On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label cito. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cito. Alle posts tonen

zondag 31 januari 2016

Een toets is een bron voor meer informatie.

Januari. Het is de maand van de M-versies van de Cito-toetsen. De halfjaarlijkse check hoe de leerontwikkeling van de leerlingen ervoor staat en hoe leerkrachten onderwijs hebben gegeven.
Hoe zwaar moeten we de uitslagen van de toetsen nemen? Doen we dan recht aan ieder kind, aan iedere leerkracht en dus aan elke school?

Het blijft een ingewikkelde discussie. Toetsresultaten zijn belangrijk om de ontwikkeling van leerlingen te kunnen volgen. Goed kunnen analyseren welke doelen zijn behaald en welke actie we in het komende half jaar kunnen uitvoeren. Welke onderwijsbehoefte heeft deze leerling? Wat heeft hij van de leerkracht nodig? Wat heeft hij van zijn omgeving (klasgenoten, ouders, oppas,...) nodig? Hoe helpen we deze leerling verder, maar vooral hoe blijft deze leerling leren en ontwikkelen?
Ook de inspectie heeft een andere draai gegeven aan de inspectiebezoeken en een veranderd toetsingskader ontwikkeld. Het draait niet alleen om de onderwijsresultaten, maar om de school als geheel. Daarbij horen ook de kwaliteitscylus(planmatigheid), het onderwijsproces(didactisch klimaat), het schoolklimaat(pedagogisch klimaat) en het financiele beheer. Zelfevaluatie is daarbij van groot belang. Reflecteren met andere scholen.
Ondanks deze verandering, moet mij toch iets van het hart. De resultaten, die meetbaar zijn, blijven belangrijk. Deels ben ik het eens dat resultaten voor een groot deel te maken hebben de competenties van de leerkracht, de intern begeleider en de schoolleider. Om nu een klassengemiddelde wat ondermaats scoort hierop af te rekenen vind ik wat kort door de bocht. Het is altijd belangrijk om de waardes van de scoresgoed in kaart te brengen. Waar komt een groep en een individuele leerling vandaan, watis ermee gedaan, en hoe is het tot dat punt gekomen?
Al die regels van bijvoorbeeld een leerling die minder dan 2 jaar in Nederland verblijft, dyslexie heeft, een ontwikkelingsperspectief heeft of andere omstandigheden moeten we mijns inziens niet te strak in een keurslijf gieten. Bekijk waar een school mee bezig is, welke ontwikkelingen er zijn gemaakt en ga dan in gesprek hoe het wellicht anders kan. Laat die wijzende vinger nu eens wijzen naar de goede dingen en geef een school tijd en kans om zich te verbeteren.
Een minder goede leerkracht kun je ook niet ineens op straat zetten. Een zwangere of een zieke leerkracht moet vervangen worden. Van invallers kun je niet alle opvang verwachten en zeker niet ook nog eens de taken die vrij zijn gevallen. In zo'n periode staat de onderwijsontwikkeling stil. Dat geldt ook voor veel wisselingen of groei- of krimpscholen, die te maken hebben met zaken die moeten worden opgevangen.
Het is een goede ontwikkeling om ook het schoolklimaat net zo belangrijk in te schalen als de resultaten. Zorgelijk is wel dat nu alles voldoende moet zijn. En zo niet, wat dan?
Wat gebeurt er nu met de Citotoetsen? Leerkrachten gaan van te voren bekijken wat er gevraagd wordt en gaan zo bepaalde leesvaardigheden en aanpakken aanleren, die in de toets worden gevraagd. Met als gevolg dat de normeringen weer worden aangepast en zo blijven we achter de feiten aan lopen. Het klopt niet.
Dat scholen geinspecteerd worden lijkt me een goede zaak. Het gaat immers om de jonge mensen van de toekomst. Bekijk en check ook hoe zaken worden bereikt, wat de populatie meebrengt, hoeveel zorgleerlingen een groep telt, en zo zijn er vele facetten die een andere invalshoek geven. Geen excuus, maar in kaart brengen van een situatie. 
Ook de professionaliteit van de leerkracht is belangrijk. Onderwijs is in beweging en je vak bijhouden is goed voor jezelf en voor de leerling.
De Cito-toetsen zijn echter een bron van meer informatie om de school in kaart te brengen. Informatie over de leerling, de leerkracht, het onderwijs en hoe de school het op het gebied van resultaten doet. Daar moet op worden geacteerd. Dat is prima. Zorg wel dat de drive van een school, de flow van de leerkracht, de kracht van de intern begeleider en het enthousiasme van de directeur gestimuleerd blijft en ze door kunnen gaan met hun boeiende vak onderwijs. Het zou zonde zijn als dit ten koste gaat van het pedagogische klimaat. Leerkrachten hebben uit passie hun beroep gekozen. Geef ze de ruimte.

