On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label collega's. Alle posts tonen
Posts tonen met het label collega's. Alle posts tonen

donderdag 5 januari 2017

Mijn moment in het onderwijs


Na de uitdaging die ik aannam - van iemand via Twitter - om mijn moment in het onderwijs te beschrijven loop ik al een paar dagen met de gedachte rond wat nu mijn moment is. Dat is nog niet zo eenvoudig. Wat is mijn moment? Of zijn er te veel mooie momenten en kan ik niet kiezen? Is het de eerste baan als juf, de bijlessen, werken als intern begeleider, ICTcoördinator of schoolleider? Ook wel, maar niet de essentie van mijn moment. Wat dan wel?


Vanaf 1985 ben ik werkzaam in het primair onderwijs. Verschillende groepen, verschillende scholen, verschillende functies en verschillende werktijdfactoren. Gevarieerde ervaringen met de groepen, scholen, collega’s en ouders. Er zijn mooie momenten en uiteraard ook momenten die minder leuk waren. Alles bij elkaar geeft het mij een rugzak vol bagage waarin ik nu mijn werk nog steeds vol passie kan en wil blijven doen.

Ik denk terug aan mijn allereerste school, waar ik na mijn stage zo ben ingerold. De eerste groep die ik had was groep 3 en dat vind ik nog steeds de mooiste groep van het basisonderwijs. De nieuwsgierigheid en de ontdekking. De kunst van het lezen.  De wereld die opengaat. De volledige overgave van de leerlingen die dat belangrijke stapje doen. Ze kunnen ineens lezen. Al starten leerlingen nu vaak wel al eerder in de kleutergroepen. In die tijd deed ik ook de RTopleiding ernaast.

De wisselingen van school. Goed om verder te kijken. Goed om je grenzen te verleggen. Wat is leuk, wat kan ik, wat vind ik niet leuk, waar ga ik mee door. Zo komen er ook andere functies. Computers hebben mijn interesse - nog steeds overigens - en zo deed ik rond 2000 een computeropleiding om ICTcoördinator te worden. Wonderlijk dat ik toen nog collega’s moest leren e-mailen. Het werk van een intern begeleider is mooi om zowel leerlingen als leerkrachten te kunnen volgen en begeleiden naar beter onderwijs voor de leerlingen. De stap naar schoolleider heb ik toen – mede door de stimulans van mijn echtgenoot – gemaakt naar een kleine school van (toen nog) ca. 100 leerlingen. Het zijn mooie leerzame momenten. En ik leer nog steeds.

Als fysiek-emotioneel mens brengen al deze ervaringen ook emoties met zich mee. Soms blij, soms verrast, soms verdriet of teleurstelling. Emoties die horen bij het hele leven. Toch kan ik met die emoties mijn momenten aanwijzen.

Dat begon al toen ik nog lang niet in het onderwijs werkte en met buurmeisjes schooltje speelde, winkeltje deed of andere zaken ging bedenken om hen dingen te leren en van hen te leren. Op vakantie picknicken met vriendinnetjes was daar ook een onderdeel van. Heerlijk om allerlei zaken te doen. Ik leerde daar zelf veel van. Communiceren. Sociale vaardigheden. Nieuwe dingen ontdekken.

In het onderwijs zijn het de momenten waarbij je met de leerling contact maakt en hem of haar een stapje verder helpt. Of ik nu de juf ben van een groep, de ICTcoördinator, de intern begeleider of de schoolleider, dat contact met die leerling, het zien ontwikkelen, leren, groeien, ontdekken, proberen, leren leren, vallen en opstaan, stimuleren, enthousiasmeren van al mijn leerlingen is voor mij het moment. Omdat er vele momenten zijn, zijn de meeste dagen ook mooie dagen in het onderwijs. Het geeft de dag een goede balans waarin de stress van werkdruk tegengas krijgt en tot een goed evenwicht brengt.

Als juf, maar ook als mens die liefde wil delen, zijn mijn momenten wanneer ik extra aandacht geef aan die onzekere leerling, uitdaging bied aan die knappe kop, een aai over een bol kan geven als ik zie dat een kind het moeilijk heeft. Dat geldt ook als remedial teacher. Als ICTcoördinator en intern begeleider ben je ook veel met collega’s bezig. Maar altijd met de leerling in mijn achterhoofd. Als schoolleider, waarbij veel zaken minder direct om de leerlingen gaan, zal het toch uiteindelijk om die leerlingen draaien. Nu sta ik elke morgen bij de ingang van de school en begroet alle leerlingen. Ik ken hun namen. Zij doen ertoe. Zij moeten zich veilig voelen en zo tot leren kunnen komen. Ik doe klassenbezoeken, loop door de gangen en ga in gesprek met leerlingen. Zo weet ik wat hen bezighoudt en kan ik ze ook nog weleens uit de tent lokken. Kleuters hebben regelmatig een themahoek op de gang, waarin ik me verplaats in hen en die nieuwsgierige leerlingen iets kom vragen. Datzelfde probeer ik te doen met de collega’s. Vragen stellen, belangstelling tonen en complimenteren. Ruimte bieden om te groeien en toch de grote lijn in de gaten te houden. Zo zijn er vele mooie momenten in het onderwijs.

