On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 31 december 2011

Oudejaarsavond 2011

31 december 2011. Een tijdstip om even terug te kijken, maar vooral vooruit te kijken.

Het is Oudejaarsavond. In sommige delen van de wereld is het al 2012, 1 januari 2012. Grappig eigenlijk, hier moeten we nog toasten tijdens de jaarwisseling, daar is het al geweest. Zouden we kunnen terugvliegen in de tijd? Zou je iets over kunnen doen?
Zo heeft Oud & Nieuw ook zijn bekende en minder bekende gebruiken. De meest bekende voor onze eigen cultuur zijn:

- oliebollen en appelflappen (appelbeignets) eten

- champagne drinken

- vuurwerk afsteken
Het maken van oliebollen en appelbeignets wordt door veel mensen nog wel gedaan, maar natuurlijk kunnen we ze ook overal kopen. Oliebollen zijn er met en zonder krenten te krijgen. Heerlijk met poedersuiker.

Champagne wordt door veel mensen gedronken direct na 12 uur, maar kinderen en mensen die niet zo van champagne houden (zoals ik), drinken ook vaak kinderchampagne, eigenlijk gewoon appelsap met bubbels, het liefst die van Jip en Janneke, die is het lekkerst.

Vuurwerk afsteken doet men in sommige landen om de boze geesten te verjagen. Hier lopen jongeren al de hele dag (soms ook al de dagen ervoor) rond met rugzakken vol vuurwerk om af te steken. Samen lol hebben? Samen volwassen worden? Laten zien dat je stoer bent? Of hoort dit gewoon bij onze cultuur? Het meeste vuurwerk wordt massaal afgestoken om 12 uur straks. En op een hoog punt staan levert dan prachtige plaatjes op. Wanneer je zelf aan het afsteken bent, geniet je er volgens mij veel minder van, maar dat is mijn idee.

Na 12 uur wordt er in veel landen gefeest. Op TV kun je meegenieten van verschillende shows.

Zo´n stap van oud naar nieuw geeft een mens ook even de tijd om terug te kijken naar wat is geweest. Het laat ons ook nadenken over het komende jaar en daardoor vooral vooruit te kijken. Terugkijken en nagenieten van mooie herinneringen. Verder kijken en bedenken wat er komen gaat en hoe we dingen misschien anders moeten aanpakken. Leren van elkaar en van de omgeving, om daardoor verder te komen.

Nieuwe kansen om te grijpen en een nieuwe tijd die aanbreekt.

Laten we er iets moois van maken in 2012. Een goed leven bezorgen aan anderen en onszelf. Een liefdevol bestaan aan onze naasten gunnen. Begripvolle en betekenisvolle vergaderingen houden. In dienst van de wereld staan. Eerlijkheid en openheid bieden. Geen kwaad spreken over anderen. Iets voor een buurman of oma doen. Eigenlijk gewoon leven in vredelievendheid met een doel om dingen te bereiken, maar niet over andermans rug.

Laten we er echt iets moois van maken in 2012. Iets waar je zelf met enige trots op terug kunt kijken op de oudejaarsavond van 2012. Precies over 1 jaar. Een heel gezond, gelukkig, gezellig en leerzaam nieuwjaar!

donderdag 22 december 2011

Geen tijd?

In de drukke maand december hebben mensen weinig tijd. Haasten, rennen, boodschappen doen, cadeautjes kopen, mooie kleren passen, eten bereiden, kinderen wegbrengen, kinderen ophalen, viering hier en viering daar en ga zo maar door. Maar vergeten we dan niet de tijd? Letterlijk door zo druk te zijn en figuurlijk door geen tijd te nemen voor elkaar?

In een tijd als deze: iedereen heeft het druk met werk, gezin, sociale contacten, computer, telefoon of iPad. Juist nu moeten we aandacht hebben voor elkaar. Dat kost tijd. Even een praatje maken is niet 'zonde van de tijd'. En zeg niet te snel "Sorry, ik heb geen tijd." We hebben wel tijd, maar op dat moment niet voor die ander. Tijd kun je wel nemen en aansturen. Door de hectiek te ontlopen kun je tijd indelen, het jezelf niet te ingewikkeld te maken en tijd te nemen voor simpele zaken als een praatje met de buurman, een boodschap voor oma, een kaartje voor een zieke, een bezoekje aan een tante en wat meer aandacht voor thuis. Dat is de gedachte achter het kerstfeest dat straks weer glittert en schittert. Een tijd van rust en vrede. Kunnen we daar wel van genieten? Een goed gesprek en bewuste keuze maken, waar je tijd aan wilt besteden, geeft je meer rust. Dan ga je bewust om met die minuten die rustig voorttikken ipv van te rennen door de winkel, te haasten om bij het kerstfeest te komen en te hollen om nog op tijd te zijn voor een afspraak. Dan lijk je tijd te kort te hebben.

