On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label formatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label formatie. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2020

Staking / staken / gestaakt

staken werkw.
Uitspraak:
[ˈstakə(n)]
Vervoegingen:
staakte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:
heeft gestaakt (volt.deelw.)

1) met je collega's een tijdje niet werken om jullie eisen bij je werkgever af te dwingen
Voorbeeld:
`De werknemers van de fabriek staken omdat ze meer loon willen hebben.`


2) stoppen met (iets)
Voorbeeld:
`een onderzoek staken`



Staking = situatie waarbij werknemers uit onvrede met de werkgever(sbonden) het werk neerleggen teneinde die tot veranderingen of toegiften te dwingen. Bron: economischewoordenboek.nl / juridischwoordenboek.nl

Staken heeft dus een reden. Staken bij het onderwijs gaat niet om de verantwoording van je beroep. Staken heeft niets met de leerlingen zelf te maken. Waarom dan toch staken?
In eerste instantie ging het staken in de afgelopen periode vooral om de strijd voor een beter salaris en minder werkdruk. Een beter salaris in de zin van gelijkwaardigheid met leraren in het VO, die gelijke verantwoordelijkheden en taken hebben. De werkdruk gaat over de autonomie van de leraar, de grotere verantwoordelijkheid ten aanzien van leerlingen en analyses, oudergesprekken en toegenomen aantal overige taken. Het past niet meer binnen onze normjaartaak(1659 uur). Nu zijn deze nog niet tot algehele tevredenheid opgelost, maar heeft zich hieraan gelinkt nog een grotere uitdaging voorgedaan. Deze heet lerarentekort. Dit geldt niet voor een ziektevervanging of de invulling van een (steeds ruimer!) zwangerschapsverlof of andere soorten van buitengewoon verlof. Het gaat om de invulling van reguliere formatie. Dat is op dit moment de grootste uitdaging.

Het lerarentekort heeft gevolgen voor de kwaliteit. Waar leraren te kort zijn, moeten groepen worden samengevoegd, staat een onderwijsassistent of gepensioneerde voor de groep of wordt een groep gevraagd thuis te blijven. Overmacht. Dit komt de kwaliteit van onderwijs niet ten goede.

Als het weer rond is - na veel gezoek, overleg met andere scholen en bestuurskantoor - haal ik weer opgelucht adem. Nu het sinds september zich voor de zesde keer aandient, is de rek bij het personeel er grotendeels uit en de invallerspool opgedroogd. Wat nu? Hoe gaan we dit vormgeven? Is er ergens nog een student, een pedagogisch medewerker, een onderwijsassistent, een zij-instromer of een bevoegde gepensioneerde leerkracht beschikbaar die een groep met de nodige gedragingen pedagogisch en didactisch het goede onderwijs kan bieden?
Ik help het hopen. Ik help het de minister ook hopen. Want als hij zegt dat scholen tijdens de staking zelf voor de opvang van de leerlingen moet zorgen, denk ik dat deze minister de ernst van de situatie niet heeft begrepen. Dat is niet de bedoeling van de staking.

Er zal het nodige gedaan moeten worden. Een Vierdaagse werkweek zal lucht geven. Het helpt om het werkplezier terug te krijgen, rust te creëren en genoeg personeel om de gaten te vullen. En waar leraren vorig jaar opgeplakt zijn, zijn nu de OOPers en de directies aan de beurt.
Dit alles vergt de nodige inzet, kracht, investering. Pas daarna verder aan nodige vernieuwingen. Eerder niet.

Eerder geplaatst bij Komenskypost op 29 januari 2019


vrijdag 30 maart 2012

Formateur

Het schooljaar vordert, wensen zijn ingediend, de groepen worden geformeerd en ook het personeel moet weer een plek krijgen. Als schoolleider ben je een formateur voor de school.


In januari mogen personeelsleden aangeven of ze meer of minder willen gaan werken, in februari gaan we in kaart brengen wie waar kan gaan "landen" of wie verplaatst wil of moet worden. In die tijd ga je als leiding van de school al kijken hoe de groepen moeten worden geformeerd. 
Het formeren van groepen is al een keus op zich, want als groeischool hebben wij onregelmatige aantallen leerlingen per groep, waardoor er gedwongen combinatiegroepen ontstaan.
Als dat station gepasseerd is komt de volgende fase. De wensen van het personeel wordt geinventariseerd en als formateur zoek je de beste plek voor de mensen zelf en de beste plek voor de organisatie. Dat is niet altijd makkelijk, want soms zijn er bepaalde groepen heel gewild of andere groepen juist niet. 


De parallel trekkend naar een kabinetsformatie, waar men deze keer veel mannelijke kandidaten in heeft betrokken, zijn er een aantal overeenkomst, maar zeker ook een aantal verschillen te ontdekken.
Overeenkomsten zijn te vinden in de goede mensen op de goede plekken. Professionals die hun eigen ruimte en identiteit kunnen creëren. Opereren en veranderingen teweeg brengen. Doelen uitstippelen. Procesgericht, maar uiteindelijk ook productgericht. Intermenselijke relaties. Normen en waarden. Verantwoordelijkheid. Hard werken. Allemaal op beide plekken te herkennen.
Verschillen zijn er ook. Salarisverschil. Het kabinet kan mensen voorstellen, die in het kabinet mogen komen, leerkrachten zitten veelal vast aan een werkplek binnen een bestuur. Leerkrachten moeten fit zijn en kunnen niet eventjes Twitteren in de klas. Leerkrachten moeten goed weten hoe ze iets zeggen en een veilig omgeving scheppen. Belangrijk dus: Leerkrachten hebben te maken kwetsbare beïnvloedbare kinderen. Ze leren kinderen kennis en vaardigheden aan en oefenen samen. Het sociale aspect is belangrijk, want kinderen moeten leren met elkaar om te gaan, leren samen spelen, leren ruzie maken, leren hoe lastige zaken kunnen oplossen. Kinderen moeten leren om zelfstandig te functioneren en de leerkracht legt hierin, samen met de ouders, een basis voor de rest van hun leven.
En verder? Zal een formateur van een kabinet, net als een schoolleider zijn clubje mensen in een goede vorm moeten gieten. Soms met een beetje kneden, wat gesprekjes,   mogelijkheden zoeken en mensen vooral het vertrouwen geven. Ze kunnen het!
Ministers staan voortdurend in de picture op televisie. Leerkrachten staan in de picture voor hun groep in hun school. Het gaat in beide gevallen om samenwerking, overleg en weleens meebewegen met de ander.


Waarom ben ik dan toch liever in de omgeving van een school aan het werk? Daar ligt mijn hart. Het kind moet centraal staan, kinderen moeten verder op weg geholpen worden. Kinderen geven plezier. Ze maken een ontwikkeling door. Je ziet ze groeien. Hun ongedwongen ontvankelijkheid. Kinderen willen leren. In een leerrijke omgeving ervaringen laten opdoen, vertrouwen en ruimte geven, enthousiast maken om straks in de maatschappij iets te doen, wat ze leuk vinden. Aan de basis staan van hun eigen carrière. Tja, misschien zelfs wel opleiden om uiteindelijk minister, formateur of minister president te worden.
Wat is het toch een heerlijk vak!