On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zondag 27 januari 2013

Beter onderwijs?

In Finland is het onderwijs beter dan in Nederland, zo kopte de krant deze week. Aziaten hebben een enorme vlucht genomen en een hoger niveau bereikt. Internationaal is Nederland gezakt. Is het onderwijs in Nederland slecht? Moeten wij het onderwijs verbeteren? Zijn er andere mogelijkheden of veranderingen denkbaar?

Het is een lastig en complex onderwerp om onderwijs van verschillende landen te vergelijken. 
Het begint al met de meetlat die je er langs legt. Welke meetlat wordt gehanteerd? Wat wordt er precies gemeten als landen met elkaar worden vergeleken. Is het de kennis? Het reken- en taalniveau? De creativiteit? De sociale vaardigheden? De zelfstandigheid? De zelfreflectie?
Dan heeft ieder land een andere bevolkingsopbouw. Hierbij speelt zowel de taal als de cultuur mee. Nederland heeft te kampen met veel immigranten, waarbij de taal niet goed wordt beheerst. Dit heeft gevolgen voor andere vakken, ook al hebben deze mensen en kinderen een goede intelligentie, het valt niet mee om het Nederlands goed te beheersen, als thuis altijd een andere taal wordt gesproken.
Een andere cultuur kan ook problemen geven op school. Als een vrouwelijke docent voor een klas met jongens staat en deze jongens vanuit hun cultuur niet hoeven te luisteren naar vrouwen is er wel degelijk een uitdaging. Ook andere situaties kunnen meespelen. Hoe wordt omgegaan met de aanwezigheid, het huiswerk, gedrag, ambitie, en zo zijn er meerdere dingen te noemen die anders zijn.
Naast taal en cultuur is elke situatie in landen anders. De werkgelegenheid, de bevolkingsopbouw en de groei en krimp van scholen, hoe ziet het land eruit, welke beroepen en werkzaamheden zijn gebruikelijk, en ga zo maar door.
Wat aangevoerd wordt om ons onderwijs te verbeteren is een beter opgeleide docent. Is een universitair geschoolde docent per definitie een betere leraar? Wat wordt dan verwacht van een universitair geschoolde docent? Meer kennis maakt niet altijd betere docenten, dus er moet meer zijn. Men zal ook iets moeten leren t.a.v. sociale contacten, het omgaan met verschillen, het flexibel kunnen zijn t.a.v. verschillende gedragingen en onderwijsbehoeften van kinderen. Misschien is het nodig om meerdere type docenten in huis te hebben, zowel een slimmerik, een handige creativeling, als een sociaal vaardige leerkracht. Ik denk dan met name aan de teamrollen van Belbin, die heeft uitgewerkt hoe verschillende mensen samen een team vormen en iedereen zijn eigen rol daarin heeft. Maar ook veranderingen realiseren vergt verschillende tactieken. Elke cultuurverandering is anders en vraagt om een andere veranderstrategie. Een handzaam denkraam van veranderstrategieën is ontwikkeld door Léon de Caluwé. Hij beschrijft het denken in kleuren met verschillende kwaliteiten. Leer jezelf kennen en zie hoe je bepaalde veranderen teweeg wilt brengen. Dat geldt zowel in een organisatie, een school, als in een klas.
Het gaat erom, dat er leerkrachten komen die de passie en energie hebben om dit vak uit te oefenen. Een intrinsieke motivatie om het allerbeste uit zichzelf en de leerlingen te halen. Soms gaat dat linksom en een andere keer gaat dat rechtsom. 
De kunst is om te leren naar jezelf te kijken en te reflecteren. Heb ik het goede gedaan om het resultaat te bereiken wat ik wilde bereiken? Heb ik het uiterste gehaald uit mezelf en uit het kind? Heb ik daarbij meegenomen, dat een kind zich veilig moet voelen en ook durft te vragen aan de leerkracht? Heb ik andere kwaliteiten en invalshoeken meegenomen die bij dit kind horen.
Kortom, zijn wij bezig met Passen Onderwijs: Wat heeft dit kind nodig in deze school, met deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht?
Samen oplossingen zoeken met deskundigen, school, ouders en leerling. Samen verantwoordelijk. Samen verder. 
De vergelijking met andere landen zegt mij dan niet zoveel. Het is een andere situatie, een ander land, andere mensen, andere systemen en dat geeft andere interventies en dus ander onderwijs. Is het onderwijs in Nederland slecht? Ik geloof het niet. Maar dat betekent niet dat we achterover moeten leunen. Kijk altijd hoe je verder kunt ontwikkelen. Beter worden in taal en rekenen is slechts een onderdeel. Het kind moet straks een zelfstandig mens kunnen zijn in de ingewikkelde maatschappij van nu. 



vrijdag 25 januari 2013

CITOtoets, voor wie?

Januari is de maand waarin de CITO's van alle jaargroepen worden afgenomen. Behalve groep 8. Zij mogen begin februari weer aan de slag. Wat levert het op en wat brengt het teweeg?

