On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 31 december 2011

Oudejaarsavond 2011

31 december 2011. Een tijdstip om even terug te kijken, maar vooral vooruit te kijken.

Het is Oudejaarsavond. In sommige delen van de wereld is het al 2012, 1 januari 2012. Grappig eigenlijk, hier moeten we nog toasten tijdens de jaarwisseling, daar is het al geweest. Zouden we kunnen terugvliegen in de tijd? Zou je iets over kunnen doen?
Zo heeft Oud & Nieuw ook zijn bekende en minder bekende gebruiken. De meest bekende voor onze eigen cultuur zijn:

- oliebollen en appelflappen (appelbeignets) eten

- champagne drinken

- vuurwerk afsteken
Het maken van oliebollen en appelbeignets wordt door veel mensen nog wel gedaan, maar natuurlijk kunnen we ze ook overal kopen. Oliebollen zijn er met en zonder krenten te krijgen. Heerlijk met poedersuiker.

Champagne wordt door veel mensen gedronken direct na 12 uur, maar kinderen en mensen die niet zo van champagne houden (zoals ik), drinken ook vaak kinderchampagne, eigenlijk gewoon appelsap met bubbels, het liefst die van Jip en Janneke, die is het lekkerst.

Vuurwerk afsteken doet men in sommige landen om de boze geesten te verjagen. Hier lopen jongeren al de hele dag (soms ook al de dagen ervoor) rond met rugzakken vol vuurwerk om af te steken. Samen lol hebben? Samen volwassen worden? Laten zien dat je stoer bent? Of hoort dit gewoon bij onze cultuur? Het meeste vuurwerk wordt massaal afgestoken om 12 uur straks. En op een hoog punt staan levert dan prachtige plaatjes op. Wanneer je zelf aan het afsteken bent, geniet je er volgens mij veel minder van, maar dat is mijn idee.

Na 12 uur wordt er in veel landen gefeest. Op TV kun je meegenieten van verschillende shows.

Zo´n stap van oud naar nieuw geeft een mens ook even de tijd om terug te kijken naar wat is geweest. Het laat ons ook nadenken over het komende jaar en daardoor vooral vooruit te kijken. Terugkijken en nagenieten van mooie herinneringen. Verder kijken en bedenken wat er komen gaat en hoe we dingen misschien anders moeten aanpakken. Leren van elkaar en van de omgeving, om daardoor verder te komen.

Nieuwe kansen om te grijpen en een nieuwe tijd die aanbreekt.

Laten we er iets moois van maken in 2012. Een goed leven bezorgen aan anderen en onszelf. Een liefdevol bestaan aan onze naasten gunnen. Begripvolle en betekenisvolle vergaderingen houden. In dienst van de wereld staan. Eerlijkheid en openheid bieden. Geen kwaad spreken over anderen. Iets voor een buurman of oma doen. Eigenlijk gewoon leven in vredelievendheid met een doel om dingen te bereiken, maar niet over andermans rug.

Laten we er echt iets moois van maken in 2012. Iets waar je zelf met enige trots op terug kunt kijken op de oudejaarsavond van 2012. Precies over 1 jaar. Een heel gezond, gelukkig, gezellig en leerzaam nieuwjaar!

donderdag 22 december 2011

Geen tijd?

In de drukke maand december hebben mensen weinig tijd. Haasten, rennen, boodschappen doen, cadeautjes kopen, mooie kleren passen, eten bereiden, kinderen wegbrengen, kinderen ophalen, viering hier en viering daar en ga zo maar door. Maar vergeten we dan niet de tijd? Letterlijk door zo druk te zijn en figuurlijk door geen tijd te nemen voor elkaar?

In een tijd als deze: iedereen heeft het druk met werk, gezin, sociale contacten, computer, telefoon of iPad. Juist nu moeten we aandacht hebben voor elkaar. Dat kost tijd. Even een praatje maken is niet 'zonde van de tijd'. En zeg niet te snel "Sorry, ik heb geen tijd." We hebben wel tijd, maar op dat moment niet voor die ander. Tijd kun je wel nemen en aansturen. Door de hectiek te ontlopen kun je tijd indelen, het jezelf niet te ingewikkeld te maken en tijd te nemen voor simpele zaken als een praatje met de buurman, een boodschap voor oma, een kaartje voor een zieke, een bezoekje aan een tante en wat meer aandacht voor thuis. Dat is de gedachte achter het kerstfeest dat straks weer glittert en schittert. Een tijd van rust en vrede. Kunnen we daar wel van genieten? Een goed gesprek en bewuste keuze maken, waar je tijd aan wilt besteden, geeft je meer rust. Dan ga je bewust om met die minuten die rustig voorttikken ipv van te rennen door de winkel, te haasten om bij het kerstfeest te komen en te hollen om nog op tijd te zijn voor een afspraak. Dan lijk je tijd te kort te hebben.

Geen gerace meer tegen de klok, maar tijd nemen geeft rust en meer tijd en aandacht voor anderen. Dan hoef je niet meer te zeggen "Sorry, geen tijd." Haal maar eens een aantal keren bewust adem. Neem ook tijd voor jezelf.

zondag 18 december 2011

Licht in het donker

In een tijd van donkere dagen voelen veel mensen zich somber. Meer binnen en minder zonlicht maakt mensen letterlijk somberder. Toch zijn er lichtpuntjes.
Zowel letterlijk als figuurlijk is er veel licht te ontdekken in de maand december. Daar moet je wel voor open staan.
Kerstkaarten dwarrelen op de deurmat, lichtjes in de kerstboom twinkelen in de kamer, kaarsjes geven flakkerend licht en een extra schemerlampje maakt jouw plekje net iets prettiger om dat ene boek te pakken. Maar ook buiten die tastbare dingen is het de kunst om aandacht te geven en te ontvangen.
Zo zie je op school kinderen binnenkomen, die genieten van al die mooie lichtjes en versiering, sprankelende gezichten die vol bewondering de school binnenlopen. De verhalen die we mogen vertellen rondom de adventsweken geven een gevoel van samen zijn, de kerstcrea waarbij kinderen een eigen kerstwerkje kunnen kiezen geven iets extra's, het versieren van koekjes, waarbij een ouder kind samen met een jonger kind een koekje gaat versieren voor de oudere mensen in het bejaardenhuis en uiteindelijk ook de goed voorbereide kerstdienst waarbij we met de hele school en ouders samen het feest van het Licht mogen vieren.
Kerstfeest een een bijzonder feest. Een feest waarbij we met elkaarde geboorte van Jezus mogen vieren in een huis van Vrede en Licht. Dit doen we met elkaar en we leren het de kinderen op school.
Toch is december en kerst niet voor iedereen gezellig. Er zijn altijd mensen, die juist met deze dagen een mens die zo dichtbij staat of stond, enorm missen. Blijf hopen en genieten van de mooie dingen hier. Wat was kun je niet terughalen, maar wel herinneren. Kijk, luister en voel de dingen die er nu zijn.
Het is leuk om te zien in de films van Harry Potter, hoe de herinneringen van iemand zichtbaar gemaakt kunnen worden door anderen. In werkelijkheid kunnen we met elkaar praten over die herinneringen en kijken naar foto of filmmateriaal.
Ook kleine dingetjes zoals een tekst op een kaart zijn oprachtige momenten. Zo kregen wij vandaag een kaart van een tante, de zus van Teuns overleden moeder. Ze was oprecht blij met onze kerstfoto van de kinderen en schreef " ...mijn zus zou trots zijn geweest hierop. Dank daarvoor." Dat is mooi. Ook het kaartje van een kind voor een van de ouderen, waarop stond " U heeft geluk. U heeft het lekkerste koekje." zijn van die heerlijke genietmomentjes. Dat zijn lichtpuntjes die lang blijven nagloeien en die we ons daarom nog lang zullen blijven herinneren.

maandag 12 december 2011

Zelfstandig of alleen (Zelfredzaamheid)?

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel, schooldirecteur basisschool Maxima in Berkel en Rodenrijs(Lansingerland) en Esmeralda de Vries Arbeidsmarkt-socioloog (AVAfit). Het maandthema van januari 2012 gaat over zelfredzaamheid. Nu kennen we vele soorten in invalshoeken van Zelfredzaamheid. Wat herkennen wij hiervan bij de jeugd van tegenwoordig?

Hanneke:
Zelfredzaamheid, een woord dat mij aan het denken heeft gezet. Een tweet van Esmeralda triggerde dit mij om hier meer inhoud aan te geven. De betekenis ervan zit 'm in het zichzelf kunnen redden in algemene zaken in het leven, iets zonder hulp te kunnen oplossen. Als onderwijsmens bekijk ik de zelfredzaamheid van de kinderen op de basisschool. Als voorbeeld zie je in de kleutergroepen dat kinderen moeten leren om zelf hun jas aan en uit te trekken en zelf moeten leren ophangen onder de welbekende luizencape. Dat is al een kunst op zich, maar ze kunnen het echt al in groep 1, als je die zelfredzaamheid maar stimuleert. Ook de beker en het bakje met eten kunnen kinderen echt zelf mee naar binnen nemen en op de plek neerzetten, waar het hoort. In hogere groepen moeten kinderen leren om zichzelf te redden, door sociale vaardigheden op te doen, maar ook in het leerwerk om te kunnen gaan met hun eigen hulpvraag. Zelf oplossingen zoeken geldt dus voor dagelijkse handelingen als de wcgang, maar ook voor het oplossen van een ruzie of het voor elkaar krijgen van hulp bij het opdoen van kennis. Een kind met een stoornis of handicap heeft een extra uitdaging. Zij zullen hun zelfredzaamheid - naast de dingen die iedereen moet kunnen om zichzelf te kunnen redden - ook nog eens zichzelf redden als ze dyslexie hebben, een spraakstoornis ervaren of een been hebben gebroken. Ook dan kunnen we kinderen stimuleren om hun zelfredzaamheid te kunnen vergroten door hiermee te leren omgaan. Een stukje acceptatie, openheid en bespreken wat er wel en niet mogelijk is. Esmeralda: Wat versta jij onder zelfredzaamheid in jouw werk? Wanneer noem jij mensen zelfredzaamheid? En hoe stimuleren jullie dit?


