On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







maandag 30 november 2009

Jongens

Als moeder van 3 puberjongens zou ik me zorgen moeten maken om de jongens in het onderwijs. Volgens het artikel van Jan Jacob van Dijk uit de Trouw van vandaag lopen jongens wel degelijk achter. Hoe komt dat?
De prestaties van jongens lopen achter in vergelijking met meisjes. Ze lopen grotere risico’s op ontsporing. De oorzaak van de oplopende achterstand van jongens is ingewikkeld, maar het lijkt er op dat het ontbreken van meesters of mannelijke begeleiders in de eerste jaren van het leven van jongens daarop van invloed is. Veel juffen, bijna geen meesters, en die zijn ook bijna niet te krijgen.
In het basisonderwijs, maar ook al eerder op peuterspeelzalen en in de kinderopvang zijn vrijwel geen mannen te vinden, behalve als conciërge of directeur. Ze staan niet voor de klas en als oppas zien we ze al helemaal niet.
Jongens zijn slechter in de fijne motoriek en de talige kant. Plannen is ook niet hun sterkste kant.
Spelenderwijs iets leren, met het liefst nog een competitie-element, doet het goed bij jongens. Jongens zijn over het algemeen heerlijke buitenspelers en hebben goed door wat hun ruimtelijke orientatie is.
De drie jongens die hier thuis rondlopen, zijn jongens die zelfstandig zijn geworden, weten wat ze willen, boeken lezen met de paplepel ingegoten hebben gekregen en zich ontwikkelen tot leuke humoristische jongvolwassenen. Ondanks het feit dat school misschien vaker een lolletje is dan serieus, zie ik deze jongens met de bagage die ze hebben meegekregen, als goed voorbereid op de maatschappij van morgen. Mogen ze dan af en toe zichzelf zijn, anders dan meisjes? Dacht 't wel.

zaterdag 28 november 2009

Compensatieverlof

Compensatieverlof, ofwel CV, is de nieuwe vervanger voor de ADV.
Men krijgt als fulltimer geen 14 vrije dagen meer per jaar, tenzij er echt duidelijk gemaakt kan worden, dat je meer dan 1659 uur maakt.
Natuurlijk begrijp ik de achterliggende gedachte, maar ik heb hierover toch mijn twijfels.
1. Is dit landelijk, dat besturen dit zo gaan hanteren? Dan zou dit weleens een verschuiving teweeg kunnen brengen. Mensen die bij het ene bestuur wel 14 dagen per jaar vrij krijgen en bij het andere niet, zullen misschien verdwijnen. Verlies van goede krachten?
2. Hoe kun je als fulltimer bewijs aanleveren dat je inderdaad meer dan 1659 uur maakt, want ik heb het gevoel dat de meesten hier wel aankomen, maar leg het bewijs maar eens op tafel. Tijdregistratie? Wie vormt er een uitzondering? Hoe ga je dit in de praktijk brengen? Directeuren wel, leerkrachten niet?
3. Welke consequenties heeft dit voor parttimers? Kunnen parttimers teruggeroepen worden om nog uren in te vullen?
4. Welke gevolgen heeft dit voor het taakbeleid in de school, want daarvoor houdt men dan uiteindelijk minder uren voor over. Wie gaat die taken doen? Kost dit werkplezier en gaat de werkdruk omhoog?
Twijfels twijfels twijfels, waar gaat dit toe leiden?
Toch maar eens even de vakbond benaderen....