Er zullen kinderen zijn, die het spannend vinden om een toets te maken. Toch wennen kinderen daaraan. Zo ook de leerkrachten. En als leerkrachten eraan gewend zijn geraakt, zullen zij daardoor ook minder spanning overbrengen bij de leerlingen.
Maar wat levert het op? De resultaten van de leerlingen op dat moment, afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Een mooi streven om zo de eigen school in kaart te brengen. Waar moeten we als school op letten? Waar kan de instructie worden verbeterd? Waarom is dit kind blijven steken op een bepaald niveau? Welk vak verdient de komende periode meer aandacht? 
Zo kun je zorgen dat de lessen verbeterd worden. Na analyse van het probleem, kun je werken aan bepaalde doelen en het kind verder helpen. Welke onderwijsbehoefte hoort bij dit kind?
Toch geeft deze informatie en de controle door de inspectie ook een wrange bijsmaak. Ben jij een zwakke school als je onder de norm zit? Waarom wordt de spelling niet meegenomen bij de controle? Wat als je kleine groepen hebt en bijvoorbeeld een combinatieklas hebt van 20+8 leerlingen? Hoe wordt gekeken naar een school waarbij een leerkracht langdurg ziek is en men afhankelijk is van invallers? Wat wordt gedaan met het uiterst belangrijke pedagogische klimaat? 
Dan heb ik het nog niet gehad over de manier van afnemen van een toets. Het is een heel verschil of je de stopwatch intikt NADAT het kind begonnen is, of dat je eerst indrukt en dan het kind laat beginnen met het lezen van de woordjes van de DMT (drieminutentoets). Het kan zomaar 2 of 3 woorden en daardoor ook een niveau schelen. Reken je dezelfde fouten dubbel of enkel? Als het kind het antwoord 31 heeft gegeven en het had 13 moeten zijn, is het dan goed (omdat dit kind dyslectisch is) of rekent men het fout?
Een school die pas in september is gestart (door een late zomervakantie) mist 3 weken les t.o.v. een andere school met een vroege vakantiue. Dit is zeker in groep 3 een groot nadeel. Hebben ze de "f " net wel of net niet al geleerd. Voor een twijfelgeval kan dit slecht uitpakken.
Ooit heb ik op een school gewerkt waar een leerkracht fraudeerde met de CITOresultaten. Gewoon om er maar goed uit te komen en geen handelingsplannen hoeven te maken. Ik heb het dus maar 1x keer gezien. Zou dit niet vaker gebeuren?
Als jouw school onder de norm dreigt te komen, hoe eerlijk blijft men dan?
En mochten er meerdere fraudeurs aanwezig zijn, dan stijgt het gemiddelde en liggen anderen eronder. Hoe zuiver is het?
Ik ben niet tegen de CITO. Ik denk dat het een mooi instrument kan zijn, om te zien waar een school staat. Wat ik wel lastig vind, is dat een school afgerekend kan worden op zijn resultaten, terwijl er zovele oorzaken kunnen zijn, waarom een groep laag gescoord heeft. Wanneer je dan als zwakke school bestempeld wordt, zal er gekeken moeten worden wat er wordt gedaan op school. Wat belangrijk is, is hoe er instructie wordt gegeven, hoe aangesloten wordt op ieder kind, welke interventies worden gegeven, hoeveel onderwijstijd er aangegeven staat en daadwerkelijk wordt besteed aan een bepaald vak. Wat is de kwaliteit van de leerkracht? Hoe komt het dat deze leerlingen laag gescoord hebben? Wat kan daarvan de oorzaak zijn en hoe kunnen we het resultaat opkrikken.
Want naast de resultaten zijn ook andere zaken belangrijk. Deze worden vaak niet gemeten. Het gaat ook om het welbevinden van de kinderen en hoe de school omgaat met de onderwijsbehoefte van de leerlingen. Zo is het ook belangrijk om de kwaliteiten van iedere leerkracht in kaart te brengen. Kunnen we de inspectie niet overtuigen van het complete beeld van een school met alle mooie aspecten? Genieten van de tops en leren van tips.
Leren van elkaar, zowel kinderen als leerkrachten. Daarmee kun je elkaar versterken, en dat komt weer ten goede aan de school en de kinderen. 
Middelbare scholen vragen nog weleens om de CITO eindtoets, alvorens leerlingen aan te nemen. Mijn advies: luister naar de basisschool, kijk naar het OKR(onderwijskundig rapport), de school heeft een veel beter beeld van het kind, hoe het al die jaren heeft gewerkt en gescoord. Daarmee komt een kind beter tot zijn recht. Het draait immers niet om een getal of een letter, maar het draait om het kind. Die staat centraal!

zondag 20 januari 2013

Sneeuw en wantschoenen

Plezier en ongemak horen bij sneeuw. Voor kinderen en leerkrachten op de basisschool overheerst het voornamelijk het plezier.

