On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zondag 27 oktober 2019

Toekomstdromen in het onderwijs

Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd.Zo kunnen we 4 jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen.Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve(waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclub activiteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven. 
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen. 
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoo
rbeeld op tekengereedschap heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken

10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes. 

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, reken materialen, tafelkaart indien nodig.leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. 
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

zaterdag 26 oktober 2019

Dromen bestaan

Bijkomen
Vele dromen
De rust
De stilte

Intomen
Uitstromen
Laat het los
Laat het gaan

In het water
De bomen
Zwiepen
heen en weer

Het is later
Al die dromen
Ze komen
En gaan

Dromen
Ze bestaan

maandag 21 oktober 2019

Tekort: Met de rug tegen de muur

Als kind van een jaar of 6 speelde ik tikkertje op het schoolplein. Omdat de lagere school met toen nog zes klassen, twee ingangen telde, een voor de onder- en een voor de bovenbouw - al weet ik me niet meer te herinneren waar de grens lag - schoten we langs de deur van de onderbouw naar binnen. Door de gang hollend om er aan de andere kant weer uit te hollen. Maar ai ai ai. Gesnapt door de hoofdmeester. De meester van klas 6 stuurde mij en mijn vriendinnetje naar binnen. Het klaslokaal van klas 6. Met de neus naar de muur moesten voor straf in de hoek staan. Terwijl klas 6, waar ook mijn broer in zat, naar binnen kwam, dacht ik na over wat er thuis wel niet verteld zou worden door mijn broer.

Nu in 2019, zo’n 50 jaar later, hol ik weer door de gang. Niet om de tikker te ontlopen, maar om een klas op te vangen, waarvan een leerkracht ziek is. Er is geen vervanger te krijgen. Vanaf vanmorgen 6.50u. ben ik in touw om te zoeken naar een invaller. Voor de vervangingspool is dit tijdstip te laat. Misschien nog een parttime collega zonder kleine kinderen of een stagiaire. Het lukt niet en dus is de volgende stap om de klas te verdelen. 
In de klassenmap staat hoe de verdeling is en er ligt een noodpakket klaar. Dit moet alleen nog wel even worden gekopieerd. O wacht, er is vandaag gym, dus de verdeling moet wat worden gewijzigd, want er is al een groep naar de gymzaal.
Als om 8.55u. iedereen weet naar welke groep hij of zij kan met het pakketje werk, leun ik met mijn rug tegen de muur. De oplossing voor vandaag is er een van hoge nood. Het onderwijs wordt er niet beter van, de leerkrachten die er vier of vijf leerlingen bij krijgen ervaren onrust en meer werkdruk, er zijn immers nog meer vingers die omhoog kunnen gaan en nog meer hulpvragen. Kan de hulp aan het het subgroepje van de eigen groep nog wel doorgang vinden? De groep waar leerlingen bijkomen moet wat inschikken en ruimte bieden. Dit heet kwaliteitstekort.
Uitrustend met mijn rug tegen de muur, sta ik ook figuurlijk met de rug tegen de muur. Wat is in zo’n situatie de goede oplossing? Kwam er nu maar een hoofdmeester of andere hoge pief om dit te bestraffen en vervolgens op te lossen. Deze noodmaatregel houdt geen stand en gaat ten koste van iedereen op school (werkpleziertekort)  en van de kwaliteit. De enigen die tevreden zijn, zijn de aanstuurders van het ministerie die denken dat het allemaal niet zo erg is en de ouders die gewoon naar hun werk kunnen. 
Juist omdat dit vaker voorkomt is het niet acceptabel. Dat heet lerarentekort.
Juist nu zou ik willen dat ik gesnapt werd in de gang, zodat men ziet dat dit eigenlijk niet kan. 

Mijn broer vertelde thuis niets. Er waren dus geen consequenties. Opgelucht kon ik thuis weer mezelf zijn en op school weer tikkertje spelen, maar dan op het plein.
De overheid en het ministerie van onderwijs zoekt doekjes voor het bloeden met een enkele zij-instromer, een subsidie of een nieuw curriculum of een opgeleide ouder. Maar de overheid en het ministerie van onderwijs zeggen niets toe. Er komt geen extra geld vrij. Dit heet investeringstekort. Er gebeurt niets in de richting van het rechtzetten van de salarissen in het PO, niets met de OOPers in het PO. De knip van de overheid zit dicht. Een kleine trap na: er mogen wel ouders of onderwijsassistenten voor de groep. Dit heet erkenningstekort.

Tekorten vragen om oplossingen. Welke oplossingen dragen bij aan het lerarentekort? En wellicht het schoolleiderstekort?
Er zijn al veel mogelijke oplossingen en investeringen langs gekomen. Één van de meest houdbare zijn die van investeringen, andere koers en van minder lesuren. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Laten we er vooral samen voor gaan. Maar zorg wel dat de kwaliteit behouden blijft, leerkrachten de waardering krijgen en het werkplezier voorop staat. Daar is nu eenmaal geld voor nodig.
Dan wil ik best nog een sprintje trekken. Door de gang.