zondag 8 maart 2015

Transparant

Transparantie is een woord dat tegenwoordig in de samenleving hoogtij viert. Alles moet meetbaar en zichtbaar zijn. Alles moet openbaar gemaakt worden. Het moet inzichtelijk zijn, het liefst voor de "gewone" man of vrouw. Levert transparantie op wat het beoogt?

Het is in alle sectoren zichtbaar. Verantwoorden wat je doet, hoe lang je iets doet, wat het oplevert en wat men doet als het resultaat tegenvalt. Het is voor iedereen terug te zien.
Ook in het onderwijs is de transparantie toegeslagen. Via een schoolondersteuningsprofiel moet je je kunnen verantwoorden naar het samenwerkingsverband. Via een rapport van de inspectie wordt een school in een glazen huis gezet naar buiten. Via 'Scholen op de kaart', de zogenaamde Vensters worden alle gegevens, ook de financiële, openbaar gemaakt, zodat iedereen hierin kan kijken en oordelen.
Het voordeel van transparantie is dat misstanden snel worden ontdekt. Er is openheid van zaken. Er kan snel ingespeeld worden op zaken die niet goed gaan.
Het nadeel is dat niet alles wat meetbaar belangrijk is en niet alles wat belangrijk is meetbaar gemaakt kan worden. Neem nu bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat op de basisschool. Het is het allerbelangrijkste voor leerlingen om een prettige veilige sfeer op school te creëren, waar leerlingen gewoon naar de leerkracht toe durven stappen. Ze moeten vragen kunnen stellen, ze moeten hun hart kunnen luchten of gewoon even iets kunnen vertellen wat er buiten met Pietje is gebeurd. De inspectie hanteert geen normindicatoren voor het pedagogisch klimaat.
Ook zelfstandigheid van leerlingen of de eigen verantwoordelijkheid worden niet getoetst. Dat wordt ook een beetje lastig. Het zijn wel belangrijke aspecten waaraan je ziet of leerlingen straks goed kunnen functioneren in de maatschappij.
De Cito-scores zijn meetbaar, maar dit is niet het enige wat een school wel of niet goed maakt. De gemiddelde scores van een groep kinderen kan zomaar onder de norm liggen, omdat deze groep kinderen toevallig minder capaciteiten heeft. De inspectie rekent 3x een onvoldoende Cito eindscore als zwakke school. Vij 2x ben je al kwetsbaar. Terwijl normen worden opgeschroefd en de gemiddelden dus ook steeds verder omhoog gaan. Scholen of groepen die te laag (lees: onder het gemiddelde) scoren, vallen buiten de boot. Toch zijn deze scholen niet per definitie zwakke scholen. Daarvoor moet je veel meer bekijken.
Gelukkig komt er een nieuw toezichtskader van de inspectie. Nu maar hopen dat dit ook daadwerkelijk naar de hele basisschool gaat kijken.
Toch is het een scheef beeld om met bepaalde punten en vooral de Citoscores zo hoog in de rangorde te plaatsen. Heb je wel mazzel als je toevallig veel kinderen op niveau hebt binnengehaald. En dan nog maar niet te spreken over kleine groepen, waarbij je heel snel hoog of juist laag kan uitvallen.
Het is een moeilijk gegeven die transparantie. Ik ga er in ieder geval flink van transpireren. Laat de school de school, laat het kind kind zijn, maar laat vooral de kracht van de leerkracht bij de leerkracht. Worden we nu echt zoveel slimmer als 25 jaar geleden? 


zondag 23 maart 2014

Onderwijsbehoefte en metingen

In de onderwijsontwikkelingen wordt veel gesproken over de organisatie, de samenwerkingswerkingsverbanden, passen onderwijs, handelingsgericht werken en alle mensen die hiermee te maken hebben. Laten we echter een ding niet uit het oog verliezen: Het kind zelf. En vooral: Wat heeft dit kind nodig?

