On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label lerarentekort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lerarentekort. Alle posts tonen

zondag 12 april 2020

Pas op de plaats

Vrijdag 10 april 2020.

Geachte heer Slob, beste Arie (ik heb u in Utrecht ontmoet bij het schoolleidersregister),
Cc. Ministerie van OCW


Het is Goede Vrijdag. Twee (of toch drie?) dagen voor Pasen. Tijd voor bezinning. Tijd om stil te zijn en even stil te staan bij waar ons leven echt om draait. Moeten wij niet meer de rust zoeken in onszelf en door laten stralen in de hele maatschappij? Meer aandacht voor elkaar, omzien naar elkaar, zorg voor elkaar en ons wat minder materialistisch opstellen?

Eerder heb ik u een e-mail gestuurd inzake een beslissing tot het in ieder geval dicht houden van de scholen tot de meivakantie. Ik ben blij te zien, dat aan deze oproep gehoor is gegeven. Het is geen makkelijke tijd om beslissingen te nemen op basis van te weinig kennis. 

De volgende stap is het wel of niet of wellicht deels open doen van de scholen ná de meivakantie. Ook hier kleven veel voor- en nadelen aan en ook hier hebben we te weinig kennis voor een gedegen besluit. Graag wil ik u het volgende onder uw aandacht brengen alvorens hier een besluit over te nemen. Daarnaast wil ik u een voorstel doen in deze brief dat u of een van de leden van de Tweede Kamer, deze wil meenemen en als motie indienen. Het is het overwegen waard.


Een aantal zaken die ik u ter overweging en grondige overdenking wil meegeven zijn de volgende zaken:
  • Onderzoek van RIVM van slechts 100 gezinnen waar Corona is geconstateerd is niet een  goede afspiegeling: het kleine aantal en geen random selectie van het totaal aantal kinderen in Nederland die onderwijs genieten. Bovendien kunnen we geen verschil maken in dicht- en dunbevolkte gebieden, leeftijdscategorieën, provincie, gender, afkomst, etc. Wat allemaal meerwaarde heeft bij goed gedegen onderzoek. Kortom de onderzoeksperiode is te kort.
  • Als scholen open gaan in de 1,5meter afstandsmaatschappij, houdt u dan ook rekening met het feit dat leerlingen met een afstand van 3 meter in hun lokaal moeten zitten, omdat de leerkracht hier individuele afstandshulp en begeleiding moet kunnen geven, leerlingen naar het toilet moeten, een punt moeten slijpen, een schrift moeten pakken, iets weg moeten gooien, ... noem maar op. Gaat de leerkracht dan in een lokaal van 50-56 m2 vier keer dezelfde lessen geven? Hoe ziet u dat voor zich? Ook al zouden kinderen minder snel besmet raken, leerkrachten (waaronder een aantal kwetsbaren) wil ik als schoolleider niet blootstellen aan dit risico.
  • Buiten spelen voor leerlingen en de pleinwacht is ook echt een uitdaging. Gaan leerkrachten (veelal vrouwen) met hoepelrok naar school? Hoe bewaren we de cultuur van 1,5 meter afstand? Kinderen knuffelen graag. Thuis gebeurt dit hopelijk wel. Op school kunnen we niets voor kinderen betekenen in dat opzicht. Gaat het lukken? Of is het gevoel groter dan het verstand?
  • Ouders kunnen we buiten de school houden, maar veel ouders zijn bang en zullen hun kind(eren) uit angst en bezorgdheid thuishouden. De erkende ongelijkheid tussen leerlingen wordt groter, een serieuze uitdaging om onderwijs te geven. Zou er een deel thuis en een deel in de klas aangeboden kunnen worden? Iedere dag 5-7 leerlingen naar school, afwisselend over de vijf dagen? 
  • Kwetsbare leerkrachten kan ik niet inzetten. Angstige leerkrachten melden zich ziek. In tijd van lerarentekort heb ik te weinig mogelijkheden van vervanging. Hoe gaan we dit oplossen? Verdelen van een groep kan niet vanwege de 1,5 m afstand, dan zijn er toch weer te veel leerlingen in een lokaal. Kan ik deze dan alsnog naar huis sturen?
  • Kwetsbare leerlingen zijn er nu en ook als de school wel open is. WIj zorgen nu voor een deel dat ze opgevangen worden en onderwijs krijgen. Het is een druppel op een gloeiende plaat. Het is moeilijk om de vinger erachter te krijgen. Het is een illusie dat dit straks is opgelost als de scholen wel open zijn. Kwetsbare leerlingen mogen nu al naar school komen, ook al is er geen aanwijsbaar vitaal beroep van ouders.
  • De periode als leerlingen en leerkrachten weer naar schoolgaan is een nieuwe periode van ontmoeting, aftasting, herkenning, erkenning, zoektocht hoe de pet staat bij de ander, kortom een nieuwe fase van forming, storming en norming breekt aan. Leerstof staat op de tweede plaats, want we willen eerst weten wat leerlingen doormaken, hoe de vlag staat, wat ze hebben ervaren en hoe ze zich voelen. Wellicht is er expertise nodig in scholen om dat goed te begeleiden. Met alleen de gedragsspecialist kom je er niet. Er zullen leerlingen zijn die een sociaal emotionele achterstand hebben opgelopen.
  • De leerstof zal een nieuwe nulmeting moeten krijgen, er zal geobserveerd, bevraagd en zelfs getoetst moeten worden. Dit gaat tijd kosten en er zullen leerlingen achter zijn gebleven in hun ontwikkeling op pedagogisch en didactisch vlak. Hier zal een grondige analyse moeten plaatsvinden en een gedegen actieplan. Kan leerkracht en intern begeleider dit allemaal opvangen?
  • Er is een cruciale fase van het geven van instructie (zeker de expliciete directe instructie van Marcel Schmeier waarin het stellen van doelen, de interactie en betrokkenheid van leerlingen én het vervolgens evalueren van het doel om verder te kunnen in de volgende les) verloren gegaan. Onderwijs op afstand met instructie van de leerkracht haalt het niet bij een fysieke leerkracht in de klas, die ziet aan een leerling hoe deze zich voelt, wat het wel en niet snapt op dat moment. Directe feedback is het meest effectieve. Dat is in deze periode gemist.
Hierbij wil ik het volgende voorstel indienen in de hoop dat u deze als motie meeneemt naar de Tweede Kamer. Het is er een met een grote impact, maar ook een met ‘op de plaats rust’, zonder op onze lauwerende rusten. Een periode die we niet als verloren moeten beschouwen, maar die we ook niet kunnen negeren. Het is periode die we een plek willen geven, om straks verder te kunnen waar we waren gebleven. Zonder al te veel stress, met maatwerk en met een duidelijk plan voor ogen.

