On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen

zaterdag 4 april 2020

Puzzelend naar een oplossing (van het lerarentekort)


Het lerarentekort begint zich in heel Nederland op te dringen. Met twee gepensioneerden voor de groep, een invaller om een gat te dichten, een leerwerkstudent en veel parttimers die ook al wat meer zijn gaan werken, is de rek eruit. Voor de komende gaten, waaronder een zwangerschapsverlof, is het hard roeien met de weinige riemen die er zijn. Het is puzzelen en piekeren in de zoektocht naar kwalitatief goede leerkrachten. Wie biedt?

Oorzaken
Het onderwijs loopt al jaren achter op salaris. De werkdruk en de administratieve last zijn hoog. Ouders kunnen het voor leerkrachten lastig maken. Voor een invaller is het een hoop papieren rompslomp met als klap op de vuurpijl elk half jaar een VOG. Scholen moeten meer moeite doen om mensen te krijgen en te behouden. In alle redeneringen zitten waarheden. Maar dat lost het probleem niet op. Wat kunnen we doen om dit prachtige beroep (vooral) aan de man te brengen? Hoe kunnen we mensen weer verleiden om dit mooie vak te kiezen?

Oplossingen op lange termijn
De aantrekkelijkheid van het beroep verhogen is een must. Dat kan door het opkrikken van salarissen, het verlagen van de werkdruk, aantrekken van zij-instromers, trajecten van leerwerkstudenten en verschillende mogelijkheden en carrièreperspectieven. Misschien moet het onderwijs anders georganiseerd worden.
Maar … het gaat om de inhoud van het werk. Het begeleiden van leerlingen. Het uitleggen van een moeilijke som. Het helpen van de leerling die gevallen is op het plein. Het vertrouwen geven aan de leerling dat hij het kan. Het leren van vaardigheden. Hoe mooi is dat?
Lange termijn oplossingen zijn vaak goede oplossingen, maar het probleem is er nu. Wat zouden we nu kunnen doen?

Oplossingen op korte termijn
Verschillende oplossingen zijn mogelijk. Natuurlijk kun je anderen en (pedagogische sterke) mensen zonder onderwijsdiploma inzetten om onderwijs te geven. Toch zijn er specifieke tools nodig om kwalitatief goed onderwijs te geven. Denk maar eens aan het inschatten wat een leerling kan, hoe je differentieert in de groep, hoe je direct kunt reageren op bepaald gedrag en de analyse van toetsen. Daar is geen sinecure. Ik denk dat dit voor de kwaliteit niet de beste oplossing is.
Naast het vragen van parttimers denk ik dat je uiteindelijk op één oplossing uitkomt: minder lesuren (en dus lesuren schrappen) en op vrijdag extra huiswerk geven. Verwerking die ze dan niet meer op school hoeven te maken. Ouders kunnen kiezen wat ze hun kinderen extra willen geven. Dat kan opvang zijn, maar ook creatieve activiteiten, sport of cultuur.
Met vier lesdagen van 5 uur, spaar je 20% uit en kunnen de leerkrachten beter verdeeld worden. Er blijft daardoor meer tijd over om gezamenlijk lessen voor te bereiden, praten over je vak, administratie te doen en de werkdruk verlaagd.

Knopen doorhakken
Er moet NU iets gebeuren. Er zijn te vaak kinderen (en ook personeel) de dupe. Zij hebben last van wisselingen, klas verdelen of zelfs een klas naar huis sturen. Met passend onderwijs, waarbij veel leerlingen juist nu die rust en structuur nodig hebben, is dat een hele uitdaging. Dus ga naar 20 lesuren per week. Vergt wel iets van de omgeving en van ouders.

Hanneke de Frel
(eerder gepubliceerd in Direct van CNVS)

zondag 5 januari 2020

Oorzaak en/of gevolg

Als het flink warm is buiten, zoals de zomer van 2018, nu anderhalf jaar geleden, snak je naar water en schaduw. Het is een must om de hete dag door te komen. Heeft het onderwijs vandaag de dag bereikt dat we snakken naar schaduwonderwijs? Hoe komt dat?
Gisteren kwam er een tweet voorbij op Twitter. Het is winter, dus zo warm was het niet. Het ging over het aantal parttime werkenden (veel vrouwen - zeker in het PO - zo’n 85-90%). Waarom er toch zoveel mensen parttime werken? Zeker in het onderwijs. Er werd zelfs beweerd dat parttime werken een oorzaak is van het lerarentekort. Toch denken dat dit wat kort door de bocht is.


Het onderwijs kampt met een hoge werkdruk, een relatief lager salaris voor een HBOgeschoolde en dat zou zomaar door parttime werken kunnen komen of zou het parttime werken in de hand werken? Er is meer.
Er zijn leerkrachten uit het onderwijs gestapt, omdat het niet was vol te houden. Zij stapten in hun eigen verkoelende schaduw om bij te komen. Ze werken als bijlesjuf, coach of richten met een extra studie een eigen bureau op met een Master orthopedagoog of andere relevante richting. ZZPers genoeg tegenwoordig.
Mantelzorg is een opkomend verschijnsel dat door de tekorten in de zorg neerkomt op de burgers. Die burgers zijn ook mensen die in het onderwijs werken. Nog een oorzaak dat mensen wellicht parttime gaan werken.
Leerkrachten besluiten te gaan werken bij detacheringsbureaus die nog steeds als paddestoelen uit de grond schieten. Daar krijgen ze beter betaald. Ze hoeven er geen taken naast te doen, want ze vallen alleen maar in. De school - als ze deze mensen toelaten - betaalt het dubbele. Het onderwijsgeld wordt verkeerd ingezet. Het systeem is kapot. De kwaliteit gaat achteruit, want de ‘invaller’ voelt zich niet meer verbonden met een bepaalde school, laat staan met de leerlingen.

