On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label werken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werken. Alle posts tonen

zondag 19 juni 2016

Grenzen verleggen als je 100 wordt?

Baby's die nu worden geboren hebben grote kans om 100 jaar te halen of misschien wel ouder worden. Dat is onderzocht en bewezen. We worden steeds ouder. Wat heeft de leerling van nu nodig om oud te worden? De vraag is ook of we gezond oud worden, kunnen we de snelheid van wat we leren wel bijhouden, hoe is het met de werkdruk gesteld en hoe kunnen we dit opvangen met het werkende deel van Nederland? We kunnen de pensioenleeftijd niet blijven opschuiven.


Wat moeten we op de basisschool aan leerlingen meegeven om zich later in de maatschappij goed te kunnen handhaven, gelukkig te worden en zichzelf te kunnen redden? Het is al een uitdaging op zichzelf om te bekijken wat leerlingen op de basisschool moeten leren. Naast basisstof zoals lezen, rekenen, spellen, begrijpend lezen is het goed om leerlingen kennis van de wereld mee te geven. Een basis.
De vraag die nu ook steeds meer leeft, is of leerlingen zelf kunnen (mee-) bepalen wat ze moeten leren. Dat kan voor een deel wel, maar lezen en rekenen zijn vakken die elke leerling gewoon goed moet worden onderwezen. Je kunt immers niet zonder.
Wat voor de leerling wel meer speelt dan een x aantal jaren geleden is plannen, ordenen, opzoeken, samenwerken, presenteren en andere vaardigheden om de inhoud van de leerstof een doel te geven en te gebruiken. Het draait niet alleen om kennisfeiten uit de geschiedenis, maar meer om wat je hiermee kunt doen. Zo is onderzoeken een belangrijke vaardigheid geworden, die leerlingen, maar ook volwassenen steeds meer in hun werkende leven moeten gaan toepassen om verder te komen en beter te ontwikkelen en te kunnen doorgroeien.
Nieuwsgierigheid is een eigenschap die we op de basisschool al moeten blijven stimuleren. Zeg ook gerust dat je iets niet weet als docent. Kom erop terug. Zoek iets uit. Dat geeft ook een verbinding tussen leerling en docent.
Hoe kunnen we dan gezond oud worden? Mensen hebben hiervoor kennis nodig om zich bewust te worden wat goed is. Gezond eten en bewegen, maar ook ontspannen en niet voortdurend in die 24-uur-maatschappij bereikbaar zijn. Het zijn zomaar zaken van een razendsnelle maatschappij die snel verandert. Nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding is goed. Maar de tegenhanger van bijvoorbeeld mindfulness en yoga of mogelijke andere varianten leren ons ook om de rust te vinden en familie en vrienden belangrijker te vinden dan ons werk. Dat laatste geeft aan dat de verhouding privé - werk niet altijd een goede balans heeft. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan.
De steeds snellere maatschappij sluit sommige mensen buiten. Er gebeurt veel op social media, binnen alle mogelijkheden van de digitale snelweg en ook op het gebied van devices. Benieuwd wanneer de googlebril beschikbaar wordt, of er straks auto's zelf van A naar B kunnen rijden en of we inderdaad een reisje naar een andere planeet kunnen maken. Het lijkt wel science fiction. De grenzen worden voortdurend verlegd.

Kunnen we dit allemaal wel (blijven) bolwerken? Een steeds snellere maatschappij, waarbij niet iedereen kan meedoen omdat ze simpelweg het geld er niet voor hebben, de snelheid niet aankunnen of gewoon minder affiniteit hebben met de digitale wereld? Je kunt niet meer zonder, al heeft mijn eigen moeder (geboren 1925) nog nooit een computer aangeraakt. Werk gaat sneller. Nieuws gaat sneller. Veranderingen worden sneller doorgevoerd. Er wordt meer verwacht. Er is veel transparantie (waarvan ik zelf denk dat dit ook niet altijd bevordelijk is), waarbij data worden vergeleken. Alles moet effectief en efficiënt, maar het 'praatje' tussendoor mag niet meer worden gezien als werk, terwijl het stukje relatie zo belangrijk is. Of het nu gaat om netwerken of even die aandacht voor elkaar. We zijn toch geen machines?
Als we steeds ouder worden, moet het werkende deel van Nederland de pensioenen van het de ouder wordende mensen opvangen. Dit is niet eindeloos. Een werknemer van 64 heeft meestal een ander energielevel en zal qua digitale kennis toch op een ander niveau zitten. Wat voor een 25-jarige vanzelfsprekend is, moet een 60-jarige echt worden aangeleerd. De rollen worden omgedraaid.
Kan iemand straks doorwerken tot 70? Haalt iedereen de 70? Het is nog niet zo eenvoudig om hier uitsluitsel over te geven.
Als ik het allemaal mag halen, wil ik best langer doorwerken, mits ik gezond ben en de energie nog kan opbrengen. Toch is het niet eindeloos oprekbaar. Wat is de kwaliteit van het leven van mensen tussen de 60 en de 70? Wat kun je allemaal nog aan? Kun je de snelheid van de maatschappij echt wel bijhouden en meedraaien in je werk? Moeten er aangepaste banen worden gecreëerd?
Ik weet niet of we blij moeten zijn met al die 100-jarigen. Mooi als het lukt, zorgelijk als het allemaal niet blijkt te lukken. Dat vergt aanpassingen voor iedereen die nu werkt en straks een pensioen wil genieten.
Genoeg zorgen voor nu, morgen weer lekker aan het werk, en bezien hoe lang we dit kunnen doen. De tijd zal het leren. En die tijd vliegt. Geniet dus van hetgeen je hebt: liefde, warmte, eten, leven, vrienden, natuur, bewegen, gezondheid, etc. of je nu 100 wordt of niet.



zaterdag 29 december 2012

Digitaal verkeer 2: Technostress in het onderwijs

O jee, opgepast: Mogelijke stressverschijnselen door al het digitale verkeer via mobiele telefoon, Ipad, minilaptop of ander digitaal instrument waarop e-mail, Facebook, Twitter, LinkedIn, Whatsapp of Hyves te installeren zijn. Op ieder moment van de dag bent u oproepbaar. Op elk moment kunt u even checken. Een trilsignaal of belgeluid haalt u uit de dagelijkse wereld en trekt u zo het digitale wereldje in. Een nieuw woord is geboren: technostress.