Voorstel:
Deze periode van 16 maart tot de zomervakantie te beschouwen als oefen- onderhouds- en rustperiode om na de zomer (of als het lukt met een meting voor de zomervakantie) een start te maken in dezelfde klas en het leerjaar af te maken t/m december, waarbij de afsluiting van het jaar in Sinterklaas- en Kerstsfeer kan worden afgerond.
Vervolgens start een nieuw leerjaar in januari en blijven we dit jaarlijks doen. De start en het eind van een schooljaar is dan hetzelfde en zelfs de zomervakantie kan meer verschillen in data en zo de vakantie meer te spreiden.
Kleuters die jarig zijn van 1 januari - 31 december zitten en blijven bij elkaar in een leerjaar, uitzonderingen daargelaten.
De overgang vindt plaats in december, het rapportgesprek cq overgangsgesprek eind november. 
De stress van nu verminderen en mensen en kinderen ruimte en lucht te geven. Doorgaan met onderwijs op afstand zo goed en zo kwaad als het gaat. Met een meting die nog voor de zomer kan plaatsvinden, desnoods via een online toetsing of in ploegen op school.
Plan maken voor periode voor en na de zomervakantie om de draad voor elke leerling zo goed mogelijk op te pakken. Een sociaal emotioneel plan en een pedagogisch-didactisch plan.
Thuiszitters kunnen verder met online onderwijs op afstand en komen maandelijks naar school waar ze zijn ingeschreven.
Leerlingen van groep 8 kunnen naar het middelbaar onderwijs, zij starten direct, als laatste lichting die in september start. Groep 7 van nu start over anderhalf jaar met de eerste brugklas in januari 2022, dus 4 maanden later. De periode (sep-dec 2021) kan door VO gebruikt worden voor projectvorming, hervormingen, veranderingen waar nodig om te zorgen dat er ook daar een goed plan wordt neergezet. De overige VO klassen gaan ook van Jan-dec werken, behalve de examenklassen. Er is een lichting leerlingen (de nieuwe brugklas) die wel in september start.
Het leerlingvolgsysteem (Cito of andere landelijke toetsen) kunnen nu in juni gebruikt worden voor een meting en worden herhaald na de herfstvakantie, in november.

Deze schakeling zorgt ervoor dat we iedereen rust gunnen, een pas op de plaats, maar intussen door kunnen met het geven van goed onderwijs. Een deel van de leerlingen zal deze periode kunnen overbruggen en bijspijkeren, maar een groot deel naar alle waarschijnlijkheid niet, met alle gevolgen van dien.

