On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familie. Alle posts tonen

zondag 11 oktober 2015

Verbinding

Om dit blog te kunnen publiceren heb ik een internetverbinding nodig. Zo zijn er in het leven en werken van mensen vele verbindingen nodig, die nieuwe verbindingen, relaties, vertrouwen en verantwoordelijkheden mogelijk maken. Deze verbindingen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van jonge mensen, maar ook volwassenen blijven dagelijks leren hoe zaken beter kunnen.

Verbindingen vanaf de geboorte
Als pasgeboren baby heb je de verbinding nodig met je ouders, je familie en steeds meer de mensen om je heen. Zo ontwikkelt een mens, groeit en komt tot bloei in relatie tot anderen en zijn omgeving. Daarvoor is verbinding nodig. Hierin zit ook het woord binding, belangrijk voor de hechting van dit kind bij deze ouders.
Wanneer een kind groter en ouder wordt gaat het meer verbindingen aan met zijn familie, vrienden en omgeving. Zo groeit het. Zo kan het een mening vormen. Vergelijken. Keuzes maken en verder gaan met de dingen die hij/zij doet of wil gaan doen in het leven. Verbindingen aangaan met wie hij/zij wil. 
In een basisschool gaat het niet anders. Voortdurend worden daar verbindingen gemaakt of is het fijn om verbindingen tot stand te brengen. Het mooi om verbindingen te zoeken waar men in eerste instantie niet aan zou denken.

Interne verbindingen in een basisschool
Allereerst maken leerlingen en leerkracht(en) verbinding met elkaar. Als dit niet zo zou zijn, zou het onderwijs geen goed onderwijs kunnen zijn. Voorwaardelijke voor een goede les, het leren, het stimuleren en begleiden van leerlingen. 
Leerkrachten maken verbinding met ouders. Als het goed is hebben ouders en hun kinderen die verbinding al thuis gemaakt, maar geeft een hulpouder een nieuwe verbinding aan op school. Zo kan er samen iets op gang worden gebracht, hebben we elkaar nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Samen een school juist door verbondenheid.
In de school zijn er ook onderling verbindingen tussen leerkrachten, tussen leerkracht en intern begeleider, tussen intern begeleider en directeur, tussen leerkrachten en directeur en tussen het team en het bestuur. Er wordt vaak gesproken over een goede communicatie, welke natuurlijk belangrijk is. Helemaal eens. Het woord verbinding vind ik echter een mooiere benaming, omdat dit meer zegt over de intensie om een goede (werk- of privé-)relatie aan te gaan. Volwaardig vertrouwen in elkaar, openheid, eigen verantwoordelijkheid en de wil om er met elkaar het beste van te maken. Je spreekt van een gezamenlijke passie, waar er een visie is die mensen doelgericht op het goede pad houdt. Elkaar scherp houden - dus ook feedback geven - , maar toch elkaar in de waarde laten. De kracht halen uit de mensen met wie je samen een verbinding aangaat. Genieten van wat een ander voor elkaar heeft gekregen. Het enthousiasme wat ontstaat als er dingen zijn gelukt. Samen vieren, samen verder.
Wanneer elke persoon binnen de school deze verbinding aangaat en zich aansluit bij de rest, is dit van onschatbare waarde voor de school als geheel. Dus ook de onderwijsassistent en de administratief medewerker en natuurlijk de oppas van leerlingen. In verbondenheid bereik je meer, 1 + 1 is immers meer dan 2.
Intern zijn er met ouders en school ook de verbinding met de medezeggenschapsraad en de ouderraad. Onmisbare en verplichte organen die zorgen dat er verbinding is, elkaar scherp houdt en zorgt dat we samen zaken kunnen bereiken. 