Het begint al op de dag van de geboorte. Het kind is op de wereld. De mensen er omheen vragen zich af: Wat heeft dit kind nodig? Drinken, een schone luier, een bad of gewoon even lekker knuffelen bij papa of mama.
De behoefte van een kind wordt steeds groter en complexer. Van alleen melk drinken wordt de behoefte aan bepaald eten groter, maar ook qua ontwikkeling worden zijn uitdagingen groter. Daarnaast wordt ook zijn eigen autonomie verder ontwikkeld. Het breidt zich steeds verder uit.
Op de basisschool komt een kind als vierjarige binnen. Wat heeft zo'n kind nodig? Aandacht van de juf, veiligheid en vertrouwd raken met de omgeving, het gevoel hebben dat zijn vader en moeder hem weer op komen halen, het idee hebben dat het iets kan, maar ook uitgedaagd worden tot een kind dat zich verder ontwikkeld. Daarbij zijn ook de vriendjes belangrijk en moeten ze leren samenwerken, leren samen te spelen, leren ruzie te maken en weer op te lossen. Het kind komt met een heleboel facetten in aanraking en maakt zich klaar voor de grote wereld van straks waarin hij zelf zijn eten kan maken, zelf geld kan verdienen, zelf ontdekkingen doen en zelf keuzes maken. 
Dat kind wordt door zijn omgeving daarin begeleid.
Nu willen we natuurlijk het onderste uit de kan en het beste voor ieder kind. Logisch. Hoe zorgen we in Nederland ervoor dat ieder kind het beste krijgt? De grote vraag is: Hoe kunnen we dat meetbaar maken?
Verwoede pogingen tot kwaliteitsverbeteringen hebben geleid tot aanzienlijke resultaten enerzijds, maar tot krampachtige cijfermatige en beoordelende rapporten anderszijds. Er zijn bepaalde dingen te meten. De vooruitgang die leerlingen maken. Dat is mooi. Andere dingen zijn veel moeilijker te meten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat.
De Nederlandse overheid is bezig om bepaalde metingen te gebruiken als beoordeling voor de kwaliteit van de school die zijn boekje te buiten gaat.
De Cito Eindtoets van groep 8 is zoiets. De score van die eindtoets bepaald of een school een goede kwaliteit heeft. Ooit is de Citotoets bedoeld geweest om te bekijken wat leerlingen hebben geleerd en hoe we zaken wellicht anders kunnen doen. Nu wordt diezelfde toets als meetinstrument gebruikt om de kwaliteit van een school te meten. Wanneer gaat we in Nederland begrijpen dat we verkeerd bezig zijn?
Citotoetsen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in welke leerdoelen behaald zijn en waar we kunnen bijstellen. De vaardigheidsscores van leerlingen staan hierbij centraal. Natuurlijk kan het de ene keer eens lager zijn en de andere keer wat hoger. Zaak is om er dan een analyse op los te laten hoe dit komt. Vervolgens te bekijken welke actie er moet volgen om ander en beter onderwijs te bieden. Dat onderwijs is belangrijk. De leerkracht doet ertoe. De intern beleider doet ertoe. De directeur doet ertoe. Met elkaar kijken naar het kind is een uitdaging die niet in cijfertjes is te omschrijven, laat staan te beoordelen. Samen zetten we het kind centraal en kijken wat dit kind nodig heeft in deze groep, bij deze klasgenootjes, bij deze leerkracht, op deze school en bij deze ouders. Daar moet op geacteerd worden.
Zoals een collega-directeur laatst zei: Je wilt geen enkel kind, om welke reden dan ook, moeten uitvinken bij de Cito van groep 8. Iedereen telt mee en ieder kind mag zich ontwikkelen zoals hij of zij is. Wij moeten als Nederland zorgen voor optimale omstandigheden op alle vlakken. Zodat naast rekenen en taal ook sociaal emotioneel een kind goed in hun vel zit en klaar is voor de grote wereld.




zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld. 

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.

zaterdag 9 maart 2013

Cijfers

Als jong kind leer je tellen, je leert de symbolen van de cijfers herkennen. Wanneer je verder komt krijg je cijfers voor toetsen en op je rapport. De cijfers kunnen ook een financiele situatie weergeven. Wat je ook doet met cijfers, gebruik ze goed.

