On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label ontwikkelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkelen. Alle posts tonen

maandag 30 maart 2020

De octopus

Zwemmend in een grote oceaan kan een octopus rondzwemmen en alles bekijken, veranderen in de kleur van zeewier om te camoufleren, in een rots te veranderen om te jagen op prooi, zich goed verstoppen onder het zand, zijn zuignappen ergens aan vastzuigen en een donkere kleur afscheiden en daarmee iedereen in het pikdonker te hullen.

Lopend door de school kan een directeur omzien naar leerlingen en leerkrachten, zien wat er geleerd wordt en stimuleren van de lerende organisatie. Hij ziet de ouders en spreekt hen via raden of anderszins. Hij inspireert en creëert.
Natuurlijk verschiet een directeur weleens van kleur als er zich ‘s morgens twee ziekmeldingen aankondigen en de oplossing niet voorhanden is. Het kan ook zijn dat een leerkracht op maandagochtend binnenstapt en vertelt dat ze gekozen heeft voor een andere baan buiten het onderwijs. Het gebeurt. Deal ermee.
De directeur kan er ook voor kiezen om als een rots in de branding op te treden. Hij fungeert als een stootkussen. Hij biedt bescherming voor alles wat de school de school binnenkomt. Hij filtert en zorgt ervoor dat leerkrachten hun werk voor de kinderen goed kunnen doen. Onderwijs, daar gaat het om.
Iets moois regelen en een prooi bespringen door bijvoorbeeld leuke boeken aan te schaffen, iets bijzonders te regelen Voorde teamleden om hen een goed gevoel te geven, zij moeten het doen, de directeur moet er zijn voor hen.
Zal een directeur zich weleens verstoppen? Terugtrekken en ruimte geven aan anderen. Leerkrachten moeten de kans krijgen om hun talenten in te zetten en mogen zich ontwikkelen.
Zuignappen laten vastzuigen waar dat nodig is en loslaten wat het kan. Verantwoording dragen en al die tentakels vloeiend laten bewegen.
Het aantal tentakels is vaak niet toereikend. Ook al kunnen er een aantal zaken losgelaten worden, het blijft een inspirerend spel met vele taken en verantwoordelijkheden bij een goedlopende school. Als er iets aan de hand is, zoals: een zoektocht naar onderwijsbehoeften, een leerkracht met een lastige privésituatie, een groep zonder leerkracht, getouwtrek bij het samenwerkingsverband of een ouder die grote zorgen heeft om zijn kind, dan zijn die acht tentakels niet genoeg. Er is meer nodig.
Een directeur als een octopus met (af en toe te weinig) tentakels die druk bewegen. In de school en daarbuiten. Zoekend naar het allerbeste onderwijs voor zijn leerlingen.

Maar ... Als het lerarentekort nog grotere vormen gaat aannemen, leerkrachten voor iets anders kiezen, het onderwijs een fors beslag legt op de energierekening van (al!) het onderwijspersoneel en zij niet de beloning krijgen die mensen laat kiezen voor dit mooie vak, ontstaan er donderwolken. Er ontstaan hiaten. Een octopus schiet dan in de verdediging door inktzwarte stof uit te scheiden.
Wat kan een directeur? Wat kunnen leerkrachten? Wat kunnen scholen voor signaal afgeven? Er is niet veel keus al doen we dit liever niet. Staken is een noodsprong, een inktzwarte stof die dreiging laat zien. Iedereen in de omgeving heeft er last van. De ernst is duidelijk, ook al baalt de omgeving van het zwarte water.
Er zijn ingrijpende maatregelen nodig, die verder rijken dan investeringen in zij-instromers. Niet alleen voor grote steden, maar ook de randstedelijke gebieden hebben moeite het hoofd boven water te houden.

De octopus zwemt verder. De tentakels blijven bewegen. Zuignappen zuigen vasten laten los. Nu maar hopen dat al die bewegingen van de octopus worden gewaardeerd, die inktzwarte kleur gezien wordt en de investeringen in de toekomst van de wereld niet uitblijven.

zondag 10 september 2017

Groeien, ontwikkelen en leren

Onderwijs is meer dan alleen maar leren, lessen volgen, oefenen, inslijpen, toetsen maken en een diploma halen. Er is ook zoiets als vorming. Het leren van vaardigheden lijkt steeds belangrijker te worden, maar was dat niet altijd al aanwezig?


