On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







donderdag 31 maart 2011

Schoolplan

Iedere basisschool moet er weer aan geloven: het vierjarige schoolplan 2011-2015. Een bezoeking of een bezinning?

We doen het allemaal: plannen maken. Denk maar aan vakantieplannen, (ver-)bouwplannen, verhuisplannen of sollicitatieplannen. Dat is goed. Nadenken wat je wilt, een doel bepalen en achteraf terugkijken wat er wel of niet gelukt is. En, ook niet onbelangrijk, plannen maken is leuk, je kunt je dan al verlekkeren op wat komen gaat, waar je je op gaat richten, hoe je dat gaat doen en wat je ervoor nodig hebt.

Toen ik als vierjarige leerde schaken van mijn twee grotere broers, werd mij al geleerd om aan het begin van het spel een plan te maken. Ze zeiden: "Het geeft niet wat voor plan, maar maak een plan, zodat je een doel hebt." Dat is me altijd bijgebleven.

Ook in het dagelijkse leven op school is het handig om plannen te maken. Een lesplan, een groepsplamn, een handelingsplan of een groepshandelingsplannen, allemaal concrete doelen wat je wilt bereiken met die les en met die leerling.

Als directeur van een school moet je zorgen voor een helder overzicht, ook daarin moeten plannen worden gemaakt. In een schooljaar loop je tegen dingen aan en hier ontstaan verbetreplannen en veranderplannen.

Eens in de vier jaar is het wettelijk verplicht dat de school een schoolplan opstelt, waarin wordt vermeld hoe een en ander geregeld is. Nu ik hier ruim een half jaar probeer het werk van een directeur eigen te maken, val ik ook nog in de prijzen om een schoolplan te mogen schrijven. Het fijne daarvan is, dat ik zelf kan bepalen wat erin komt te staan. Het moeilijke is, dat ik nog niet eens alle zaken voorbij heb zien komen en nu al verwacht wordt, dat ik dit klusje eventjes klaarspeel.

Na de nodige studieonderwerpen in het afgelopen jaar, waarbij ook gevraagd wordt om verslagen te leveren en presentaties te geven, moet dit toch te doen zijn? Bezinning op mooie onderwerpen als transformatief leiderschap en teamcoaching zijn inspirerend.

Vakantieplannen maken is leuk, veranderplannen in gang zitten op school is boeiend, verbeterplannen maken geeft een kick, maar een verzameling van alles wat er speelt op school opnemen in een ellenlang draderig uitgeplozen schoolplan is ronduit tijdrovend.

In elke baan zitten voor- en nadelen. Dit was een nadeel. Maar de reden waarvoor we dit doen, het grote voordeel, komt elke dag terug: kinderen met een glunderende gezichtjes, leergierige houding, grappige opmerkingen, lekkere traktaties, gezellige praatjes en verrassende bewegingen. Daar doen we het voor!

zondag 20 maart 2011

De kracht van het onderwijs

Waaruit halen onderwijsmensen hun kracht, hun inspiratie en hun motivatie? Wat beweegt onderwijsmensen om in het onderwijs te blijven werken? Wat houdt onderwijs boeiend? Hoe blijft dit werk uitdagend?
Om me heen kijkend zie ik verschillende onderwijsgevenden, onderwijsondersteuners en leidinggevenden in het onderwijs, die op verschillende manieren omgaan met al deze woorden, die samen inspirerend onderwijs bieden.
Men geniet van die vrolijke kinderen, die soms zo snakken naar die aai over hun bol, het gevoel wat te kunnen leren aan kinderen, het geven van liefde en het creeren van een veilige, eerlijke en vriendelijke omgeving, het scheppen van openheid.
Men worstelt echter met tijdgebrek, werkdruk, verantwoordelijkheid en stoeit soms met oudergesprekken en collegiale troubles. Het hoort er allemaal bij en toch blijft dit werk het leukste werk wat er is.
Via een blog van Guido Crolla, een denkbeeldenstormer http://denkbeeldenstorm.nl/2010/10/renaissance-2-0-in-het-onderwijs/ werd ik wat verder aan het denken gezet. We spelen hier met moed, nieuwsgierigheid, creativiteit en passie, belanden we via aarde, water, lucht en vuur bij de doener, beslisser, denker en dromer van Kolb. Passie komt overeen met vuur. Het geeft warmte en werkt aanstekelijk. Creativiteit komt overeen met lucht, denk aan de luchtigheid van ideeën en het bouwen van luchtkastelen. Geef lucht aan vuur en het wakkert flink aan. Nieuwsgierigheid komt overeen met water. Water vind je bijna overal, het is letterlijk onze brandstof, zonder kunnen wij het geen dagen volhouden. En moed komt overeen met het basiselement aarde. Je moet lef hebben om je ideeën en fantasieën in onze werkelijkheid te plaatsen. Herkenbaar en zo voor ieder onderwijsmens een andere eigen invulling van zijn eigen inspiratiebron. Iedereen heeft een andere invalshoek, andere herkenningen en andere motivaties.
Goed, dan ga ik nu weer aan de slag, want ik ben toch echt wel een doener, met beide benen op de grond en vol goede moed doorzettend naar de acties die verricht moeten worden. Werk ze weer deze week!