Kinderen in groep 1 en 2 leren spelenderwijs tellen, hinkelen, het getalbeeld, groepjes maken en zien waar cijfers terugkomen in de dagelijkse praktijk. Zo leren kinderen vanuit hun eigen belevingsbeeld de cijfers.
Vanaf groep 3 worden kinderen steeds meer beoordeeld, soms eerst nog in de vorm van woorden zoals goed, ruim voldoende, voldoende, matig en onvoldoende, maar later worden er serieuze cijfers gegeven voor toetsen en werkstukken. Ook het Leerlingvolgsysteem levert CITOcijfers op. N.a.v. de CITO Eindtoets in groep 8 komen cijfers weer op een andere manier in beeld. 
Cijfers vinden we in ons dagelijks leven terug als we boodschappen doen, geld pinnen, de stad in gaan, salaris krijgen, benzine tanken, op de snelweg rijden, maar ook als we onze financien in orde moeten maken voor de belastingen. Banken hebben natuurlijk nog meer te maken met veel meer cijfers en grote getallen.
Zo kun je cijfers op verschillende manieren bekijken en opvatten:
- als hoofdtelwoord 3, 0, 5 als nummer, bijvoorbeeld een telefoonnummer bestaat uit losse cijfers, een jaartal ook of je kunt het gebruiken als aanduiding van een groep: groep 3.
- als rangtelwoord, eerste, tweede, zesde, achtste in een rij, tellend dus.
- koppeling van het telwoord met het beeld van het getal erbij, het symbool.
- een teken van een resultaat (rapportcijfer), ik heb een mooi cijfer gehaald.
- weergave van een financiele situatie, de cijfertjes.

Tot zover is alles helder. Niets zo duidelijk als een cijfer. Totdat we er de verkeerde dingen mee gaan doen.
Zo kwam in de afgelopen week in het nieuws dat de onderwijsraad adviseert om de cijfers (eigenlijk getallen) van de CITO Eindtoets openbaar wil maken.
Met welk doel wil men dat? Is er een duidelijke uitleg wat deze cijfers betekenen? Een cijfer is een feit hoe een kind op dat moment gescoord heeft op een gemiddeld landelijk niveau. Er staat niet bij wat dit kind heeft meegemaakt, welk IQ (al is dit ook niet altijd betrouwbaar) dit kind heeft, hoe hard de leerkracht heeft gewerkt om het kind verder te krijgen, hoeveel motivatie dit kind heeft, of het kind tussentijds is verhuist, en ga zo maar door. We kijken puur naar een cijfertje, zonder het verhaal erachter.
Je moet je dan afvragen of het reeel is, dat al die cijfers met elkaar worden vergeleken, want dat gaat gebeuren. En welke beoordeling geeft een buitenstaander aan dat cijfer? Levert de binnenstad van Amsterdam gelijkwaardige cijfers met een kleine school op het platteland?
Tuurlijk is het goed om een bepaalde richtlijn te hebben waar je als school naar toe kunt werken. Maar het mag niet zo zijn dat een afrekencultuur ontstaat.
Laat zien als school wat voor leerlingen je in huis hebt, welke instructies worden gegeven, hoe interventies plaatsvinden, welke doelen gesteld worden, hoe je rekening houdt met dit kind, in deze situatie, met deze ouders, bij deze leerkracht en deze medeleerlingen. Hoe mooi is het onderwijs om te zien dat je accentverschillen kunt leggen. De ene school vindt het belangrijk om Engels erbij te geven, een andere school zal zich richten op iets anders. Dat mag. Leer kinderen ontwikkelen tot mensen die zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren, met alle mogelijke middelen zoals bijvoorbeeld de social media. Leer ze om te gaan met de wereld van nu. Met richtlijnen, maar zonder af te rekenen. Leren met plezier in een veilige omgeving, zonder neer te halen. 
Zou het tij nog keren? Zou er nog een golfbeweging ontstaan en de accenten weer op de sociale vaardigheden komen te liggen.
Dan begin ik vast af te tellen: 10, 9, 8, 7, 6, ......


vrijdag 25 januari 2013

CITOtoets, voor wie?

Januari is de maand waarin de CITO's van alle jaargroepen worden afgenomen. Behalve groep 8. Zij mogen begin februari weer aan de slag. Wat levert het op en wat brengt het teweeg?