Geen gerace meer tegen de klok, maar tijd nemen geeft rust en meer tijd en aandacht voor anderen. Dan hoef je niet meer te zeggen "Sorry, geen tijd." Haal maar eens een aantal keren bewust adem. Neem ook tijd voor jezelf.

zondag 18 december 2011

Licht in het donker

In een tijd van donkere dagen voelen veel mensen zich somber. Meer binnen en minder zonlicht maakt mensen letterlijk somberder. Toch zijn er lichtpuntjes.
Zowel letterlijk als figuurlijk is er veel licht te ontdekken in de maand december. Daar moet je wel voor open staan.
Kerstkaarten dwarrelen op de deurmat, lichtjes in de kerstboom twinkelen in de kamer, kaarsjes geven flakkerend licht en een extra schemerlampje maakt jouw plekje net iets prettiger om dat ene boek te pakken. Maar ook buiten die tastbare dingen is het de kunst om aandacht te geven en te ontvangen.
Zo zie je op school kinderen binnenkomen, die genieten van al die mooie lichtjes en versiering, sprankelende gezichten die vol bewondering de school binnenlopen. De verhalen die we mogen vertellen rondom de adventsweken geven een gevoel van samen zijn, de kerstcrea waarbij kinderen een eigen kerstwerkje kunnen kiezen geven iets extra's, het versieren van koekjes, waarbij een ouder kind samen met een jonger kind een koekje gaat versieren voor de oudere mensen in het bejaardenhuis en uiteindelijk ook de goed voorbereide kerstdienst waarbij we met de hele school en ouders samen het feest van het Licht mogen vieren.
Kerstfeest een een bijzonder feest. Een feest waarbij we met elkaarde geboorte van Jezus mogen vieren in een huis van Vrede en Licht. Dit doen we met elkaar en we leren het de kinderen op school.
Toch is december en kerst niet voor iedereen gezellig. Er zijn altijd mensen, die juist met deze dagen een mens die zo dichtbij staat of stond, enorm missen. Blijf hopen en genieten van de mooie dingen hier. Wat was kun je niet terughalen, maar wel herinneren. Kijk, luister en voel de dingen die er nu zijn.
Het is leuk om te zien in de films van Harry Potter, hoe de herinneringen van iemand zichtbaar gemaakt kunnen worden door anderen. In werkelijkheid kunnen we met elkaar praten over die herinneringen en kijken naar foto of filmmateriaal.
Ook kleine dingetjes zoals een tekst op een kaart zijn oprachtige momenten. Zo kregen wij vandaag een kaart van een tante, de zus van Teuns overleden moeder. Ze was oprecht blij met onze kerstfoto van de kinderen en schreef " ...mijn zus zou trots zijn geweest hierop. Dank daarvoor." Dat is mooi. Ook het kaartje van een kind voor een van de ouderen, waarop stond " U heeft geluk. U heeft het lekkerste koekje." zijn van die heerlijke genietmomentjes. Dat zijn lichtpuntjes die lang blijven nagloeien en die we ons daarom nog lang zullen blijven herinneren.

maandag 12 december 2011

Zelfstandig of alleen (Zelfredzaamheid)?

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel, schooldirecteur basisschool Maxima in Berkel en Rodenrijs(Lansingerland) en Esmeralda de Vries Arbeidsmarkt-socioloog (AVAfit). Het maandthema van januari 2012 gaat over zelfredzaamheid. Nu kennen we vele soorten in invalshoeken van Zelfredzaamheid. Wat herkennen wij hiervan bij de jeugd van tegenwoordig?