Conclusie:

Mijn moment in het onderwijs is het contact met leerlingen, collega’s en ouders om hen iets mee te geven, maar ook van hen te leren. Dat kan van alles zijn. Kennis, een vaardigheid, maar minstens zo belangrijk zijn waardering, warmte en liefde. Zo kunnen ze tot volle ontplooiing komen en ik ook.

donderdag 12 mei 2016

Week uit het onderwijs deel 5 Donderdag

"Donderdag, o donderdag, o schoonste aller dagen, 's morgens nog een halve week en 's avonds nog twee dagen." Dat zei mijn vader vroeger altijd. Dat geldt natuurlijk nu niet meer, nu er op zaterdag geen school meer is. Toch heb ik bij donderdag altijd wel een gevoel, dat de week bijna klaar is. Zeker op deze school, waar vrijdag maar een halve dag school is (vergist u zich niet, leerkrachten hebben een langere werkdag).

Het is een zonnige warme dag. In de auto klinkt een vrolijk lied. Dat belooft een prachtige dag te worden. Leerlingen van groep 1 t/m 7 gaan op schoolreis, groep 8 maakt er deels een werkdag en deels een uitstapje van vandaag.
Op school loopt iedereen wat zenuwachtig heen en weer. De schoolreiscommissie zorgt voor de T-shirts van de kleintjes, voor de groten zijn er niet genoeg. Nog steeds in de bestelling. Bussen en chauffeurs worden opgevangen. 
Tring. Telefoon. Goedemorgen Prinses Máximaschool met Hanneke de Frel. Ach. Dat is sneu. 39.5? Op de bank. Een zieke leerling, die niet meekan met het schoolreisje. Doorgeven aan de leerkracht. 
Deuren openen. Springende en stuiterende leerlingen komen de school in. Ouders - misschien net zo nerveus? - die meegaan wachten op de gang.
Helpen met het omdoen van bandjes. Groep 5 heeft een jarige en daar wordt nog even uitbundig gezongen, dubbel feest. Een onderbouwgroep mist een leerling. Even vragen bij zijn broer. Zijn broer is onderweg naar de bus.
Verschillende groepjes, ouders, leerkrachten lopen rustig naar bus 1, 2 of 3. 
Bij de bus aangekomen vraag ik na of broer wel aanwezig is.
Ik maak wat foto's voor Facebook.
Tsssssssch. De busdeuren sluiten. Er wordt gezwaaid, luchtkusjes gegeven, foto's gemaakt, teruggezwaaid en hier en daar ook wat bedremmeld gekeken. De bussen rijden al toeterend de Stationssingel af. Ik maak nog een foto.
Teruglopend naar school komt er een ouder "Mag ik wat vragen?" "Altijd." Een bruiloft vraagt om een verlofbriefje. Een andere ouder staat al te wachten bij het kamertje en heeft hetzelfde nodig. Formulieren op. Printen. Kopiëren. 
Tring. Telefoon. Nog een zieke. Het vermiste kind. Doorlopen naar de onderbouw. Daar staat de leerkracht met de telefoon in de hand. Ik gebaar dat het niet meer hoeft.
Ik gris de stapel post weg van de vitrinetafel en loop hiermee naar het kamertje. Spullen bij elkaar pakken. Tas mee. Autosleutel mee. Rijden richting collegadirecteur (met handblessure), die meerijdt naar managementoverleg. Even snel een app-je dat ik eraan kom.
Managementoverleg met vele interessante onderwerpen en onderwerpen die gewoon even moeten. De sfeer is goed. De temperatuur hoog. De hoeveelheid vocht aangepast naar behoefte. Een collegadirecteur is bijna jarig. Een traktatie staat al te wachten voor de pauze. Mmmm. Tussendoor even kijken of alles goed gaat bij de schoolreis via twee groeps-apps. Om kwart voor 12 sluiten we af. 
Een vraag of ik een kist wil brengen bij een andere school, de betreffende collega is op de fiets. Met de collegadirecteur, die zelf wat pech heeft met hand en pols rijd ik terug.
Lunchen met intern begeleider. Foto's van de start van het schoolreisje op Facebook plaatsen. Vervolgens wat e-mail verwerken, zaken ordenen, ziekmeldingen en vervangingen doorgeven, telefoontje, jaarplanning, declaratieformulier doorsturen, zorgen voor een nieuwe inlog voor collega, post verdelen en een overleg met intern begeleider slokt een groot deel van de middag op.
BSO vraagt om een goede opvang van de leerlingen die terugkomen met de bus. De groepsapp van het schoolreisje biedt uitkomst.
De eerste reacties van collega's die op de terugreis zijn druppelen binnen. Groep 8 en groep 1/2 komen veilig terug. Verschillende ouders hebben foto's op Facebook geplaatst. Enkele foto's uit de groepsapp die collega's hebben gemaakt op Facebook plaatsen.
Contact met twee collega's in de bus die het erg warm hebben. Heen en weer wandelen richting een bekende supermarkt voor een welverdiende verkoeling voor de leerkrachten is fijn om de dag lekker af te sluiten. Even ontspannen. Even lachen. Even nagenieten dat alle leerlingen, ouders en leerkrachten weer veilig terug zijn. Iedereen gaat moe zijns weegs. Terug rijd ik nog langs de collega-school om een kist af te geven.
's Avonds heb ik nog even contact met de geblesseerde collega, of ik deze leerkracht morgenochtend even kan oppikken. Natuurlijk. Paar dingen doorsturen voor collega die dat nodig heeft voor een afspraak volgende week.
De warmte is vandaag niet minder geworden, plakkerigheid lijkt de energie wat op te slokken. Tijd om weer op te laden. Onder het genot van een glas water en een kop koffie, heerlijk gewoon op de bank.





dinsdag 10 mei 2016

Week uit het onderwijs deel 3 Dinsdag

Dinsdag is voorbij. Het is de titel van een boek van Nicci French. Het past ook bij de werkdag van vandaag. Een werkdag in het onderwijs.