Esmeralda:
Zelfredzaamheid is een containerbegrip. In mijn werk als organisatie-socioloog kijk ik naar het gedrag van groepen mensen. Dit kunnen werknemers zijn, klanten, studenten, teamleden, directieleden, stagiaires, 55+ werkzoekenden, etc. Kortom alle groepen die je op de (arbeids)markt tegenkomt. In 1984 werd ik gegrepen door MANS (Management Arbeid Nieuwe Stijl) met zelfstandige teams en verantwoordelijkheden op de werkvloer. Dat was toen nieuw. Nu in 2011/2012 zie ik het terug in zelfstandige teams in de zorg, bij Het Nieuwe Leren van studenten, bij de flexibiliteit door het creëren van balans in werk & privé, etc.


Zelfredzaamheid is een onderdeel Sociale kwaliteit, de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, de condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren. Bij een grote zelfredzaamheid ben je onafhankelijker van de beslissingen van anderen, en kan je meer invloed uitoefenen op je sociale context. Ik kom net terug van een vergadering met een 55+ netwerk van werkzoekenden. Zij snappen dat ze de heerlijk vertrouwde zekerheden van “het oude werken” moeten loslaten om de aansluiting te kunnen maken en te behouden met de hedendaagse arbeidsmarkt. Ik noem hun ook early adapters van “Het Nieuwe Werken. Hierbij gaat om meer dan niet tijd- en plaatsgebonden werken, maar om de zelfredzaamheid binnen het verrichten van opdrachten die inkomsten genereren. Heel stimulerend (vanuit de positie van opdrachtgever en opdrachtnemer gezien)!. Tegelijkertijd zie ik ook jongeren zeer zelfstandig studeren als basis voor hun zelfstandigheid in hun toekomstig werkproces. En wat dacht je van onze generatie? Je noemde onze duoblog, die ontstaat via de digitale snelweg ook al een mate van zelfredzaamheid. Onlangs las ik nog een interessant artikel over social media als middel om ouders te betrekken bij school. Het is dus een HOT onderwerp!


Kortom: zelfredzaamheid is van alle markten thuis. Maar als je het allemaal zelf kan, heb je dan eigenlijk nog wel een “baas”, “leidinggevende” of “manager” nodig? Hoe zie jij dat als directeur van een basisschool?


Hanneke:
Het is prachtig gezegd om zelfredzaamheid te zien als een stuk onafhankelijkheid. Je kunt de dingen zelf. Toch vind ik niet dat je daarmee de dingen alleen kunt doen. Wij, als mensen, hebben altijd andere mensen nodig. Sommigen in meerdere, anderen in mindere mate. Dit begint al vroeg. Als ik kijk bij mij op school met de kinderen die net op school komen (4 jaar), zie je dat ze imitatiegedrag vertonen, ze leren door naar elkaar te kijken en elkaar na te doe, zo leren ze van elkaar en van de leerkracht. Ook als volwassenen leren wij door te communiceren met anderen. Jouw 55+ groep is met elkaar tot een bepaalde conclusie gekomen, dit hadden zij stuk voor stuk w.s. niet bereikt. Ook deze duoblog is een bewijs van 1+1 is meer dan 2. Door samen over dingen te praten, elkaar dingen te laten "zien" kom je verder en worden andere mogelijkheden zichtbaar.

Het lijkt dus zo te zijn dat zelfredzaamheid niet betekent dat je het allemaal alleen moet doen, maar dat je zelf (eventueel mbv anderen) naar een oplossing kunt zoeken. Jezelf kunnen redden betekent ook niet dat je het allen hoeft te doen, maar zelf op onderzoek uitgaat. Ontdekkend leren, maar ook kunnen laten zien aan anderen. Dat is ook weer mooi in de veranderende invulling van allerlei opleidingen.


Maar nu jouw laatste vraag: Hebben we nog een leidinggegevende nodig? Ik gebruik het liefst leidinggevende ipv baas. De baas doet me denken aan " de baas spelen", ofwel de bepalende factor, terwijl ik denk dat je als leidinggevende stimuleert en inspireert om het samen op te lossen. De kracht uit mensen halen. Daarin zal - naar mijn bescheiden mening - wel iemand of een kleine groep mensen een richting moeten aangeven. Sturing geven aan veranderprocessen, een centrale verantwoordelijkheid, juist omdat er dan ook leiding gegeven worden aan een proces. Een leerkracht doet dat in de klas, een ouder doet dat thuis, een leidinggevende doet dat op zijn werk.


Zelfstudie is goed, maar ook leren van elkaar (studieteams) en presenteren (laten zien aan anderen) is noodzakelijk om verder te komen. Leuk dat je ook de digitale wereld erbij betrekt. De laatste jaren heeft dit natuurlijk een enorme vlucht aangenomen. Ook daarin laten mensen elkaar zie, worden er allerlei meningen en ideeën opgeworpen en worden er zo weer nieuwe dingen ontwikkelt.
Hierbij zie je dat mensen zich ontwikkelen, maar ook deze moderne digitale tijd is veel verder ontwikkeld. In de toekomst zal het niet anders zijn, wij zijn immers al ouderwets t.o.v. onze kinderen.
Daarmee is de zelfredzaamheid van kinderen van nu wat verschoven. Terwijl het belangrijk is, dat kinderen van nu straks wel op eigen benen kunnen staan.


Esmeralda, hoe geef jij aandacht aan zelfredzaamheid in jouw werk en in het geven van workshops?


Esmeralda:
Precies, Hanneke. Zelfredzaamheid doe je niet ALLEEN, maar ZELFSTANDIG met anderen. Daar gaat het om tijdens studie, werk, wonen etc. In mijn blog Jip en Janneke in Social Media land vertelt Sabrina over de communicatietechniek van oma in vergelijking tot haar kleinkind. Er is eigenlijk weinig verschil. Oud leert jong en ook omgekeerd. Door ouderen flexibel, vitaal en fit te houden in de maatschappij kunnen we samen aan de slag. Dan moet je echter wel oude opgebouwde “rechten” loslaten en open staan voor verandering. Omdat verandering eng is, houden mensen graag vast aan bestaande patronen en slaken kreten zoals: Ik heb recht op werk of zorg of geluk. En de vraag is of dat eigenlijk wel zo is. Door het-recht-hebben-op als uitgangspunt te nemen, houd je vast aan bestaande situaties en ben je niet geneigd dit weg te geven of te delen. Je komt dus alleen te staan en isoleert je van de groep en samenleving. Dan ben je niet meer zelfstandig, maar alleen.


De afgelopen jaren heb ik in mijn workshops de zelfredzaamheid centraal gezet zonder het specifiek te benoemen. De training “Solliciteren kan je leren!” is gericht op de zelfredzaamheid van MBO studenten. Denk aan hun eerste gesprek voor een (maatschappelijke) stage, intake bij een nieuwe studie, vakantie- of bijbaan naast de studie en hun echte eerste functie. Het focust op de mate van zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn. Geen rode vlekken in je nek of zweterige handen. Je weet wie je bent en wat je te bieden/vragen hebt. Dat werkt voortreffelijk (ook bij ouder dan 25 jaar, voor vrijwilligers of in zelfstandige teams).


Het project de Re-integratie Express is een positief HR-instrument voor langdurig zieken die niet kunnen terugkeren naar eigen werk. We hebben dit traject ontwikkelt voor re-integratie 1e en 2e spoor (metafoor is reizen per trein), zodat deze mensen op een positieve en leuke manier gestimuleerd worden zelf te bepalen hoe ze hun einddoel gaan bereiken. Het leuke van het traject is dat ze zelf “bewijslast” verzamelen zodat ze -samen met hun werkgever- bij een WIA-beoordeling kunnen aantonen: Re-integratie is helas niet gelukt, maar dat ligt niet aan niet-willen maar aan niet-kunnen!


Een derde voorbeeld is ontwikkeld afgelopen zomer: De Lifestyle kalender. Ook hier krijgt de medewerker een positieve prikkel om bewust te worden van zijn/haar levensstijl en de gevolgen hiervan op leven en werken. Dit wordt aan de hand van de seizoenen in een praktische activiteit omgezet. Daardoor maken mensen kennis met iets nieuws of gaan samen aan de slag. Ze vergroten hun zelfredzaamheid door samen te doen.


Hanneke, hoe creëer je het bewustzijn van samen-doen en zelfredzaamheid bij leerkrachten van een basisschool?


Hanneke:
Toen je het had over jong leert van oud en oud leert van jong, zag ik de basisschool al voor me. Leerkrachten leren aan kinderen, maar kinderen leren ook aan leerkrachten door te laten zien wie ze zijn en wat zij in het onderwijs nodig hebben. Je komt tot de ontdekking wat de onderwijsbehoefte is van dit kind in deze situatie, met deze leerkracht en met deze ouders. Dit heet handelings gericht werken.