Houten sleeën en plastic sleetjes staan bij de voordeur van de school geparkeerd. Natte en dik ingepakte kinderen en ouders arriveren met rode wangen en een koude neus op school. De ene muts nog mooier van kleur dan de andere. Sjaals en wanten of handschoenen zorgen voor een warm lijf. En wat is er mooier om nu met het thema winter aan de slag te gaan? Het knutselen van een sneeuwpop, het maken van een patroon in een sjaal of het kleuren van twee dezelfde wanten. Buitenspelen geeft heel veel plezier. Een leerkracht had een sneeuwballenmaker meegenomen en liet de kinderen van groep 1/2 zo ver mogelijk een sneeuwbal gooien.
Kinderen zitten op sleeën en trekken elkaar over het schoolplein heen en weer. Soms zie je zelfs een grote trein, die door de voorste trekker bijna niet meer vooruit gaat. Anderen hakken met hun scheppen bij de hoofdingang het ijs weg. Hele kleintjes moeten nog wennen aan het spelen met andere kinderen en voelen daardoor de kou extra.
Kinderen leren zo veel van die sneeuw. Een uitbreiding van de woordenschat (sneeuw, sneeuwpop, sjaal, muts, wanten, handschoenen, winterjas, vogelhuisje, pinda's, winterslaap, winterrust, kale loofbomen,  ...), een stukje biologie, fotografie in de sneeuw, het gevoel van koude en warmte, de effecten van sneeuw voor anderen, ijsvorming, schaatsen en natuurlijk het gooien van sneeuwballen. Met dat laatste zit er ook een mooie sportieve kant aan dit prachtige koude seizoen met de  witte sneeuwvlokjes.
Natuurlijk zijn er ook ongemakken. Gladde wegen en stoepen, vastraken van auto's, filevorming, ongelukken, vastzitten deksel van bijvoorbeeld een container, koude, kouvatten, sneller ziek of oudere mensen die niet zo gemakkelijk de deur uit komen.
Maar de meeste dingen zijn oplosbaar. Laten we vooral het positieve benadrukken van dit unieke weerverschijnsel. Heeft u al een foto gemaakt van het kind op de slee of op het ijs? Genieten toch? Vorige week zei een kind uit de kleutergroep: "Juf, ik ben mijn wantschoenen kwijt."

zaterdag 19 januari 2013

CITO en kwaliteit

De inspectie controleert een aantal CITOscores en de eindscore van groep 8. Daarop wordt een school beoordeeld of hij goed, matig of zelfs zwak is. Een zwakke school kan jhet schudden, want die krijgt extra toezicht. Is dat wel terecht? Een school beoordelen op de CITOscores?

Het is weer januari en de CITOtoetsen(de Midden versie) vliegen weer om onze oren, of eigenlijk om de oren van de leerlingen. De CITOeindtoets voor groep 8 volgt begin februari.
De CITO beoordeelt een aantal zaken. De kennis van taal, rekenen, begrijpend lezen en spelling. In de CITOeindtoets van groep 8 zit ook nog een deel informatieverwerking. Is hiermee een school in kaart gebracht? Voor de inspecteur zijn dit de belangrijkste cijfers.
Minstens zo belangrijk is, of kinderen met plezier naar school gaan. Voelen kinderen zich veilig? Hoe er wordt omgegaan met ongewenst gedrag. Worden kinderen die anders zijn geaccepteerd? Hoe wordt omgegaan met sociale vaardigheden? Worden kinderen gestimuleerd om zelfstandig te worden? Kunnen kinderen presenteren? Kunnen kinderen een goed verhaal op paier zetten? Hoe worden kinderen die opvallen extra begeleid? Welk taalgebruik wordt gehanteerd op school? Krijgen kinderen daadwerkelijk waar ze behoefte aan hebben?
Het zijn allemaal belangrijke items waarmee het rugzakje van een kind gevuld wordt en waarom een basisschool zich ook basisschool mag noemen. Dat is natuurlijk wel meer dan alleen de cijfers van de CITO. 
Nu kijkt de inspectie ook naar de zorgtaken binnen een school, het pedagogisch klimaat wordt meegewogen, en zo zijn er nog een aantal criteria waaraan een breed schoolonderzoek onderworpen wordt. Toch zijn de opbrengsten tussendoor en ook die van groep 8 wel doorslaggevend. Dat is niet geheel terecht.
Waarom niet? Allereerst vanwege de bovenstaande vaardigheden die kinderen ook behoren mee te krijgen als basis. Het heet niet voor niets basisschool. Maar ook omdat een deel geografisch bepaald is. Een school kan een langdurig zieke leerkracht hebben, waardoor het leerrendement stagneert. Er zijn scholen die zullen frauderen, waardoor eerlijke scholen er nog beroerder uitkomen. Als een schooljaar later begint scoort jouw groep (met name groep 3 is hierin vaak de pineut met het aanleren van de letter "f").
Wie bepaalt de norm van een CITOtoets? Heeft CITO de (onderwijs)macht in handen? Moet er echt getraind worden op CITOtoetsen?
Let wel, ik vind er niets mis met het toetsen om te bekijken wat de behaalde score is. Waar stonden we en wat hebben we bereikt.
Maar om scholen die hun stinkende best doen af te rekenen op cijfers en niet alle andere belangrijke zaken mee te nemen, vind ik een kwalijke zaak.
Het wordt tijd dat de aandacht weer terug gaat naar Het Kind. Hoe ontwikkelt dit kind zich, op deze school, bij deze leerkracht en in deze groep? Daar draait het om: het kind!

zaterdag 12 januari 2013

Voorlezen


Bijna iedereen doet het. Voorlezen voor kinderen, een stukje hardop lezen als je een mooi artikel vindt of zomaar als je moet leren voor een proefwerk. Maar waarom is voorlezen in het bijzonder voor kinderen eigenlijk zo belangrijk?

