On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kennis. Alle posts tonen

zondag 5 januari 2020

Oorzaak en/of gevolg

Als het flink warm is buiten, zoals de zomer van 2018, nu anderhalf jaar geleden, snak je naar water en schaduw. Het is een must om de hete dag door te komen. Heeft het onderwijs vandaag de dag bereikt dat we snakken naar schaduwonderwijs? Hoe komt dat?
Gisteren kwam er een tweet voorbij op Twitter. Het is winter, dus zo warm was het niet. Het ging over het aantal parttime werkenden (veel vrouwen - zeker in het PO - zo’n 85-90%). Waarom er toch zoveel mensen parttime werken? Zeker in het onderwijs. Er werd zelfs beweerd dat parttime werken een oorzaak is van het lerarentekort. Toch denken dat dit wat kort door de bocht is.


Het onderwijs kampt met een hoge werkdruk, een relatief lager salaris voor een HBOgeschoolde en dat zou zomaar door parttime werken kunnen komen of zou het parttime werken in de hand werken? Er is meer.
Er zijn leerkrachten uit het onderwijs gestapt, omdat het niet was vol te houden. Zij stapten in hun eigen verkoelende schaduw om bij te komen. Ze werken als bijlesjuf, coach of richten met een extra studie een eigen bureau op met een Master orthopedagoog of andere relevante richting. ZZPers genoeg tegenwoordig.
Mantelzorg is een opkomend verschijnsel dat door de tekorten in de zorg neerkomt op de burgers. Die burgers zijn ook mensen die in het onderwijs werken. Nog een oorzaak dat mensen wellicht parttime gaan werken.
Leerkrachten besluiten te gaan werken bij detacheringsbureaus die nog steeds als paddestoelen uit de grond schieten. Daar krijgen ze beter betaald. Ze hoeven er geen taken naast te doen, want ze vallen alleen maar in. De school - als ze deze mensen toelaten - betaalt het dubbele. Het onderwijsgeld wordt verkeerd ingezet. Het systeem is kapot. De kwaliteit gaat achteruit, want de ‘invaller’ voelt zich niet meer verbonden met een bepaalde school, laat staan met de leerlingen.

De kwaliteit van onderwijs. Hoe houden we die hoog? Hoe zorgen we voor een doorgaande lijn? Hoe zorgen we voor de verbondenheid? Leerkrachten die parttime werken hebben vele andere taken buitens huis en verscheidene zaken aan hun hoofd. Leerkrachten die iets anders (kunnen) kiezen verlaten de scholen. De school wordt afhankelijk van invallers of bij meer pech afhankelijk van diegenen die nog wel op de school werkzaam zijn en meer leerlingen krijgen toebedeeld.

Wanneer de kwaliteit daalt, gaan ouders op zoek naar aanvullend onderwijs. Schaduwonderwijs. Het wordt hen ook te heet onder het dak van het onderwijs, waar de kwaliteit achteruit holt. Citotrainingen. Extra bijles. Huiswerkklassen. Hoe kunnen we dit tij keren of wachten we tot het echt niet meer gaat?

Er wordt aan alle kanten gezocht naar oplossingen. Zij-instromer, studenten die nog niet klaar zijn, creatievelingen, theaterdocenten, ouders met een pedagogische achtergrond, noem maar op. Het is dweilen met de kraan open. Wat helpt? Het is een maatschappelijk probleem.

Zomaar een paar mogelijke oplossingen:
- Naar beneden bijstellen van lesuren, scheelt personeel en werkdruk
- Vierjarigen bij kinderopvang. Alleen ... wie gaat dat betalen? Hebben zij genoeg personeel?
- Stoppen met reclame maken voor je eigen school, stop met de concurrentiestrijd, scheelt een hoop geld, vertel de buitenwereld wat je doet. Dat kan op veel mogelijke manieren.
- Maak het beroep aantrekkelijker. Werkdrukverdeling en - vermindering is een eerste stap, nu meer geld naar de goede dingen. Begin met beter salaris. Stappen ondernemen om te zorgen dat leraren ergere voor gaan. Gaan voor de scholen de leerlingen. Behouden blijven in het onderwijs. Betere arbeidsvoorwaarden?
- Gooi niet elk maatschappelijk probleem over de schutting van de basisschool. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Dus sporten, muziek, creativiteit, gezond eten, duurzaamheid thuis laten starten (subsidies?) zodat dit niet allemaal bij de scholen terechtkomt.
- School is een ontmoetingsplaats waar men de basis leert, laat dat de kern zijn. Zonder kennis geen vaardigheden.