Hanneke:
Zelfredzaamheid, een woord dat mij aan het denken heeft gezet. Een tweet van Esmeralda triggerde dit mij om hier meer inhoud aan te geven. De betekenis ervan zit 'm in het zichzelf kunnen redden in algemene zaken in het leven, iets zonder hulp te kunnen oplossen. Als onderwijsmens bekijk ik de zelfredzaamheid van de kinderen op de basisschool. Als voorbeeld zie je in de kleutergroepen dat kinderen moeten leren om zelf hun jas aan en uit te trekken en zelf moeten leren ophangen onder de welbekende luizencape. Dat is al een kunst op zich, maar ze kunnen het echt al in groep 1, als je die zelfredzaamheid maar stimuleert. Ook de beker en het bakje met eten kunnen kinderen echt zelf mee naar binnen nemen en op de plek neerzetten, waar het hoort. In hogere groepen moeten kinderen leren om zichzelf te redden, door sociale vaardigheden op te doen, maar ook in het leerwerk om te kunnen gaan met hun eigen hulpvraag. Zelf oplossingen zoeken geldt dus voor dagelijkse handelingen als de wcgang, maar ook voor het oplossen van een ruzie of het voor elkaar krijgen van hulp bij het opdoen van kennis. Een kind met een stoornis of handicap heeft een extra uitdaging. Zij zullen hun zelfredzaamheid - naast de dingen die iedereen moet kunnen om zichzelf te kunnen redden - ook nog eens zichzelf redden als ze dyslexie hebben, een spraakstoornis ervaren of een been hebben gebroken. Ook dan kunnen we kinderen stimuleren om hun zelfredzaamheid te kunnen vergroten door hiermee te leren omgaan. Een stukje acceptatie, openheid en bespreken wat er wel en niet mogelijk is. Esmeralda: Wat versta jij onder zelfredzaamheid in jouw werk? Wanneer noem jij mensen zelfredzaamheid? En hoe stimuleren jullie dit?


Esmeralda:
Zelfredzaamheid is een containerbegrip. In mijn werk als organisatie-socioloog kijk ik naar het gedrag van groepen mensen. Dit kunnen werknemers zijn, klanten, studenten, teamleden, directieleden, stagiaires, 55+ werkzoekenden, etc. Kortom alle groepen die je op de (arbeids)markt tegenkomt. In 1984 werd ik gegrepen door MANS (Management Arbeid Nieuwe Stijl) met zelfstandige teams en verantwoordelijkheden op de werkvloer. Dat was toen nieuw. Nu in 2011/2012 zie ik het terug in zelfstandige teams in de zorg, bij Het Nieuwe Leren van studenten, bij de flexibiliteit door het creëren van balans in werk & privé, etc.


Zelfredzaamheid is een onderdeel Sociale kwaliteit, de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, de condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren. Bij een grote zelfredzaamheid ben je onafhankelijker van de beslissingen van anderen, en kan je meer invloed uitoefenen op je sociale context. Ik kom net terug van een vergadering met een 55+ netwerk van werkzoekenden. Zij snappen dat ze de heerlijk vertrouwde zekerheden van “het oude werken” moeten loslaten om de aansluiting te kunnen maken en te behouden met de hedendaagse arbeidsmarkt. Ik noem hun ook early adapters van “Het Nieuwe Werken. Hierbij gaat om meer dan niet tijd- en plaatsgebonden werken, maar om de zelfredzaamheid binnen het verrichten van opdrachten die inkomsten genereren. Heel stimulerend (vanuit de positie van opdrachtgever en opdrachtnemer gezien)!. Tegelijkertijd zie ik ook jongeren zeer zelfstandig studeren als basis voor hun zelfstandigheid in hun toekomstig werkproces. En wat dacht je van onze generatie? Je noemde onze duoblog, die ontstaat via de digitale snelweg ook al een mate van zelfredzaamheid. Onlangs las ik nog een interessant artikel over social media als middel om ouders te betrekken bij school. Het is dus een HOT onderwerp!


Kortom: zelfredzaamheid is van alle markten thuis. Maar als je het allemaal zelf kan, heb je dan eigenlijk nog wel een “baas”, “leidinggevende” of “manager” nodig? Hoe zie jij dat als directeur van een basisschool?


Hanneke:
Het is prachtig gezegd om zelfredzaamheid te zien als een stuk onafhankelijkheid. Je kunt de dingen zelf. Toch vind ik niet dat je daarmee de dingen alleen kunt doen. Wij, als mensen, hebben altijd andere mensen nodig. Sommigen in meerdere, anderen in mindere mate. Dit begint al vroeg. Als ik kijk bij mij op school met de kinderen die net op school komen (4 jaar), zie je dat ze imitatiegedrag vertonen, ze leren door naar elkaar te kijken en elkaar na te doe, zo leren ze van elkaar en van de leerkracht. Ook als volwassenen leren wij door te communiceren met anderen. Jouw 55+ groep is met elkaar tot een bepaalde conclusie gekomen, dit hadden zij stuk voor stuk w.s. niet bereikt. Ook deze duoblog is een bewijs van 1+1 is meer dan 2. Door samen over dingen te praten, elkaar dingen te laten "zien" kom je verder en worden andere mogelijkheden zichtbaar.

