, dus flink ervaren, maar zeker niet verstoft of berustend in zijn werk. Hij vertelde enthousiast over allerlei ontwikkelingen die gaande zijn, zichtbaar genietend. Hij keek ernaar uit dat er een klas met Ipads of tablets aan het werk zou gaan. Kijk, dat alleen al inspireert. Verder kijken. Nieuwsgierigheid tonen.
Knap om te zien hoe hij een school met 800 leerlingen leidt. Ik ben vergeten te vragen of ik eens een keer bij hem op school zou mogen komen kijken.
Zo heeft onze eigen school er zo'n 150, maar gaat wel veranderen. Een groeiende school. Daarin zie ik nu al verschillen ontstaan. Naarmate een school groter wordt ontstaan er andere communicatielijnen, andere verantwoordelijkheden en nieuwe rollen. Daarbinnen is het de kunst om als schoolleider weer een nieuwe rol aan te nemen, waarin je anderen meer verantwoordelijkheid geeft. Vertrouwen en autonomie bij leerkrachten in hun klas, maar ook bij de verschillende commissies. Verantwoordelijkheid bij bouwcoördinator en IB. Het zijn allemaal taken en rollen die verschuiven. De kunst is, om wel te zorgen dat mensen gemotiveerd blijven, geïnspireerd blijven, ja zelfs bevlogen blijven. Want het onderwijs blijft een geweldig vak. Of je nu een lesgevende, coördinerende ondersteunende of leidinggevende taak hebt als medewerker van de schoolorganisatie, iedere functie/taak/rol is belangrijk. Het belangrijkste is, dat jij je prettig voelt in de rol die van jou wordt verwacht en die jij dus moet vervullen.
Heel veel inspirerend werkplezier met passie, energie en bevlogenheid! En dan maakt het niet uit in welke rol je dat doet.
Labels:
autonomie,
bevlogenheid,
communicatie,
directeur,
enthousiast,
Mensen,
ontwikkeling,
samenwerken,
verantwoordelijkheid,
vertrouwen,
zelfstandigheid
vrijdag 26 oktober 2012
Bijzondere mensen 1
Bijzondere mensen zijn mensen die in je eigen leven veel hebben betekend. Voor mij zijn dat mensen die een groot deel van mijn leven hebben meegereisd tijdens mijn levensreis.
Allereerst kom je dan bij mensen, die het eerste stuk van mijn leven bij mij waren. Dat zijn mijn lieve ouders, waarvan mijn vader(89) hier staat afgebeeld, en mijn broers en zussen.
Als jongste in een gezin van 6 kinderen krijg je van huis uit al een heleboel mee. Een van de dingen die ik heb meegekregen is liefde. De warmte die ik heb meegekregen ervaar ik nog elke keer als ik even langskom. Ik hoop die liefde en warmte weer te delen met mijn omgeving, een lieve man en vier vrolijke gezonde kinderen.
Ook het geloof is een onderdeel dat ik heb meegenomen in mijn levensreis. De verbintenis, het verhaal van het wonderbaarlijke leven en de verhalen van Jezus passen ook nog in het leven van nu. Het geeft mij kracht om dingen een plek te geven, al heb ook ik - met mijn nuchtere verstand - weleens twijfels.
Maar er is nog meer bagage. Misschien hoort dat wel bij de hoop. De toekomst is het uitkijken naar dingen die je wilt gaan bereiken, die je wilt kunnen, die je wilt doen. Die toekomst heb je niet altijd in de hand. Deels kun je er wel een draai aan geven en leren omgaan met de dingen die we meemaken. Ons ouderlijk huis heeft ook zo zijn dingen gekend, die niet makkelijk zijn. Moeilijke momenten, verdrietige gebeurtenissen, ze komen op ieders levenspad. De kunst is om dit een plek te geven, erover te blijven praten, maar vooral niet gaan sippen. Kijk vooruit en geniet van de mooie dingen, die er wel zijn. In dat laatste heb ik een levend voorbeeld in mijn moeder. Opgewekt en positief, al kan ze soms ook best kritisch zijn.
Naast het gedeelte dat ons overkomt, zijn er ook dingen als "keuzes maken". Daarin hebben we zelf invloed. Keuzes maken doen we eigenlijk elke dag. Eet ik vandaag lekker makkelijk pizza of toch een gezonde maaltijd? Ga ik met die studie beginnen of ben ik tevreden met deze baan? Wij maken voortdurend keuzes en hebben anderen daarbij nodig om een mening te vormen en een goede keus te kunnen maken. Mensen die zeggen dat ze altijd zelf beslissen hebben vaak niet in de gaten hoe zij worden beinvloed door reclame, mode, televisie, gespreken op verjaardagen, etc. We worden continu blootgesteld aan waarden en normen, waarin we bepaalde dingen denken en zeggen.
Mijn ouders hebben ons altijd gestimuleerd om te gaan leren, daarmee kun je verder komen. Gestimuleerd is het goede woord, want zij hebben ons nooit gedwongen.
