On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label werkplezier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkplezier. Alle posts tonen

zondag 27 oktober 2019

Toekomstdromen in het onderwijs

Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd.Zo kunnen we 4 jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen.Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve(waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclub activiteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven. 
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen. 
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoo
rbeeld op tekengereedschap heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken

10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes. 

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, reken materialen, tafelkaart indien nodig.leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. 
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

zondag 23 april 2017

Wel of geen werkdruk?

"Ik vind het onzin om over werkdruk te praten. Zonde van de tijd. Hoe kunnen leerkrachten nu werkdruk ervaren? In de afgelopen drie maanden hebben ze al een maand vakantie." Dit vertelde een collega mij in de afgelopen week. Ik was perplex en zei "Ik ben het niet met je eens", waarop de collega zei: "Dat mag." En dat was dat. Of niet?

Actie.
"PO in actie" voor beter salaris en meer handen in de klas. Vele leraren, maar ook schoolleiders en besturen scharen zich hierachter. Maar toch niet allemaal. Zo las ik dat een schoolbestuurder het ook niet eens was met deze actie. Diegene zal ongetwijfeld een beter salaris krijgen, maar hoe komt het dat er toch schoolleiders en bestuurders zijn, die niet geloven in de hoge werkdruk van het onderwijs?

Doen zij iets wat ik nog niet zie?
Ik vraag me af of dit ligt aan het zich kunnen verplaatsen in het werk van de leerkracht of dat er toch zaken zijn die anders kunnen, anders moeten en die ik (nog) niet zie. Dan hoor ik dat uiteraard graag, want ik wil graag leren hoe we het beter kunnen doen.

Het werk van een leerkracht.
Leerkracht-zijn nu of 20, 30 jaar geleden is een groot verschil. Naar mate de tijd vorderde is het onderwijs kwalitief verbeterd. We weten meer hoe we onze plannen in doelen moeten omzetten en hoe de analyses achteraf wordt opgevolgd door nieuwe acties. Er is meer bekend over opbrengstgericht werken, handelingsgericht werken en we begrijpen beter hoe we leerlingen met opvallend gedrag verder kunnen helpen. Passend onderwijs laat steeds meer bijzondere zorg binnen de basisschool. Dit stelt hoge eisen aan een leerkracht. Daar komt bij dat er veel verantwoording moet worden afgelegd hoe je leerlingen volgt, wat je doet, wat werkt wel en wat werkt niet, analyses van de toetsen, bijhouden welk gedrag een leerling laat zien en wat het beste werkt, extra instructie voor een andere leerling, aangepast werk uitzoeken en ga zo maar door. Dit vergt veel van de leerkracht, die ook vaak na schooltijd gesprekken voert met bezorgde ouders, werk nakijkt en voorbereidingen treft en twee of drie keer per jaar rapporten maakt en ook daarover opnieuw gesprekken voert. 

CAO
Al dit werk zit natuurlijk in een prachtige CAO, waarin de uren die een leerkracht werkt, maar ook de invulling van die uren allemaal zijn uitgeschreven. De normjaartaak waarin precies staat wat jouw werktijdfactor is en wanneer je op studiedagen terug moet komen. Een mooi sluitend papieren document.
De werkzaamheden die in de vorige alinea zijn beschreven vallen onder de opslagfactor.  Ca. 40% van de lesgebonden tijd valt binnen de opslagfactor. Daarnaast zijn er taken c.q. commissies die elke leerkracht moet doen.

Passie en werkplezier
Naast al het werk is een intrinsieke motivatie waarom een leerkracht ooit het onderwijs is ingegaan de drijfveer om in het onderwijs te blijven werken. Hij geniet van het uitleggen, hij vindt het heerlijk om kinderen te zien groeien en ontwikkelen, hij wil leerlingen graag een stapje verder brengen en ze gelukkig zien. Hij bouwt relaties op met zijn leerlingen, ouders en met collega's, hij blijft leren en zichzelf ontwikkelen. De leerkracht gaat mee met zijn (digitale) tijd en zorgt voor rijke leeromgeving.  

