On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 25 februari 2012

Arm en rijk


In de media wordt het getoond. Om ons heen zijn ouderen met een mager AOW-tje en een klein pensioentje, die het zichtbaar moeilijk hebben om rond te komen. Wat is de grens van de armoe. Hoe rijk zijn we eigenlijk? En wat zijn de verschillen tussen arm en rijk. Wat is arm? Wat is rijk?

Om met het laatste te beginnen. Ik denk dat ik kan spreken van rijkdom. Niet alleen in een redelijke hoeveelheid geld en goederen, maar ook door een fijn gezin, een goede baan, een dak boven mijn hoofd, sociale contacten en lieve familieleden. Het leven is mooi. Het is goed zo. We kunnen een wintersportvakantie niet betalen, maar daarentegen veel andere dingen wel. En het is prettig om nog idealen hebben, wensen waar je naar uit kunt kijken, toekomstdromen.
Wat is arm? Als je bepaalde basisbehoeften niet kunt betalen of als je heel erg weinig overhoud na aftrek van vaste lasten? Of: als je alleen woont en weinig lol meer hebt van het leven. Er zijn geen uitdagingen meer. Je doet niet meer mee in de samenleving. Je hebt geen toekomstdromen meer.
Zo zie je bij ouderen vanaf een jaar of 65, dat ze geen werk meer hebben, hun sociale contacten dunnen uit en ze wonen ook nog alleen. Dan is de kans groot dat ze armoe erger ervaren. Niet alleen door de krapte aan geld en mogelijkheden, maar als je de hele dag alleen moet doorbrengen en je hebt niet eens geld voor een sportclub of andere sociale bezigheid, dan wordt het echt wel triest. Vaak hebben deze mensen al het een en ander achter de rug en zijn ze mensen uit hun omgeving kwijtgeraakt. Je ziet dat er weinig leuke dingen overblijven. Als je dan ook nog eens weinig geld hebt, kun je gewoon niet zo veel. Je toekomst valt in duigen. Je voelt je ongelukkig.
Zelf ben ik nog lang niet toe aan die fase, juist omdat je nog midden in een werksituatie zit, kinderen hebt thuiswonen en sociale contacten hebt. Verder is er geld om dingen te doen, ook al moet je daarin keuzes maken, dat geeft niet. Ik hoef niet perse op een cruiseschip om een leuke vakantie te hebben. Een kampeervakantie vind ik heerlijk.
Maar wat is nu precies armoe?
Zoals ik net al zei, is dit tweeledig. Weinig kunnen kopen of doen, maar minstens zo belangrijk of misschien wel belangrijker is het feit hoe je je kunt bewegen in de omgeving. Hoe kunnen mensen uit een sociaal isolement komen, zich daardoor beter en misschien zelfs rijker voelen. Hoe kun je mensen weer idealen geven?
Met z'n allen kunnen we wijzen naar de overheid die de zaken beter moet regelen en de werkende massa bijvoorbeeld moet laten doorwerken tot 67 of misschien nog wel langer. Prima. We kunnen ook kijken wat we aan het sociale aspect kunnen doen in deze individualistische maatschappij.
Is er niet iets wat kan zorgen voor meer contact met elkaar, voor zover mensen daar behoeften aan hebben natuurlijk. In veel flats en verzorgingstehuizen wordt dit wel geprobeerd en gerealiseerd. Van handwerkclubjes tot praatgroep. Van wandelingen tot bezoekjes. Toch bereiken we niet iedereen.
In december heeft onze school koekjes versierd en verpakt. Met de kinderen uit groep 1/2 zijn de koekjes weggebracht en hebben de kinderen gezongen in een bejaardentehuis. Dit is zomaar een initiatief dat bij kan dragen aan contacten tussen jong en oud in eenzelfde buurt. Maar er zijn misschien wel veel meer ideeën die kunnen stimuleren om ouderen bij de samenleving te betrekken. Zo was er tijdens onze projectweek over "beroepen" ook een oudere man, een opa van een van de kinderen, die zijn werk als huisarts zat te vertellen in de groep waar het onderwerp ziekenhuis en ambulance ter sprake kwam. Geweldig!
Kunnen ouderen een rol krijgen binnen een sportvereniging, een buurthuis, maatschappelijke voorzieningen, scouting, basis- en middelbare scholen en ga zo maar door? Om ouderen ook onze zorg te laten zijn, kunnen we hen vast op meerdere manieren betrekken bij ons dagelijks werk. Zij hebben immers een enorme levenservaring, waar velen nog iets van kunnen leren. Kunst is om hun kwaliteiten op een goede manier in te zetten. Wie biedt?

