Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.
Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.
Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.
Posts tonen met het label behoefte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label behoefte. Alle posts tonen
zaterdag 21 december 2013
Het Groot Dictee voor een handje vol mensen
Labels:
2013,
2014,
afrekencultuur,
behoefte,
cito,
Dictee,
fouten,
Groot,
Nederlandse,
pedagogisch klimaat,
staatssecretaris,
taal,
test
zondag 4 augustus 2013
Herinneringen in het onderwijs
Herinneringen zijn voor iedereen verschillen. We hebben goede en minder goede herinneringen. Welke herinneringen blijven je bij? Kun je herinneringen oproepen of zijn ze blivend vergeten?
Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.
Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)
Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.
Ik herinner me, dat ik gisteravond het boek "Voor ik ga slapen" heb uitgelezen. Een bijzondere psychologische thriller, waarbij de hoofdpersoon door een gebeurtenis in het verleden haar geheugen kwijt is. Elke keer als ze heeft geslapen begint het allemaal weer opnieuw. Er is een dokter die haar een dagboek laat bijhouden en dan veranderen er een heleboel dingen. Intrigerend verhaal.
Weet ik alle dingen nog wel uit het verleden? Nee, waarschijnlijk niet. Er zijn flarden van herinneringen van mijn allerjongste kinderjaren en naarmate de tijd vordert ben ik meer gaan onthouden. Sommige dingen blijven je bij, anderen verdwijnen naar de achtergrond. Wanneer je iets terug probeert te halen is de belevenis voor ieder mens weer anders.
Wat gebeurt er met de herinneringen in je hoofd? Hoe onthoud je de dingen? Waarom kan de een iets makkelijker onthouden dan de ander? Mijn moeder kan bijvoorbeeld heel makkelijk telefoonnummers onthouden.
Het lijkt een stukje motivatie en interesse te zijn, maar ook Franse woordjes die je moet leren onthoud je ook nog voor een deel. Als je ergens voor geintersseerd bent gaat he makkelijker, net als dat iets betekenis heeft, zoiets blijft je bij.
Maar hoe komt het dat de een iets wel weet en de ander niet, terwijl beiden erbij waren? Er is in eerste instantie natuurlijk een stukje waarneming, daarna sla je de dingen op.Dat laatste gebeurt bij iedereen anders.
In het onderwijs is het belangrijk om kinderen bruikbare herinneringen mee te geven. Veel kinderen hebben baat bij visuele onderateuning, maar ook concreet materiaal. Laat kinderen de dingen ervaren, zo blijft ze bij wat hen wordt geleerd. Dus niet alleen het digibord, maar ook de breukendoosjes, de geuren van bloemen, het timmeren van een nestkastje, het proeven van zoet, zuur en bitter. Kinderen hebben naast het vebale aspect baat bij fysieke ervaringen en belevingen. Ze kunnen zich dan beter de betekenis voor de geest halen. Ze kunnen het beter onthouden. Het blijft een kennisrijke herinnering. Dan hebben ze er wat van geleerd.
Het is natuurlijk ook van belang wie er voor de klas staat. De leerkracht doet ertoe. Als hij er vol passie iets over vertelt, luistert naar het kind, erop ingaat, laat zien, laat ervaren en zo de kennis overdraagt, kan het kind deze leerkracht herinneren. Het kind kan daaraan associaties verbinden, die deze leerkracht heeft meegegeven. Dan blijven de herinneringen bij. Dan is het onderwijs geslaagd.
Dus: Herinneringen worden goed vastgelegd door
1. De manier waarop kennis en ervaring wordt overgedragen.
2. De manier waarop het wordt ontvangen.
3. De herhaling
4. De manier waarop de leerkracht of kennisdrager zich aanpast aan het kind of de ontvanger(interactie, inspelen op de behoefte)
Ik hoop dat mijn leerlingen zich nog veel zullen herinneren.
Labels:
behoefte,
beleving,
ervaring,
herinneren,
herinnering,
interactie,
kennis,
leren
Abonneren op:
Posts (Atom)