Externe verbindingen
Een (basis-)school heeft ook verbindingen naar buiten. Als een leerling extra hulp behoeft zullen er lokale onderwijsadviseurs en preventieve ondersteuners geraadpleegd kunnen worden vanuit het samenwerkingsverband. Ook ambulant begeleiders, jeugdverpleegkundige van Centrum voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werk, externe remedial teachers, ondersteuners vanuit bepaalde clusters en voor specifieke leerlingen zoals bijvoorbeeld dyslectie of hoogbegaafdheid. Mensen die daadwerkelijk een meerwaarde hebben op ontwikkeling en onderwijs.
Een tweede groep externe partners met wie de school verbinding heeft en samen zorg draagt voor de ontwikkeling van leerlingen zijn de mensen waar kinderen buiten schooltijd worden opgevangen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, een grootouder en de oppas. Het is fijn als er een goede verbinding is, zodat het werk in verbndenheid gedaan kan worden. Hoe beter de verbinding, en hoe beter de communicatie, hoe beter het is voor leerlingen en ouders.
Een derde groep die verbinding zoekt of waarbij verbinding belangrijk kan zijn, zijn onder andere sportclubs, scouting, lionsclub, bibliotheek. Ondersteunend aan de ontwikkeling van onze leerlingen, een meerwaarde om hen verder te brengen.
Dan zijn er nog verbindingen met krant, de website van de school en social media, waarbij de verbinding vooral belangrijk is voor de informatievoorziening naar buiten. Die verbinding zorgt voor een netwerk, waarbij de een ziet en de ander vertelt. Vertellen wat je doet als school, dat maakt nieuwe verbindingen. In gesprek gaan met elkaar houdt de zaag scherp en geeft stof tot nadenken. En zo groeien en ontwikkelen dan niet alleen de leerlingen, waar het hier op school natuurlijk om draait, maar ook de medewerkers en alle betrokkenen die hieraan verbonden zijn. Zo kun je in een professionele leergemeenschap stappen maken en doorontwikkelen, iedereen!

zondag 18 november 2012

Schaken

Schaken is een fantastisch spel. 64 vakken,  32 witte en 32 zwarte velden bestrijken het bord. Beide partijen hebben 16 stukken, acht pionnen, twee torens, twee paarden, twee lopers, een dame en - de belangrijkste - een koning. 

Deze week kwam in het nieuws, dat schaken niet alleen leuk is, maar voor kinderen vanaf 6 jaar ook goed voor de ontwikkeling.
Schaakleraar Eddy Sibbink geeft schaakles op een school vertelde erover. Ook de werldberoemde schaakgrootmeester Garry Kasparov (geboren 13 april 1963) zegt dat het goed is voor kinderen om jong te beginnen.

Waarom is schaken dan zo goed?
* Kinderen leren hoe het spel schaken in elkaar zit. Ze leren van de verschillende stukken, de waardes daarvan en hoe deze kunnen bewegen over het schaardbord.
* Kinderen leren visueel na te denken over het spel. De stukken kunnen bewegen volgens een bepaald plan. Ze leren een doel te stellen en het plan uit te voeren.
* Kinderen leren strategieën toe te passen hoe stukken zich voortbewegen en hoe ze de tegenstander schaakmat moeten zetten, daar is doorzettingsvermogen voor nodig. Het spel onder de knie krijgen en leren hoe je kunt winnen.
* Kinderen leren tegenslag te incasseren. Tijdens het schaakspel nog meer dan tijdens een geluksspel, want in het schaakspel heb je het zelf gedaan. Je hebt zelf de stukken verzet. Soms doe je dan gewoon een domme zet. Er komt geen geluk aan te pas. Hooguit heb je geluk als de tegenstander iets niet ziet.
* Het denkvermogen van kinderen wordt gestimuleerd wat ook in andere situaties zijn positieve uitwerking kan hebben. Je leert om te gaan met situaties en je leert dat je daar zelf verantwoordelijk voor bent.

En zo kunnen er vast nog meer voordelen genoemd worden waarom het goed is, dat kinderen leren schaken.
Zelf kom ik uit een echte schaakfamilie. We speelden vaak op zondag potjes schaak, er werden toernooitjes georganiseerd, we leerden incasseren en verliezen. Twee broers waren heel goed in schaken.
Op onze school (de Prinses Maximaschool in Berkel en Rodenrijs) hebben wij een enthousiaste vader bereid gevonden om 1x per week schaaklessen te verzorgen voor een tiental kinderen die dit leuk vinden. Elke keer een stuk of 10 lessen en dan volgt er weer een nieuwe groep. Het is een aanwinst voor de school, een extraatje voor de kinderen en voor hun eigen ontwikkeling goed om hiermee verder te komen.