Is het erg dat u oproepbaar bent? Kunt u een halve dag zonder uw mobiel? Wat doet u in het weekend? Bent u onmisbaar?
Een echte workaholic zal de laatste vraag waarschijnlijk met "nee" beantwoorden. Echter... Iedereen is vervangbaar. Ook al heeft u nog zo'n belangrijke functie en bent u zo'n belangrijke schakel in uw werk. Ja, ook u. En ja, ook ik.
In de wereld van nu is de computer en al het digitale verkeer niet meer weg te denken. Nieuws verspreid zich razendsnel. Mailtjes stapelen zich op in uw mailbox. De telefoon rinkelt of trilt. Facebook staat bol van allerlei wetenswaardigheden. Twitter meldt leuke en minder interessante feitjes. Wie volg je wel en wie volg je niet.

Het gaat er nu om of we ook in het weekend en 's avonds moeten doorwerken? Blijft u 's avonds ook checken? Blijft u steeds maar bezig met uw werk? In sommige bedrijfstakken zal dat zeker nuttig zijn. Als ik denk aan de politie of de verzorging, dan gaan dingen door.

In het onderwijs kun je veelal af met ingeplande tijd. Maar dat moeten we wel afspreken met elkaar en leren. 
Bij ons op school hebben we ook geconstateerd dat de hoeveelheid mail groter en groter wordt en dat dit voor sommigen de werkdruk aanzienlijk kan verhogen. Het heeft ons als teamleden onderling, maar ook naar de buitenwereld (lees: ouders) aan het denken gezet. Moet alles worden gemaild? Hoeveel kun je samenvoegen tot 1 mail of de nieuwsbrief of de interne memo? Hoeveel informatie zet je op de website van de school of geef je in 1 keer door? Is er bewust gekozen voor een spreiding? Het zijn vragen waar je niet altijd een klinkklaar antwoord op kunt geven.
Er zijn wel een paar afspraken. In het weekend wordt in principe niet gemaild. Het aantal mails naar ouders wordt beperkt. Pas op voor "all reply", je hoeft immers niet altijd naar iedereen een mail te bentwoorden. En zo kan ik er nog wel een paar bedenken. Maar daarmee ben je er nog niet.
Zo kun je ook naar je eigen gedrag kijken wat betreft mail, en laat ik dan gerust bij mezelf beginnen. Beantwoordde ik in het verleden direct alle mail die binnenkwam, stel ik dit nu gerust een dag of meerdere dagen uit. Zeker als het niet belangrijk is. Soms kun je een mail ook aannemen en verwijderen, niet alle mail hoeft beantwoord te worden. Zeker niet een mail ter info of die jij cc. hebt gekregen.
Zelf vind ik het wel prettig om regelmatig even te checken of er iets bijzonders is en dat heeft niets te maken met onmisbaarheid. De collega's weten, dat als je me direct wilt bereiken, je gewoon moet bellen, net als een ziekmelding overigens.
Naast deze technostress is het via internet een mooie bijkomstigheid om jouw school op de kaart te zetten. Met een eigen Twitteraccount, een eigen Facebook en een mindergebruikte Hyves laat je jezelf zien. Je kunt je als school profileren. Bovendien leer ik als beheerder van deze accounts de ouders en de kinderen kennen, ook op een andere manier. En dat levert mij weer een stukje werkplezier op.
Mocht je daarbij zelf ook deze kanalen gebruiken, wees daar dan weer voorzichtig mee. Houd werk en prive gescheiden. En wees je bewust wat je op het internet zet. Iedereen kan het immers lezen.
Om nu te zeggen dat ik last heb van technostress? Nee, ik niet. Mijn omgeving hier thuis heeft er wel last van. Nee hoor, ze hebben geen last van hun eigen mobieltjes of computer. Ze hebben last van hun onbereikbare  vrouw/moeder die toch nog regelmatig thuis zit te werken. Ook daarin valt dus nog een slag te slaan. Maar ja, hoe zullen we dat noemen? 

zaterdag 13 oktober 2012

Agenda

Heb je je agenda bij je? Dan kunnen we een afspraak maken. Heb je de agenda bij je, dan kunnen we beginnen met de vergadering. Heb je de agenda gezien, op woensdag is er een kijkavond.

Het woord agenda stamt uit het Latijn, en betekent vrij vertaald: 'dat wat te doen is'.

