On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label normjaartaak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label normjaartaak. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2017

Reactie op "leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."


Reactie op "Leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."
Omdat het in de pen klimmen een verouderde zegswijze is, kruip ik in mijn laptop om te reageren  op Wijnand Rietman, Trouw 20 juli jl. (zie onderaan dit artikel), waarin hij een aantal argumenten noemt, die gerechtvaardigd zijn om VOdocenten een hoger salaris te bieden. De meeste argumenten kan ik weerleggen. Meer waardering voor PO docenten is op zijn plaats.

Opleiding
De PABO is steviger dan buitenstaanders doen vermoeden. Minors, onderzoek, verslagen en de stageopdrachten. Een doorzetter van het MBO kan dit halen. De toelatingseis voor natuurkunde of wiskunde kan ik onderschrijven. Aanvullende masters zijn een kroon op het gevolgde HBO. Beste meneer Winand, weet u hoeveel POdocenten er tegenwoordig een Master volgen of hebben gevolgd? Zelf heb ik er zelfs twee op zak. Ik heb er nooit een cent meer voor gekregen. Lesgeven in de bovenbouw vergt meer door de exameneisen. Vergeet niet dat leerkrachten in het basisonderwijs ALLE vakken moeten bijhouden. Kijk alleen al naar topografie van Europa.
                Functie-eis
Functie-eisen zijn ingewikkeld. Vakdidactisch is er veel veranderd bij de individuele aandacht voor elk kind; differentiatie is  groter en ingewikkelder geworden.Pedagogisch bouwt een leerkracht een band op met een groep. Waar een VOdocent nog 4 dezelfde klassen in een week heeft, heeft de POleerkracht de hele week dezelfde leerlingen, waarbij alle lessen voorbereid moeten worden. Van klei snijden tot analyse van de laatste toetsgegevens en  voorbereiding voor de volgende rekenles. Leerlingen met ADHD, dyslexie, dyscalculie of hoogbegaafdheid vragen extra aandacht. Het VO heeft dit grotendeels uitgefilterd. Kun je niet meekomen of scoor je onvoldoende, pech gehad. Een leerkracht basisonderwijs bekijkt waar die leerling in die situatie het meeste baat bij heeft.
Capaciteiten
Capaciteiten worden jaarlijks verantwoord in hun functioneringsgesprek. Wat gaat goed, wat kan beter? Als schooldirecteur bezoek ik alle groepen minimaal 5x per jaar. Bevragen waarom ze een bepaalde keuze maken. Administratie is een onderdeel van het werk, de inhoud staat centraal. Bespreken hoe we lesgeven, welke methode moet worden aangeschaft en hoe we leerlingen zelf verantwoordelijk kunnen maken, dat is namelijk ons vak.
Ervaring
De basisschoolleerkracht neemt veel werk mee naar huis. Een nieuwe groep vergt meer voorbereiding, want dan is alles weer nieuw. Net als een nieuwe methode, die ook elk jaar voor een van de vakken aan de orde is. Een methode gaat acht jaar mee.
Normjaartaak 1659 uur: Uren en taken.
De normjaartaak is in het onderwijs 1659 uur per jaar. Door andere lestijden is dit voor VO gunstiger. Een fulltime docent VO draait 28 lesuren van 45 minuten, hetgeen betekent dat hij 21 klokuren aan lesuren maakt. De leerkracht PO maakt gemiddeld 24,75 lesuren. Er blijft minder tijd over. De taken van een POdocent zijn omvangrijker dan op VO, waar veel meer leraren lesgeven. Een fulltime docent moet naast zijn werk 192 taakuren maken. Denk aan commissies, Paasviering, medezeggenschapsraad en schoonmaken.  