En zo ben ik in de eerste jaren gevormd door voral mijn ouders, waar ik nog met alle plezier een kopje koffie kom drinken . Maar ... dan heb ik het geluk dat ik nog van twee geestelijk gezonde mensen op leeftijd kan genieten.
Allereerst kom je dan bij mensen, die het eerste stuk van mijn leven bij mij waren. Dat zijn mijn lieve ouders, waarvan mijn vader(89) hier staat afgebeeld, en mijn broers en zussen.
Als jongste in een gezin van 6 kinderen krijg je van huis uit al een heleboel mee. Een van de dingen die ik heb meegekregen is liefde. De warmte die ik heb meegekregen ervaar ik nog elke keer als ik even langskom. Ik hoop die liefde en warmte weer te delen met mijn omgeving, een lieve man en vier vrolijke gezonde kinderen.
Ook het geloof is een onderdeel dat ik heb meegenomen in mijn levensreis. De verbintenis, het verhaal van het wonderbaarlijke leven en de verhalen van Jezus passen ook nog in het leven van nu. Het geeft mij kracht om dingen een plek te geven, al heb ook ik - met mijn nuchtere verstand - weleens twijfels.
Maar er is nog meer bagage. Misschien hoort dat wel bij de hoop. De toekomst is het uitkijken naar dingen die je wilt gaan bereiken, die je wilt kunnen, die je wilt doen. Die toekomst heb je niet altijd in de hand. Deels kun je er wel een draai aan geven en leren omgaan met de dingen die we meemaken. Ons ouderlijk huis heeft ook zo zijn dingen gekend, die niet makkelijk zijn. Moeilijke momenten, verdrietige gebeurtenissen, ze komen op ieders levenspad. De kunst is om dit een plek te geven, erover te blijven praten, maar vooral niet gaan sippen. Kijk vooruit en geniet van de mooie dingen, die er wel zijn. In dat laatste heb ik een levend voorbeeld in mijn moeder. Opgewekt en positief, al kan ze soms ook best kritisch zijn.
Naast het gedeelte dat ons overkomt, zijn er ook dingen als "keuzes maken". Daarin hebben we zelf invloed. Keuzes maken doen we eigenlijk elke dag. Eet ik vandaag lekker makkelijk pizza of toch een gezonde maaltijd? Ga ik met die studie beginnen of ben ik tevreden met deze baan? Wij maken voortdurend keuzes en hebben anderen daarbij nodig om een mening te vormen en een goede keus te kunnen maken. Mensen die zeggen dat ze altijd zelf beslissen hebben vaak niet in de gaten hoe zij worden beinvloed door reclame, mode, televisie, gespreken op verjaardagen, etc. We worden continu blootgesteld aan waarden en normen, waarin we bepaalde dingen denken en zeggen.
Mijn ouders hebben ons altijd gestimuleerd om te gaan leren, daarmee kun je verder komen. Gestimuleerd is het goede woord, want zij hebben ons nooit gedwongen.
En zo ben ik in de eerste jaren gevormd door voral mijn ouders, waar ik nog met alle plezier een kopje koffie kom drinken . Maar ... dan heb ik het geluk dat ik nog van twee geestelijk gezonde mensen op leeftijd kan genieten.
zaterdag 20 oktober 2012
Met hoofd, hart en handen
Het onderwijs vraagt om meer, dan alleen leerstof en kennis. Het vraagt om een bepaalde attitude van de leerkracht, die met hart en ziel les geeft en kinderen stimuleert en begeleidt.
Onderwijs is kennisoverdracht. Zo was het vroeger en zo is het nu. Maar onderwijs bestaat niet alleen uit kennisoverdracht, al lijkt dit misschien de grootste taak. Het is veel meer dan dat.
Naast de kennis vraagt het onderwijs ook om afstemming. Een leerkracht zal zich moeten verdiepen in die leerling. De kennis zal bij het ene kind op de ene manier gaan en bij een ander kind weer op een geheel andere manier. De een zal sneller leren, anderen zullen via beeldmateriaal makkelijker leren en sommigen hebben veel herhaling nodig. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte, zijn eigen manier om zich dingen eigen te maken en zich verder te ontwikkelen. In het kader van handelings gericht werken een term die heel vanzelfsprekend is geworden.
Het vraagt van de leerkracht een flexibele houding, een bepaalde attitude, die leerkrachten zichzelf eigen kunnen maken. Een leerkracht leert ook dagelijks van zijn handelen. Samen met andere leerkrachten, de intern begeleider en de directeur kan het zijn lesgeven en zijn handelen onder de loep nemen en steeds weer verbeteren. Het is goed als een leerkracht kan reflecteren op zijn eigen gedrag. Welk effect heeft mijn manier van lesgeven op dit kind?
Onderwijs is ook de maatschappij in het klein. Een mini-samenleving waarin geleerd en gedeeld wordt, waarin gepresenteerd en gelachen wordt, waarin sociale competenties een belangrijke rol spelen. Kinderen moeten leren omgaan met de ander. Samen leren, samen communiceren, samen spelen en samen ontdekken. Maar ook samen oplossen, elkaar helpen, ruzies oplossen of samen verdriet hebben.