In een schoolagenda of een agenda voor een heel kalenderjaar schrijf je afspraken en houd je alles bij wat je moet doen. Je huiswerk bijvoorbeeld. Of het oudergesprek dat gepland staat. Een rooster of een afspraak met de tandarts. Het staat - meestal met de tijd erbij genoemd - op de goede datum en dag.
De agenda voor een vergadering geeft weer welke punten er besproken moeten worden, dus wat er te doen is in de vergadering. Of dit nu een teamvergadering, een ICTvergadering of een buurtvergadering is, er is duidelijk wat er te doen is.
Een agenda kan ook een overzicht van activiteiten zijn. De agenda van de muziekschool bijvoorbeeld. Alle data waarin duidelijk is wat er op die dag in de muziekschool te doen is.
Interessant wordt het als we het hebben over een dubbele agenda. Een verborgen agenda bevat dingen die niet formeel zijn afgesproken. Het is informeel beleid tussen bepaalde personen of organisaties. Personen of organisaties kunnen zo een eigen (verborgen) agenda hebben. Het is niet duidelijk voor iedereen en het staat vaak niet op papier.
Over het laatste: een digitale agenda is vaak ook niet zichtbaar op papier, maar op de computer, de mobiele telefoon of de iPad. Zo kun je bijvoorbeeld via Google een Agenda delen met elkaar. Makkelijk.
Dus dat wat te doen is, staat wel of niet vermeld op een agenda.
Toch is de verborgen agenda iets dat niet zichtbaar is, iets tussen verschillende mensen of organisaties, maar heeft ook nog een subjectieve bijklank. De agenda op papier, in de krant of op de computer is een zakelijk instrument om de zaken op een rijtje te krijgen. Feitelijk controleerbaar. Die verborgen agenda blijft iets vaags, het kan positief of negatief zijn, het heeft een lading. Er zit iets aan vast. Iemand heeft er een bedoeling mee.
Voordat er een verborgen agenda is, is er vaak een dubbele agenda. Twee partijen hebben iets bekokstoofd en moeten allebei met hun verhaal naar de achterban. Om beiden met een mooi verhaal te komen kunnen ze een dubbele agenda hebben. Zo wordt de dubbele agenda als ontsnapping gebruikt. Wanneer niet alles bespreekbaar is, en de dubbele agenda wordt als truc gebruikt, hebben we het over een verborgen agenda. 
Het klinkt allemaal ingewikkeld, maar doen wij dit niet allemaal weleens om zaken in goede banen te leiden? Een vader en een moeder die samen iets bespreken waarvan de kinderen niet altijd weten hoe de vork in de steel zit? Soms om te zorgen dat iets nog iet weten. Soms om hen te beschermen. Soms om een verrassing nog even achter te houden. En soms in het belang van bepaalde personen of zaken.
Toch vind ik openheid van zaken belangrijk. Eerlijk zijn, bespreekbaar maken, ervoor gaan, desnoods naar oplossingen zoeken. Dat is niet altijd de makkelijkste weg. Maar weglopen voor dingen kan nog erger zijn. Soms hebben dingen hun tijd nodig, dan is het goed om even te laten rusten, maar verberg het niet. Verstop het niet. Geen struisvogelpolitiek.
Tja, dan moeten we nu maar weer eens nadenken wat er op de volgende agenda van de vergadering komt. Laten we eens in onze agenda kijken op welke datum die staat. Dan kijk ik het jaaroverzicht of de agenda nog even na welke activiteiten er nog gaan plaatsvinden.
Weet wat je te doen staat: Vergeet je agenda niet! 

zondag 9 september 2012

Gelukkig werken.

In het blad ZorgPrimair, dat ik in bezit krijg door het vakbondsblad van CNVO, stond een stukje over een praktisch boek met als tweede titel, "versterk je persoonlijk leiderschap". Het eerste deel van de titel is "Gelukkig werken". Geschreven door Onno Habsburger en Ad Bergsma. Het mooie van dat eerste stuk van deze titel is, dat het op verschillende manieren gelezen en geinterpreteerd kan worden.

'Gelukkig werken' kun je met verschillende intonaties ten gehore brengen.
1. Gelúkkig werken. Wanneer je het achter elkaar zegt en de nadruk op gelukkig legt, denk je aan fijn werk, waar je gelukkig van wordt. Iets waar je plezier aan beleefd en wat ook nog resultaat boekt waarschijnlijk. Dat maakt immers gelukkig.
2. Gelukkig ... werken. Wanneer je een rustpauze neemt tussen het eerste en het tweede woord, komt automatisch de nadruk te liggen op werken. Fijn dat je mag werken. Goed dat je werk hebt, deel uitmaakt van het arbeidsproces.
3. Gelukkig werken, zoals de schrijvers het hebben bedoeld is misschien nog iets dieper: we moeten denken aan de woorden leuk, zinvol, geluk en energie. Het doet mij denken aan de cursus 'bevlogenheid in het onderwijs'. Er ligt inspiratie aan ten grondslag.

Zijn wij gelukkig in ons werk? Kunnen we het voor elkaar om er gelukkig in te zijn/worden? Hoe gelukkig zijn we in ons werk met onze collega's?
Er kunnen periodes zijn, waarin je minder gelukkig bent in je werk. Dat kan allerlei oorzaken hebben, ook oorzaken die buiten het werk kunnen liggen. Maar binnen het werk kun je denken aan de relatie met de baas, je collega's, het soort werk, de zinvolle betekenis die het werkt geeft, maar vooral ook hoe je er zelf instaat, hoe je zelf de dingen ervaart, hoeveel invloed je zelf kunt hebben, hoe jij zelf keuzes kunt en mag maken.
Vooral de positieve draai die de schrijvers geven aan dit boek spreekt mij aan. Daarbij is zelfkennis de sleutel. Herken je eigen kwaliteiten en je passie. Wie geluk ervaart in het werk is leergieriger, creatiever, productiever, zelfverzekerder en beter bestand tegen veranderingen en stress.
Het boek heb ik inmiddels besteld.
Ik ben erg blij en gelukkig met mijn werk in het onderwijs, met deze collega's, binnen deze werkkring. Ook al heb ik nog veel te leren, ik kan gelukkig werken!

zondag 20 mei 2012

Werkdruk

Het is weer een hot item in onderwijsland: WERKDRUK. Uit een recent onderzoek van DUO kwamen de volgende resultaten over het basisonderwijs naar voren: 84 procent ervaart een hoge of zeer hoge werkdruk en 41 procent vindt die niet acceptabel. Dat is fors! Er deden 655 leerkrachten uit het basisonderwijs mee aan dit onderzoek. Eén op de vier leraren zegt gezondheidsklachten te hebben die vermoedelijk aan het werk te wijten zijn. Eén op de drie leraren komt naar eigen zeggen 's ochtends niet uitgerust op zijn werk.


Bovenstaand resultaat is ronduit verontrustend. In de grote steden schijnt het erger te zijn dan elders, maar toch blijft het aantal veel te groot. Dit moet wel veel geld kosten om allemaal te kunnen blijven bekostigen.
Als ik naar mijn eigen school kijk, merk ik ook aan de collega's, dat er een flinke werkdruk ervaren wordt. Let wel: Het wordt ERVAREN. De vraag is in hoeverre dit realistisch is.
Nu is het onderwijs geen 9 tot 5 baan. Er zijn tijden waarin je lange dagen maakt, flink moet voorbereiden, nakijken en administreren, vergaderingen en extra taken moet doen. Daar tegenover staat een flink aantal vakantieweken. Toch zie ik ook in de praktijk, dat leerkrachten een hoge werkdruk ervaren. We lossen het niet op met het bijhouden van elk uur dat je met onderwijs bezig bent.


