On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 21 november 2015

De werkdruk van de leerkracht wordt steeds groter

Een denkbeeldige 40-urige werkweek (nieuwe CAO) helpt weinig aan het verlagen van de werkdruk, het werk moet immers af. Als er om 17.00u. een ouder staat of je les ligt niet klaar voor morgen, kun je echt niet naar huis. Hoe houdt de leerkracht het vol?

Het programma “De Monitor” kwam met een oproep van een leerkracht die een signaal wilde afgeven over de werkdruk van leerkrachten. Een heel terecht signaal, welke ik als leidinggevende van een basisschool graag wil bevestigen en verder toelichten en tevens benadrukken dat de maat vol is. Ook als noodoproep naar het ministerie van onderwijs, minister Dekker en staatssecretaris Bussemaker, maar wellicht ook richting PORaad, inspectie, leerKRACHT,  en alle andere goedbedoelde instanties.
Een heel goed signaal van deze lerares/leerkracht om dit bij “De Monitor” aan te kaarten.
Als directeur van een basisschool zie ook ik een steeds grotere druk ontstaan bij onze leerkrachten vanuit ouders en eisen van leerkrachten in het algemeen.
Nadenkend over dit fenomeen, denk ik aan de volgende oorzaken/feiten.

1. Transparantie in het algemeen
A. Er moet voortdurend worden gecommuniceerd vanuit de school naar ouders hoe het gaat met hun kind (en) en waarom bepaalde zaken op die manier worden gedaan. Dit kost veel (kostbare) tijd. Denk aan beantwoorden e-mail, terwijl ik leerkrachten aanraad om zo veel mogelijk telefonisch of face to face te bespreken. Ouders willen zelfs een platform.
Naast wat ze over hun kind willen weten en bespreken, zijn er uiteraard ook de nieuwsbrieven, website, onderwijskundige nieuwbrief ed. De inspectie controleert hierop. Dit laatste ligt iets minder bij de leerkracht, al zijn zij wel verantwoordelijk voor hun eigen pagina op de website.
B. Leerkrachten moeten laten zien wat ze kunnen aan de directie. N.a.v.  flitsbezoeken en klassenbezoeken worden er gesprekken gevoerd.
C. Leerkrachten leggen verantwoording af aan de IB-er(s) door met hen in gesprek te gaan welke acties voor welke leerlingen de goede effecten hebben, maar ook hoe het kan dat een bepaalde werkwijze niet geschikt is voor een ander kind. Samen zoeken zij naar oplossingen.
D. Er moet voortdurend verantwoording worden afgelegd aan externe partijen: (dit is voor het grootste gedeelte de verantwoording van de directie)
- inspectie(schoolplan, vragenlijsten, schoolgidsen, resultaten, etc.), ministerie, scholen op de kaart
- samenwerkingsverband (welke doorvraagt en doorvraagt wat de school zelf nog kan als er een probleem wordt geconstateerd)
- bestuur

2. Ouders vragen veel gesprekstijd van leerkrachten. 
Hun kind (eren) is (zijn) een prinsje(s) of (/en) prinsesje(s) en zij staan in het middelpunt, hen mag niets ontbreken. Te pas en te onpas wordt om gesprek gevraagd. Sommige ouders hebben dit schooljaar (10 weken bezig) al 4 gesprekken gehad van anderhalf uur. Waar is de grens? Wat kan een leerkracht nog wel en wat niet meer?
Wij hebben in ons systeem aan het begin van het schooljaar een oudervertelgesprek. Twee keer per jaar zijn er rapportgesprekken. Bij de twee inloopmomenten kan er nog een afspraak worden gemaakt. Daarbuiten is het ook mogelijk om een afspraak te maken. En bij die laatste mogelijkheid loopt het nog weleens de spuigaten uit.