Invallen is bevallen

De titel kun je op twee manieren opvatten:

1. Het invallen was een heidense klus, te vergelijken met de bevalling van een kind.


2. Het invallen is goed bekomen, het ging goed.


Om het het eerste te beginnen: mijn bevallingen waren sowieso niet onoverkomelijk, dat ik daar slechte herinneringen aan heb. In dit geval was het invallen in een onbekende groep niet iets waar ik me zo zenuwachtig voor hoefde te maken. Dat laatste zit altijd wel een beetje in mijn aard, een soort van spanning, die wat adrenaline aanmaakt en waarbij je dus wat alert bent. Misschien is dat ook helemaal niet zo verkeerd. Dan kan het invallen alleen maar meevallen.
Het tweede was meer het geval. Ondanks de onbekendheid van de kinderen, als je nog maar zo kort rondloopt op een school, was dit eigenlijk best weer leuk. Grappig dat je dan ook meteen alle kinderen op je netvlies hebt en ik alle namen 's middags al kende. Nu was dat ook weer niet zo moeilijk, want er waren er 5 ziek!
Leuk om te merken, dat de vaste leerkracht van die groep, die er 4 dagen werkt, alles keurig heeft klaargelegd. Dus, tja, als ik daar na 1 januari voorlopig vast die groep mag draaien, geeft me dit wel een goede stimulans om er wat van te maken. Echt goed bevallen!

dinsdag 24 november 2009

Functioneringsgesprek

Waarom ben ik voor (en soms tijdens) een functioneringsgesprek altijd zo nerveus? Komt het omdat je het goed wil doen, beetje faalangst? Komt het door een vervelende ervaring uit het verleden? Komt het gewoon omdat dat bij mij hoort?
Toen ik het met mijn echtgenoot besprak, ging hij voor het laatste. Net zoals de zenuwen krijgen van toetsen, de spanning voelen als ik voor het eerst een vergadering moet leiden of zoals ik dit jaar voor het eerst een nieuwe school binnenstap. Altijd weer dat drempeltje over, waarbij je toch niet weet wat er achter dat drempeltje gaat gebeuren. De onzekerheid is vaak waar de nerveusiteit heen gaat, juist omdat het over mezelf gaat.
Vandaag was het weer zover en gisteren begonnen die zenuwen alweer vervelend te doen. Mmm. Toen ik het besprak met een enkele collega op school verbaasden zij zich over mijn zenuwen. Toch niet verwacht misschien?
Toch is zo'n functioneringsgesprek ook een leuk en goed gesprek om eens wat dingen aan te kaarten die ik wil bespreken, wat mij bezig houdt en wat ik in de school zie als nieuwkomer. Bovendien kan ik dat op zo'n open manier doen, dat de gesprekspartner zich ook open stelt en zich laat zien. Dan kun je ook je kwaliteiten en de punten waar je aan wilt werken bespreken. En dat is gelukkig wederzijds. Het mooiste is dan ook, dat je als gelijkwaardige partners uit elkaar gaat en elkaar wilt helpen om er iets van te maken in de school.
Dan is de nerveusiteit bijna verdwenen, alleen nog koppijn.