Er zullen kinderen zijn, die het spannend vinden om een toets te maken. Toch wennen kinderen daaraan. Zo ook de leerkrachten. En als leerkrachten eraan gewend zijn geraakt, zullen zij daardoor ook minder spanning overbrengen bij de leerlingen.
Maar wat levert het op? De resultaten van de leerlingen op dat moment, afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Een mooi streven om zo de eigen school in kaart te brengen. Waar moeten we als school op letten? Waar kan de instructie worden verbeterd? Waarom is dit kind blijven steken op een bepaald niveau? Welk vak verdient de komende periode meer aandacht? 
Zo kun je zorgen dat de lessen verbeterd worden. Na analyse van het probleem, kun je werken aan bepaalde doelen en het kind verder helpen. Welke onderwijsbehoefte hoort bij dit kind?
Toch geeft deze informatie en de controle door de inspectie ook een wrange bijsmaak. Ben jij een zwakke school als je onder de norm zit? Waarom wordt de spelling niet meegenomen bij de controle? Wat als je kleine groepen hebt en bijvoorbeeld een combinatieklas hebt van 20+8 leerlingen? Hoe wordt gekeken naar een school waarbij een leerkracht langdurg ziek is en men afhankelijk is van invallers? Wat wordt gedaan met het uiterst belangrijke pedagogische klimaat? 
Dan heb ik het nog niet gehad over de manier van afnemen van een toets. Het is een heel verschil of je de stopwatch intikt NADAT het kind begonnen is, of dat je eerst indrukt en dan het kind laat beginnen met het lezen van de woordjes van de DMT (drieminutentoets). Het kan zomaar 2 of 3 woorden en daardoor ook een niveau schelen. Reken je dezelfde fouten dubbel of enkel? Als het kind het antwoord 31 heeft gegeven en het had 13 moeten zijn, is het dan goed (omdat dit kind dyslectisch is) of rekent men het fout?
Een school die pas in september is gestart (door een late zomervakantie) mist 3 weken les t.o.v. een andere school met een vroege vakantiue. Dit is zeker in groep 3 een groot nadeel. Hebben ze de "f " net wel of net niet al geleerd. Voor een twijfelgeval kan dit slecht uitpakken.
Ooit heb ik op een school gewerkt waar een leerkracht fraudeerde met de CITOresultaten. Gewoon om er maar goed uit te komen en geen handelingsplannen hoeven te maken. Ik heb het dus maar 1x keer gezien. Zou dit niet vaker gebeuren?
Als jouw school onder de norm dreigt te komen, hoe eerlijk blijft men dan?
En mochten er meerdere fraudeurs aanwezig zijn, dan stijgt het gemiddelde en liggen anderen eronder. Hoe zuiver is het?
Ik ben niet tegen de CITO. Ik denk dat het een mooi instrument kan zijn, om te zien waar een school staat. Wat ik wel lastig vind, is dat een school afgerekend kan worden op zijn resultaten, terwijl er zovele oorzaken kunnen zijn, waarom een groep laag gescoord heeft. Wanneer je dan als zwakke school bestempeld wordt, zal er gekeken moeten worden wat er wordt gedaan op school. Wat belangrijk is, is hoe er instructie wordt gegeven, hoe aangesloten wordt op ieder kind, welke interventies worden gegeven, hoeveel onderwijstijd er aangegeven staat en daadwerkelijk wordt besteed aan een bepaald vak. Wat is de kwaliteit van de leerkracht? Hoe komt het dat deze leerlingen laag gescoord hebben? Wat kan daarvan de oorzaak zijn en hoe kunnen we het resultaat opkrikken.
Want naast de resultaten zijn ook andere zaken belangrijk. Deze worden vaak niet gemeten. Het gaat ook om het welbevinden van de kinderen en hoe de school omgaat met de onderwijsbehoefte van de leerlingen. Zo is het ook belangrijk om de kwaliteiten van iedere leerkracht in kaart te brengen. Kunnen we de inspectie niet overtuigen van het complete beeld van een school met alle mooie aspecten? Genieten van de tops en leren van tips.
Leren van elkaar, zowel kinderen als leerkrachten. Daarmee kun je elkaar versterken, en dat komt weer ten goede aan de school en de kinderen. 
Middelbare scholen vragen nog weleens om de CITO eindtoets, alvorens leerlingen aan te nemen. Mijn advies: luister naar de basisschool, kijk naar het OKR(onderwijskundig rapport), de school heeft een veel beter beeld van het kind, hoe het al die jaren heeft gewerkt en gescoord. Daarmee komt een kind beter tot zijn recht. Het draait immers niet om een getal of een letter, maar het draait om het kind. Die staat centraal!

zaterdag 19 januari 2013

CITO en kwaliteit

De inspectie controleert een aantal CITOscores en de eindscore van groep 8. Daarop wordt een school beoordeeld of hij goed, matig of zelfs zwak is. Een zwakke school kan jhet schudden, want die krijgt extra toezicht. Is dat wel terecht? Een school beoordelen op de CITOscores?