Onderwijs geef je met hoofd, hart en handen. Het hoofd gebruik je voor de kennis en dingen (aan) te leren. Het hart gebruik je voor de liefde van de medemens en de sociale vaardigheden. De handen gebruik je om te oefenen en om de geleerde dingen te doen, maar ook te laten zien hoe je vrolijk of verdrietig bent. Samen vrolijk zijn of elkaar troosten in het verdriet.
Onderwijs kun je daarom niet vangen in alleen CITOscores. Onderwijs is veel breder. Enerzijds de afstemming, anderzijds een prettig pedagogisch klimaat.
Onderwijs maak je samen, met hoofd, hart en handen.
Onderwijs is kennisoverdracht. Zo was het vroeger en zo is het nu. Maar onderwijs bestaat niet alleen uit kennisoverdracht, al lijkt dit misschien de grootste taak. Het is veel meer dan dat.Naast de kennis vraagt het onderwijs ook om afstemming. Een leerkracht zal zich moeten verdiepen in die leerling. De kennis zal bij het ene kind op de ene manier gaan en bij een ander kind weer op een geheel andere manier. De een zal sneller leren, anderen zullen via beeldmateriaal makkelijker leren en sommigen hebben veel herhaling nodig. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte, zijn eigen manier om zich dingen eigen te maken en zich verder te ontwikkelen. In het kader van handelings gericht werken een term die heel vanzelfsprekend is geworden.
Het vraagt van de leerkracht een flexibele houding, een bepaalde attitude, die leerkrachten zichzelf eigen kunnen maken. Een leerkracht leert ook dagelijks van zijn handelen. Samen met andere leerkrachten, de intern begeleider en de directeur kan het zijn lesgeven en zijn handelen onder de loep nemen en steeds weer verbeteren. Het is goed als een leerkracht kan reflecteren op zijn eigen gedrag. Welk effect heeft mijn manier van lesgeven op dit kind?
Onderwijs is ook de maatschappij in het klein. Een mini-samenleving waarin geleerd en gedeeld wordt, waarin gepresenteerd en gelachen wordt, waarin sociale competenties een belangrijke rol spelen. Kinderen moeten leren omgaan met de ander. Samen leren, samen communiceren, samen spelen en samen ontdekken. Maar ook samen oplossen, elkaar helpen, ruzies oplossen of samen verdriet hebben.
Onderwijs geef je met hoofd, hart en handen. Het hoofd gebruik je voor de kennis en dingen (aan) te leren. Het hart gebruik je voor de liefde van de medemens en de sociale vaardigheden. De handen gebruik je om te oefenen en om de geleerde dingen te doen, maar ook te laten zien hoe je vrolijk of verdrietig bent. Samen vrolijk zijn of elkaar troosten in het verdriet.
Onderwijs kun je daarom niet vangen in alleen CITOscores. Onderwijs is veel breder. Enerzijds de afstemming, anderzijds een prettig pedagogisch klimaat.
Onderwijs maak je samen, met hoofd, hart en handen.
Labels:
cito,
handelings gericht werken,
handen,
hart,
kind,
leren,
onderwijsbehoefte,
samen
zondag 14 oktober 2012
Pesten en plagen
Pesten mag niet, plagen mag wel. Maar wat is nu het verschil? Wanneer wordt plagen pesten? Wanneer moet je aan de alarmbel trekken? Is dat omdat je merkt dat je gepest wordt? Ben jij misschien iemand die zelf pest? Is er iemand anders die gepest wordt? Vertelt iemand aan jou dat er wordt gepest?Plagen is gelijkwaardig. Niemand is de baas. De ene keer plaagt de een, de andere keer plaagt de ander en het blijft iets wat grappig is voor beiden.
Pesten is niet gelijkwaardig, er is iemand de baas. De pester wil de baas zijn. Vaak kijken anderen tegen hem/haar op. Het is iets wat herhaaldelijk terugkomt. Dezelfde pester en dezelfde persoon die gepest wordt. De pester wil gemeen zijn, iemand pijn doen of dingen kapot maken. Het gepeste kind vindt het niet grappig, voelt zich alleen, verdrietig en soms zelfs bang.
Als kind op de lagere school ben ik gepest. Dat zit er nog steeds diep in. Een nare ervaring, waarbij je gedurende een langere tijd het onderspit delft. Je wordt gekleineerd. Er worden lelijke dingen gezegd. Je moet bepaalde dingen doen. Soms mocht ik meedoen en een andere keer ineens weer niet.
Dat heeft impact. Mijn ouders wisten ervan, ze probeerden mij sterk te maken door adviezen van de zijlijn te geven. Toen bestond er nog niet zoiets als een pestprotocol. Er waren geen praatgroepen of een cursus weerbaarheid.
Het heeft mij wel gevormd wie ik nu ben. Je leert o.a. inschatten. Je leert iets over anderen.
