On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label handelings gericht werken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label handelings gericht werken. Alle posts tonen

zaterdag 13 april 2013

Het hek van de basisschool

Bijna iedere school heeft wel een hek of een muur rondom het plein van de basisschool staan. Maar wist u dat we ook een denkbeeldig hek of een denkbeeldige muur hebben? Wist u ook, dat er heel veel dingen over het hek gegooid worden en dat wij hiermee weer aan de slag m,oeten? We zijn toch opslagplaats?

Allerlei onderwijsveranderingen - en dat zijn er nogal wat de afgelopen jaren - worden ons toegeworpen. Allerlei goede bedoelingen en zeer overdachte veranderingsprocessen, die horen bij de basis van de ontwikkeling van jonge kinderen. Zijn het niet de sociale vaardigheden en het pestprotocol, dan wel de burgerschapsvorming, de techniek of de uitdaging voor excellente kinderen.
Intussen wordt er middels opbrengst gericht werken hard getrokken aan de kwaliteit van het onderwijs en worden harde maatregelen getroffen, als de school onder de norm van de inspectie blijft.
Daarnaast is de maatschappij met al zijn mediawijze workshops en cursussen enorm in beweging en moet je daarmee ook iets op school. We l;eren de kinderen immers zich te ontwikkelen tot volwassenen die kunnen leven en werken in de maatschappij van straks.
Dan heb ik het nog niet eens over allerlei bedrijven (de typcursus, de groente- en fruitleverancier, de sportclub, de scouting, de kerk, de ontbijtservice en de daaran gekoppelde supermarkt en bakker, de coachingsbureaus, etc.), die de school in kruipen om maar onder de aandacht te kunnen komen van de meest beinvloedbare groep mensen en kinderen. 

Maar wat wil men in Den Haag nu precies? 
Een kwalitatief goede school met hoge opbrengsten, een goed pedagogisch klimaat, een goede didactiek in de school, waarbij kinderen het juiste aanbod krijgen volgens hun eigen onderwijsbehoefte(handelings gericht werken), kinderen moeten geleerd hebben informatiebronnen te raadplegen, te presenteren, samen te werken, en ga zo maar door. De opvallers moet extra aandacht worden geboden en hierbij zal de leerstof moeten worden aangepast richting een basis of richting extra werk. Daarnaast zal de ADHD-er, de autist, de dyslect en andere kinderen zo hun extra aandacht verdienen die zij weer nodig hebben in deze situatie, bij deze kinderen, op deze school.
Onderwijs is topsport, zegt men weleens gekscherend. Een leerkracht moet intussen van goede huize komen, wil hij al deze ballen hoog kunnen houden. En denk maar niet dat je met een verkoudheid effectief voor je groep kan staan, want zo'n dag voor de klas hakt er echt in.
Toch is het beroep van leerkracht het allermooiste vak. Pak van elke verandering iets mee voor jouw school. Zorg dat je kinderen begrijpt en ze zelfstandig op weg helpt, laat ze eigenaar zijn van hun eigen leren, luister en bevraag, zie toe en stimuleer. Intussen is het genieten van de successen en samen (met andere leerkrachten in de school) zoeken naar oplossingen, als je het even niet weet.
Zolang de leerkracht een doel heeft, een goed plan maakt en zijn doel probeert te halen, leerlingen verder weet te krijgen en zo de stapjes in hun ontwikkelingen volgt en verder vormt, komt het allemaal goed.
Weest u alleen voorzichtig met nog meer over de muur te gooien van de basisschool. We doen ons uiterste best, echt, meer kunnen we echt niet doen, sommige dingen kunnen wel anders.

donderdag 28 februari 2013

De terminologie van Passend Onderwijs

Passens Onderwijs heeft veel voeten in de aarde. Een hoop verschuivingen, heel veel nieuwe onderwijskundige terminologie en een snufje bezuinigingen. Dat alles samen heet Passend Onderwijs. Een structurele wijziging in het benaderen van het kind.

Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.

Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?

Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.




zaterdag 20 oktober 2012

Met hoofd, hart en handen

Het onderwijs vraagt om meer, dan alleen leerstof en kennis. Het vraagt om een bepaalde attitude van de leerkracht, die met hart en ziel les geeft en kinderen stimuleert en begeleidt.

