On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 30 maart 2012

Formateur

Het schooljaar vordert, wensen zijn ingediend, de groepen worden geformeerd en ook het personeel moet weer een plek krijgen. Als schoolleider ben je een formateur voor de school.


In januari mogen personeelsleden aangeven of ze meer of minder willen gaan werken, in februari gaan we in kaart brengen wie waar kan gaan "landen" of wie verplaatst wil of moet worden. In die tijd ga je als leiding van de school al kijken hoe de groepen moeten worden geformeerd. 
Het formeren van groepen is al een keus op zich, want als groeischool hebben wij onregelmatige aantallen leerlingen per groep, waardoor er gedwongen combinatiegroepen ontstaan.
Als dat station gepasseerd is komt de volgende fase. De wensen van het personeel wordt geinventariseerd en als formateur zoek je de beste plek voor de mensen zelf en de beste plek voor de organisatie. Dat is niet altijd makkelijk, want soms zijn er bepaalde groepen heel gewild of andere groepen juist niet. 


De parallel trekkend naar een kabinetsformatie, waar men deze keer veel mannelijke kandidaten in heeft betrokken, zijn er een aantal overeenkomst, maar zeker ook een aantal verschillen te ontdekken.
Overeenkomsten zijn te vinden in de goede mensen op de goede plekken. Professionals die hun eigen ruimte en identiteit kunnen creëren. Opereren en veranderingen teweeg brengen. Doelen uitstippelen. Procesgericht, maar uiteindelijk ook productgericht. Intermenselijke relaties. Normen en waarden. Verantwoordelijkheid. Hard werken. Allemaal op beide plekken te herkennen.
Verschillen zijn er ook. Salarisverschil. Het kabinet kan mensen voorstellen, die in het kabinet mogen komen, leerkrachten zitten veelal vast aan een werkplek binnen een bestuur. Leerkrachten moeten fit zijn en kunnen niet eventjes Twitteren in de klas. Leerkrachten moeten goed weten hoe ze iets zeggen en een veilig omgeving scheppen. Belangrijk dus: Leerkrachten hebben te maken kwetsbare beïnvloedbare kinderen. Ze leren kinderen kennis en vaardigheden aan en oefenen samen. Het sociale aspect is belangrijk, want kinderen moeten leren met elkaar om te gaan, leren samen spelen, leren ruzie maken, leren hoe lastige zaken kunnen oplossen. Kinderen moeten leren om zelfstandig te functioneren en de leerkracht legt hierin, samen met de ouders, een basis voor de rest van hun leven.
En verder? Zal een formateur van een kabinet, net als een schoolleider zijn clubje mensen in een goede vorm moeten gieten. Soms met een beetje kneden, wat gesprekjes,   mogelijkheden zoeken en mensen vooral het vertrouwen geven. Ze kunnen het!
Ministers staan voortdurend in de picture op televisie. Leerkrachten staan in de picture voor hun groep in hun school. Het gaat in beide gevallen om samenwerking, overleg en weleens meebewegen met de ander.


Waarom ben ik dan toch liever in de omgeving van een school aan het werk? Daar ligt mijn hart. Het kind moet centraal staan, kinderen moeten verder op weg geholpen worden. Kinderen geven plezier. Ze maken een ontwikkeling door. Je ziet ze groeien. Hun ongedwongen ontvankelijkheid. Kinderen willen leren. In een leerrijke omgeving ervaringen laten opdoen, vertrouwen en ruimte geven, enthousiast maken om straks in de maatschappij iets te doen, wat ze leuk vinden. Aan de basis staan van hun eigen carrière. Tja, misschien zelfs wel opleiden om uiteindelijk minister, formateur of minister president te worden.
Wat is het toch een heerlijk vak!

zondag 25 maart 2012

ZON

Met een lentedag in maart, zoals vandaag, waarop de zon volop schijnt en zijn eerste warme stralen als een energiebron door onze huid heen boren, een blog over de zon. Wat doet de zon met ons?

De zon is een ster, die relatief dicht bij de aarde staat, maar toch nog 150 miljoen kilometer van ons af staat. In een jaar tijd heeft de aarde een hele ronde rondom de zon afgelegd. Elke dag draait hij een keer rond zijn as. De stand van de aarde t.o.v. de zon bepaalt welk seizoen het op een bepaald gedeelte van de aarde is. Wij merken in de lente dat de zon langzaam warmer wordt en de dagen langer worden. Heerlijk!