Het lijkt dus zo te zijn dat zelfredzaamheid niet betekent dat je het allemaal alleen moet doen, maar dat je zelf (eventueel mbv anderen) naar een oplossing kunt zoeken. Jezelf kunnen redden betekent ook niet dat je het allen hoeft te doen, maar zelf op onderzoek uitgaat. Ontdekkend leren, maar ook kunnen laten zien aan anderen. Dat is ook weer mooi in de veranderende invulling van allerlei opleidingen.


Maar nu jouw laatste vraag: Hebben we nog een leidinggegevende nodig? Ik gebruik het liefst leidinggevende ipv baas. De baas doet me denken aan " de baas spelen", ofwel de bepalende factor, terwijl ik denk dat je als leidinggevende stimuleert en inspireert om het samen op te lossen. De kracht uit mensen halen. Daarin zal - naar mijn bescheiden mening - wel iemand of een kleine groep mensen een richting moeten aangeven. Sturing geven aan veranderprocessen, een centrale verantwoordelijkheid, juist omdat er dan ook leiding gegeven worden aan een proces. Een leerkracht doet dat in de klas, een ouder doet dat thuis, een leidinggevende doet dat op zijn werk.


Zelfstudie is goed, maar ook leren van elkaar (studieteams) en presenteren (laten zien aan anderen) is noodzakelijk om verder te komen. Leuk dat je ook de digitale wereld erbij betrekt. De laatste jaren heeft dit natuurlijk een enorme vlucht aangenomen. Ook daarin laten mensen elkaar zie, worden er allerlei meningen en ideeën opgeworpen en worden er zo weer nieuwe dingen ontwikkelt.
Hierbij zie je dat mensen zich ontwikkelen, maar ook deze moderne digitale tijd is veel verder ontwikkeld. In de toekomst zal het niet anders zijn, wij zijn immers al ouderwets t.o.v. onze kinderen.
Daarmee is de zelfredzaamheid van kinderen van nu wat verschoven. Terwijl het belangrijk is, dat kinderen van nu straks wel op eigen benen kunnen staan.


Esmeralda, hoe geef jij aandacht aan zelfredzaamheid in jouw werk en in het geven van workshops?


Esmeralda:
Precies, Hanneke. Zelfredzaamheid doe je niet ALLEEN, maar ZELFSTANDIG met anderen. Daar gaat het om tijdens studie, werk, wonen etc. In mijn blog Jip en Janneke in Social Media land vertelt Sabrina over de communicatietechniek van oma in vergelijking tot haar kleinkind. Er is eigenlijk weinig verschil. Oud leert jong en ook omgekeerd. Door ouderen flexibel, vitaal en fit te houden in de maatschappij kunnen we samen aan de slag. Dan moet je echter wel oude opgebouwde “rechten” loslaten en open staan voor verandering. Omdat verandering eng is, houden mensen graag vast aan bestaande patronen en slaken kreten zoals: Ik heb recht op werk of zorg of geluk. En de vraag is of dat eigenlijk wel zo is. Door het-recht-hebben-op als uitgangspunt te nemen, houd je vast aan bestaande situaties en ben je niet geneigd dit weg te geven of te delen. Je komt dus alleen te staan en isoleert je van de groep en samenleving. Dan ben je niet meer zelfstandig, maar alleen.


De afgelopen jaren heb ik in mijn workshops de zelfredzaamheid centraal gezet zonder het specifiek te benoemen. De training “Solliciteren kan je leren!” is gericht op de zelfredzaamheid van MBO studenten. Denk aan hun eerste gesprek voor een (maatschappelijke) stage, intake bij een nieuwe studie, vakantie- of bijbaan naast de studie en hun echte eerste functie. Het focust op de mate van zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn. Geen rode vlekken in je nek of zweterige handen. Je weet wie je bent en wat je te bieden/vragen hebt. Dat werkt voortreffelijk (ook bij ouder dan 25 jaar, voor vrijwilligers of in zelfstandige teams).


Het project de Re-integratie Express is een positief HR-instrument voor langdurig zieken die niet kunnen terugkeren naar eigen werk. We hebben dit traject ontwikkelt voor re-integratie 1e en 2e spoor (metafoor is reizen per trein), zodat deze mensen op een positieve en leuke manier gestimuleerd worden zelf te bepalen hoe ze hun einddoel gaan bereiken. Het leuke van het traject is dat ze zelf “bewijslast” verzamelen zodat ze -samen met hun werkgever- bij een WIA-beoordeling kunnen aantonen: Re-integratie is helas niet gelukt, maar dat ligt niet aan niet-willen maar aan niet-kunnen!