Is het niet geweldig om uw kind voor te lezen? Wat een plezier beleef je aan boeken! Je duikt in een andere wereld en intussen is het ook nog eens heel leerzaam.Voorlezen is namelijk niet alleen maar leuk en gezellig, verdiepend in andere dingen en informatief, het is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Het prikkelt de fantasie. Kinderen beleven een verhaal. Bedenken een afloop. Voelen de spanning. Lachen om grappige teksten. Het stimuleert ook nog eens de taal- en spraakontwikkeling. Denk maar aan de zinnen die worden gevormd en die kinderen kunnen onthouden of later zelf ook gebruiken. Het is goed voor de sociaal-emotionele vaardigheden. Want wat maakt een kind allemaal niet mee in zijn leventje? Welke indrukken doet een kind op? Allerlei ervaringen kunnen worden verwerkt en begrepen. Wanneer regelmatig wordt voorgelezen, maakt het kind bovendien op een leuke manier kennis met de wereld van de boeken.

Even op een rijtje, waarom voorlezen zo belangrijk is:-Woordenschat wordt uitgebreid. Een kind leert steeds nieuwe woorden gebruikt in een verhaal of een gedicht. Hierdoor weet hij zonder uitleg wat die woorden betekenen en hoe hij deze moet gebruiken.-Luistervaardigheden worden gestimuleerd. Kinderen leren geconcentreerd naar een verhaal te luisteren en een beeld te vormen.-Goed voor het taalgevoel en taalbegrip. Kinderen leren hoe zinnen lopen. Hoe woorden gebruikt worden. Ze horen de intonatie van het verloop van zinnen. Een goede voorlezer gebruikt hierbij ook verschillend stemgebruik: hard en zacht, hoog en laag, langzaam en snel, zware stem en lichte stem.-Stimuleert de fantasie bij het kind. Het kind ziet een verhaal gebeuren en vraagt zich af hoe het afloopt. Een goede voorlezer vraagt dit ook aan zijn kind of aan een klas. Hoe zou het aflopen? Dit is ook weer goed om het gebruik van de taal te stimuleren.-Goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een kind maakt een heleboel mee in zijn leven. Er kan een broertje of zusje worden geboren, er kan iemand overlijden, er kan iemand in het ziekenhuis liggen, huisdieren kunnen een rol spelen,de omgeving van het kind wordt groter, denk bijvoorbeeld aan strans, bos, stad, dorp, buitenland. Het kind leert omgaan met verschillende situaties en de emotionele waarden hiervan herkennen.-De leesmotivatie wordt gestimuleerd. Een kind dat veel wordt voorgelezen zal sneller zelf een boek gaan pakken zodra hij leert lezen. De nieuwsgierigheid wordt gewekt. Bovendien: zien lezen doet lezen. Een krant in huis is ook goed voor de leesstimulatie. Wat gebeurt er in de wereld? Een ouder die een krant leest geeft het goede voorbeeld.-Van begrijpend luisteren naar begrijpend lezen. Door verhalen die voorgelezen worden te leren begrijpen, zal een kind straks ook zijn eigen gelezen teksten beter leren begrijpen. Hij voelt goed aan hoe teksten zijn opgebouwd. Het leert wat voor soort teksten er zijn en hoe je die moeten lezen. Het leert hoe bepaalde woorden gebruikt worden om dingen uit te leggen, voorbeelden te geven, tegenstellingen te laten zien en argumenten te geven. In je hele leven hebben wij geschreven teksten nodig. Denk alleen al aan een gebruiksaanwijziging.
-Het leert welke boeken en onderwerpen leuk zijn en welke minder leuk. Het leert in te schatten of een boek goed is of minder goed. Het leert een smaak en interesse te ontwikkelen. Een kind leert zich te ontwikkelen tot een belezen mens.

-Plezier beleven en kennis verbreden. Een kind en ook volwassenen leren plezier te beleven aan het verdiepen in een boek. Of dit nou een literaire thriller is of een jeugdboek, een informatief boek of gewoon de krant.
-Specifiek voor kinderen tot 12 jaar is voorlezen belangrijk, omdat zij in hun taalontwikkeling nog zulke sprongen kunnen maken. Ook als een kind al zelf kan lezen is het belangrijk om te blijven voorlezen, want hun vaardigheid in het lezen is (ook al hebben ze al AVI 9 of AVI Plus) niet optimaal. De ervaring van teksten en inhouden blijven belangrijk, waar ze veel van kunnen oppikken. Daarnaast moeten we niet vergeten dat kinderen die al kunnen lezen, ook die gezelligheid van het voorlezen willen behouden en blijven leren van de intonatie.
Dus, lezen is een must. Voor iedereen! Veel leesplezier. Want niet alleen tijdens de nationale voorleesdagen is lezen belangrijk, niet alleen in het jaar van het voorlezen(2013), maar altijd en overal door iedereen! 

vrijdag 11 januari 2013

De leerkracht heeft kracht!