In Trouw vandaag stond een artikel over het feit dat weerbaarheidscursussen helemaal niet altijd zo goed zijn voor kinderen. Ouders willen graag dat kinderen van zich afbijten, maar vaak is het beter om zelf te leren met de wereld om te gaan. Leer dat anderen weleens iets vervelends kunnen zeggen en haal je schouders op. Misschien zijn ze wat uit hun doen. Misschien hebben ze vandaag een slecht humeur. Maak er geen halszaak van.
Is een pestprotocol wel nodig? Het maakt mensen bewust van wat er kan spelen. In dat opzicht is het prima. Maar moeten we alle mensen die ermee te maken hebben nu daadwerkelijk optrommelen? Is het niet beter om het kind in kwestie sterk te maken en de pester bewust te maken wat hij/zij doet?
Misschien hebben mijn ouders het dan toch niet zo slecht gedaan. Tips geven langs de zijlijn en het kind zelf leren hierin een weg te vinden. Daar hebben we helemaal geen protocollen voor nodig. Inspelen op de situatie lijkt de beste weg.
Labels:
angst,
bang,
gelijkwaardig,
gepeste,
kinderen,
leerkracht,
ouders,
pesten,
pester,
plagen,
verdriet,
weerbaarheid
zaterdag 13 oktober 2012
Haren in de war
Als je haar maar goed zit. Het is immers belangrijk hoe jouw kapsel eruit ziet. Lange blonde haren, een mooi kaal hoofd, steile donkerblonde haren of een mooie krullenbol. Elk kapsel heeft zijn charmes. Maar daar gaat het hier niet alleen om. Het gaat ook over het plaatsje Haren, waar een poosje geleden een feestje werd aangekondigd via Facebook.
Elk kapsel heeft zijn eigen aandacht nodig. Een kaal hoofd moet je regelmatig bijhouden, bijna dagelijks, om het mooi kaal te houden. Steile haren moet je keurig recht knippen, krullen moet je soms bewerken met mousse en grijze haren wil je misschien wel verven. Ieder haartype zijn eigen behandeling en aandacht.
Dat geldt ook voor de mensen in het plaatsje Haren. Ook daar heeft elke situatie een andere aanpak nodig. Bij veel mensen, duidelijke regels, bij veel bezoekers, bij elke ingang iemand die controleert, bij een feestje, genoeg eten en drinken, bij een uitstapje, een grasveld met een band.
Het lastige in beide situaties is, dat je soms niet weet wat het gaat doen. Je kunt niet alles van te voren inschatten. Stel, je hebt je haar blond geverfd en je wilt er weer meer kleur in hebben. Dan kan het zomaar voorkomen dat het oranje wordt, of groen. Je weet van te voren de reactie niet.
Het zelfde geldt voor de facebook-vergissing van het vinkje van het verjaardagsfeestje in Haren. Men wist niet wat er ging gebeuren, dus je kunt het niet altijd voor zijn.
Achteraf kun je bij zo'n oranje haarkleur in je haar met je handen in je haar zitten. Je haren te bergen laten rijzen en er zelfs letterlijk, maar zeker figuurlijk grijze haren van krijgen. Maar je haar zit netjes, het is niet in de war, je hebt het netjes gekamd of geborsteld.
Ook dat geldt voor het verhaal in Haren. Mensen zitten daar met hun handen in het haar en men krijgt grijze haren van wat er is gebeurd. Het is een puinhoop. Alles in de war, kapot en vernield. Ik wil geen wijzende vingers, laat de haren te bergen rijzen. Want Haren is echt in de war. Daar kan geen borstel tegenop, daar hebben we bezems voor nodig.
Elk kapsel heeft zijn eigen aandacht nodig. Een kaal hoofd moet je regelmatig bijhouden, bijna dagelijks, om het mooi kaal te houden. Steile haren moet je keurig recht knippen, krullen moet je soms bewerken met mousse en grijze haren wil je misschien wel verven. Ieder haartype zijn eigen behandeling en aandacht.
Dat geldt ook voor de mensen in het plaatsje Haren. Ook daar heeft elke situatie een andere aanpak nodig. Bij veel mensen, duidelijke regels, bij veel bezoekers, bij elke ingang iemand die controleert, bij een feestje, genoeg eten en drinken, bij een uitstapje, een grasveld met een band.
Het lastige in beide situaties is, dat je soms niet weet wat het gaat doen. Je kunt niet alles van te voren inschatten. Stel, je hebt je haar blond geverfd en je wilt er weer meer kleur in hebben. Dan kan het zomaar voorkomen dat het oranje wordt, of groen. Je weet van te voren de reactie niet.
Het zelfde geldt voor de facebook-vergissing van het vinkje van het verjaardagsfeestje in Haren. Men wist niet wat er ging gebeuren, dus je kunt het niet altijd voor zijn.
Achteraf kun je bij zo'n oranje haarkleur in je haar met je handen in je haar zitten. Je haren te bergen laten rijzen en er zelfs letterlijk, maar zeker figuurlijk grijze haren van krijgen. Maar je haar zit netjes, het is niet in de war, je hebt het netjes gekamd of geborsteld.Ook dat geldt voor het verhaal in Haren. Mensen zitten daar met hun handen in het haar en men krijgt grijze haren van wat er is gebeurd. Het is een puinhoop. Alles in de war, kapot en vernield. Ik wil geen wijzende vingers, laat de haren te bergen rijzen. Want Haren is echt in de war. Daar kan geen borstel tegenop, daar hebben we bezems voor nodig.