zondag 22 november 2009

RTrooster

Het maken van een RTrooster op school is een hele klus. Tenminste... op de ene school wel, de andere niet.
Op de 'bekende' school is er slechts 1 RT-er, die 2 ochtenden op school werkt. Dat is gemakkelijk te overzien. In de RT-IB-overleggen komen de leerlingen ter sprake en gaan er leerlingen af of bij, of het blijft hetzelfde. Daarnaast is er nog een onderwijsassistent die 2 andere ochtenden enkele kinderen helpt.
Op de 'nieuwe' veel grotere school zijn er twee onderwijsassistenten, waarvan de een 2 ochtenden werkt, de ander een dag en een ochtend, daarnaast zijn er vier verschillende RT-ers, waarvan 1 een ochtend werkt(naast haar IB-tijd), 1 werkt er dinsdagmorgen, woensdagmorgen en donderdag de hele dag, 1 werkt alleen dinsdagmorgen en valt weleens in bij kleuters, de laatste is een RT-er van buitenaf die twee ochtenden voor haar rekening neemt, maar ook elk overleg in rekening brengt. Naast het feit dat de school wat groter is, zijn er ook veel meer rugzakleerlingen, die de extra hulp hard nodig hebben en hiervoor krijgt de school natuurlijk ook extra geld.
Dit neemt niet weg, dat het een hele klus is om dit in goede banen te leiden. De afspraak om het rooster te maken lag klaar, maar... de andere IB-er werd ziek. Tja, wat doe je? Deze school moet verder. De eerste RTperiode liep af en er werd wel verwacht dat er een nieuw rooster klaar zou liggen. Mede omdat er ook nog een RT-OA-IB-overleg zou plaatsvinden om een en ander kort te sluiten. Aan de slag dus maar.
Nadat we (als IB-ers) middels een briefje de collega's hebben benaderd of er kinderen dringend RT-hulp nodig zouden hebben, heb ik alle informatie verzameld, de oude lijst erbij gepakt, alle RT/OA-momenten van iedereen opgeteld en de boel herverdeeld, waarbij iedere RT-er/OA-ent zoveel mogelijk dezelfde kinderen zou behouden en een enkele nieuwe zou krijgen.
Tot zover is alles nog goed gelopen.
Nadat alles was gecontroleerd op klas, vakgebied en de goede koppeling van leerling met de goede RT-er of OA-ent heb ik in overleg met de directeur het rooster verstuurd naar de collega's met de mededeling dat er maandag in de teamvergadering een korte toelichting volgt.
Dan is het toch wel heel vervelend als er toch nog twee reacties van twee collega's (met heel goede redenen), die door omstandigheden 'vergeten' zijn om hun kind(eren) aan te melden. Wat doe je dan? Vervelend voor die leerkracht, sneu voor het kind/de kinderen en vervelend voor de roostermaker. Maar goed, met een beetje mazzel kunnen er misschien in januari open plekken worden opgevuld als er kinderen zijn die de school gaan verlaten. En anders, hoe vervelend ook ... een geval van jammer.

vrijdag 20 november 2009

Mensenkennis

Hoe boeiend is het om mensen in hun doen en laten, in hun krachten en minpunten, in hun enthousiasme en werkdruk, in hoogte- en dieptepunten te leren kennen. Zo ervaar ik vele relaties met de 'bekende' collega's van de ene school en de 'nieuwe' collega's van de andere school.
In die relaties met collega's denk ik mensen die ik al langer ken toch aardig te kennen. Ik voel me daar vertrouwd, ik kan mezelf zijn, ik weet hoe een en ander in elkaar steekt, ik ken achtergronden. De relaties met de 'nieuwere' collega's zijn zich nog in de opbouwfase, waardoor ik in positieve en negatieve zin voor verrassingen kom te staan. Maar niet vergetend dat deze 'nieuwere' collega's ook aan mij moeten wennen, want die 'bekende' collega's weten natuurlijk ook al redelijk goed, wat ze aan mij hebben.
Dan heb je daarnaast bij zowel de 'bekende' als bij de 'nieuwere' collega's ook nog het feit dat het bij de een makkelijker klikt als bij de ander en merk ik dat het bij sommige collega's ook moet groeien. Ook dit worden in de regel toch positieve contacten. Elkaar leren kennen is immers ook elkaar respecteren zoals iemand is. Een kind mag zijn zoals het is, maar dat zelfde geldt voor collega's in een team, mits zij zich aan bepaalde - vaak ongeschreven - regels houden.
Waarom schrijf ik dit stukje nu juist vandaag? Vandaag is het vrijdag en blik ik even terug op de afgelopen week, waarbij ik heel veel leuke contacten en relaties hebben opgebouwd en versterkt(waarin de humor vooral een grote rol speelt!), maar waarin ik ook - op beide scholen - een wat negatieve ervaring heb gehad in contact met een collega. Dit minder positieve contact is niet schokkend, maar leert mij die bewuste collega's kennen en leert mij ook weer hoe ik zelf om zou moeten of kunnen gaan met die ander. Het leert mij ook grenzen te stellen. Het is een leerproces, een groeiproces en een verder proces om mensen op hun waarde te schatten. Juist dat is zo boeiend aan het werken met mensen binnen het vak van leerkracht.