Is de werkdruk hoger dan vroeger? Zo ja, hoe komt dat?
De eerste vraag is meteen al lastig. Het lijkt of er steeds meer moet in het onderwijs, maar sommige dingen worden ook steeds makkelijker en handiger. Gingen wij vroeger ook niet bij elk kind op huisbezoek, wat toch snel anderhalf uur per kind kostte? Reken maar uit, als je een groep hebt van 25 kinderen, dat ben je bijna 40 uur per jaar kwijt aan huisbezoeken. Rapporten die allemaal geschreven moesten worden en tegenwoordig digitaal verwerkt kunnen worden scheelt ook een hoop tijd.
Toch denk ik, dat we de eerste vraag uiteindelijk met ja moeten beantwoorden, juist omdat mensen het als werk ervaren. Van elk kind moet er genoeg geregistreerd zijn, een doel opgeschreven staan, een plan uitgewerkt, gesprekken met ouders worden gevoerd, intern begeleiders die tijd vragen voor de groepsbespreking, de voorbereidingen op een digibord, het e-mailverkeer dat dagelijks aangroeit en ga zo maar door. De inspectie vraagt om gegevens en wil ook nog dat de scores stijgen. Dat levert druk op, niet alleen voor de leerkrachten. Nascholing wordt steeds belangrijker, want stilstand is achteruitgang; maar dat moet wel ingepland worden.


Het maakt het er niet makkelijker op, maar misschien wel leuker? Het onderwijs wordt zoveel interessanter als je meer weet hoe het komt dat een kind niet scoort of als je een kind in de klas hebt met dyspraxie. Hoe kun je als leerkracht een kind helpen? Wat heeft dit kind nodig? Dat is een spannende en boeiende weg, ook al zal soms blijken dat een kind misschien beter af is op een andere school.


Wat het niet leuk maakt is dat de aandacht zo bovenop de scores ligt van de kennisgebieden, waardoor de sociale vaardigheden naar de achtergrond worden gedrukt. Dan heb ik het nog niet eens over de creatieve vakken of het bewegingsonderwijs. Dat is jammer, want we zijn en blijven een basisschool. Daar wordt de basis gelegd. Ik hoop dan ook dat dit een golfbeweging is, die straks weer de andere kant op zal bewegen.


Werkdruk en stress moeten ook weer in een golfbeweging naar achteren worden geschoven en leerkrachten moeten weer voldoening halen uit hun baan als juf of meester. Ze moeten weer kunnen genieten van het vak. Waarom wilde je ook alweer leerkracht worden? Wat kun jij kwijt in je vak? Wat zijn de krenten uit de pap die jouw werk zo leuk maken?


Werkdruk is een verkeerde balans. Je doet meer dingen die moeten en minder dingen die je leuk vindt. In elk werk zijn er dingen die moeten en die minder leuk zijn. Bekijk eens wat er vandaag moet en wat eventueel morgen kan. Zijn er dingen die jij vindt dat ze moeten of moeten ze ook echt?
Een voorbeeld is nakijken. Sommige leerkrachten vinden dat ze koste wat het kost, alles moeten nakijken. Is dat zo? Wat zou er gebeuren als je eens een keer niet nakijkt? Zit er dan een ontslag aan te komen?


Ik heb makkelijk praten, want ik ervaar ook best werkdruk, maar ik vind het niet erg. Dat komt omdat ik mijn werk leuk vind. Ik haal er meer energie en voldoening uit, dan dat ik de stress ervaar. Ik hoop dat anderen dat ook weer gaan doen. Positief denken, voldoening, energie, tevredenheid, acceptatie en zo zijn er nog meer woorden en gevoelens die ervoor kunnen zorgen dat het fijn is om te mogen werken in het onderwijs. Het is zelfs een voorrecht!


Werkdruk? Maak je niet druk! 

zondag 20 maart 2011

De kracht van het onderwijs

Waaruit halen onderwijsmensen hun kracht, hun inspiratie en hun motivatie? Wat beweegt onderwijsmensen om in het onderwijs te blijven werken? Wat houdt onderwijs boeiend? Hoe blijft dit werk uitdagend?
Om me heen kijkend zie ik verschillende onderwijsgevenden, onderwijsondersteuners en leidinggevenden in het onderwijs, die op verschillende manieren omgaan met al deze woorden, die samen inspirerend onderwijs bieden.
Men geniet van die vrolijke kinderen, die soms zo snakken naar die aai over hun bol, het gevoel wat te kunnen leren aan kinderen, het geven van liefde en het creeren van een veilige, eerlijke en vriendelijke omgeving, het scheppen van openheid.
Men worstelt echter met tijdgebrek, werkdruk, verantwoordelijkheid en stoeit soms met oudergesprekken en collegiale troubles. Het hoort er allemaal bij en toch blijft dit werk het leukste werk wat er is.
Via een blog van Guido Crolla, een denkbeeldenstormer http://denkbeeldenstorm.nl/2010/10/renaissance-2-0-in-het-onderwijs/ werd ik wat verder aan het denken gezet. We spelen hier met moed, nieuwsgierigheid, creativiteit en passie, belanden we via aarde, water, lucht en vuur bij de doener, beslisser, denker en dromer van Kolb. Passie komt overeen met vuur. Het geeft warmte en werkt aanstekelijk. Creativiteit komt overeen met lucht, denk aan de luchtigheid van ideeën en het bouwen van luchtkastelen. Geef lucht aan vuur en het wakkert flink aan. Nieuwsgierigheid komt overeen met water. Water vind je bijna overal, het is letterlijk onze brandstof, zonder kunnen wij het geen dagen volhouden. En moed komt overeen met het basiselement aarde. Je moet lef hebben om je ideeën en fantasieën in onze werkelijkheid te plaatsen. Herkenbaar en zo voor ieder onderwijsmens een andere eigen invulling van zijn eigen inspiratiebron. Iedereen heeft een andere invalshoek, andere herkenningen en andere motivaties.
Goed, dan ga ik nu weer aan de slag, want ik ben toch echt wel een doener, met beide benen op de grond en vol goede moed doorzettend naar de acties die verricht moeten worden. Werk ze weer deze week!