Wel of geen werkdruk?
Werkdruk is een ervaring waarbij je werkdruk voelt en de werkstress groter is dan het werkplezier. De balans is zoek. Als er veel werk is, er hoge eisen worden gesteld, je voortdurend meer moet kunnen, gedifferentieerder moet werken, extra zorgleerlingen met arrangement in je groep hebt, grote groepen moet begeleiden, dan begrijp ik dat de rek er op een gegeven moment toch uit is. Wat zou die leerkracht dan anders moeten doen?
Ik kan wel wat tips bedenken:
Schoolwerk samen doen en zorgen delen.
Ontspannen tussen de middag.
Effectief werken voor en na schooltijd.
Tips delen hoe jij je werkplezier vast houdt.
Als team naar buiten treden.
Professionaliteit vergroten.
Verantwoordelijkheid dragen.
Elkaar helpen als iets moeilijk is of als er tijd tekort is.
Zomaar een paar mogelijkheden om te zorgen dat het werkplezier groter is dan de werkdruk die je ervaart. Is er dan geen werkdruk?

Uitdaging
Ik daag diegenen die zeggen dat er geen werkdruk is in het primair onderwijs, uit om een maand of zelfs een heel schooljaar een groep onder zijn of haar hoede te nemen. Het werk ervaren. Overvallen worden door onvoorziene omstandigheden. Gedegen instructie geven. Analyses doen. Differentiëren. Zorgen voor goed onderwijs met een pakkende inleiding. Coöperatieve werkvormen toepassen, zodat de betrokkenheid het grootst is. Extra instructie geven aan de opvallende leerlingen. Omgaan met moeilijk gedrag. Extra leerlingen opvangen als er geen invaller is bij ziekte. Overleggen met de intern begeleider. Registreren. Commissiewerk doen. Voel de verantwoordelijk van de leerkracht, waarbij elke dag, zelfs elk uur van de dag anders is. Een leerkracht staat voortdurend voor keuzes.
Laat diegenen die zegt dat er geen werkdruk is de leerkrachten en mij vertellen hoe zij de werkdruk en het werkplezier in een goede balans houden. Wat of wie hebben leerkrachten nodig om die balans goed te houden en toch uitstekend werk af te leveren? Hoe kunnen zij dit voor elkaar krijgen? Doe het eens voor. Ik ben benieuwd.







dinsdag 7 februari 2017

Waar krijg ik energie van?

N.a.v. een onderzoek op school over werkstress, werkdruk en werkplezier ben ik in gesprek met het managementteam en een van de onderzoekers over een goede balans. Werkdruk is er gewoon in het onderwijs. Maar... hoe houd je een goede balans waardoor het werkplezier, de flow, het bruisende enthousiasme blijft of in ieder geval gestimuleerd wordt? Dat is een kunst apart. Een vraag die we willen stellen aan de teamleden is: Waar krijg ik energie van?