De kwaliteit van onderwijs. Hoe houden we die hoog? Hoe zorgen we voor een doorgaande lijn? Hoe zorgen we voor de verbondenheid? Leerkrachten die parttime werken hebben vele andere taken buitens huis en verscheidene zaken aan hun hoofd. Leerkrachten die iets anders (kunnen) kiezen verlaten de scholen. De school wordt afhankelijk van invallers of bij meer pech afhankelijk van diegenen die nog wel op de school werkzaam zijn en meer leerlingen krijgen toebedeeld.

Wanneer de kwaliteit daalt, gaan ouders op zoek naar aanvullend onderwijs. Schaduwonderwijs. Het wordt hen ook te heet onder het dak van het onderwijs, waar de kwaliteit achteruit holt. Citotrainingen. Extra bijles. Huiswerkklassen. Hoe kunnen we dit tij keren of wachten we tot het echt niet meer gaat?

Er wordt aan alle kanten gezocht naar oplossingen. Zij-instromer, studenten die nog niet klaar zijn, creatievelingen, theaterdocenten, ouders met een pedagogische achtergrond, noem maar op. Het is dweilen met de kraan open. Wat helpt? Het is een maatschappelijk probleem.

Zomaar een paar mogelijke oplossingen:
- Naar beneden bijstellen van lesuren, scheelt personeel en werkdruk
- Vierjarigen bij kinderopvang. Alleen ... wie gaat dat betalen? Hebben zij genoeg personeel?
- Stoppen met reclame maken voor je eigen school, stop met de concurrentiestrijd, scheelt een hoop geld, vertel de buitenwereld wat je doet. Dat kan op veel mogelijke manieren.
- Maak het beroep aantrekkelijker. Werkdrukverdeling en - vermindering is een eerste stap, nu meer geld naar de goede dingen. Begin met beter salaris. Stappen ondernemen om te zorgen dat leraren ergere voor gaan. Gaan voor de scholen de leerlingen. Behouden blijven in het onderwijs. Betere arbeidsvoorwaarden?
- Gooi niet elk maatschappelijk probleem over de schutting van de basisschool. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Dus sporten, muziek, creativiteit, gezond eten, duurzaamheid thuis laten starten (subsidies?) zodat dit niet allemaal bij de scholen terechtkomt.
- School is een ontmoetingsplaats waar men de basis leert, laat dat de kern zijn. Zonder kennis geen vaardigheden.

Maken we er een oorzaak of een gevolg van? Laten we er een VERvolg van maken. Door naar onderwijs 2020. Daar waar lesgeven en het zien van leerlingen weer centraal staat. De papieren tijger parkeren we in de denkbeeldige dierentuin. Wordt vervolgd.

zaterdag 4 januari 2020

Waar draait het om in ons onderwijs



Dit is een gastblog voor Onderwijskoppen.nl, gepubliceerd op 2 januari 2020. Met dank aan Lizette Mijland.
Ooit ben ik het onderwijs ingegaan om kinderen te leren wijzer te worden, te leren lezen, te leren rekenen, de wereld te leren kennen. Dat was zo’n 34 jaar geleden. Nu lijkt het of de kinderen niet meer het doel zijn. Schiet het onderwijs zijn doel niet voorbij? Draait ons onderwijs om andere dingen? Zijn randzaken hoofdzaken geworden en andersom? Het boek van Eva Naaijkens en Martin Bootsma “ Als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven”(Naaijkens & Bootsma, 2018), heeft hier zeker aan bijgedragen.


Financiën
Per leerling krijgen je als school zo’n 6000 euro per jaar (Rijksoverheid, z.d.). Daar moet alles van worden betaald. De leerkracht, meubilair, verwarming, ict, afdracht bestuur, gebouw, leermaterialen, verzekering, geld voor lidmaatschap PO-raad, Verus, ...noem maar op. Elke leerling levert geld op. Maar moet wel over heel veel posten worden verdeeld. Wat blijft er over voor de leerling? Zou dat geen geoormerkt bedrag moeten zijn? Als je pech hebt met een gebouw of er zijn veel leerkrachten een of twee dagen ziek, is er minder geld over voor onderwijs. Dit zou toch eerlijker moeten kunnen.
Het ministerie van onderwijs, de minister, de kamerleden en alle ambtenaren op het ministerie. Wat is het effect van dit opgetuigde onderwijssysteem? Hoeveel onderwijsgeld gaat daarheen? Wat is nodig? Wat is nuttig? Wat is mooi meegenomen?

Particuliere bureautjes
De ene helft van Nederland is coach, de andere helft wordt gecoacht. Het is een woord waar ik jeuk van krijg. Ook al weet ik dat er ook goede dingen gebeuren, denk ik ook dat dit mede de oorzaak is, dat er zoveel leerkrachten wat anders zijn gaan doen. Ik ken er toch een flink aantal in mijn omgeving die uit het onderwijs zijn gestapt. Ook hier gaat onderwijsgeld heen, wat niet direct ten goede komt aan de kinderen.
Dan heb ik het nog niet over de bureautjes die voor fors meer geld leerkrachten verhuren. Een verkeerde marktwerking wat een school extra veel geld kost, wat maar een keer kan worden uitgegeven.

Deskundigheidsbevordering
Dat is nodig, het is nuttig, maar als ik zie welke bedragen worden gevraagd, zijn die bedragen niet toevallig gekozen. Precies wat beschikbaar is gesteld per wtf op een school. En wat is daadwerkelijk het effect van alle scholing, cursussen, opleiding, workshop en wat dies meer zij, die als paddestoelen uit de grond worden gestampt? En wat is effectvol het onderwijs aan het kind?

Meningen
Zoveel mensen (en organisaties), zoveel meningen. Zijn de meningen wetenschappelijk onderbouwd zodat we echt kiezen voor wat werkt i.p.v. wat leuk lijkt. Zo niet, laten we er dan mee stoppen. Onderzoek is nuttig, maar overdreven door blijven gaan met onderzoek is echt niet nodig. Niet op gebied van onderwijs, maar ook niet op vele andere gebieden. Laten we zuinig omgaan met geld.