Onderwijs is kennisoverdracht. Zo was het vroeger en zo is het nu. Maar onderwijs bestaat niet alleen uit kennisoverdracht, al lijkt dit misschien de grootste taak. Het is veel meer dan dat.
Naast de kennis vraagt het onderwijs ook om afstemming. Een leerkracht zal zich moeten verdiepen in die leerling. De kennis zal bij het ene kind op de ene manier gaan en bij een ander kind weer op een geheel andere manier. De een zal sneller leren, anderen zullen via beeldmateriaal makkelijker leren en  sommigen hebben veel herhaling nodig. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte, zijn eigen manier om zich dingen eigen te maken en zich verder te ontwikkelen. In het kader van handelings gericht werken een term die heel vanzelfsprekend is geworden.
Het vraagt van de leerkracht een flexibele houding, een bepaalde attitude, die leerkrachten zichzelf eigen kunnen maken. Een leerkracht leert ook dagelijks van zijn handelen. Samen met andere leerkrachten, de intern begeleider en de directeur kan het zijn lesgeven en zijn handelen onder de loep nemen en steeds weer verbeteren. Het is goed als een leerkracht kan reflecteren op zijn eigen gedrag. Welk effect heeft mijn manier van lesgeven op dit kind?
Onderwijs is ook de maatschappij in het klein. Een mini-samenleving waarin geleerd en gedeeld wordt, waarin gepresenteerd en gelachen wordt, waarin sociale competenties een belangrijke rol spelen. Kinderen moeten leren omgaan met de ander. Samen leren, samen communiceren, samen spelen en samen ontdekken. Maar ook samen oplossen, elkaar helpen, ruzies oplossen of samen verdriet hebben.
Onderwijs geef je met hoofd, hart en handen. Het hoofd gebruik je voor de kennis en dingen (aan) te leren. Het hart gebruik je voor de liefde van de medemens en de sociale vaardigheden. De handen gebruik je om te oefenen en om de geleerde dingen te doen, maar ook te laten zien hoe je vrolijk of verdrietig bent. Samen vrolijk zijn of elkaar troosten in het verdriet.
Onderwijs kun je daarom niet vangen in alleen CITOscores. Onderwijs is veel breder. Enerzijds de afstemming, anderzijds een prettig pedagogisch klimaat.
Onderwijs maak je samen, met hoofd, hart en handen.

zondag 15 april 2012

Grijs gebied

Een kijkje nemen in de hersenen, een grijze massa onder onze schedel. Misschien zelfs iets daarmee kunnen aantonen. Misschien iets kunnen aflezen uit de hersenen. Het lijkt allemaal een abracadabra of zelfs een beetje science fiction, maar er kan tegenwoordig steeds meer.


Prikkels vanuit je hersenen worden via zenuwbanen naar allerlei delen van je lichaam gezonden. Dat was al bekend. Als een miljardair 300 miljoen schenkt aan hersenonderzoek en er komen berichten dat je er meer aan kunt zien, ga ik even op het puntje van mijn stoel zitten en werken mijn grijze hersencellen op volle toeren.
N.a.v. een open dag in Nijmegen schreef een journalist in de krant over het kijken in de hersenen. Magnetische stimulatie van de hersenen schijnt een positief effect te kunnen hebben op depressiviteit. Neurofeedback is een methode waarbij een beloning (positieve feedback) wordt gegeven op gewenste hersenactiviteit. Allemaal wonderlijke wetenschappelijke ontdekkingen, maar wat kunnen we ermee?
Hersenen zijn ingewikkelde organen met allerlei verschillende gebieden. De een heeft een sterker ontwikkeld taalgebied, de ander is wiskundig veel beter. De een heeft zijn emoties meer ontwikkeld, de ander is het gezichtsvermogen kwijt door een hersenaandoening. 
Maar stel nou, dat er inderdaad in de hersenen gekeken kan worden hoe mensen reageren en wat mensen denken. Dat stond immers ook in de krant gisteren. Wat als je dan een verhoor afneemt bij een verdachte, en kunt zien wat hij denkt? Wat als je iemand kunt onderzoeken door in zijn hersenen te kijken?
Interessanter voor het onderwijs vind ik dat je als leerkracht kunt zien wat kinderen denken. Wat houdt ze bezig? Maar meer nog: Waar kan ik dit kind, in dit vak, in deze klas en met deze ouders, op deze school mee helpen? Dan zijn we ineens een stuk verder met handelings gericht werken en passend onderwijs. Dan wordt het ineens transparanter en hoeven we niet allerlei papieren te verzamelen om te bewijzen dat een kind hulp nodig heeft. Iedereen kan zien of aflezen op de hersenscanner wat dit kind nodigt heeft of juist niet. Wat zijn de stimulerende en belemmerende factoren? Het zou een stuk duidelijker worden en scheelt een hoop onderzoek, wat uiteraard weer uitgespaard kan worden. Gewoon even "meten" wat het IQ is, eenvoudig bekijken welk centrum goed en minder goed is ontwikkeld, en natuurlijk bekijken in welk deel van de hersenen het kind verder en beter gestimuleerd kan worden. Het zou prachtig zijn. Of toch niet?  Blijft dan geen privacy over? Zou je dan ook kunnen zien of een kind koekjes heeft gepikt thuis, of nog erger? Zou je ook kunnen weten wat kinderen in de vakantie hebben gedaan? Hoever kun je gaan en hoever mag je gaan? Kom je ook dingen te weten, die je eigenlijk helemaal niet wilt weten? Kun je bijvoorbeeld zien of een kind een dodelijke ziekte heeft? Kun je al zien of iemand slim is of niet door bepaalde afmetingen? Griezelig grijs.


Zo ver is het natuurlijk nog lang niet. En dit heeft toch iets weg van science fiction. Mocht het ooit zo ver komen, is het zaak hier weer goede afspraken over te maken, wat er door wie gezien mag worden. Wie er iets mee mag doen? Wie er toestemming mag geven om dit te bekijken? Kunnen de onderzoekers toch nog omscholen naar ander werk en hun grijze cellen ergens anders voor gebruiken. Komt er van bezuinigen weinig terecht, want er komen weer nieuwe uitdagingen, die de nodige energie vergen en hersenen gepijnigd zullen worden. Laten we het nog maar even houden bij stimuleren van kinderen, het omgaan met echte mensen, het koesteren van verschillen in alle leeftijden, dan te diep duiken in iets wat voor ons letterlijk en figuurlijk nog een grijs gebied is.