maandag 16 november 2009

Leraar24

Via de SBL(Stichting Beroepskwaliteit Leraar) ben ik opgeroepen om de website van Leraar24 te bekijken.
Allereerst al verbazingwekkend, dat er 12 mensen zijn uitgenodigd en er slecht 4 komen opdagen. Jammer.
Dan volgt er tussen die paar mensen toch een een bekende, die ik van een andere school in Delft kende. Grappig.
Tijdens het beoordelen van de website, de filmpjes en de stukken tekst die op thema gerangschikt waren, bedacht ik me waarom deze site uberhaupt in het leven is geroepen. Anderen hadden dezelfde gedachte: Als je iets wilt weten, dan is er google.
Tenslotte hoorde ik op de school waar ik werk, dat de broer van die collega deze site mede heeft opgericht.
Oeps, misschien moet ik dan voortaan voorzichtig zijn met bepaalde uitlatingen, maar ja, dat hoorde ook bij de beoordelingen, toch?

zaterdag 14 november 2009

Zwaar werk?


Of het onderwijs zwaar werk is, kwam vandaag middels een prachtig staatje in de krant. Lichamelijk zwaar werk? Dat valt reuze mee. Psychisch zwaar werk? Jazeker. Nu ik op de nieuwe school zit en veel dingen zie gebeuren ervaar ik die psychische druk wel degelijk. Dat is deels natuurlijk mijn eigen schuld, want ik wil te veel, ik zie te veel en ik kan ook niet alles. Bovendien hebben dingen de tijd nodig (als ik die dan maar niet moet registreren...).
Een nieuwe directeur op een relatief grote school, waarin zoveel dingen geregeld moeten worden, dat valt niet mee. Je draagt mee aan die verantwoordelijkheid en dat voel je. Je ziet verschillende relaties passeren, je ontmoet anderen op een netwerkbijeenkomst, je probeert mee te denken en te doen en je regelt, denkt en praat mee bij veranderingen hoe klein of groot die ook zijn.
Nu is een verandering van baan al een grote overstap. Ook al voegt het makkelijk en kan ik met iedereen wel goed overweg, het zijn toch een heleboel nieuwe mensen met eigen gebruiksaanwijzigingen. De spanning rond al die nieuwe gezichten die ik moet leren kennen, het IBwerk op deze school oppakken, cultuur van de school leren kennen, leerkrachten benaderen, gesprekken aangaan, taalpilot in banen leiden, Voortgezet Technisch Leesmethode een draai geven, visie op kleuters vorm geven, passend onderwijs een plek geven, Parnassys eigen maken en overbrengen, collega's een hart onder de riem steken, website bijhouden, een RT-er over de streep trekken, HP's controleren, nieuwe lijst RTkinderen samenstellen, overleggen, uitwerkingen maken, met een been in nog een andere school staan(en de onzekerheid tot wanneer), de komst van de inspecteur, het is natuurlijk ook niet niks. En ik vind het allemaal nog erg leuk ook. De IBstudie heeft me wel wat handvatten gegeven om dingen in goede banen te leiden.
Dat de psychische druk dan wat hoger is, is begrijpelijk, zeker als je af en toe een nachtje wakker ligt en bedenkt hoe het verder moet. De drang om er iets van te maken, maakt het werk boeiend. De omgang met mensen maakt deze baan een bijzondere. De hang naar structuur brengen in deze grote school is er een, die ik niet in no time voor elkaar zal kunnen krijgen. Dat is iets waar ik me in zal moeten schikken. Maar we zijn ook nooit te oud om iets te leren.

Waar blijft de tijd?