Maken we er een oorzaak of een gevolg van? Laten we er een VERvolg van maken. Door naar onderwijs 2020. Daar waar lesgeven en het zien van leerlingen weer centraal staat. De papieren tijger parkeren we in de denkbeeldige dierentuin. Wordt vervolgd.

zondag 11 augustus 2019

Onderwijzen, wat is dat?

Door de verandering in de maatschappij lijkt ook het woord onderwijs aan verandering onderhevig. De inhoud van ons onderwijs is door een naar verhouding kleine groep onderwijsmensen onder de loep genomen in een nieuw curriculum. Voor- en tegenstanders zijn er, al lijkt er meer tegenstand, maar zal er na vandaag toch verandering van inhoud worden doorgevoerd. Is dat erg?

Allereerst eens terug naar het woord onderwijzen. Opzoekend (prettige vaardigheid overigens) via encyclo.nl kwam ik de volgende betekenissen tegen:
1. Lessen geven
2. Scholing verzorgen voor iemand, opleiden
3. Anderen rechtstreeks onderwijzen in kennis, gedrag en vaardigheid
4. Op een school aan leerlingen iets leren (ook wel doceren of lesgeven genoemd)

Of de inhoud iets wijzigt en we een breuk meer of minder moeten kennen, zal echter niet zo’n vaart lopen. Geïnteresseerden kunnen altijd meer krijgen, degenen die het lastig vinden leren we de basale kennis.
Waar het mij om gaat is wat leerlingen op de basisschool nodig hebben om de volgende stap te kunnen maken in hun ontwikkelingsprojecten. We hebben het dan bijvoorbeeld over lessen empathie, technieklessen, burgerschapsvorming, persoonsvorming, 21ste eeuwse vaardigheden, en noem maar op.
De volledige aandacht op kennis lijkt wat achterhaald. De volledige aandacht op vaardigheden vind ik wat te ver gaan. Een mooie mix moet mogelijk zijn, maar ... er moet natuurlijk niet steeds meer bij komen. Misschien - ik zeg het voorzichtig - kan het nieuwe curriculum daarin bijdragen. 
Ik ben wel van mening, dat er in het basisonderwijs ook echt lessen gegeven moeten worden zoals bovenstaande betekenissen ook weergeven, waarin instructie geboden moet worden. Dat zal niet voor elk kind evenveel of even intensief zijn, maar er zullen zaken geleerd moet worden en dus daadwerkelijk gedoceerd door een leerkracht. Aanleren van letters, cijfers, van lezen en rekenen, maar ook het spelen met taal is niet onlosmakelijk te zien zonder een goede leerkracht. 
Die leerkracht zal de didactische kennis moeten bezitten om dit op een goede stapsgewijze manier over te brengen van concreet naar abstract. Dat is onderwijzen. Neemt niet weg, dat hij het kind ook in de gaten houdt hoe het zich voelt, hoe hij/zij dit kind veiligheid kan bieden en daarbij zal hij zijn pedagogische kwaliteiten inzetten. Lessen empathie vind ik dan ook wat overtrokken, tenzij dit natuurlijk niet lukt op wat voor manier dan ook. 
Daarbij doorspekt zijn er uiteraard ook vaardigheden die leerlingen moeten leren, dat staat boven kijf.
Wat tegenwoordig meer naar voren komt, wat echt een positieve ontwikkeling is, is de bewustwording van het leerproces van de leerling, maar ook die van de leerkracht en eigenlijk van ieder mens. Het eigenaarschap. Het ontwikkelen van nieuwsgierigheid en het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie. Dit helpt iedereen verder. Mij ook. Het mooie is dat je dan ook leert naar je eigen handelen te kijken en te bedenken hoe ik, jij of de leerling dit anders kan doen de volgende keer. Een leven lang leren. Dat is echt een toegevoegde waarde. En daarin krijgen de vaardigheden een wat prominentere rol.
Er ligt dan ook een mooie rl voor de leerkracht om de leerling te kennen en  ‘lezen’. Zo leert de leerkracht wat leerlingen nodig hebben van jou. En dat kan van alles zijn. Kennis, vaardigheid, maar soms een aai over zijn bol, een stimulans of een compliment. Zorg dat de leerling zich prettig voelt bij jou als leerkracht en geef hem/haar de ruimte.
Dit geldt trouwens net zo goed voor een schoolleider en zijn leerkrachten, voor een bestuurder en zijn directeuren, voor elke vorm van werkgevers en werknemers. Zorg voor een goede relatie, geef elkaar daar de ruimte, geef hen de autonomie. Men zal zich competent voelen of daarnaar streven. Een goede balans van deze drie bekende termen houdt elkaar in evenwicht.



zondag 10 september 2017

Groeien, ontwikkelen en leren

Onderwijs is meer dan alleen maar leren, lessen volgen, oefenen, inslijpen, toetsen maken en een diploma halen. Er is ook zoiets als vorming. Het leren van vaardigheden lijkt steeds belangrijker te worden, maar was dat niet altijd al aanwezig?