De dag begint met wat minder zon en meer wind dan gisteren. Toch is het lekker weer om te fietsen. Gewapend met de schoolsleutel en een jas fiets ik tussen een paar vluchtige druppels door. 
Op school open ik de zware schuurdeur en parkeer mijn fiets.
Tijdens het goedemorgenrondje waarbij ook drie stagiaires meegenomen worden, blijf ik even bij de collega van groep 6. Met zijn been in loopgips is hij flink bezig met puinruimen. Fijn dat hij weer op school is, dat vindt hij zelf ook. Zitten, zitten, zitten is iets om niet heel vrolijk van te worden.
De collega van groep 4 vraagt om het nummer van de RABO waar het geld van de schoolreis en de vrijwillige bijdrage op gestort moet worden. Het nummer opgehaald loop ik langs de anderen en ook bij de nieuwe leerkracht van groep 5. Laatstgenoemde heeft AAAbatterijen nodig voor de afstandsbediening. Ook dat is geregeld.
Opstarten computer, kopje thee en de vaste plek bij de ingang van de school, waar we weer namen kunnen oefenen. Goedemorgen. Ook de leerling van groep 5, die gisteren ziek was, is er weer. Even gedag zeggen. De meeste leerlingen zeggen iets terug. Sommigen beginnen ineens een heel verhaal. Grappig.
Van een ouder krijg ik een inschrijfformulier van het zusje van een kind dat net op school zit. Als het half 9 is, sluit ik beide deuren en doe ook de andere auladeur dicht.
Teruglopend pak ik een stapel post, schuif een paar krukken aan en zeg boven nog een collega goedemorgen, die ik net was misgelopen.
Ik zorg dat het koffie- en theewater goedgevuld is, want straks komen er ouders. Dan komt de mevrouw van de dagbesteding en brengt koffie. Een van de stagiaires komt de ouders van de afspraak brengen. Zij krijgen ook meteen thee en koffie, al wordt de koffiemok iets te vol ingeschonken.
Een leuk gesprek met nieuwsgierige ouders die niet uit deze buurt komen en van de buurt en scholen dus weinig weten. Tussendoor stellen ze veel goede vragen. Een rondleiding maakt het verhaal compleet. Zo kan ik de dingen die ik eerder heb verteld laten zien, zoals bijvoorbeeld het gebruik van het stoplicht, de instructietafel, het dagritme in onder- en bovenbouw.
In de pauze komt een leerkracht van de andere school over het voetballen tussen een rij leerlingen. Kan niet. Aanspreken op gedrag en consequentie benoemen. Lik op stuk.
Buiten is het pauze. Twee kinderen zitten in een autoband op de betonrand. Het is een grappig gezicht.
De planning laat een licht schijnen op zaken die nu moeten en zaken die ook later kunnen. De voorbereiding op de teamvergadering, voorbereiding op MT-overleg en ICT dienen vandaag in gang te worden gezet.
Een jarige kleuter klopt aan en wordt gevolgd door nog een jarige uit groep 7. Ze krijgen de aandacht die ze verdienen. 
Bij de voorbereidingen van de teamvergadering heb ik iets nodig uit het magazijn. Daar stuit ik op wat lege dozen en wat papier en plastic op de grond. Wanneer ik het direct meeneem, geeft dat ruimte voor de volgende. Daarna pak ik de zaken die ik nodig heb.
Verzamelen van de gegevens van de takenlijst, Citoscores en excellentie maakt de agenda compleet.
Een telefoontje van een collega die het even zwaar heeft. Even de zorgen delen lucht op. 
Tussen de middag heerlijk ontspannen. Even lachen. Even gek doen. Om na de bel van 10 voor 1 weer in het gareel te schieten. 
's Middags een telefonisch overleg over gebruik van programma's die via de tablet voor kinderen geleverd kunnen worden. Volgende week komt er een presentatie voor het team. Voorbereiding ICTvergadering. Personeel in de CAO-schema's zetten. Optimaliseringsplan en schoolgids blijven nog even liggen tot later. Een paar leerlingen van groep 6 komen vragen of er nog een klusje is te doen, maar dat is niet nodig. Natuurlijk willen ze wel graag even kletsen. 
Met een leerkracht kort de gymopleiding bespreken. Even korte aansluiting bij bouwvergadering.
Een gesprek over nieuw buitenspeelmateriaal kleuters waar toch een aanvulling voor nodig is en een praatje met de nieuwe collega van groep 5 verdienen tijd. Belangrijk dat iedereen zich welkom voelt en kan doen waar hij of zij goed in is. 
Al fietsend laat ik deze dinsdag nog een keer aan me voorbij gaan. 
In de avond beantwoord ik nog een aantal e-mails, waarbij vooral de planning van workshops die worden aangeboden aandacht verdient. 





dinsdag 1 januari 2013

Start

De start van een nieuw jaar, het jaar 2013, is begonnen. Wat gaat het ons brengen? Welk doel hebben we? Wat willen we bereiken dit jaar? Waar kunnen we van genieten? Wat staat ons te wachten? 