In deze moderne tijd, waarin bij tijd en wijle heel veel mogelijk is, komt de Onderwijsraad met het bijtijdse idee om toch weer (jaren geleden heeft dit ook al eens plaatgevonden) een tijdsregistratie bij te houden. Want tijd is geld. Aob en OCNV meteen op de kast, omdat dit toch wel weer veel tijd kost en werkdruk oplevert.
Toch schuilt hierin ook waarde, die we niet moeten vergeten. De Onderwijsraad richt zich op de doelmatigheid van het onderwijs. Ondanks het feit dat zij dingen adviseren, die al aan de orde zijn geweest, geef ik ze op het gebied van de efficiëntie toch wel een beetje gelijk. Waar blijft al die tijd die we in het onderwijs steken? Waar gaat die tijd aan op? Is het lestijd, voorbereidingstijd, vergadertijd, overlegtijd of meer oplossingsgerichte tijd? Eigenlijk is het tijd om deze tijd eens in kaart te brengen om te zien, waar we efficiënter kunnen werken. Er zou dan wel een instrument moeten komen om die tijd op een tijdsarme manier te registreren, zodat men daar niet te veel tijd aan kwijt is.
Zo krijgen we inzicht in onze kostbare tijd, want reken maar, dat er onnodige tijd verloren gaat aan tijdrovende zaken, die toch efficienter zouden moeten kunnen.
Zo denk ik bijvoorbeeld ook aan de tijd die in netwerken wordt gestopt, die zijn goed, maar kunnen mijns inziens ook efficiënter als iedereen weet wat ze kunnen halen en brengen. Leer van elkaar en zorg dat niet iedereen het wiel hoeft uit te vinden. Binnen een vereniging of onder hetzelfde bestuur kunnen zoveel zaken efficiënter geregeld worden door er op een overkoepelende wijze met elkaar over te spreken. De tijd zal leren of het zover komt. Tijdsinvestering in registratie en netwerken moet uiteindelijk tijdwinst opleveren, dan gaan we doelmatiger onderwijs creëren. Ach, komt tijd, komt raad.

vrijdag 13 november 2009

Passend of doelmatig?

Op een passende doelgerichte dag met directeuren en IB-ers sparren we over Passend Onderwijs en de nieuwe koers daarnaartoe(dit n.a.v. een nota van Sharon Dijksma). Al pratend over de Zorgvisie van de school, kom je tot een toekomstgerichte invulling van de zorg in jouw school. Dat is mooi.
Bijzonder is het feit dat een collega rondloopt, die Passend Onderwijs eigenlijk maar onzin vindt. De desbetreffende persoon vindt dat het allemaal te individualistisch wordt. Zelf denk ik dat het een zoektocht is naar hoe verschillende zaken nog beter geregeld kunnen worden, na het beleid van WSNS(1994). Hoe we het kind centraal kunnen houden. Hoe we als school rekening kunnen houden met dit kind, in deze situatie, met die omgeving en met die onderwijsbehoefte. Juist dat is een mooie gedachte, een goed uitgangspunt. Hier worden ouders gezien als ervaringdeskundige en ook de stem van het kind telt mee! Vanuit handelings gericht werken(HGW) ga je dan de protectieve factoren en de belemmerende factoren gebruiken om een kind verder te helpen. Ook de 1-Zorgroute komt hierbij om de hoek kijken, welke juist niet de individuele handelingsplannen benadrukt, maar juist de groepshandelingsplannen. Plannen waarbij je als leerkracht ziet hoe de groep verdeeld kan worden in niveaugroepen per vakgebied.
Nadeel is altijd dat geld wel een rol speelt.
Nu stond er vandaag een stukje over "naar doelmatiger onderwijs" (Bron: Trouw), waarin we die leerkracht wel moeten belonen, maar waar ook de bureacratie(de papierwinkel) moeten verkleinen. Dit stuk, geschreven door de onderwijsraad, is een prima stuk, maar dat heeft het Convenant Leerkracht al lang voor elkaar dmv van de functiemix en de LBIB pleit al langer voor een LB of LC schaal voor IB-ers met drie verschillende functieprofielen. Nu moeten er mensen worden beloond naar wat ze presteren en waarin ze gespecialiseerd zijn. Prima. Maar de Onderwijsraad wijst ook nadrukkelijk op de effiency en niet alleen op die beloning, want natuurlijk moet het uiteindelijk wel geld opleveren of budgetneutraal zijn. Inzicht in de bekostiging van het onderwijs aan de kinderen, luidt het. Aan de hand daarvan kun je misschien beter bepalen waar het geld naartoe moet en vooral hoe het verdeeld moet worden. Naar Passend en doelmatiger Onderwijs dus! Een nieuwe uitdaging.