Labels:
aandacht,
aanpak,
behandeling,
facebook,
haren,
verjaardag,
war
Agenda
Heb je je agenda bij je? Dan kunnen we een afspraak maken. Heb je de agenda bij je, dan kunnen we beginnen met de vergadering. Heb je de agenda gezien, op woensdag is er een kijkavond.
Het woord agenda stamt uit het Latijn, en betekent vrij vertaald: 'dat wat te doen is'.
In een schoolagenda of een agenda voor een heel kalenderjaar schrijf je afspraken en houd je alles bij wat je moet doen. Je huiswerk bijvoorbeeld. Of het oudergesprek dat gepland staat. Een rooster of een afspraak met de tandarts. Het staat - meestal met de tijd erbij genoemd - op de goede datum en dag.
De agenda voor een vergadering geeft weer welke punten er besproken moeten worden, dus wat er te doen is in de vergadering. Of dit nu een teamvergadering, een ICTvergadering of een buurtvergadering is, er is duidelijk wat er te doen is.
Een agenda kan ook een overzicht van activiteiten zijn. De agenda van de muziekschool bijvoorbeeld. Alle data waarin duidelijk is wat er op die dag in de muziekschool te doen is.
Interessant wordt het als we het hebben over een dubbele agenda. Een verborgen agenda bevat dingen die niet formeel zijn afgesproken. Het is informeel beleid tussen bepaalde personen of organisaties. Personen of organisaties kunnen zo een eigen (verborgen) agenda hebben. Het is niet duidelijk voor iedereen en het staat vaak niet op papier.
Over het laatste: een digitale agenda is vaak ook niet zichtbaar op papier, maar op de computer, de mobiele telefoon of de iPad. Zo kun je bijvoorbeeld via Google een Agenda delen met elkaar. Makkelijk.
Dus dat wat te doen is, staat wel of niet vermeld op een agenda.
Toch is de verborgen agenda iets dat niet zichtbaar is, iets tussen verschillende mensen of organisaties, maar heeft ook nog een subjectieve bijklank. De agenda op papier, in de krant of op de computer is een zakelijk instrument om de zaken op een rijtje te krijgen. Feitelijk controleerbaar. Die verborgen agenda blijft iets vaags, het kan positief of negatief zijn, het heeft een lading. Er zit iets aan vast. Iemand heeft er een bedoeling mee.
Voordat er een verborgen agenda is, is er vaak een dubbele agenda. Twee partijen hebben iets bekokstoofd en moeten allebei met hun verhaal naar de achterban. Om beiden met een mooi verhaal te komen kunnen ze een dubbele agenda hebben. Zo wordt de dubbele agenda als ontsnapping gebruikt. Wanneer niet alles bespreekbaar is, en de dubbele agenda wordt als truc gebruikt, hebben we het over een verborgen agenda.
Het klinkt allemaal ingewikkeld, maar doen wij dit niet allemaal weleens om zaken in goede banen te leiden? Een vader en een moeder die samen iets bespreken waarvan de kinderen niet altijd weten hoe de vork in de steel zit? Soms om te zorgen dat iets nog iet weten. Soms om hen te beschermen. Soms om een verrassing nog even achter te houden. En soms in het belang van bepaalde personen of zaken.
Toch vind ik openheid van zaken belangrijk. Eerlijk zijn, bespreekbaar maken, ervoor gaan, desnoods naar oplossingen zoeken. Dat is niet altijd de makkelijkste weg. Maar weglopen voor dingen kan nog erger zijn. Soms hebben dingen hun tijd nodig, dan is het goed om even te laten rusten, maar verberg het niet. Verstop het niet. Geen struisvogelpolitiek.
Tja, dan moeten we nu maar weer eens nadenken wat er op de volgende agenda van de vergadering komt. Laten we eens in onze agenda kijken op welke datum die staat. Dan kijk ik het jaaroverzicht of de agenda nog even na welke activiteiten er nog gaan plaatsvinden.
Weet wat je te doen staat: Vergeet je agenda niet!
Het woord agenda stamt uit het Latijn, en betekent vrij vertaald: 'dat wat te doen is'.
In een schoolagenda of een agenda voor een heel kalenderjaar schrijf je afspraken en houd je alles bij wat je moet doen. Je huiswerk bijvoorbeeld. Of het oudergesprek dat gepland staat. Een rooster of een afspraak met de tandarts. Het staat - meestal met de tijd erbij genoemd - op de goede datum en dag.
De agenda voor een vergadering geeft weer welke punten er besproken moeten worden, dus wat er te doen is in de vergadering. Of dit nu een teamvergadering, een ICTvergadering of een buurtvergadering is, er is duidelijk wat er te doen is.