Ook de leidinggevende zal in school open moeten staan voor zijn personeel door hen het vertrouwen te geven dat wat ze doen, ook goed doen, een soort van autonomie geven waarin zij zichzelf kunnen laten zien. Daar leer ik weer van. Andersom kan ik hen ook dingen laten zien.
Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar.
Ook ouders zullen met hun eigen kinderen een soort wisselwerking moeten creeren. Dat begint met voordoen en nadoen, maar als je samen een spel speelt, reageer je op elkaars reacties. Je leert als ouder om een goede reactie of stimulans te geven aan kinderen, kinderen leren van hun ouders door dit in een andere situatie na te doen. Ouders geef uw kind(eren) vertrouwen en laat ze dingen ontdekken, zelf doen(!) en ervaren hoe de dingen moeten gaan. Dan worden het zelfstandige kinderen die uitstekend floreren in hun zelfredzaamheid.
Zo leren we allemaal hoe we zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen:
- voordoen en nadoen (imitatiegedrag)
- kennis opdoen (van elkaar of uit een boek)
- vaardigheden leren en leren toepassen (hoe houd ik een goed gesprek)
- leren communiseren met anderen
- attitude: aanvoelen wanneer dingen wel of niet gewenst zijn.
- sociale vaardigheden: omgang met anderen, complimenten geven, vertrouwen geen, niet afkraken, stimuleren


Esmeralda, herken jij bovengenoemde punten in jouw werk en de workshops die je geeft?

Esmeralda:
Grappig! Jij haakt in op één stukje uit mijn alinea en ik blijf hangen in jouw tekst “Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar”. Ik blijf maar nieuwsgierig hoe de docenten niet alleen van kinderen, maar ook van elkaar leren. En dan niet alleen binnen de school maar ook daarbuiten: intercollegiaal. In het kader van zelfredzaamheid vraag ik mij af of de docenten dit doen en met welk doel. Is er sprake van imitatiegedrag en luisteren of aanvoelen omdat dit een goede didactische manier is of omdat zij geïnteresseerd zijn in de ander (kind of collega)? Hoe worden zij daar zelf wijzer/zelfstandig van en bevordert dit in hun zelfredzaamheid? Het antwoord zal waarschijnlijk een soort brug vormen naar jouw vraag aan mij hoe ik de opgenoemde punten verwerk in mijn werk en workshops. Dat mensen van elkaar leren en daardoor beter kunnen inspelen op veranderingen zit vast aan de AVAfit visie, maar de meeste mensen vinden verandering eng en willen vasthouden aan het oude vertrouwde. Indien docenten die starre voorbeeldgedrag tonen aan de kinderen, zullen zij ook minder flexibel zijn. Dat is jammer, want zoals Darwin ons al leerde: Het zijn niet de grootste en sterkste dieren die overleven, maar die speciën die zich snel aanpassen aan de omgeving. Rosabeth Moss Kanter, Professor aan de Harvard Business School, geeft het advies: Zorg er voor dat je je als leider (ik lees ook docent) zelf blijft ontwikkelen en zorg er voor dat jouw medewerkers (ik lees ook kinderen) ook de ruimte hebben zich te ontwikkelen. Stephen Covey’s centrale gedachte is: ’Verbind je met idealen, hogere doelen en wees daarin oprecht en authentiek’.


Dus mijn laatste vraag aan jou is: Hoe en wat leren docenten van elkaar om zelfredzaam te zijn en te blijven?


Hanneke:
Leuk dat je daarna vraagt, want we zijn bezig om van onze school een lerende school te maken. Door eerst eens een gezamenlijke visie op te stellen en leren om elkaar goede feedback te geven (welke uiteraard stimulerend is bedoeld, nooit afkraken), zijn we steeds meer bezig om elkaar dingen duidelijk te maken en zo van elkaar te leren. Onze volgende stap in een lerende school, is de collegiale consultatie, waarbij leerkrachten bij elkaar in de klas gaan kijken om iets (in dit dit geval het onderdeel zelfstandig werken, omdat we dit als school aan het ontwikkelen zijn, grappig eigenlijk, want ook hierin leert een kind in de groep zijn zelfredzaamheid te stimuleren aan de hand van regels van het zelfstandig werken: stoplicht, blokje, instructietafel) te bekijken en elkaar daarover goede feedback te geven. Hiervoor hebben we al een formulier ontwikkelt waarop gescoord kan worden, maar ook ruimte is voor vragen van leerkrachten die bekeken worden. Kun je eens kijken hoe ik reageer op dat kind, bijvoorbeeld. Dit vergt een veilige omgeving voor alle leerkrachten, maar is bijzonder leerzaam voor alle partijen. Organisatorisch zullen IB-ers, RT-er, locatieleider en ik als directeur een of meerdere klassen moeten overnemen, maar dit is het waard! Ook functioneringsgesprekken zijn momenten om naar elkaar te luisteren. Ik leer van de collega's en zij van mij door elkaar een spiegel voor te houden. Het MO (Management Overleg) met alle directeuren van de stichting is ook wel waard om te bekijken waaruit de kracht van mensen gehaald kan worden. Iedereen heeft immers zijn eigen kwaliteiten. Om even terug te komen op het "zelfstandig werken" bij ons op school. Dit is bedoeld om kinderen te leren om te gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen te zoeken en zelf de goede vragen te stellen aan leerkracht of andere leerling. Ook effectief werken heeft hiermee te maken, want als een vraag niet op dat moment beantwoord kan worden, gaat de leerling eerst verder met de dingen die ze wel weten. Zelfredzaamheid is dus voor iedereen belangrijk, als je maar open staat om met elkaar in gesprek te raken en open staat voor feedback van anderen. Leren feedback te geven ("ik zie....") en leren feedback te ontvangen ("begrijp ik goed dat....") Dat is de kunst.

Tenslotte
Zelfredzaamheid kun je niet alleen, daarvoor heb je anderen nodig. Je ziet het overal in terug, het werk, huis, contact met vrienden en familie, ja in het hele dagelijkse leven. Hiervoor zijn stimulerende factoren nodig: open staan voor anderen, veilige omgeving, vertrouwen geven, eerlijkheid, interactie ofwel actie en reactie, goede communicatie dus. Zo leren we van elkaar en is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer.
Zelfredzaamheid is dus zelfstandig oplossingen kunnen zoeken, zelf - eventueel samen met anderen - iets voor elkaar krijgen.
Zelfredzaamheid hebben we nodig om uiteindelijk te overleven. Het is dus van belang dat iedereen het kan en leert als men jong is en het blijft kunnen als men ouder wordt.

zaterdag 10 december 2011

Social Media

Hey, Twitter jij nog niet? Heb jij geen Facebook, LinkedIn of Hyves? Dan heb je vast niet veel op met Social Media.

Wat beweegt mensen om dit wel te doen? Zijn dit mensen die graag in de schijnwerpers staan of juist niet? Zijn dit allemaal ICTnerds of juist niet? Zijn het mensen boven een bepaalde leeftijd of juist daaronder? Zijn het mensen uit hogere of juist uit lagere milieus? Zijn het veelal autochtonen of allochtonen?

Het wisselt sterk, als je bekijkt wie zich beweegt binnen de social media. Het zijn echt allemaal verschillende mensen, die w.s. wel nieuwsgierig zijn, van nieuwe dingen houden, graag wat uitproberen, goed bedeeld zijn om bepaalde apparaten te kunnen kopen, flexibel zijn, etc.
Aan de inhoud van de Twitterpagina, het dashboard van een blog of de homepage van Hyves of Facebook, kun je wel degelijk zien wat voor persoon dit is, welke hobby's hij heeft en wat hij in het dagelijkse leven doet. En juist dat maakt het nu weer zo leuk om je te bewegen via de social media.

Neemt niet weg, dat nu het ene na het andere protocol voor social media voorbij komt, met richtlijnen aan welke regels je nu dient te houden. Dat kan weleens handig zijn, als ik zie wat jongeren allemaal openbaar op het net zetten. Maar een protocol? Ja, misschien voor een werkgever voor zijn werknemers, dan kan het handig zijn om hiervoor duidelijke regels te stellen. Maar maak elkaar vooral bewust wat het teweeg kan brengen als je iets op Twitter of Facebook zet. Daarin kan er op de basisschool en zeker op de middelbare school wel aandacht aan worden besteed. Cyperpesten is immers ook niet van vandaag of gisteren.

Positief aan social media vind ik de nieuwe contacten met bijvoorbeeld een beroepsgroep of een bepaalde hobby, de ideeen die voorbij komen, het zicht op andere mensen en instellingen en zo ook op de hoogte blijven van bijvoorbeeld de stand ven een basketbalwedstrijd. Als je maar weet wie je kunt volgen. Wees selectief.

Maar wat beweegt mensen om het niet te doen? Te veel tijd? Te ingewikkeld? Niet zo ICTminded? Te weinig geld om al die apparaten te kopen? Te oud?

Ik denk dat het niet uitmaakt. Jongeren zijn flexibel, maar je ouderen ouderen ook fit houden. Mensen met minder geld kunnen wel bepaalde keuzes maken. Mensen met een druk leven, kunnen wel tijd maken. Face to face contacten kunnen overgaan in social media en andersom, je netwerk wordt dus groter. En als je dat wilt, is er altijd een weg.

