On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ervaring. Alle posts tonen

woensdag 1 januari 2020

Nieuwjaarsduik


Altijd leuk ... om maar te kijken. Wij hebben als gezin één keer meegedaan in 2002. De jongste was toen 6 jaar, de oudste 11. Ze weten het nog steeds. Eigenlijk veel te koud natuurlijk. Maar we zouden het één keer doen. Gewoon het meemaken. Ervaren. Brrrr.


Iets ondernemen zit in het bloed en twee van onze kinderen doen nog met enige regelmaat mee met deze Nederlandse traditie. Hoe dapper!
Waarom doen we zoiets? Willen we iets afspoelen van het oudejaar? Willen we een frisse start maken? Willen we met een schone lei beginnen? De vraag wordt steeds opnieuw gesteld door de verslaggevers van de live uitzending van de nieuwjaarsduik.

Waarom deden wij het 18 jaar geleden met onze kinderen? Voor het bakkie erwtensoep? Daar zou ik het niet voor doen. Het is soep uit blik, erg zout en lang niet zo lekker als de eigengemaakte. De soep die je al enkele dagen van te voren moet starten met het weken van de spliterwten. Met de schenkel en spek moet het lang opstaan. Een dag laten rusten. Als de lepel erin blijft staan, is de substantie dik genoeg. Mmmmmmm. Nee, voor bliksoep hoef je het niet te doen.
Voor een van acryl gemaakte afzichtige oranje muts met pompoen ook niet.
Is het omdat we onze bucketlist willen afwerken. Alles een keer meemaken? Alles willen ervaren? Ervaringen zijn immers meer bijzonder dan alles wat we kunnen kopen. Of dat nu in een winkel is of online, al zal de ervaring in een fysieke winkel beter voelen. Tenzij je tijdgebrek hebt. De ervaring. Dat zou best een punt kunnen zijn.
Het afspoelen van het oude en met een schone lei beginnen. Zoals ook veel afslankacties starten op 1 januari of nu zelfs ook 30 alcoholloze dagen. Het is mooi hoor en ik heb ongetwijfeld ook wel eens gestart met goede voornemens. Is het nodig om zo extreem iets niet meer te doen? Is het goed om een winnaar te zijn en te stralen als ben je ergens de beste in? Is het nuttig om de week van ‘vul maar in’ in het leven te roepen en meer dan 52 weken te kunnen vullen? Ik geloof er niks van. Matigen, dat is de clou.

Velen wensten elkaar een mooi en liefdevol jaar. Vele stellen, families, vrienden en zelfs mensen uit het buitenland hebben het schurende zand tussen tenen en het koude water tot aan hun liezen mogen ervaren. Samen.
Een ervaring, dat is het. Je daartussen begeven. Het meerennen. De kou aan je voeten. Het bibberende lijf achteraf. De foto’s. Die kop soep. De muts.
Één ding is zeker. Er is zeker iemand die hier veel profijt van heeft. Dat is de soepfabrikant die het gelukt is om hiervan een mooie traditie van te maken. Knap staaltje promotiewerk.

Maar ook die heerlijke gekke zoon geniet er jaarlijks van. Elk jaar vraagt hij weer aan de andere gezinsleden wie er mee gaat. Soms heeft hij tot de duik niet geslapen. Hij heeft al vele keren meegedaan in de afgelopen 18 jaar. Een bikkel is het. ‘s Avonds een vent, ‘s ochtends een vent. Al vijf keer samen met dezelfde schoolvriend. Het motto van die twee: Koppie onder, anders telt het niet. Haha. Hoe gaaf!

Het levert blauwgebekte plaatjes op met een oranje toefje. Het laat zien dat er zoveel verschillende mensen een bijzondere ervaring willen meemaken. Zolang het een traditie is, die niemand kwaad doet, laten we dit dan vooral koesteren. Geniet van de bijzondere ervaringen in het leven. Dat is wat mijn zoon ook altijd zegt. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. Geniet, met mate, dat dan weer wel.