Een agenda kan ook een overzicht van activiteiten zijn. De agenda van de muziekschool bijvoorbeeld. Alle data waarin duidelijk is wat er op die dag in de muziekschool te doen is.
Interessant wordt het als we het hebben over een dubbele agenda. Een verborgen agenda bevat dingen die niet formeel zijn afgesproken. Het is informeel beleid tussen bepaalde personen of organisaties. Personen of organisaties kunnen zo een eigen (verborgen) agenda hebben. Het is niet duidelijk voor iedereen en het staat vaak niet op papier.
Over het laatste: een digitale agenda is vaak ook niet zichtbaar op papier, maar op de computer, de mobiele telefoon of de iPad. Zo kun je bijvoorbeeld via Google een Agenda delen met elkaar. Makkelijk.
Dus dat wat te doen is, staat wel of niet vermeld op een agenda.
Toch is de verborgen agenda iets dat niet zichtbaar is, iets tussen verschillende mensen of organisaties, maar heeft ook nog een subjectieve bijklank. De agenda op papier, in de krant of op de computer is een zakelijk instrument om de zaken op een rijtje te krijgen. Feitelijk controleerbaar. Die verborgen agenda blijft iets vaags, het kan positief of negatief zijn, het heeft een lading. Er zit iets aan vast. Iemand heeft er een bedoeling mee.
Voordat er een verborgen agenda is, is er vaak een dubbele agenda. Twee partijen hebben iets bekokstoofd en moeten allebei met hun verhaal naar de achterban. Om beiden met een mooi verhaal te komen kunnen ze een dubbele agenda hebben. Zo wordt de dubbele agenda als ontsnapping gebruikt. Wanneer niet alles bespreekbaar is, en de dubbele agenda wordt als truc gebruikt, hebben we het over een verborgen agenda.
Het klinkt allemaal ingewikkeld, maar doen wij dit niet allemaal weleens om zaken in goede banen te leiden? Een vader en een moeder die samen iets bespreken waarvan de kinderen niet altijd weten hoe de vork in de steel zit? Soms om te zorgen dat iets nog iet weten. Soms om hen te beschermen. Soms om een verrassing nog even achter te houden. En soms in het belang van bepaalde personen of zaken.
Toch vind ik openheid van zaken belangrijk. Eerlijk zijn, bespreekbaar maken, ervoor gaan, desnoods naar oplossingen zoeken. Dat is niet altijd de makkelijkste weg. Maar weglopen voor dingen kan nog erger zijn. Soms hebben dingen hun tijd nodig, dan is het goed om even te laten rusten, maar verberg het niet. Verstop het niet. Geen struisvogelpolitiek.Tja, dan moeten we nu maar weer eens nadenken wat er op de volgende agenda van de vergadering komt. Laten we eens in onze agenda kijken op welke datum die staat. Dan kijk ik het jaaroverzicht of de agenda nog even na welke activiteiten er nog gaan plaatsvinden.
Weet wat je te doen staat: Vergeet je agenda niet!
zaterdag 6 oktober 2012
De mens van het jaar
De verkiezing van "leerkracht van het jaar" wordt elk jaar, begin oktober, gehouden in de onderwijsweek van het jaar. Deze bijzondere spectaculaire week is net voorbij en uit een aantal genomineerden is er weer een leerkracht van het jaar verkozen. Fantastisch om een leerkracht in het zonnetje te zetten.
Elk jaar wordt in mei moederdag gevierd. Alle moeders in het zonnetje, prima. Elk jaar is er ook secretaressedag. De secretaresse wordt extra gewaardeerd. Elk jaar vieren we in juni vaderdag, alle vaders straken in hun stropdassen. Het is elk jaar de dag van de schoonmakers. We kennen ook de dag van de arbeid. Natuurlijk kennen we ook dierendag en Koninginnedag.
In de afgelopen tijd zijn er steeds meer van dit soort aandachtsdagen ontstaan. De warme truiendag, de dag van de duurzaamheid, de dag van de landbouw, de dag van de zorg, de dag van de scheiding, en ga zo maar door.
Elke dag is een bijzondere dag. Elke dag is er wel een gelegenheid, een beroepsgroep of een speciale beroepsgroep die het verdient om in het zonnetje te worden gezet. Daar is niks mis mee, al gaat de bijzonderheid er wel een beetje af.
In het onderwijs vindt men het belangrijk om een bijzonder prominente leerkracht, eentje die misschien meer aandacht verdient dan alle anderen in Nederland, extra in het zonnetje te zetten door hem te verkiezen tot "leerkracht van het jaar". Net als mensen die een lintje krijgen van de Koningin kunnen leerkrachten worden voorgedragen.
Toch moet mij van het hart dat er in heel onderwijsland genoeg pareltjes te vinden zijn. Anderzijds zijn er ook mensen die toch wat minder stralende capaciteiten bezitten als leerkracht, maar wellicht erg behulpzaam zijn of een ander talent hebben. Het is de manier waarop 1 pareltje ineens in de schijnwerpers staat. Ik heb het zelf weleens geregeld en allerlei leerkrachten en ouders gemobiliseerd en het voor elkaar gekregen om een leerkracht te nomineren. Dat is op zich niets bijzonders. De goede leerkracht, die het verdiende om die mooie waardering te krijgen, trok zich vrijwillig terug, ze wilde die schijnwerpers niet.