Meer dan kennis alleen
Als leerlingen naar de basisschool gaan, denken velen dat hier alleen kennis wordt aangeleerd. Pomp er maar een tafel in, en het rekent straks als een trein. Niets is minder waar. Het leren van kennis is een onderdeel van een groter geheel. Je leert ook samen te spelen, samen te werken, op je beurt te wachten, regels van de school, omgaan met anderen en dergelijke. Een spreekbeurt of een verhaal vertellen voor de klas is niet nieuw. Door de klassen rond te gaan met de traktatie, leer je beleefheidsvormen. Je leert manieren en wordt gevormd door relatie met anderen. Dit is al jaren zo.

Veranderde maatschappij
De maatschappij is alleen veranderd en er worden andere eisen gesteld aan het die omgang. Presenteren en mondelinge taalvaardigheid is belangrijker geworden. Ondersteund door de digitale wereld.
Het stukje autonomie is zelfs nog sterker aan het veranderen. Er wordt meer verwacht van de leerling en de jong volwassene. Initiatief nemen, zelfontdekkend leren en de nieuwsgierigheid het werk laten doen. In samenspraak met de omgeving komen tot nieuwe inzichten. Onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan. Het is verrassend om te merken met welke vragen leerlingen kunnen komen.

Nieuwe wending
Dit geeft een hele nieuwe wending aan het leren in het onderwijs. Het gooit de boel op de schop. Moet het nog wel zoals het nu gaat? Waartoe leidt dit onderwijs? Wat gaan de leerlingen straks voor beroepen uitoefenen?
Het is een mooie zoektocht die een enorme veranderslag aan het doormaken is. Denk aan Onderwijs2032 en curriculum.nu, waarin we uitgenodigd worden mee te denken aan wat er nodig is om het onderwijs zo in te richten dat het zin heeft voor de leerlingen die we straks afleveren.
Blijft het onderwijzen of wordt het meer begeleiden? Zijn er nog stampmomenten of kunnen de leerlingen alles opzoeken? Hebben ze parate kennis nodig of is opzoeken, samenvatten en presenteren, veel belangrijker. Is topografie nog wel van deze tijd?


Loslaten of vasthouden?
Ik ben van mening dat er een verandering zal moeten komen. Toch geloof ik niet dat we alles los moeten laten. De instructies op het gebied van technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen zijn heel belangrijk om een goede basis te creëren waarmee je aan de slag kunt om die ontdekking te kunnen maken. Lezen blijft een belangrijke vaardigheid die handig is om verder te kunnen komen. Enige kennis van hoe de wereld eruit ziet is handig als je iets opzoekt of leest. 

Vervangen?
Tegelijkertijd staan er andere zaken te trappelen. En aangezien het aantal niet uitgebreid wordt, misschien zelfs verminderd moet worden in een tijd van tekorten en werkdruk, zullen we keuzes moeten maken. En juist dat is het lastigste. Want wat blijven we doen, wat laten we vallen en wat voegen we toe?
Wat hebben onze leerlingen sowieso nodig? 
Daar komt bij dat ook gymnastiek, muziek en de creatieve vakken niet mogen verdwijnen. Een toename hiervan is zelfs beter voor de totale ontwikkeling van onze leerlingen. Hoe kunnen we dit integreren in ons onderwijs? Hoe kunnen we de goede zaken behouden en het zelfs beter doen voor de toekomst?
Leren van de toekomst, zei laatst iemand in een overleg. Dat is mooi gezegd. Maar hoe kunnen we leren van de toekomst?

Leren is een cyclisch proces
Leren uit het verleden is een kwestie van data verzamelen, analyseren, acties/veranderingen bepalen en een richting kiezen. Maar wat weet ik van gebeurtenissen in de toekomst. Dat wordt eerst dromen, fantasie laten werken, prognosticeren, anticiperen en vervolgens daarop acteren.
En dat is een hele uitdaging. Maar wel een mooie!




dinsdag 28 maart 2017

HOOP

Een woord van 4 letters. Wat stelt het voor? In het woord hoop zit een heleboel. Maar wat dan?
Vorige week vierden we met de school de 'Week van de Hoop' samen met veel andere christelijke scholen in Nederland. Verus, de besturenraad had dit georganiseerd. 