Meer dan kennis alleen
Als leerlingen naar de basisschool gaan, denken velen dat hier alleen kennis wordt aangeleerd. Pomp er maar een tafel in, en het rekent straks als een trein. Niets is minder waar. Het leren van kennis is een onderdeel van een groter geheel. Je leert ook samen te spelen, samen te werken, op je beurt te wachten, regels van de school, omgaan met anderen en dergelijke. Een spreekbeurt of een verhaal vertellen voor de klas is niet nieuw. Door de klassen rond te gaan met de traktatie, leer je beleefheidsvormen. Je leert manieren en wordt gevormd door relatie met anderen. Dit is al jaren zo.

Veranderde maatschappij
De maatschappij is alleen veranderd en er worden andere eisen gesteld aan het die omgang. Presenteren en mondelinge taalvaardigheid is belangrijker geworden. Ondersteund door de digitale wereld.
Het stukje autonomie is zelfs nog sterker aan het veranderen. Er wordt meer verwacht van de leerling en de jong volwassene. Initiatief nemen, zelfontdekkend leren en de nieuwsgierigheid het werk laten doen. In samenspraak met de omgeving komen tot nieuwe inzichten. Onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan. Het is verrassend om te merken met welke vragen leerlingen kunnen komen.

Nieuwe wending
Dit geeft een hele nieuwe wending aan het leren in het onderwijs. Het gooit de boel op de schop. Moet het nog wel zoals het nu gaat? Waartoe leidt dit onderwijs? Wat gaan de leerlingen straks voor beroepen uitoefenen?
Het is een mooie zoektocht die een enorme veranderslag aan het doormaken is. Denk aan Onderwijs2032 en curriculum.nu, waarin we uitgenodigd worden mee te denken aan wat er nodig is om het onderwijs zo in te richten dat het zin heeft voor de leerlingen die we straks afleveren.
Blijft het onderwijzen of wordt het meer begeleiden? Zijn er nog stampmomenten of kunnen de leerlingen alles opzoeken? Hebben ze parate kennis nodig of is opzoeken, samenvatten en presenteren, veel belangrijker. Is topografie nog wel van deze tijd?


Loslaten of vasthouden?
Ik ben van mening dat er een verandering zal moeten komen. Toch geloof ik niet dat we alles los moeten laten. De instructies op het gebied van technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen zijn heel belangrijk om een goede basis te creëren waarmee je aan de slag kunt om die ontdekking te kunnen maken. Lezen blijft een belangrijke vaardigheid die handig is om verder te kunnen komen. Enige kennis van hoe de wereld eruit ziet is handig als je iets opzoekt of leest. 

Vervangen?
Tegelijkertijd staan er andere zaken te trappelen. En aangezien het aantal niet uitgebreid wordt, misschien zelfs verminderd moet worden in een tijd van tekorten en werkdruk, zullen we keuzes moeten maken. En juist dat is het lastigste. Want wat blijven we doen, wat laten we vallen en wat voegen we toe?
Wat hebben onze leerlingen sowieso nodig? 
Daar komt bij dat ook gymnastiek, muziek en de creatieve vakken niet mogen verdwijnen. Een toename hiervan is zelfs beter voor de totale ontwikkeling van onze leerlingen. Hoe kunnen we dit integreren in ons onderwijs? Hoe kunnen we de goede zaken behouden en het zelfs beter doen voor de toekomst?
Leren van de toekomst, zei laatst iemand in een overleg. Dat is mooi gezegd. Maar hoe kunnen we leren van de toekomst?

Leren is een cyclisch proces
Leren uit het verleden is een kwestie van data verzamelen, analyseren, acties/veranderingen bepalen en een richting kiezen. Maar wat weet ik van gebeurtenissen in de toekomst. Dat wordt eerst dromen, fantasie laten werken, prognosticeren, anticiperen en vervolgens daarop acteren.
En dat is een hele uitdaging. Maar wel een mooie!




donderdag 14 juli 2016

Verplicht professionaliseren? Niet doen.

Iedereen leert elke dag weer nieuwe dingen. Soms doe je dit door nieuwe ervaringen, door wat anderen ervan zeggen of aan jou laten zien, soms door gespreksgroepen of andere besprekingen. Een andere keer door les te krijgen van een expert: een professor, een docent, een leerkracht. Je volgt dan les op school of via een opleiding of college. Belangrijk hierbij is, dat je het zelf wilt.