In elke baan, bij elk werk, maar ook in alle dagelijkse gebeurtenissen zijn er dagen van plezier en enthousiasme en momenten dat je er geen zin in hebt of gewoon een dag niet lekker in je vel zit. Dat is niet meer dan normaal.
   Werken
Wanneer de druk op het werk hoog is, hoeft dit nog helemaal niet te betekenen dat je dan werkstress hebt. Werkdruk zijn vaak de dingen die (af) moeten binnen een bepaalde tijd. Rapporten, toetsen nakijken, invoeren en analyseren, groepsplannen maken, beleidsplannen schrijven, leerlingen voor een bepaald tijdstip moeten inschrijven, vervanging regelen. Het is normaal. Dit is een part of the job als je in het onderwijs werkt. In andere beroepen is dit net zo. Medicatie moet op tijd worden uitgedeeld in de verpleging, operaties moeten secuur worden gedaan bij specialisten, de preek moet af als dominee, de inkomsten moeten worden ingeboekt voor de accountant bij winkelketens en ga zo maar door. Dit is werk en hier worden we als werknemer voor betaald.
   Werkdruk
Toch is er in het onderwijs een hoop te doen om de werkdruk. En dit is voor een groot deel waar, voor een kleiner deel hoort dit bij werken. In het onderwijs werken is namelijk niet exact van 8.00-17.00u. maar er is wel veel vakantie waarin veel uren worden gecompenseerd.
Daarbij is het werk in het onderwijs in de afgelopen 30 jaar sterk veranderd. Vernieuwingen, verbeteringen, meer rendement halen, maar dat betekent ook dat er grotere eisen worden gesteld aan het werk van een onderwijsgevende. Neem nu alleen al het digitale tijdperk. Mijn werkstukken van de toen nog Pedagogische Academie maakte ik op een typmachine. Een fout werd verbeterd met typex en als ik meer dan drie fouten op een vel papier had ritste ik het hele blaadje eruit en begon opnieuw.
Ook inzichten in het verwerken van data vergt meer van een leerkracht. Data verzamelen, maar ook leren analyseren. Wat betekent dit voor mij, voor de leerling, voor de groep en voor mijn lesgeven.
De kennis is niet onbelangrijk, maar vaardigheden gaan een grotere rol spelen.
   Werkplezier
Het is de kunst om te zorgen dat je door de bomen het bos blijft zien. Gefocust blijven op de dingen waar je energie van krijgt. Een gave les, een leerling die na veel inspanningen iets begrijpt, een leerling die de spreekbeurt geeft of zomaar een fijn gesprek met een ouder die dankbaar is voor wat jij doet. Het is een hele gave intensieve baan. Een baan waarin je veel van jezelf kwijt kunt en samen met een groep leerlingen optrekt om te leren. Jezelf kietelen door een cursus te volgen waarbij je nieuwe dingen leert en merkt dat het werkt. Blijven ontwikkelen. Blijven meedenken. Blijven reflecteren op jezelf.
   Nieuwe energie
Mocht het enthousiasme wat zijn getemperd, dan komt nu de vraag: Waar krijg jij energie van? Wanneer ik deze vraag aan mezelf stel: Waar krijg ik energie van? Dan komen er bij mij verschillende dingen boven.
1. Er zijn dingen gelukt.
Dat kan zijn een gesprek met een leerkracht of een document dat af moet.
2. Ik heb iets bereikt.
Bijvoorbeeld een groeiende school, hogere opbrengsten, een leuk team.
3. Genieten van een moment.
Door de school lopend word ik blij van een leuke les, van lerende en ontdekkende kinderen.
4. Ik heb iets geleerd.
Tijdens een cursus of in de praktijk. Daar groei ik van.
5. Positieve omgeving.
Er samen voor willen gaan. Samen op zoek naar oplossingen en verbeteringen. Samen met leerkrachten, leerlingen en ouders.
6. Lichamelijk gezond.
Dat spreekt voor zich. Uitgerust en gezond zijn geeft energie.
7. Goed in mijn vel en op de goede plek zitten.
Twee verschillende dingen die veel met elkaar te maken hebben. Ik moet mezelf goed voelen en betekenisvol kunnen werken met de nodige capaciteiten. 
8. Iets doen wat ik leuk vind.
Dat is bijvoorbeeld de website van de school, waar ik veel plezier aan beleef om daar iets gaafs van te maken.

Dan ga ik met een tevreden gevoel naar huis, heb ik zin in nieuwe ontdekkingen, maak ik graag stappen, wil ik dingen ondernemen en bruis ik van de energie. De batterij is opgeladen, laat de energie maar stromen. Kom maar op!




zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zondag 31 maart 2013

Belasting

Hoeveel kun je hebben? Hoe zwaar kan iemand in het onderwijs worden belast? Dit kan op twee manieren worden uitgelegd. Enerzijds gaat het om het betalen van belasting, wat natuurlijk heel actueel is op 31 maart. Anderzijds gaat het om de werkdruk, wat net zo actueel is, maar niet vastgepind zit op een datum.


