Nieuwsgierig geworden door een van de kinderen, die met school een keer in een klooster was geweest, heb ik me opgegeven via de kerk om hier ook een keer aan deel te nemen. Zeker in deze hectische tijd leek me dat eens een goede stap. Een stukje
rust en regelmaat kan geen kwaad. Mijn echtgenoot zei: Jij hebt lef!Afgelopen weekend was het zover. Twee mensen, een uit de RKkerk en een uit onze eigen PKNkerk, reden met mij mee. Het weer was niet al te best, maar dat hoefde te pret niet te drukken.
Vrijdagmiddag kwamen we aan en werden wij door de begeleidende pastor geleid naar onze kamer. Een hoog raam, dat ik meteen even openzette, deed me wat benauwen, maar de lamp verlichtte de kamer goed. Even het bed opmaken en mezelf weer voegen bij de groep. Na wat te hebben gedronken schreden wij geruisloos door de kloostergang naar een dienst. Een rustige broodmaaltijd en een gezellige kennismaking maakte de eerste dag af.
Voor sommigen van de gasten was het 4.00u. al weer tijd om op tijd bij de Nachtwake van 4.30u. te zijn. Ik niet. Mijn slaap heb ik hard nodig, dus de eerste twee diensten, ook de lauden, sla ik over.
Een heerlijk warm bed zonder achtergrondgeluiden maakte dat de in duister gehulde kloosterkamer al snel gevuld werd met mijn zacht geronk(volgens mij snurk ik niet...). Zzzzz.
Na wat getik op de deur en het woord ontbijt te hebben opgevangen, schrok ik wakker. Oeps, verslapen. Dat begint al goed. Snel in mijn badjas schietend, loop ik - lekker op blote voeten - naar beneden. Eerst een bak koffie en gauw nog twee boterhammen met pindakaas naar binnen geschoven. De derde dienst van die dag heb ik ook overgeslagen. Wassen, aankleden en even van mijn boek en rust genieten. Om 9.00u. begon het ochtendprogramma en werden de hersencellen, maar ook de gevoelige snaren, flink aan het werk gezet. Nadenken over vriendschap en wat dit voor ons als aardse mensen betekent, maar vooral ook welke rol God ons daarin gegeven heeft of misschien wel daarin stuurt, zet een mens aan het denken. Diepzinnige teksten, maar ook zomaar een goed gesprek met een wildvreemde, zijn mooi. Naast de rust heerst er ook een vorm van vertrouwen, openheid en veiligheid en dat zijn ongrijpbare, maar heel belangrijke woorden om een goede sfeer te creeren.
Diensten waarin steeds weer gezongen werd door de broeders op eenzelfde monotone klank begonnen me wat te irriteren. Hoe komt dat nou? Ik denk dat het voor mij allemaal onbekend terrein, het is een hele andere manier van een dienst vieren dan in een PKNkerk. Maar, en misschien was dat nog wel vervelender: ik kon niet meezingen. Ik zing graag, maar hier was het niet te doen en misschien qua vrouwelijke klank ook niet gepast. Toch straalde zo'n dienst ook iets vredigs uit, dus neem ik dat mee, lopend terug door de kloostergang, in stilte.
De middagmaal was warm. Prima eten, maar weer die stilte. Durf ik niet tot rust te komen? Wil ik me zelf zo graag horen? Ik weet het niet. Ik voel het eten als een sociaal gebeuren, in gesprek gaan met mensen die je niet zo goed kent, ik wil graag die deuren openen. Misschien ben ik wel te aards en kan ik het hemelse gewoon niet toelaten?
Zaterdagmiddag was er een film ('Shadowlands')over een bijzondere vriendschap, die uiteindelijk in liefde uitmondde. Prachtige gevoelige film, waarbij iemand vanuit zijn onhandigheid toch de liefde liet overwinnen, ondanks dat dit leven van die geliefde eindig was. Een film, waarbij ik af en toe niet keek, om te zorgen dat hij niet te veel binnenkwam en me te veel zou ontroeren. "Het verdriet is een onderdeel van het geluk" is een zin die steeds weer in mijn gedachte langskomt. Ik snap het niet goed. Ik weet wel dat als je ellende hebt meegemaakt, dat je daarna meer geniet van de mooie dingen, het verzacht de pijn, maar is dat altijd zo? Als iemand zijn eigen kind verliest? Is dat deel dan een onderdeel van geluk? Dat iets intenser wordt, begrijp ik wel. Dat zie je ook als er een ziekte ontstaat bij een dierbare. Maar dat dit verdriet een onderdeel is van geluk? Dat lijkt niet altijd te kunnen? Of zie ik het niet? Moet ik nog heel veel leren?
De diensten gaan intussen door en ik probeer - buiten de vroege diensten - alle diensten van de dag te volgen. De communie in een besloten kring is dan een mooi voorbeeld van iets dat je echt samen doet. Je hoort erbij. Zij horen erbij, maar ik hoor er ook mij. Ik mag erbij horen. Ik ben onderdeel van die viering. Goed opletten hoe anderen zich bewegen en wanneer de hosti wordt gegeten. Een slok wijn stroomt door je lichaam alszijnde dat God bij je is.
Tussen de middag heb ik samen met een van de andere gasten heerlijk buiten gelopen. Eindelijk de buitenlucht in, bewegen, iets doen en in ieder geval pratend contact zoeken. We hebben fijn gepraat over haar zorgelijke gezinssituatie.