3. Aandacht en inzet voor de leerlingen de groep.
Het is goed om in verschillende niveaus te werken. Elke leerkracht doet dit in minimaal 3 niveaus op onze school en daarbij zullen ook nog wat extra leerlingen (bij wijze van uitzondering) daarbuiten een individueel plan (denk aan de arrangementen, de tegenwoordige aangepaste en uitgeklede rugzak) hebben. Individueel voor elke leerling is niet haalbaar en bovendien niet gewenst. Leerlingen kunnen zich binnen een subgroep aan elkaar optrekken en ze zullen moeten leren hoe het werkt in een groep (net als later in een team of op een afdeling).
Een ander verhaal wordt het, wanneer een leerkracht te maken heeft met een combinatiegroep.

4. Leer- en gedragsproblematiek neemt toe met passend onderwijs.
De groepen worden ingewikkelder en sommige groepen ook groter. De eisen waar een leerkracht aan moet voldoen wordt ook groter, de werkdruk hoger en het werk voor een groep vaak minder leuk hierdoor. Dat er nog zoveel mensen in het onderwijs werken is bijzonder. Er moeten vele ballen in de lucht worden gehouden. Werken in niveaus, extra hulp binnen  de les, waardoor nakijkwerk voor na de les blijft liggen en met ogen in je achterhoofd de klas in de gaten houden, waarbij leerlingen verwacht worden zelfstandig aan de slag te gaan.

5. Inspectie heeft negatieve invloed gehad (dit tij is enigszins gekeerd met het nieuwe toezichtskader) in het kader van de afrekening van slechte Citoresultaten. Cito's zijn slechts een klein onderdeel van wat gemeten wordt over wat je doet op een basisschool. 
Binnen een jaar van (zeer) zwak naar basisarrangement is daarin ook een onmogelijkheid. Welke goocheltruc gaat men dan uit de kast halen? Cito's oefenen, fraude, voorlezen, hulp bieden, ....

6. Financieel is het onderwijs uitgekleed.
Denk bijvoorbeeld maar aan voorzieningen als ict (loopt altijd achter de feiten aan en computers en digiborden of touchscreens zijn heel duur) of hetontbreken van een concierge (alles zelf kopieren, koelkast en was zelf doen, meubels sjouwen bijverplaatsen klas, schoonmaak 2x per jaar, soms zelf materiaal kopen...).

7. Nieuwe CAO met 40-urige werkweek
De nieuwe cao geeft inzicht in de tijd die men kwijt is. Een grote misser is de zogenaamde opslagfactor van 40% (hieronder vallen lesvoorbereidingen, nakijkwerk, oudergesprekken, vergaderingen, maken van groepsoverzichten en groepsplannen, bijhouden van administratie zoals absenten en dossiervorming, lezen van verslagen, overleg intern begeleiding, rapporten maken, etc.) nooit toereikend is voor de gemiddelde leerkracht.

8. Weer een nieuwe richting (onderwijs2032),
Een nieuwe richting kan goed zijn om het onderwijs te verbeteren. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe richtingen ingeslagen. Een nieuwe richting betekent dat er weer een verandering van denken wordt gevraagd van leerkrachten. Betekent weer een andere koers varen. Betekent ook extra energie.

9. Schoonmaakmomenten en klaslokaal inrichten/opruimen
Ooit weleens meegemaakt dat een medewerker van een kantoor 2x per jaar moet helpen soppen? Dat gebeurt op scholen wel. De reguliere schoonmaak maakt de vloeren, de toiletten, de bovenkant van tafels en kasten schoon en dan houdt het een beetje op. Samen met ouders wordt er 2x per een schoonmaakmoment georganiseerd.
Ook jouw werkplek is jouw verantwoordelijkheid. Voordat de school start na de zomervakantie heeft de leerkracht zijn klas al moeten inrichten, schriften schrijven, tafels slepen, naamkaartjes maken en noem maar op. Dat zit voor een deel in de 40-urige werkweek. De meeste leerkrachten zullen het hiermee niet halen. Ook halverwege een jaar worden de groepen nogal eens anders ingericht, kasten handiger ingedeeld of anderszins.

