On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label afrekencultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label afrekencultuur. Alle posts tonen

zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld. 

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.