Bronnen:
https://www.omroepwest.nl/nieuws/3981094/Dit-zijn-de-leukste-beelden-van-de-nieuwjaarsduik-2020 
https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/duizenden-beginnen-2020-met-een-frisse-nieuwjaarsduik/ 
https://www.omroepwest.nl/nieuws/3981067/KIJK-MEE-Fris-begin-van-2020-bij-de-nieuwjaarsduik
https://www.unox.nl/nieuwjaarsduik.html
https://www.nieuwjaarsduik.info/

donderdag 5 januari 2017

Mijn moment in het onderwijs


Na de uitdaging die ik aannam - van iemand via Twitter - om mijn moment in het onderwijs te beschrijven loop ik al een paar dagen met de gedachte rond wat nu mijn moment is. Dat is nog niet zo eenvoudig. Wat is mijn moment? Of zijn er te veel mooie momenten en kan ik niet kiezen? Is het de eerste baan als juf, de bijlessen, werken als intern begeleider, ICTcoördinator of schoolleider? Ook wel, maar niet de essentie van mijn moment. Wat dan wel?


Vanaf 1985 ben ik werkzaam in het primair onderwijs. Verschillende groepen, verschillende scholen, verschillende functies en verschillende werktijdfactoren. Gevarieerde ervaringen met de groepen, scholen, collega’s en ouders. Er zijn mooie momenten en uiteraard ook momenten die minder leuk waren. Alles bij elkaar geeft het mij een rugzak vol bagage waarin ik nu mijn werk nog steeds vol passie kan en wil blijven doen.

Ik denk terug aan mijn allereerste school, waar ik na mijn stage zo ben ingerold. De eerste groep die ik had was groep 3 en dat vind ik nog steeds de mooiste groep van het basisonderwijs. De nieuwsgierigheid en de ontdekking. De kunst van het lezen.  De wereld die opengaat. De volledige overgave van de leerlingen die dat belangrijke stapje doen. Ze kunnen ineens lezen. Al starten leerlingen nu vaak wel al eerder in de kleutergroepen. In die tijd deed ik ook de RTopleiding ernaast.

De wisselingen van school. Goed om verder te kijken. Goed om je grenzen te verleggen. Wat is leuk, wat kan ik, wat vind ik niet leuk, waar ga ik mee door. Zo komen er ook andere functies. Computers hebben mijn interesse - nog steeds overigens - en zo deed ik rond 2000 een computeropleiding om ICTcoördinator te worden. Wonderlijk dat ik toen nog collega’s moest leren e-mailen. Het werk van een intern begeleider is mooi om zowel leerlingen als leerkrachten te kunnen volgen en begeleiden naar beter onderwijs voor de leerlingen. De stap naar schoolleider heb ik toen – mede door de stimulans van mijn echtgenoot – gemaakt naar een kleine school van (toen nog) ca. 100 leerlingen. Het zijn mooie leerzame momenten. En ik leer nog steeds.

Als fysiek-emotioneel mens brengen al deze ervaringen ook emoties met zich mee. Soms blij, soms verrast, soms verdriet of teleurstelling. Emoties die horen bij het hele leven. Toch kan ik met die emoties mijn momenten aanwijzen.

Dat begon al toen ik nog lang niet in het onderwijs werkte en met buurmeisjes schooltje speelde, winkeltje deed of andere zaken ging bedenken om hen dingen te leren en van hen te leren. Op vakantie picknicken met vriendinnetjes was daar ook een onderdeel van. Heerlijk om allerlei zaken te doen. Ik leerde daar zelf veel van. Communiceren. Sociale vaardigheden. Nieuwe dingen ontdekken.

In het onderwijs zijn het de momenten waarbij je met de leerling contact maakt en hem of haar een stapje verder helpt. Of ik nu de juf ben van een groep, de ICTcoördinator, de intern begeleider of de schoolleider, dat contact met die leerling, het zien ontwikkelen, leren, groeien, ontdekken, proberen, leren leren, vallen en opstaan, stimuleren, enthousiasmeren van al mijn leerlingen is voor mij het moment. Omdat er vele momenten zijn, zijn de meeste dagen ook mooie dagen in het onderwijs. Het geeft de dag een goede balans waarin de stress van werkdruk tegengas krijgt en tot een goed evenwicht brengt.

