On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 25 oktober 2014

Go!

Wanneer de dingen niet vanzelf gaan, heeft ieder mens de neiging tot vluchtgedrag. Denk maar aan een brand of aan herrie. Weg van de plek of verminderen van het nadeel. Handen op je oren of weg van de vervelende gevaarlijke situatie.

Zo ook bij mij. Al is dit een iets meer gecompliceerd fenomeen. Het werk levert tegenslagen, lastige keuzes, ingewikkelde strategische besluiten, privacy en stroperige samenwerking. Toch moet je juist in zo'n situatie de strijd aan gaan. Er vol in gaan. Zo komt er beweging. Zo komen veranderingen tot stand. Zo kom je zelf verder in ontwikkeling. Je groeit.
Verder gaan, schouders eronder,  niet verzuren, maar doorgaan. Niet in zak en as gaan zitten, dat levert immers niets op. Eruit kruipen. Zoeken. Een onderzoekende houding.  

Een struggle wanneer je zelf dilemma's overweegt. Enerzijds overvallen worden door lastige kwesties, anderzijds de gevolgen waarin het werk zijn tol eist. Keuzes die niet altijd goed uitpakken, invloeden van buitenaf die de school en mij persoonlijk negativiteit bezorgen en zaken die betrekking hebben op ziekte en dood.  

En dan... niet weglopen. Maar er vol voor gaan. Niet omdraaien maar recht in de ogen kijken. Niet verzuren of in de slachtofferrol schieten, maar rechtop met opgeheven hoofd de strijd aan gaan. Positief en vol vertrouwen. Zeker als dat vertrouwen verkregen wordt. 

Omdenken. Getriggerd worden juist door de gebeurtenissen. Denken in mogelijkheden. Nadenken en plannen.  Doelgericht op zoek naar oplossingen. Kijken wie mij daarbij kunnen helpen. Plan bijstellen. Creativiteit behouden en niet te veel focussen op alleen die doelen, die volgens de regeltjes behaald moeten worden. De krenten in de pap. De bevlogenheid niet verliezen.

Dan ga je wat bereiken. Dan ga ik iets bereiken. Pas dan zal je de echte overwinning voelen. Pas dan ga ik de echte overwinning voelen. Pas dan ga je vooruit en maak jij het verschil. Pas dan ga ik vooruit en kan ik het verschil maken.

Geen gemaar, maar gaan! Ik ga.
Go!

zaterdag 30 augustus 2014

De school kan beginnen

De school kan beginnen. Alles staat klaar. Hoe gaan we beginnen? Verder op de oude voet? Een verandering doorvoeren? Een andere weg inslaan? Kinderen klaarmaken voor een snel veranderende maatschappij vol digitale middelen? Kinderen klaarstomen voor de maatschappij van morgen, waarvan wij nog niet weten hoe die eruit ziet?