woensdag 11 november 2009

Grip op Griep

Buiten het feit dat deze alliteratie een grandioze vondst is om de aandacht te trekken voor de Mexicaanse griep, wil ik toch even de de "grote, griezelige griep" aanhalen.
Afgelopen week kwam de media met de mededeling dat nu zwangere vrouwen(vanaf 13 weken) en kinderen van 6 mond tot 4 jaar kunnen worden ingeënt, want dit lijkt toch wel een kwetsbare groep te zijn. Wel lastig als je net bevallen bent, denk ik dan...
Natuurlijk zijn al die waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen, nieuwsberichten, inentingen voor bepaalde leeftijds- en risicogroepen terecht. Het laat zien dat hier serieus mee moet worden omgegaan. Er zijn wetenschappers die er verstand van hebben. Men weet waar ze het over hebben, ook al valt het nu dan toch wel mee en wordt de griep als milde epidemie omschreven.
De Mexicaanse griep zelf is (in mijn ogen) allemaal wel erg opblazen. Anderzijds is het misschien meegevallen of zijn we nog niet op de top van het aantal ziektegevallen. Tja, een griep is immers een griep, net als alle andere griepjes. Ook bij de "gewone" griep kunnen mensen overlijden, hoe erg dat ook is. Misschien is de Q-koorts nog wel erger.
Maar dan nog is goed om erover na te denken, al moet ik eerlijk zeggen, dat ik er niet veel andere dingen voor gedaan heb, dan dat ik al deed. Gezond eten en af en toe niet, de gebruikelijke hygiëne en af en toe wel eens niet, niezen, maar niet in mijn elleboog, want als ik me dat bedenk, heb ik al geniest. Kortom, er is niet veel veranderd en de grieperige mensen in mijn omgeving kunnen me aansteken of niet.
Een van mijn kinderen is in augustus naar Hongarije op vakantie geweest en kwam terug met een lelijk kuchje en een warm hoofd. 4 van zijn groep hadden de Mexicaanse griep. Ach, dacht ik toen, je kunt het maar gehad hebben, dan bouw ik weerstand op. Toen later ook een van de andere kinderen behoorlijk grieperig was geweest, gingen bij ons niet de alarmbellen rinkelen. Het kan zijn dat je de Mexicaanse griep hebt en wat dan nog? Ziek maar lekker uit, je bent een gezonde knul.
Misschien hebben wij geluk, dat we inderdaad sterk en gezond zijn en wel een stootje kunnen hebben. Als je hoort dat zelfs een coach zijn sportploeg laat vaccineren, heb ik het gevoel dat we doorslaan. Als de Gezondheidsraad adviseert om allemaal een prik te halen, ga ik waarschijnlijk toch.

zondag 8 november 2009

Oriënteren is verrijken

In Den Haag wandel ik samen met mijn echtgenoot de Haagse Hogeschool binnen. Een magnifiek gebouw wat een soort van "welkom" uitstraalt. Alsof iemand je met open armen ontvangt.
We gaan kijken voor zoon nummer 2, die niet goed weet wat hij wil, als het maar met sport te maken heeft. Zoonlief zit in Scheveningen, waar de afdeling sport gehuisvest is.
Nadat we eerst alle informatie van de Halo, de sportmanagement en sport en gezondheid verzameld hebben, beginnen ook bij ons de kriebels om verder te kijken. Op mijn wensenlijstje staat de schoolleidersopleiding. Nu is deze hier niet echt aanwezig, maar er zijn wel andere mogelijkheden. Een bredere managementopleiding.
Na links en rechts met mensen gesproken te hebben, worden we uiteindelijk naar iemand gebracht die er meer van weet. Al pratend komen we tot de conclusie, dat ik eigenlijk met een Master SEN, waarbij de specialisaties "Leidinggeven en Ondersteunen" al het een en ander in huis heb. Mmmm, wat nu? Ik zou een aparte module over financiën kunnen doen en meekijken bij mijn huidige directeur. Zou ik dan al een directeur voor een basisschool kunnen zijn? Ik geloof er niks van. Dan moet ik toch meer in huis hebben? Waar kan ik het halen, leren, meekijken en proeven?