De onderwijsgevende belastingbetaler, maar eigenlijk ook alle andere werknemers in Nederland kunnen eenvoudig belastingaangifte doen tegenwoordig. Via het internet kun je alle gegevens digitaal controleren. Dat moet wel heel gek zijn, als dit niet klopt. Of er moet een verandering in levenswijze, huisvesting, familiaire situatie zijn geweest.
Fijn, dat dit zo gemakkelijk gaat. 
Anders is dat met de belasting van onderwijsgevenden - leerkrachten zo u wilt -  en andere medewerkers in onderwijsland. Het is een beroep waarbij veel gevergd wordt van kennis, vaardigheden, communicatie, digitalisering, scores, extra taken, nascholing, incasseringsvermogen, creativiteit, organisatie, overzicht en de omgang met het kind in het bijzonder. Steeds meer regeltjes, administratie, nieuwe vakken (zoals sociale redzaamheid, burgerschap, sexuele voorlichting en pestgedrag) en een complexiteit aan taken sluipen de school in. Is het onderwijs nog wel leuk? Ik zeg volmondig "ja!" Is onderwijs voor iedereen weggelegd? Dan twijfel ik.
Natuurlijk zijn er mensen, die van zichzelf al zeggen, dat zij niet het onderwijs in willen. Er is ook een groep, die wel met veel enthousiasme het onderwijs is ingegaan, met een heel ander beeld. 
Als ik naar mezelf kijk, ben ik jaren geleden gestart met het idee dat ik het leuk vind om kinderen iets te leren, samen plezier te beleven en hen te begeleiden op een weg die hen zelfstandig maakt voor straks. Dat is een mooie gedachte. Een mooie ideale gedachte.
Dat is niet het enige als onderwijsgevende in het onderwijs. Tijden veranderen.
De eisen zijn in de loop der jaren aangescherpt. Computervaardigheden en de druk van de inspectie zijn slechts twee items die in mijn begintijd nauwelijks meespeelden. Het vak van een intern begeleider is nieuw en de functie van een schoolleider is enorm veranderd. Veranderingen kosten tijd en energie. Veranderingen kunnen nieuwe kansen brengen, maar ook bedreigingen opleveren. Daar zit 'm nu net de crux van werkplezier en werkdruk. Zo lang de dingen leuk zijn, is het namelijk helemaal niet erg dat je een keer meer tijd kwijt bent of iets ingewikkelds moet doen. Zodra dingen erg veel energie kosten, niet opleveren wat je ervan verwacht, het een enorme werkbelasting wordt is het de kunst om even terug te gaan naar het moment waarop je zo graag het onderwijs in wilde. Houd die mooie momenten op je netvlies en neem de rest op de koop toe. 
Ga er net zo mee om als het makkelijke digitale belastingformulier. Even wennen en dan gewoon ervoor gaan. Dan is het onderwijs echt jouw baan! Wat is het toch een prachtig vak.

zaterdag 19 januari 2013

CITO en kwaliteit

De inspectie controleert een aantal CITOscores en de eindscore van groep 8. Daarop wordt een school beoordeeld of hij goed, matig of zelfs zwak is. Een zwakke school kan jhet schudden, want die krijgt extra toezicht. Is dat wel terecht? Een school beoordelen op de CITOscores?