Professionaliseren.
Professionaliseren is 'hot'. Iedereen moet blijven leren om zichzelf te ontwikkelen. Voor een deel gebeurt dit door ervaringen, leren van fouten, kijken en luisteren naar anderen, reflecteren op je eigen handelen. Een ander deel wordt geleerd door het lezen van artikelen en boeken. Een derde deel wordt geleerd door opleiding, college of gewoon op school. Dat laatste wordt gegeven door docenten, professoren en leraren die zelf een opleiding of studie hebben genoten.  
De kunst is om te leren vanuit een intrinsieke motivatie. Geprikkeld worden door nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding aannemen en zelf leren erachter te komen. Dan is het rendement het grootst. Door oefenen, erover praten, interesse tonen, erover lezen of anderszins kom je steeds een stapje verder.

Verschillende mensen, verschillende manieren van leren.
Iedereen leert anders. De een leert door te luisteren, een ander door te zien en/of te lezen, een derde door ervaringen op te doen en te oefenen. We zien dit al bij jonge kinderen. Een van onze kinderen ging 20 keer stoepje op en stoepje af en leerde door vallen en opstaan. Onze derde zoon heeft een jaar lang het basketbalspel geobserveerd terwijl hij midden in het veld stond. Toen snapte hij het spel en speelde de sterren van de hemel.

Motivatie.
Nu is de vraag in het onderwijs hoe we leerkrachten, docenten, schoolleiders en alle andere medewerkers zo ver krijgen dat ze zich professionaliseren. Dan wordt het onderwijs beter en krijgen we betere resultaten bij onze leerlingen. 
Maar ja, hoe doe je dat en hoe zorg je voor de een goede (liefst intrinsieke) motivatie bij volwassenen?
Nu is er in den lande een verplicht schoolleidersregister en een (ook bijna verplicht) lerarenregister in het leven geroepen. Registreren is verplicht en het herregistreren na zoveel jaar ook. Ik heb mijn bedenkingen of dit de goede weg is om het onderwijs beter te maken. Een pilot is gestart met het schoolleidersregister. Aanvankelijk was ik enthousiast en nieuwsgierig genoeg om hier in te duiken en te ervaren hoe dit in zijn werk gaat. Herregistreren kan op drie manieren:
1. Een Master volgen
2. Formeel leren met 3 thema's in drie geaccrediteerde opleidingen
3. Informeel leren met 3 thema's en een check door twee andere schoolleiders en een goedkeuring van het schoolleidersregister.