Het is weer januari en de CITOtoetsen(de Midden versie) vliegen weer om onze oren, of eigenlijk om de oren van de leerlingen. De CITOeindtoets voor groep 8 volgt begin februari.
De CITO beoordeelt een aantal zaken. De kennis van taal, rekenen, begrijpend lezen en spelling. In de CITOeindtoets van groep 8 zit ook nog een deel informatieverwerking. Is hiermee een school in kaart gebracht? Voor de inspecteur zijn dit de belangrijkste cijfers.
Minstens zo belangrijk is, of kinderen met plezier naar school gaan. Voelen kinderen zich veilig? Hoe er wordt omgegaan met ongewenst gedrag. Worden kinderen die anders zijn geaccepteerd? Hoe wordt omgegaan met sociale vaardigheden? Worden kinderen gestimuleerd om zelfstandig te worden? Kunnen kinderen presenteren? Kunnen kinderen een goed verhaal op paier zetten? Hoe worden kinderen die opvallen extra begeleid? Welk taalgebruik wordt gehanteerd op school? Krijgen kinderen daadwerkelijk waar ze behoefte aan hebben?
Het zijn allemaal belangrijke items waarmee het rugzakje van een kind gevuld wordt en waarom een basisschool zich ook basisschool mag noemen. Dat is natuurlijk wel meer dan alleen de cijfers van de CITO. 
Nu kijkt de inspectie ook naar de zorgtaken binnen een school, het pedagogisch klimaat wordt meegewogen, en zo zijn er nog een aantal criteria waaraan een breed schoolonderzoek onderworpen wordt. Toch zijn de opbrengsten tussendoor en ook die van groep 8 wel doorslaggevend. Dat is niet geheel terecht.
Waarom niet? Allereerst vanwege de bovenstaande vaardigheden die kinderen ook behoren mee te krijgen als basis. Het heet niet voor niets basisschool. Maar ook omdat een deel geografisch bepaald is. Een school kan een langdurig zieke leerkracht hebben, waardoor het leerrendement stagneert. Er zijn scholen die zullen frauderen, waardoor eerlijke scholen er nog beroerder uitkomen. Als een schooljaar later begint scoort jouw groep (met name groep 3 is hierin vaak de pineut met het aanleren van de letter "f").
Wie bepaalt de norm van een CITOtoets? Heeft CITO de (onderwijs)macht in handen? Moet er echt getraind worden op CITOtoetsen?
Let wel, ik vind er niets mis met het toetsen om te bekijken wat de behaalde score is. Waar stonden we en wat hebben we bereikt.
Maar om scholen die hun stinkende best doen af te rekenen op cijfers en niet alle andere belangrijke zaken mee te nemen, vind ik een kwalijke zaak.
Het wordt tijd dat de aandacht weer terug gaat naar Het Kind. Hoe ontwikkelt dit kind zich, op deze school, bij deze leerkracht en in deze groep? Daar draait het om: het kind!

zaterdag 20 oktober 2012

Met hoofd, hart en handen

Het onderwijs vraagt om meer, dan alleen leerstof en kennis. Het vraagt om een bepaalde attitude van de leerkracht, die met hart en ziel les geeft en kinderen stimuleert en begeleidt.