Naast dat schaken goed is voor kinderen en volwassenen, levert schaken voor iedereen plezier op, en dat is met een gezelschapsspel natuurlijk het allerbelangrijkste. Veel plezier!




zaterdag 17 november 2012

Bijzondere mensen 2

Welke mensen hebben invloed op ons leven? Wie heeft ons ertoe gebracht om iets te gaan doen of juist niet te doen? Welke gebeurtenissen hebben wel en welke hebben geen of nauwelijks invloed?

In bijzondere mensen 1 heb ik gesproken over het grote aandeel dat mijn ouders hebben gehad in het leven van mij. Nu wil ik een tweede groep mensen beschrijven, die mijn leven hebben beïnvloed, namelijk mijn broers en zussen. De mensen met wie ik samen ben opgegroeid bij dezelfde ouders.
Ik kom uit een gezin van 6 kinderen, waarvan ik zelf de jongste ben. Naast de hoeveelheid broers en zussen is ook de plek in het gezin iets dat mij heeft beïnvloed. Oudste kinderen moeten vaak het ijs breken, ouders weten vaak ook nog niet wat wel en niet goed is. Als jongste hadden zowel mijn ouders als ikzelf het veel makkelijker. Onze ouders maakten zich niet zo snel zorgen om eenvoudige opvoedingszaken, ze zagen immers dat het welk goed kwam. Als jongste in het gezin ben je enigszins bevoorrecht, omdat de weg al is geëffend en je als jongste een voordeeltje hebt.
Toen ik werd geboren had ik een broer van 13, een zus van 12, een broer van 9, een broer van 5 en een zus van 4.
De broer van 13 was lichamelijk gehandicapt, superslim, deed op dat moment gymnasium en vond het erg leuk om een klein zusje te hebben. Hij leerde mij dan ook al vrij snel schaken en ik speelde regelmatig met hem.
De zus van 12 is op haar 18de het huis uitgegaan en in een zusterflat gaan wonen. Zij werd verpleegkundige. Een nuchtere zus die al vrij snel thuis kwam met mijn a.s. zwager. Vanaf mijn 6de jaar had ik er gewoon een broer bij. Iemand met een hoop levenservaring, die met dit gezin ook over veel dingen praatte.
De broer van 9 was een hele goede schaker, deed HBS en werd later wiskundeleraar. Iemand met wie je nooit ruzie kon hebben, want hij maakte geen ruzie. Nog steeds niet. Ook iemand die de zorgen in zijn omgeving deelde en zich bekommerde om zijn jongere broertje en zusjes. Mijn mkoeder zegt nu nog welleens dat hij te veel zorg op zich kon nemen. Wijh zien dit weer terug bij zijn eigen dochters en kleinkinderen.
De broer van 5 had blonde krullen en had een geweldig goed geheugen. Als je vroeg wanneer iets was gebeurd, wist hij jaartal en vaak ook de datum. Hij hield van de sterren en het heelal. Hij hield ook van regelmaat en vastigheid. Van harde geluiden hield hij niet. Hij had zo zijn eigen gewoonten.
De zus van 4 met wie ik jarenlang op 1 kamer heb geslapen, is degene met wie ik misschien wel de meeste ruzie heb gehad als kind. Een zus die basketbalde, wat ik ook heb gespeeld. Een zus die de PA heeft gedaan, wat ik later ook heb gevolgd. Raakvlakken en tegenstrijdigheden.
Maar wat hebben deze mensen mij nu allemaal meegegeven?
De oudste broer, die nu al ruim 10 jaar geleden is overleden, had een bepaalde rust over zich. Hij las heel veel en vertelde daarover vaak aan ons. Belezen was hij. Hij wist enorm veel, vooral over Griekse goden en schaakmeesters, maar ook alles over Ollie B. Bommel en Asterix en Obelix. Als ik naar mezelf kijk, was ik als kind helemaal niet zo'n lezer. Hij was samen met mijn vader een echt leesvoorbeeld. Daarnaast schaakte hij graag. Ik heb het van hem geleerd en vele malen gespeeld. Maar ook andere spellen heb ik vaak met hem gespeeld, zoals Go en Boerenbridgen(een kaartspel). Het was altijd gezellig voor zijn kleine zusje. Het feit dat hij plotseling is overleden, was voor ons gezin een hele schok. Voor hem misschien uiteindelijk beter, als je weet dat zijn beperkingen steeds groter werden.