Waarom vind ik dit geen goede manier?
- Alles wordt weer in hokjes geduwd en in lijsten gezet om zaken dicht te timmeren. Hiermee bereik je niet het uiteindelijke doel: beter onderwijs.
- Wie niet gemotiveerd is, gaat gewoon die lijstjes afwerken en zorgt dat hij/zij z'n punten/diploma's/of anderszins heeft om te herregistreren.
- Registreren heeft veel tijd gekost (bij mij duurde dit 9 maanden, omdat de opleiding die ik had genoten niet in het register stond) en nu moet je ineens binnen 4 jaar geherregistreerd zijn. Dat gaat een groot deel van de schoolleiders niet lukken. Wat gaat daarmee gebeuren? Ontslaan is geen optie, want zoveel directeuren/schoollleiders zijn er niet. Behoud de goede! Er stoppen er al genoeg. Het werk van een schoolleider is echt een intensieve.
- Met regels en lijstjes werk je fraude in de hand. Mensen zorgen dat het achter de rug is en kunnen zich weer bekwamen in het beroep zelf.
- Een Master volgen is leuk en leerzaam, maar zelf heb ik er al twee gedaan. Dan ga je dit niet snel nog een keer doen, het is behoorlijk intensief naast een fulltime aan. Bovendien is een derde Master volgen heel duur en dan is de 3000 euro niet toereikend. Geen optie dus.
- Geaccrediteerde opleidingen? Waarom is de ene wel en de andere opleiding niet geaccrediteerd. Wie bepaalt dat? Bovendien wordt gevraagd als ze niet op de lijst staan om deze aan te vragen. Maximaal 7 opleidingen kost dan 495 euro om dit te laten checken. Moet het niet zo zijn dat de opleiding die een bepaalde schoolleider past, dat die waardevol en zinvol is, omdat hij/zij bekijkt wat hij nodig heeft? Zelf wil ik graag een cursus 'flitsbezoeken', maar dit zal ongetwijfeld niet geaccrediteerd kunnen worden. Voor mij is het wel zinvol, omdat hier mijn leerpunt ligt.
- Informeel leren leek mij een goede optie, omdat veel in de praktijk wordt geleerd. Een ervaring rijker en een illusie armer door het falende systeem noem ik de volgende punten:
= te weinig interactie binnen de platforms Birdy en Curatr
= te weinig reactie vanuit schoolleidersregister op stellingen, discussies, themascan e.d.
= te weinig mogelijkheden om een fout te herstellen
= te lang wachten op een afspraak (het heeft bij mij 5 maanden geduurd)
= te weinig aanmeldingen (juni 2016 waren wij nr. 10, 11 en 12, terwijl vanaf 2013 het schoolleidersregister al in de lucht is)
= te veel focus op een methode: 'de ladder der gevolgtrekking', waarbij er meer naar de methode dan naar het geleerde gekeken werd, dit werkt heel frusterend
= veel te lange sessie van 5 uur op een plek die ver weg was (uur reistijd)
= te veel voorbereiding om ook te moeten verdiepen in alle documenten van twee andere schoolleiders
= direct de volgende dag een beoordeling schrijven en wanneer dit niet goed "navolgbaar" was en er niet goed te lezen was dat de betreffende schoolleider een "substantiële ontwikkeling" had doorgemaakt, werd deze afgekeurd. Beide termen zijn nietszeggend, maar ik kreeg het wel terug.
Kortom: De informele route is voor mij geen aangename inspirerende weg geweest om mezelf verder te ontwikkelen, het remt af en het frustreert. Dat is volgens mij niet de bedoeling.

Mijn conclusie:
Dit is niet de goede manier om te zorgen dat schoolleiders en straks ook leraren zich gaan professionaliseren. Wij zijn al gekwalificeerd. Houd het enthousiasme van die schoolleider vast. Elke schoolleider en elke leerkracht heeft andere dingen nodig en leert op andere manieren. Dat je moet bijblijven en moet blijven ontwikkelen, reflecteren op eigen handelen, doelen stellen en evalueren lijkt me niet meer dan logisch. De vraag is hoe en of we dit in een keurslijf moet gieten.
Schoolleiders beoordelen leraren. Bestuurders beoordelen schoolleiders. Laten we daar de ontwikkelingen in meenemen. Bereken dit niet door het aantal uren, aantal thema's of aantal masters, maar bekijk per persoon wat iemand nodig heeft en ga daarmee aan de slag. De een zal dit doen door een cursus op locatie, de ander via een platform en een derde door ervaringen te delen in directieberaad. Ook worden er door veel scholen en directies gezamenlijke onderwerpen aangepakt. Is dit niet gewoon genoeg?
Laten we stoppen met elkaar te blijven controleren en pak zelf je eigen verantwoording. Zo niet, dan wacht er een gesprek met je meerdere.

Tot slot:
Ik heb een hoop energie en enthousiasme in me om van de school een fijne plek voor leerlingen te maken en leerkrachten een prettige werkplek te geven. Leren van elkaar. Doelen stellen en zorgen dat we ons blijven ontwikkelen. Dit gaat samen met vele andere zaken die belangrijk zijn binnen het basisonderwijs. Denk breed en focus op bepaalde ambities. Dan houd je jezelf en de hele organisatie in een flow. We gaan ervoor, ik heb daar echt geen schoolleidersregister voor nodig.

zaterdag 31 oktober 2015

Ontwikkeling


Ontwikkelen heeft volgens de digitale encyclopedie (BRON: http://www.encyclo.nl/) een aantal betekenissen:
- bedenken en maken vb een energiezuinige hybride auto ontwikkelen
- het ontwerpen en uitvoeren vb: wie van jullie heeft dit plan ontwikkeld?
- opnames zichtbaar maken vb: het filmpje moet ontwikkeld worden- ontstaan vb: er ontwikkelde zich een discussie
- kennis vergroten, erbij leren vb: onze Jantje ontwikkelt zich voorspoedig
- langzamerhand beter en sterker worden
- stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
- doen groeien
- ontvouwen

- kweken


In het onderwijs hebben we het met name over bedenken, maken, ontstaan, kennis vergroten en sterker worden. Dat kunnen leerlingen zijn, maar uiteraard ook leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, onderwijsassistenten, directeuren, bouwcoördinatoren, lerarenondersteuners en conciërges. Vanuit de leerkracht (of andere begeleider voor de leerling) en de ouder door het stimuleren daarvan. De leerling op een hoger plan brengen. De leerling een stapje, een sprong of een niveau verder helpen.