Contacturen ouders
Contacturen met ouders op de basisschool is vele malen hoger door de differentiatie. Zorgleerlingen met een arrangement kosten extra tijd. De leerkracht moet de leerling zelf begeleiden. Het geld voor een arrangement gaat naar 5x extra begeleiding door een externe partij.
Differentiatie
Differentiatie is geen sinecure. Er wordt globaal in drie niveaus lesgegeven. Daarbij zijn er uitzonderingen die stagneren bij lezen of rekenen en hoogbegaafde leerlingen. Kortom, een leerkracht PO zal alle zeilen bij moeten zetten om de onderwijsbehoefte van leerlingen in kaart te brengen en daar dagelijks op te anticiperen.
Veranderingen in de maatschappij
Veranderingen in de maatschappij zien we terug in het basisonderwijs. De transparantie, de verantwoording, de digitalisering, de actualiteit die op leerlingen af komt en de verandering in bijvoorbeeld leesgedrag, wat een enorm effect heeft op de hele onderwijsloopbaan. Leerkrachten moeten hier iets mee in hun lessen. Wat te denken van tablets in het onderwijs?
Specialisaties
Specialisaties kennen we ook in het PO waar in plaats van de lage LA schaal een LB schaal voor gegeven kan worden, mits een HBO+ opleiding en een verantwoordelijke functie binnen de school. 
Liefde en passie
Liefde en passie kunnen niet ontbreken als je werkzaam bent in het onderwijs. Als je observeert, naar  luistert en probeert leerlingen te begrijpen wordt er een band opgebouwd.  Het belang van empatisch vermogen van de leerkracht. Ik denk dat een leerkracht in het PO hier veel moet investeren vanwege de leeftijd, de kwetsbaarheid en de verantwoordelijkheid als volwassenen naar deze jeugdige leerlingen. In het VO is die omgang er meer bij jong volwassenen en vergt andere invalshoeken en humor. Tegelijkertijd kan er afstandelijker worden gereageerd juist omdat men leerlingen maar enkele uren per week ziet. Het een is niet meer dan het ander. Docenten zullen moeten investeren.
Conclusie:
De bovenbouw VO verdient een hoger salaris. Hiervoor moet men meer in huis hebben. De POdocent verdient meer. Hij is een volleerde circusartiest die alle ballen hoog moet houden, balanceert op werk waar kinderen leren en resultaten omhoog moeten, als acrobaat slingert van lesgeven van verschillende vakken naar taken buiten de school en terugzwaait naar een oudergesprek, maar ook als clown de gezellige sfeer in een groep teweeg kan brengen en daardoor een vertrouwensrelatie kan opbouwen. Een circusartiest die ook nog eens buiten het circus door moet werken. Een leerkracht in het basisonderwijs heeft een geweldige, afwisselende, boeiende, maar ook een zeer verantwoordelijke en uitdagende baan. Een baan waarin de liefde en passie voor kinderen, voor de leerlingen voorop moet staan. Ga er maar aan staan!
Artikel Trouw 20 juli 2017 van Wijnand Rietman:
Opleiding en inhoud van het werk rechtvaardigen hogere salarissen in het voortgezet onderwijs dan op basisscholen, vindt Wijnand Rietman, oud-docent op het havo/vwo en oud-schooldecaan.