Niets nieuws onder de zon tot dusver, maar niet getreurd, achter de wolken schijnt de zon. Zo zijn er een aantal spreekwoorden, die we kunnen betrekken bij de zon. Zo geel als de zon of voor niets gaat de zon op.

De zon zelf geeft energie. Letterlijk, want we kunnen het opvangen via zonnepanelen en omzetten naar stroom. Ook als mens kunnen we de zon op je huid voelen, het laat de energie door ons lijf stromen. Figuurlijk krijgen we van de zon gewoon meer energie. Het is lichter buiten, het voelt warmer en daardoor voelen we ons beter en energieker. De winterdip hebben we doorstaan en we gaan op weg naar een hernieuwde start. De lente geeft dat aan, maar het voelt ook zo tussen onze oren.

De zon zelf maakt blij en vrolijk. Het beeld van de zon alleen al, laat ons stralen. Het is dus zowel een lijfelijke aanwezigheid, als een gevoelige beleving. Bijzonder prettig.
In de lente en de zomer zien we ook de natuur veranderen. Knoppen die langzaam maar zeker open gaan, bolletjes die boven de grond komen, bomen die uitlopen en dieren die wakker worden, fluiten en aan de slag gaan om te nestelen.

De zon doet dus een heleboel in deze lenteperiode. Het geeft ons een geluksgevoel. Het levert letterlijk en figuurlijk energie aan mensen, dieren en planten.

Lang leve de zon! Maak er gebruik van: Met moet hooien als de zon schijnt.




zaterdag 24 maart 2012

Vasthouden

In de afgelopen week ben ik naar een cursusdag (een van de drie) en een tweedaagse training geweest. Het is goed om jezelf te blijven ontwikkelen, dus ook hieraan wil ik mijn steentje bijdrage. De cursus is er een voor leidinggevenden en omvat de naam "Bevlogen Leiderschap", ook wel "Bevlogenheid in het onderwijs" genoemd. De andere nascholing omvatte een training van Human Dynamics, waarin bekeken wordt welke dynamiek je zelf hebt en hoe ermee om te gaan met anderen. Wat doe je en hoe ga je ermee om?

Beide nascholingsmomenten hebben het element van zelfontwikkeling. Niet zozeer de kennis, maar de vaardigheden en attituden worden aangesproken. Je leert meer van jezelf, maar ook hoe je hiermee anderen kunt inspireren, motiveren, meenemen, maar ook begrijpen en respecteren.
Bevlogenheid is op zichzelf al een prachtig woord. Het veronderstelt plezier, maar eigenlijk meer dan dat. Het geeft aan, dat je er energie uithaalt en energie uitstraalt, waarmee je anderen kunt beinvloeden. Door vooral ook serieus naar je eigen invloeden en handelen te leren kijken, kom je verder. Het is een boeiend verhaal. Zeker Marc Lammers inspireerde met zijn verhaal over het dames hockeyteam. Ik hoop na de derde bijeenkomst er daadwereklijk mee aan de slag te kunnen met mijn eigen schoolteam.
Human Dynamics is een zelflerende ontdekkingsreis hoe je zelf in elkaar zit. Hoe handel je, wat zijn je drijfveren en hoe liggen die in jouw diepste zijn gecentreerd. Is het mentaal, emotioneel(=relationeel) of fysiek. Van daaruit kun je bekijken welke dynamiek je hebt. Door filmmateriaal, maar ook door voorbeelden en oefeningen maken we een soort reis naar de zoektocht van jezelf. Een mooie tocht, waarin je meer van jezelf begrijpt. Uiteindelijk kom je uit bij zes dynamieken: mentaal-fysiek, mentaal-emotioneel, fysiek-mentaal, fysiek-emotioneel, emotioneel-mentaal en emotioneel-fysiek.

Uiteindelijk heb je je eigen rugzakje met bagage verder gevuld, kun je ermee uit de voeten en ga je rijker terug naar de werkvloer. De kunst van nascholing is het vasthouden van deze kennis en vaardigheden en wellicht de nieuwe attitude. Maar, gelukkig zijn er vervolgcursussen en terugkomdagen om de weggezakte inhoud weer even op te halen, beet te pakken en opnieuw vast te houden. Van elke ervaring neem je weer iets mee op jouw eigen levensreis. Van elke nascholing houd je wel iets vast, dat jou weer beïnvloed in je vervolgstappen.