Samenvattend is social media:
- Gaaf voor ontdekkers
- Gevaarlijk voor flapuits
- Leuk voor nieuwe contacten
- Niet leuk voor de omgeving
- Ideaal voor ICT-ers
- Snelle nieuwsvergaring
- Niet leuk voor minder bedeelden
- Makkelijk als je het snapt
- Leuk voor soortgenoten
Kortom: een nieuwe wereld ligt open, maar vergeet je huisgenoten niet.

donderdag 8 december 2011

Oudergesprekken

Twee of drie keer per jaar kun je tegenwoordig verstrikt raken in een of twee avonden met gesprekken met ouders van leerlingen. Op de basisschool zijn dit 10 minuten, op een middelbare school - waar een leerling veel verschillende docenten heeft - vaak 7 minuten.


Voor leerkrachten en docenten zijn dit slopende tijden. Dat begint al vooraf. Qua voorbereiding zal er een afgestemd rooster moeten worden gemaakt. Veel middelbare scholen zijn groot genoeg om dit digitaal te kunnen laten doen. Basisscholen hobbelen daar enigszins achteraan en doen dit vaak - gezellig met z'n allen om de tafel in de teamkamer - met elkaar op afroep van een gezin. Dan is de voorbereiding nog niet klaar, want per kind moet je 'to the point' zijn om in een gesprek dat te bereiken, wat je als doel voor ogen had. Wat ga je zeggen? Dan komt de avond zelf, waarbij je na 10 gesprekken scheel ziet van de verschillende ouders, de intensieve vragen en niet meer weet over welk kind het ook alweer ging. Je loopt uit en bent je pauze kwijt. Je lichaamstemperatuur loopt op. Ouders blijven net iets langer hangen, maar hoe kap je zoiets handig af? Om 10 uur 's avonds ga je geradbraakt naar huis, in bed doe je alle gesprekken nog een keer, je keert nog zes keer om en hoopt dan in slaap te vallen om de volgende dag weer fris en fruitig voor de klas te staan.



Na afloop moeten de gesprekken nog worden verwerkt in een digitaal systeem. Bij ons op de basisschool is het zo, dat ouders of leerkracht hiervoor kunnen kiezen, het is niet verplicht. Ook de middelbare school, waar ik kom voor onze twee jongste kinderen, werkt het ook op die manier. Je zou denken, dat leerkrachten dan niet zo veel gesprekken hebben. Toch zijn ze er een tijd zoet mee. Natuurlijk is het goed om ouders te spreken, te proberen te begrijpen waarom een kind zo doet in jouw klas of groep. Als we denken aan het Handelings Gericht Werken is het belangrijk om een kind meer in kaart te brengen en hem of haar verder te kunnen helpen. Wel zie ik verschil met het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs komt het meer van twee kanten, het voortgezet onderwijs heeft meer een afwachtende houding, tenzij een kind echt de beest uithangt of heel slecht scoort. Op de basisschool zijn de lijnen korter van leerkracht naar docent en andersom. Ouders komen ook veel op school. Op een middelbare school is dat anders, omdat de leerlingen daar zelf een veel grotere rol hebben en krijgen, en terecht, zo worden ze volwassen.



De vraag die bij mij speelt is: Is de manier van oudercontact door middel van 10-minutengesprekken of zelfs 7-minutengesprekken wel de oplossing? Hoe zou het anders kunnen? Met bijzondere gevallen (gedrag, meer of minder goed kunnen leren, sociaal emotioneel niet goed in je vel of een specifieke stoornis) worden er sowieso al gesprekken gevoerd, daarvoor hoeven deze oudergesprekken niet. Is er een andere oplossing mogelijk? Een inlooptijd? Een kijkavond, waarbij ook het werk bekeken kan worden. Moeten we het in het onderwijs anders gaan inrichten? Het is goed om daar eens goed over na te denken, want die slopende avonden zijn niet alleen voor docenten en leerkrachten slopend, toen er 4 kinderen op de middelbare school zaten, waren wij als ouders ook de hele avond(12 gesprekken, 3 per kind) onder de pannen, switchend van docent en van kind.


Wat is het meest effectief en minst intensief voor alle partijen?

zondag 4 december 2011

Ouderbetrokkenheid

Afgelopen week werd er een stelling neergezet over ouders in de school.
Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt vindt dat ouders zich meer moeten inzetten voor het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. ‘Veel ouders leveren hun kind af bij de school,’ zegt de minister. ‘En dat is het dan.'

Natuurlijk is het goed om ouders erbij te betrekken in het reilen en zeilen van hun kind op basis- en voortgezet onderwijs, maar om dit nu als "moeten" in te ztten en een algemene term neer te zetten dat "veel ouders hun kind afleveren, en dat is het dan", vind ik persoonlijk wat kort door de bocht.
Juist die ouders die werken, gebruiken de tijd met hun kind als 'quality-time' en willen buiten hun werktijden om, of zelfs opnemen van vrije dagen indien mogelijk, gebruiken om met kinderen iets te gaan doen. Uit eigen ervaring weet ik dat ik bij drie dagen werken vaak keek of ik die andere twee dagen een groepje kinderen kon begeleiden naar de kinderboerderij of op een vaste dag(!) een groepje kon helpen bij het lezen. Zelfs het helpen op een pietenmiddag, wat in deze tijd weer actueel is, deed ik met een slapende baby op de gang van de school.
Daarnaast vraag ik me af waar de regering mee bezig is, om enerzijds iedereen hoger opgeleid te krijgen en anderzijds mensen te dwingen, want zo voelt het, om meer bij hun kinderen te zijn, omdat dit goed is voor hun leerprestaties. Intussen zelf erkennend dit in het verleden niet zo goed te hebben gedaan, maar intussen wel carrière heeft kunnen maken.
We kunnen dit ook vertalen naar een situatie, waarbij ouders een keus hebben.
* Laat zien dat het goed is om er te zijn voor je kind. Kinderen leren door te imiteren, leren van voorlezen en spelletjes doen. Kinderen leren ook van de dagelijkse dingen in huis.
* Toon interesse in hun dag. Ook dit kunnen volwassenen bij elkaar doen, waar kinderen bij zijn, hier leren ze van.
* Wees open over jouw werk, maar vraag ook naar het "werk" van uw kind.
* Voorlezen is een belangrijk onderdeel van de taalbevordering, doe dit zo mogelijk dagelijks.
* Samen TV kijken is gezellig, maar levert ook gespreksstof op.
* Samen spelen is goed, maar leer ook dat het zichzelf moet kunnen vermaken. Leer het kind om te gaan met uitstelgedrag. "Als de wijzer van de klok bovenaan staat, gaan we dat of dat doen"
* Leer een kind dingen zelfstandig te doen, het is dan trots op zichzelf en geeft jou weer mogelijkheden om andere dingen te doen. Begin klein: leer een kind de vuile kleren in de wasmand te doen, geef het kind de drinkbeker in de hand voordat je naar school gaat en laat het hem zelf in de klas zetten, etc.
Deze voorbeelden leren van onze kinderen volwassenen mensen te maken. Iedere ouder doet dit op zijn of haar manier en dat mag ook. Geen moeten, maar richtlijnen, geen verplichting, maar betrokkenheid, geen contract, samenwerking. Kortom, het gaat om het goed communiceren van school en ouders en andersom. Als je zorgt dat de deur open staat en je als school ouders serieus neemt, hoeft er geen contract te komen. Zorg als school dat in elk gesprek duidelijk is, waarover je wilt praten. Ouders en school hebben hetzelfde doel: het kind ontwikkelen tot een volwaardig mens in deze maatschappij, en daarbij hoort ook betrokkenheid.

zondag 20 november 2011

Taal en rekenen

Het taal- en rekenniveau in het basisonderwijs in Nederland moet omhoog. Daar kan ongetwijfeld aan worden geschaafd. Gemiddeld moet een schoolweek voor zo'n 9 uur uit taal/lezen bestaan en 5 uur uit rekentijd. Dat is meer dan de helft van de hele week aan alleen al deze vakken.

Goed om het accent wat te verleggen en te zorgen dat er betere resultaten gehaald. Heel goed om te zorgen dat Nederland beter op de kaart komt te staan als land waar goed onderwijs wordt gegeven.

Maar wat is de maatstaaf? Moeten we alleen afgaan op wat de inspectie hanteert en bekijkt voor wat betreft de resultaten van de CITOtoetsen? Wordt daarmee gekeken naar bepaalde groepen, bepaalde vakken (spelling wordt niet gemeten)? Gaan wij dan niet een geCITOriseerd tijdperk in? Is dat kwaliteit?

Alles draait toch om het kind. De onderwijsbehoefte van het ene kind is niet hetzelfde als die van een ander kind. De een heeft meer leestijd nodig, een ander zal op het gebied van samenwerken meer ontwikkeld moeten worden.

Is een basisschool niet veel meer dan alleen taal en rekenen? Tuurlijk moeten we die resultaten opschroeven. Als resultaten onder de maat zijn moet er wat gebeuren: extra aandacht, groepsplannen of wat dit kind ook nodig mocht hebben. Extra hulp is dan op zijn plaats. Daarnaast moet een kind zich prettig voelen op school, zich veilig voelen in zijn omgeving, zich gewaardeerd voelen in zijn groep, sociaal kunnen ontwikkelen, kunnen samenwerken, kunnen ontdekken, kunnen presenteren, om kunnen gaan met ruzies en tegenslagen, blij kunnen zijn voor een ander kind en ga zo maar door. Dat is de term BASISschool. Een kind krijgt een basis mee, waar hij de rest van zijn leven wat aan heeft. En dat is echt niet alleen taal en rekenen.

vrijdag 18 november 2011

Sinterklaas

Hij komt, hij komt, die lieve goede ....