Als juf, maar ook als mens die liefde wil delen, zijn mijn momenten wanneer ik extra aandacht geef aan die onzekere leerling, uitdaging bied aan die knappe kop, een aai over een bol kan geven als ik zie dat een kind het moeilijk heeft. Dat geldt ook als remedial teacher. Als ICTcoördinator en intern begeleider ben je ook veel met collega’s bezig. Maar altijd met de leerling in mijn achterhoofd. Als schoolleider, waarbij veel zaken minder direct om de leerlingen gaan, zal het toch uiteindelijk om die leerlingen draaien. Nu sta ik elke morgen bij de ingang van de school en begroet alle leerlingen. Ik ken hun namen. Zij doen ertoe. Zij moeten zich veilig voelen en zo tot leren kunnen komen. Ik doe klassenbezoeken, loop door de gangen en ga in gesprek met leerlingen. Zo weet ik wat hen bezighoudt en kan ik ze ook nog weleens uit de tent lokken. Kleuters hebben regelmatig een themahoek op de gang, waarin ik me verplaats in hen en die nieuwsgierige leerlingen iets kom vragen. Datzelfde probeer ik te doen met de collega’s. Vragen stellen, belangstelling tonen en complimenteren. Ruimte bieden om te groeien en toch de grote lijn in de gaten te houden. Zo zijn er vele mooie momenten in het onderwijs.

Conclusie:

Mijn moment in het onderwijs is het contact met leerlingen, collega’s en ouders om hen iets mee te geven, maar ook van hen te leren. Dat kan van alles zijn. Kennis, een vaardigheid, maar minstens zo belangrijk zijn waardering, warmte en liefde. Zo kunnen ze tot volle ontplooiing komen en ik ook.

zaterdag 19 oktober 2013

Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof)

Hoe belangrijk is het onderwijs voor het kind? Welke rol speelt een leerkracht? Hoe belangrijk is de omgeving? Het hangt nauw met elkaar samen.

Het kind staat centraal. Daar draait het om. Het kind ontwikkelt zich op school door middel van relaties met de leerkracht en medeleerlingen. Thuis ontwikkelt het zich in relatie tot zijn ouders, eventueel broertjes en zusjes en de omgeving, zoals de buurt, vriendjes en vriendinnetjes.
Die leerkracht doet er toe op school. Net als thuis ouders er toe doen. Ze zijn een belangrijk rolmodel voor het kind. Het biedt hen geborgenheid, liefde, het leert spelenderwijs omgaan met sociale vaardigheden, het leert omgaan met geluk, verdriet, teleurstellingen en mooie ervaringen. De leerkracht en de ouder kunnen kinderen ook stimuleren door gerichte uitleg, voorlezen, aanbieden van leerstof, afstemmen op het niveau van het kind en het helpen waar het nodig is. Thuis voelen ouders het haarfijn aan. Leerkrachten kijken naar de onderwijsbehoeften van kinderen. Wat heeft dit kind, in deze klas, op deze school, bij deze ouders en bij deze leerkracht nodig? Dat kunnen eenvoudige dingen zijn: vooraan zitten, een leerkracht die helpt bij het opstarten, een stappenplannetje, extra uitleg bij rekenen, een medeklasgenoot die helpt bij het voorlezen of gewoon af en toe een knikje van de juf dat hij/zij het goed doet en hem/haar ziet.
Het is daarom ook van belang om te praten met kinderen. Stel open vragen en luister wat dit kind te vertellen heeft. Waar is het mee bezig? Wat heeft het meegemaakt? Wat heeft het nodig op school? Wanneer kan het rustig slapen thuis? Een kind kan dit goed aangeven. De kunst om als volwassenen te luisteren en te kijken naar kinderen. Wat willen ze ons vertellen?
Daarnaast is belangrijk waar het kind mee in aanraking komt. Welke middelen heeft het tot zijn beschikking? Boeken lezen, bouwen met blokken of lego, vormen en kleuren ontdekken, muziek maken en buiten spelen. Het speelt allemaal mee. Soms in combinatie met een volwassenne, soms ook zelf ontdekkend. Door het juiste materiaal aan te dragen daag je het kind uit tot leren en ontdekken. Het ontwikkelt zich dan vanzelf.
In het onderwijs bestaat er een relatie tot leerling en leerkracht, leerling en omgeving en leerling en leerstof. Vandaar de formulie: Onderwijs = leerling x (leerkracht + omgeving + leerstof). Hierbij staat de leerkracht vooraan in de rij. De leerkracht doet ertoe. Verdiept zich in een leerling en leert het te begrijpen. De leerkracht gebruikt daarbij ook de omgeving en de leerstof. Door het stimuleren, doelgericht handelen, plannen en acties uit te voeren ontwikkelt het kind zich. De leerkracht is daarbij cruciaal.
Daarom is onderwijs zo belangrijk voor kinderen. Ieder kind heeft er recht op.

zondag 4 augustus 2013

Herinneringen in het onderwijs

Herinneringen zijn voor iedereen verschillen. We hebben goede en minder goede herinneringen. Welke herinneringen blijven je bij? Kun je herinneringen oproepen of zijn ze blivend vergeten?


Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.

Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)

Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.

zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zaterdag 9 februari 2013

Leren door doen.

Het sneeuwt. Prachtig om te zien. Leuk om mooie foto's te maken. Vooral gaaf om met kinderen naar buiten te gaan, te gienieten van het weer en te leren wat het weer allemaal teweeg brengt.

In een kleutergroep van onze school heeft een leerkracht dit aangegrepen om kinderen te leren over het winterse weer. Geweldige lessen over ijs en smelten, sneeuwvlokken, de witte kleur die het 's morgens veel lichter maakt, het laten ontdekken van koud en warm en de kleren die je in de winter nodig hebt. Mooi om te zien hoe je dan ook het milieu erbij kunt betrekken door een Warme Truiendag te realiseren, waarbij iedereen een lekkere dikke trui aantrekt en de verwarming een graadje lager kan.
Een genot om te zien hoe kinderen bewust worden van het smelten van het ijs. De leerkracht had de kinderen gevraagd hoe ze het ijs konden laten smelten. Kinderen kwamen met allerlei verschillende oplossingen. Een kind wilde zelfs wachten tot de zomer!

Wat leren kinderen hiervan? 
-Samen nadenken hoe ze ijs kunnen laten smelten.
-Ervaren hoe koud ijs aanvoelt in hun handen.
-Warm en koud, temperatuur.
-Winterse kleren en twee dezelfde wanten (of 'wantschoenen', zoals een van de kinderen zei)
-woordenschatuitbreiding t.a.v. iglo, sneeuwvlokken, hagel, sneeuw, glijden, ijs, schaatsen, slee en ga zo maar door.
-Ervaren hoe ijs en sneeuw voelt en wat je wel en niet kunt doen buiten.
-Sneeuwballen maken en gooien
-Tellen van sneeuwvlokken of sleeën.
-De klank sssssssssss van ssssssneeuw en ijssssssss
-Het wit van sneeuw waardoor het 's morgens veel lichter lijkt.

Een brede ontwikeling bij kinderen in groep 1/2, waar we niet altijd bij stil staan. Geweldige ervaringen en vooral de betekenis van deze ervaringen, die we vaak - werkend vanuit een methode - vergeten in de bovenbouwgroepen. Hoe belangrijk is het dat kinderen snappen wat ze leren, voelen en zien hoe iets werkt en concreet kunnen beetpakken.
Daarbij biedt het digibord zeker meer mogelijkheden. Onderwijs is rijker door het concreet ervaren, ontdekkend leren, het zelf kunnen horen, zien en vooral voelen en aanraken. Zo bieden we alle kinderen de mogelijkheid om de stof eigen te maken.
Was ik maar een kind in deze tijd...

zondag 20 mei 2012

Werkdruk

Het is weer een hot item in onderwijsland: WERKDRUK. Uit een recent onderzoek van DUO kwamen de volgende resultaten over het basisonderwijs naar voren: 84 procent ervaart een hoge of zeer hoge werkdruk en 41 procent vindt die niet acceptabel. Dat is fors! Er deden 655 leerkrachten uit het basisonderwijs mee aan dit onderzoek. Eén op de vier leraren zegt gezondheidsklachten te hebben die vermoedelijk aan het werk te wijten zijn. Eén op de drie leraren komt naar eigen zeggen 's ochtends niet uitgerust op zijn werk.