vrijdag 24 februari 2012

Positief denken


Positief denken maakt een mens gelukkiger en leert de dingen beter te relativeren. Een optimistisch karakter geeft ruimte, geluk, een happy gevoel en je staat gewoon gezelliger in het leven. Als er een stroming bestond t.a.v. optimisme of positivisme zouden we er allemaal lid van moeten moeten worden.

Hoe lekker kan het soms zijn om even te klagen en te zeuren. Het lucht op en we kunnen weer verder. Hoe heerlijk is het om soms eventjes te roddelen over vervelende zaken, vervolgens stappen we weer in ons dagelijks ritme.
En toch... overheerst soms het negatieve geluid.
Sinds een poosje volg ik de Twitter "4positiviteit" (de avatar heeft een duim omhoog) en "Omdenken". Deze twee sturen dagelijks berichten via Twitter, die mij altijd even aan het denken zetten. Ze leren je relativeren, ze laten je vaak even glimlachen, zorgen dat je op andere gedachte wordt gebracht en laten het verder met rust, zodat het een weg bij jou gaat vinden (of niet).
Natuurlijk is het zo dat je geluk beter kunt ervaren, als je ook verdrietige, ongelukkige, lastige of anderszins moeilijke momenten hebt meegemaakt. Toch kun je voor jezelf het leed verzachten, door aan zaken een bepaalde draai te geven. Sommige dingen liggen buiten je eigen invloed en horen bij het leven. De kunst is om die dingen een plek te geven en verder te gaan. Te genieten van de dingen die er wel zijn. Te luisteren naar de vogels buiten. Te realiseren dat je het goed hebt met een dak boven je hoofd, verwarming, kleren, goede vrienden, familie, misschien werk, leuke hobby. Zonder de dingen die lastig zijn te verbergen, je moet ze de tijd geven om te verwerken.
Voor de een is dat makkelijker dan de ander, maar je kunt het leren om hier positiever mee om te gaan.
Wanneer de auto het niet doet, baal je enorm. Toch kun je ook dit relativeren. Je komt misschien mensen tegen in de trein. Je maakt buiten een wandeling, die eigenlijk gewoon best lekker is. Bedenk zelf nog eens iets.
Wanneer een goede vriend overlijdt, heb je veel verdriet. Dan is het fijn om zijn goede herinneringen boven te halen. Wat heeft deze vriend voor jou betekend? Welke nieuwe relaties ontstaan weer daarna? Denk eens aan fijne dingen.
Het leven kan soms raar lopen. Laten we niet te krampachtig vasthouden aan bepaalde verworvenheden. Een wending kan soms ook juist nieuwe inzichten geven en het leven verrijken.
Wat ik met het bovenstaande vooral wil zeggen is dat we soms best eens even mogen mopperen, maar laten we oppassen, dat we niet in het negatieve blijven hangen. Geniet van de mooie dingen, leer van de lastige. Bedenk dat het leven van morgen totaal anders kan zijn dan die van gisteren. Anders kan mooier zijn, minder mooi, maar probeer er mee om te gaan, zoals het op je pad komt en maak er wat van! Dan heb je een gelukkig leven.
Tip voor vandaag: Bedenk aan het eind van de dag eens drie leuke dingen die er zijn gepasseeerd en schrijf ze op. Probeer het gevoel vast te houden.

vrijdag 17 februari 2012

Social Media

Wat kunnen we met "social media" op een basisschool? Welke voordelen heeft social media op leerlingen van 4 - 12 jaar? Welke nadelen ondervinden wij en zij ervan? Zulke jonge kinderen kunnen toch nauwelijks nog iets met social media verrichten? Dit is toch meer iets voor middelbare scholieren? Of toch niet?