Ik las een merkwaardig pleidooi om de salarissen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs gelijk te schakelen. In veel bedrijfstakken (techniek, ICT, economie, recht) spelen opleiding, zwaarte van de functie, capaciteiten en ervaring een belangrijke rol bij de toekenning van functie en salaris. Voor het basisonderwijs is de pabo de vooropleiding, die veel leerlingen met een mbo-diploma trok. De uitval was groot. Daarom zijn de toelatingseisen aangescherpt. Mbo- en havo-leerlingen moeten nu aardrijkskunde, geschiedenis en biologie of natuurkunde in hun bagage hebben of daarover een toets maken (op niveau 3havo). Het leidde tot een scherpe daling in de aanmeldingen. Voor leerlingen met vwo-diploma zijn er geen toelatingseisen. Als schooldecaan hoorde ik van oud-leerlingen (havo en vwo) nooit over problemen op de pabo. Onze leerlingen vonden het een relatief eenvoudige opleiding, de stof niet moeilijk, maar wel veel. Van collega-decanen hoorde ik soortgelijke verhalen.
Stevige toelatingseis
Om leraar in het voortgezet onderwijs te worden is een lerarenopleiding (hbo of universitair) nodig, vrijwel altijd met een stevige toelatingseis. Om docent natuurkunde te worden (een van de vakken waar een tekort is aan bevoegde leraren), heb je een havo- of vwo-diploma nodig met natuurkunde en wiskunde-A of -B. Bij wiskunde zijn de eisen nog strakker. Voor mbo-leerlingen zijn de slaagkansen nihil als ze niet eerst een certificaat wiskunde-B halen. Na een hbo-lerarenopleiding heb je een tweedegraads bevoegdheid. Je mag lesgeven in de eerste drie klassen van havo en vwo, in het vmbo en in het mbo. Voor een eerstegraads bevoegdheid is een aanvullende master (hbo) nodig of een universitaire lerarenopleiding, een masterstudie.
Om les te kunnen geven, zeker in de bovenbouw van havo en vwo, is een stevige kennis van één of meer vakken nodig. Kijk maar naar de inhoud van de eindexamens. Dat vak moet je bijhouden vanwege nieuwe onderwerpen en veranderende exameneisen. Daar- naast zijn kennis en ervaring met vakdidactiek en pedagogiek onmisbaar.
Dan de praktijk van het werk. Een leraar basisonderwijs trekt de hele week met dezelfde groep leerlingen op. Dat biedt mogelijkheden voor afwisseling, bijvoorbeeld in inspanning en ontspanning. De klachten van leerkrachten op de basisschool gaan vooral over de grote hoeveelheid administratie en papierwerk, niet over de inhoud van het lesgeven. De verschillen tussen de leerlingen in één groep kunnen heel groot zijn, wat stevige eisen stelt aan de didactische vaardigheden van een leraar. Veel leraren slagen er echter in om overdag, tussen negen uur en vijf uur, het werk en de correctie rond te krijgen.
Daarentegen ziet een leraar in het voortgezet onderwijs per week soms wel tien of meer groepen, met grote verschillen in leeftijd en niveau. Op één dag zijn er soms wel zeven verschillende lessen. Dat betekent zeven keer een uur waarin alle aandacht en concentratie noodzakelijk zijn. Na afloop van die lessen ligt er vaak een flinke klus aan voorbereiding en correctie, die meestal mee naar huis gaat. Er zijn vrijwel al-tijd nog aanvullende taken, zoals een mentoraat en andere vormen van leerlingbegeleiding. Avondwerk is er eerder regel dan uitzondering.
Logisch
Conclusie? Gelet op het niveau en de zwaarte van de opleiding en de inhoud van het werk is het logisch dat vo-leraren in een hogere salarisschaal dan collega's in het basisonderwijs beginnen. Leerkrachten in het voortgezet onderwijs kunnen tevens doorgroeien naar een hogere salarisschaal, maar dan hebben ze wel extra verplichtingen, zoals in het schoolmanagement, het ontwikkelen van een specialisme of het leiden van een sectie of werkgroep.