Wat is sterker dan angst? Wat is sterker dan oorlog? Wat is sterker dan pesten? Kreten die op de posters stonden om hoop een beeld te geven.
In een tijd van terreur, van hongersnood, van vluchtelingen en ernstige ziekten is het voor veel mensen hopeloos. Goed om kinderen hoopvol vooruit te laten kijken. Zo konden de leerlingen filmpjes bekijken, spreken over wat zij bij hoop dachten en beschrijven wat zij het liefste in de wereld zouden veranderen.

Verus kwam op maandag 20 maart j.l. met een grote hoopvolle dubbeldekker op de Máximaschool. Een enthousiaste presentatrice met de naam Rinke kwam rozen uitdelen. Niet zomaar, want de leerlingen gingen vertellen aan wie ze een roos wilden geven. De een gaf hem aan zijn moeder, want die zorgde zo goed voor hem. Een ander kind wilde de roos aan een zieke tante geven, gewoon om haar een beetje hoop te geven. Er waren ook kinderen die gaven de roos aan een klasgenoot. Gewoon omdat die haar altijd helpt. Zo lief. Zo hoopvol. Zo mooi.

In groep 6 werden de onderwerpen ingewikkelder. Het ging over Nelson Mandela en wat hij voor de wereld had betekend. Maar ook over een meisje dat graag de premier van Nederland wilde worden. Kinderen vol hoop op de toekomst. Kinderen vol vertrouwen.

En dat is wat je op een basisschool wil meegeven. Niet alleen een moeilijke rekensom, de topografie van Drenthe, het onderwerp en de persoonsvorm of het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten. Sociale vaardigheden en vaardigheden waarmee leerlingen kunnen communiceren zijn minstens zo belangrijk. Samenwerken, samenvatten, presenteren, onderzoekend leren en in hun eigen tempo de wereld ontdekken.
Met hoop, warmte en vooral de liefde die we kinderen willen geven, ontstaat een goed pedagogisch klimaat. We zien om naar elkaar. De leerlingen kunnen dit weer aan anderen doorgeven. Zo krijgen we een kleine samenleving op school waarin iedereen gezien mag worden. Zo krijgen we de grote samenleving buiten op straat, in de buurt, in Nederland en in de wereld, die omziet naar elkaar. Dan is er hoop.

zondag 19 juni 2016

Grenzen verleggen als je 100 wordt?

Baby's die nu worden geboren hebben grote kans om 100 jaar te halen of misschien wel ouder worden. Dat is onderzocht en bewezen. We worden steeds ouder. Wat heeft de leerling van nu nodig om oud te worden? De vraag is ook of we gezond oud worden, kunnen we de snelheid van wat we leren wel bijhouden, hoe is het met de werkdruk gesteld en hoe kunnen we dit opvangen met het werkende deel van Nederland? We kunnen de pensioenleeftijd niet blijven opschuiven.


Wat moeten we op de basisschool aan leerlingen meegeven om zich later in de maatschappij goed te kunnen handhaven, gelukkig te worden en zichzelf te kunnen redden? Het is al een uitdaging op zichzelf om te bekijken wat leerlingen op de basisschool moeten leren. Naast basisstof zoals lezen, rekenen, spellen, begrijpend lezen is het goed om leerlingen kennis van de wereld mee te geven. Een basis.
De vraag die nu ook steeds meer leeft, is of leerlingen zelf kunnen (mee-) bepalen wat ze moeten leren. Dat kan voor een deel wel, maar lezen en rekenen zijn vakken die elke leerling gewoon goed moet worden onderwezen. Je kunt immers niet zonder.
Wat voor de leerling wel meer speelt dan een x aantal jaren geleden is plannen, ordenen, opzoeken, samenwerken, presenteren en andere vaardigheden om de inhoud van de leerstof een doel te geven en te gebruiken. Het draait niet alleen om kennisfeiten uit de geschiedenis, maar meer om wat je hiermee kunt doen. Zo is onderzoeken een belangrijke vaardigheid geworden, die leerlingen, maar ook volwassenen steeds meer in hun werkende leven moeten gaan toepassen om verder te komen en beter te ontwikkelen en te kunnen doorgroeien.
Nieuwsgierigheid is een eigenschap die we op de basisschool al moeten blijven stimuleren. Zeg ook gerust dat je iets niet weet als docent. Kom erop terug. Zoek iets uit. Dat geeft ook een verbinding tussen leerling en docent.
Hoe kunnen we dan gezond oud worden? Mensen hebben hiervoor kennis nodig om zich bewust te worden wat goed is. Gezond eten en bewegen, maar ook ontspannen en niet voortdurend in die 24-uur-maatschappij bereikbaar zijn. Het zijn zomaar zaken van een razendsnelle maatschappij die snel verandert. Nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding is goed. Maar de tegenhanger van bijvoorbeeld mindfulness en yoga of mogelijke andere varianten leren ons ook om de rust te vinden en familie en vrienden belangrijker te vinden dan ons werk. Dat laatste geeft aan dat de verhouding privé - werk niet altijd een goede balans heeft. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan.
De steeds snellere maatschappij sluit sommige mensen buiten. Er gebeurt veel op social media, binnen alle mogelijkheden van de digitale snelweg en ook op het gebied van devices. Benieuwd wanneer de googlebril beschikbaar wordt, of er straks auto's zelf van A naar B kunnen rijden en of we inderdaad een reisje naar een andere planeet kunnen maken. Het lijkt wel science fiction. De grenzen worden voortdurend verlegd.