Mede dank aan Guido Crolla.

zondag 23 januari 2011

Flow

Gisteren zat ik op de tribune te kijken naar een basketbalwedstrijd van mijn dochter. Tijdens die wedstrijd zie je dat het in sommige perioden beter gaat en bijvoorbeeld het derde kwart alles mis gaat. Gelukkig hebben de dames de wedstrijd toch nog met 4 punten gewonnen.
Je ziet dat als het goed gaat, de spelers in een flow raken, net alsof ze een energieshot toegediend krijgen ,een gevoel van zelfverzekerdheid bezitten en de adrenaline in de goede banen stroomt. Alles zit mee, er is goed spel en de doelpunten zijn raak. Heerlijk om te zien overigens.
In zo'n flow voel je je sterk, krachtig, je kunt alles aan, je bent alert en verricht moeiteloos datgene waar je mee bezig bent. Je bent geconcentreerd en presteert op de top van je kunnen. Flow ontstaat door een combuinatie van uitdagingen, de benodigde vaardigheden en toewijding.
Dit zie je terug in het dagelijkse werk op school, in de studie en in de huishoudelijke bezigheden, ja zelfs in contacten met familie en vrienden. De ene keer zie je er als een berg tegenop, de volgende keer kost het je nauwelijks moeite.
Dat heerlijke gevoel van ergens in op gaan en de tijd vergeten merk je ook in de klas, als er lekker gewerkt wordt of als je bezig bent met een geweldig project, waar jij alle energie in wil steken en daar ook zelf weer energie uithaalt. Er komt zo een inspiratie op gang van heerlijk ideeen op doen en steeds enthousiaster worden. De manier waarop je met uitdagingen omgaat, bepaalkt het geluksgevoel.
Maar kun je dit gevoel van buitenaf stimuleren, voeden of opwekken?
Een geluksprofessor zegt dat wij mensen het gelukkigst zijn als we helemaal opgaan in een spannende, moeilijke activiteit waar we van genieten. Dan hebben we een piekervaring, ook wel flow genoemd. En het mooie is: daarvoor hoef je niet op vakantie te gaan om te skydiven, te bungeejumpen of in een snelle achtbaan te zitten. Want flow ervaar het vaakst en het snelst... op het werk, en hier dus: in de school!
Een flow heeft te maken met je eigen gevoel, omstandigheden, omgeving, contacten, middelen,etc. maar we kunnen daar wel een beetje in sturen door de volgende regels in acht te nemen:
1 Bepaal een duidelijk doel.
2 Ontdek de reden waarom je iets wilt creëren.
3 Bedenk een passende uitdaging.
4 Zoek een optimale werkomgeving.
5 Werk in een blok tijd aan één ding.
6 Vermijd onderbrekingen en afleidingen.
7 Leer effectief werken met je gereedschap.
Zelf herken ik hierin op mijn werk voorbeelden, al moet je op school ook veel kunnen schakelen en is punt 4 niet altijd stabiel. Thuis werkend aan de studie werkt dit zeker positief. Kinderen zijn eraan gewend, dat als ik ergens mee bezig ben, heel geconcentreerd daaraan kan werken en er zelfs een bom kan ontploffen naast me zonder dat ik op- of omkijk. Hetzelfde geldt voor het schrijven van een stukje voor deze blog. Afmaken, een bepaalde schwung hebben om ervoor te willen gaan.
Het is dan ook een voorrecht om op een school te werken, waar van alles gebeurt, maar waar er zeker sprake is van een flow. Ook al moet ik het gereedschap (punt 7) nog goed weten in te delen en te organiseren. Waar een wil is, is een weg.

donderdag 20 januari 2011

Weekend, tijd van loslaten!

Het einde van de werkweek: weekend. Omdat ik zelf 4 dagen werk, op vrijdag vrij heb, zou voor mij het weekend nu al begonnen moeten zijn. Het is immers donderdagavond. Natuurlijk is dat enerzijds wel zo, want ik werk van maandag t/m donderdag. Anderszijds is er natuurlijk nog een heleboel te doen. Is het niet het werk (dat nog niet af is, ik moet nog een agenda maken voor de teamvergadering) of de studie (waar nog een verslag ligt te wachten, dat afgemaakt moet worden), dan zijn het wel de huishoudelijke werkzaamheden in een druk gezin (de was stapelt zich telkens weer op en de koelkast is alweer leeg).
Dit weekend zal de aandacht wat verdeeld moeten worden, want tussendoor zijn er ook nog een aantal feestjes.
Allereerst: Morgen wordt onze tweede zoon 18. Een geweldige (bijna) volwassen leeftijd van iemand die ons toch ook nog hard nodig heeft. Maar hij doet nu een opleiding (HALO), gaat zelfstandig daar heen, zoekt een stageplek, regelt een heleboel (eet ook een heleboel, om en nabij de 16 boterhammen op een dag) en heeft een schat van een vriendin.
Morgen is ook mijn broer jarig. Dat zal ook 's avonds nog een een extra gebakje opleveren en wat gezelligheid van familie.
Zondag bereikt mijn moeder, die altijd de zonzijde ziet en een heleboel positieve energie uitstraalt (zou ik iets van haar hebben?) een leeftijd van 86 jaar. Fantastisch om dat met een mannetje of 25 familieleden (kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen) te mogen vieren.
En dan... is het weekend weer voorbij en begint er weer een drukke werkweek vol gesprekken, post, verslaglegging, voortgangsgesprek, klassenbezoeken, functioneringsgesprekken, e-mail, beleidsmaking, inspiratie, vergadering, stukje leesinstructie volgend, interactie, regeling verhuisdagen, een bezoekje aan de NOT, etc. etc.
Nee, ik verveel me niet, maar soms zou een moment van rust wel welkom zijn. Dan is zo'n weekend, ondanks het feit dat deze drie dagen duurt bij mij, eigenlijk te kort. Of zou ik dit weekend dan toch niet goed invullen? Misschien moet ik meer leren loslaten. Morgen is er weer een dag.

vrijdag 1 oktober 2010

Herfst of lente?