Ik hoop dat u goed nadenkt over uw te nemen besluit en ik hoop ook dat u (zeker) drie keer nadenkt (voor de haan kraait) over het naar school laten gaan van leerlingen. Bij twijfel NIET doen. Het wordt een testcase, die we niet willen.
Ik heb deze e-mail geschreven vanuit mijn eigen ervaring van een basisschool in Zuid Holland. Middelbare scholen, MBO’s en HBO’s zijn vele malen massaler en kennen weer andere uitdagingen.
Nogmaals, we willen het liefst dat alles weer normaal wordt en de scholen open gaan. Dit kan alleen als de situatie veilig is voor leerlingen, ouders, onderwijzend personeel en al het andere personeel die zich in de scholen bevinden. Maar bij twijfel niet inhalen, doe een pas op de plaats.

Ik wens u een rustige gezegende Pasen toe en vertrouw op een weloverwogen besluit.



​Met vriendelijke groet,
Hanneke de Frel
Directeur
Octantschool Vlinderboom Pijnacker

zaterdag 4 april 2020

Puzzelend naar een oplossing (van het lerarentekort)


Het lerarentekort begint zich in heel Nederland op te dringen. Met twee gepensioneerden voor de groep, een invaller om een gat te dichten, een leerwerkstudent en veel parttimers die ook al wat meer zijn gaan werken, is de rek eruit. Voor de komende gaten, waaronder een zwangerschapsverlof, is het hard roeien met de weinige riemen die er zijn. Het is puzzelen en piekeren in de zoektocht naar kwalitatief goede leerkrachten. Wie biedt?

Oorzaken
Het onderwijs loopt al jaren achter op salaris. De werkdruk en de administratieve last zijn hoog. Ouders kunnen het voor leerkrachten lastig maken. Voor een invaller is het een hoop papieren rompslomp met als klap op de vuurpijl elk half jaar een VOG. Scholen moeten meer moeite doen om mensen te krijgen en te behouden. In alle redeneringen zitten waarheden. Maar dat lost het probleem niet op. Wat kunnen we doen om dit prachtige beroep (vooral) aan de man te brengen? Hoe kunnen we mensen weer verleiden om dit mooie vak te kiezen?

Oplossingen op lange termijn
De aantrekkelijkheid van het beroep verhogen is een must. Dat kan door het opkrikken van salarissen, het verlagen van de werkdruk, aantrekken van zij-instromers, trajecten van leerwerkstudenten en verschillende mogelijkheden en carrièreperspectieven. Misschien moet het onderwijs anders georganiseerd worden.
Maar … het gaat om de inhoud van het werk. Het begeleiden van leerlingen. Het uitleggen van een moeilijke som. Het helpen van de leerling die gevallen is op het plein. Het vertrouwen geven aan de leerling dat hij het kan. Het leren van vaardigheden. Hoe mooi is dat?
Lange termijn oplossingen zijn vaak goede oplossingen, maar het probleem is er nu. Wat zouden we nu kunnen doen?

Oplossingen op korte termijn
Verschillende oplossingen zijn mogelijk. Natuurlijk kun je anderen en (pedagogische sterke) mensen zonder onderwijsdiploma inzetten om onderwijs te geven. Toch zijn er specifieke tools nodig om kwalitatief goed onderwijs te geven. Denk maar eens aan het inschatten wat een leerling kan, hoe je differentieert in de groep, hoe je direct kunt reageren op bepaald gedrag en de analyse van toetsen. Daar is geen sinecure. Ik denk dat dit voor de kwaliteit niet de beste oplossing is.
Naast het vragen van parttimers denk ik dat je uiteindelijk op één oplossing uitkomt: minder lesuren (en dus lesuren schrappen) en op vrijdag extra huiswerk geven. Verwerking die ze dan niet meer op school hoeven te maken. Ouders kunnen kiezen wat ze hun kinderen extra willen geven. Dat kan opvang zijn, maar ook creatieve activiteiten, sport of cultuur.
Met vier lesdagen van 5 uur, spaar je 20% uit en kunnen de leerkrachten beter verdeeld worden. Er blijft daardoor meer tijd over om gezamenlijk lessen voor te bereiden, praten over je vak, administratie te doen en de werkdruk verlaagd.

Knopen doorhakken
Er moet NU iets gebeuren. Er zijn te vaak kinderen (en ook personeel) de dupe. Zij hebben last van wisselingen, klas verdelen of zelfs een klas naar huis sturen. Met passend onderwijs, waarbij veel leerlingen juist nu die rust en structuur nodig hebben, is dat een hele uitdaging. Dus ga naar 20 lesuren per week. Vergt wel iets van de omgeving en van ouders.

Hanneke de Frel
(eerder gepubliceerd in Direct van CNVS)

zaterdag 1 februari 2020

Staking / staken / gestaakt

staken werkw.
Uitspraak:
[ˈstakə(n)]
Vervoegingen:
staakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:
heeft gestaakt (volt.deelw.)