Leiding nemen, krijgen, gebruiken en toestaan
Wie is de baas over wie? Wat is nodig voor het doel om goed onderwijs voor de leerling te realiseren? Dat is een lastige vraag, waarop ook ik niet zomaar een antwoord op heb gevonden. Wanneer mijn leiding niet nodig is, stap ik op.

Vieringen
Kerst, Sinterklaas, avondvierdaagse, schoolreis, kamp zijn nog maar een paar van deze feesten die ieder jaar terugkeren. Wat is nodig? Wat is nuttig?
Het is goed om kinderen te leren over de feesten, maar hoe gek moet je het maken? Zit Sint ieder jaar op een ander thema te wachten of is dit iets wat volwassenen ervan willen maken? Is een kerstdiner nodig en nuttig? Of kan kerst ook eenvoudiger gevierd kunnen worden? Ietwat educatief en pedagogisch verantwoord is en Kinderdijk oplevert?

Profilering
Het bord op de gevel geeft de naam van een school. Dat zou toch genoeg moeten zijn? Of moeten we reclame in de omgevingen naamsbekendheid creëren om te zorgen dat ouders voor jouw school of jouw stichting kiezen? Draait het daarom? Dus toch om geld? Als we hier nu eens mee stoppen en het geld in goed onderwijs stoppen en onze onderwijskwaliteit laten zien?

Verantwoording
Papieren, ook al is het digitaal (ParnasSys). Is ons onderwijs hier beter van geworden? Deels wel. Een goed plan maken om vooruit te kijken en op termijn bepaalde veranderingen in te zetten, is prima. Evalueren van je plannen en halverwege bijstellen is goed om je bewust te maken waar je meegezogen bent. Een goede analyse is belangrijk om goede acties uit te kunnen voeren bevordert de kwaliteit van onderwijs. Zo kun je het onderwijs bijstellen. Ik denk dat het wel efficiënter kan. Hele boekwerken wordt door niemand gelezen en kosten mega veel tijd om te maken. Die tijd kan ook ingezet worden om in de klassen te kijken en direct daar met reflectieve vragen aan de slag te gaan. Veel effectiever en direct goed voor de onderwijskwaliteit.

Digitalisering
Efficiëntie en een mooi middel om data te verzamelen, dat zijn voordelen van de digitalisering. Net als het leren kennen van de weg op internet en leren opzoeken. Maar... De fijne motoriek van het schrijven, het onthouden en inprenten van spelling, maar ook houding als je werkt met een tablet en het samen leren door coöperatieve werkvormen zijn echt ook nadelen. Een goede balans is belangrijk en kritisch blijven nadenken over gebruik van ICT is essentieel.

De praktijk
Ook ik betrap mezelf op zaken als organiseren van zaken die ten goede zouden moeten komen van onderwijs. Maar ook ik zak verder weg van ons doel door zaken te doen die meer bij de bijzaken horen. Mijn doel is het vormen van een school. Het creëren van een team. Het samen gaan voor een doorgaande lijn. Het samen willen bereiken van goed onderwijs voor onze leerlingen, zowel pedagogisch als didactisch. Randzaken weglaten is een hele kunst.
Het kerstontbijt of -diner is een mooie gelegenheid om iets samen te vieren, samen te delen. Maar is dat het hoofddoel? De avondvierdaagse is een mooie gezamenlijke activiteit. Maar is het ons hoofddoel? Moet dit? Of mag dit?
De vele plannen, verantwoording, dossiers van leerlingen zouden toch anders moeten kunnen. O nee, wacht, dan krijgen we geen geld. Geld is nodig om de materialen te kunnen aanschaffen en mensen te kunnen inhuren. Zitten we in een vicieuze cirkel? Laten we die dan doorbreken.
Verdeel het beschikbare geld en ga aan de slag. Een goede instructie. Oefenen. Vaardigheden leren en zorgen voor een goed pedagogisch klimaat. Zonder al die mensen die zich hierover moeten buigen. Er lekt veel te veel geld weg. Er lekt veel te veel tijd weg. Kostbare tijd die we aan de kinderen moeten besteden.

De basis
Laten we terug naar de basis. Stop met het paarse gedrocht en ga lesgeven. Zorg dat je weet wat je doet, zonder oeverloze discussies, samenvoegen, afstotingen, vernieuwingen, veranderingen, organisaties, systemen, coaching, verantwoording, reclame, of wat dan ook.
Laten we efficiënt te werk gaan. En terug naar wat onze opdracht is. Het gaat om de ontwikkeling van onze kinderen. Dat is onderwijs.
Met te weinig leraren is een nieuwe uitdaging ontstaan. In Trouw van 23 december j.l. stond opnieuw een artikel over de vierdaagse werkweek. Of toch de vierjarigen niet naar school. Er zal een rigoureuze oplossing moeten komen, want de situatie wordt onhoudbaar.

Mocht ik overbodig zijn, zoek ik een ander doel. Laten we reëel zijn. Behoud het goede en neem afscheid van zaken die er niet te doen. Laten we teruggaan naar het doel van ons onderwijs: Goed onderwijs voor ieder kind. Zonder druk. Zonder stress, maar door om te zien naar elkaar. Een mooi goed voornemen voor 2020.

Literatuur:
Naaijkens, E., & Bootsma, M. (2018). En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?: Een kwaliteitsaanpak voor scholen (Dutch Edition). Huizen: Uitgeverij Pica.Rijksoverheid, geraadpleegd op 26 december 2019. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiering-onderwijs/overheidsfinanciering-onderwijsTrouw dagblad, 23 december 2019. https://www.trouw.nl/archief/2019/12/23?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

vrijdag 19 oktober 2018

De tijd vliegt door onze vingers

Opgroeien met een bakelieten telefoon, een zwart-wit televisie en een oranje-geel granieten aanrecht is voor menig collega in mijn school alsof ik uit de middeleeuwen kom. Zo oud ben ik nog niet. Maar toch...
Tijd vliegt en ontwikkelingen lijken steeds sneller te gaan. DE maatschappij verandert voortdurend.
Voor mijn ouders (al een stuk in de 90) is het nog gekker. Weinig auto's op straat, eerste telefoon en televisie kijken bij de buren, die hadden ze zelf niet.
Een jaar of acht geleden deed ook de iPad en de tablet zijn intrede. Nu al niet meer weg te denken, zelfs niet in het onderwijs. De jonge kinderen die nu naar de basisschool komen moet je nu zelfs leren dat niet elk scherm op jouw vingers reageert.