Kracht doet denken aan energie. Denk maar aan spierkracht, paardekracht of windkracht. Wat te denken van de zwaartekracht, die ons aantrekt tot de aarde? Maar wat betekent dan een leerkracht?

Het woord kracht straalt iets uit. Iets sterks en energieks. Een bepaalde aantrekking en sterkte van iets komt hiermee tot uitdrukking.
In het onderwijs is een bepaalde mate van denkkracht en daadkracht nodig om goed te functioneren. Naast alle andere competenties natuurlijk, maar er zijn krachten nodig. Pure kracht. Kun je dit ook allemaal op eigen kracht? Kun je als leerkracht in je kracht staan? 
Als leerkracht moet je wel in de kracht van je leven staan. Je moet er voor de volle 100% zijn, anders is het echt een zwaar beroep. Energiek, fit en jezelf goed verzorgen houd je zelf in die kracht.
Eendracht maakt macht, tweedracht breekt kracht. In een team is samenwerking belangrijk. Samen kun je meer bereiken, dan als je elkaar tegenwerkt. Leerkrachten in een school vormen een team en bundelen hun krachten. Want iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, zijn eigen kunsten en zijn eigen krachten. Die krachten samen zijn een mooi geheel in de school, waarin een team staat voor elkaar.
Kracht naar kruis. Een bijzondere uitspraak. Krijgt iedereen kracht naar kruis? Zorgt God ervoor dat ieder krijgt wat nog te dragen is? Dit vind ik wel een moeilijke. Het lijkt of de een toch meer te verwerken krijgt dan de ander. Bij de een komen meer ongelukjes voor, zijn meer ziektes in de familie, zijn meer problemen of minder werkmogelijkheden. Of hebben deze mensen minder kracht? Zijn ze minder krachtig? Meestal zie je het tegenovergestelde. Iemand die iets meemaakt wordt er sterker van.
In de Engelse taal zijn er vele vertalingen voor het Nederlandse kracht, misschien just omdat er in het Nederlands zoveel betekenissen zijn. Denk aan power, energy, resource, strength, force. Als je het over een enthousiaste leerkracht hebt, denk ik toch het meest aan power en energy. 
Het woord leerkracht bevat ook kracht. Het mooie hiervan is, dat deze kracht natuurlijk gewoon werknemer of arbeidskracht betekent, maar een tweede betekenis of misschien wel een derde er gratis bij kan krijgen. Een leerkracht moet namelijk wel genoeg energie bezitten om voor de klas te kunnen staan. De leerkracht heeft een bepaalde capaciteit,  met zijn invloed geeft hij daadkrachtige en scherpzinnige lessen. Zijn werklust heeft een bepaalde intensiteit waarin de zwaarte van het beroep zich uit in de dynamiek, maar getuigt van moed om dit beroep uit te oefenen.
Met terugwerkende kracht zou de leerkracht meer moeten verdienen. 
De leerkracht heeft een fysiek vermogen met een ruggengraat. 
Wie wil beweren dat een leerkracht het makkelijk heeft met zoveel vakantie? Dan heeft de leerkracht tijd om te ontspannen, relaxen, uitrusten, herstellen en op adem komen. Oftewel, op krachten komen. Zo heeft de leerkracht weer genoeg kracht om de denk- en daadkracht weer toe te passen in zijn handelen met de kinderen, waarbij de kracht, de energie, de sterkte wordt doorgegeven. Zo kunnen kinderen krachtig worden om straks op eigen benen te staan.
Kort en krachtig: De leerkracht heeft kracht!

woensdag 9 januari 2013

Wat is een goede schoolleider?

Wat wordt verstaan onder een goede schoolleider? Ben ik wel een goede schoolleider? Tweeënhalf jaar geleden heb ik de sprong gewaagd om vanuit het werk van leerkracht, RT-er, ICT-er en IB-er de stap richting het schoolleiderschap te maken. 

Binnen ons team van directeuren zie ik 9 verschillende mensen met een eigen stijl, een eigen school met een eigen populatie en grootte en eigen ontwikkelingen en doelen. Maar allemaal gaan ze voor hun eigen school, om daar iets moois van te maken. Daarin gebruiken ze hun eigen inzet en grenzen, hun eigen stijl en hun eigen mensen.
Vanuit de literatuur kun je verschillende dingen aanhalen, om te checken of iemand een goede schoolleider is. 
Zo moet (volgens de NSA) een schoolleider voldoen aan persoonlijke en organisatiecompetenties. Samengevoegd in 8 bekwaamheidseisen voor schoolleiders. 
Kort samengevat gaat het om:
1. Zelfbewust, reflecteren en ontwikkelen.
2. Denkkracht.
3. Visie en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden creeren. 
4. Communiceren en relaties onderhouden (daadkracht).
5. Ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire proces.
6. Gezamenlijk visie op onderwijs, opvoeding en organisatie ontwikkelen.
7. Veilige, effectieve en efficiënte organisatie.
8. Actief samenwerken met de omgeving.
Daarnaast hebben we ook "De zeven eigeschappen van effectief leiderschap" van Stephen Covey, die samenvattend en enigszins overlappend met het voorgaande, zegt:
1. Pro-actief
2. Doelgericht
3. Prioriteiten stellen
4. Denk "Win-win"(voordelig voor beide partijen)
5. Eerst bergijpen, dan begrepen worden
6. Creatieve samenwerking
7. Hou de zaag scherp
Ook de manieren van leidinggeven komen voor in de literatuur. Volgens http://mens-en-samenleving.infonu.nl kun je de volgende manieren vinden:
1. laissez faire (laat maar gaan)
2. democratisch (samen, gekozen)
3. Leiding door de groep zelf
4. dictatoriaal (alleenheersend)
Of effectief leidinggeven, zoals EFFECt online via http://nsaeffect.nl aangeeft:
1. Visie gestuurd
2. In relatie tot de omgeving
3. Vormgeven aan organisatiedenken vanuit onderwijskundige gerichtheid
4. Strategieen hanteren tbv samenwerking, leren en onderzoeken
5. Hogere orde denken