Een mooi Nederlands feest. Genietende kinderen in een versierde school. Spannende blikken en fantastische verhalen. De schoen zetten en als volwassenen meespelen in het verhaal van Zwarte Piet en de schoorsteen. Zeker voor de kinderen, die in Sinterklaas geloven is dit een prachtige tijd.

Voor leerkrachten ook een drukke tijd, want het is ook de periode van het eerste rapport en als de boot nog niet is vertrokken, moet de kerstboom al versierd in de klas staan.

Toch is dit een van de mooiste tijden van het jaar.

Eigenlijk bestaat Sinterklaas voor iedereen. Niet altijd in de vorm van een man met een witte baard, een rode mantel, een mijter en een staf. Maar in ieder mens schuilt een Sinterklaas, iemand, die een verrassing heeft voor iemand anders. Een geheimpje die je bewaard voor iemand die je liefhebt. Of dit nu in de vorm van een cadeautje, een surprise of een andere uitlating is, het gaat om de geheime lol vooraf, een prachtig gedicht en natuurlijk het onverwachte, spannende en daardoor verrassende affect wat je teweeg brengt.

Het enige nadeel is, dat het in deze tijd altijd zo koud begint te worden. In de kou op de kade staan en de boot opwachten, in de kou zorgen voor de zak die voor de deur staat en in de kou op pad om die verrassingen binnen te halen.

Binnen is het dan gelukkig wel warm bij de meeste mensen en een cadeautje is dan snel bedacht in de vorm van een fleecedeken, dikke kabeltrui, extra warm vest, oorwarmers, sjaals, muts en wanten.

Laat de Sint nog maar even blijven.





zaterdag 12 november 2011

Spiritualiteit

De maand van de spiritualiteit. Het klinkt heel mooi en mysterieus. Wat betekent dit eigenlijk? Dat er meer is tussen hemel(wat en waar is de hemel?) en aarde, kan niemand ontkennen. Er is vast wel iets, wat we niet kunnen verklaren. Het "ietsisme" las ik gisteren in de krant, mmm, nieuw woord zeker.


Ondanks het feit dat ik bij het christelijke geloof behoor en me hier goed bij voel, misschien zelfs spiritualiteit ervaar, ben ik redelijk nuchter. Het moet allemaal niet te vaag en zweverig worden, want dan haak ik af. Het christelijke geloof is helemaal niet verstandelijk te begrijpen. Ik ben ermee grootgebracht, dus eigenlijk vanzelfsprekend. Het is meer een gevoel en een ervaring, ook al lezen we de verhalen in de Bijbel. Ik hoor bij die groep, ik voel me hierbij thuis. Voor mij leeft het.

In de spiritualiteit van alledag zijn er wat termen ontstaan, die bij mij wat vraagtekens oproepen. Woorden als chakra, zen, mandela, aura en mantra zijn 'abracadabra' voor mij.

In deze hectische wereld van nu ben ik wel op zoek naar ontspanning. Rust, reinheid en regelmaat, iets wat mijn vader ons vroeger al meegaf.

In de plaats waar ik woon, zijn kennismakingscursussen geregeld. Een van die cursussen was yoga. Uit nieuwsgierigheid heb ik me daarvoor opgegeven. Na twee keer ervaar ik inderdaad rust en een uurtje voor mezelf. Enorme relaxte sfeer, geheel bezig zijn met je eigen lijf. Rustig muziekje op de achtergrond en gedimd licht. Een totale ontspanningsoefening, waarbij ik bijna in slaap val. De termen mantra en chakra neem ik op de koop toe.

Of zou er toch meer spiritualiteit in mij zitten, dan ik zelf wil toegeven? Zou er echt veel meer zijn tussen hemel en aarde wat wij niet weten? Immers, ook de wetenschap kan niet alles verklaren. Maar moet alles verklaarbaar zijn? Mijn nuchtere verstand is in dubio. Misschien hoeft dat niet, maar wil ik de dingen gewoon begrijpen. Beleven, ervaren en voelen zijn zintuigen, die wij niet zo heel veel hebben ontwikkeld in onze maatschappij. Je moet ervoor openstaan, letterlijk en figuurlijk.

Het woord inspiratie heeft hier alles mee te maken. Toch ligt dit dichter bij iets concreets. Een idee dat door allerlei associaties wordt opgeroepen. Het is beter te begrijpen. Je merkt dat het gebeurd. Je hebt inspiratie nodig om iets te kunnen creeren.

Spiritualiteit is iets waarvoor je hart moet openstaan, zodat je met heel je lijf (hoofd, hart en handen) kunt ervaren en dit kunt beleven. Dan zul je er waarschijnlijk ook meer aan hebben en zal het jouw leven meer en meer inspireren.

Creeer rust en ruimte. Dan kun je de spiritualiteit daadwerkelijk toelaten.



vrijdag 11 november 2011

11-11-11

11 november 2011. Voor de een een mooie trouwdatum, voor de ander een bijzonder begin van de carnaval en voor een derde een mooie datum voor Sint Maarten. Persoonlijk heb ik met geen van de dingen iets. Getrouwd ben ik al, en dat wilde ik graag bij deze persoon laten. Carnaval is niet helemaal mijn ding. Sint Maarten, Sint maarten, de koeien hebben staarten, hier heb ik ook niks mee, zeker niet met het langs de deuren leuren om snoep.


Waarom dan toch een blog over deze datum?

Het verbaast mij, dat er zoveel aandacht gaat naar een voor mij onbeduidend fenomeen, de toevalligheid van een grappige datum. Als kind bekeek ik onderweg in de auto veel nummerborden. We maakten er woorden mee, we schreven ze op en we vonden het prachtig als er gelijke letters of cijfers op de borden stonden. Als kind dus, achterin de auto.

Ach, een beetje plezier moet natuurlijk kunnen. Dat doen we thuis en op school ook. Toch heb ik deze dag niet extra benadrukt. Thuis niet en op school niet. Vorig jaar hebben we op 11 november de Dag van de Duurzaamheid gevierd en hebben we deze beleefd met voorleesmomenten uit Mister Finney. Nee, dit jaar geen poespas en zeker niet vanwege een bepaald cijfer of cijfercombinatie.

Een ieder die dat wel wil doen, prima hoor, maar het hoeft voor mij nu niet perse in het nieuws te komen. Daarvoor is er mijns inziens belangrijker nieuws te melden.

zondag 6 november 2011

Mindfulness

"Mindfulness gaat om bewustwording en aanvaarding. Leven in het moment. Door het bewustworden en loslaten van automatismen en oordelen, is het mogelijk innerlijke kalmte en rust te bereiken." Bron: Wikepedia

In een hectische tijd als deze, waarin alles moet kunnen, snel gaat, berichten ons snel bereiken moeten of willen wij als mens in deze snelle omgeving anticiperen, reageren en klaarstaan.

Mindfulness heeft voor mij ook iets zweverigs en vaags. Als een praktisch ingesteld mens heb ik het nooit zo op dit soort vaagheden. Toch heeft mindfulness verrassend positieve effecten. Het laat ons bewustworden van de situatie, het probeert ons te ontdoen van die vastgeroeste patronen, het laat ons berusten in de dingen die komen, zowel positief als negatief. Dat is een onderdeel dat mij wel degelijk aanspreekt.

Zo ben ik vorige week voor het eerst in mijn leven naar een proefles yoga gegaan, gewoon om eens te ervaren hoe dat is. Zou ik daar een stukje rust kunnen vinden in mezelf? Zou ik daar nu eens - zonder een direct oordeel - van kunnen genieten?

Met een open blik ben ik er heen gegaan en heb ik de termen als meditatie, chakra en mantra maar even op de koop toe gekomen. Wat een heerlijk moment voor jezelf! Wat een ervaring om dit eens mee te maken. Wat prettig om een uur met je eigen lijf en geest in contact te komen. Thuis gekomen was ik gewoon even lekker helemaal rustig.

Mindfulness is natuurlijk niet hetzelfde als yoga, ook al heeft het wel raakvlakken. De Belgische psychiater Maex zegt: "Stoppen is steeds de eerste stap. Zolang we niet stoppen, worden we meegezogen in de maalstroom van het leven. We worden geleefd in plaats van te leven."

In het onderwijs, waar veel op ons bordje terecht komt, is dit zeker herkenbaar. Er wordt veel van onderwijsmensen gevraagd, vanuit de organisatie, van ouders, van collega's, van leerlingen en misschien ook wel onze eigen gedachtes die met ons aan de haal gaan. Hoe kunnen we daar een goed weg in vinden?

Jaren geleden was de term "onthaasten" er een die mij zeker aan het denken heeft gezet. Ik ben een doener, wil heel veel en stel mijn eigen eisen en die van mijn omgeving soms te hoog. Het is dan goed om even een pas op de plaats maken en met milde aandacht naar het hier en nu kijken. Kijk eens rustig terug op wat je al hebt gedaan, wat je hebt bereikt en wat er goed ging, in plaats van steeds maar meer willen, oordelend terug te kijken en willen dat de ander verandert.

Emoties spelen hierbij een belangrijke rol. Als jij je ergens aan irriteert, leg je de verantwoording bij een ander, terwijl de emotie binnen in jouzelf zit. Ons denken hierover zal een andere houding kunnen aannemen door eens te kijken naar je eigen emoties. Mindfulness is dan een milde open houding naar jezelf. Piekergedachten moeten zo kunnen worden beheerst. Nietsdoen is niet nutteloos.