Start doet me denken aan het spel Monopoly, waarbij de start van elke ronde toch ook een klein feestje was. Bij passeren van de startplaats kregen we 200 euro. En dat was soms mooi meegenomen. Natuurlijk was er ook dat kaartje: "Ga direct naar de gevangenis, ga niet door start, u ontvangt geen 200 euro." Die was natuurlijk erg vervelend, zeker als je er al niet zo best voor stond.
Is de start van een nieuw kalender jaar ook een feestje waard? Of zijn wij bang om dat kaartje van de gevangenis te krijgen? 
Volgens veel mensen wel als je ziet wat er in de laatste dagen van een kalenderjaar allemaal wordt verkocht aan eten, drinken en vuurwerk.
Er wordt veel vuurwerk gekocht. Samenstellingen van papier, karton, metaal en plastic met brandbare stoffen en andere gassen om een knallend en/of lichtgevend effect te geven. Het meeste wordt afgestoken rond de klok van 12 uur. Een prachtig gezicht. Een traditie, waarvan de oorsprong ligt in China om de boze geesten te verdrijven. Bij ons is het alleen voor plezier en het inluiden van een nieuw jaar.
Er wordt ook veel eten verkocht. Lekkere hapjes, heerlijke ingrediënten voor de meest exclusieve maaltijden. En natuurlijk worden er oliebollen en appelbeignets gekocht of zelf gemaakt. De oorsprong hiervan ligt bij de Germanen, die (alweer) boze geesten tevreden wilden stellen. Ook dit is een oude traditie, die wordt voortgezet, gewoon omdat het gezellig en lekker is.
Champagne of Glühwein is een traditie die met oudjaar of andere feesten wordt genuttigd. Niet mijn favoriet, want ik houd in het algemeen niet zo van alcohol. Geef mij de kinderchampagne maar, gewoon appelsap met bubbels.
Steeds vaker springen mensen in de koude zee en is de zogenaamde nieuwjaarsduik geboren.
Er zijn nog meer tradities te noemen, zoals bijvoorbeeld de kerkgang en het lezen van psalm 90. Waarbij ik zo vrij ben om er een hoopvol stukje uit te halen: 'Overlaad ons met uw liefde, iedere morgen opnieuw; dan kunnen we juichen en blij zijn, iedere dag opnieuw.'(vers 14) 
Laten we ook de nieuwjaarskaarten en nieuwjaarsrecepties niet vergeten. Zonde van het geld of toch een prettige manier om met elkaar in contact te blijven?
Na al deze tradities gaat het leven weer beginnen. We maken weer een nieuwe start.

In het onderwijs zijn de maanden januari en februari de maanden van lekker hard kunnen werken. Iedereen is gewend in zijn klas of groep. Docenten kennen de leerlingen. Collega's weten wat ze van elkaar kunnen verwachten. Er zijn geen festiviteiten of andere zaken die tijd opslurpen. 
Na de kerstvakantie kunnen we er weer tegenaan. Met frisse zin. Uitgerust (als het goed is...) en alles weer geordend (want daarvoor worden de vakanties vaak gebruikt).
Wat zou het mooi zijn als we in het onderwijs eens langs de start van het Monopolyspel konden lopen en zo eens een extra impuls kunnen geven aan ICTlicenties, extra kleutermateriaal, mooie leesboeken voor de bibliotheek of een extra onderwijsassistent in de school. 
Dat is er niet, maar daarom niet getreurd. Onderwijsmensen kunnen heel creatief zijn. Een leerkracht kan prachtige verhalen vertellen, goed uitleggen, boeiend zijn en zou ook met een krijtbord een goede les kunnen verzorgen. De echte onderwijzer neemt iets mee om te laten zien, is enthousiast, geniet van de leerzame momenten van de kinderen en van haar- of hemzelf. Dan is elke dag een nieuwe start met nieuwe kansen.
Onderwijs is geen spelletje, zoals Monopoly, maar gewoon het echte leven, waar mensen en kinderen met hart en ziel heel veel leren van elkaar, steeds opnieuw.

zondag 22 januari 2012

Vriendschappen op school

Vriendschap is een droom, een pakketje schroot met een dun laagje chroom, zo zong "Het goede doel" al jaren geleden. Eigenlijk is het nog steeds een waarheid als een koe. Vriendschap, wat is het eigenlij? Welke defenitie geven we hieraan? Verstaat de een niet iets heel anders onder vriendschap dan de ander?
Bij het schrijven van een stukje, zoek ik altijd beeldmateriaal. Over vriendschap valt best een heleboel te vinden, maar wat dekt nu de lading? De tekst in het paarse rechthoek vond ik treffend. Je kunt er nog aan toevoegen, dat er een luisterend oor is, als je praat, maar het geeft in ieder geval weer, dat het niet te vangen is in een plaatje of een omschrijving.
Wikepedia omschrijft vriendschap als "een nauwe (over het algemeen niet-seksuele) relatie of verhouding tussen twee of meerdere mensen waarbij het geslacht geen rol speelt. Een vriendschap is dus mogelijk tussen man en vrouw maar ook tussen twee mannen of twee vrouwen. Het belangrijkste waarop een goede vriendschap gebouwd is, is vertrouwen en onvoorwaardelijkheid."
Vertrouwen is een belangrijk aspect in vriendschap, maar die vind ik ook in collega's. De vriendschap met vrienden en vriendinnen betekent meer dan die van collega's. Je deelt meer dingen met elkaar. Het privéleven wordt ook onderdeel van de vriendschap. Je kent elkaars familie, partner en eventuele kinderen. Het gaat verder.
Sommige mensen kunnen vrienden hebben op een biljartclub of een sportvereniging. Ze delen daar van alles met elkaar. Mensen kunnen zich aan elkaar vasthouden en optrekken. Toch zal de een dit vriendschap noemen en de ander een goede kennis.
Wat is nu vriendschap bij collega's? In hoeverre is vriendschap op school eigenlijk mogelijk? Kun je dit combineren of gaan er dan meer belangen een rol spelen?
In mijn eigen omgeving zie ik verschillende teams en collega's. Collega's zijn mensen met wie je samenwerkt, een groot deel van de dag deelt, vertrouwen opbouwt en zelfs een team vormt. Net als bij een voetbalteam, er is een basis van vertrouwen en veiligheid. Toch is dit een andere gradatie dan echte vriendschap. Bij vriendschap is er ook vertrouwen en veiligheid, maar er is toch nog iets meer. Je deelt meerdere aspecten en je hebt ook nog eens een band met elkaar, waardoor je nog meer dingen deelt. Dan komt het wel voor dat je collega ook een vriend kan worden. Je komt dan meer bij elkaar over de vloer, viert eens een feestje, gaat iets samen ondernemen en bent met elkaar begaan.
En toch... en toch...
is dit een hele lastige situatie als je directeur bent van een school. Je kunt het natuurlijk ook in zo'n situatie goed vinden met verschillende collega's. Maar dit mag nooit belangenverstrengeling opleveren. Je moet immers functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken kunnen voeren, zonder dat dit via andere wegen gaat tegenwerken of andersom.
Dus, vriendschappen op het werk: ga er zorgvuldig mee om!