Een derde voorbeeld is ontwikkeld afgelopen zomer: De Lifestyle kalender. Ook hier krijgt de medewerker een positieve prikkel om bewust te worden van zijn/haar levensstijl en de gevolgen hiervan op leven en werken. Dit wordt aan de hand van de seizoenen in een praktische activiteit omgezet. Daardoor maken mensen kennis met iets nieuws of gaan samen aan de slag. Ze vergroten hun zelfredzaamheid door samen te doen.


Hanneke, hoe creëer je het bewustzijn van samen-doen en zelfredzaamheid bij leerkrachten van een basisschool?


Hanneke:
Toen je het had over jong leert van oud en oud leert van jong, zag ik de basisschool al voor me. Leerkrachten leren aan kinderen, maar kinderen leren ook aan leerkrachten door te laten zien wie ze zijn en wat zij in het onderwijs nodig hebben. Je komt tot de ontdekking wat de onderwijsbehoefte is van dit kind in deze situatie, met deze leerkracht en met deze ouders. Dit heet handelings gericht werken.


Ook de leidinggevende zal in school open moeten staan voor zijn personeel door hen het vertrouwen te geven dat wat ze doen, ook goed doen, een soort van autonomie geven waarin zij zichzelf kunnen laten zien. Daar leer ik weer van. Andersom kan ik hen ook dingen laten zien.
Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar.
Ook ouders zullen met hun eigen kinderen een soort wisselwerking moeten creeren. Dat begint met voordoen en nadoen, maar als je samen een spel speelt, reageer je op elkaars reacties. Je leert als ouder om een goede reactie of stimulans te geven aan kinderen, kinderen leren van hun ouders door dit in een andere situatie na te doen. Ouders geef uw kind(eren) vertrouwen en laat ze dingen ontdekken, zelf doen(!) en ervaren hoe de dingen moeten gaan. Dan worden het zelfstandige kinderen die uitstekend floreren in hun zelfredzaamheid.
Zo leren we allemaal hoe we zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen:
- voordoen en nadoen (imitatiegedrag)
- kennis opdoen (van elkaar of uit een boek)
- vaardigheden leren en leren toepassen (hoe houd ik een goed gesprek)
- leren communiseren met anderen
- attitude: aanvoelen wanneer dingen wel of niet gewenst zijn.
- sociale vaardigheden: omgang met anderen, complimenten geven, vertrouwen geen, niet afkraken, stimuleren


Esmeralda, herken jij bovengenoemde punten in jouw werk en de workshops die je geeft?

Esmeralda:
Grappig! Jij haakt in op één stukje uit mijn alinea en ik blijf hangen in jouw tekst “Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar”. Ik blijf maar nieuwsgierig hoe de docenten niet alleen van kinderen, maar ook van elkaar leren. En dan niet alleen binnen de school maar ook daarbuiten: intercollegiaal. In het kader van zelfredzaamheid vraag ik mij af of de docenten dit doen en met welk doel. Is er sprake van imitatiegedrag en luisteren of aanvoelen omdat dit een goede didactische manier is of omdat zij geïnteresseerd zijn in de ander (kind of collega)? Hoe worden zij daar zelf wijzer/zelfstandig van en bevordert dit in hun zelfredzaamheid? Het antwoord zal waarschijnlijk een soort brug vormen naar jouw vraag aan mij hoe ik de opgenoemde punten verwerk in mijn werk en workshops. Dat mensen van elkaar leren en daardoor beter kunnen inspelen op veranderingen zit vast aan de AVAfit visie, maar de meeste mensen vinden verandering eng en willen vasthouden aan het oude vertrouwde. Indien docenten die starre voorbeeldgedrag tonen aan de kinderen, zullen zij ook minder flexibel zijn. Dat is jammer, want zoals Darwin ons al leerde: Het zijn niet de grootste en sterkste dieren die overleven, maar die speciën die zich snel aanpassen aan de omgeving. Rosabeth Moss Kanter, Professor aan de Harvard Business School, geeft het advies: Zorg er voor dat je je als leider (ik lees ook docent) zelf blijft ontwikkelen en zorg er voor dat jouw medewerkers (ik lees ook kinderen) ook de ruimte hebben zich te ontwikkelen. Stephen Covey’s centrale gedachte is: ’Verbind je met idealen, hogere doelen en wees daarin oprecht en authentiek’.


Dus mijn laatste vraag aan jou is: Hoe en wat leren docenten van elkaar om zelfredzaam te zijn en te blijven?