Het zijn mooie ontwikkelingen met veel mogelijkheden, maar wij moeten ons ook bewust zijn van consequenties voor leer- en gedragsontwikkelingen van onze kinderen, die het met zich meebrengt. Van een spellingles weten we bijvoorbeeld dat als we met het schrijven van woorden betere resultaten behalen. Veel schermgedrag leidt tot minder bewegen en buiten spelen. 
Social media geeft enerzijds een overtolligheid aan informatie en anderzijds een uitdaging om niet te veel van jezelf bloot te geven en je hele hebben en houwen op straat te leggen.

Maar ik ben geen doemdenker, er zijn even zovele, zo niet meer, voordelen te noemen aan de snelle voortgang en ontwikkelingen in onze maatschappij en dus ook in onderwijsland.
Vooral het stukje onderzoekend en ontdekkend leren intrigeert mij. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en door dat te blijven stimuleren kun je ook de motivatie en hun betrokkenheid vasthouden. Neemt niet weg dat de interactieve gedifferentieerde directe instructie ook belangrijk blijft. Kinderen gaan dit - naar mijn bescheiden mening - niet allemaal vanzelf leren. Misschien op een enkele uitzondering na. Ik kan mij niet voorstellen dat een leerling uit zichzelf een vak (wat het niet zo leuk vindt) bij de kop neemt, en daar vervolgens een bepaald probleem of moeilijkheid van wil leren. Door de verbinding naar de betekenis te leggen, en daarvoor heb je toch een leerkracht of ouder nodig, geeft de te leren stof meer inhoud. Het is zoeken naar een balans tussen (betekenisvolle) kennis enerzijds en vaardigheden om die kennis in te zetten en te ontdekken, te onderzoeken en eventueel ook te ontwerpen anderzijds.

Daarom is die ontdekkende onderzoekende houding, met al die 21ste eeuwse vaardigheden voor de kinderen van nu zo belangrijk. We hopen ze daarmee meer bagage mee te kunnen geven voor hun verdere ontwikkeling. Voor hun eigen leven in de maatschappij van straks. Ik denk zelfs dat we zo beter kunnen differentiëren en leerlingen kunnen laten floreren in hun mogelijkheden. 
Als we vervolgens de fase van ontwerpend leren verder kunnen uitbouwen, zal de ene leerling laten zien hoe hij een drijvend vlot kan creëren, een ander zal de technische vaardigheden van elektriciteit kunnen toepassen in een apparaat voor een duurzame wereld en een derde zal zijn kookkunsten kunnen laten zien en gebruiken voor anderen. Zo kan ieder kind en iedere volwassene zijn talenten benutten en krijgt ieder mens de kans om een gelijkwaardige plek te krijgen in onze maatschappij. De een is daarbij niet beter dan de ander, ieder benut zijn eigen kwaliteit zelf, met zijn positieve houding jegens de ander. Hoe mooi is dat?

Natuurlijk denk ik nog weleens aan die tijd van vroeger. Hadden we het toen beter of slechter? Welnee. Het was een andere tijd. Er was meer rust. Er waren minder mogelijkheden. Nu moeten we leren omgaan met de veelheid aan prikkels en zelf die rust creëren. Er zal ook meer bewustwording zijn als het gaat om gezondheid, duurzaamheid, eenzaamheid, klimaatverandering etc. Maar rust heeft een mens ook nodig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mindfulness en yoga. Daar hadden wij vroeger weinig kennis van, toen zaten we gewoon in het park. Of we deden even niks (i.p.v. kijken en reageren op onze mobiele telefoon).

Laten we genieten van de ontwikkelingen, de vooruitgang, de mooie moderne tijd. Benut jouw talenten en zet die in om daarin gelukkig te worden. Wees je bewust van mogelijkheden, ontdekkingen en nieuwe dingen en zoek balans in de rust, werk en privé. Zie om naar elkaar. Dan wordt de wereld nog mooier. Geniet ervan. De tijd vliegt immers voorbij.

zondag 24 december 2017

Toekomstig onderwijs

In verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Wel kunnen we leren van het verleden om ons verder te ontwikkelen. Wat deden we, wat gaat goed, wat moet anders. Eigenlijk moeten we zelfs leren van de toekomst, maar hoe?