maandag 12 december 2011

Zelfstandig of alleen (Zelfredzaamheid)?

Dit is een duoblog van Hanneke de Frel, schooldirecteur basisschool Maxima in Berkel en Rodenrijs(Lansingerland) en Esmeralda de Vries Arbeidsmarkt-socioloog (AVAfit). Het maandthema van januari 2012 gaat over zelfredzaamheid. Nu kennen we vele soorten in invalshoeken van Zelfredzaamheid. Wat herkennen wij hiervan bij de jeugd van tegenwoordig?

Hanneke:
Zelfredzaamheid, een woord dat mij aan het denken heeft gezet. Een tweet van Esmeralda triggerde dit mij om hier meer inhoud aan te geven. De betekenis ervan zit 'm in het zichzelf kunnen redden in algemene zaken in het leven, iets zonder hulp te kunnen oplossen. Als onderwijsmens bekijk ik de zelfredzaamheid van de kinderen op de basisschool. Als voorbeeld zie je in de kleutergroepen dat kinderen moeten leren om zelf hun jas aan en uit te trekken en zelf moeten leren ophangen onder de welbekende luizencape. Dat is al een kunst op zich, maar ze kunnen het echt al in groep 1, als je die zelfredzaamheid maar stimuleert. Ook de beker en het bakje met eten kunnen kinderen echt zelf mee naar binnen nemen en op de plek neerzetten, waar het hoort. In hogere groepen moeten kinderen leren om zichzelf te redden, door sociale vaardigheden op te doen, maar ook in het leerwerk om te kunnen gaan met hun eigen hulpvraag. Zelf oplossingen zoeken geldt dus voor dagelijkse handelingen als de wcgang, maar ook voor het oplossen van een ruzie of het voor elkaar krijgen van hulp bij het opdoen van kennis. Een kind met een stoornis of handicap heeft een extra uitdaging. Zij zullen hun zelfredzaamheid - naast de dingen die iedereen moet kunnen om zichzelf te kunnen redden - ook nog eens zichzelf redden als ze dyslexie hebben, een spraakstoornis ervaren of een been hebben gebroken. Ook dan kunnen we kinderen stimuleren om hun zelfredzaamheid te kunnen vergroten door hiermee te leren omgaan. Een stukje acceptatie, openheid en bespreken wat er wel en niet mogelijk is. Esmeralda: Wat versta jij onder zelfredzaamheid in jouw werk? Wanneer noem jij mensen zelfredzaamheid? En hoe stimuleren jullie dit?


Esmeralda:
Zelfredzaamheid is een containerbegrip. In mijn werk als organisatie-socioloog kijk ik naar het gedrag van groepen mensen. Dit kunnen werknemers zijn, klanten, studenten, teamleden, directieleden, stagiaires, 55+ werkzoekenden, etc. Kortom alle groepen die je op de (arbeids)markt tegenkomt. In 1984 werd ik gegrepen door MANS (Management Arbeid Nieuwe Stijl) met zelfstandige teams en verantwoordelijkheden op de werkvloer. Dat was toen nieuw. Nu in 2011/2012 zie ik het terug in zelfstandige teams in de zorg, bij Het Nieuwe Leren van studenten, bij de flexibiliteit door het creëren van balans in werk & privé, etc.


Zelfredzaamheid is een onderdeel Sociale kwaliteit, de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, de condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren. Bij een grote zelfredzaamheid ben je onafhankelijker van de beslissingen van anderen, en kan je meer invloed uitoefenen op je sociale context. Ik kom net terug van een vergadering met een 55+ netwerk van werkzoekenden. Zij snappen dat ze de heerlijk vertrouwde zekerheden van “het oude werken” moeten loslaten om de aansluiting te kunnen maken en te behouden met de hedendaagse arbeidsmarkt. Ik noem hun ook early adapters van “Het Nieuwe Werken. Hierbij gaat om meer dan niet tijd- en plaatsgebonden werken, maar om de zelfredzaamheid binnen het verrichten van opdrachten die inkomsten genereren. Heel stimulerend (vanuit de positie van opdrachtgever en opdrachtnemer gezien)!. Tegelijkertijd zie ik ook jongeren zeer zelfstandig studeren als basis voor hun zelfstandigheid in hun toekomstig werkproces. En wat dacht je van onze generatie? Je noemde onze duoblog, die ontstaat via de digitale snelweg ook al een mate van zelfredzaamheid. Onlangs las ik nog een interessant artikel over social media als middel om ouders te betrekken bij school. Het is dus een HOT onderwerp!