Als we een leerling vergelijken met een bol of andere plant die uit een zaadje groeit, weet je dat er al bepaalde genetische eigenschappen in de bol of het zaadje aanwezig zijn. Toch is de omgeving voor een bol of zaadje heel belangrijk. Het moet op het goede moment gepoot of gezaaid worden, zonlicht speelt een rol, de temperatuur moet goed zijn en de hoeveelheid vocht moet zijn afgestemd op de toekomstige plant. Alle omstandigheden zijn belangrijk om de plant optimaal tot bloei te laten komen.

Zo is het ook met onze leerlingen. De omgevingsfactoren zijn belangrijk. De begeleiders in de omgeving van het kind kunnen het kind stimuleren, maar ook het lokaal waar een kind zit speelt een rol, het geluid. Bij de ui zie je de omgeving aan de buitenkant. (Bron:www.galamaorganisatieontwikkeling.nl)

Het gedrag is hoe een leerling handelt. Wat doet het om zich te kunnen ontwikkelen. Waarom doet een leerling het op die manier? Hoe kunnen we hem helpen om het beter te doen?

Steeds verder naar binnen in de ui komen we bij het kind zelf. Op school kijken we naar de belemmerende en stimulerende factoren (denk hierbij aan de theorie van handelings werken) die een leerling kunnen afremmen of juist verder kunnen helpen. De leerkracht doet ertoe. Hij of zij gaat bekijken, bevragen, uitproberen en in gesprek met ouders en kind wat hem helpt en wat beter is om niet te doen. Men zoekt naar de onderwijsbehoefte van het kind.

De onderwijsbehoefte is eigenlijk een soort gebruiksaanwijzing. Op welke manieren gaat deze leerling het beste functioneren. Hoe gaat deze leerling het prettigste werken. Wanneer zit deze leerling het beste in zijn vel.

Het is de kunst om elke leerling een stapje verder te brengen en hem of haar het gevoel te geven dat het iets heeft geleerd. Dat houdt een leerling nieuwsgierig en zal zich de volgende dag weer inzetten om iets nieuws te leren.

Het is voor de leerkracht een opdracht om de leerling te laten ontwikkelen, te laten groeien.
Door de ontwikkeling goed te laten verlopen is het fijn als de leerling en de leerkracht weten waar het naartoe moet. Welk doel, welke richting wil de leerling op? Wat wil deze leerling leren? Hoe wil de leerling dat leren? Wat heeft de leerling daarvoor nodig?

Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor leerkrachten en andere professionals. Ook zij blijven elke dag leren en ontwikkelen. Blijf nieuwsgierig en kijk verder. Denk eens buiten de kaders. Ga een stapje verder.

Zoals Floor Reaijmaekers vertelt in haar lezing en artikelen: "Ga voor een growth mindset. ", dan pas kom je verder en zul je leren leren. Dan is er sprak van ontwikkeling en groei.


zondag 11 oktober 2015

Verbinding

Om dit blog te kunnen publiceren heb ik een internetverbinding nodig. Zo zijn er in het leven en werken van mensen vele verbindingen nodig, die nieuwe verbindingen, relaties, vertrouwen en verantwoordelijkheden mogelijk maken. Deze verbindingen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van jonge mensen, maar ook volwassenen blijven dagelijks leren hoe zaken beter kunnen.

Verbindingen vanaf de geboorte
Als pasgeboren baby heb je de verbinding nodig met je ouders, je familie en steeds meer de mensen om je heen. Zo ontwikkelt een mens, groeit en komt tot bloei in relatie tot anderen en zijn omgeving. Daarvoor is verbinding nodig. Hierin zit ook het woord binding, belangrijk voor de hechting van dit kind bij deze ouders.
Wanneer een kind groter en ouder wordt gaat het meer verbindingen aan met zijn familie, vrienden en omgeving. Zo groeit het. Zo kan het een mening vormen. Vergelijken. Keuzes maken en verder gaan met de dingen die hij/zij doet of wil gaan doen in het leven. Verbindingen aangaan met wie hij/zij wil. 
In een basisschool gaat het niet anders. Voortdurend worden daar verbindingen gemaakt of is het fijn om verbindingen tot stand te brengen. Het mooi om verbindingen te zoeken waar men in eerste instantie niet aan zou denken.