De maatschappij verandert razendsnel. De toekomst komt snel dichterbij. Vooral de digitale wereld om ons heen vergt voortdurend nieuwe aanpassingen. Heb je tablets in de school, moet je eerst goed bekijken wat het oplevert, dan de belemmeringen nagaan en vervolgens bekijken of dit nog wel hout snijdt.  
Dan hebben we het nu over iets concreets wat we kunnen bedenken. 10 jaar geleden konden we niet bedenken dat we zoveel konden doen met een mobiele telefoon. Het is een kleine handzame computer geworden. Internet, e-mailen, whats-app-en, noem maar op. Sms-en is eigenlijk alweer achterhaalt. 
Nieuwe technologieën vliegen om onze oren. Ingebouwde wifi in een bril, schermen die op de muur of de tafel verschijnen, tablets in tafelvorm, horloges met hele computermogelijkheden. Het bestaat allemaal al. Waar gaat het heen?
Wat kunnen we leren van de toekomst? Wat moeten onze leerlingen leren om die toekomst in te kunnen stappen, verder te ontwikkelen. Het lijkt allemaal steeds sneller te gaan en dat is niet alleen omdat ik zelf ouder word.
In het onderwijs willen we de leerlingen niet alleen kennis, maar ook vaardigheden leren. Door middel van vaardigheden kunnen ze de geleerde kennis toepassen en anticiperen op hetgeen ze tegenkomen.
Nieuwsgierigheid uitbouw, omgaan met teleurstellingen, presenteren, creëren, ontwerpend leren, onderzoeken, het zijn aspecten die leerlingen van nu nodig hebben voor straks. Daar hoort de digitale wereld ook bij.
Op ICT gebied denken we aan (BRON: Kennisnet):
- Basisvaardigheden om te kunnen gaan met alle devices. Weten hoe Word werkt, een PowerPoint kunnen maken, kunnen e-mailen en kunnen surfen op internet. 
Informatie vaardigheden.  Hoe zoek ik iets op. Het volgen van het nieuws. Kennis kunnen opzoeken en kunnen duiden.
- Mediawijsheid. Wat is waar, wat is niet waar. Maar ook wat zet ik zelf op social media? De hele wereld kan meekijken. Hoe ga ik om met privacy van anderen?
- Computational thinking. Op een creatieve manier problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan programmeren. 
Als we dit allemaal kunnen zijn we er nog niet. De techniek schrijdt voort. 
Auto's veranderen, wonen verandert en dus ook het onderwijs zal moeten mee veranderen. Hebben we nu goed in kaart gebracht wat het tabletonderwijs brengt en waar we alert op moeten zijn. We moeten nu juist aan de technieken denken waarvan we nog niet weten dat ze er zijn. Toekomstdenken. Dromen wat zou kunnen, wat we zouden willen, wat we straks nodig hebben. Denk aan de wondere wereld van Chriet Titulaer, een programma dat als ik kind vaak heb gekeken. Alleen het vertellen met de zachte 'g' is al een mooie herinnering op zich. Prachtig hoe hij al zaken kon bedenken die er nog niet waren, zoals een telefoon op de fiets bijvoorbeeld. Geweldig!
Hoe weten we wat we straks nodig hebben? Verder dromen en verder durven denken, net als Chriet Titulaer dat deed. Fantaseren over mogelijkheden. Denken aan wat robots al kunnen doen op bepaalde werkterreinen. Bedenken hoe we onszelf kunnen verplaatsen.
Het is een spannende ontwikkeling, omdat we enerzijds steeds meer weten, anderzijds de toekomst niet kunnen voorspellen met de uitkomsten uit het verleden. We kunnen er wel van leren.
Droom lekker straks. Maar ontspan ook, want al die beeldschermen houden ons uit de broodnodige slaap.


zondag 10 september 2017

Groeien, ontwikkelen en leren

Onderwijs is meer dan alleen maar leren, lessen volgen, oefenen, inslijpen, toetsen maken en een diploma halen. Er is ook zoiets als vorming. Het leren van vaardigheden lijkt steeds belangrijker te worden, maar was dat niet altijd al aanwezig?


Meer dan kennis alleen
Als leerlingen naar de basisschool gaan, denken velen dat hier alleen kennis wordt aangeleerd. Pomp er maar een tafel in, en het rekent straks als een trein. Niets is minder waar. Het leren van kennis is een onderdeel van een groter geheel. Je leert ook samen te spelen, samen te werken, op je beurt te wachten, regels van de school, omgaan met anderen en dergelijke. Een spreekbeurt of een verhaal vertellen voor de klas is niet nieuw. Door de klassen rond te gaan met de traktatie, leer je beleefheidsvormen. Je leert manieren en wordt gevormd door relatie met anderen. Dit is al jaren zo.

Veranderde maatschappij
De maatschappij is alleen veranderd en er worden andere eisen gesteld aan het die omgang. Presenteren en mondelinge taalvaardigheid is belangrijker geworden. Ondersteund door de digitale wereld.
Het stukje autonomie is zelfs nog sterker aan het veranderen. Er wordt meer verwacht van de leerling en de jong volwassene. Initiatief nemen, zelfontdekkend leren en de nieuwsgierigheid het werk laten doen. In samenspraak met de omgeving komen tot nieuwe inzichten. Onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan. Het is verrassend om te merken met welke vragen leerlingen kunnen komen.

Nieuwe wending
Dit geeft een hele nieuwe wending aan het leren in het onderwijs. Het gooit de boel op de schop. Moet het nog wel zoals het nu gaat? Waartoe leidt dit onderwijs? Wat gaan de leerlingen straks voor beroepen uitoefenen?
Het is een mooie zoektocht die een enorme veranderslag aan het doormaken is. Denk aan Onderwijs2032 en curriculum.nu, waarin we uitgenodigd worden mee te denken aan wat er nodig is om het onderwijs zo in te richten dat het zin heeft voor de leerlingen die we straks afleveren.
Blijft het onderwijzen of wordt het meer begeleiden? Zijn er nog stampmomenten of kunnen de leerlingen alles opzoeken? Hebben ze parate kennis nodig of is opzoeken, samenvatten en presenteren, veel belangrijker. Is topografie nog wel van deze tijd?


Loslaten of vasthouden?
Ik ben van mening dat er een verandering zal moeten komen. Toch geloof ik niet dat we alles los moeten laten. De instructies op het gebied van technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen zijn heel belangrijk om een goede basis te creëren waarmee je aan de slag kunt om die ontdekking te kunnen maken. Lezen blijft een belangrijke vaardigheid die handig is om verder te kunnen komen. Enige kennis van hoe de wereld eruit ziet is handig als je iets opzoekt of leest. 

Vervangen?
Tegelijkertijd staan er andere zaken te trappelen. En aangezien het aantal niet uitgebreid wordt, misschien zelfs verminderd moet worden in een tijd van tekorten en werkdruk, zullen we keuzes moeten maken. En juist dat is het lastigste. Want wat blijven we doen, wat laten we vallen en wat voegen we toe?
Wat hebben onze leerlingen sowieso nodig? 
Daar komt bij dat ook gymnastiek, muziek en de creatieve vakken niet mogen verdwijnen. Een toename hiervan is zelfs beter voor de totale ontwikkeling van onze leerlingen. Hoe kunnen we dit integreren in ons onderwijs? Hoe kunnen we de goede zaken behouden en het zelfs beter doen voor de toekomst?
Leren van de toekomst, zei laatst iemand in een overleg. Dat is mooi gezegd. Maar hoe kunnen we leren van de toekomst?