Kunnen we dit allemaal wel (blijven) bolwerken? Een steeds snellere maatschappij, waarbij niet iedereen kan meedoen omdat ze simpelweg het geld er niet voor hebben, de snelheid niet aankunnen of gewoon minder affiniteit hebben met de digitale wereld? Je kunt niet meer zonder, al heeft mijn eigen moeder (geboren 1925) nog nooit een computer aangeraakt. Werk gaat sneller. Nieuws gaat sneller. Veranderingen worden sneller doorgevoerd. Er wordt meer verwacht. Er is veel transparantie (waarvan ik zelf denk dat dit ook niet altijd bevordelijk is), waarbij data worden vergeleken. Alles moet effectief en efficiënt, maar het 'praatje' tussendoor mag niet meer worden gezien als werk, terwijl het stukje relatie zo belangrijk is. Of het nu gaat om netwerken of even die aandacht voor elkaar. We zijn toch geen machines?
Als we steeds ouder worden, moet het werkende deel van Nederland de pensioenen van het de ouder wordende mensen opvangen. Dit is niet eindeloos. Een werknemer van 64 heeft meestal een ander energielevel en zal qua digitale kennis toch op een ander niveau zitten. Wat voor een 25-jarige vanzelfsprekend is, moet een 60-jarige echt worden aangeleerd. De rollen worden omgedraaid.
Kan iemand straks doorwerken tot 70? Haalt iedereen de 70? Het is nog niet zo eenvoudig om hier uitsluitsel over te geven.
Als ik het allemaal mag halen, wil ik best langer doorwerken, mits ik gezond ben en de energie nog kan opbrengen. Toch is het niet eindeloos oprekbaar. Wat is de kwaliteit van het leven van mensen tussen de 60 en de 70? Wat kun je allemaal nog aan? Kun je de snelheid van de maatschappij echt wel bijhouden en meedraaien in je werk? Moeten er aangepaste banen worden gecreëerd?
Ik weet niet of we blij moeten zijn met al die 100-jarigen. Mooi als het lukt, zorgelijk als het allemaal niet blijkt te lukken. Dat vergt aanpassingen voor iedereen die nu werkt en straks een pensioen wil genieten.
Genoeg zorgen voor nu, morgen weer lekker aan het werk, en bezien hoe lang we dit kunnen doen. De tijd zal het leren. En die tijd vliegt. Geniet dus van hetgeen je hebt: liefde, warmte, eten, leven, vrienden, natuur, bewegen, gezondheid, etc. of je nu 100 wordt of niet.



vrijdag 22 april 2016

Wat, hoe en waarom?

Het gaat om de kennis, de vaardigheden en de attitude. Je wilt weten wat er is en bestaat. Je wilt weten hoe het werkt, hoe het inelkaar steekt, hoe kan ik ermee werken? En je wilt weten waarom, je bent nieuwsgierig, je wilt de wereld om je heen ontdekken. In dat laatste gaat het om jouw houding t.o.v. de wereld om je heen.

Kennis kun je aanleren. Wanneer we de taxonomie van Bloom erbij pakken gaat dit om de eerste drie vaardigheden om je die kennis eigen te maken. De lagere orde van denken. Dit kan gemiddeld iedereen aangeleerd krijgen. Men zegt ook weleens: Iedereen kan leren lezen, al lukt dat bij de een sneller dan bij de ander. Denk hierbij maar aan Kees Vernooy (2002)
1.       Onthouden: Het kunnen ophalen van specifieke informatie, variërend van feiten tot complete theorieën. Een tafel van vermenigvuldiging uit het hoofd leren.
2.       Begrijpen: De vaardigheid om adequate betekenis te geven aan informatie. Begrijpen waarom 6 x 4 nu daadwerkelijk 24 is. ^x een groepje van 4 knikkers levert een zak van 24 knikkers op.
3.       Toepassen: De vaardigheid om kennis in nieuwe en concrete situaties toe te passen. Dit gaat nog een stapje verder. 