1) met je collega's een tijdje niet werken om jullie eisen bij je werkgever af te dwingen
Voorbeeld:
`De werknemers van de fabriek staken omdat ze meer loon willen hebben.`


2) stoppen met (iets)
Voorbeeld:
`een onderzoek staken`



Staking = situatie waarbij werknemers uit onvrede met de werkgever(sbonden) het werk neerleggen teneinde die tot veranderingen of toegiften te dwingen. Bron: economischewoordenboek.nl / juridischwoordenboek.nl

Staken heeft dus een reden. Staken bij het onderwijs gaat niet om de verantwoording van je beroep. Staken heeft niets met de leerlingen zelf te maken. Waarom dan toch staken?
In eerste instantie ging het staken in de afgelopen periode vooral om de strijd voor een beter salaris en minder werkdruk. Een beter salaris in de zin van gelijkwaardigheid met leraren in het VO, die gelijke verantwoordelijkheden en taken hebben. De werkdruk gaat over de autonomie van de leraar, de grotere verantwoordelijkheid ten aanzien van leerlingen en analyses, oudergesprekken en toegenomen aantal overige taken. Het past niet meer binnen onze normjaartaak(1659 uur). Nu zijn deze nog niet tot algehele tevredenheid opgelost, maar heeft zich hieraan gelinkt nog een grotere uitdaging voorgedaan. Deze heet lerarentekort. Dit geldt niet voor een ziektevervanging of de invulling van een (steeds ruimer!) zwangerschapsverlof of andere soorten van buitengewoon verlof. Het gaat om de invulling van reguliere formatie. Dat is op dit moment de grootste uitdaging.

Het lerarentekort heeft gevolgen voor de kwaliteit. Waar leraren te kort zijn, moeten groepen worden samengevoegd, staat een onderwijsassistent of gepensioneerde voor de groep of wordt een groep gevraagd thuis te blijven. Overmacht. Dit komt de kwaliteit van onderwijs niet ten goede.

Als het weer rond is - na veel gezoek, overleg met andere scholen en bestuurskantoor - haal ik weer opgelucht adem. Nu het sinds september zich voor de zesde keer aandient, is de rek bij het personeel er grotendeels uit en de invallerspool opgedroogd. Wat nu? Hoe gaan we dit vormgeven? Is er ergens nog een student, een pedagogisch medewerker, een onderwijsassistent, een zij-instromer of een bevoegde gepensioneerde leerkracht beschikbaar die een groep met de nodige gedragingen pedagogisch en didactisch het goede onderwijs kan bieden?
Ik help het hopen. Ik help het de minister ook hopen. Want als hij zegt dat scholen tijdens de staking zelf voor de opvang van de leerlingen moet zorgen, denk ik dat deze minister de ernst van de situatie niet heeft begrepen. Dat is niet de bedoeling van de staking.

Er zal het nodige gedaan moeten worden. Een Vierdaagse werkweek zal lucht geven. Het helpt om het werkplezier terug te krijgen, rust te creëren en genoeg personeel om de gaten te vullen. En waar leraren vorig jaar opgeplakt zijn, zijn nu de OOPers en de directies aan de beurt.
Dit alles vergt de nodige inzet, kracht, investering. Pas daarna verder aan nodige vernieuwingen. Eerder niet.

Eerder geplaatst bij Komenskypost op 29 januari 2019


dinsdag 7 januari 2020

Toekomst van het onderwijs



(hersteld blog van 27 oktober 2019)
Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd. Zo kunnen we 4-jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen. Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve - (waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclubactiviteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven.
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen.
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoorbeeld op rekenen heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door pedagogisch medewerkers van bijvoorbeeld BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen en laten zien door middel van goede digitale en veilige systemen.
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken.
10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes.

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, rekenmaterialen, tafelkaart indien nodig. Leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen. Controle door leerkracht/docent.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. Rust weergekeerd. Balans hersteld. Hoop ik...
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

maandag 21 oktober 2019

Tekort: Met de rug tegen de muur

Als kind van een jaar of 6 speelde ik tikkertje op het schoolplein. Omdat de lagere school met toen nog zes klassen, twee ingangen telde, een voor de onder- en een voor de bovenbouw - al weet ik me niet meer te herinneren waar de grens lag - schoten we langs de deur van de onderbouw naar binnen. Door de gang hollend om er aan de andere kant weer uit te hollen. Maar ai ai ai. Gesnapt door de hoofdmeester. De meester van klas 6 stuurde mij en mijn vriendinnetje naar binnen. Het klaslokaal van klas 6. Met de neus naar de muur moesten voor straf in de hoek staan. Terwijl klas 6, waar ook mijn broer in zat, naar binnen kwam, dacht ik na over wat er thuis wel niet verteld zou worden door mijn broer.