Interne verbindingen in een basisschool
Allereerst maken leerlingen en leerkracht(en) verbinding met elkaar. Als dit niet zo zou zijn, zou het onderwijs geen goed onderwijs kunnen zijn. Voorwaardelijke voor een goede les, het leren, het stimuleren en begleiden van leerlingen. 
Leerkrachten maken verbinding met ouders. Als het goed is hebben ouders en hun kinderen die verbinding al thuis gemaakt, maar geeft een hulpouder een nieuwe verbinding aan op school. Zo kan er samen iets op gang worden gebracht, hebben we elkaar nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Samen een school juist door verbondenheid.
In de school zijn er ook onderling verbindingen tussen leerkrachten, tussen leerkracht en intern begeleider, tussen intern begeleider en directeur, tussen leerkrachten en directeur en tussen het team en het bestuur. Er wordt vaak gesproken over een goede communicatie, welke natuurlijk belangrijk is. Helemaal eens. Het woord verbinding vind ik echter een mooiere benaming, omdat dit meer zegt over de intensie om een goede (werk- of privé-)relatie aan te gaan. Volwaardig vertrouwen in elkaar, openheid, eigen verantwoordelijkheid en de wil om er met elkaar het beste van te maken. Je spreekt van een gezamenlijke passie, waar er een visie is die mensen doelgericht op het goede pad houdt. Elkaar scherp houden - dus ook feedback geven - , maar toch elkaar in de waarde laten. De kracht halen uit de mensen met wie je samen een verbinding aangaat. Genieten van wat een ander voor elkaar heeft gekregen. Het enthousiasme wat ontstaat als er dingen zijn gelukt. Samen vieren, samen verder.
Wanneer elke persoon binnen de school deze verbinding aangaat en zich aansluit bij de rest, is dit van onschatbare waarde voor de school als geheel. Dus ook de onderwijsassistent en de administratief medewerker en natuurlijk de oppas van leerlingen. In verbondenheid bereik je meer, 1 + 1 is immers meer dan 2.
Intern zijn er met ouders en school ook de verbinding met de medezeggenschapsraad en de ouderraad. Onmisbare en verplichte organen die zorgen dat er verbinding is, elkaar scherp houdt en zorgt dat we samen zaken kunnen bereiken. 

Externe verbindingen
Een (basis-)school heeft ook verbindingen naar buiten. Als een leerling extra hulp behoeft zullen er lokale onderwijsadviseurs en preventieve ondersteuners geraadpleegd kunnen worden vanuit het samenwerkingsverband. Ook ambulant begeleiders, jeugdverpleegkundige van Centrum voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werk, externe remedial teachers, ondersteuners vanuit bepaalde clusters en voor specifieke leerlingen zoals bijvoorbeeld dyslectie of hoogbegaafdheid. Mensen die daadwerkelijk een meerwaarde hebben op ontwikkeling en onderwijs.
Een tweede groep externe partners met wie de school verbinding heeft en samen zorg draagt voor de ontwikkeling van leerlingen zijn de mensen waar kinderen buiten schooltijd worden opgevangen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, een grootouder en de oppas. Het is fijn als er een goede verbinding is, zodat het werk in verbndenheid gedaan kan worden. Hoe beter de verbinding, en hoe beter de communicatie, hoe beter het is voor leerlingen en ouders.
Een derde groep die verbinding zoekt of waarbij verbinding belangrijk kan zijn, zijn onder andere sportclubs, scouting, lionsclub, bibliotheek. Ondersteunend aan de ontwikkeling van onze leerlingen, een meerwaarde om hen verder te brengen.
Dan zijn er nog verbindingen met krant, de website van de school en social media, waarbij de verbinding vooral belangrijk is voor de informatievoorziening naar buiten. Die verbinding zorgt voor een netwerk, waarbij de een ziet en de ander vertelt. Vertellen wat je doet als school, dat maakt nieuwe verbindingen. In gesprek gaan met elkaar houdt de zaag scherp en geeft stof tot nadenken. En zo groeien en ontwikkelen dan niet alleen de leerlingen, waar het hier op school natuurlijk om draait, maar ook de medewerkers en alle betrokkenen die hieraan verbonden zijn. Zo kun je in een professionele leergemeenschap stappen maken en doorontwikkelen, iedereen!

zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld. 

zondag 3 februari 2013

Gewoon doen!