Het is weer januari en de CITOtoetsen(de Midden versie) vliegen weer om onze oren, of eigenlijk om de oren van de leerlingen. De CITOeindtoets voor groep 8 volgt begin februari.
De CITO beoordeelt een aantal zaken. De kennis van taal, rekenen, begrijpend lezen en spelling. In de CITOeindtoets van groep 8 zit ook nog een deel informatieverwerking. Is hiermee een school in kaart gebracht? Voor de inspecteur zijn dit de belangrijkste cijfers.
Minstens zo belangrijk is, of kinderen met plezier naar school gaan. Voelen kinderen zich veilig? Hoe er wordt omgegaan met ongewenst gedrag. Worden kinderen die anders zijn geaccepteerd? Hoe wordt omgegaan met sociale vaardigheden? Worden kinderen gestimuleerd om zelfstandig te worden? Kunnen kinderen presenteren? Kunnen kinderen een goed verhaal op paier zetten? Hoe worden kinderen die opvallen extra begeleid? Welk taalgebruik wordt gehanteerd op school? Krijgen kinderen daadwerkelijk waar ze behoefte aan hebben?
Het zijn allemaal belangrijke items waarmee het rugzakje van een kind gevuld wordt en waarom een basisschool zich ook basisschool mag noemen. Dat is natuurlijk wel meer dan alleen de cijfers van de CITO. 
Nu kijkt de inspectie ook naar de zorgtaken binnen een school, het pedagogisch klimaat wordt meegewogen, en zo zijn er nog een aantal criteria waaraan een breed schoolonderzoek onderworpen wordt. Toch zijn de opbrengsten tussendoor en ook die van groep 8 wel doorslaggevend. Dat is niet geheel terecht.
Waarom niet? Allereerst vanwege de bovenstaande vaardigheden die kinderen ook behoren mee te krijgen als basis. Het heet niet voor niets basisschool. Maar ook omdat een deel geografisch bepaald is. Een school kan een langdurig zieke leerkracht hebben, waardoor het leerrendement stagneert. Er zijn scholen die zullen frauderen, waardoor eerlijke scholen er nog beroerder uitkomen. Als een schooljaar later begint scoort jouw groep (met name groep 3 is hierin vaak de pineut met het aanleren van de letter "f").
Wie bepaalt de norm van een CITOtoets? Heeft CITO de (onderwijs)macht in handen? Moet er echt getraind worden op CITOtoetsen?
Let wel, ik vind er niets mis met het toetsen om te bekijken wat de behaalde score is. Waar stonden we en wat hebben we bereikt.
Maar om scholen die hun stinkende best doen af te rekenen op cijfers en niet alle andere belangrijke zaken mee te nemen, vind ik een kwalijke zaak.
Het wordt tijd dat de aandacht weer terug gaat naar Het Kind. Hoe ontwikkelt dit kind zich, op deze school, bij deze leerkracht en in deze groep? Daar draait het om: het kind!

zaterdag 29 december 2012

Digitaal verkeer 2: Technostress in het onderwijs

O jee, opgepast: Mogelijke stressverschijnselen door al het digitale verkeer via mobiele telefoon, Ipad, minilaptop of ander digitaal instrument waarop e-mail, Facebook, Twitter, LinkedIn, Whatsapp of Hyves te installeren zijn. Op ieder moment van de dag bent u oproepbaar. Op elk moment kunt u even checken. Een trilsignaal of belgeluid haalt u uit de dagelijkse wereld en trekt u zo het digitale wereldje in. Een nieuw woord is geboren: technostress.

Is het erg dat u oproepbaar bent? Kunt u een halve dag zonder uw mobiel? Wat doet u in het weekend? Bent u onmisbaar?
Een echte workaholic zal de laatste vraag waarschijnlijk met "nee" beantwoorden. Echter... Iedereen is vervangbaar. Ook al heeft u nog zo'n belangrijke functie en bent u zo'n belangrijke schakel in uw werk. Ja, ook u. En ja, ook ik.
In de wereld van nu is de computer en al het digitale verkeer niet meer weg te denken. Nieuws verspreid zich razendsnel. Mailtjes stapelen zich op in uw mailbox. De telefoon rinkelt of trilt. Facebook staat bol van allerlei wetenswaardigheden. Twitter meldt leuke en minder interessante feitjes. Wie volg je wel en wie volg je niet.

Het gaat er nu om of we ook in het weekend en 's avonds moeten doorwerken? Blijft u 's avonds ook checken? Blijft u steeds maar bezig met uw werk? In sommige bedrijfstakken zal dat zeker nuttig zijn. Als ik denk aan de politie of de verzorging, dan gaan dingen door.