Meegaan met de tijd is belangrijk. Dat geldt zeker voor het basisonderwijs, waarin we de kinderen voorbereiden op hun latere leven als zelfstandige verstandige volwassene. Wat is dan belangrijk dat kinderen kunnen, weten, doen en denken?
De nadruk ligt nu enorm op de resultaten. Taal, rekenen en lezen moeten goed zijn. Daar zit een kern van waarheid in. Er is wellicht hier en daar meer uit kinderen te halen. Als moeten we ons goed realiseren dat kinderen geen eenheidsworsten zijn zijn. Net als het leren lopen, leren fietsen en leren praten gaan ook de schoolvakken niet allemaal in hetzelfde tempo. De ene leerling heeft meer tijd nodig dan de ander en een derde zal altijd nooit een hardloper of een rekenwonder zijn. Toch moeten de kinderen van een bepaalde groep allemaal dezelfde toetsen doen en moeten zij aan een gemiddelde voldoen. Dat klopt niet.
Dan is taal rekenen en lezen ook nog eens een klein onderdeel van het gehele pakket dat wordt meegegeven aan kinderen van de basisschool. De basis bestaat niet uit alleen lezen, rekenen en taal. Kinderen leren van elkaar door samen te werken. Kinderen leren te ruziën en die ruzie op te lossen. Kinderen leren tegenslagen te verwerken. Ze leren zelfstandig te worden. Ze leren verantwoordelijkheid te nemen. Sociaal emotioneel leren ze zich verder te ontwikkelen. Ze leren vragen te stellen, kunstwerken te maken en te bewegen in de gymnastiekles. Het kind leert vertrouwen, leert te groeien en leert fouten te maken en hulp te vragen.
Al deze onderdelen zijn belangrijk om een volledig kind te kunnen afleveren en zich verder te ontwikkelen en verder te groeien. Geef kinderen, maar ook volwassenen die deze kinderen begeleiden vertrouwen om dit voor elkaar te krijgen. Het komt dan echt goed.
Natuurlijk kun je kritisch kijken naar je leesles en de instructie van het rekenen. Maar als we alleen daar de focus leggen, is dit te eenzijdig. Kinderen kunnen straks goed leren, zaken opzoeken, digitaal kunnen ze uitstekend uit de voeten, maar ze kampen in hun werk wel met een burn-out, want er worden nog veel meer dingen gevraagd.
Hoe kunnen we het onderwijs zo inrichten dat ieder kind tot zijn recht komt, de leerkracht vertrouwen krijgt, ouders zien dat hun kind echt groter wordt en blijft ontwikkelen en de minister het vak weer teruggeeft aan de onderwijzers? Als we het daar weer over eens zijn, kan de school weer beginnen.
Veel plezier met de kinderen van nu, die we als onderwijsgevenden een stap verder brengen.

woensdag 27 augustus 2014

Alles komt tot leven....

Na een vakantie periode, waarin iedereen - nou ja veel mensen en kinderen- tot rust komt en alles op een lager pitje draait, komt alles weer op gang.

Het beweegt. Het slot is van de deur, ramen staan lekker open, gordijnen wapperen en er komt beweging. Mensen ontmoeten elkaar en vertellen vakantieverhalen. Sommige mooie, andere met wat teleurstellingen. De meeste verhalen klinken rustig, relaxed, mooi en enthousiast.
Tafels en stoelen worden geschoven. Kasten worden op hun plaats gezet. Een poster wordt opgehangen. Uhm, even kijken, wat mis ik nog? Instructietafel op zijn plaats. Krukken erbij. Boekenstandaard in orde.
Even tellen, heb ik genoeg tafels? Ja, OK. Staan ze goed zo? Nee, nog even die wisselen of zal ik deze toch vooraan plaatsen? Waar is mijn plattegrond? Ik had toch bedacht dat ik het zo op zou lossen. Even bespreken met mijn duo.
Boeken en schriften worden klaargelegd. Namen worden opgeschreven. Dagritmekaartjes worden gemaakt, geplastificeerd en netjes geknipt. Naamkaartjes worden getypt. Een voor op de tafel, een voor de kapstok en een voor een laatje. De kapstokken netjes. Plantje erbij.
Nog iets op het raam. Een tekening. Overtrekken, natrekken, inkleuren, lijntje trekken. 
Even denken heb ik alles? Het is al laat, morgen maar verder. Dan neem ik die methode nog even mee naar huis, kan ik daar nog even naar kijken.
Spullen klaarleggen, computers checken, kopiëren voor komende week, spellen ordenen, kleurpotloden natellen en verdelen, punten slijpen, papier regelen, kladblokken klaarleggen.
De denkraderen beginnen te draaien. Jaarplanning. Vergadering. Werkgroepen. Startfeest. Klopt het allemaal?
Eerste bijeenkomst, iedereen vol frisse en goede moed, de schouders eronder, verhalen vertellend en aanhorend, lachen, wachten...
.. en maandag staan al die springende lachende stralende bruine gezichtjes weer voor je en ze vertellen je een heleboel. 
Goedemorgen! De school kan beginnen.



vrijdag 6 juni 2014

Transparantie

Doorzichtigheid, materiaal waar je doorheen kunt kijken, een dun velletje.Transparantie in een organisatie, de mate waarin een organisatie, bedrijf of onderneming zichtbaar, open en toegankelijk is.