De maand oktober is vandaag begonnen. De herfstmaand. Dat kun je zien aan het weer dat meer regen geeft, kleuren van de natuur die veranderen, de slakken die op de straat verschijnen, harde wind die de blaadjes en ook onze appels van de appelboom eraf doet waaien en het wordt weer eerder donker. Tekenen van de herfst geven aan dat het najaar is. De mooie pracht en praal van de zomer zijn voorbij.
Zo zeggen mensen die op leeftijd ook weleens dat zij in de herfst van hun leven zijn, als er al een groot deel van hun leven voorbij is.
Nu wil ik deze vergelijking eens doortrekken naar het werk. Wanneer je dan, zoals ik, in een nieuwe baan alles weer moet ontdekken, nieuwe mensen ontmoet en een nieuwe functie bekleed, voelt dit alsof de prille lente is aangebroken. Net als de seizoenen zie je de dingen ontwikkelen, mensen openbloeien, maar weet je nog niet helemaal wat bepaalde onontwikkelde zaken zullen brengen.
Er zijn soms ook dingen, die anders gaan dan verwacht. Er zijn dingen die meevallen en dingen die tegenvallen. Toch komt er uiteindelijk iets moois uit.
Dat begin geeft de energie die je nodig hebt om die zomer te bereiken, waarin je weet dat er van alles gaat bloeien. Soms duurt het wat langer voordat die zomer komt, dat is weersafhankelijk. In het werk zijn er soms andere tegenslagen. Maar ook kan de natuur in eens meevallen, waardoor de zomer zich eerder aandient. Ook in het werk kunnen er allerlei factoren meespelen (denk aan meehelpende ouders, een goede leerkracht, een rijke gemeente of een inspirerende methode), waardoor het juist voor de wind gaat.
Nu zijn we in de lente. We moeten de natuur blijven voeden en verzorgen. Toch kan het in de lente soms koud zijn en de knoppen willen dan nog niet opengaan. We wachten op die momenten waarbij de bloembollen tevoorschijn komen, de vlinders gaan fladderen, de blaadjes verschijnen en de groene kleur ons tegemoet komt. Dan komt er een rustige periode, waarin we van die lente kunnen genieten.

dinsdag 6 juli 2010

Voegen

Bij het woord voegen kun je denken aan het voegen van tegels in bijvoorbeeld een badkamer en het voegen tussen nieuwe mensen in bijvoorbeeld een nieuwe werkomgeving. Vandaag was een dag waarbij ik beiden heb uitgeprobeerd om er een goede draai aan te geven.
In een nieuwe school heersen andere regels, cultuur, mensen, methodes, etc. etc. Als je dan als buitenstaander binnenkomt, komt er best een hoop op je af. Tegelijk is dat een leuke uitdaging om er daadwerkelijk iets van te maken. Aftasten, luisteren, vragen stellen, rondkijken, investeren, het hoort er allemaal bij en het is nog leuk ook. Het voelt goed en dan maar hopen dat dit wederzijds is. Het is fantastisch om te zien, dat er op zo'n kleine school met zo weinig mensen zo'n werklust en verantwoordelijkheid heerst, dat voelt lekker.
Thuisgekomen moet er natuurlijk eerst nog wat worden gegeten. Dat wordt een kwestie van invoegen, want om 10 voor half 7 ben ik binnen. Vervolgens gaat een deel van het gezin op de bank voor de buis om Oranje te volgen. Echtgenoot voegt zich daarbij. Zelf verdwijn ik naar boven om daar nog een stuk badkamervloer te voegen. Dan kan er tenminste morgenavond weer gedoucht worden.
Gereedschap klaarleggen, voegmiddel erbij pakken, berekening maken voor een goede verhouding van poeder en water, roeren, smeren, schuin nat maken met een spons, met de spons op de voegen drukken, opwrijven en klaar is kees. 
Het voegen van nieuwe mensen is niet heel veel anders. Ook daarvoor zijn verschillende dingen nodig: materiaal, een goede voorbereiding, werken aan een goede verhouding, verschillende invalshoeken bekijken en vooral duidelijk communiceren met elkaar. Het kost alleen meer tijd om uiteindelijk opgenomen te zijn in een bestaand team. We gaan ervoor! Dan zal dat vast gaan lukken!

donderdag 24 december 2009

Afscheid

...en dan is het jaar weer voorbij. We vieren, vaak uitbundig, Oud & Nieuw, met allerlei versnaperingen en lekkere drankjes. Om de Kerstdagen nog eventjes niet over te slaan met allerlei smulpartijen, waarin we iedereen de beste wensen willen geven. Een gevoel van nostalgie, herinneringen aan vroeger, maar ook kijkend in de toekomst, wat gaat dit jaar ons brengen.
Dat laatste is interessant. Wat gaat dit jaar ons weer brengen?
Als ik voor mijn omgeving en mezelf spreek, zie ik groter wordende kinderen met nieuwe liefdes en vrienden, een fijne relatie met een lieve betrouwbare echtgenoot en ouders die steeds ouder en brozer worden. Broers en zussen die je wel af en toe ziet, maar hun levens gaan vaak een andere weg, waardoor je ze toch de ene keer wat vaker en de andere keer wat minder vaak ziet. Vrienden waarbij de een wat meer bij je staat en de ander weer wat verder van je af komt te staan. Soms gewoon door omstandigheden.
Naar mijn eigen werk kijkend zie ik nu nog maar 1 school voor me. De andere heb ik in overleg met beider directeuren achter me gelaten, wat best wat vreemde kriebels bij mij naar boven liet komen. De school die ik achter laat, heeft mij veel goeds gebracht, vertrouwen gegeven en dit wil ik meenemen in mijn verdere levensweg en loopbaan. De nieuwe school (sinds augustus) is er een, die mij weer nieuwe energie geeft, die groot is, waar veel fijne mensen werken en waar een hoop werk verricht kan worden. Een boeiende uitdaging dus. Juist omdat de overgang van enkele maanden op 2 scholen werken er eentje is geweest, waarbij ik rustig kan wennen aan de een en langzaam afscheid kan nemen van de ander. Geleidelijk afscheid nemen.
Toch komt er dan een moment van een definitief afscheid. En dat valt me eigenlijk zwaarder dan ik wil toegeven. Je laat een school achter, waar je met hart en ziel voor hebt gewerkt, net zoals je een jaar achterlaat waarin je veel hebt gedaan. Het definitieve afscheid volgt nog in januari.
Het leven gaat door en het is, zoals het is. We maken er wat van. Met dit nieuwe begin, deze grote open school, deze warme mensen en deze hoeveelheid aan gave enthousiaste leergierige kinderen, die ik ook steeds beter ga leren kennen, gaat dat zeker lukken!

zaterdag 14 november 2009

Zwaar werk?