Als doener is het soms lastig om 'rust' te zoeken. Rust en ontspanning zijn belangrijk. Zoals ook Rikkie Postema vertelt in zijn boek Mindful Coachen, gaat het om aanvaarden(glimlachen naar jezelf), onderzoek(niet oordelen), ontspanning(in- en uitademen) en erkenning (kijken met compassie). Mindfulness is zo geen modeterm, maar voor iedereen die het 'druk heeft', een pas op de plaats. Heerlijk!

vrijdag 4 november 2011

Multitasken

Halverwege de eerste SE-week(SE=schoolexamen) van onze derde zoon komt hij vermoeid thuis. Hij is op. Moest vandaag een presentatie Nederlands geven en had al een schoolexamen Engels achter de rug. Volgende week nog een aantal en dan kan hij weer even opgelucht ademhalen. Het is een kanjer! Hij doet alles alleen (ik denk dat ik het ook niet meer zal begrijpen, zijn niveau van 6VWO ligt behoorlijk hoog en mijn eindexamen ligt toch wel heel wat jaren achter mij), maar kan enorm goed multitasken. Op zijn kleine kamertje (2.30cm x 3.20cm) zit hij achter zijn computer huiswerk te maken, te leren, tegelijk een spel op de computer te doen, rechts zijn hand op een keyboard rustend en er af en toe een bekende song uit te laten rollen en links van hem zijn bed, waar nog wat boeken opengeslagen liggen. Hij leest meestal vijf boeken door elkaar heen. Wat dat laatste betreft lijkt hij op zijn vader.

Toch kunnen wij als ouders wel zien, dat hij er nu wel wat voor moet doen. Zijn gedrevenheid siert hem. Hij gaat ervoor, want hij wil zijn doel bereiken. Hij is iemand die snel schakelt, snel informatie opneemt en volgens ons dus ook iemand is, die goed kan multitasken.

Volgens Dave Crenshaw bestaat multitasken niet. Hij schreef het gelijknamige boek: "Multitasken bestaat niet" Het zou inefficient zijn, te veel geld kosten en het zou schade toebrengen aan de productiviteit.

Ik ben het niet met hem eens. Het multitasken van onze zoon is voor hem ook juist de welkome afwisseling, waardoor hij het leren juist volhoudt. Een stukje ontspanning tussendoor. De mogelijkheid om even wat anders te doen, het heerlijk vinden om even te kunnen schakelen (dat heeft hij vast van zijn moeder) en de snelheid waarmee hij verschillende informatie oppikt is voor hem iets, waar hij wel bij vaart. Als klein kind had hij altijd aan 1 woord al genoeg. Herhaling was verveling, want dat wist hij al. Zijn geheugen is formidabel, een groot voorrecht!

Wat zou hem nu die spirit geven, vraagt u zich af. Wat inspireert hem om zover te willen komen? Hij weet wat hij wil gaan doen. Hij heeft een doel. En dat is precies zoals het ook in het onderwijs werkt. Waar een wil is, is een weg. Leerkrachten en leerlingen moeten werken naar een te bereiken doel. Een doel, waarvan je de zin inziet.

Menigeen kan jaloers op hem zijn. Dat zijn wij ook weleens. Toch is ook de motivatie, de gedrevenheid, de interesse, die hem brengt waar hij nu is gekomen. Multitaskend of niet, ik ben trots op zo'n doorzettingsvermogen!

Zal ik zijn slordigheid maar op de koop toenemen....



dinsdag 1 november 2011

Begraven

Begraven is iets verstoppen. Dat kan omdat je iets wilt opbergen, wat iedereen mag weten. Het kan ook zijn, dat je iets wilt verstoppen wat anderen niet mogen weten. Misschien wil je het wel in de doofpot stoppen.
Deze week zijn er twee begrafenissen. Verdrietige momenten, waarbij ook wat wordt begraven. Het mooie van de meeste begrafenissen is, dat iedereen het mag weten. Het komt op een kaart en soms zelfs in de krant. Veel mensen praten erover, vaak ook nog lange tijd daarna. Wat is begraven, wordt juist niet vergeten. Daarnaast zijn de ontmoetingen van de nabestaanden vaak bijzonder.
Wanneer wij geocachen worden er ook dingen begraven, verstopt om te worden gevonden. Het begraven van een cache wordt daardoor een soort spel: Op zoek naar de schat. Dat kan een klein kokertje zijn of een echt gevulde munitiekist.
Een kat begraaft zijn behoefte om het juist weer op te bergen en goed toe te dekken. Hij wil er vanaf en is netjes opgevoed.
Wanneer we in deze tijd de bollen poten en echt begraven onder de grond, verwachten we dat er in het voorjaar mooie bloemen uit tevoorschijn komen. Dat begraaf je iets om een mooier doel te bereiken.
In het onderwijs kun je begraven zijn onder het werk. Je wordt bedolven door allerlei dingen en ziet even door de bomen het bos niet meer.
Zo heeft begraven leuke en minder leuke kanten. Begraven heeft niet altijd als doel om het weer op te graven, soms is toedekken prima. Begraven kan ook leuk zijn als spel.
Zorg dat je in het onderwijs niet begraven wordt of bent onder het werk. Zorg dat je het overzicht houdt. Wees blij als je iets weer hebt gevonden, blijf rondvragen als je iets niet weet en berust erin als je iets kwijt bent. Wanneer je iets opgegraven hebt, kan dat een positief gevoel geven. Misschien vind je wel een schat!
En wat begraven is om echt toe te dekken, laat het rusten, het is goed zo!

zaterdag 29 oktober 2011

Inspireren, wat is dat eigenlijk?

Werken in het onderwijs doe je met hart, hoofd en handen. Je werkt hier omdat je kinderen boeiend vindt, je wilt ze iets meegeven, een begeleidende rol spelen in hun ontwikkeling, hen inspireren om te kunnen ontdekken.

Als werknemer in datzelfde onderwijs moeten wij ook worden geinspireerd. Maar wat is inspireren? Wat gebeurt er dan met jou of het kind?

Via http://www.synoniemen.net/ vind ik drie betekenissen t.a.v. inspireren:

1. aanmoedigen, bewegen, stimuleren

2. ingeven
3. bezielen

Inspireren doet dus drievoudig iets met jou of met het kind. Enthousiasme is bijvoorbeeld belangrijk om een kind te stimuleren, maar soms moet je een kind ook net even iets ingeven, een klein zetje geven, maar ook zien te motiveren om iets te gaan doen. Er moet een soort bezieling uitgaan van de lesgever. De leerkracht moet het echt willen.

Gisteravond keek ik naar "De wereld draait door" en werd ik geinspireerd door twee vrouwen. Zij straalden beiden een enthousiasme uit voor hun vak, wisten waar ze het over hadden en hadden daar ook een duidelijke mening over. Erica Terpstra liet daarin ook nog eens duidelijk haar eigen plezier hierin merken en dat vind ik zo mooi om te zien en te merken. Geweldig als je ziet wat een passie daarvanuit gaat. Je zou bijna zin hebben in het maken van een reisprogramma waarover zij vertelt, en wat ook werd getoond.

Als medewerker in het onderwijs is het de kunst om dit over te brengen op de kinderen. Hoe gaaf is het als je de procenten kunt uitleggen aan de hand van echte voorbeelden, een bezoek aan een winkel en te laten zien wat het betekent om zoveel korting te krijgen? Hoe heerlijk is het om schimmel te onderzoeken door een echte boterham te laten beschimmelen en een vergrootglas erboven te houden. Hoe geweldig zijn de muzikale momenten waarin kinderen ook nog zelf een dansje mogen uitvoeren. Hoe mooi kan een taalles zijn als je de betekenis en de functionaliteit ervan laat zien door bijvoorbeeld een interview met de burgemeester te regelen? Er is zoveel mogelijk!

Laten we zelf het grote voorbeeld zijn. Laat zien hoe jij enthousiast bent over de uitverkoop en daardoor over procenten. Laat zien hoe heerlijk het is om buiten in de natuur te lopen, de frisse lucht op te snuiven en kinderen bewust te maken van de herfst. Laat zien hoe blij je bent met de verjaardag van een kind en maak er een feestje van.

De leerkracht doet er toe. Zij(of soms een hij) zorgt een aantal uren per dag voor de invulling van het onderwijs van het kind. Zij zorgt voor de stimulering, de ontwikkeling en de inspiratie. Zij heeft de passie om de kinderen wat te leren.