Met deze nieuwe bagage gaan we weer energiek aan de slag!

vrijdag 2 maart 2012

Erbij en eraf


In groep 3 van het basisonderwijs begin je er al mee. De sommen met + heten erbij, de sommen met - heten eraf. Via bussommen wordt dit inzichtelijk gemaakt. Instappen en uitstappen. Een prachtige manier om kinderen te leren wat erbij en eraf betekent.

In het hele lagere onderwijs cq basisonderwijs is het niet anders. Het lagere onderwijs, dat enerzijds eerst sec lesgeven en kennisoverdracht behelste en anderzijds een pedagogische taak had, versmeltte tot een basisschool, waarin beiden belangrijk waren.
Vervolgens komen er allerlei uitspraken en ideeën, wat er nog meer moet komen op de basisschool. Erbij. Wat kwam er allemaal bij? Sociale redzaamheid (allerlei zeer belangrijke sociale vaardigheden, denk o.a. aan het kringgesprek), gezond gedrag, samenwerking, presenteren, burgerschap, verkeer, seksuele voorlichting, werkstukken maken en dan heb ik het nog niet eens over bijvoorbeeld klokkijken, dat je gewoon thuis van je vader en moeder kunt leren. Het is immers belangrijk om elk kind een goede basis mee te geven zodat het zich goed kan ontwikkelen. Helemaal eens.
Maar erbij, erbij en erbij leidt onvermijdelijk tot knelpunten. Ook al wilden we dit in eerste instantie allemaal niet zien. Kennen kinderen niet alle feiten meer uit hun hoofd, ze kunnen het wel opzoeken. Kunnen kinderen niet goed rekenen, ze kunnen het uitrekenen op de rekenmachine. Kunnen ze niet goed spellen, de spellingcontrole op de computer biedt uitkomst. Of toch niet?
De inspectie van het onderwijs controleert bepaalde toetsen in het basisonderwijs, die moeten leiden tot een oordeel. Daar is op zich niets mis mee. Maar laat diezelfde inspectie in opdracht van het ministerie van onderwijs de toetsen volgen op het gebied van lezen, rekenen en begrijpend lezen in bepaalde groepen. En wat blijkt nu? De resultaten gaan achteruit. Men vindt dit schokkend. Maar hebben zij er niet zelf voor gezorgd, dat er eerst van alles de basisschool in moet? Erbij erbij en erbij? Zonder er ook maar iets uit te halen. Dan kun je natuurlijk niet verwachten dat er nog steeds evenveel uren taal en rekenen wordt gegeven als pakweg 30 jaar geleden?
Wat mag eraf? Wat moet eraf? Die vrijheid krijgt elke basisschool zelf, maar er moet wel een toetsing zijn voor sociale vaardigheden, op het rooster moet burgerschap voorkomen, het pedagogische klimaat is enorm belangrijk, want als een kind niet lekker in zijn vel zit, kun je rekenen tot je een ons weegt, hij leert er niet beter op.
Dus terug naar de basis? Wat is dan de basis die kinderen van 4 - 12 jaar daadwerkelijk nodig hebben om zich goed te kunnen ontwikkelen? Mijns inziens zijn veiligheid, openheid, betrokkenheid, een goede sfeer en daarmee een fijn pedagogisch klimaat enerzijds en de kennisoverdracht en het maximale uit kinderen halen anderzijds nog steeds belangrijke items. En hierin schuilt het gevaar van het ministerie van onderwijs, dat nu ineens de kennis wil opschroeven. Noem het een golfbeweging. Ik denk, dat wanneer wij erbij hanteren, dat we dan ook eraf moeten hanteren. Er zal ergens ook iets vanaf moeten.

Terugkomend op het allereerste begin, kinderen van groep 3 zien ook dat die bus op een gegevende moment propvol zit. "Juf, nu moet je 'eruit' doen". Zij zien dat wel. Nu het ministerie van onderwijs en de inspectie nog. Want we willen allemaal goed onderwijs voor onze kinderen. De vraag is echter: Wat is goed onderwijs?
Goed onderwijs is een balans tussen een goede omgeving om te leren en de kennisoverdracht. Erbij en eraf. Laat die weegschaal niet te ver doorslaan.