Allereerst is het goed om als basisschool bewust te zijn van de mogelijkheden die social media met zich meebrengen, want naast de leerlingen, hebben wij te maken met jonge ouders, die wel allemaal actief zijn op de digitale snelweg. Zij racen via hun mobiele telefoon of tablet van Facebook naar Twitter. Hyves is misschien wel weer wat "uit". 
Door de bewegingen van ouders kun je social media goed gebruiken als extra informatiebron, welke telkens verwijst naar een vaste plek: de website van de school.
Naast het feit dat ouders actief kunnen zijn, zijn ook de kinderen in de hoge groepen al aan het experimenteren met Facebook en Hyves. 
Samen met de ouders is het als basisschool belangrijk dat je deze jonge beïnvloedbare kinderen leert om te gaan met alles wat op het internet verschijnt, maar zeker ook wat je er zelf op achterlaat.
Naast de kinderen hebben we ook te maken met leerkrachten, die het leuk vinden om actief te zijn op Facebook, LinkedIn, Youtube, Twitter en andere mogelijkheden van social media. Leerkrachten zijn volwassen genoeg om zelf te kunnen bedenken wat er wel en niet op het internet kan worden gezet. Of is het toch belangrijk om hierover in gesprek te blijven? Te zorgen voor waarden en normen? Te zorgen voor "op eigen titel spreken" en "vanuit de school" spreken. Om ook hen bewust te maken, dat wat je op internet zet, altijd weer kan worden teruggevonden door anderen.
Ik denk, dat het zeker ook op de basisschool zijn intrede heeft gedaan. In de bovenbouw hebben veel kinderen een Hyves-account. Steeds jonger komen kinderen in aanraking met msn en hotmailaccounts. Steeds meer is het goed om hen bewust te maken dat er er weleens heel iemand anders achter die chat kan zitten.
Dan is de vraag of je op een basisschool bepaalde sites moet afsluiten. Zelf heb ik op verschillende basisscholen gewerkt. De een had een protocol, de ander sloot bepaalde websites af. Het is goed om kinderen de verantwoording te geven, ze te leren melden, als ze op een rare site stuiten. Als er niet altijd genoeg toezicht is, kun je bepaalde chatrooms misschien afsluiten. Toch lijkt mij het beste om kinderen te leren hiermee om te gaan, hen de verantwoording te geven en zelf de consequenties te aanvaarden als zij zich niet aan de regels houden. Betekent dat er wel toezicht moet zijn. Alleen dan krijg je eigenaarschap bij de leerlingen. Zij kunnen leren wat wel en niet kan.
Laten we er niet voor weglopen. Zorg dat je als volwassenen weet wat kinderen doen, maar zorg ook dat je weet hoe het werkt. Handig is om zelf ook een Hyves-account te maken en je eigen kind op te zoeken, dan weet je wat ze doet. Alleen dan kun je ze op een juiste wijze helpen en waarschuwen. Alleen dan kunnen we de kinderen van 4 - 12 jaar goed op weg helpen in deze grote digitale wereld. Dan kunnen we er ook plezier uithalen en bijvoorbeeld chatten met een Engelse school of kinderen uit Spanje. Dan zie je ineens ook de voordelen van alle mogelijkheden.
Veel plezier! Dan Twitter ik deze blog ook weer even door.