Mooi. Duidelijkheid is voor iedereen fijn. Helderheid geeft openheid van zaken. Transparantie over wat er wel of niet gebeurt. Goed om alles te kunnen zien. Prima. Of toch niet? 
Als er spontaan iemand op bezoek komt en het is een puinhoop in de kamer, voel ik me toch wat ongemakkelijk. Mensen zullen denken dat het hier altijd een puinhoop is of wij misschien wel slordig of vies zijn. Maar misschien is het dan een feit om te tellen hoe vaak hier een was wordt gedraaid, hoe vaak er wordt gestofzuigd en hoe vaak de ramen worden gewassen. Geeft dat dan een goed beeld van mijn huishouden? 
Je wilt het beste laten zien van jezelf. Geldt dit niet ook voor ondernemingen, bedrijven en scholen? Moet alles transparant worden? Dat is een vraag die mij bezighoudt. Het roept bij mij toch wat weerstand op. Welke informatie krijg ik als ik weet hoeveel sterfgevallen er in een bepaald ziekenhuis zijn voorgevallen? Zou ik dan niet naar dat ziekenhuis moeten gaan? Waarom niet? Is het niet veel belangrijker om te zien hoe dit komt?
We kunnen er niet meer onderuit in het basisonderwijs. Alles is open, openbaar en transparant. Is het niet via de POVensters of in de krant, dan is het wel via een inspectierapport. Iedereen kan alles zien. Tenminste, de cijfers en getallen die openbaar gemaakt moeten worden en de interpretatie van iemand. Daardoor zie je maar een gedeelte van een school, namelijk bepaalde kale cijfers, soms een beoordeling van een inspecteur of een kleine toelichting van de school. Jammer is, dat wat je aan cijfers ziet of wat je leest, niet de lading dekt van een school. Een school is veel meer dan alleen cijfers en een stukje tekst. Het is goed om die cijfers te kunnen toelichten. En niet door er een verhaaltje van te maken, maar door gewoon te komen kijken in het bedrijf of de school. Het houdt verband met:
- welke populatie zit op deze school?
- wat is de grootte van de groep en de grootte van de school?
- in welke ontwikkeling zit een school?
- hoe is het gesteld met de medewerkers?
- hoe groot is de instroom halverwege de basisschool?
- wat is het leerkrachtgedrag?
- hoe hebben kinderen een toets gemaakt?
Zo zijn er allerlei factoren die wel of niet beinvloedbaar zijn. Er zijn onderdelen waar je aan kunt werken als school. Neem het leerkrachtgedrag, de manier van instructie geven of het trainen van bepaald woorden en teksten. Andere zaken zijn moeilijker te beinvloeden. We kijken dan naar de capaciteiten van kinderen, de thuissituatie, de verhuizingen ed. 
En dat is nu precies waarom losse cijfers, al die transparantie, zogenaamde openheid en de subjectieve beoordeling van een inspecteur niet alles zeggen van een bedrijf, een school en zelfs van mijn huiskamer. Komt u maar gewoon langs, u krijgt een lekkere bak koffie een een geurend kopje thee met wat lekkers erbij.


donderdag 8 mei 2014

Selfie

In deze tijd niet meer weg te denken: Een selfie. Een woord dat overgevlogen is uit Amerika. Een foto die je van jezelf maakt. Het woord dat in 2013 in de Dikke van Dale verscheen. Het werd in dat jaar ook gekozen tot woord van het jaar in Nederland en Vlaanderen. 
In de spreektaal zijn hierop ook verschillende varinaten ontstaan.