Ik hoop dat ik anderen ook kan inspireren. Wat een heerlijk beroep heb ik toch!

vrijdag 28 oktober 2011

De kunst van het onderwijs

Lesgeven in het onderwijs, maar ook werkzaam zijn in het onderwijs in een andere functie(dat kan van alles zijn: onderwijsassistent, conciërge, directeur, ICT-er, intern begeleider, remedial teacher, ...), is een bijzondere baan. De een noemt het een roeping, een ander zegt dat het een gave is, maar wat is nu de kunst van het onderwijs.
Er zijn verschillende aspecten/ontwikkelingen die heel belangrijk zijn:
- sociaal emotionele ontwikkeling
- kennisoverdracht
- motorische ontwikkeling
- creatieve ontwikkeling
-vaardigheden op het gebied van taal, lezen, rekenen
Eigenlijk kun je deze aspecten niet helemaal los van elkaar zien, het een grijpt in het ander, maar zo kun je wel zien waar de kracht ligt in een kind of een leerkracht. Ook dat laatste mogen we niet vergeten. Leerkrachten ontwikkelen zich ook. Er is dus blijkbaar een soort wisselwerking. Natuurlijk hebben leerkrachten in eerste instantie een basis gehad binnen hun opleiding, maar de omgang met ouders, de inbreng in een vergadering en het differentieren binnen een groep, leer je pas als je ermee bezig bent. Daar moet je dan natuurlijk wel voor open staan. Kinderen leren voortdurend allerlei vaardigheden, kennis, maar ook de omgang met anderen. Het kind staat centraal binnen ons onderwijs. Daarnaast doet elk kind, maar ook elke leerkracht ertoe.
De kunst is om al deze onderdelen samen te laten komen en zo een kind en een leerkracht op een plek te krijgen waar zij zich thuis voelen en open kunnen staan om allerlei informatie op te nemen en/of door te geven. Zo'n plek moet veilig zijn, eerlijk, open, er moet duidelijkheid zijn en een mens moet zich gewaardeerd voelen.
Zo'n pedagogisch klimaat, zo'n bijzondere sfeer is nu de kunst om onderwijs tot een succes te maken. Eerst lekker in je vel, dan komt dat leren vanzelf wel.

zaterdag 22 oktober 2011

Herfstvakantie: Energie!

In de vakantie is een beetje ontspanning heerlijk om je eigen energie weer op te laden. Elke vakantie is wat leesvoer dan ook een welkome afwisseling, net als een stuk lopen in een stad of in de natuur. Met een herfstzonnetje overdag en rozige wangen 's avonds moet dat helemaal goed komen.
Het leesvoer van deze week ging - naast het boek dat ik heb gelezen - over energie, het weglekken van energie en het opladen en vasthouden van positieve energie. Allemaal heel herkenbaar. Maar vooral ook: Waar wil jij je energie voor gebruiken? Dat is eigenlijk best een lastige vraag.
Maar naast het ontspannende energieopladende leesvoer hebben wij ook energie opgesnoven door te wandelen in de stad Maastricht en te genieten van de omgeving. De GPS die we hadden meegenomen en volgeladen met geocaches liet zijn energie zien door ons te weg te wijzen naar verschillende eindlocaties. Van een nano dichtbij een van de bekendste winkels in de stad tot een heuvelachtige wandeling in het Bundebos.
Een van die eindlocaties was midden in de stad Maastricht, op een plek waar je het totaal niet verwacht: "Werken aan wind en water", een prachtige watermolen in het midden van de stad. Een draaiend rad met stromend water, wat op zichzelf al energie oplevert, maar ook voor de vinder en kijker ervan energie opwekt. Langs het rad lopend kom je binnen bij de draaiende tandwielen. Een prachtig plekje waar een geocacher de moeite heeft genomen om hiervan een cache te maken en andere geocachers te laten meegenieten van dit energierijke stukje cultuur.
In een herfstvakantie als deze - met zoveel zon, wat op zichzelf al veel warmte en energie geeft - is dat genieten en energie opwekkend. Nu maar hopen dat we weer genoeg energie hebben voor de komende drukke periode. Misschien moeten we af en toe nog even naar de foto's kijken en lekker wegdromen. Sta er even bij stil en geef de energie de kans om weer te laten stromen, letterlijk en figuurlijk. Houd het energielevel in balans, dan kun je die energie doorgeven aan de kinderen op de basisschool, die dit zo verdienen. Want daar doen we het voor!

zondag 16 oktober 2011

Herfstvakantie: Afstand

Het is half oktober. Het is herfstvakantie.
Vakantie? Alweer vakantie voor die mensen die in het onderwijs werken?
Elke verjaardag zo niet elke vakantie komt het wel een keer ter sprake hoeveel vakantiedagen mensen in het onderwijs werken wel niet hebben. Toch moet je het zo niet zien. Er is geen uitbetaling als er 10-minutengesprekken zijn, een schoonmaakavond wordt gehouden, een extra gesprek met ouders 's middags of een extra presentatieavond gegeven wordt. De laatste week van de zomervakantie moet je een klas klaarzetten. In de vakantie HP's schrijven, toetsen nakijken n cijfers verwerken. Als je een nieuwe groep hebt, zul je veel tijd moeten investeren in alle nieuwe methoden. Naast de lesgevende taken maak je deel uit van een team, vergaderingen bijwonen, deelnemen aan MR, kerstcommissie, organiseren sportdag of meegaan op schoolkamp. Nee, we zijn niet zielig, maar schoolvakanties zijn vaak ter compensatie, het opnemen van overuren. Mensen in het onderwijs maken piekuren, zeker de periode tussen herfst en kerst en vlak voor de zomervakantie.

Net als bij een nieuw jaar maak ik in een vakantieperiode altijd eventjes de balans op. Terugkijken. Heb ik bereikt wat ik wilde bereiken. Is er gerealiseerd wat er gedaan moest worden. En wat wil ik de komende periode gaan doen, waar leg ik de nadruk op.
Naast deze overdenkingen is het goed om afstand te nemen van het werk. Omdat we in het onderwijs zo met kinderen en volwassenen bezig zijn, gaan sommige verhalen en sommige gebeurtenissen ons niet in de kouwe kleren zitten (terwijl het best fris is buiten...). Je neemt dingen mee naar huis, terwijl het juist zo goed is om het los te laten.
Dan is het goed om in de vakantie gewoon even wat anders te doen. Eventjes eruit. Letterlijk afstand nemen. Of figuurlijk afstand nemen door heel andere dingen te gaan doen.

Als een buitenstaander zelf eens een jaartje meedraait in het onderwijs, zullen ze merken, dat dit toch wel wat van mensen vergt en ze vaker meer dan minder uren draaien, wat ook behoorlijk wat fysieke en emotioenele energie kost. Daarom is onderwijs, net als bijvoorbeeld verpleging, een passie.
Dus niet meer mekkeren over onze vakanties, maar gun ons het opnemen van onze overuren. Zo kunnen wij de accu weer opladen en uw kind goed onderwijs bieden, want draait het tenslotte om.

vrijdag 14 oktober 2011

Herfstvakantie: windstil?

Aan het weer kunnen we het niet merken, het lijkt wel zomer. Terwijl de zomer meer leek op de herfst. Toch hebben beiden een overeenkomst: We hebben een aantal dagen vrij om tot rust te komen.




Hoeveel mensen benijden docenten en onderwijzers met hun wekenlange vakanties? Hoeveel mensen weten wat het werkelijk is om in het onderwijs te werken?

Onderwijsmensen zijn veelal gepassioneerde medewerkers. Mensen die liefde hebben voor het vak. Het zijn duizendpoten, die in werkweken veelal veel meer uren draaien en in vakantietijd hun overuren opnemen.

Dat ga ik dus doen, overuren opnemen, maar dan even weg in eigen land, anders sluipen de werkuren er weer in.


Wat is nu het lastigste aan het leiden van een school?

De organisatie, de onderwijskundige rol of de personele kant?

Organisatorisch heb ik alles op de rit, het loopt goed, iedereen weet waar hij aan toe is, het is helder, dat ervaar ik tenminste zo.

De onderwijskundige zaken staan op een rijtje, er wordt gewerkt aan een aantal items, waaronder de aanpak van het technisch lezen, maar dingen als zelfstandig werken moeten goed op een doorgaan de lijn zijn, wil het allemaal goed werken.

Nee, dan de kant van de mensen: het personeel. Elke persoon heeft zijn eigen verhaal, zijn eigen kwaliteiten, zijn eigen zwakheden en zijn eigen professionaliteit. Het is de kunst om daar een geheel van te maken, waar iedereen zich goed bij voelt, waarbij iedereen zijn kwaliteiten kan benutten maar waarbij ook iedereen weet wat zijn verantwoordelijkheden zijn. Het is een kunst om van dit team een rijk bruisend samenwerkend team te maken.

Soms is het zomer, er is rust, de zaken gaan goed, iedereen is hard aan het werk en er is oog voor de ander. Organisatorisch loopt alles, onderwijskundig draait het goed en men heeft tijd en aandacht voor elkaar. Soms is het herfst, de wind waait hard, de druk neemt toe, er moet veel gebeuren en werktijden lopen op. Dan is het zaak om een windvanger te realiseren, een paraplu ter beschikking te stellen, maar ze wel zelf de regie in handen te laten houden.

En ja, dan is het weleens herfst in zomertijd en zomer in herfsttijd. Soms is er storm op komst, je merkt het vaak al aan de kinderen. Je kunt er nooit van op aan.

Wel kunnen we ons bewust zijn van het seizoen en meedeinen met de wind. Benoem wat je ziet en handel naar wat nodig is. Ook leerkrachten hebben een onderwijzende behoefte.

Fijne herfstvakantie!

zondag 9 oktober 2011

Lezen is leuk!

Of je nu met een gootsteenontplopper en een oude stofzuigerslang ten aanval gaat of als een prins op het witte paard voorbij komt om een prinses te zoeken die niet te vinden is. Boeken zijn prachtige beeldende verhalen, die de lezer willen laten genieten of gewoon een mooi verhaal willen vertellen.