Of het onderwijs zwaar werk is, kwam vandaag middels een prachtig staatje in de krant. Lichamelijk zwaar werk? Dat valt reuze mee. Psychisch zwaar werk? Jazeker. Nu ik op de nieuwe school zit en veel dingen zie gebeuren ervaar ik die psychische druk wel degelijk. Dat is deels natuurlijk mijn eigen schuld, want ik wil te veel, ik zie te veel en ik kan ook niet alles. Bovendien hebben dingen de tijd nodig (als ik die dan maar niet moet registreren...).
Een nieuwe directeur op een relatief grote school, waarin zoveel dingen geregeld moeten worden, dat valt niet mee. Je draagt mee aan die verantwoordelijkheid en dat voel je. Je ziet verschillende relaties passeren, je ontmoet anderen op een netwerkbijeenkomst, je probeert mee te denken en te doen en je regelt, denkt en praat mee bij veranderingen hoe klein of groot die ook zijn.
Nu is een verandering van baan al een grote overstap. Ook al voegt het makkelijk en kan ik met iedereen wel goed overweg, het zijn toch een heleboel nieuwe mensen met eigen gebruiksaanwijzigingen. De spanning rond al die nieuwe gezichten die ik moet leren kennen, het IBwerk op deze school oppakken, cultuur van de school leren kennen, leerkrachten benaderen, gesprekken aangaan, taalpilot in banen leiden, Voortgezet Technisch Leesmethode een draai geven, visie op kleuters vorm geven, passend onderwijs een plek geven, Parnassys eigen maken en overbrengen, collega's een hart onder de riem steken, website bijhouden, een RT-er over de streep trekken, HP's controleren, nieuwe lijst RTkinderen samenstellen, overleggen, uitwerkingen maken, met een been in nog een andere school staan(en de onzekerheid tot wanneer), de komst van de inspecteur, het is natuurlijk ook niet niks. En ik vind het allemaal nog erg leuk ook. De IBstudie heeft me wel wat handvatten gegeven om dingen in goede banen te leiden.
Dat de psychische druk dan wat hoger is, is begrijpelijk, zeker als je af en toe een nachtje wakker ligt en bedenkt hoe het verder moet. De drang om er iets van te maken, maakt het werk boeiend. De omgang met mensen maakt deze baan een bijzondere. De hang naar structuur brengen in deze grote school is er een, die ik niet in no time voor elkaar zal kunnen krijgen. Dat is iets waar ik me in zal moeten schikken. Maar we zijn ook nooit te oud om iets te leren.

vrijdag 16 oktober 2009

Hey, juf Hanneke

Al een aantal jaren werkzaam op de ene school, eerst als juf, later gecombineerd met IB-werk, ken je veel kinderen en kinderen kennen jou. De band met kinderen neemt een bijzondere plek in. Op het schoolplein begroeten de kinderen jou. In bepaalde klassen is er meteen een aangeraking alsof je een vertrouwd onderdeel bent van de school.
Op de nieuwe school ben ik nu werkzaam als IB-er en heb ik helemaal geen eigen groep. Dat is anders, maar de aandacht voor kinderen niet. Het is lastig om al die 380 te leren kennen, laat staan de namen van al die kinderen te onthouden. Het beperkt zich nu vooral tot de meest bekende, een zorgleerling, een opvallende leerling, een leerling die RT krijgt of een leerling die langs is geweest met zijn traktatie.
Toch is het dan leuk om te merken dat er van de week op het plein "hey, juf Hanneke" werd geroepen, zeker omdat ik even niet wist wie dit nu was. Bovendien was ik gisteravond op de inloopavond van de projectweek(Kinderboekenweek) en riep er een meisje uit groep 5: "Mam, dat is de nieuwe juf, juf Hanneke" Beschaamd groet ik haar vriendelijk, vraag naar haar naam en verontschuldig mij bij de moeder, dat ik al die 380 leerlingen niet kan onthouden. Wonderlijk is wel, dat ik zonder een klas onder mijn hoede te hebben, toch al wordt herkend door leerlingen, alleen omdat ik hier en daar eventjes in de klas was. Dat geeft een goed gevoel. Zou er dan toch ook contact ontstaan tussen IB-ers en leerlingen? Enerzijds is het houden van overzicht en structuur belangrijk, anderzijds blijft het contact met de kinderen erg leuk en bijzonder!

vrijdag 2 oktober 2009

Vrijdag, een vrije dag.

T.o.v. vorig jaar begint het weekend nu eerder en rustiger. Als je al op vrijdag vrij bent, geniet je meer van de zaterdag en zondag.
Maar ... vorige jaar begon de week heerlijk relaxed. Iedereen het huis en ik 's morgens rustig opstaan, kopje koffie, een heerlijk leeg huis, even met de hond wandelen, wat klusjes doen voor het huishouden, prestaties schrijven voor de studie en zelf lekker je dag indelen met nog twee bijleskinderen 's middags. Nu begint de week een stuk intensiever met meteen een opening en hard aan de slag op maandagmorgen. De week is ook iets voller, want i.p.v. 3 dagen, werk ik nu 4 dagen. Dan is zo'n vrijdag extra lekker, want ook dan is iedereen aan het werk of naar school en heb ik lekker even het rijk alleen. Kortom, alles went, of je nu aan het begin of aan het eind van de week werkt. Als het werk maar naar je zin is, en dat is het zeker! De kunst is te genieten van de vrije en mooie momenten. Mmmm, nog even en dan hebben we weer herfstvakantie. De sierkalebassen hebben we al in huis gehaald.

woensdag 30 september 2009

1+3=4


Een logische rekensom, waarbij het getal 1 een minder grote waarde heeft dan 3, samen is het precies de waarden van beiden opgeteld.

In dit geval is dat niet helmaal juist. De 1 staat voor de ene IB-dag op de ene (lees: oude vertrouwde) school, de 3 staat voor de andere 3 IB-dagen op de andere (lees: nieuwe en ook erg leuke en toegankelijke) school. Samen is het zelfs meer dan 4 dagen. Niet alleen omdat het werk vaak verder reikt dan de 4 dagen op school, maar ook omdat het rijker voelt, om op twee scholen IB-er te mogen zijn.