Leren is een cyclisch proces
Leren uit het verleden is een kwestie van data verzamelen, analyseren, acties/veranderingen bepalen en een richting kiezen. Maar wat weet ik van gebeurtenissen in de toekomst. Dat wordt eerst dromen, fantasie laten werken, prognosticeren, anticiperen en vervolgens daarop acteren.
En dat is een hele uitdaging. Maar wel een mooie!




dinsdag 28 maart 2017

HOOP

Een woord van 4 letters. Wat stelt het voor? In het woord hoop zit een heleboel. Maar wat dan?
Vorige week vierden we met de school de 'Week van de Hoop' samen met veel andere christelijke scholen in Nederland. Verus, de besturenraad had dit georganiseerd. 

Wat is sterker dan angst? Wat is sterker dan oorlog? Wat is sterker dan pesten? Kreten die op de posters stonden om hoop een beeld te geven.
In een tijd van terreur, van hongersnood, van vluchtelingen en ernstige ziekten is het voor veel mensen hopeloos. Goed om kinderen hoopvol vooruit te laten kijken. Zo konden de leerlingen filmpjes bekijken, spreken over wat zij bij hoop dachten en beschrijven wat zij het liefste in de wereld zouden veranderen.

Verus kwam op maandag 20 maart j.l. met een grote hoopvolle dubbeldekker op de Máximaschool. Een enthousiaste presentatrice met de naam Rinke kwam rozen uitdelen. Niet zomaar, want de leerlingen gingen vertellen aan wie ze een roos wilden geven. De een gaf hem aan zijn moeder, want die zorgde zo goed voor hem. Een ander kind wilde de roos aan een zieke tante geven, gewoon om haar een beetje hoop te geven. Er waren ook kinderen die gaven de roos aan een klasgenoot. Gewoon omdat die haar altijd helpt. Zo lief. Zo hoopvol. Zo mooi.

In groep 6 werden de onderwerpen ingewikkelder. Het ging over Nelson Mandela en wat hij voor de wereld had betekend. Maar ook over een meisje dat graag de premier van Nederland wilde worden. Kinderen vol hoop op de toekomst. Kinderen vol vertrouwen.

En dat is wat je op een basisschool wil meegeven. Niet alleen een moeilijke rekensom, de topografie van Drenthe, het onderwerp en de persoonsvorm of het verhaal van de Bremer stadsmuzikanten. Sociale vaardigheden en vaardigheden waarmee leerlingen kunnen communiceren zijn minstens zo belangrijk. Samenwerken, samenvatten, presenteren, onderzoekend leren en in hun eigen tempo de wereld ontdekken.
Met hoop, warmte en vooral de liefde die we kinderen willen geven, ontstaat een goed pedagogisch klimaat. We zien om naar elkaar. De leerlingen kunnen dit weer aan anderen doorgeven. Zo krijgen we een kleine samenleving op school waarin iedereen gezien mag worden. Zo krijgen we de grote samenleving buiten op straat, in de buurt, in Nederland en in de wereld, die omziet naar elkaar. Dan is er hoop.

zondag 19 juni 2016

Grenzen verleggen als je 100 wordt?

Baby's die nu worden geboren hebben grote kans om 100 jaar te halen of misschien wel ouder worden. Dat is onderzocht en bewezen. We worden steeds ouder. Wat heeft de leerling van nu nodig om oud te worden? De vraag is ook of we gezond oud worden, kunnen we de snelheid van wat we leren wel bijhouden, hoe is het met de werkdruk gesteld en hoe kunnen we dit opvangen met het werkende deel van Nederland? We kunnen de pensioenleeftijd niet blijven opschuiven.


Wat moeten we op de basisschool aan leerlingen meegeven om zich later in de maatschappij goed te kunnen handhaven, gelukkig te worden en zichzelf te kunnen redden? Het is al een uitdaging op zichzelf om te bekijken wat leerlingen op de basisschool moeten leren. Naast basisstof zoals lezen, rekenen, spellen, begrijpend lezen is het goed om leerlingen kennis van de wereld mee te geven. Een basis.
De vraag die nu ook steeds meer leeft, is of leerlingen zelf kunnen (mee-) bepalen wat ze moeten leren. Dat kan voor een deel wel, maar lezen en rekenen zijn vakken die elke leerling gewoon goed moet worden onderwezen. Je kunt immers niet zonder.
Wat voor de leerling wel meer speelt dan een x aantal jaren geleden is plannen, ordenen, opzoeken, samenwerken, presenteren en andere vaardigheden om de inhoud van de leerstof een doel te geven en te gebruiken. Het draait niet alleen om kennisfeiten uit de geschiedenis, maar meer om wat je hiermee kunt doen. Zo is onderzoeken een belangrijke vaardigheid geworden, die leerlingen, maar ook volwassenen steeds meer in hun werkende leven moeten gaan toepassen om verder te komen en beter te ontwikkelen en te kunnen doorgroeien.
Nieuwsgierigheid is een eigenschap die we op de basisschool al moeten blijven stimuleren. Zeg ook gerust dat je iets niet weet als docent. Kom erop terug. Zoek iets uit. Dat geeft ook een verbinding tussen leerling en docent.
Hoe kunnen we dan gezond oud worden? Mensen hebben hiervoor kennis nodig om zich bewust te worden wat goed is. Gezond eten en bewegen, maar ook ontspannen en niet voortdurend in die 24-uur-maatschappij bereikbaar zijn. Het zijn zomaar zaken van een razendsnelle maatschappij die snel verandert. Nieuwsgierigheid en een onderzoekende houding is goed. Maar de tegenhanger van bijvoorbeeld mindfulness en yoga of mogelijke andere varianten leren ons ook om de rust te vinden en familie en vrienden belangrijker te vinden dan ons werk. Dat laatste geeft aan dat de verhouding privé - werk niet altijd een goede balans heeft. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan.
De steeds snellere maatschappij sluit sommige mensen buiten. Er gebeurt veel op social media, binnen alle mogelijkheden van de digitale snelweg en ook op het gebied van devices. Benieuwd wanneer de googlebril beschikbaar wordt, of er straks auto's zelf van A naar B kunnen rijden en of we inderdaad een reisje naar een andere planeet kunnen maken. Het lijkt wel science fiction. De grenzen worden voortdurend verlegd.