Ingewikkelder is het 
4.       Analyseren: De vaardigheid om informatie op te delen in onderdelen zodat de structuur kan worden begrepen en bestudeerd.
5.       Evalueren: De vaardigheid om de waarde van iets te kunnen beoordelen in relatie tot een bepaald doel.
6.       Creëren: De vaardigheid om met behulp van het geleerde nieuwe ideeën, oplossingen, producten te ontwikkelen.

Met deze vaardigheden kunnen leerlingen nog meer leren en kunnen we alle leerlingen een stapje verder brengen. Hoe mooi is dat?


zondag 4 augustus 2013

Herinneringen in het onderwijs

Herinneringen zijn voor iedereen verschillen. We hebben goede en minder goede herinneringen. Welke herinneringen blijven je bij? Kun je herinneringen oproepen of zijn ze blivend vergeten?


Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.

Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)

Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.

vrijdag 12 april 2013

Contact


Jaren geleden was er een film met de titel  "Contact" . Hoofdrolspeelster Jodie Foster was gefascineerd door het contact buiten de aarde. Een prachtige film, waarin de behoefte en nieuwsgierigheid van de mens naar het buitenaardse wordt weergegeven.

Ieder mens heeft behoefte aan contact. Ieder kind vanzelfsprekend ook. Dat begint al bij de geboorte. Aanraken, geluiden,  het hoort er allemaal bij. Dat contact loopt je hele leven door. Ouders, broers en zussen, opa's en oma's en later vriendjes en vriendinnetjes, buren en collega's. We zijn onderdeel van een gemeenschap.

In het onderwijs is het niet anders.
Een kleuter, die zich in eerste instantie moet losmaken van zijn ouders (en andersom), kruipt bij onveilige gevoelens nog weleens op schoot. Vaak begroet de juf de kinderen bij de deur en/of met een hand.
Kinderen spelen buiten. In de kleutergroepen met karren of in de zandbak, in hogere groepen spelen ze tikkertje of andere spelletjes. Er is (lichamelijk) contact.
Op school in de klas wordt samengewerkt, naar elkaar geluisterd en er vindt interactie plaats. Kinderen leren veel van elkaar en van de leerkracht. Ze hebben elkaar nodig.
Vervolgens overstijgt het contact ook de groepen. Ook bij onze school met een leerstofjaarklassensysteem. Middels projectavonden, Open Podia(optredens van groepen aan elkaar en aan ouders), rondgang voor vevrjaardag, buitenspelen met meerdere groepen en andere gezamenlijke activiteiten. Daarbij vargeten we ook de ouders niet die welkom zijn bij verschillende activiteiten.v
Zo is de school naast educatief vol kennis, vaardigheden en zelfstandigheid ook een contactpunt, waarbij sociale vaardigheden een hele belangrijke rol spelen. Kinderen moeten immers leren hoe ze contact maken en hoe je omgaat met verschillende emoties en gedragingen.
Toch is eventjes geen contact ook weleens heerlijk. Een boek lezen doe ik het liefste zonder dat ik word gestoord door andere dingen of contact. Als er iemand iets vraagt of jou iets wil vertellen, ben je helemaal uit je verhaal.
Ook kan contact verbreken een situatie of gebeurtenis doen herstellen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan een ruzie tussen kinderen of volwassenen of een kind dat zich moet concentreren op zijn werk.
Zo zien we dat ook de manier van contact hebben en contact zoeken bij iedereen verschillend is. Elk mens, elk kind heeft hierin een eigen behoefte. De kunst is om hierin een goede modus te vinden. Welk contact wil de ander? Welk contact wil ik zelf?
Mooi om hierin ook te kijken naar de contactbehoefte van elk kind in elke situatie.

Ieder mens heeft in meer of mindere mate behoefte aan enige vorm van contact. Om dat contact in deze digitale tijd een ruimere invulling te kunnen geven, gebruiken veel mensen ook allerlei andere mogelijkheden om contact te maken, te onderhouden of te laten zien. Denk aan bijvoorbeeld Facebook. Ook hierin zullen we de kinderen en ouders van nu moeten volgen, maar ook vormen om hier goed mee om te gaan. Er is al een studierichting "mediawijsheid". Hoe maak je contact, wat doe je wel en niet, wat is wel en niet waar, hoe bewaar je nog enige privacy, kortom een goed contact vraagt om bewuste keuzes en een helder begrip. Een extra uitdaging voor elke leerkracht en andere begeleiders. Een goed contact gewenst!

zondag 9 september 2012

Gelukkig werken.