10. Deskundigheidsbevordering
Iedere leerkracht moet de deskundigheidsbevordering inzichtelijk maken. Goed om dit bij te houden. Vakliteratuur lezen, een cursus of zelfs een zwaardere studie volgen. De meeste tijd zit niet meer in die 40 uur hoor. Dat lukt vaak niet, want die tijd is al op.


Ik kan nog meer dingen noemen, maar dit zijn mijns inziens de belangrijkste.
Het is goed om dit onder de aandacht te brengen. Erg goed zelfs. Roep het uit naar het ministerie van onderwijs! De grens is niet alleen bereikt maar ook overschreden. Als schoolleider van een school met ruim 200 leerlingen is het zwaar (met 1x per 2 weken een administratief medewerker, zonder conciërge, telefoon aannemen, ouders te woord staan, taken zijn inclusief het werk van ictcoördinator, werkzaam 4,5 dag), maar ook als leerkracht is het zwaar en moet men alle zeilen bijzetten om aan alle eisen te kunnen voldoen. Petje af voor deze hardwerkende mensen, die willen gaan voor iedere leerling, ieder kind. Ieder kind is een bijzonder kind. Hoe zou u zich voelen als alle energie uit je wordt getrokken als u het onvermogen voelt om daaraan net niet te kunnen voldoen?
Je moet er met elkaar voor gaan en het met doen. Elkaar op de been houden. Elkaar inspireren, in de flow brengen en net dat tandje harder willen en kunnen lopen. Enthousiasmeren.
Uitval (een griepje bijvoorbeeld) betekent stilstaan en eigenlijk kan dat niet. Uitval van een intern begeleider(=zorgcoördinator) binnen de school (zoals onze school nu voor de tweede keer in vijf jaar tijd doormaakt voor een periode langer dan een jaar) is schadelijk voor de organisatie. Maar daar houdt ministerie en inspectie geen rekening mee. Je moet dit gewoon kunnen opvangen. Zwangerschappen van leerkrachten die 4 maanden uit de groep stappen? Als school moet je die zaken maar opvangen, laat staan als leerkracht, terugkomen is voor de volle 100% weer aan de bak. Een kleintje of niet.

Toch is het beroep leerkracht, intern begeleider en schoolleider in het basisonderwijs boeiend en inspirerend. Het gaat om de leerlingen die je wilt laten groeien. Leerlingen die leren leren, leren ontdekken, ondernemen, leren samenwerken, filosoferen en leren belangrijke stappen te maken, die je als leerkracht verder brengt in hun cognitieve en sociale ontwikkeling en sterk maakt om straks deel te kunnen nemen aan de maatschappij . Wat is het een mooi beroep. Voorlopig ga ik er nog voor!



Trouw, vertrouwen, vertrouwelijk

In het onderwijs - zoals ook op vele werkplekken en situaties waar mensen samen zijn - is vertrouwen een groot goed. Elkaar vertrouwen geven en vertrouwelijk omgaan met die informatie hoort daar automatisch bij. Toch zitten hier wel verschillen tussen. En wat is het tegenovergestelde?


Trouw zijn aan een ander is meestal binnen een liefdesrelatie. Dit kan ook op werkplekken, zoals het onderwijs. Als er een liefdesrelatie op de werkplek is, zou het niet goed voelen. Trouw zijn kun je ook aan een school, zolang je werkt voor die school. Je bent loyaal aan die school en aan je collega's. Collegiaal omgaan doe je met een bepaald respect. Je voelt je vertrouwd en verbonden met de school. 