Is dit wat God heeft bedoeld? Er komt rust en daardoor is er meer ruimte om te praten.
's Avonds na de maaltijd is er een complete, de laatste dienst.
Na die dienst kwam een van de oudere broeders iets vertellen en wij mochten vragen stellen. Achteraf gezien was dit voor mij een van de hoogtepunten. Wat kon deze man zijn verhaal prachtig vertellen. Helemaal niet hoogdravend, maar gewoon puur zoals hij het zag en beleefde. Mooi hoe het huwelijk tussen twee mensen vergeleken werd met een broeder die het huwelijk aangaat met de kerk. Onbegrijpelijk, maar daardoor meer een plekje te geven. Waarom kiezen jonge mannen in deze tijd om bij een klooster aan te sluiten? Wat beweegt hen? Hoe denken ze over 10 jaar? Hoe wereldvreemd ben je dan? Als vrouw in deze wereld, waarin je allemaal idealen hebt, die je wilt bereiken, waarin je wilt studeren, werk zoeken, een gezin stichten en waarin je merkt dat dit allemaal zo vreselijk veel voldoening geeft, begrijp ik deze mensen hier helemaal niet. Ben ik te nuchter? Geloof ik niet goed genoeg in God? Kan ik eerst voor God kiezen en vervolgens voor mijn gezin? Kan ik alles achter me laten en Jezus volgen? Ik kan dat helemaal niet.
De twijfel slaat toe, de bewondering neemt toe voor broeder Christian. Een man die in de wereld is begonnen als priester en nu zijn leven in het klooster afmaakt. Ik kan het niet!
Ook de zondag is geen vroegertje, hoewel, om half 8 aan de ontbijttafel, gewassen en aangekleed is voor een weekend toch erg vroeg. Na de afwas in gesprek met een van de gasten. Een open vrouw, wiensd leven ook niet altijd rozegeur en maneschijn is geweest, maar er wel een goed leven van heeft gemaakt. Wat knap! Ben ik wel tevreden genoeg? Ik heb het hartstikke goed op dit moment. Ben ik wel dankbaar genoeg?
De dienst daarna was er een die weer een dienst was van de broeders, ik voelde me een van de gasten, een buitenstaander. Het is mooi en gastvrij dat ik erbij mag zijn, maar ik maak er geen deel van uit. Dat is jammer. Daardoor raakt het je minder of soms helemaal niet. Het lijkt zelfs even een andere God, maar goed, dat kan natuurlijk niet. We geloven immers in dezelfde God.
Is God modern? Wil God dat we zo leven als de broeders? Heeft God het leven zo bedoeld? Ik geloof het niet.
Het ochtendprogramma werd gevuld met een wandeling buiten. Bijzonder als je eerst je eigen gedachte op de loop laat tijdens het luisteren naar de buitengeluiden.
Lopend langs de muur van het klooster rollen er gedachten door je hoofd. Door de muur denk ik aan de lagere school. Het soppige gras beweegt onder mijn schoenen, een kikker springt weg. Een gesprek met een leverancier van school komt binnen. Bloemen links en rechts van de weg. Ik denk aan de oudste zoon, die de lerarenopleiding biologie doet. Steentjes schieten af en toe in mijn sandaal. Wat is het heerlijk buiten! We kijken over de muur naar het kerkhof. Hoe zou het met mama zijn? Er volgen bordjes met ven/bos. We beginnen te praten over vriendschappen. Vriendschappen zijn toch bijzondere verbintenissen. Echte vrienden zijn er niet zo veel. Zijn de mensen, met wie je nu in het klooster zit ook vrienden? Nee, ze kunnen het wel worden. Voor mij zijn ze dat (nog) niet. Echte vrienden zijn langdurige relaties, bij wie je met vreugde en verdriet terecht kunt. Soms kunnen collega's ook vrienden worden, dat is weleens lastig.
De eucharistieviering is een wat vollere kerk. Bladerend door de liturgie denk ik "YES, eindelijk wat bekende liederen". Een hoog Latijngehalte, veel rook en toch nog veel onbekende liederen maakte deze dienst eigenlijk wat tegenvallend. Het lijkt wel of ik boven op het balkon sta en van een afstandje mee mag kijken. I.p.v. meebeleven, meevieren en meezingen.
Een warme maaltijd maakte het lijf weer gelukkig en voldaan bracht ik mijn tas naar de auto. Een laatste samenkomst in de zaal op de tweede verdieping. Terugkoppeling van de vriendschap, maar ook een terugkoppeling van het weekend. Wat heeft het me opgeleverd, wat was goed, wat heeft me geirriteerd, wat was bijzonder?
Eigenlijk heb ik dat hierboven in gedachtes al beschreven. Het was een ervaring, die me niet meer kan worden afgenomen.
Bij het afscheid merkte ik dat er een aantal mensen waren, tot wie ik dichterbij ben gekomen. Naast de rust was dat misschien wel het mooiste wat een mens op dat moment kan bereiken. Is dichterbij mensen ook dichterbij God? Wie weet krijgt dit ooit nog een vervolg, als ik zelf wat verder ben.
In ieder geval was ik blij dat ik weer thuis was, met beide benen op de grond, tussen man en kinderen, een huis waar ik me veilig voel. Een huis waar ik weer in mijn eigen rol kan meedoen.