Hanneke:
Leuk dat je daarna vraagt, want we zijn bezig om van onze school een lerende school te maken. Door eerst eens een gezamenlijke visie op te stellen en leren om elkaar goede feedback te geven (welke uiteraard stimulerend is bedoeld, nooit afkraken), zijn we steeds meer bezig om elkaar dingen duidelijk te maken en zo van elkaar te leren. Onze volgende stap in een lerende school, is de collegiale consultatie, waarbij leerkrachten bij elkaar in de klas gaan kijken om iets (in dit dit geval het onderdeel zelfstandig werken, omdat we dit als school aan het ontwikkelen zijn, grappig eigenlijk, want ook hierin leert een kind in de groep zijn zelfredzaamheid te stimuleren aan de hand van regels van het zelfstandig werken: stoplicht, blokje, instructietafel) te bekijken en elkaar daarover goede feedback te geven. Hiervoor hebben we al een formulier ontwikkelt waarop gescoord kan worden, maar ook ruimte is voor vragen van leerkrachten die bekeken worden. Kun je eens kijken hoe ik reageer op dat kind, bijvoorbeeld. Dit vergt een veilige omgeving voor alle leerkrachten, maar is bijzonder leerzaam voor alle partijen. Organisatorisch zullen IB-ers, RT-er, locatieleider en ik als directeur een of meerdere klassen moeten overnemen, maar dit is het waard! Ook functioneringsgesprekken zijn momenten om naar elkaar te luisteren. Ik leer van de collega's en zij van mij door elkaar een spiegel voor te houden. Het MO (Management Overleg) met alle directeuren van de stichting is ook wel waard om te bekijken waaruit de kracht van mensen gehaald kan worden. Iedereen heeft immers zijn eigen kwaliteiten. Om even terug te komen op het "zelfstandig werken" bij ons op school. Dit is bedoeld om kinderen te leren om te gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen te zoeken en zelf de goede vragen te stellen aan leerkracht of andere leerling. Ook effectief werken heeft hiermee te maken, want als een vraag niet op dat moment beantwoord kan worden, gaat de leerling eerst verder met de dingen die ze wel weten. Zelfredzaamheid is dus voor iedereen belangrijk, als je maar open staat om met elkaar in gesprek te raken en open staat voor feedback van anderen. Leren feedback te geven ("ik zie....") en leren feedback te ontvangen ("begrijp ik goed dat....") Dat is de kunst.

Tenslotte
Zelfredzaamheid kun je niet alleen, daarvoor heb je anderen nodig. Je ziet het overal in terug, het werk, huis, contact met vrienden en familie, ja in het hele dagelijkse leven. Hiervoor zijn stimulerende factoren nodig: open staan voor anderen, veilige omgeving, vertrouwen geven, eerlijkheid, interactie ofwel actie en reactie, goede communicatie dus. Zo leren we van elkaar en is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer.
Zelfredzaamheid is dus zelfstandig oplossingen kunnen zoeken, zelf - eventueel samen met anderen - iets voor elkaar krijgen.
Zelfredzaamheid hebben we nodig om uiteindelijk te overleven. Het is dus van belang dat iedereen het kan en leert als men jong is en het blijft kunnen als men ouder wordt.

zaterdag 10 december 2011

Social Media

Hey, Twitter jij nog niet? Heb jij geen Facebook, LinkedIn of Hyves? Dan heb je vast niet veel op met Social Media.

Wat beweegt mensen om dit wel te doen? Zijn dit mensen die graag in de schijnwerpers staan of juist niet? Zijn dit allemaal ICTnerds of juist niet? Zijn het mensen boven een bepaalde leeftijd of juist daaronder? Zijn het mensen uit hogere of juist uit lagere milieus? Zijn het veelal autochtonen of allochtonen?

Het wisselt sterk, als je bekijkt wie zich beweegt binnen de social media. Het zijn echt allemaal verschillende mensen, die w.s. wel nieuwsgierig zijn, van nieuwe dingen houden, graag wat uitproberen, goed bedeeld zijn om bepaalde apparaten te kunnen kopen, flexibel zijn, etc.
Aan de inhoud van de Twitterpagina, het dashboard van een blog of de homepage van Hyves of Facebook, kun je wel degelijk zien wat voor persoon dit is, welke hobby's hij heeft en wat hij in het dagelijkse leven doet. En juist dat maakt het nu weer zo leuk om je te bewegen via de social media.

