On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 29 juni 2013

Wapperende vlaggen en bungelende tassen

De vlaggen wapperen in elke straat, tassen bungelen aan het puntje. Veel scholieren hebben hun examen afgerond. Ze kunnen opgelucht ademhalen. Onze dochter balanceert op het randje. Haalt ze het wel of haalt ze het niet?

Eind vorig schooljaar werden wij gebeld. Dochter zat in de bespreekmarge. Wat zouden wij als ouders ervan vinden? Enerzijds zou ze ervan leren om een jaar te doubleren. Anderzijds, dacht ik, zou ze lui worden, de motivatie zou dalen en ze zou waarschijnlijk nog minder gaan doen. Wat nu?
De school had het geval "dochter" besproken in de lerarenvergadering met als onderwerp "overgang". Men besloot haar door te laten gaan.
Onze dochter is een nuchter type. Ze houdt van gezelligheid en kletst zowel bij haar vriendinnen als achter in de klas. Het opletten in de les wordt hierdoor enigszins verstoord. Menig leraar zou een dagje zonder dochter als rustig ervaren. Niet dat ze vervelend is, maar dat gegiebel, u kunt zich er vast iets bij voorstellen. Ze zat vaak boven aan haar bureau met voor zich een laptop en naast zich haar mobiele telefoon. Er lag vaak wel een leerboek open en soms schreef ze ook wat op een kladblok, maar of de tijd effectief benut werd, betwijfelde ik.
Het profiel van onze dochter bevatte de minst vervelende vakken voor haar. Dochter wilde geen talen, geen geschiedenis en aardrijkskunde en liever geen biologie. Er bleef niet veel over dan een NT profiel met de moeilijkste wiskunde, natuurkunde, scheikunde, economie en de verplichte vakken Engels en Nederlands. Met de strengere eisen voor het eindexamen zou het geen sinecure worden.
Het jaar kabbelde voort. Af en toe bereikte ons een telefoontje van school. Dochter was niet verschenen bij de eerste twee uren, dochter was er niet bij eerste uur, waar was dochter gisteren, etc. Dochter sliep heerlijk in haar hoogslaper en zette de wekker nog weleens uit, als ze erg moe was. Dus... versliep ze zich voor de les. Ze moest dan weer wat extra uren inhalen, maar het leek haar niet echt onder de indruk te brengen. Niet alle keren waren wij hiervan op de hoogte. Haar broers namen de telefoon met een zichtbare nummerherkenning op met een zware stem en alleen de achternaam. Ze konden makkelijk haar vader zijn.
Het is goed om niet alles te weten, als het het hierom gaat.
De gestolen examens in Rotterdam gooiden wat extra spanning bij de uitslag van het examen. Noor werd gebeld op de 13de, en dat cijfer alleen al betekende niet veel goeds. Een herexamen. Economie of natuurkunde. 
Economie was alweer geen optie, dus de minst slechte keuze bleef over. Het geluk van een behulpzame mentor, die ook natuurkunde gaf, besloot haar een aantal dagen bij te spijkeren. Noor ging trouw naar school. Ze werd ook geholpen door haar broers. Met name de broer boven haar kon haar ook wat sturing toedienen en wat handvatten bieden.
Op woensdag 19 juni ging ze op hoop van zegen door naar de tweede ronde. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ze had een 4,3 gehaald en een 5,7 nodig. Dat was flink wat meer. Op 26 juni kwam daar het verlossende telefoontje van haarzelf, terwijl ik zelf op het werk was en in gedachte was over een extra jaar. Het zou niet zo erg zijn met haar 16 jaar. Ze kan nog een jaar sterker en ouder en wellicht ook wat wijzer worden. 
Het verlossende woord kwam. Dochter belde me op. Ik ben net gebeld en ik ben geslaagd. Wat? Wat gaaf! En ik had een 7,4. He? Een 7,4? Hoe kan dat dan? Ja, dat wist dochter ook niet. 
Door dolle heen, misschien wel meer dan dochter zelf, vertelde ik mijn collega's wat dochter had gedaan: Geslaagd! Hoe is het mogelijk? De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ze wist het zelf ook niet.
Versuft en verbaasd zaten we 's avonds al meteen in het stadstheater om de uitreiking bij te wonen. Bijzonder moment. Fijn dat ze het gehaald had.
Meteen realiseerden we ons, dat dit meteen een afsluiting is van een een periode. De laatste was geslaagd voor een diploma van de middelbare school. Kleine kinderen worden groot. En meiden misschien wel sneller dan knullen. Op weg naar een nieuwe uitdaging. 
Met recht en trots kon de vlag ook aan ons huis wapperen, aan het puntje een bungelende tas. BOHBOH HBHBO


zondag 23 juni 2013

Bezuinigen

Al enkele jaren is er crisis. Bezuinigen, banken die omvallen en die we met z'n allen overeind moeten helpen, besparen, ander werk zoeken, omscholen, noem maar op. Bijna iedereen heeft er mee te maken. Ook in het onderwijs merken we dat we zuiniger aan moeten doen. Wat kunnen we hieraan doen? Wat zeggen economen? Wat zeggen wijzelf? Wat vindt u?