Ook trouw zijn aan de leerlingen, waar je vertrouwen aan geeft, hoort hierbij. Leerlingen voelen zich prettig. Als leerkracht kun je liefde uitstralen en het voorbeeld zijn. Het pedagogisch klimaat in de groep is een vorm van trouw zijn aan elkaar. Een leerkracht met een empatisch vermogen (=iemand die zich kan inleven in de ander) geeft de leerling een vertrouwd gevoel. De leerling voelt zich vertrouwd en de leerling kan ervan op aan dat de leerkracht te vertrouwen is. 
Hetzelfde geldt voor ouders. Ook hen ben je trouw en vertel je in alle eerlijkheid over hun kind(eren). Ouders zullen zich dan ook vertrouwd voelen.
Trouw zijn aan externen die expertise de school inbrengen is vaak wat verder weg, maar toch zit ook hier trouw in. Het moet goed voelen en er worden ook zaken in alle vertrouwelijkheid besproken. Het raakt alleen vaak niet jezelf, omdat er over anderen wordt gesproken.
Zo komen we bij het tweede woord, wat hier zeker mee in verband staat: vertrouwen. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. In een liefdesrelatie, maar zeker ook in een werkrelatie en bij elke soort van samenwerking die je kunt bedenken. Je moet daarbij op elkaar kunnen leunen, kunnen steunen, bouwen, overleggen en dus geef je vertrouwen aan elkaar. Je vertrouwt elkaar volledig in wat je zegt en doet, wat je met elkaar bespreekt en afspreekt. Dat is zowel als collega's onderling als binnen een groep waar je afspraken maakt met de leerlingen. Dit raakt de veiligheid die je de leerlingen biedt. Als je doet wat je belooft, hebben de leerlingen vertrouwen in jou als leerkracht. Als de schoolleider doet wat hij zegt hebben de leerkrachten vertrouwen in hem of haar. Als een bestuurslid iets belooft, dan is het goed om zich aan zijn woord te houden, zodat hij te vertrouwen is.

Soms is het zo, dat bepaalde zaken vertrouwelijk behandeld moeten worden. Dan ga je nog een stapje verder. Je belooft dan niet alleen dat iets niet gezegd wordt, maar je doet het ook echt niet. Dit kan in vele situaties. Bepaalde zaken houden we privé. Sommige zaken vertel je in vertrouwen en vraag je ook om dit vertrouwelijk te behandelen. Gesprekken met leerlingen kunnen vertrouwelijke informatie bevatten. Je houdt dan natuurlijk echt je mond dicht. Je bent anders immers niet te vertrouwen en zeker niet trouw aan dit kind.

Andere woorden en uitdrukkingen die hieraan verwant zijn:
Betrouwbaar, iemand is betrouwbaar als je hem iets in vertrouwen kunt vertellen en hij dit ook echt niet doorvertelt.
Trouwen, het werkwoord als twee liefdespartner elkaar het ja-woord geven. Ook een vorm van trouw, elkaar vertrouwen en vertrouwelijk zaken kan bespreken.
Ontrouw is het tegenovergesteld van trouw, de trouw is verbroken, diegene die iets had beloofd heeft niet zijn woord gehouden.
Hertrouwen is het werkwoord dat bedoeld is als partners opnieuw gaan trouwen.
Te goeder trouw betekent uit met goede bedoelingen handelen. Er komt geen misleiding of bedrog aan te pas. 
Het is altijd rouwen en trouwen Het leven bestaat uit een afwisseling van goede en slechte momenten.
Zo zijn we niet getrouwd. Zo hebben we dat niet afgesproken.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Het is makkelijker om iemands trouw te schaden, dan deze verkrijgen.

Natuurlijk heb je dan ook nog allerlei afgeleide woorden zoals trouwring, trouwzaal, trouwjurk, trouwpak, trouwerij, ontrouw, betrouwen, gezagsgetrouw, maar twee hele mooie woorden zijn plichtsgetrouw en waarheidsgetrouw. Die geven nog meer de betrouwbaarheid (het geloof in de ander) aan van vasthoudendheid en doen wat je belooft. Het geeft een goed gevoel, het heeft te maken met je persoonlijkheid en je geweten. Het heeft te maken met eerlijk zijn. En ... eerlijk duurt het langst!