Met een mobiele telefoon, een Ipad of een webcam kun je makkelijk een selfie maken. Op het apparaat zit een knop, waarmee je de camerafunctie kan omdraaien. Hierdoor kun je naast het gewone fotograferen ook hetgeen dat zich voor de camera bevindt op de foto zetten. Kortom de fotograaf zelf kan zichzelf fotograferen. Kenmerkend is dat je op de foto ziet dat degene die op de foto staat de camera zelf vasthoudt. 
10 of 20 jaar geleden met een analoge camera (een fotocamera met fotorolletjes die je moest laten ontwikkelen en afdrukken), maar later ook met een digitale camera kon dit eenvoudigweg niet. We hadden wel een zelfontspanner. De camera werd keurig neergezet of op een statief geplaatst. Het knopje van de zelfontspanner moest worden aangezet. Vervolgens drukte men op de afdrukknop en ging met als de wiedeweerga naar de plek waar de foto van werd gemaakt. Zo kon je jezelf of jezelf samen met de hele familie op de foto zetten. Heel handig.
Soms vroeg je ook gewoon of een ander de foto even voor jou wilde maken. Geen probleem.
Met de selfie is dat allemaal een stuk handiger geworden. En naast de selfie heb je ook bijvoorbeeld een stemfie in het stemhokje. En zo zijn er nog meer varianten in ons taalgebruik verschenen. 
Laatst was ik bij mijn ouders (89 en 91) en hadden we ook over een selfie. Ik ging hen met mijn eigen mobiel wel even laten zien wat dat was. Geweldig. Een hele ontdekking. Mijn vader had ook in de krant gelezen over de stemfie in het stemhokje en begreep nu natuurlijk hoe men dat kon doen.
Voor mij leuk om met mijn ouders op de foto te gaan, voor hen leuk hoe zo'n selfie nu gemaakt werd. Was ik alleen nog vergeten, dat als ik een foto maak, van 2 personen waaronder ikzelf, dit geen selfie heet, maar een saamfie. Ach, kniesoor die daar op let.



zondag 23 maart 2014

Onderwijsbehoefte en metingen

In de onderwijsontwikkelingen wordt veel gesproken over de organisatie, de samenwerkingswerkingsverbanden, passen onderwijs, handelingsgericht werken en alle mensen die hiermee te maken hebben. Laten we echter een ding niet uit het oog verliezen: Het kind zelf. En vooral: Wat heeft dit kind nodig?