Onderwijs is kennisoverdracht. Zo was het vroeger en zo is het nu. Maar onderwijs bestaat niet alleen uit kennisoverdracht, al lijkt dit misschien de grootste taak. Het is veel meer dan dat.
Naast de kennis vraagt het onderwijs ook om afstemming. Een leerkracht zal zich moeten verdiepen in die leerling. De kennis zal bij het ene kind op de ene manier gaan en bij een ander kind weer op een geheel andere manier. De een zal sneller leren, anderen zullen via beeldmateriaal makkelijker leren en  sommigen hebben veel herhaling nodig. Ieder kind heeft zijn eigen onderwijsbehoefte, zijn eigen manier om zich dingen eigen te maken en zich verder te ontwikkelen. In het kader van handelings gericht werken een term die heel vanzelfsprekend is geworden.
Het vraagt van de leerkracht een flexibele houding, een bepaalde attitude, die leerkrachten zichzelf eigen kunnen maken. Een leerkracht leert ook dagelijks van zijn handelen. Samen met andere leerkrachten, de intern begeleider en de directeur kan het zijn lesgeven en zijn handelen onder de loep nemen en steeds weer verbeteren. Het is goed als een leerkracht kan reflecteren op zijn eigen gedrag. Welk effect heeft mijn manier van lesgeven op dit kind?
Onderwijs is ook de maatschappij in het klein. Een mini-samenleving waarin geleerd en gedeeld wordt, waarin gepresenteerd en gelachen wordt, waarin sociale competenties een belangrijke rol spelen. Kinderen moeten leren omgaan met de ander. Samen leren, samen communiceren, samen spelen en samen ontdekken. Maar ook samen oplossen, elkaar helpen, ruzies oplossen of samen verdriet hebben.
Onderwijs geef je met hoofd, hart en handen. Het hoofd gebruik je voor de kennis en dingen (aan) te leren. Het hart gebruik je voor de liefde van de medemens en de sociale vaardigheden. De handen gebruik je om te oefenen en om de geleerde dingen te doen, maar ook te laten zien hoe je vrolijk of verdrietig bent. Samen vrolijk zijn of elkaar troosten in het verdriet.
Onderwijs kun je daarom niet vangen in alleen CITOscores. Onderwijs is veel breder. Enerzijds de afstemming, anderzijds een prettig pedagogisch klimaat.
Onderwijs maak je samen, met hoofd, hart en handen.

maandag 6 februari 2012

CITO stress


Het is maandag 6 februari. Iedereen is druk in de weer met allerlei zaken, die de dag vullen. In de loop van de dag vraagt de leerkracht van groep 6/7/8 of er al een pakketje is binnen gekomen. Nee, nog niet. Navragend bij de IB-er, die ook nog op een andere school werkt, hoorde de leerkracht, dat de andere school de spullen van de CITO eindtoets van groep 8 al lang binnen heeft.
Dat is gek. De betreffende leerkracht komt weer bij mij en we gaan eens goed rondkijken hoe het zit. Niets. Navragen bij de school, die in hetzelfde gebouw is gehuisvest levert niets op. Navraag bij de BSO levert niets op. Hoe kan dat nou? Bellen met CITO lukt niet, helpdesk gesloten. Mailen met CITO, levert de volgende zin op "u krijgt binnen 3 werkdagen bericht". Niets niets niets. De adrenaline begint wat harder te stromen. Wat moeten we tegen de kinderen zeggen morgen. Ze zijn al zo zenuwwachtig. Wat moeten we tegen de ouders zeggen? Uitstellen? Later op de bus doen? Via de computer de CITO laten maken?
We lopen nog een keer door de school om te zoeken naar een doosje of dikke envelop. Niets. Niet op de kapstokken, niet op de kasten, niet bij de verschillende deuren, die het gebouw kent.
We komen de schoonmaker tegen en vragen of hij misschien een pakje heeft gezien, dat vorige week is bezorgd, waarin de CITO van groep 8 zit. Ja, zegt de schoonmaker, ik heb vrijdag een pakje bij de post gezien en hier op de tafel in de gang gelegd.
Maar dan moet het in de school zijn.
We lopen samen nog een rondje door de school. De leerkracht belt intussen het thuisfront om te zeggen, dat we iets later zijn. We lopen via de aula naar de andere ingang. Niets. We lopen naar boven en kijken op de gang. Niets. We lopen naar de teamkamer en zien... een doos staan, hoog in de vensterbank, een beetje verstopt. Zou dat...? We scheuren het pakje samen open. Dit is... dit is... DIT IS HET! We vliegen elkaar even om de nek en halen opgelucht adem. Pffffft, de kinderen hoeven geen stress meer te hebben, die hebben wij wel even voor ze gehad.
Alleen nog even regelen, dat er iemand bij groep 8 gaat zitten, want de leerkracht die dat zou doen was ziek geworden. Als ook dat is geregeld kunnen we opgelucht ademhalen en rond half 7 naar huis.
En dan maar denken dat kinderen CITOstress ervaren.