In het onderwijs kun je veelal af met ingeplande tijd. Maar dat moeten we wel afspreken met elkaar en leren. 
Bij ons op school hebben we ook geconstateerd dat de hoeveelheid mail groter en groter wordt en dat dit voor sommigen de werkdruk aanzienlijk kan verhogen. Het heeft ons als teamleden onderling, maar ook naar de buitenwereld (lees: ouders) aan het denken gezet. Moet alles worden gemaild? Hoeveel kun je samenvoegen tot 1 mail of de nieuwsbrief of de interne memo? Hoeveel informatie zet je op de website van de school of geef je in 1 keer door? Is er bewust gekozen voor een spreiding? Het zijn vragen waar je niet altijd een klinkklaar antwoord op kunt geven.
Er zijn wel een paar afspraken. In het weekend wordt in principe niet gemaild. Het aantal mails naar ouders wordt beperkt. Pas op voor "all reply", je hoeft immers niet altijd naar iedereen een mail te bentwoorden. En zo kan ik er nog wel een paar bedenken. Maar daarmee ben je er nog niet.
Zo kun je ook naar je eigen gedrag kijken wat betreft mail, en laat ik dan gerust bij mezelf beginnen. Beantwoordde ik in het verleden direct alle mail die binnenkwam, stel ik dit nu gerust een dag of meerdere dagen uit. Zeker als het niet belangrijk is. Soms kun je een mail ook aannemen en verwijderen, niet alle mail hoeft beantwoord te worden. Zeker niet een mail ter info of die jij cc. hebt gekregen.
Zelf vind ik het wel prettig om regelmatig even te checken of er iets bijzonders is en dat heeft niets te maken met onmisbaarheid. De collega's weten, dat als je me direct wilt bereiken, je gewoon moet bellen, net als een ziekmelding overigens.
Naast deze technostress is het via internet een mooie bijkomstigheid om jouw school op de kaart te zetten. Met een eigen Twitteraccount, een eigen Facebook en een mindergebruikte Hyves laat je jezelf zien. Je kunt je als school profileren. Bovendien leer ik als beheerder van deze accounts de ouders en de kinderen kennen, ook op een andere manier. En dat levert mij weer een stukje werkplezier op.
Mocht je daarbij zelf ook deze kanalen gebruiken, wees daar dan weer voorzichtig mee. Houd werk en prive gescheiden. En wees je bewust wat je op het internet zet. Iedereen kan het immers lezen.
Om nu te zeggen dat ik last heb van technostress? Nee, ik niet. Mijn omgeving hier thuis heeft er wel last van. Nee hoor, ze hebben geen last van hun eigen mobieltjes of computer. Ze hebben last van hun onbereikbare  vrouw/moeder die toch nog regelmatig thuis zit te werken. Ook daarin valt dus nog een slag te slaan. Maar ja, hoe zullen we dat noemen? 

vrijdag 15 juni 2012

Voetbal en keuzes

Het EK voetbal is weer van start gegaan. Oranje vlaggen wapperen vrolijk door de oranjegekleurde straten. Iedereen is in rep en roer en de winkels liggen vol oranje spullen: Lakens, bekers, oorbellen, boa's, zonnebrillen, zoutjes, vogeltjes, voetbalplaatjes, versiering en oranje tompoezen. Wat doe jij?