Het begint al op de dag van de geboorte. Het kind is op de wereld. De mensen er omheen vragen zich af: Wat heeft dit kind nodig? Drinken, een schone luier, een bad of gewoon even lekker knuffelen bij papa of mama.
De behoefte van een kind wordt steeds groter en complexer. Van alleen melk drinken wordt de behoefte aan bepaald eten groter, maar ook qua ontwikkeling worden zijn uitdagingen groter. Daarnaast wordt ook zijn eigen autonomie verder ontwikkeld. Het breidt zich steeds verder uit.
Op de basisschool komt een kind als vierjarige binnen. Wat heeft zo'n kind nodig? Aandacht van de juf, veiligheid en vertrouwd raken met de omgeving, het gevoel hebben dat zijn vader en moeder hem weer op komen halen, het idee hebben dat het iets kan, maar ook uitgedaagd worden tot een kind dat zich verder ontwikkeld. Daarbij zijn ook de vriendjes belangrijk en moeten ze leren samenwerken, leren samen te spelen, leren ruzie te maken en weer op te lossen. Het kind komt met een heleboel facetten in aanraking en maakt zich klaar voor de grote wereld van straks waarin hij zelf zijn eten kan maken, zelf geld kan verdienen, zelf ontdekkingen doen en zelf keuzes maken. 
Dat kind wordt door zijn omgeving daarin begeleid.
Nu willen we natuurlijk het onderste uit de kan en het beste voor ieder kind. Logisch. Hoe zorgen we in Nederland ervoor dat ieder kind het beste krijgt? De grote vraag is: Hoe kunnen we dat meetbaar maken?
Verwoede pogingen tot kwaliteitsverbeteringen hebben geleid tot aanzienlijke resultaten enerzijds, maar tot krampachtige cijfermatige en beoordelende rapporten anderszijds. Er zijn bepaalde dingen te meten. De vooruitgang die leerlingen maken. Dat is mooi. Andere dingen zijn veel moeilijker te meten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat.
De Nederlandse overheid is bezig om bepaalde metingen te gebruiken als beoordeling voor de kwaliteit van de school die zijn boekje te buiten gaat.
De Cito Eindtoets van groep 8 is zoiets. De score van die eindtoets bepaald of een school een goede kwaliteit heeft. Ooit is de Citotoets bedoeld geweest om te bekijken wat leerlingen hebben geleerd en hoe we zaken wellicht anders kunnen doen. Nu wordt diezelfde toets als meetinstrument gebruikt om de kwaliteit van een school te meten. Wanneer gaat we in Nederland begrijpen dat we verkeerd bezig zijn?
Citotoetsen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in welke leerdoelen behaald zijn en waar we kunnen bijstellen. De vaardigheidsscores van leerlingen staan hierbij centraal. Natuurlijk kan het de ene keer eens lager zijn en de andere keer wat hoger. Zaak is om er dan een analyse op los te laten hoe dit komt. Vervolgens te bekijken welke actie er moet volgen om ander en beter onderwijs te bieden. Dat onderwijs is belangrijk. De leerkracht doet ertoe. De intern beleider doet ertoe. De directeur doet ertoe. Met elkaar kijken naar het kind is een uitdaging die niet in cijfertjes is te omschrijven, laat staan te beoordelen. Samen zetten we het kind centraal en kijken wat dit kind nodig heeft in deze groep, bij deze klasgenootjes, bij deze leerkracht, op deze school en bij deze ouders. Daar moet op geacteerd worden.
Zoals een collega-directeur laatst zei: Je wilt geen enkel kind, om welke reden dan ook, moeten uitvinken bij de Cito van groep 8. Iedereen telt mee en ieder kind mag zich ontwikkelen zoals hij of zij is. Wij moeten als Nederland zorgen voor optimale omstandigheden op alle vlakken. Zodat naast rekenen en taal ook sociaal emotioneel een kind goed in hun vel zit en klaar is voor de grote wereld.




zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld. 

donderdag 2 januari 2014

Voorkomen en voornemen

Heel veel woorden in de Nederlandse taal hebben meerdere betekenissen. Het is maar net in welke context je bepaalde woorden gebruikt. Voorkomen en voornemen zijn zulke woorden.

Nu er er weer heel wat mensen (of grote kinderen) zich hebben uitgeleefd met vuurwerk in de afgelopen dagen, is het woord "voorkomen" een mooi voorbeeld van een woord met verschillende betekenissen. 
Het kan voorkomen dat er in de straat vuurwerk wordt afgestoken. Kunnen we dat voorkomen? Nee, ik denk het niet. Maar ik hoop wel dat als het echt fout gaat, de afstekers moeten voorkomen. Of zijn mensen met een bepaald voorkomen daarvan uitgesloten? In ieder geval heeft het iets preventiefs.
1. Voorkomen, met het accent op vóór, in de betekenis van 'het kan gebeuren'
2. Voorkomen, met het accent op kó, ervoor zorgen dat iets niet gebeurt.
3. Voorkomen bij de rechter om wel of niet veroordeeld te worden.
4. Voorkomen als zelfstandig naamwoord. Jouw voorkomen, jouw gezicht of jouw aanzien.