"De herwaardering van het doen" van Willem Verhoeven is een aantrekkelijk boekje om te laten zien dat het gaat om wat we hebben bereikt en dus over wat we gewoon gaan DOEN.  Als doener spreekt me dit enorm aan. 

Willem Verhoeven vertelt in zijn boekje over de managementlagen, die allerlei plannen bedenken, nadenken over allerlei zaken, strategieen en schema's ontwikkelen. Vervolgens vinden zij dat hun medewerkers dit werk moeten doen.
Voordeel van structuur aanbrengen is dat het duidelijk op papier staat wat een organisatie gaat doen. Er ligt een plan. Er wordt een doel bedacht en een weg hoe we daar moeten komen. Eerst (be-)denken, dan doen!
Nadeel van deze planmatige aanpak is dat het hier vaak bij blijft. Het plan moet ook worden uitgevoerd, onderweg bijgestuurd en voortdurend geevalueerd of we de goede kant op gaan. 
Als het plan erg veel tijd heeft gekost, heeft de werkelijkheid het plan alweer ingehaald. Er ontstaat een scheiding tussen denken en doen. De manager staat te ver van de werkvloer, weet niet meer wat er speelt, staat er te ver vanaf en kan ook zijn medewerkers als 'minder' gaan beschouwen.
Managementlagen kunnen dus remmend werken, maar is de constructie die wij met de basisscholen kennen een verkeerde constructie?

Op het bestuurskantoor zit de algemeen directeur en een aantal stafmedewerkers die zaken als financiën en gebouwen beheren. Daarnaast is er een directiesecretaresse die zorgt dat alles in goede banen wordt geleid.
Op de basisscholen zelf zit een directeur of zo u wilt een schoolleider met een managementteam. Dat MT bestaat uit een directeur, eventueel een adjunct en bouwcoordinatoren. In de school is ook een intern begeleider die de zorg onder zijn hoede heeft en samenwerkt met de directie. Per school wordt bekeken hoeveel formatie voor directie, MT en IB beschikbaar is.
De medewerkers op het bestuurskantoor zorgen voor allerlei overkoepelende organisatorische taken en houden gesprekken met de directies over veranderingen en zaken die alle scholen aangaan. Binnen de school gebeurt hetzelfde. 
Het betekent niet dat zaken te lang duren of niet gebeuren bij ons. Maar dat ligt, zo zie ik het, ook aan een aantal goede constructies en keuzes:
- De lijnen zijn kort. Als er iets is, zal daar direct op worden geanticipeerd.
- Er bestaat een duidelijke overlegstructuur, waarin zaken besproken, uitgevoerd en geëvalueerd worden.
- Het geven van feedback neemt een belangrijke plaats in.
- Veranderingen vinden plaats in samenwerking met de alle medewerkers.
- De medewerkers worden gewaardeerd en worden serieus genomen. Zij zijn de mensen die het doen! Luisteren naar de medewerkers en samenwerken.
- Het kind staat centraal! Er is daardoor altijd een focus op het primaire proces van de groepsleerkracht en de leerlingen.
- Er is direct contact op en met de werkvloer, zodat er daadwerkelijk interventies kunnen plaatsvinden.
- De werkers zijn eigenaars van hun eigen proces.
- Mensen hebben ruimte nodig om te groeien en om zich te ontwikkelen. Dat laat hen (op)bloeien.
- Denken in en/en strategieën zorgt voor een circulair proces, wij hanteren 'plan - do - check - act'
- Nascholing, de vakbekwaamheid van de mensen ligt aan de basis van de organisatie, in dit geval dus de school.

Soms moet je dus gewoon even doen in plaats van oeverloos erover praten en discussiëren. Zoals Willem Verhoeven zegt in zijn boekje: "Begint, eer ge bezint." Ja, precies andersom. Gewoon doen. Praktisch, daar houd ik van!