Al deze lijstjes en er zijn er nog meer te noemen, als je leest over transformationeel leiderschap(beter als transactioneel), coachend leiderschap en dergelijke zijn handig. Toch dekt het niet helemaal de lading. Moeten leiders niet ook sociaal zijn, empathie kunnen tonen, afstand kunnen nemen, inspireren, tegen stress kunnen, je tijd kunnen indelen, en dan hebben we ook nog te maken met de leider als persoon/karakter en de leider en zijn omgeving. Wellicht zal er ook een verschil zijn in vrouwelijke leiders en mannelijke leiders.
Persoonlijk: Wat is jouw karakter en wat past bij jou? Waar kun je zelf achter staan? Waar voel jij je prettig bij? Welke school hoort bij jou en welke schoolleider past bij welke school? Welke stijl van leidinggeven hoort bij jou?
Omgevingsfactoren: De buurt waar de school staat, de achtergronden van de kinderen, wel of geen werkende ouders, wat is de opleiding van de ouders en het team van leerkrachten qua achtergronden, ervaring en leeftijd.
Wat is jouw invloed op de omgeving en wat doet de omgeving met jou als leidinggevende? 
Dit soort vragen kun je niet zomaar uit de literatuur halen. Je kunt hooguit bekijken in welke fase je zit, de leiderschapsstijl, tips om met veranderingsprocessen om te gaan. Je zit in een proces van leren en ontwikkelen. Blijf veel reflecteren. Leer van situaties en van anderen in dezelfde situatie.

Schoolleider zijn is een veelzijdig beroep. Misschien zelfs wel een roeping. Je wilt enerzijds doelgericht bezig zijn, veranderingsprocessen begeleiden, de school verder ontwikkelen en collega's stimuleren en inspireren tot de goede keuzes. Anderzijds heeft het alles te maken met een goede relatie, goede communicatie en informatiestromen, zowel intern als extern. Het grote geheel in het vizier houdend en de verantwoordelijkheid durven nemen.
Ik heb in de afgelopen tweeënhalf jaar al een heleboel geleerd, maar ik leer iedere dag weer bij. Geen dag is hetzelfde en ik verveel me nooit. Nu kan ik van mezelf zeggen dat ik een nieuwsgierige doener ben, enigszins digi-minded. Welke mogelijkheden zijn er op school om de kwaliteit nog beter te krijgen, maar wat niet ten koste gaat van het pedagogische klimaat.
Steeds meer bekijk ik dingen in een helikopterview, zodat je in de gaten houdt waarom sommige dingen wel of niet moeten of kunnen gebeuren. Het is een prachtige, bruisende en levendige organisatie. Ik geniet ervan. En als jij voelt dat je op de goede plek zit, jij daarin mag groeien, jij daarin een richting mag bepalen samen met de collega's, je leert te kijken naar wat je hebt bereikt en wat je volgende keer beter anders kunt doen, kun je jezelf verder ontwikkelen.
Het is bijzonder om dit werk te mogen doen. In dienst van wat nog steeds centraal moet staan: het kind.

zondag 6 januari 2013

2013

Getallen kunnen mijn aandacht trekken. Het onthouden van telefoonnummers en geboortedata gaan mij gemakkelijk af. Mijn moeder en mijn middelste broer hebben deze afwijking ook. Misschien hebben wij last van extracalculie. Geen idee. Wat kun je ermee?