Ieder mens, iedere leerkracht, iedere docent heeft kwaliteiten. Lesgevende capaciteiten, instructiekwaliteiten, kwaliteiten op het gebied van geduld, ICTkwaliteiten, en noem maar op. Ieder mens is uniek. Iedere leerkracht verdient het om eventjes leerkracht van het jaar te zijn, is daar nu echt een zeer subjectieve verkiezing voor nodig? Geldt dit overigens niet voor ieder beroep? Iedere werknemer? Iedere vrijwilliger? Iedere oppasoma? Iedere conciërge? Iedere huismoeder die op school extra helpt? Ieder mens verdient een podium. Daarvoor hebben wij geen verkiezing nodig. Die verkiezing mag van mij worden afgeschaft, ook al gun ik het diegene van harte. Maar volgens mij is ieder mens is uniek, en is dus ieder mens elke dag "mens van het jaar". Gefeliciteerd en geniet ervan!
Elk jaar wordt in mei moederdag gevierd. Alle moeders in het zonnetje, prima. Elk jaar is er ook secretaressedag. De secretaresse wordt extra gewaardeerd. Elk jaar vieren we in juni vaderdag, alle vaders straken in hun stropdassen. Het is elk jaar de dag van de schoonmakers. We kennen ook de dag van de arbeid. Natuurlijk kennen we ook dierendag en Koninginnedag.In de afgelopen tijd zijn er steeds meer van dit soort aandachtsdagen ontstaan. De warme truiendag, de dag van de duurzaamheid, de dag van de landbouw, de dag van de zorg, de dag van de scheiding, en ga zo maar door.
Elke dag is een bijzondere dag. Elke dag is er wel een gelegenheid, een beroepsgroep of een speciale beroepsgroep die het verdient om in het zonnetje te worden gezet. Daar is niks mis mee, al gaat de bijzonderheid er wel een beetje af.
In het onderwijs vindt men het belangrijk om een bijzonder prominente leerkracht, eentje die misschien meer aandacht verdient dan alle anderen in Nederland, extra in het zonnetje te zetten door hem te verkiezen tot "leerkracht van het jaar". Net als mensen die een lintje krijgen van de Koningin kunnen leerkrachten worden voorgedragen.
Toch moet mij van het hart dat er in heel onderwijsland genoeg pareltjes te vinden zijn. Anderzijds zijn er ook mensen die toch wat minder stralende capaciteiten bezitten als leerkracht, maar wellicht erg behulpzaam zijn of een ander talent hebben. Het is de manier waarop 1 pareltje ineens in de schijnwerpers staat. Ik heb het zelf weleens geregeld en allerlei leerkrachten en ouders gemobiliseerd en het voor elkaar gekregen om een leerkracht te nomineren. Dat is op zich niets bijzonders. De goede leerkracht, die het verdiende om die mooie waardering te krijgen, trok zich vrijwillig terug, ze wilde die schijnwerpers niet.
Ieder mens, iedere leerkracht, iedere docent heeft kwaliteiten. Lesgevende capaciteiten, instructiekwaliteiten, kwaliteiten op het gebied van geduld, ICTkwaliteiten, en noem maar op. Ieder mens is uniek. Iedere leerkracht verdient het om eventjes leerkracht van het jaar te zijn, is daar nu echt een zeer subjectieve verkiezing voor nodig? Geldt dit overigens niet voor ieder beroep? Iedere werknemer? Iedere vrijwilliger? Iedere oppasoma? Iedere conciërge? Iedere huismoeder die op school extra helpt? Ieder mens verdient een podium. Daarvoor hebben wij geen verkiezing nodig. Die verkiezing mag van mij worden afgeschaft, ook al gun ik het diegene van harte. Maar volgens mij is ieder mens is uniek, en is dus ieder mens elke dag "mens van het jaar". Gefeliciteerd en geniet ervan!
Labels:
capaciteiten,
Dag,
jaar,
kwaliteit,
leerkracht,
uniek
zondag 23 september 2012
Wie schrijft die blijft
Alles wat geschreven staat, blijft bestaan. Alles wat op internet verschijnt, kun je terug blijven vinden. Maar als je even niet schrijft... is er tijd voor andere dingen.
Schrijven is prettig. Ik doe het graag. Hardop nadenkend over zaken uit onderwijs, gezin, familie, werkzaamheden en omgeving. Het kan van alles zijn.
Niet schrijven kan ook even prettig zijn, want dan is er meer tijd voor andere dingen: man, kinderen, ouders, werk, collega's en ga zo maar door.
Toch brengt schrijven ook risoco's met zich mee. Het kan iets oproepen. Als we kijken naar de social media, zie je daar dingen gebeuren, die beter niet geschreven hadden moeten worden.