Kunnen we dit allemaal wel (blijven) bolwerken? Een steeds snellere maatschappij, waarbij niet iedereen kan meedoen omdat ze simpelweg het geld er niet voor hebben, de snelheid niet aankunnen of gewoon minder affiniteit hebben met de digitale wereld? Je kunt niet meer zonder, al heeft mijn eigen moeder (geboren 1925) nog nooit een computer aangeraakt. Werk gaat sneller. Nieuws gaat sneller. Veranderingen worden sneller doorgevoerd. Er wordt meer verwacht. Er is veel transparantie (waarvan ik zelf denk dat dit ook niet altijd bevordelijk is), waarbij data worden vergeleken. Alles moet effectief en efficiënt, maar het 'praatje' tussendoor mag niet meer worden gezien als werk, terwijl het stukje relatie zo belangrijk is. Of het nu gaat om netwerken of even die aandacht voor elkaar. We zijn toch geen machines?
Als we steeds ouder worden, moet het werkende deel van Nederland de pensioenen van het de ouder wordende mensen opvangen. Dit is niet eindeloos. Een werknemer van 64 heeft meestal een ander energielevel en zal qua digitale kennis toch op een ander niveau zitten. Wat voor een 25-jarige vanzelfsprekend is, moet een 60-jarige echt worden aangeleerd. De rollen worden omgedraaid.
Kan iemand straks doorwerken tot 70? Haalt iedereen de 70? Het is nog niet zo eenvoudig om hier uitsluitsel over te geven.
Als ik het allemaal mag halen, wil ik best langer doorwerken, mits ik gezond ben en de energie nog kan opbrengen. Toch is het niet eindeloos oprekbaar. Wat is de kwaliteit van het leven van mensen tussen de 60 en de 70? Wat kun je allemaal nog aan? Kun je de snelheid van de maatschappij echt wel bijhouden en meedraaien in je werk? Moeten er aangepaste banen worden gecreëerd?
Ik weet niet of we blij moeten zijn met al die 100-jarigen. Mooi als het lukt, zorgelijk als het allemaal niet blijkt te lukken. Dat vergt aanpassingen voor iedereen die nu werkt en straks een pensioen wil genieten.
Genoeg zorgen voor nu, morgen weer lekker aan het werk, en bezien hoe lang we dit kunnen doen. De tijd zal het leren. En die tijd vliegt. Geniet dus van hetgeen je hebt: liefde, warmte, eten, leven, vrienden, natuur, bewegen, gezondheid, etc. of je nu 100 wordt of niet.



vrijdag 22 april 2016

Wat, hoe en waarom?

Het gaat om de kennis, de vaardigheden en de attitude. Je wilt weten wat er is en bestaat. Je wilt weten hoe het werkt, hoe het inelkaar steekt, hoe kan ik ermee werken? En je wilt weten waarom, je bent nieuwsgierig, je wilt de wereld om je heen ontdekken. In dat laatste gaat het om jouw houding t.o.v. de wereld om je heen.

Kennis kun je aanleren. Wanneer we de taxonomie van Bloom erbij pakken gaat dit om de eerste drie vaardigheden om je die kennis eigen te maken. De lagere orde van denken. Dit kan gemiddeld iedereen aangeleerd krijgen. Men zegt ook weleens: Iedereen kan leren lezen, al lukt dat bij de een sneller dan bij de ander. Denk hierbij maar aan Kees Vernooy (2002)
1.       Onthouden: Het kunnen ophalen van specifieke informatie, variërend van feiten tot complete theorieën. Een tafel van vermenigvuldiging uit het hoofd leren.
2.       Begrijpen: De vaardigheid om adequate betekenis te geven aan informatie. Begrijpen waarom 6 x 4 nu daadwerkelijk 24 is. ^x een groepje van 4 knikkers levert een zak van 24 knikkers op.
3.       Toepassen: De vaardigheid om kennis in nieuwe en concrete situaties toe te passen. Dit gaat nog een stapje verder. 

Ingewikkelder is het 
4.       Analyseren: De vaardigheid om informatie op te delen in onderdelen zodat de structuur kan worden begrepen en bestudeerd.
5.       Evalueren: De vaardigheid om de waarde van iets te kunnen beoordelen in relatie tot een bepaald doel.
6.       Creëren: De vaardigheid om met behulp van het geleerde nieuwe ideeën, oplossingen, producten te ontwikkelen.

Met deze vaardigheden kunnen leerlingen nog meer leren en kunnen we alle leerlingen een stapje verder brengen. Hoe mooi is dat?


vrijdag 12 april 2013

Contact


Jaren geleden was er een film met de titel  "Contact" . Hoofdrolspeelster Jodie Foster was gefascineerd door het contact buiten de aarde. Een prachtige film, waarin de behoefte en nieuwsgierigheid van de mens naar het buitenaardse wordt weergegeven.

Ieder mens heeft behoefte aan contact. Ieder kind vanzelfsprekend ook. Dat begint al bij de geboorte. Aanraken, geluiden,  het hoort er allemaal bij. Dat contact loopt je hele leven door. Ouders, broers en zussen, opa's en oma's en later vriendjes en vriendinnetjes, buren en collega's. We zijn onderdeel van een gemeenschap.