Om dicht bij huis te beginnen. Als er in het huishouden minder geld binnen komt, kun je minder uitgeven. Simpel en heel goed te overzien. Een hypotheek op een huis kan nog, maar geld lenen doe ik zelf niet graag. Als ik het niet heb, geef ik het niet uit. Nee, eerder andersom. Sparen voor iets bijzonders.
Dichtbij huis zorgen wij ook eerst voor de dingen die moeten, die horen bij ons levensonderhoud. Een woning, gas, water en licht, eten, kleding, meubilair, scholing. Natuurlijk horen daar tegenwoordig nog een aantal extra's bij. 
Voorzien in het levensonderhoud is een must. Zoeken naar werk is belangrijk. Het vinden van werk staat hoog in het vaandel, liefst naar een passend baan en een leuke job. 
Bezuinigen op huiselijk niveau is relatief eenvoudig(t.o.v. van de crisis in Europa), tenzij je echt heel weinig hebt, omdat je dan moet zoeken waarop je moet bezuinigen. Minder kleren kopen, we hebben immers genoeg. Kleren kopen bij tweedehands winkels. Je zoekt winkels met aanbiedingen. Creatief met koken. Boeken lenen bij de bieb. Tijdschriften lezen van een ander of in de bieb. Kamperen in Nederland. Huiskapper. Goedkope verzekering. Een tweedehands of geen auto. Er zijn een heleboel dingen mogelijk, al ben ik me er terdege van bewust dat er mensen zijn, die op de armoedegrens leven.
Op een ander niveau zien we bij werkgevers - bijvoorbeeld het onderwijs - zaken, waarop bezuinigd kan worden. Extreme etentjes, leaseauto's, eigen chauffeur, werkkleding, schoonmaak, meubilair, materialen, presentjes, etc. Bekijk eens wat echt nodig is. Waar kan op bezuinigd worden. Ik vind zelf dat dat binnen het onderwijs niet zo heel makkelijk is. Op leermiddelen kun je bijna niet bezuinigen, het budget is al niet zo heel groot. Wat er niet is, kun je toch wel een beetje uitgeven. Je staat dan als school iets in de min. Binnen een stichting kan dat worden opgevangen. Het gevaar ligt op de loer, dat een stichting iets krimpt en minder middelen binnen krijgt. Daar hebben wij als school dan ook weer mee te maken.
Het grootste gedeelte van het onderwijsbudget zit 'm in het personeel. Daarop bezuinigen zou de klassen alleen nog maar groter maken. Dat willen we ook niet. Dat zou immers ten koste gaan van de aandacht voor kinderen. Ook al beweren wetenschappers, dat het niet aan de resulaten ligt als de klassen groter zijn, het ligt wel degelijk aan het welbevinden van kinderen en leerkrachten, als er steeds meer zorgkinderen binnen de basisschool blijven (Passend Onderwijs). De leerkracht voor de steeds groter wordende groep moet immers aan de onderbehoefte van ieder kind kunnen voldoen. En ook al is dat misschien hetzelfde niveau, het vergt voor ieder kind een andere benadering. Dat kan zijn herhaling, visueel, met materiaal, met een maatje, via een computerprogramma o.i.d.
In het onderwijs kunnen we ook de geijkte schoolreisjes, Paasontbijt, sportdag e.d. afschaffen, maar dit betaalt de school niet. Dit betalen de ouders.
Op macroniveau zien we in Nederland allerhande bedrijven, onderwijs, verzorging, politie, sport, cultuur, de banken, de infrastructuur, nieuws en noem maar op. Hoe en waarop moet er dan worden bezuinigd?
Is het dan niet zaak om te bekijken wat echt nodig is voor ons levensonderhoud? Dan denk ik dat er best een heleboel dingen weg kunnen. Wat overblijft zijn de supermarkten, het onderwijs, de gezondheidszorg(+beweging), de politie/brandweer en de infrastructuur(de bouw in het algemeen). En natuurlijk zijn er nog mensen nodig, die dit allemaal regelen. En materialen die dit vergemakkelijken. Daarnaast moeten we zuinig zijn met het teveel geld pompen in dingen, die niet echt nodig zijn. Maar goed, daar begint de discussie, want wat is nu precies wel en niet nodig? Is een pretpark nodig? Is defensie nodig? Is cultuur nodig? Topsport? Mooi kleurtje op de muur? Een tweede of derde servies? Een auto?
Eigenlijk zijn we in Nederland - over het algemeen - behoorlijk verwend. Wij hebben best veel. Er zijn mensen, die het minder hebben, meer moeten bezuinigen, creatief moeten omgaan met de dingen die ze hebben en die moeite moeten doen om alle eindjes aan elkaar te knopen. Meestal hebben ze een woning, kleding en eten. Soms ook werk.
Terug naar de basis. Terug naar minder hebben hebben hebben. Terug naar hergebruik en duurzaamheid. Terug naar zuinigheid. Zuinigheid met vlijt, bouwt immers huizen als kastelen.