Kortom: zelfredzaamheid is van alle markten thuis. Maar als je het allemaal zelf kan, heb je dan eigenlijk nog wel een “baas”, “leidinggevende” of “manager” nodig? Hoe zie jij dat als directeur van een basisschool?


Hanneke:
Het is prachtig gezegd om zelfredzaamheid te zien als een stuk onafhankelijkheid. Je kunt de dingen zelf. Toch vind ik niet dat je daarmee de dingen alleen kunt doen. Wij, als mensen, hebben altijd andere mensen nodig. Sommigen in meerdere, anderen in mindere mate. Dit begint al vroeg. Als ik kijk bij mij op school met de kinderen die net op school komen (4 jaar), zie je dat ze imitatiegedrag vertonen, ze leren door naar elkaar te kijken en elkaar na te doe, zo leren ze van elkaar en van de leerkracht. Ook als volwassenen leren wij door te communiceren met anderen. Jouw 55+ groep is met elkaar tot een bepaalde conclusie gekomen, dit hadden zij stuk voor stuk w.s. niet bereikt. Ook deze duoblog is een bewijs van 1+1 is meer dan 2. Door samen over dingen te praten, elkaar dingen te laten "zien" kom je verder en worden andere mogelijkheden zichtbaar.

Het lijkt dus zo te zijn dat zelfredzaamheid niet betekent dat je het allemaal alleen moet doen, maar dat je zelf (eventueel mbv anderen) naar een oplossing kunt zoeken. Jezelf kunnen redden betekent ook niet dat je het allen hoeft te doen, maar zelf op onderzoek uitgaat. Ontdekkend leren, maar ook kunnen laten zien aan anderen. Dat is ook weer mooi in de veranderende invulling van allerlei opleidingen.


Maar nu jouw laatste vraag: Hebben we nog een leidinggegevende nodig? Ik gebruik het liefst leidinggevende ipv baas. De baas doet me denken aan " de baas spelen", ofwel de bepalende factor, terwijl ik denk dat je als leidinggevende stimuleert en inspireert om het samen op te lossen. De kracht uit mensen halen. Daarin zal - naar mijn bescheiden mening - wel iemand of een kleine groep mensen een richting moeten aangeven. Sturing geven aan veranderprocessen, een centrale verantwoordelijkheid, juist omdat er dan ook leiding gegeven worden aan een proces. Een leerkracht doet dat in de klas, een ouder doet dat thuis, een leidinggevende doet dat op zijn werk.


Zelfstudie is goed, maar ook leren van elkaar (studieteams) en presenteren (laten zien aan anderen) is noodzakelijk om verder te komen. Leuk dat je ook de digitale wereld erbij betrekt. De laatste jaren heeft dit natuurlijk een enorme vlucht aangenomen. Ook daarin laten mensen elkaar zie, worden er allerlei meningen en ideeën opgeworpen en worden er zo weer nieuwe dingen ontwikkelt.
Hierbij zie je dat mensen zich ontwikkelen, maar ook deze moderne digitale tijd is veel verder ontwikkeld. In de toekomst zal het niet anders zijn, wij zijn immers al ouderwets t.o.v. onze kinderen.
Daarmee is de zelfredzaamheid van kinderen van nu wat verschoven. Terwijl het belangrijk is, dat kinderen van nu straks wel op eigen benen kunnen staan.


Esmeralda, hoe geef jij aandacht aan zelfredzaamheid in jouw werk en in het geven van workshops?


Esmeralda:
Precies, Hanneke. Zelfredzaamheid doe je niet ALLEEN, maar ZELFSTANDIG met anderen. Daar gaat het om tijdens studie, werk, wonen etc. In mijn blog Jip en Janneke in Social Media land vertelt Sabrina over de communicatietechniek van oma in vergelijking tot haar kleinkind. Er is eigenlijk weinig verschil. Oud leert jong en ook omgekeerd. Door ouderen flexibel, vitaal en fit te houden in de maatschappij kunnen we samen aan de slag. Dan moet je echter wel oude opgebouwde “rechten” loslaten en open staan voor verandering. Omdat verandering eng is, houden mensen graag vast aan bestaande patronen en slaken kreten zoals: Ik heb recht op werk of zorg of geluk. En de vraag is of dat eigenlijk wel zo is. Door het-recht-hebben-op als uitgangspunt te nemen, houd je vast aan bestaande situaties en ben je niet geneigd dit weg te geven of te delen. Je komt dus alleen te staan en isoleert je van de groep en samenleving. Dan ben je niet meer zelfstandig, maar alleen.


De afgelopen jaren heb ik in mijn workshops de zelfredzaamheid centraal gezet zonder het specifiek te benoemen. De training “Solliciteren kan je leren!” is gericht op de zelfredzaamheid van MBO studenten. Denk aan hun eerste gesprek voor een (maatschappelijke) stage, intake bij een nieuwe studie, vakantie- of bijbaan naast de studie en hun echte eerste functie. Het focust op de mate van zelfkennis, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn. Geen rode vlekken in je nek of zweterige handen. Je weet wie je bent en wat je te bieden/vragen hebt. Dat werkt voortreffelijk (ook bij ouder dan 25 jaar, voor vrijwilligers of in zelfstandige teams).