Nu in 2019, zo’n 50 jaar later, hol ik weer door de gang. Niet om de tikker te ontlopen, maar om een klas op te vangen, waarvan een leerkracht ziek is. Er is geen vervanger te krijgen. Vanaf vanmorgen 6.50u. ben ik in touw om te zoeken naar een invaller. Voor de vervangingspool is dit tijdstip te laat. Misschien nog een parttime collega zonder kleine kinderen of een stagiaire. Het lukt niet en dus is de volgende stap om de klas te verdelen. 
In de klassenmap staat hoe de verdeling is en er ligt een noodpakket klaar. Dit moet alleen nog wel even worden gekopieerd. O wacht, er is vandaag gym, dus de verdeling moet wat worden gewijzigd, want er is al een groep naar de gymzaal.
Als om 8.55u. iedereen weet naar welke groep hij of zij kan met het pakketje werk, leun ik met mijn rug tegen de muur. De oplossing voor vandaag is er een van hoge nood. Het onderwijs wordt er niet beter van, de leerkrachten die er vier of vijf leerlingen bij krijgen ervaren onrust en meer werkdruk, er zijn immers nog meer vingers die omhoog kunnen gaan en nog meer hulpvragen. Kan de hulp aan het het subgroepje van de eigen groep nog wel doorgang vinden? De groep waar leerlingen bijkomen moet wat inschikken en ruimte bieden. Dit heet kwaliteitstekort.
Uitrustend met mijn rug tegen de muur, sta ik ook figuurlijk met de rug tegen de muur. Wat is in zo’n situatie de goede oplossing? Kwam er nu maar een hoofdmeester of andere hoge pief om dit te bestraffen en vervolgens op te lossen. Deze noodmaatregel houdt geen stand en gaat ten koste van iedereen op school (werkpleziertekort)  en van de kwaliteit. De enigen die tevreden zijn, zijn de aanstuurders van het ministerie die denken dat het allemaal niet zo erg is en de ouders die gewoon naar hun werk kunnen. 
Juist omdat dit vaker voorkomt is het niet acceptabel. Dat heet lerarentekort.
Juist nu zou ik willen dat ik gesnapt werd in de gang, zodat men ziet dat dit eigenlijk niet kan. 

Mijn broer vertelde thuis niets. Er waren dus geen consequenties. Opgelucht kon ik thuis weer mezelf zijn en op school weer tikkertje spelen, maar dan op het plein.
De overheid en het ministerie van onderwijs zoekt doekjes voor het bloeden met een enkele zij-instromer, een subsidie of een nieuw curriculum of een opgeleide ouder. Maar de overheid en het ministerie van onderwijs zeggen niets toe. Er komt geen extra geld vrij. Dit heet investeringstekort. Er gebeurt niets in de richting van het rechtzetten van de salarissen in het PO, niets met de OOPers in het PO. De knip van de overheid zit dicht. Een kleine trap na: er mogen wel ouders of onderwijsassistenten voor de groep. Dit heet erkenningstekort.

Tekorten vragen om oplossingen. Welke oplossingen dragen bij aan het lerarentekort? En wellicht het schoolleiderstekort?
Er zijn al veel mogelijke oplossingen en investeringen langs gekomen. Één van de meest houdbare zijn die van investeringen, andere koers en van minder lesuren. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Laten we er vooral samen voor gaan. Maar zorg wel dat de kwaliteit behouden blijft, leerkrachten de waardering krijgen en het werkplezier voorop staat. Daar is nu eenmaal geld voor nodig.
Dan wil ik best nog een sprintje trekken. Door de gang. 

zaterdag 17 augustus 2019

Schoolleiders gezocht of schoolleiders verkocht?

Geachte minister Slob, geachte Tweede Kamerleden,

Het onderwijs is boeiend
Schoolleiderstekort is groeiend.
Directievacatures groeien, met meer dan 700 fte,
Leerkrachten vinden, het valt niet mee.
We willen niet zeuren,
maar er moet iets gebeuren!

Tekorten in het onderwijs zijn desastreus
U stelt ons geen andere keus
Wij staan voor kwaliteit
En voor continuïteit
Leerlingen verdienen goed onderwijs
Medewerkers (alle!) verdienen een goede prijs
Goede schoolleiders, OOPers en leraren
Nee, u kunt niet voor u uit blijven staren.

Het achterblijven van erkenning
Zonder enige verwenning
geactualiseerde arbeidsvoorwaarden voor directeuren,
Het moet nu toch echt gebeuren
vastgelegd in een nieuwe CAO,
Ik breng u toch niet van uw apropos?

Ons mooie beroep aantrekkelijk maken en te houden
Geeft ons een gevoel van cum laude
Passende positionering, 
Arbeidsvoorwaarden en facilitering
Zijn nodig, de tering naar de nering?