In het blad ZorgPrimair, dat ik in bezit krijg door het vakbondsblad van CNVO, stond een stukje over een praktisch boek met als tweede titel, "versterk je persoonlijk leiderschap". Het eerste deel van de titel is "Gelukkig werken". Geschreven door Onno Habsburger en Ad Bergsma. Het mooie van dat eerste stuk van deze titel is, dat het op verschillende manieren gelezen en geinterpreteerd kan worden.

'Gelukkig werken' kun je met verschillende intonaties ten gehore brengen.
1. Gelúkkig werken. Wanneer je het achter elkaar zegt en de nadruk op gelukkig legt, denk je aan fijn werk, waar je gelukkig van wordt. Iets waar je plezier aan beleefd en wat ook nog resultaat boekt waarschijnlijk. Dat maakt immers gelukkig.
2. Gelukkig ... werken. Wanneer je een rustpauze neemt tussen het eerste en het tweede woord, komt automatisch de nadruk te liggen op werken. Fijn dat je mag werken. Goed dat je werk hebt, deel uitmaakt van het arbeidsproces.
3. Gelukkig werken, zoals de schrijvers het hebben bedoeld is misschien nog iets dieper: we moeten denken aan de woorden leuk, zinvol, geluk en energie. Het doet mij denken aan de cursus 'bevlogenheid in het onderwijs'. Er ligt inspiratie aan ten grondslag.

Zijn wij gelukkig in ons werk? Kunnen we het voor elkaar om er gelukkig in te zijn/worden? Hoe gelukkig zijn we in ons werk met onze collega's?
Er kunnen periodes zijn, waarin je minder gelukkig bent in je werk. Dat kan allerlei oorzaken hebben, ook oorzaken die buiten het werk kunnen liggen. Maar binnen het werk kun je denken aan de relatie met de baas, je collega's, het soort werk, de zinvolle betekenis die het werkt geeft, maar vooral ook hoe je er zelf instaat, hoe je zelf de dingen ervaart, hoeveel invloed je zelf kunt hebben, hoe jij zelf keuzes kunt en mag maken.
Vooral de positieve draai die de schrijvers geven aan dit boek spreekt mij aan. Daarbij is zelfkennis de sleutel. Herken je eigen kwaliteiten en je passie. Wie geluk ervaart in het werk is leergieriger, creatiever, productiever, zelfverzekerder en beter bestand tegen veranderingen en stress.
Het boek heb ik inmiddels besteld.
Ik ben erg blij en gelukkig met mijn werk in het onderwijs, met deze collega's, binnen deze werkkring. Ook al heb ik nog veel te leren, ik kan gelukkig werken!

vrijdag 2 maart 2012

Erbij en eraf


In groep 3 van het basisonderwijs begin je er al mee. De sommen met + heten erbij, de sommen met - heten eraf. Via bussommen wordt dit inzichtelijk gemaakt. Instappen en uitstappen. Een prachtige manier om kinderen te leren wat erbij en eraf betekent.

In het hele lagere onderwijs cq basisonderwijs is het niet anders. Het lagere onderwijs, dat enerzijds eerst sec lesgeven en kennisoverdracht behelste en anderzijds een pedagogische taak had, versmeltte tot een basisschool, waarin beiden belangrijk waren.
Vervolgens komen er allerlei uitspraken en ideeën, wat er nog meer moet komen op de basisschool. Erbij. Wat kwam er allemaal bij? Sociale redzaamheid (allerlei zeer belangrijke sociale vaardigheden, denk o.a. aan het kringgesprek), gezond gedrag, samenwerking, presenteren, burgerschap, verkeer, seksuele voorlichting, werkstukken maken en dan heb ik het nog niet eens over bijvoorbeeld klokkijken, dat je gewoon thuis van je vader en moeder kunt leren. Het is immers belangrijk om elk kind een goede basis mee te geven zodat het zich goed kan ontwikkelen. Helemaal eens.
Maar erbij, erbij en erbij leidt onvermijdelijk tot knelpunten. Ook al wilden we dit in eerste instantie allemaal niet zien. Kennen kinderen niet alle feiten meer uit hun hoofd, ze kunnen het wel opzoeken. Kunnen kinderen niet goed rekenen, ze kunnen het uitrekenen op de rekenmachine. Kunnen ze niet goed spellen, de spellingcontrole op de computer biedt uitkomst. Of toch niet?
De inspectie van het onderwijs controleert bepaalde toetsen in het basisonderwijs, die moeten leiden tot een oordeel. Daar is op zich niets mis mee. Maar laat diezelfde inspectie in opdracht van het ministerie van onderwijs de toetsen volgen op het gebied van lezen, rekenen en begrijpend lezen in bepaalde groepen. En wat blijkt nu? De resultaten gaan achteruit. Men vindt dit schokkend. Maar hebben zij er niet zelf voor gezorgd, dat er eerst van alles de basisschool in moet? Erbij erbij en erbij? Zonder er ook maar iets uit te halen. Dan kun je natuurlijk niet verwachten dat er nog steeds evenveel uren taal en rekenen wordt gegeven als pakweg 30 jaar geleden?
Wat mag eraf? Wat moet eraf? Die vrijheid krijgt elke basisschool zelf, maar er moet wel een toetsing zijn voor sociale vaardigheden, op het rooster moet burgerschap voorkomen, het pedagogische klimaat is enorm belangrijk, want als een kind niet lekker in zijn vel zit, kun je rekenen tot je een ons weegt, hij leert er niet beter op.
Dus terug naar de basis? Wat is dan de basis die kinderen van 4 - 12 jaar daadwerkelijk nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen? Mijns inziens zijn veiligheid, openheid, betrokkenheid, een goede sfeer en daarmee een fijn pedagogisch klimaat enerzijds en de kennisoverdracht en het maximale uit kinderen halen anderzijds nog steeds belangrijke items. En hierin schuilt het gevaar van het ministerie van onderwijs, dat nu ineens de kennis wil opschroeven. Noem het een golfbeweging. Ik denk, dat wanneer wij erbij hanteren, dat we dan ook eraf moeten hanteren. Er zal ergens ook iets vanaf moeten.