Neemt niet weg, dat nu het ene na het andere protocol voor social media voorbij komt, met richtlijnen aan welke regels je nu dient te houden. Dat kan weleens handig zijn, als ik zie wat jongeren allemaal openbaar op het net zetten. Maar een protocol? Ja, misschien voor een werkgever voor zijn werknemers, dan kan het handig zijn om hiervoor duidelijke regels te stellen. Maar maak elkaar vooral bewust wat het teweeg kan brengen als je iets op Twitter of Facebook zet. Daarin kan er op de basisschool en zeker op de middelbare school wel aandacht aan worden besteed. Cyperpesten is immers ook niet van vandaag of gisteren.

Positief aan social media vind ik de nieuwe contacten met bijvoorbeeld een beroepsgroep of een bepaalde hobby, de ideeen die voorbij komen, het zicht op andere mensen en instellingen en zo ook op de hoogte blijven van bijvoorbeeld de stand ven een basketbalwedstrijd. Als je maar weet wie je kunt volgen. Wees selectief.

Maar wat beweegt mensen om het niet te doen? Te veel tijd? Te ingewikkeld? Niet zo ICTminded? Te weinig geld om al die apparaten te kopen? Te oud?

Ik denk dat het niet uitmaakt. Jongeren zijn flexibel, maar je ouderen ouderen ook fit houden. Mensen met minder geld kunnen wel bepaalde keuzes maken. Mensen met een druk leven, kunnen wel tijd maken. Face to face contacten kunnen overgaan in social media en andersom, je netwerk wordt dus groter. En als je dat wilt, is er altijd een weg.

Samenvattend is social media:
- Gaaf voor ontdekkers
- Gevaarlijk voor flapuits
- Leuk voor nieuwe contacten
- Niet leuk voor de omgeving
- Ideaal voor ICT-ers
- Snelle nieuwsvergaring
- Niet leuk voor minder bedeelden
- Makkelijk als je het snapt
- Leuk voor soortgenoten
Kortom: een nieuwe wereld ligt open, maar vergeet je huisgenoten niet.

donderdag 8 december 2011

Oudergesprekken

Twee of drie keer per jaar kun je tegenwoordig verstrikt raken in een of twee avonden met gesprekken met ouders van leerlingen. Op de basisschool zijn dit 10 minuten, op een middelbare school - waar een leerling veel verschillende docenten heeft - vaak 7 minuten.


Voor leerkrachten en docenten zijn dit slopende tijden. Dat begint al vooraf. Qua voorbereiding zal er een afgestemd rooster moeten worden gemaakt. Veel middelbare scholen zijn groot genoeg om dit digitaal te kunnen laten doen. Basisscholen hobbelen daar enigszins achteraan en doen dit vaak - gezellig met z'n allen om de tafel in de teamkamer - met elkaar op afroep van een gezin. Dan is de voorbereiding nog niet klaar, want per kind moet je 'to the point' zijn om in een gesprek dat te bereiken, wat je als doel voor ogen had. Wat ga je zeggen? Dan komt de avond zelf, waarbij je na 10 gesprekken scheel ziet van de verschillende ouders, de intensieve vragen en niet meer weet over welk kind het ook alweer ging. Je loopt uit en bent je pauze kwijt. Je lichaamstemperatuur loopt op. Ouders blijven net iets langer hangen, maar hoe kap je zoiets handig af? Om 10 uur 's avonds ga je geradbraakt naar huis, in bed doe je alle gesprekken nog een keer, je keert nog zes keer om en hoopt dan in slaap te vallen om de volgende dag weer fris en fruitig voor de klas te staan.



Na afloop moeten de gesprekken nog worden verwerkt in een digitaal systeem. Bij ons op de basisschool is het zo, dat ouders of leerkracht hiervoor kunnen kiezen, het is niet verplicht. Ook de middelbare school, waar ik kom voor onze twee jongste kinderen, werkt het ook op die manier. Je zou denken, dat leerkrachten dan niet zo veel gesprekken hebben. Toch zijn ze er een tijd zoet mee. Natuurlijk is het goed om ouders te spreken, te proberen te begrijpen waarom een kind zo doet in jouw klas of groep. Als we denken aan het Handelings Gericht Werken is het belangrijk om een kind meer in kaart te brengen en hem of haar verder te kunnen helpen. Wel zie ik verschil met het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs komt het meer van twee kanten, het voortgezet onderwijs heeft meer een afwachtende houding, tenzij een kind echt de beest uithangt of heel slecht scoort. Op de basisschool zijn de lijnen korter van leerkracht naar docent en andersom. Ouders komen ook veel op school. Op een middelbare school is dat anders, omdat de leerlingen daar zelf een veel grotere rol hebben en krijgen, en terecht, zo worden ze volwassen.