vrijdag 21 juni 2013

Evalueren

Aan het eind van het schooljaar is het gebruikelijk om een plannings- en evaluatiedag te houden. Samen met alle collega's. Om terug te blikken en vooruit te kijken. Terugblikken op het afgelopen jaar. Kijken naar alles wat voorbij gegaan is. Vooruit kijken naar het nieuwe schooljaar. Wat gaat er komen, hoe plannen we de zaken in.

Evalueren betekent beoordelen en waarderen. Evalueren is van zichzelf al een prachtig woord. Als je het uitspreekt, klinkt het al als muziek in oren. Het benadert het waarderen, niet zo zeer het beoordelen. Toch is het goed om kritisch terug te kijken. Wat is er in het afgelopen jaar allemaal gebeurd? Wat is goed gelukt? Welke doelen zijn behaald? Wat is er nog niet gelukt? Welke dingen willen we nog bereiken?
Zo zal elk schoolteam, groot of klein, jong of oud, onderbouw en bovenbouw, blond of grijs, donker of licht zijn eigen dag in elkaar gedraaid hebben. 
Ook wij hebben als school samen met het onderwijzend personeel een mooie ontmoetingsdag gehouden. Buiten de school. Dat alleen al was een prettige bijkomstigheid. Een andere omgeving. Een mix van collega's die zich weer eens bij andere bouwen voegden of met andere collega's mengden. 
Het nuttige van zo'n dag is natuurlijk het terugkijken en bespreken wat is geweest en het inplannen van de nieuwe activiteiten voor de toekomst. 
Het mooie van zo'n dag is dat we met een groep mensen samen zijn. Allemaal mensen met een een eigen verhaal. Mensen die je regelmatig ziet in de werkomgeving, maar die je ook gaat waarderen om hun eigenschappen. Allemaal verschillende mensen, die samen hetzelfde doel nastreven en samen staan voor de kinderen van een school.
Elk teamlid is een deel van die school. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol. Elk mens heeft unieke eigenschappen, die samenkomen in het team en daarin verschillende interacties met zich meebrengen. Soms prettig, soms minder prettig, maar goed om ermee te leren omgaan. Hoe doen we dat?
De kunst is om ieder teamlid in zijn kracht te kunnen laten werken. Waar is het goed in, waarin kan hij (bij ons zijn er alleen maar zij-en) zich verder ontwikkelen en versterken. Kun je leren om naar jezelf te kijken?
Zo zie je dat niet alleen een schooljaar wordt geevalueerd, maar ook je eigen persoonlijk handelen moet je voortdurend evalueren. Dan gaan we reflecteren. De spiegel voorhouden. Wat heb ik goed gedaan? Waarin kan ik mezelf versterken en verdiepen? Durf je naar jezelf te kijken? 
Wanneer een team samenwerkt is het geven van feedback heel belangrijk. Veel draait om communiceren. Vooral de manier waarop de dingen ter sprake brengen is van belang. Dan geeft het ook niet of je tops benoemd of tips bespreekt. Openheid, eerlijkheid en duidelijkheid is de weg om verder te gaan. Daarin maken we allemaal weleens een misstap. Als je het goede, jouw doel maar voor ogen houdt, het plan aanpast en je verder richt op de toekomst. Na het evalueren weer vooruit kijken.


zondag 2 juni 2013

Wat leren kinderen? Leren doe je samen!

Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?

Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit. 
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.