Mijn oudste zus was als verpleegster ook een voorbeeld. Ik dacht dat ik dat ook wel wilde. Het heeft mij aan het denken gezet t.a.v. verschillende beroepen. Dierenarts, verpleegkundige, onderwijzer, ze zijn stuk voor stuk voorbij gekomen. Mijn a.s. zwager kende ik al vroeg. Ik kan me zelfs niet eens herinneren, dat hij er niet was. Mijn zus trouwde toen ik 11 jaar was. Ik heb bij haar gelogeerd. Het was iemand waar ik wel tegenop keek, al was het niet hetzelfde als een moeder. Ik heb ook weer dingen van haar geleerd. Toen bij hen de kinderen kwamen en ik daar nog weleens oppaste, leerde ik meteen hoe het is om met kinderen om te gaan en een huishouden te runnen.
De middelste broer is de goedheid zelve. Hij raakt niet snel in paniek (dacht ik toen), maakte nooit ruzie, vond het gezellig met vrienden en woonde een poosje in Rotterdam Crooswijk en in 's-Gravenzande. Later kwam hij binnen met mijn schoonzus en heb ik een aantal jaren lang wekelijks op hun oudste dochter gepast. Hij woonde toen in Delft. Gezellig om zo een band op te bouwen. Als tegenprestatie mocht ik daar op dinsdagavond eten en ´s avonds bij de koffie een doosje Qualitystreets leegeten.
De jongste broer zat in de zesde klas, toen ik in de eerste zat. Toen ik eens op mijn kop had gekregen, omdat ik door de gang rende en voorin de zesde klas moest staan, dacht ik dat ik thuis nog een keer op mijn kop zou krijgen. Dat gebeurde gelukkig niet. Hij woonde lang thuis, hield heel veel van zon, maan en sterren. Hij deed de HTS. Hij had speciale gewoontes en het botste nog weleens met mijn jongste zus. Ze scheelden 14 maanden, dus er was misschien een soort concurrentiestrijd. 
Met die jongste zus heb ik lang op een kamer geslapen. In een later stadium is de kamer in tweeën gedeeld. Nog later gingen er andere broers en zussen het huis uit en hadden wij eindelijk een eigen kamer, ik was toen al 13 jaar. Kleren pikken van elkaar hoorde erbij. Mijn zus ging het onderwijs in en ik ben daardoor ook op dezelfde PA terecht gekomen als mijn zus. Toen zij trouwde had ook ik verkering en had het daar erg druk mee. Soms paste ik ook op hun kinderen, maar dat werd uiteindelijk minder, omdat mijn eigen huishouden en werkende leventje ook was begonnen.
Keuzes die ik zelf heb gemaakt zijn mede gemaakt door de omgeving. Het leren schaken bijvoorbeeld. Ik kon daardoor op de HAVO met gemak van de jongens winnen, dat was wel grappig. De interesse voor de ruimtevaart en de sterrenkunde van mijn middelste broer intrigeerde, net als zijn geheugen. De handicap van mijn oudste broer was voor mij de normaalste zaak van de wereld. Ruzie maken met o.a. de zus die boven mij zat hoorde erbij. Met een groot gezin aan tafel eten was gezellig. De verschillende beroepen en keuzes van broers en zussen hebben mij ook laten nadenken. Basketballen is ook mijn sport geworden. De moeite die sommigen hadden met relaties was een leerzame les. Het feit dat we allemaal bij elkaar horen en uit hetzelfde nest komen, geeft toch die familieband.
Alles wat toen gebeurde leeft nog steeds door in mijn leven van nu. Eerst ben je het kleine zusje wat nog nauwelijks meetelt, ik was immers nog maar klein. Maar ook dat verandert en maakte mij ook weer sterker, bewuster en ik ontwikkelde ook verder.
Van afhankelijkheid naar zelfstandigheid is een weg die ouders, broers en zussen mij hebben meegegeven. Dat heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Een warm thuis met man en vier kinderen.