Op woensdag 13 juni speelde Duitsland en Nederland tegen elkaar. Het was de tweede wedstrijd in dit EK, dat Nederland speelde. De eerste wedstrijd tegen Denemarken had Nederland al verloren. Om half 11 dacht ik: "Goh, wat zou Nederland gespeeld hebben?"
Wij keken, misschien als een van de weinigen in Nederland, niet naar voetbal. We hebben er nooit iets mee gehad. Dat geeft niks, ik ben er ook helemaal niet tegen ofzo. Het grappige is wel, dat er in je omgeving zo verschillend over gedacht en mee omgegaan wordt. Iedereen maakt hierin zijn eigen keuzes.
De een hangt zijn hele voortuin vol, een ander zit op het puntje van zijn stoel en een derde gaat verkleed met een groep vrienden een gezellige avond vieren. Of je het nu wel of niet interesseert, je kunt er verschillende keuzes in maken. Daar gaat het om, want keuzes maken doe je je hele leven.
De eerste keuze is wel of niet kijken. Is het voopr jou belangrijk? Levert het jou plezier op? Houd je van sport?  Dat is al een eerste afweging.
Mocht je gaan kijken volgen er al snel meerdere keuzes. Waar ga je kijken? Ga je iets kopen? Spaar je oranje vogeltjes? Spaar je kaartjes?
Mocht je niet gaan kijken, volgen er andere keuzes. Wil je de eindstand weten? Verdiep je je in namen van voetballers? Kijk je naar andere voetbalprogramma's of neem je het voor kennisgeving aan?
Het mooie aan deze keuzes is, dat er geen goede of foute keuzes zijn. Mensen kunnen wel een oordeel over andere mensen hebben. Soms kan dat wel een verkeerde keus zijn.
Zo werkt het ook in het onderwijs met keuzes maken. Er kunnen zich allerlei dingen voordoen:
Welke opleiding of cursus wil je volgen? Waar liggen jouw interesses? Hoe ga jij je eigen ontwikkeling verder stimuleren? Hoe ga je om met collega's? Durf je feedback te geven? Hoe deel jij je tijd in? Hoe ga je om met werkdruk? Met welke collega ga je het meeste om? Wat ga je maken tijdens de handvaardigheidsles? Hoeveel overuren wil je draaien? 
Het verschil met de voetbalkeuzes is, dat in het werken in het onderwijs ook weleens keuzes voor jou gemaakt moeten worden. Je hebt niet altijd de vrije keus in werkzaamheden. Soms krijg je een groep die je liever niet zou doen, soms is er een werkgroep, waar je liever niet in zit. Toch is het dan de kunst om de juiste keuze voor jezelf te maken, een keuze waar jij je het lekkerste bij voelt. De keuze van het werken op deze school, de keuze van meer of minder uren werken, de keuze om ervoor te gaan, ook al is dit niet helemaal wat je zou willen, de keuze om het bijltje erbij neer te gooien, de keuze om verder te kijken, omdat je nu juist een groep 8 zou willen draaien wat niet mogelijk is, en ga zo maar door. Je bepaalt namelijk voor een deel ook je eigen onderwijsloopbaan. Daarin maak je keuzes voor een studie of keuzes om thuis een gezin te hebben en het op school op een lager pitje te laten staan. Allemaal keuzes, die heel veel bepalen. Maar vooral bepalen hoe jij je voelt.
Natuurlijk maken we allemaal weleens de verkeerde keuze. Dat is geen probleem, als je dan maar verder kijkt hoe het anders kan. Wat wil je nog? Wat is mogelijk? Wat is haalbaar? Wat wil ik nog meer? Wat wil ik dat anders gaat? Vind ik mijn werk nog leuk? Vind ik de school nog leuk? Kan ik nog iets doen met mijn verkeerde keuze, is het oplosbaar of zijn er andere opties? Zijn er nieuwe uitdagingen?
In mijn eigen weg van het onderwijs zijn er verschillende keuzes geweest, maar er zijn ook verschillende mogelijkheden of onmogelijkheden langsgekomen. Soms is het gewoon de tijd nog niet, de ruimte nog niet. Anderzijds kun je enorm veel leren van keuzes, die achteraf niet de goede bleken te zijn.
Het allerbelangrijkste is dat je achter je eigen keuze staat. Natuurlijk kun je weleens reflecteren op bepaalde ontstane situaties en denken, dat dit misschien anders had gemoeten. Kijk dan met die kennis weer naar voren. Wat wil ik om mezelf werkplezier te geven? Wat heb ik daarvoor nodig en waar kan ik dat bereiken? Plezier in je werk, is net als bij kinderen de innerlijk drijfveer om verder te gaan en je zo goed mogelijk te ontwikkelen.
En ach, dan is zo'n voetbalwedstrijd jammer van het resultaat. Volgende beter! Misschien neem je dan wel de keuze om een spannend boek te lezen in die tijd.