Lezen en opgaan in de wereld van letters, woorden, zinnen en verhalen is heerlijk! Lezen is net als eten en drinken ook belangrijk voor ons verdere leven. Daarom is het zo goed, dat er zoveel aandacht uitgaat naar boeken, lezen en het leren lezen op school. Natuurlijk heb ik het dan over het technische gedeelte, het technisch lezen, wat een belangrijke voorloper is op het begrijpend lezen. Wat we vooral niet mogen vergeten is het leesplezier en de daarbij behorende boekpromotie. Het aanwakkeren van een leesmotivatie, waardoor kinderen meer gaan lezen en leeskilometers maken, zorgt ervoor dat kinderen beter gaan lezen. Het is een soort opwaartse spiraal. Meer lezen zorgt ervoor dat je beter leest, als je beter leest zijn er weer leukere boeken, als je leuke boeken vindt, ga je meer lezen.

Zelf ben ik het levende bewijs.

Vroeger hield ik niet van lezen. Ik speelde liever buiten. Thuis was een leesrijke omgeving, als kind van een gezin van zes kinderen werd ik dagelijks voorgelezen. Toch ging ik zelf - ondanks de stimulans van mijn ouders - niet zo heel veel lezen. De tegenwerking was de school, waar ik boeken moest lezen met woorden als "menschen" en "zoo". Ik mocht niet kiezen, ik moest dat boek lezen. Dodelijk voor iemand die niet zo van lezen hield.

Toch is het goedgekomen. Mede dankzij mijn thuisomgeving en mede dankzij de boeken die op de markt kwamen. Ik hield van Pinkeltje en Pippi Langkous. Het boek "Kruistocht in spijkerbroek", dat ik als kind niet doorkwam, heb ik later uitgebreid ingehaald. Ik ben gaan houden van al die boeken. Boeken van Agatha Christie, Harry Potter, Jacques Vriens, Carry Slee en later de literaire thrillers van Saskia Noort, Nicci French, Esther Verhoef, maar ook de boeken van het Millennium heb ik verslonden. Lezen is heerlijk.

Wat zijn er een hoop leuke boeken in de wereld, mooie teksten, prachtige tekeningen, magnifieke verhalen, kortom schitterende werken.

Van klein tot groot komt tegenwoordig in aanraking met deze letterwereld. Vanaf groep 1/2, zelfs al op de peuterspeelzaal worden kinderen geconfronteerd met de beginnende geletterdheid. Maak ze maar nieuwsgierig. Geef ze die verrijking en verdieping van woorden en zinnen. Ook groep 7 en 8 kun je blijven prikkelen met boeken als "De Koning van Katoren", "De club van de lelijke kinderen" of "Vet cool - foute boel". Het is goed om dit te blijven stimuleren en kinderen laten genieten van bijvoorbeeld Bert en Bart met hun wapens: een gootsteenontplopper en een oude stofzuigerslang. Geweldig! Goed om de moraal van verhalen te vertellen in het verhaal van die prins op het witte paard, die uiteindelijk kiest voor een gewoon meisje. Meteen genietend van de mooie tekeningen van Thé Tjong-Khing.

Het stimuleert de taal, het verrijkt hun verbeelding, vergroot de woordenschat en kinderen kunnen straks meer. Ze zijn breder georienteerd.

Daarom willen wij op school zo graag een uitgebreide bibliotheek met heel veel verschillende leesboeken, informatieboeken, stripboeken en prentenboeken. Bied kinderen in de basisschoolleeftijd een breed aanbod van boeken en laat ze genieten van lezen! Dan komt het leren lezen echt vanzelf.

maandag 3 oktober 2011

Een avond over onderwijs....

...maar dat is nooit genoeg!

Drie stellingen, drie uitersten. Hoe kunnen we deze samenvatten/omvatten in ons onderwijs? Leraar24 bracht vanavond verschillende stellingen in beeld op website en TV:

1. De onderwijskwaliteit lijdt onder te veel aandacht voor het individu.

2. ICT is de belangrijkste sleutel naar beter onderwijs.

3. De docent-ouder relatie is minstens zo belangrijk als goed taal- en rekenonderwijs.

Dan zal ik hier mijn onder- of eigenwijze mening maar geven:

Waar draait het om in deze stellingen? Waar draait het om in het onderwijs? Het kind staat centraal!

Dat betekent dat stelling 1 niet waar is, want je zult altijd naar ieder kind apart moeten kunnen kijken, als docent, en als het nodig is als externe deskundige. Niets mis mee. Eerst moet een kind lekker in zijn vel zitten, alvorens tot leren te kunnen komen. Het kind centraal!

Stelling 2 is dan meteen al heel makkelijk. Natuurlijk is ICT niet de belangrijkste sleutel. Het gaat om het doceren, van mens tot mens, inschatten, aanvoelen, reageren, ergens op inhaken, terugkomen op het onderwijs van gisteren. ICT kan heel veel, maar de sociaal emotionele waarde gaat verloren. Die valt weg via de computer en het digibord. Neemt niet weg, dat multi-media een prachtige aanvulling is voor mooier onderwijs.

Stelling 3 vertelt heel veel over samenwerken, communicatie en weer over de menselijke relaties in het onderwijs. Gezien het handelingsgerichte werken is ook de ervaringsdeskundige belangrijk, dus de ouders. Naast de docent, de leerling, de externe deskundige is het ook belangrijk om te horen hoe ouders de leerling thuis ervaren. Wat doen ouders als een kind niet luistert of bepaald gedrag vertoond? Leren van elkaar. Ouders en leraren moeten samenwerken en kunnen open staan naar elkaar. Hoe kunnen we dit kind het beste verder helpen. Wat is de onderwijsbehoefte van dit kind? Leerlingen van betrokken ouders presteren beter. Kennis kun je hiervan niet losmaken.

Ik besluit met een zin van een Twitteraar: "Zonder relatie. Geen prestatie." (van meneer Zegers) Daar draait het om in! Alle stellingen komen weer uit op de relatie, het kind staat centraal!



Wat ben ik blij dat ik in het onderwijs mag werken.

zondag 2 oktober 2011

Introvert of extravert

In het blad "Psychologie Magazine" las ik vorige maand een artikel over 'Introvert, nou en?'




Maar wat is nu precies introvert en het tegengestelde extravert?

Bij een introverte instelling is de energie naar binnen gericht, op de eigen gedachten en gevoelens. Introverte mensen zijn rustige types, weloverwogen, beschouwelijk en voelen zich in onbekend gezelschap niet gauw thuis. Zij zijn liever alleen dan in een groep.

Bij een extraverte instelling is de energie naar buiten gericht, op mensen, activiteiten en dingen. Extraverte mensen zijn energiek, enthousiast, actie-gericht, spraakzaam en assertief. Zij vinden het fijner om met andere mensen samen te zijn dan om alleen te zijn. BRON: Wikepedia


Het zet jezelf aan het denken. Ben ik nu een introverte persoon of een extraverte?

De eigenschappen van de introverte mensen zijn zeker herkenbaar. Even rustig de dingen tot je door laten dringen. Even je gedachte erover laten gaan. Rustig een mening vormen. Niet meteen op de voorgrond tredend in gezelschap. Flink de diepte in kunnen gaan. Het schijnt zelfs zo te zijn dat de hersenactiviteiten van introverte mensen veel activiever zijn, zelfs als ze - zoals in dit weekend - lekker even in zon zitten. Steeds bezig met plannen maken in hun hoofd, zaken op een rijtje zetten en blijven leren. Vooral ook geen competitie willen en de dingen samen willen doen, spreekt mij erg aan. Dit hoort bij mij.

De eigenschappen van extraverte mensen zijn assertief, veel gerichter op hun omgeving, meer activiteit hebben op zintuiglijk gebied, meer praten dan luisteren en meer onder de mensen willen zijn. Toch zijn ook deze eigenschappen mij niet geheel vreemd. Ik ben immers een open boek en houd van menselijk contact.

Een mix dan misschien, zowel introvert als extravert. Het lijkt bij mij af te hangen van de situatie.

In een vreemd gezelschap zal ik introverter zijn, dan bij een bekend gezelschap. Mensen tegen wie ik opzie, brengen mij meer in verlegenheid en ik zal introverter zijn, dan mensen bij wie ik me prettig voel.

Vreemd, soms ben ik heel extravert tegen wildvreemde mensen in een winkel of op het station en soms kan ik ook introvert zijn bij mensen, die ik goed ken.


Zou het toch ook met andere zaken te maken hebben?

*Je gemoedstoestand misschien? Als ik me minder prettig in mijn vel voel, zal ik introverter reageren.

*De omgeving kan een rol spelen. Als ik in een bekende winkel ben, voel ik me meer op mijn gemak en zal ik extraverter zijn.

*Kennis hebben. Wanneer je duidelijk weet waar je het over hebt, zul je meer naar buiten treden.

*Een kleine gezelschap, ja zelfs een op een, is prettiger om over dingen te praten, dan een groot gezelschap. De onzekerheid over het grote gezelschap en de vraag hoe die mensen allemaal denken, maakt onzeker en dan zal introvertie de boventoon voeren.

*Gezondheid van jezelf of of je directe omgeving kan een negatieve invloed hebben. Hierdoor zal je je ook minder prettig voelen en minder naar buiten willen optreden.



Iemand zal niet gauw alleen introvert of alleen extravert, het zal dus ook afhangen van de situatie waarin men verkeerd. Er zijn wel mensen, die meer geneigd zijn tot introvertie of tot extravertie. De laatst genoemde hoor je op terras het woord doen, terwijl de introverte medemens vaak het beste idee heeft, omdat deze er lang genoeg over heeft kunnen nadenken.

Tot slot: Het een is niet beter of slechter dan het ander. Een combinatie van beiden levert vaak het mooiste resultaat, mits er aandacht is voor zowel de introverte als de extraverte persoon!