Zo heeft ook het woord voornemen, wat in januari een hoge frequentie heeft in het gebruik ervan, een aantal betekenissen. Ik heb me voorgenomen om dit voornemen tot een goed einde te brengen. 
1. Voornemen als werkwoord betekent beogen, het plan hebben om iets te gaan doen.
2. Voornemen als zelfstandig betekent een besluit, een plan, een doel.

Natuurlijk moet je voorkomen dat je verzandt in goede voornemens die je niet waar kunt maken, misschien zelfs beter kunt voorkomen. Een goed voornemen: Voorkom met dit voorkomen dat het voornemen een slecht voornemen is. 
Ik ben benieuwd naar jouw voornemen of wil je dit zien te voorkomen?

woensdag 1 januari 2014

Stilte na de storm: tijd voor overdenkingen.

Wat is het stil buiten. De wind waait niet. Het regent (nog) niet. Het zonnetje heeft zijn stralen laten schijnen vandaag. Het is rustig buiten. Geen geknal (meer). Het is rustig binnen. We eten de laatste restjes.

Het is 1 januari 2014. Na een nacht vol explosief vuurwerk, mooie oplichtende gekleurde sterren, knetterende geluiden, gillende sirenes en prachtige beelden boven de stad is het rustig. Meestal hoor je nog wat knallen en geknetter van overgebleven vuurwerk. Vaak hoor je dat er ook op nieuwjaarsdag nog mensen het ziekenhuis binnenstrompelen, omdat er gevonden vuurwerk toch nog even moet worden afgestoken. Zouden we met z'n allen verstandiger worden?
Nu moet ik eerlijk toegeven, dat ik niet veel geef om vuurwerk. Grootgebracht met sterretjes en ik heb het ook nooit gestimuleerd bij de kinderen. Niet dat zij het niet hebben gedaan. Ze wilden erbij horen en ook vuurwerk kopen en afsteken. Prima, maar dan betaal je het zelf, ik doe daar niet aan mee. Maar ook zij zijn de kwajongens- en kwameidenstreken ontgroeid en hebben dit jaar niets gekocht. Immers: Zonde van het geld.
67 miljoen vuurwerk de lucht in. Denkt u zich eens in wat we daar niet voor mooie dingen mee hadden kunnen doen in bijvoorbeeld het onderwijs. Ook de zorg en andere beroepsgroepen of mensen zonder baan zouden dit geld goed kunnen gebruiken. 
Nee, neem dan de nieuwjaarsduik. Dat is een betere traditie. Bikkels die daaraan meedoen, ik heb het zelf ooit 1x gedaan in 2002 met de toen nog kleinere kinderen, de jongste misschien zelfs te klein. Een mooie doop of duik in het koele water om zo met een schone lei te kunnen beginnen. Tevens gaat het inschrijvingsgeld voor een groot deel naar een goed doel. Heel mooi. Twee jongens hebben het dit jaar mog eens gedaan. Ze zitten of liggen nog bij te komen na een nacht doorhalen en dan om 12.00u. de Noordzee in te zijn gerend.
Of de nieuwjaarsrecepties. Wat vinden we daarvan? Het is net als met verjaardagen. Het gaat niet om de reden van het feestvieren, maar om de ontmoeting. Het handjeschudden en 2 of 3x zoenen (meestal links rechts links) is het menselijke contact dat we niet willen missen. We spreken elkaar. We delen dingen met elkaar. We geven om elkaar. En daarom zijn we erbij. Mooie traditie.
Het vuurwerk kan me gestolen worden. Het kostte dit jaat 46 ogen, waarvan 8 ogen blindheid opleverden en 1 oog verwijderd moest worden. Brrr. Daar moet je toch niet aan denken. 
En toch... ik zou het geknal, het lawaai, het bekende hoge gegil en de mooie uiteenspattende lichtgevende sterretjes toch missen. Nodig is het niet, maar wat houden we ervan om bepaalde gewoontes vast te houden. Geeft ons dat een veilig gevoel?