Hoge taakbelasting en grote verantwoordelijkheid
Moeten beloond worden met aandacht en gerechtigheid
Budget hiervoor moet vanzelfsprekend zijn.
Dit zeg ik zonder enig venijn.
Mijn eis namens alle directeuren
Die blijven zoeken en speuren
Is op zeer korte termijn:

• een nieuwe CAO PO afgesloten wordt waarin de geactualiseerde functiebeschrijvingen voor directeuren zijn opgenomen.
Waarin de directies weer tot hun recht komen.
Met nieuwe salarisschalen (zoals D11, D12 en D13 en A10, A11 en A12)
Waarbij u loon naar arbeid kunt betalen

• het oplopende tekort aan schoolleiders serieuze aandacht krijgt
En u niet de gesprekken maar aan elkaar rijgt
En hoopt dat men wel zwijgt
In oplossingen investeren
En het onderwijs weer goed beheren
Ik hoop dat u nu naar behoud van onderwijs neigt

• de werkdruk ook voor schoolleiders
Wordt teruggedrongen met neerwaartse glijders

• een noodpakket aan investeringen
 beschikbaar komt voor onderwijslegeringen

We hebben nog niet alles gehad,
Ik wil op langere termijn dat:
• In samenspraak met schoolleiders een stevige agenda tot stand komt 
Voor het positioneren en faciliteren van schoolleiders;
En niet dat u achter uw bureau gromt
Met zoethoudertjes en afleiders

• Onderwijs wordt gepositioneerd als belangrijke maatschappelijke en economische factor 
Net zoals een boer met akkerland en een goed uitgeruste tractor
Aandacht en investeringen krijgen die nodig zijn
Voor de toekomst van onze kinderen, van mijn en dijn

• Er een meerjarige investeringsagenda voor de sector komt die perspectief biedt 
En die het nodige nuttige en aangename daadwerkelijk ziet
Om personeel te kunnen behouden (ontwikkeling en doorstroom) en aan te trekken (instroom).
Het begint te lekken, nu toch echt van de gekken

De politiek is aan zet.
Wij gaan rond met de pet.
Wilt u een ramp voorkomen,
Zult u over de brug moeten komen
extra investeren
in funderend onderwijs
Is leren beheren
En dat heeft een prijs
Onomkeerbaar
onontkoombaar!

Hanneke de Frel, schoolleider
Octantschool Vlinderboom
Pijnacker



dinsdag 23 juli 2019

In between

Ergens tussenin zitten. Niet meer bij de ene groep mensen horen en ook nog niet thuis zijn bij de andere organisatie. Beiden zijn fijne groepen mensen, maar ik hoor nu even nergens bij. Het kan prettig zijn, want ik hoef niks. Het kan wat nutteloos voelen, want ik hoor er niet bij.

Gevoel
Tja, dit overkomt me nu. Hoe voelt dat? Raar. De ene baan is afgesloten, ik heb afscheid genomen, wat overigens echt bijzonder fijn was en waar ik met volle teugen van heb genoten. De andere baan staat op me te wachten. De prettige kennismaking is geweest, er zijn zaken overgedragen, het voelt goed en ik loop de nieuwe school binnen met het idee dat dit voorlopig mijn school gaat worden. Ik weet het koffiezetapparaat en het toilet te vinden. Heel prettig. Dat is toch een eerste vereiste. Het is een apart gevoel.

Schouders eronder
Negen jaar lang heb ik me ingezet - en ingezet bij mij betekent gewoon echt tot het uiterste, soms over het randje, moet je eigenlijk niet doen, maar ja, als ik ergens voor ga, dan ga ik ervoor - voor CBS Prinses Máxima, een basisschool die opgebouwd moest worden. De kwaliteit moest op orde gebracht worden. Een groeiend aantal leerlingen en leerkrachten leidde tot meer zorgen om borging. Een tweede locaties werd een feit. De school groeide uit tot een prachtige leefgemeenschap met een goede sfeer. Samen met mijn collega's en de hulp van vele ouders hebben we dit tot een mooie school gemaakt. Het was goed zo.

Het leven overdenken
Dan ga je eens nadenken over het leven. Wat zijn de mogelijkheden? Wat zijn mijn mogelijkheden? Waar ben ik goed in en wat wordt er in de omgeving gevraagd? Een zoektocht van zo'n anderhalf jaar volgde. Niet heel intensief, maar ik zocht wel. Ik had immers geen haast en ik zat prima. De Máximaschool is en blijft een fijne school om te werken en verder te ontwikkelen. Het nadenken over het leven heeft ook te maken met mijn eigen leeftijd. Kijk, ik ben geen achttien meer, maar gewoon vijfenvijftig. Nog energie genoeg, nieuwsgierig, zin om iets nieuws te leren. Ik beschrijf het weleens als leerhonger. Wat is er nog meer? Wat kan ik nog meer? Grenzen opzoeken. 
Over dat laatste, dat kon ik op de middelbare school ook. Ik heb het teruggezien bij onze kinderen. Een geintje. Een keer spijbelen. Nou ja, misschien meer dan een keer. Mezelf ziek melden en naar mijn vriendje gaan. Ach, het hoort er allemaal bij en ook ik ben er gekomen, zij het niet via een rechte weg. 