Het project de Re-integratie Express is een positief HR-instrument voor langdurig zieken die niet kunnen terugkeren naar eigen werk. We hebben dit traject ontwikkelt voor re-integratie 1e en 2e spoor (metafoor is reizen per trein), zodat deze mensen op een positieve en leuke manier gestimuleerd worden zelf te bepalen hoe ze hun einddoel gaan bereiken. Het leuke van het traject is dat ze zelf “bewijslast” verzamelen zodat ze -samen met hun werkgever- bij een WIA-beoordeling kunnen aantonen: Re-integratie is helas niet gelukt, maar dat ligt niet aan niet-willen maar aan niet-kunnen!


Een derde voorbeeld is ontwikkeld afgelopen zomer: De Lifestyle kalender. Ook hier krijgt de medewerker een positieve prikkel om bewust te worden van zijn/haar levensstijl en de gevolgen hiervan op leven en werken. Dit wordt aan de hand van de seizoenen in een praktische activiteit omgezet. Daardoor maken mensen kennis met iets nieuws of gaan samen aan de slag. Ze vergroten hun zelfredzaamheid door samen te doen.


Hanneke, hoe creëer je het bewustzijn van samen-doen en zelfredzaamheid bij leerkrachten van een basisschool?


Hanneke:
Toen je het had over jong leert van oud en oud leert van jong, zag ik de basisschool al voor me. Leerkrachten leren aan kinderen, maar kinderen leren ook aan leerkrachten door te laten zien wie ze zijn en wat zij in het onderwijs nodig hebben. Je komt tot de ontdekking wat de onderwijsbehoefte is van dit kind in deze situatie, met deze leerkracht en met deze ouders. Dit heet handelings gericht werken.


Ook de leidinggevende zal in school open moeten staan voor zijn personeel door hen het vertrouwen te geven dat wat ze doen, ook goed doen, een soort van autonomie geven waarin zij zichzelf kunnen laten zien. Daar leer ik weer van. Andersom kan ik hen ook dingen laten zien.
Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar.
Ook ouders zullen met hun eigen kinderen een soort wisselwerking moeten creeren. Dat begint met voordoen en nadoen, maar als je samen een spel speelt, reageer je op elkaars reacties. Je leert als ouder om een goede reactie of stimulans te geven aan kinderen, kinderen leren van hun ouders door dit in een andere situatie na te doen. Ouders geef uw kind(eren) vertrouwen en laat ze dingen ontdekken, zelf doen(!) en ervaren hoe de dingen moeten gaan. Dan worden het zelfstandige kinderen die uitstekend floreren in hun zelfredzaamheid.
Zo leren we allemaal hoe we zelfredzaamheid kunnen ontwikkelen:
- voordoen en nadoen (imitatiegedrag)
- kennis opdoen (van elkaar of uit een boek)
- vaardigheden leren en leren toepassen (hoe houd ik een goed gesprek)
- leren communiseren met anderen
- attitude: aanvoelen wanneer dingen wel of niet gewenst zijn.
- sociale vaardigheden: omgang met anderen, complimenten geven, vertrouwen geen, niet afkraken, stimuleren


Esmeralda, herken jij bovengenoemde punten in jouw werk en de workshops die je geeft?

Esmeralda:
Grappig! Jij haakt in op één stukje uit mijn alinea en ik blijf hangen in jouw tekst “Daarom hebben mensen altijd andere mensen nodig. Leren van elkaar”. Ik blijf maar nieuwsgierig hoe de docenten niet alleen van kinderen, maar ook van elkaar leren. En dan niet alleen binnen de school maar ook daarbuiten: intercollegiaal. In het kader van zelfredzaamheid vraag ik mij af of de docenten dit doen en met welk doel. Is er sprake van imitatiegedrag en luisteren of aanvoelen omdat dit een goede didactische manier is of omdat zij geïnteresseerd zijn in de ander (kind of collega)? Hoe worden zij daar zelf wijzer/zelfstandig van en bevordert dit in hun zelfredzaamheid? Het antwoord zal waarschijnlijk een soort brug vormen naar jouw vraag aan mij hoe ik de opgenoemde punten verwerk in mijn werk en workshops. Dat mensen van elkaar leren en daardoor beter kunnen inspelen op veranderingen zit vast aan de AVAfit visie, maar de meeste mensen vinden verandering eng en willen vasthouden aan het oude vertrouwde. Indien docenten die starre voorbeeldgedrag tonen aan de kinderen, zullen zij ook minder flexibel zijn. Dat is jammer, want zoals Darwin ons al leerde: Het zijn niet de grootste en sterkste dieren die overleven, maar die speciën die zich snel aanpassen aan de omgeving. Rosabeth Moss Kanter, Professor aan de Harvard Business School, geeft het advies: Zorg er voor dat je je als leider (ik lees ook docent) zelf blijft ontwikkelen en zorg er voor dat jouw medewerkers (ik lees ook kinderen) ook de ruimte hebben zich te ontwikkelen. Stephen Covey’s centrale gedachte is: ’Verbind je met idealen, hogere doelen en wees daarin oprecht en authentiek’.


Dus mijn laatste vraag aan jou is: Hoe en wat leren docenten van elkaar om zelfredzaam te zijn en te blijven?