Bovenstaand resultaat is ronduit verontrustend. In de grote steden schijnt het erger te zijn dan elders, maar toch blijft het aantal veel te groot. Dit moet wel veel geld kosten om allemaal te kunnen blijven bekostigen.
Als ik naar mijn eigen school kijk, merk ik ook aan de collega's, dat er een flinke werkdruk ervaren wordt. Let wel: Het wordt ERVAREN. De vraag is in hoeverre dit realistisch is.
Nu is het onderwijs geen 9 tot 5 baan. Er zijn tijden waarin je lange dagen maakt, flink moet voorbereiden, nakijken en administreren, vergaderingen en extra taken moet doen. Daar tegenover staat een flink aantal vakantieweken. Toch zie ik ook in de praktijk, dat leerkrachten een hoge werkdruk ervaren. We lossen het niet op met het bijhouden van elk uur dat je met onderwijs bezig bent.


Is de werkdruk hoger dan vroeger? Zo ja, hoe komt dat?
De eerste vraag is meteen al lastig. Het lijkt of er steeds meer moet in het onderwijs, maar sommige dingen worden ook steeds makkelijker en handiger. Gingen wij vroeger ook niet bij elk kind op huisbezoek, wat toch snel anderhalf uur per kind kostte? Reken maar uit, als je een groep hebt van 25 kinderen, dat ben je bijna 40 uur per jaar kwijt aan huisbezoeken. Rapporten die allemaal geschreven moesten worden en tegenwoordig digitaal verwerkt kunnen worden scheelt ook een hoop tijd.
Toch denk ik, dat we de eerste vraag uiteindelijk met ja moeten beantwoorden, juist omdat mensen het als werk ervaren. Van elk kind moet er genoeg geregistreerd zijn, een doel opgeschreven staan, een plan uitgewerkt, gesprekken met ouders worden gevoerd, intern begeleiders die tijd vragen voor de groepsbespreking, de voorbereidingen op een digibord, het e-mailverkeer dat dagelijks aangroeit en ga zo maar door. De inspectie vraagt om gegevens en wil ook nog dat de scores stijgen. Dat levert druk op, niet alleen voor de leerkrachten. Nascholing wordt steeds belangrijker, want stilstand is achteruitgang; maar dat moet wel ingepland worden.


Het maakt het er niet makkelijker op, maar misschien wel leuker? Het onderwijs wordt zoveel interessanter als je meer weet hoe het komt dat een kind niet scoort of als je een kind in de klas hebt met dyspraxie. Hoe kun je als leerkracht een kind helpen? Wat heeft dit kind nodig? Dat is een spannende en boeiende weg, ook al zal soms blijken dat een kind misschien beter af is op een andere school.


Wat het niet leuk maakt is dat de aandacht zo bovenop de scores ligt van de kennisgebieden, waardoor de sociale vaardigheden naar de achtergrond worden gedrukt. Dan heb ik het nog niet eens over de creatieve vakken of het bewegingsonderwijs. Dat is jammer, want we zijn en blijven een basisschool. Daar wordt de basis gelegd. Ik hoop dan ook dat dit een golfbeweging is, die straks weer de andere kant op zal bewegen.


Werkdruk en stress moeten ook weer in een golfbeweging naar achteren worden geschoven en leerkrachten moeten weer voldoening halen uit hun baan als juf of meester. Ze moeten weer kunnen genieten van het vak. Waarom wilde je ook alweer leerkracht worden? Wat kun jij kwijt in je vak? Wat zijn de krenten uit de pap die jouw werk zo leuk maken?


Werkdruk is een verkeerde balans. Je doet meer dingen die moeten en minder dingen die je leuk vindt. In elk werk zijn er dingen die moeten en die minder leuk zijn. Bekijk eens wat er vandaag moet en wat eventueel morgen kan. Zijn er dingen die jij vindt dat ze moeten of moeten ze ook echt?
Een voorbeeld is nakijken. Sommige leerkrachten vinden dat ze koste wat het kost, alles moeten nakijken. Is dat zo? Wat zou er gebeuren als je eens een keer niet nakijkt? Zit er dan een ontslag aan te komen?


Ik heb makkelijk praten, want ik ervaar ook best werkdruk, maar ik vind het niet erg. Dat komt omdat ik mijn werk leuk vind. Ik haal er meer energie en voldoening uit, dan dat ik de stress ervaar. Ik hoop dat anderen dat ook weer gaan doen. Positief denken, voldoening, energie, tevredenheid, acceptatie en zo zijn er nog meer woorden en gevoelens die ervoor kunnen zorgen dat het fijn is om te mogen werken in het onderwijs. Het is zelfs een voorrecht!


Werkdruk? Maak je niet druk!