zaterdag 7 november 2009

Luizen

De allereerste keer dat ik luizen had, dacht ik dat ik mijn haar niet goed had uitgespoeld. Na controle in de badkamer wist ik wel beter. Sindsdien ben ik, samen met mijn dochter, een aantal keren de pineut geweest. Heel vervelend. Niet alleen voor ons, maar het hele huis van 6 personen staat op z'n kop. Beddegoed wassen (x6!!!) , knuffels in vuilniszakken (gedurende twee weken), jassen wassen, alle kleding die gedragen was, kussen van de bank, mensen in je omgeving waarschuwen, gewoon waardeloos.
En wat heeft het allemaal voor effect? Niet zo heel veel. Het werkt allemaal averechts. Er komen meer controles, meer scholen die regelmatig luizenpluizers in dienst hebben, meer acties worden er ondernomen en toch... Er worden meer luizen en neten ontdekt dan ooit. Immuun zijn ze voor al het chemische spul wat wij in onze haren strooien, wrijven, spuiten en smeren.
De site van OCNV (Onderwijsvakbond: http://www.cnvo.nl/nieuws/artikel/38775/) vertelt ons dat 25,5 procent van de ouders het afgelopen jaar een kind met luizen hadden, terwijl toch 86 procent van de scholen systematisch controleert. Het Landelijke Steunpunt Hoofdluis organiseert op 3 maart 2010 de Landelijke (anti) Luizendag. Ze willen in 5 jaar tijd het aantal besmettingen terugbrengen naar 1%(t.o.v. de huidige 10%).
Is het niet beter om deze luis helemaal te bestrijden? Dan kan er ook niet meer besmet worden. Maar ja, hoe krijgen we dat voor elkaar?

vrijdag 6 november 2009

Rekenniveau

Afgelopen week stond het weer in de krant: Het rekenniveau van leerkrachten is te laag.
De vragen die bij mij boven komen zijn:
1. Is dat nou werkelijk zo?
2. Hoe komt dat dan?
3. Wat kunnen we daaraan doen?
Die eerste vraag vergt een breed onderzoek. Op de PABO's worden nu rekentoetsen afgenomen, anders wordt men niet toegelaten. We zouden dan terug moeten naar rekenvaardigheden op de middelbare school en op de basisscholen. Onderzoek zal moeten uitwijzen waar het probleem ligt. Op de basisscholen worden overal toetsen afgenomen, dus dat moet niet zo moeilijk zijn om dat te achterhalen.Op de middelbare scholen lijkt men ook zoiets te beginnen. Zo kreeg mijn jongste in de brugklas en in de tweede klas een VAS-toets van CITO, waarop haar gegevens omtrent wiskunde, Nederlandse taal en studievaardigheden vermeld stonden. Prima, lijkt me. Wellicht moeten we dan terug naar de PABO zelf. Wordt daar ook nog wel genoeg gedaan aan rekenvaardigheden? Zelf heb ik de PA (slechts 3 jaar!!) gedaan, maar wij kregen wel degelijk hoofdrekenen, achttallig stelsel en behoorlijk pittige sommen te verwerken. Volgens mij niets mis mee. Hoe het nu is, zou dus nog te onderzoeken moeten zijn.
Ten tweede kan de oorzaak van het lage rekenniveau overal liggen. De bovengenoemde scholing kan minder zijn geweest, de inzichtelijke rekenmethodes zouden funest kunnen zijn, de intrede van rekenmachine en computer zouden de vaardigheden kunnen verminderen. Daarnaast is de wereld veel ruimer geworden en zijn er veel meer prikkels bij gekomen. Ligt daar niet een oorzaak dat het rekenen minder belangrijk is geworden?
De derde vraag is de makkelijkste. Als er iets schort aan een laag rekenniveau, dan zullen er rekencursussen gegeven kunnen worden. Een nieuwe markt. En dat is in deze crisistijd misschien een goed initiatief van schoolbegeleidingdiensten, die het nu niet makkelijk hebben. Maar ja, wie gaat die cursussen dan uiteindelijk geven?

dinsdag 3 november 2009

Meer handen in de klas?