De vraag die bij mij speelt is: Is de manier van oudercontact door middel van 10-minutengesprekken of zelfs 7-minutengesprekken wel de oplossing? Hoe zou het anders kunnen? Met bijzondere gevallen (gedrag, meer of minder goed kunnen leren, sociaal emotioneel niet goed in je vel of een specifieke stoornis) worden er sowieso al gesprekken gevoerd, daarvoor hoeven deze oudergesprekken niet. Is er een andere oplossing mogelijk? Een inlooptijd? Een kijkavond, waarbij ook het werk bekeken kan worden. Moeten we het in het onderwijs anders gaan inrichten? Het is goed om daar eens goed over na te denken, want die slopende avonden zijn niet alleen voor docenten en leerkrachten slopend, toen er 4 kinderen op de middelbare school zaten, waren wij als ouders ook de hele avond(12 gesprekken, 3 per kind) onder de pannen, switchend van docent en van kind.


Wat is het meest effectief en minst intensief voor alle partijen?

zondag 4 december 2011

Ouderbetrokkenheid

Afgelopen week werd er een stelling neergezet over ouders in de school.
Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt vindt dat ouders zich meer moeten inzetten voor het verbeteren van de leerprestaties van hun kind. ‘Veel ouders leveren hun kind af bij de school,’ zegt de minister. ‘En dat is het dan.'

Natuurlijk is het goed om ouders erbij te betrekken in het reilen en zeilen van hun kind op basis- en voortgezet onderwijs, maar om dit nu als "moeten" in te ztten en een algemene term neer te zetten dat "veel ouders hun kind afleveren, en dat is het dan", vind ik persoonlijk wat kort door de bocht.
Juist die ouders die werken, gebruiken de tijd met hun kind als 'quality-time' en willen buiten hun werktijden om, of zelfs opnemen van vrije dagen indien mogelijk, gebruiken om met kinderen iets te gaan doen. Uit eigen ervaring weet ik dat ik bij drie dagen werken vaak keek of ik die andere twee dagen een groepje kinderen kon begeleiden naar de kinderboerderij of op een vaste dag(!) een groepje kon helpen bij het lezen. Zelfs het helpen op een pietenmiddag, wat in deze tijd weer actueel is, deed ik met een slapende baby op de gang van de school.
Daarnaast vraag ik me af waar de regering mee bezig is, om enerzijds iedereen hoger opgeleid te krijgen en anderzijds mensen te dwingen, want zo voelt het, om meer bij hun kinderen te zijn, omdat dit goed is voor hun leerprestaties. Intussen zelf erkennend dit in het verleden niet zo goed te hebben gedaan, maar intussen wel carrière heeft kunnen maken.
We kunnen dit ook vertalen naar een situatie, waarbij ouders een keus hebben.
* Laat zien dat het goed is om er te zijn voor je kind. Kinderen leren door te imiteren, leren van voorlezen en spelletjes doen. Kinderen leren ook van de dagelijkse dingen in huis.
* Toon interesse in hun dag. Ook dit kunnen volwassenen bij elkaar doen, waar kinderen bij zijn, hier leren ze van.
* Wees open over jouw werk, maar vraag ook naar het "werk" van uw kind.
* Voorlezen is een belangrijk onderdeel van de taalbevordering, doe dit zo mogelijk dagelijks.
* Samen TV kijken is gezellig, maar levert ook gespreksstof op.
* Samen spelen is goed, maar leer ook dat het zichzelf moet kunnen vermaken. Leer het kind om te gaan met uitstelgedrag. "Als de wijzer van de klok bovenaan staat, gaan we dat of dat doen"
* Leer een kind dingen zelfstandig te doen, het is dan trots op zichzelf en geeft jou weer mogelijkheden om andere dingen te doen. Begin klein: leer een kind de vuile kleren in de wasmand te doen, geef het kind de drinkbeker in de hand voordat je naar school gaat en laat het hem zelf in de klas zetten, etc.
Deze voorbeelden leren van onze kinderen volwassenen mensen te maken. Iedere ouder doet dit op zijn of haar manier en dat mag ook. Geen moeten, maar richtlijnen, geen verplichting, maar betrokkenheid, geen contract, samenwerking. Kortom, het gaat om het goed communiceren van school en ouders en andersom. Als je zorgt dat de deur open staat en je als school ouders serieus neemt, hoeft er geen contract te komen. Zorg als school dat in elk gesprek duidelijk is, waarover je wilt praten. Ouders en school hebben hetzelfde doel: het kind ontwikkelen tot een volwaardig mens in deze maatschappij, en daarbij hoort ook betrokkenheid.