maandag 6 februari 2012

CITO stress


Het is maandag 6 februari. Iedereen is druk in de weer met allerlei zaken, die de dag vullen. In de loop van de dag vraagt de leerkracht van groep 6/7/8 of er al een pakketje is binnen gekomen. Nee, nog niet. Navragend bij de IB-er, die ook nog op een andere school werkt, hoorde de leerkracht, dat de andere school de spullen van de CITO eindtoets van groep 8 al lang binnen heeft.
Dat is gek. De betreffende leerkracht komt weer bij mij en we gaan eens goed rondkijken hoe het zit. Niets. Navragen bij de school, die in hetzelfde gebouw is gehuisvest levert niets op. Navraag bij de BSO levert niets op. Hoe kan dat nou? Bellen met CITO lukt niet, helpdesk gesloten. Mailen met CITO, levert de volgende zin op "u krijgt binnen 3 werkdagen bericht". Niets niets niets. De adrenaline begint wat harder te stromen. Wat moeten we tegen de kinderen zeggen morgen. Ze zijn al zo zenuwwachtig. Wat moeten we tegen de ouders zeggen? Uitstellen? Later op de bus doen? Via de computer de CITO laten maken?
We lopen nog een keer door de school om te zoeken naar een doosje of dikke envelop. Niets. Niet op de kapstokken, niet op de kasten, niet bij de verschillende deuren, die het gebouw kent.
We komen de schoonmaker tegen en vragen of hij misschien een pakje heeft gezien, dat vorige week is bezorgd, waarin de CITO van groep 8 zit. Ja, zegt de schoonmaker, ik heb vrijdag een pakje bij de post gezien en hier op de tafel in de gang gelegd.
Maar dan moet het in de school zijn.
We lopen samen nog een rondje door de school. De leerkracht belt intussen het thuisfront om te zeggen, dat we iets later zijn. We lopen via de aula naar de andere ingang. Niets. We lopen naar boven en kijken op de gang. Niets. We lopen naar de teamkamer en zien... een doos staan, hoog in de vensterbank, een beetje verstopt. Zou dat...? We scheuren het pakje samen open. Dit is... dit is... DIT IS HET! We vliegen elkaar even om de nek en halen opgelucht adem. Pffffft, de kinderen hoeven geen stress meer te hebben, die hebben wij wel even voor ze gehad.
Alleen nog even regelen, dat er iemand bij groep 8 gaat zitten, want de leerkracht die dat zou doen was ziek geworden. Als ook dat is geregeld kunnen we opgelucht ademhalen en rond half 7 naar huis.
En dan maar denken dat kinderen CITOstress ervaren.

zaterdag 4 februari 2012

Een koude wereld?


Men zegt dat het goed is om midden in de natuur te zijn. Groene omgeving, gras, planten, bomen en allerlei gekleurde bloemen. Echt heerlijk. In de winter zal het allemaal iets minder groen zijn, maar toch genieten we van bos, strand en de natuur in de vorm van bijvoorbeeld vogels, die nog een plekje weten te vinden of nog aan een pindasnoer hangen. Er heerst rust. Er is ruimte. We ruiken de frisse buitenlucht en snuiven de koude lucht op.
Hoe geweldig is het dan, als de wereld plotseling onder een witte deken ligt. Prachtig hoe de sneeuw blijft liggen op die kale takken, die nu ineens een ander aangezicht krijgen. Hoe mooi is een halve bevroren sloot, met in een klein gedeelte van water een hele familie met eenden, meeuwen en meerkoeten. Hoe wonderlijk liggen de belopen grasvelden erbij vol met voetstappen, hondenpootjes en vogelafdrukken. Hoe geweldig ingepakt zitten kinderen op sleetjes, proberen grote jongens hoe hard het ijs is en heeft iedereen pret, gewoon ijspret.
Weg met die sombere winter en die grauwe sluier. Op naar naar vrolijke rode neuzen, knalrode wangen, gekleurde sjaals, mutsen en handschoenen, spelend van plezier.
Schaatsen uit het vet, de Elfstedenkoorts gaat weer beginnen. Nederland bruist!
Dan is de winter toch weer eventjes de moeite waard om van te genieten.
Als het buiten koud is, wordt binnen de verwarming aangezet, eten we erwtensoep met rookworst of allerlei overheerlijke stamppotten. Lekkere dikke gebreide truien en met een paar met bont gevulde sloffen koesteren wij ons op de bank.
Op Facebook verschijnen allerlei met grandioos gevulde sneeuwfoto's.
En toch...
Geef mij maar weer de eerste sneeuwklokjes, narcissen en krokussen, die uit de grond komen, het warme zonnetje, dat straks weer energie geeft op mijn gezicht, langer naar buiten en genieten van de langere dagen. Gelukkig is het al februari. De dagen worden lichter. Als de voorjaarsvakantie geweest is, worden de zonnestralen warmer en warmer. Die witte wereld zien we dan weer terug op plaatjes. Ons lijf kan dan weer volop genieten van de aankomende zomer. Want we houden te veel van Nederland om de koude witte wereld te ontvluchten.
Straks zitten we weer midden in die groene natuur. Heerlijk! Ik krijg het al warm van binnen.