Neem nu het geval van het feestje in Haren. Daar is niet alleen Facebook debet aan, ook de hele media die er alle aandacht naar toe heeft laten gaan heeft gezorgd voor grote gevolgen. Mensen zijn weer op een idee gebracht en ook Schiedam, Alkmaar en andere steden maken zich op om alert te zijn.
Ook Twitter kan boodschappen ten gehore brengen, die kwetsend of storend kunnen zijn, maar misschien ook niet goed voor de zender zelf. Wees zuinig met wat je prijsgeeft.
Schrijven is prettig. Ik doe het graag. Hardop nadenkend over zaken uit onderwijs, gezin, familie, werkzaamheden en omgeving. Het kan van alles zijn.
Niet schrijven kan ook even prettig zijn, want dan is er meer tijd voor andere dingen: man, kinderen, ouders, werk, collega's en ga zo maar door.
Toch brengt schrijven ook risoco's met zich mee. Het kan iets oproepen. Als we kijken naar de social media, zie je daar dingen gebeuren, die beter niet geschreven hadden moeten worden.
Neem nu het geval van het feestje in Haren. Daar is niet alleen Facebook debet aan, ook de hele media die er alle aandacht naar toe heeft laten gaan heeft gezorgd voor grote gevolgen. Mensen zijn weer op een idee gebracht en ook Schiedam, Alkmaar en andere steden maken zich op om alert te zijn.
Ook Twitter kan boodschappen ten gehore brengen, die kwetsend of storend kunnen zijn, maar misschien ook niet goed voor de zender zelf. Wees zuinig met wat je prijsgeeft.
Sommige dingen kun je altijd achterhalen. Wanneer iemand veel klaagt, zegt dat ook iets over de persoon. Wanneer iemand feestje na feestje bezoekt en lollig wordt, weet je al werkgever ook, dat je die persoon misschien niet of juist wel moet aannemen.
Schrijven is fijn, maar weest je bewust van de gevolgen. Ik vind schrijven ook een prettige uitingsvorm, maar houd voor mezelf in mijn achterhoofd, wat dit kan doen met de lezer. Ook al zijn er niet zoveel lezers, het kan toch iemand bereiken, waarbij het reactie kan oproepen.
Wie schrijft die blijft. Niet schrijven of iets niet hardop zeggen kan soms weleens beter zijn. Spreken is zilver, zwijgen is goud.
zondag 9 september 2012
Gelukkig werken.
In het blad ZorgPrimair, dat ik in bezit krijg door het vakbondsblad van CNVO, stond een stukje over een praktisch boek met als tweede titel, "versterk je persoonlijk leiderschap". Het eerste deel van de titel is "Gelukkig werken". Geschreven door Onno Habsburger en Ad Bergsma. Het mooie van dat eerste stuk van deze titel is, dat het op verschillende manieren gelezen en geinterpreteerd kan worden.
'Gelukkig werken' kun je met verschillende intonaties ten gehore brengen.
1. Gelúkkig werken. Wanneer je het achter elkaar zegt en de nadruk op gelukkig legt, denk je aan fijn werk, waar je gelukkig van wordt. Iets waar je plezier aan beleefd en wat ook nog resultaat boekt waarschijnlijk. Dat maakt immers gelukkig.
2. Gelukkig ... werken. Wanneer je een rustpauze neemt tussen het eerste en het tweede woord, komt automatisch de nadruk te liggen op werken. Fijn dat je mag werken. Goed dat je werk hebt, deel uitmaakt van het arbeidsproces.
3. Gelukkig werken, zoals de schrijvers het hebben bedoeld is misschien nog iets dieper: we moeten denken aan de woorden leuk, zinvol, geluk en energie. Het doet mij denken aan de cursus 'bevlogenheid in het onderwijs'. Er ligt inspiratie aan ten grondslag.
Zijn wij gelukkig in ons werk? Kunnen we het voor elkaar om er gelukkig in te zijn/worden? Hoe gelukkig zijn we in ons werk met onze collega's?
Er kunnen periodes zijn, waarin je minder gelukkig bent in je werk. Dat kan allerlei oorzaken hebben, ook oorzaken die buiten het werk kunnen liggen. Maar binnen het werk kun je denken aan de relatie met de baas, je collega's, het soort werk, de zinvolle betekenis die het werkt geeft, maar vooral ook hoe je er zelf instaat, hoe je zelf de dingen ervaart, hoeveel invloed je zelf kunt hebben, hoe jij zelf keuzes kunt en mag maken.
Vooral de positieve draai die de schrijvers geven aan dit boek spreekt mij aan. Daarbij is zelfkennis de sleutel. Herken je eigen kwaliteiten en je passie. Wie geluk ervaart in het werk is leergieriger, creatiever, productiever, zelfverzekerder en beter bestand tegen veranderingen en stress.
Het boek heb ik inmiddels besteld.Ik ben erg blij en gelukkig met mijn werk in het onderwijs, met deze collega's, binnen deze werkkring. Ook al heb ik nog veel te leren, ik kan gelukkig werken!
Labels:
bevlogenheid,
gelukkig,
inspireren,
kennis,
passie,
werken
Abonneren op:
Posts (Atom)