Daar komt bij dat die 1 van die ene dag zeker niet minder waard is dan die 3 van die drie dagen van de andere school. Die 1 is veilig, vertrouwd en een soort 'thuiskomen', terwijl die andere 3 niet minder, maar anders is, waar je misschien nog niet al je privé-dingen 'zomaar' neerlegt.

De moraal van dit zeer korte verhaal schuilt hem in de waarde van een getal: 1 is in dit geval niet minder waard dan 3. Bovendien is de som der delen meer waard, dan het getal 4 aangeeft. Het is soms niet wat het lijkt en het lijkt soms niet wat het is. Zo simpel is rekenen dus niet. Zou dat op de PABO tegenwoordig ook worden aangeleerd?

zaterdag 29 augustus 2009

Nieuwe start

Na de zomervakantie begint er elk jaar weer een nieuwe start. Dit jaar was de nieuwe start extra bijzonder, want de nieuwe start vond plaats op een nieuwe school, met nieuwe collega's en nieuwe leerlingen. Omdat je als intern begeleider geen eigen groep draait, heb ik van de nieuwe leerlingen nog niet veel gezien, wel gehoord en gelezen. Van de nieuwe collega's des te meer. Eerst op de bijeenkomst c.q. vergadering op de laatste vrijdag van de zomervakantie. Vervolgens de drie dagen die ik op de nieuwe school mag rondbrengen. Dan is het wel leuk als je een T-shirt onder je neus krijgt bij het afscheid van de vertrekkende IB-er (dat was een cadeautje met een teamfoto erop) en alle namen van de nu nog aanwezige collega's - toch gauw een stuk of 30 - allen met naam en groep kunt noemen. Nu de 380 leerlingen nog....

zondag 21 juni 2009

Afscheid

Werken bij een school betekent vertrouwen hebben in elkaar, samenwerken, er samen met je collega's er iets van maken, als een team zijn, etc. etc. Als je dan een aantal jaren met veel plezier op een school werkt, dan is de klap des te harder om toch te besluiten dat je ergens anders wilt gaan werken. Niet vanwege de leuke collega's, niet vanwege deze plezierige school, niet vanwege die gezellige kinderen, niet vanwege het contact met ouders. Nee, gewoon puur vanwege de inkrimping van het IBwerk binnen die fijne school, waar ik met zoveel plezier werk. Net afgestudeerd als IB-er en daar steeds meer van onder de knie te krijgen heeft mij doen besluiten om na de inkrimping van dit IB(=intern begeleiding)werk, te solliciteren. Tja, dat valt niet mee. Je scheurt je los van een fijne warme 'familie' en stort je weer in een stukje onzekerheid, alleen maar om dit werk te doen.
Ach, het gaat natuurlijk niet alleen om nu, maar ook om de toekomst. Als ik het niet doe, is de studie straks niets meer waard, als ik daarin niet echt de ervaring kan krijgen, die dit werk vraagt. Als ik terug kan, ga ik zo terug. Maar ja, geef het een kans, misschien valt het mee.

zaterdag 13 juni 2009

Een nieuwe baan

Wanneer je op je werk te horen krijgt, dat alles goed gaat. Daarnaast heb je een IB studie gedaan. Je wilt verder als IB-er op de school, waar je het vreselijk goed naar je zin hebt. En dan hoor je dat daar geen of heel weinig plek voor is binnen de school, dan sta je even met een mond vol tanden. Een moment van bezinning kondigt zich aan. Wat moet je doen?
Enerzijds is deze werkplek heerlijk, prettige collega's, goede sfeer, je kunt iets betekenen voor deze school, je kunt goed samen werken met het MT, fijne collega IB-er, etc. etc.
Anderzijds moet je nu terug naar af, weer veel voor de groep, weinig IBwerk, waardoor je dus niet verder kunt groeien, waardoor je dus geen ervaring op doet en wellicht in de toekomst ook nadelen ondervindt, omdat je met de studie niets meer hebt gedaan. Daarnaast vind ik het IBwerk ontzettend leuk en wil ik verder.

Wat doe je???
Een dag nadenken leverde mij het volgende op: Ik ga liever helemaal de groep doen(i.p.v. een klein beetje IB-er zijn en de verantwoording voor een groep en uiteindelijk 3 mensen voor die groep), maar sollicteer naar een andere school als IB-er. Directeur toont begrip en baalt van de situatie. Maar komt 's middags met een interne vacature binnen dezelfde vereniging.
Ik solliciteer, de directeur als referentie. De uitnodiging komt niet geheel onverwachts en ineens heb ik een andere baan. 2 weken tijd verstreken. Verrast en met een dubbel gevoel resten er nog 4 weken tot de zomervakantie. Dan begint er een nieuwe uitdaging. Spannend en leuk!

maandag 1 juni 2009

Vaste aanstelling


Een tijdelijke aanstelling heb je meestal het eerste jaar dat je werkt, en vaak ook het eerste jaar als je wisselt baan. Prima. Jij kunt makkelijk van je werkgever af en andersom, wat meestal vaker gebeurt.

Een vaste aanstelling krijg je dan vaak na een jaar als het goed bevalt of als de school genoeg tijden beschikbaar heeft om je te houden. Dat laatste gebeurde een nieuwe gave collega bij ons op school. Dat is wel triest als je die weer aan de kant moet zetten.

Nu denk je bij een vaste aanstelling aan een gespreid bedje. Niets is minder waar, al ben je wel iets zekerder van je baan.

De inhoud van de baan kan door inkrimping net zo goed veranderen. En dan voelt het toch alsof je als laatste weg moet. Terug bij af. Opnieuw opbouwen. Dat is niet leuk.

Toch moet zowel die beginnende leerkracht als diegene waarvan de inhoud verandert. het allemaal positief blijven bekijken. Je hebt ervaring. Je hebt papieren. Er zijn meer scholen in Nederland. Er is op een andere school ook wel weer een plek te vinden. Al voelt dit wel spannend. En het kost een berg energie!

Geef de moed nooit op! Er komt altijd wel weer iets anders op je pad. Er is altijd weer een nieuwe uitdaging.