Terugkomend op het allereerste begin, kinderen van groep 3 zien ook dat die bus op een gegevende moment propvol zit. "Juf, nu moet je 'eruit' doen". Zij zien dat wel. Nu het ministerie van onderwijs en de inspectie nog. Want we willen allemaal goed onderwijs voor onze kinderen. De vraag is echter: Wat is goed onderwijs?
Goed onderwijs is een balans tussen een goede omgeving om te leren en de kennisoverdracht. Erbij en eraf. Laat die weegschaal niet te ver doorslaan.

zondag 9 januari 2011

Balans

Balans  is een bepaald evenwicht. In een bekende reclame van een zuivelproduct wordt dit op het gebied van eten mooi in beeld gebracht door een pak zuivel te balanceren.
De nadruk op de vakken lezen, taal en rekenen is goed. Resultaten schieten omlaag. De professionals zijn  wellicht niet goed meer op de hoogte. De kennis gaat achteruit. Nederland staat nu ergens op de 10de plaats in de wereld als het gaat om de kennis.
De balans is opgemaakt. Het evenwicht is zoek. Resultaten op het gebied lezen, taal en rekenen blijven achter. Daar moet natuurlijk actie op worden ondernomen. vZeker als je kijkt naar de kennis t.o.v. andere landen. Nederland zakt naar een tiende plaats. Dat kan niet. Nederland doet het slecht.
Is dat zo? Doen wij het slecht? Dat is de vraag. De balans van kennis en vaardigheden ligt nu meer op de vaardigheden. Is Nederland niet veel mondiger geworden door de nadruk op de spreektaal te richten? Zijn we met z'n allen door de komst van allerlei digitale media niet communicatiever geworden?
Er worden presentaties gemaakt, mondelinge contacten gelegd, digitale connecties gelegd en meer gediscussieerd dan vroeger.
Toch is het goed om de golfbeweging nu weer even te verleggen en de kennis van lezen, taal en rekenen onder de aandacht te brengen. Want als die lees-, taal en rekenresultaten naar beneden gaan, gaat straks ook communicatie achteruit, de relaties tussen mensen kunnen hierdoor verstoord raken en zo kunnen er andere problemen ontstaan m.b.t. vaardigheden op het sociale of creatieve vlak.
Betekent niet dat we aan de sociale, muzikale, creatieve, digitale kant niets meer moeten doen. Je kunt deze dingen combineren. De balans moet weer even worden gevonden om de resultaten van de kennisgebieden niet verder te laten dalen en zelfs omhoog te brengen, maar wel zo dat ook de sociale vaardigheden, de creativiteit, de muzikaliteit, de motoriek en de computervaardigheden het niet moeten ontgelden.
Hoe mooi kan onderwijs zijn, door het lezen en cooperatief leren te combineren, door rekenen te laten oefenen op de computer, door muziek en taal met elkaar te verbinden of door met aardrijkskunde een project op te starten waarbij de sociale vaardigheden ook een aandeel hierin krijgen. Mogelijkheden genoeg. Maar we moeten het wel willen zien.
En, soms is het leren van iets weleens saai, neem bv. de tafels van vermenigvuldiging, maar ze zijn wel verdraaid handig en noodzakelijk om ook de verhoudingen, breuken en procenten te kunnen begrijpen en daardoor kun je ook weer beter je boodschappen doen, toch?