Mede dank aan Guido Crolla.

zondag 13 maart 2011

Wie stemt voor?

De verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarmee indirect ook voor de Eerste Kamer zijn voorbij. Toch is de titel van dit stukje "Wie stemt voor?". Op een website waar het over onderwijs gaat, kunnen we dan niet anders verwachten dat dit over de term "Passend Onderwijs" en de bezuinigingen zal gaan. Items waarover al eerder is geschreven en nagedacht.
De titel van dit stukje zou eigenlijk een groot vraagteken moeten hebben. Want wie stemt er nu voor Passend Onderwijs? Wie stemt er voor bezuinigingen? En wie stemt voor beiden tegelijk? Het Schooljournaal staat weer bol van tegenstemmers, uit de media komen weerstanden, iedereen praat erover, maar niemand is enthousiast. Wat wil onze minister nu eigenlijk? Wil ze een punt scoren?
Het onderwijs komt in actie, mensen komen bij elkaar, iedereen ziet dat het totaal de verkeerde kant op gaat en toch krijgen we met z'n allen die minister niet in beweging. Wie stemt voor? Een minister met een verpleegstersachtergrond. Wie stemt daarvoor? Hoe kan deze minister weten hoe het werkt in het onderwijs? Hoe kan deze minister weten dat sommige kinderen die extra hulp nodig hebben? Hoe kan deze minister weten, dat je geen 30 leerlingen in een groep van reguliere basisschool kunt hebben, waarbij er 6 met grote zorg zitten? Hoe kan deze minister weten dat het goed blijft gaan als er 3 leerlingen meer zitten in een groep van het speciaal onderwijs?
Heeft deze minister dat ervaren? Nee. Wie stemt dus voor?
Moet dan of het passend onderwijs of de bezuinigingen stoppen? Ja. Je kunt geen twee dingen tegelijk. Dit gaat koppen kosten. Zowel van leerlingen die tussen wal en schip geraken, maar ook van leerlingen die nergens terecht kunnen, nog niet te spreken van de leerlingen die het gewoon goed doen, maar nu ondergesneeuwd worden door te veel zorgleerlingen.
Er gaan koppen rollen, omdat de expertise van de ambulant begeleiders opzij wordt gezet, leerlingen in het regulier onderwijs met hun handen in het haar zitten omdat zij het ook niet meer weten en directies en besturen meer werk krijgen met minder middelen (want ook andere bezuinigingen zoals de expertise van de schoolbegeleidingsdiensten worden gewoon doorgezet).
En dit alles heet "Kennisland Nederland?" Wie heeft dit bedacht? Volgens mij missen hier een aantal mensen de kennis om het onderwijs goed te structureren, vooruit te kijken, te plannen over een aantal jaren, de rust in de tent te bewaren en gaan voor goed, beter, best onderwijs met de beste leerkrachten.
Dus wie stemt voor? De beste stuurlui, die aan wal staan. We zien wel waar het schip strandt. Maar dan is het te laat.

woensdag 9 maart 2011

Sportief

De voorjaarszon doet wonderen. Het energiepeil stijgt, het humeur vrolijkt aanzienlijk op en de zin om iets te doen neemt toe. Overal lijkt het nieuwe leven weer zichtbaar. Lammetjes worden geboren, de bloembollen komen op en veelkleurige bloemen sieren de grijze wereld. Mooi, maar wat doet het nu met jezelf.
Met een kleine stimulans van manlief, zijn we toch eens gaan kijken naar een fiets met trapondersteuning, om de reis naar het werk aanzienlijk te veraangenamen. Vlak voor de zomervakantie heb ik zo'n fiets geleend bij de vertrouwde fietsenwinkel. De mensen die daar werken kennen ons al jaren. Een tochtje naar school heeft mij ertoe gezet, om deze - toch wel prijzige - fiets aan te schaffen en zo het nuttige met het aangename (zoals mijn vader altijd zegt) te combineren.
Nu de voorjaarsvakantie voorbij is moet ik natuurlijk wel op die fiets springen. Meteen de eerste maandag heb ik plaats genomen op de zitplaats van dit rijdend stalen ros. Mmm, heerlijk in de buitenlucht, frisse wind opsnuiven en tussendoor nog even een andere school bezocht en nog een extra frisse neus gehaald. Mmmm. 's Avonds het vaste avondje met de buurvrouw toch ook door laten gaan, bij meer bewegen voel je je immers fitter, blijkt.
Om nu niet te hart van stapel te lopen, gaf ik mezelf op dinsdag een rustdag, ik moest immers 's avonds ook door naar de studie. Vandaag ging ik weer, maar dit viel zwaarder dan maandag. Niet alleen vermoeider naarmate de week vordert en eigenlijk te laat het bed opgezocht gisteravond, maar de wind van vandaag liet de noodzaak van de trapondersteuning, ofwel het motortje, wel goed zien.
Ach, toch lekker in beweging geweest, vanavond toch iets eerder in bed en volgende week weer - minimaal - twee keer fietsen.
Kan ik morgen weer extra genieten van de luxe van een auto. Mocht het zonnetje schijnen, zet ik sportief mijn zonnebril op en draai het raampje een stukje open.

zaterdag 5 maart 2011

Goedemorgen!