Handig is wel hoor, het onthouden van getallen, het doorzien van getallenreeksen en de nieuwsgierigheid van getallen. Zo wekt ook 2013 mijn nieuwsgierigheid.
2013 is gewoon een getal tussen 2012 en 2014. 2012, ons wel bekend en het jaar 2014 ligt nog in de toekomst.
3 x 11 x 61 = 2013. In eerste instantie dacht ik nog wel dat 2013 een priemgetal was, me af laten leiden door 13, mooi niet dus. 2013 is deelbaar door 3, 11, 33, 61, 183 en  671. Niet alleen door zichzelf en door 1, zoals priemgetallen.
2013 is ook mooi omdat de cijfers 0, 1, 2 en 3 erin voorkomen, maar dan in een andere volgorde. Een ander getal dat je met deze vier cijfers in de 21ste eeuw kunt maken zijn 2031, maar dan moeten we nog 18 jaar wachten. Of we schieten door naar de 22ste eeuw met 2103 en 2130, maar dat overleef ik niet, misschien onze kinderen wel in hun laatste dagen.
13 is overigens wel een leuk getal. Voor sommigen overigens niet, bijgelovigen zeggen dat 13 een ongeluksgetal is. 13 is wel een priemgetal, maar ook een bakkersdozijn. Bakkers maakten - ik weet niet of het nog gebeurt - vaak 13 koekjes, een in reserve, zodat als er eentje mislukte, ze er toch nog 12 konden verkopen.
Wie in 2013 wordt geboren zou nog weleens het jaar 2100 kunnen halen. Maar de geboortedata van onze eigen kinderen, allevier tussen 1990 en 1997, zijn dan eigenlik veel leuker, want die zouden zo'n eeuwwisseling nog wel eens mee kunnen maken.
Nee, verder is 2013 niet echt spectuculair. De dertiende van de dertiende maand bestaat niet. Al bestaat de dertiende maand zelf weer wel, het extraatje, de eindejaarsuitkering.
In dat opzicht is 13 helemaal geen ongeluksgetal, maar juist een heerlijk meevallertje!
2013 heeft wel een eigen QRcode. Een code die met de telefoon is in te scannen. Grappig.
Als we van 2013 een bijzonder getal willen maken, zullen we daar zelf iets aan moeten doen. Wie weet gebeurt er iets waardoor 2013 de geschiedenisboeken inkomt met een bijzonder persoon of een prachtige uitvinding. We wachten het af en gaan er zelf gewoon een prachtig jaar van maken! 

donderdag 3 januari 2013

Bijzondere mensen 3: Collega's


Collega's zie je een groot deel van de dag. Met de een kun je overweg, met de ander niet. Professioneel gezien moet je met iedereen kunnen samenwerken. Lukt dat?

Collega's zijn belangrijk. Je deelt een groot deel van de dag met hen, misschien met sommige meer dan met menig gezins- of familielid. Dan is het toch erg mooi als het klikt of je in ieder geval een goede samenwerking kunt opbouwen.

In mijn schoolloopbaan zijn er verschillende collega's die een bijzondere bijdrage hebben geleverd aan mijn eigen ontwikkeling. Zo stond de directeur van mijn allereerste school ineens bij mij voor de deur om me welkom te heten. Met hem heb ik enkele groepen gedeeld als hij een ambulante dag had. In de begintijd had een directeur maar een dag ambulante tijd om de schoolse zaken te regelen. Hij was een geboren verteller en hield veel van geschiedenis. Hij stond altijd heel relaxed voor een hele aula vol ouders. 
Later had ik op deze school verschillende duopartners, omdat ik parttime ging werken. Een wat oudere vrouw is mij bijgebleven. Altijd positief, onopvallend, zachtaardig en opgewekt en vol bewondering wat collega's presteerden. Het gaf andere een stimulans.
Op een andere school had ik twee fijne ICTcollega's. Daarmee deelden we allerlei ICTweetjes, hadden we regelmatig overleg en stippelden we weer nieuwe lijnen uit. Ook hier leer je van elkaar. Je wordt nieuwsgierig naar nieuwe dingen.
Van verschillende duopartners leer je verschillende manieren van lesgeven of het leggen van accenten. Lesgeven kan een andere invalshoek krijgen. Verschillende leerkrachten geven verschillende instructies. Een goede leerkracht weet een kind zo ver te krijgen dat deze verder groeit, ontwikkelt en zijn zelfstandigheid stimuleert.
Van verschillende IBcollega's leerde ik veel door te doen en door te overleggen hoe het gaat binnen de zorg. Verschillende overlegvormen geven inzicht in de externe contacten. Met andere deskundigen praten over bepaalde zorgen in de school, kom je verder.
Als IB-er sta je dicht bij andere IB-ers en bij directeuren. Ook daarin heb ik mogen meekijken, ervaren, meepraten met pilots, veranderingen in gang brengen door verschillende studies, het bijwonen van conferenties. Ik heb bijzondere ervaringen opgedaan en zelfs ook lief en leed kunnen delen.
Liever noem ik hier geen namen, al zitten ze bij mij wel in mijn hoofd en denk ik, dat diegenen om wie het gaat, dit ook weten. Ze brengen iets in beweging.  Ze laten je mooie dingen zien en ervaren, ze praten MET je in plaats van OVER je.


Allemaal mooi hoe mensen en dus ook ik, kunnen worden beïnvloed door collega's. Meebewegen in het hart van een school als leerkracht, IB-er, ICT-er en nu als schoolleider.
Als het daarbij ook nog eens klikt, kan dat mooi meegenomen zijn, je werkt immers prettig samen. Het kan ook lastig zijn. Durf je wel alles te zeggen als een collega je na aan het hart ligt?Je blijft immers onderdeel van dat hele team. 
Nu als directeur staan alle beoordelingsgesprekken in de planning. Dan is een goede professionele houding gevraagd. Van zowel de leerkracht als de schoolleider. Je moet dan de duim omhoog kunnen steken op momenten dat je ergens trots op bent of als iets goed gaat. Je moet ook kunnen aangeven waar het een volgende keer beter kan en leerkrachten kunnen begeleiden en hen vertrouwen geven dat het inderdaad goed komt.