In het onderwijs is het niet anders.
Een kleuter, die zich in eerste instantie moet losmaken van zijn ouders (en andersom), kruipt bij onveilige gevoelens nog weleens op schoot. Vaak begroet de juf de kinderen bij de deur en/of met een hand.
Kinderen spelen buiten. In de kleutergroepen met karren of in de zandbak, in hogere groepen spelen ze tikkertje of andere spelletjes. Er is (lichamelijk) contact.
Op school in de klas wordt samengewerkt, naar elkaar geluisterd en er vindt interactie plaats. Kinderen leren veel van elkaar en van de leerkracht. Ze hebben elkaar nodig.
Vervolgens overstijgt het contact ook de groepen. Ook bij onze school met een leerstofjaarklassensysteem. Middels projectavonden, Open Podia(optredens van groepen aan elkaar en aan ouders), rondgang voor vevrjaardag, buitenspelen met meerdere groepen en andere gezamenlijke activiteiten. Daarbij vargeten we ook de ouders niet die welkom zijn bij verschillende activiteiten.v
Zo is de school naast educatief vol kennis, vaardigheden en zelfstandigheid ook een contactpunt, waarbij sociale vaardigheden een hele belangrijke rol spelen. Kinderen moeten immers leren hoe ze contact maken en hoe je omgaat met verschillende emoties en gedragingen.
Toch is eventjes geen contact ook weleens heerlijk. Een boek lezen doe ik het liefste zonder dat ik word gestoord door andere dingen of contact. Als er iemand iets vraagt of jou iets wil vertellen, ben je helemaal uit je verhaal.
Ook kan contact verbreken een situatie of gebeurtenis doen herstellen. Denk bijvoorbeeld maar eens aan een ruzie tussen kinderen of volwassenen of een kind dat zich moet concentreren op zijn werk.
Zo zien we dat ook de manier van contact hebben en contact zoeken bij iedereen verschillend is. Elk mens, elk kind heeft hierin een eigen behoefte. De kunst is om hierin een goede modus te vinden. Welk contact wil de ander? Welk contact wil ik zelf?
Mooi om hierin ook te kijken naar de contactbehoefte van elk kind in elke situatie.

Ieder mens heeft in meer of mindere mate behoefte aan enige vorm van contact. Om dat contact in deze digitale tijd een ruimere invulling te kunnen geven, gebruiken veel mensen ook allerlei andere mogelijkheden om contact te maken, te onderhouden of te laten zien. Denk aan bijvoorbeeld Facebook. Ook hierin zullen we de kinderen en ouders van nu moeten volgen, maar ook vormen om hier goed mee om te gaan. Er is al een studierichting "mediawijsheid". Hoe maak je contact, wat doe je wel en niet, wat is wel en niet waar, hoe bewaar je nog enige privacy, kortom een goed contact vraagt om bewuste keuzes en een helder begrip. Een extra uitdaging voor elke leerkracht en andere begeleiders. Een goed contact gewenst!

zondag 31 maart 2013

Belasting

Hoeveel kun je hebben? Hoe zwaar kan iemand in het onderwijs worden belast? Dit kan op twee manieren worden uitgelegd. Enerzijds gaat het om het betalen van belasting, wat natuurlijk heel actueel is op 31 maart. Anderzijds gaat het om de werkdruk, wat net zo actueel is, maar niet vastgepind zit op een datum.


De onderwijsgevende belastingbetaler, maar eigenlijk ook alle andere werknemers in Nederland kunnen eenvoudig belastingaangifte doen tegenwoordig. Via het internet kun je alle gegevens digitaal controleren. Dat moet wel heel gek zijn, als dit niet klopt. Of er moet een verandering in levenswijze, huisvesting, familiaire situatie zijn geweest.
Fijn, dat dit zo gemakkelijk gaat. 
Anders is dat met de belasting van onderwijsgevenden - leerkrachten zo u wilt -  en andere medewerkers in onderwijsland. Het is een beroep waarbij veel gevergd wordt van kennis, vaardigheden, communicatie, digitalisering, scores, extra taken, nascholing, incasseringsvermogen, creativiteit, organisatie, overzicht en de omgang met het kind in het bijzonder. Steeds meer regeltjes, administratie, nieuwe vakken (zoals sociale redzaamheid, burgerschap, sexuele voorlichting en pestgedrag) en een complexiteit aan taken sluipen de school in. Is het onderwijs nog wel leuk? Ik zeg volmondig "ja!" Is onderwijs voor iedereen weggelegd? Dan twijfel ik.
Natuurlijk zijn er mensen, die van zichzelf al zeggen, dat zij niet het onderwijs in willen. Er is ook een groep, die wel met veel enthousiasme het onderwijs is ingegaan, met een heel ander beeld. 
Als ik naar mezelf kijk, ben ik jaren geleden gestart met het idee dat ik het leuk vind om kinderen iets te leren, samen plezier te beleven en hen te begeleiden op een weg die hen zelfstandig maakt voor straks. Dat is een mooie gedachte. Een mooie ideale gedachte.
Dat is niet het enige als onderwijsgevende in het onderwijs. Tijden veranderen.
De eisen zijn in de loop der jaren aangescherpt. Computervaardigheden en de druk van de inspectie zijn slechts twee items die in mijn begintijd nauwelijks meespeelden. Het vak van een intern begeleider is nieuw en de functie van een schoolleider is enorm veranderd. Veranderingen kosten tijd en energie. Veranderingen kunnen nieuwe kansen brengen, maar ook bedreigingen opleveren. Daar zit 'm nu net de crux van werkplezier en werkdruk. Zo lang de dingen leuk zijn, is het namelijk helemaal niet erg dat je een keer meer tijd kwijt bent of iets ingewikkelds moet doen. Zodra dingen erg veel energie kosten, niet opleveren wat je ervan verwacht, het een enorme werkbelasting wordt is het de kunst om even terug te gaan naar het moment waarop je zo graag het onderwijs in wilde. Houd die mooie momenten op je netvlies en neem de rest op de koop toe. 
Ga er net zo mee om als het makkelijke digitale belastingformulier. Even wennen en dan gewoon ervoor gaan. Dan is het onderwijs echt jouw baan! Wat is het toch een prachtig vak.