De vakantie is weer voorbij en maandag mogen we weer aan het werk. Mogen ja, want eigenlijk ben ik bevoorrecht met het werken in deze baan.
Laatst was ik in groep 1/2a. Op het moment dat de kinderen hun eten en drinken mochten pakken en dit onder hun stoel zetten, pakte ik zelf een pakje uit mijn tas. Een pakje gevuld met 'goedemorgen', een lekker zuiveldrankje van een bepaald merk, zette ik netjes onder mijn stoel. Als juf moet je het goede voorbeeld geven. De kleuters, die bezig zijn met letters, vertel ik wat er op het pakje staat. Goe-de-mor-gen. Ze proberen bekende letters te zoeken en giebelen om het woord goedemorgen. We maken er grapjes over en zeggen goedemorgen tegen elkaar en tegen het pakje.
Vooral aan jonge kinderen kun je 'gedag zeggen' en 'goedemorgen wensen' leren. Door het nu ook te laten zien in de klas, het woord bewust voor te lezen, letters te benadrukken, begint het nog meer te leven. Letters krijgen klanken en andersom. Deze kinderen wordt meteen een fonemisch bewustzijn bijgebracht, heel spelenderwijs.
Nu probeer ik elke morgen bij de deur van de hoofdingang van de school te staan, ouders en kinderen te verwelkomen en hun goedemorgen te wensen. Het leuke bij het zeggen van "goedemorgen" is, dat dit niet alleen een vriendelijk gebaar is, maar ik meteen contact kan maken met de kinderen en de ouders. Een kort praatje, het noemen van de namen van de kinderen(ik ken nu echt 95% bij naam), openstaan voor een vraag, aanspreekpunt als iemand iets kwijt wil, aansporing als we ergens ouders voor nodig hebben en ga zo maar door. Het mooie van dit contactpunt is, dat je ook daadwerkelijk de school open kunt stellen, even een grapje kunt maken of even iemand een hart onder de riem kunt steken.
Als school ben je zo niet alleen een leerinstituut, maar bied je ook een veilige omgeving, een open cultuur, opvoedkundige staaltjes of een sociaal emotionele kant van de mensen. Kortom, mensen en kinderen als totale individuen te benaderen. En goed voorbeeld doet goed volgen.
Dan is het "goedemorgen" wensen dus minstens zo belangrijk als het woord "goedemorgen" aan te leren. Een beetje gezonde reclame nemen we dan maar op de koop toe.




dinsdag 1 maart 2011

Sponsors gezocht!

In hoeverre is het wenselijk om in het onderwijs te gaan werken met sponsors? Persoonlijk heb ik daar toch wel wat moeite mee, omdat we de jonge kinderen mischien op het verkeerde been zetten qua beinvloeding van bepaalde producten.
Neem nu de actie van - pak 'm beet - 10 jaar geleden. De toenmalige chipsfabrikant Smith had een actie bedacht, waarbij je bij elke zak chips punten kon sparen voor CD's, die op school ingezet konden worden. Dit ging mij toch echt te ver. Onze kinderen, die toen op de basisschool zaten, kregen dit mee van hun basisschool.
Op onze eigen school hebben wij een gift gekregen om de bekostiging van buitenspeelmateriaal rond te krijgen. Ideaal, maar is dit wel toegestaan? Strookt het nog met wat wij voor ogen hebben met de kinderen. Ik denk het wel.
Nu de bezuinigingen en het passend onderwijs door de schooldeuren wordt gedrukt, kunnen we misschien niet anders, dan de chipsfabrikant binnen te halen. Als Gruitenschool (groente en fruit i.p.v. koek meenemen op twee dagen per week) ben ik dan niet blij. Daar gaat het goede voorbeeld, dat je mee wilt geven. Daar gaat jouw stukje gezondheidsopvoeding.
Maar misschien moeten we zelfs zover gaan, dat er sponsoring plaats gaat vinden van de chocoladefabriek, de plaatselijke supermarkt, de tuinder uit het dorp, de stratenmaker van het schoolplein, de schilder, de software, de uitgever en ga zo maar door. Want bij bezuinigingen komen er meer kinderen met onderwijsbehoeften binnen de schoolmuren, wordt er meer gevraagd van de leerkrachten, is er meer materiaal nodig om ook voor deze kinderen de goede middelen in te kunnen zetten en hebben we zelfs gespecialiseerd personeel nodig. En waar gaan we dat van betalen? Juist, van die sponsors! Dus alle bedrijven in Nederland: Wees alert, de scholen komen naar jullie toe. Misschien kunnen we er meteen een ludiek gesponsord schoolreisje van maken, bieden we jullie wel een maatschappelijk stage van de leerlingen van 7 en 8, hebben we die lesuren ook weer mooi gevuld.