Het is en blijft een prachtig beroep om in te werken: Dingen voor elkaar krijgen, een plan trekken, bijsturen samen met collega's, je blijven ontwikkelen, nieuwsgierigheid bevredigen door verder te kijken, luisteren naar elkaar en goed communiceren.

Het werk in het onderwijs kun je niet alleen. Daarom zijn die collega's zo belangrijk. Natuurlijk ligt de een je beter dan de ander. Dat geeft niet. Zorg dat je respect toont. Iedereen is gelijk. Vertrouwen en samen bouwen. Vooral samen, je leert zo ontzettend veel van elkaar door naar elkaar te gaan kijken in de klas, door samen te overleggen, door samen zorgen te delen (bijvoorbeeld tijdens intervisiemomenten). Samen ben je een team!

dinsdag 1 januari 2013

Start

De start van een nieuw jaar, het jaar 2013, is begonnen. Wat gaat het ons brengen? Welk doel hebben we? Wat willen we bereiken dit jaar? Waar kunnen we van genieten? Wat staat ons te wachten? 

Start doet me denken aan het spel Monopoly, waarbij de start van elke ronde toch ook een klein feestje was. Bij passeren van de startplaats kregen we 200 euro. En dat was soms mooi meegenomen. Natuurlijk was er ook dat kaartje: "Ga direct naar de gevangenis, ga niet door start, u ontvangt geen 200 euro." Die was natuurlijk erg vervelend, zeker als je er al niet zo best voor stond.
Is de start van een nieuw kalender jaar ook een feestje waard? Of zijn wij bang om dat kaartje van de gevangenis te krijgen? 
Volgens veel mensen wel als je ziet wat er in de laatste dagen van een kalenderjaar allemaal wordt verkocht aan eten, drinken en vuurwerk.
Er wordt veel vuurwerk gekocht. Samenstellingen van papier, karton, metaal en plastic met brandbare stoffen en andere gassen om een knallend en/of lichtgevend effect te geven. Het meeste wordt afgestoken rond de klok van 12 uur. Een prachtig gezicht. Een traditie, waarvan de oorsprong ligt in China om de boze geesten te verdrijven. Bij ons is het alleen voor plezier en het inluiden van een nieuw jaar.
Er wordt ook veel eten verkocht. Lekkere hapjes, heerlijke ingrediënten voor de meest exclusieve maaltijden. En natuurlijk worden er oliebollen en appelbeignets gekocht of zelf gemaakt. De oorsprong hiervan ligt bij de Germanen, die (alweer) boze geesten tevreden wilden stellen. Ook dit is een oude traditie, die wordt voortgezet, gewoon omdat het gezellig en lekker is.
Champagne of Glühwein is een traditie die met oudjaar of andere feesten wordt genuttigd. Niet mijn favoriet, want ik houd in het algemeen niet zo van alcohol. Geef mij de kinderchampagne maar, gewoon appelsap met bubbels.
Steeds vaker springen mensen in de koude zee en is de zogenaamde nieuwjaarsduik geboren.
Er zijn nog meer tradities te noemen, zoals bijvoorbeeld de kerkgang en het lezen van psalm 90. Waarbij ik zo vrij ben om er een hoopvol stukje uit te halen: 'Overlaad ons met uw liefde, iedere morgen opnieuw; dan kunnen we juichen en blij zijn, iedere dag opnieuw.'(vers 14) 
Laten we ook de nieuwjaarskaarten en nieuwjaarsrecepties niet vergeten. Zonde van het geld of toch een prettige manier om met elkaar in contact te blijven?
Na al deze tradities gaat het leven weer beginnen. We maken weer een nieuwe start.

In het onderwijs zijn de maanden januari en februari de maanden van lekker hard kunnen werken. Iedereen is gewend in zijn klas of groep. Docenten kennen de leerlingen. Collega's weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Er zijn geen festiviteiten of andere zaken die tijd opslurpen. 
Na de kerstvakantie kunnen we er weer tegenaan. Met frisse zin. Uitgerust (als het goed is...) en alles weer geordend (want daarvoor worden de vakanties vaak gebruikt).
Wat zou het mooi zijn als we in het onderwijs eens langs de start van het Monopolyspel konden lopen en zo eens een extra impuls kunnen geven aan ICTlicenties, extra kleutermateriaal, mooie leesboeken voor de bibliotheek of een extra onderwijsassistent in de school. 
Dat is er niet, maar daarom niet getreurd. Onderwijsmensen kunnen heel creatief zijn. Een leerkracht kan prachtige verhalen vertellen, goed uitleggen, boeiend zijn en zou ook met een krijtbord een goede les kunnen verzorgen. De echte onderwijzer neemt iets mee om te laten zien, is enthousiast, geniet van de leerzame momenten van de kinderen en van haar- of hemzelf. Dan is elke dag een nieuwe start met nieuwe kansen.
Onderwijs is geen spelletje, zoals Monopoly, maar gewoon het echte leven, waar mensen en kinderen met hart en ziel heel veel leren van elkaar, steeds opnieuw.