zondag 23 april 2017

Wel of geen werkdruk?

"Ik vind het onzin om over werkdruk te praten. Zonde van de tijd. Hoe kunnen leerkrachten nu werkdruk ervaren? In de afgelopen drie maanden hebben ze al een maand vakantie." Dit vertelde een collega mij in de afgelopen week. Ik was perplex en zei "Ik ben het niet met je eens", waarop de collega zei: "Dat mag." En dat was dat. Of niet?

Actie.
"PO in actie" voor beter salaris en meer handen in de klas. Vele leraren, maar ook schoolleiders en besturen scharen zich hierachter. Maar toch niet allemaal. Zo las ik dat een schoolbestuurder het ook niet eens was met deze actie. Diegene zal ongetwijfeld een beter salaris krijgen, maar hoe komt het dat er toch schoolleiders en bestuurders zijn, die niet geloven in de hoge werkdruk van het onderwijs?

Doen zij iets wat ik nog niet zie?
Ik vraag me af of dit ligt aan het zich kunnen verplaatsen in het werk van de leerkracht of dat er toch zaken zijn die anders kunnen, anders moeten en die ik (nog) niet zie. Dan hoor ik dat uiteraard graag, want ik wil graag leren hoe we het beter kunnen doen.

Het werk van een leerkracht.
Leerkracht-zijn nu of 20, 30 jaar geleden is een groot verschil. Naar mate de tijd vorderde is het onderwijs kwalitief verbeterd. We weten meer hoe we onze plannen in doelen moeten omzetten en hoe de analyses achteraf wordt opgevolgd door nieuwe acties. Er is meer bekend over opbrengstgericht werken, handelingsgericht werken en we begrijpen beter hoe we leerlingen met opvallend gedrag verder kunnen helpen. Passend onderwijs laat steeds meer bijzondere zorg binnen de basisschool. Dit stelt hoge eisen aan een leerkracht. Daar komt bij dat er veel verantwoording moet worden afgelegd hoe je leerlingen volgt, wat je doet, wat werkt wel en wat werkt niet, analyses van de toetsen, bijhouden welk gedrag een leerling laat zien en wat het beste werkt, extra instructie voor een andere leerling, aangepast werk uitzoeken en ga zo maar door. Dit vergt veel van de leerkracht, die ook vaak na schooltijd gesprekken voert met bezorgde ouders, werk nakijkt en voorbereidingen treft en twee of drie keer per jaar rapporten maakt en ook daarover opnieuw gesprekken voert. 

CAO
Al dit werk zit natuurlijk in een prachtige CAO, waarin de uren die een leerkracht werkt, maar ook de invulling van die uren allemaal zijn uitgeschreven. De normjaartaak waarin precies staat wat jouw werktijdfactor is en wanneer je op studiedagen terug moet komen. Een mooi sluitend papieren document.
De werkzaamheden die in de vorige alinea zijn beschreven vallen onder de opslagfactor.  Ca. 40% van de lesgebonden tijd valt binnen de opslagfactor. Daarnaast zijn er taken c.q. commissies die elke leerkracht moet doen.

Passie en werkplezier
Naast al het werk is een intrinsieke motivatie waarom een leerkracht ooit het onderwijs is ingegaan de drijfveer om in het onderwijs te blijven werken. Hij geniet van het uitleggen, hij vindt het heerlijk om kinderen te zien groeien en ontwikkelen, hij wil leerlingen graag een stapje verder brengen en ze gelukkig zien. Hij bouwt relaties op met zijn leerlingen, ouders en met collega's, hij blijft leren en zichzelf ontwikkelen. De leerkracht gaat mee met zijn (digitale) tijd en zorgt voor rijke leeromgeving.  

Wel of geen werkdruk?
Werkdruk is een ervaring waarbij je werkdruk voelt en de werkstress groter is dan het werkplezier. De balans is zoek. Als er veel werk is, er hoge eisen worden gesteld, je voortdurend meer moet kunnen, gedifferentieerder moet werken, extra zorgleerlingen met arrangement in je groep hebt, grote groepen moet begeleiden, dan begrijp ik dat de rek er op een gegeven moment toch uit is. Wat zou die leerkracht dan anders moeten doen?
Ik kan wel wat tips bedenken:
Schoolwerk samen doen en zorgen delen.
Ontspannen tussen de middag.
Effectief werken voor en na schooltijd.
Tips delen hoe jij je werkplezier vast houdt.
Als team naar buiten treden.
Professionaliteit vergroten.
Verantwoordelijkheid dragen.
Elkaar helpen als iets moeilijk is of als er tijd tekort is.
Zomaar een paar mogelijkheden om te zorgen dat het werkplezier groter is dan de werkdruk die je ervaart. Is er dan geen werkdruk?

Uitdaging
Ik daag diegenen die zeggen dat er geen werkdruk is in het primair onderwijs, uit om een maand of zelfs een heel schooljaar een groep onder zijn of haar hoede te nemen. Het werk ervaren. Overvallen worden door onvoorziene omstandigheden. Gedegen instructie geven. Analyses doen. Differentiëren. Zorgen voor goed onderwijs met een pakkende inleiding. Coöperatieve werkvormen toepassen, zodat de betrokkenheid het grootst is. Extra instructie geven aan de opvallende leerlingen. Omgaan met moeilijk gedrag. Extra leerlingen opvangen als er geen invaller is bij ziekte. Overleggen met de intern begeleider. Registreren. Commissiewerk doen. Voel de verantwoordelijk van de leerkracht, waarbij elke dag, zelfs elk uur van de dag anders is. Een leerkracht staat voortdurend voor keuzes.
Laat diegenen die zegt dat er geen werkdruk is de leerkrachten en mij vertellen hoe zij de werkdruk en het werkplezier in een goede balans houden. Wat of wie hebben leerkrachten nodig om die balans goed te houden en toch uitstekend werk af te leveren? Hoe kunnen zij dit voor elkaar krijgen? Doe het eens voor. Ik ben benieuwd.