Solliciteren
Na links en rechts wat te hebben gepraat binnen en buiten de organisatie waar ik werkte, kwam ik ook de baan tegen waar ik nu in augustus ga starten. Een nieuwe weg in slaan. Hoe mooi is dat? De advertentie kwam langs in maart, na twee rondes heb ik de ereplaats gekregen. In april ga je dan met de staart tussen je benen naar de huidige werkgever. Ook daar is het slikken. Maar ja mensen, ik ben echt vervangbaar, neem dat van mij aan.

Een nieuwe uitdaging
Het mooie is, dat de keuze op mij is gevallen omdat je ergens goed in bent. Daar ligt mijn kracht. Dat wordt gezegd bij het afscheid en krijg je mee bij de aanstelling. Nu nog zien waar te maken. Ook ik ben niet perfect, wie wel?
Dan komt er een tijd van afsluiten bij de ene organisatie en starten bij de andere. Dat is best dubbel. Zeker als er mensen zijn, die het niet zagen aankomen en spontaan emotioneel worden. Als er meerdere collega's besloten hebben te wisselen. Als er mensen ziek worden. Maar het komt goed, dat weet ik zeker. Ik heb het met veel plezier en overgave gedaan, maar het is soms goed om te wisselen. Verandering van spijs doet eten. Dat moet ik overigens niet te veel doen, maar dat is een ander verhaal. Het is goed om de vaste patronen eens te doorbreken. Leren van een nieuwe omgeving. Nieuwe mensen leren kennen. Hetzelfde geldt voor een school. Het is goed als er weer eens een andere wind waait, iemand met nieuwe denkwijzen. Het geldt trouwens ook voor leerkrachten. Het lerarentekort geeft nu wel wat reuring door wisselingen, maar eigenlijk is dat een mooie bijkomstigheid. Je groeit van elke wissel. Je leert van iedere school. Je neemt iets mee van elk mens dat je ontmoet. Van elke school pak je weer nieuwe dingen op. Blijf gewoon niet te lang op dezelfde school. Maar goed, dat is mijn mening.

Relativering, vertrouwen en verbinding
Maar nu zit ik hier. Het is zomervakantie. Net begonnen. De meest relaxte ooit. Al had ik wel een paar dagen nodig om tot rust te komen. Maar de afronding is gelukt, ik kan de school met een gerust hart overdragen aan een collega directeur. Ik weet dat ik negen jaar geleden, toen ik naar de Máximaschool ging, wel een ander gevoel had. Kan ik het wel? En dat heb ik later nog wel een aantal keren afgevraagd. Met deze bagage ga ik het nieuwe Vlinderboomavontuur tegemoet. Een stap verder. Een nieuwe richting. Nieuwe dingen ontdekken, die ik nooit eerder heb gedaan. Dat is dan weer het voordeel als je ouder wordt. Relativeringsvermogen en het vertrouwen dat het goed komt. Dit werk doe je namelijk niet alleen. Samen ben je een school. In verbinding met anderen kom je veel verder. 1 + 1 = veel meer dan 2. Bij vragen zijn er legio professionals om me heen waar ik mee kan sparren en vervolgens keuzes mag maken en/of besluiten kan nemen. Ook ik leer weer van nieuwe situaties, en dat is gaaf. Het komt goed.
Beste lezer, ik hoor u denken dat het lijkt alsof ik het niet spannend vind. Uhm, dan kent u mij nog niet goed genoeg. Maar ik weet het wel goed te verbergen achter een vriendelijke lach. Nu maar hopen dat ik snel de leerlingen leer kennen, de namen van de collega's zitten er al bijna in. Maar ook dat komt vast goed, daar heb ik alle vertrouwen in.


donderdag 18 oktober 2018

Te kort of tekort?

(deze column is eerder geplaatst in Direct(sept 2018), het blad voor CNV Schoolleiders)