Dat passend onderwijs niet helemaal wordt wat men er van verwacht had, blijkt nu uit een brief van Sharon Dijksma aan de Tweede Kamer. Natuurlijk gaat het idee niet op de schop, maar het roer moet om. Al die papieren rompslomp en al die mensen die zich ermee bemoeien moet uitgedund worden, zodat er meer geld overblijft om meer handen in de klas te krijgen. Alleen dan kan het kind daar blijven waar die eigenlijk thuishoort.
Ik denk dan vooral aan de kinderen met grote gedragsproblemen (cluster 4) , die echt niet makkelijk zijn om in de klas te kunnen handhaven. Die erg energievretend zijn voor de leerkracht. Leerlingen die de rest van de klas enorm "ophouden". Leerlingen die "zuigen". Leerlingen die je zou moeten negeren, maar eigenlijk lukt dat niet. Leerlingen die je voortdurend in de gaten moet houden. Dat zijn leerlingen waar je continu wel een onderwijsassistent bij wilt hebben. Maar ja, hoe regel je dat?
Komt het geld nu daadwerkelijk daar waar het nodig is? Hoe wordt dit gestroomlijnd?
Als een school, zoals in het stuk beschreven staat, die meer zorg biedt, meer geld krijgt, hoe bewijs je dan dat jij die zorg nodig hebt in de school? Wie indiceert die leerlingen? Wat wordt de taak van de Ambulant Begeleiders? Wat wordt de taak van de Intern Begeleiders? Wat wordt de taak van de directies?
Het wordt nog een hele kluif om dat in goede banen te leiden en te zorgen dat het straks niet meer, maar juist minder geld gaat kosten. Ik ben blij dat ik niet de verantwoordelijke minister of staatsecretaris ben. Dan zou ik toch wel pijn in mijn buik krijgen van Passend Onderwijs.

zondag 1 november 2009

Slimme televisie

In een wereld vol digitale hulpmiddelen, waarbij men op school m.b.v. de computer, uitzending gemist en een digibord alles van de TV via de computer kan bekijken, zou je toch verwachten dat er een slimmere televisie komt.
In Elsevier stond hierover al een stukje. Gigant Google zou hierin wel interesse hebben. Er wordt nu al veel meer via de computer naar de televisie gekeken dan in eerdere jaren. Men voorspelt zelfs dat er straks 90% van de TVprogramma's via de computer (lees: internet) bekeken zal worden. Dan zou het misschien toch wel een slimme zet zijn om de televisie te koppelen met de computer, zodat we een slimmere, handiger televisietoestel krijgen.
Zo kunnen we communiceren met elkaar via msn, elkaar zien via een webcam, zelfs telefoneren via Skype, maar die TV laat het een beetje afweten.
Ben benieuwd wie zich hierop zal gaan storten. In crisistijd zijn mensen misschien toch te veel aan het afwachten. Prachtig om te zien hoeveel er al kan. Bizar om te bemerken dat men bijvoorbeeld nog geen stille stofzuiger heeft ontworpen. Misschien een idee voor "Het beste idee van Nederland"? Genieten is het als we om ons heen kijken en zien hoe hard sommige ontwikkelingen kunnen gaan. Bijzonder om te merken dat de kinderen met heel andere ontwikkelen zijn opgegroeid dan wij en wij weer met heel andere technieken dan onze ouders. Ik wacht af wat onze kleinkinderen weer kunnen.