Te kort of tekort?
Lerarentekort
Toen de broeken van mijn kinderen te kort werden, wist ik dat ik actie moest ondernemen. Het werd tijd voor een nieuwe. Ze waren gegroeid. De broek werd te klein. Maar dit had ik natuurlijk zien aankomen, dus gingen we op tijd naar de winkel, met geld dat ik hiervoor opzij had gelegd. Als kind overkwam mij dit natuurlijk ook. Omdat mijn moeder met zes kinderen zonder baan niet heel veel geld te spenderen had, bespaarde ze door er een stuk onder te naaien. Zo liep ik maanden met broeken waarbij een totaal andere kleur onderaan de pijpen afstak. Ik zie het nog terug op foto’s (…). 
Als er een lerarentekort is, zal het ministerie van onderwijs actie moeten ondernemen. Eigenlijk had men in Den Haag - zoals met de broeken - moeten anticiperen en rekening moeten houden met dit groeiende tekort. Geen maatregelen nemen, die averechts werken (zoals bijvoorbeeld de reken- en taaltoets). Wel het beroep aantrekkelijk maken (zoals werkdrukvermindering en salarisverhoging). Nu men niet op tijd heeft gereageerd zal men actie moeten ondernemen. De geleden schade is inmiddels zo groot, dat actie uiteindelijk duurder zal uitpakken. Een hele uitdaging. Maar ja, je kunt kinderen niet zonder leraren laten zitten. Of…?
Ik las via Twitter een oplossing. Een lokaal met 50 leerlingen met een leerkracht en een onderwijsassistent. WHAAT?! Hoor ik dat goed?  Het leerlingaantal verdubbelen met alleen wat extra handen, die we sowieso nodig hebben bij een groep van 25? Wel goede instructie verwachten op drie niveaus, excellente leerlingen uitdaging bieden, leerlingen met een arrangement in de groep, extra instructie voor de dyslexie en dyscalculie en dan heb ik het nog niet over de gevoelige autist, de opvliegende ADHDer en de stille aangepaste leerling die graag gezien willen worden. Even voor de duidelijkheid: DIT GAAN WE NIET DOEN! Er is een goed plan nodig met een goede oplossing, waar de leerlingen -  daar draait het om - baat bij hebben. Investeer in goede dingen. Laat registers, coöperaties, raden en onderwijsclubjes los. Zorg dat invallers via besturen kunnen invallen en niet via dure uitzendbureaus. Zet het kind weer in de spotlights en de leerkracht ernaast. 
Naai geen stukken onderaan die pijpen, dat biedt geen oplossing. Anticiperen. Minder lesuren misschien? Dan heb je minder leerkrachten nodig. Houd de lessen die nodig zijn (taal, rekenen, …) en gooi niet alle randzaken (burgerschap, …) over de schutting van de basisschool.
Hanneke de Frel
Schoolleider CBS Prinses Máxima Berkel en Rodenrijs.

dinsdag 4 juli 2017

Lerarentekort

De tornado die lerarentekort heet is al langere tijd dreigend op ons af aan het stormen. Steeds minder mensen naar de PABO. Het beroep dat steeds onaantrekkelijker wordt. De werkdruk die ook niet alle credits heeft om nu vol passie voor de klas te willen. Kortom, wie wil er nu nog voor de klas staan?
Wat kunnen we op korte termijn doen om dit lerarentekort een halt toe te roepen? Of moeten we zeggen dat er een leerlingenoverschot is en de uitdaging van die kant benaderen?


Het lerarentekort is een onomkeerbaar probleem dat op ons af komt. Of toch niet? Natuurlijk zijn er mogelijkheden, maar dat betekent dat we ‘out of the box’ moeten denken. En met al die wettelijke regels valt dat natuurlijk niet mee. Want we willen wel dat het om kwalitatief goed onderwijs gaat.

Het aantal leraren aanzienlijk vergroten zodat het probleem is opgelost,  is een utopie. Wanneer we het probleem omdraaien en bekijken dat we dan dus met een leerlingenoverschot zitten, kunnen we de zaak van een andere kant bekijken. Maar ja. Je kunt moeilijk leerlingen eruit gooien. Elke leerling heeft immers recht op (passend) onderwijs.

Het woord ‘passend’ doelt natuurlijk op de onderwijsbehoefte van leerlingen. We kunnen het woord ‘passend’ ook gebruiken in tijd.

Met te veel leerlingen kunnen we dus niet veel. Maar die te veel aan leerlingen kosten dus te veel uren onderwijs. Daar zouden we wel aan kunnen sleutelen.

In het basisonderwijs wordt per week 23,5 tot 26 uur les gegeven.  Vergelijkbaar is dit in het middelbaar onderwijs, want daar zijn uren van 50 minuten – een volledige baan van 29 uur les is 29 x 50 = 1450 minuten = (afgerond) 24 uur. Gemiddeld wordt er in het basisonderwijs per jaar 940 lesuren gegeven. Als we deze uren nu eens terugbrengen naar 700 uur per jaar en daar meteen ook wat overtollige ballast van burgerschap, seksuele voorlichting,  e.d. wegnemen. Dan kunnen we leerkrachten meer ruimte geven, leerlingen genoeg leerkrachten geven en meteen de werkdruk verlagen. Met 700 : 39 weken = 18 uur per week les.

Dit vergt wat nadenkwerk over een verplicht curriculum. Het kan de nodige lucht geven aan alle partijen. Over partijen gesproken, die politieke partijen zitten nu toch om de tafel met Tjeenk Willink, laten ze dan meteen wat spijkers met koppen slaan en sla dit advies nu niet in deze stormachtige wind. Een tornado brengt een hoop schade met zich mee.