Hanneke:
Leuk dat je daarna vraagt, want we zijn bezig om van onze school een lerende school te maken. Door eerst eens een gezamenlijke visie op te stellen en leren om elkaar goede feedback te geven (welke uiteraard stimulerend is bedoeld, nooit afkraken), zijn we steeds meer bezig om elkaar dingen duidelijk te maken en zo van elkaar te leren. Onze volgende stap in een lerende school, is de collegiale consultatie, waarbij leerkrachten bij elkaar in de klas gaan kijken om iets (in dit dit geval het onderdeel zelfstandig werken, omdat we dit als school aan het ontwikkelen zijn, grappig eigenlijk, want ook hierin leert een kind in de groep zijn zelfredzaamheid te stimuleren aan de hand van regels van het zelfstandig werken: stoplicht, blokje, instructietafel) te bekijken en elkaar daarover goede feedback te geven. Hiervoor hebben we al een formulier ontwikkelt waarop gescoord kan worden, maar ook ruimte is voor vragen van leerkrachten die bekeken worden. Kun je eens kijken hoe ik reageer op dat kind, bijvoorbeeld. Dit vergt een veilige omgeving voor alle leerkrachten, maar is bijzonder leerzaam voor alle partijen. Organisatorisch zullen IB-ers, RT-er, locatieleider en ik als directeur een of meerdere klassen moeten overnemen, maar dit is het waard! Ook functioneringsgesprekken zijn momenten om naar elkaar te luisteren. Ik leer van de collega's en zij van mij door elkaar een spiegel voor te houden. Het MO (Management Overleg) met alle directeuren van de stichting is ook wel waard om te bekijken waaruit de kracht van mensen gehaald kan worden. Iedereen heeft immers zijn eigen kwaliteiten. Om even terug te komen op het "zelfstandig werken" bij ons op school. Dit is bedoeld om kinderen te leren om te gaan met uitgestelde aandacht, zelf oplossingen te zoeken en zelf de goede vragen te stellen aan leerkracht of andere leerling. Ook effectief werken heeft hiermee te maken, want als een vraag niet op dat moment beantwoord kan worden, gaat de leerling eerst verder met de dingen die ze wel weten. Zelfredzaamheid is dus voor iedereen belangrijk, als je maar open staat om met elkaar in gesprek te raken en open staat voor feedback van anderen. Leren feedback te geven ("ik zie....") en leren feedback te ontvangen ("begrijp ik goed dat....") Dat is de kunst.

Tenslotte
Zelfredzaamheid kun je niet alleen, daarvoor heb je anderen nodig. Je ziet het overal in terug, het werk, huis, contact met vrienden en familie, ja in het hele dagelijkse leven. Hiervoor zijn stimulerende factoren nodig: open staan voor anderen, veilige omgeving, vertrouwen geven, eerlijkheid, interactie ofwel actie en reactie, goede communicatie dus. Zo leren we van elkaar en is er altijd sprake van tweerichtingsverkeer.
Zelfredzaamheid is dus zelfstandig oplossingen kunnen zoeken, zelf - eventueel samen met anderen - iets voor elkaar krijgen.
Zelfredzaamheid hebben we nodig om uiteindelijk te overleven. Het is dus van belang dat iedereen het kan en leert als men jong is en het blijft kunnen als men ouder wordt.

vrijdag 26 november 2010

Contact

Een mens kan niet zonder contact met andere mensen. Een mens is een sociaal wezen. Leven zonder anderen kan niet. Ook al ben je graag op jezelf, je kunt niet zonder andere mensen. Om mee te praten, om iets van te kopen, om elkaar een dienst te bewijzen, om hulp te vragen en te ontvangen, en ga zo maar door.
Contact is een vorm van communicatie, of zouden we dit beter kunnen omdraaien? Communicatie is een vorm van contact? Beide woorden zijn veelomvattend.
In deze tijd zijn de digitale contactmogelijkheden aanzienlijk uitgebreid. Waren we eerst al blij met televisie en krant en een telefoonlijn naar Australie, nu gaat het veel verder of dieper met meer mogelijkheden: het mobieltje en de computer hebben de mogelijkheden m.b.v. programma's als Hyves, Facebook, LinkedIn en Twitter en nog vele anderen de werled nog groter gemaakt. Neemt niet weg, dat deze digitale wereld voor veel mensen ook onoverzichtelijk wordt.
Daarnaast is het menselijke contact, oog in oog, een hand geven, het lijfelijke contact minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker. De huylpmiddelen zijn prachtig en ik doe er zelf hard aan mee, maar het contact van mens tot mens is intensiever, rijker en echter.
Zo was ik laatst bij een oud-collega op kraamvisite en komt er volgende week een oud-directeur langs. In de kerstvakantie heb ik een afspraak met een oud-studiegenote en maak ik een avond vrij met een oud-collega. Verjaardagen binnen familie en vriendenkring zijn fijn. Heerlijk om de personen in kwestie even te zien, aan te kunnen raken, mee te kunnen lachen en huilen, ervaringen te delen, maar vooral om die nonverbale reacties en bepaalde emoties te kunnen waarnemen en uit te zenden. Want dat laatste is via het digitale verkeer nauwelijks mogelijk, zelfs niet met een webcam. Je ziet dan wellicht de uitdrukking op iemands gezicht, maar mist dan toch nog die lijfelijkheid, letterlijk de warmte van iemands aanwezigheid. Want ook het lijfelijke contact is naar mijn mening onmisbaar!

dinsdag 6 juli 2010

Voegen

Bij het woord voegen kun je denken aan het voegen van tegels in bijvoorbeeld een badkamer en het voegen tussen nieuwe mensen in bijvoorbeeld een nieuwe werkomgeving. Vandaag was een dag waarbij ik beiden heb uitgeprobeerd om er een goede draai aan te geven.
In een nieuwe school heersen andere regels, cultuur, mensen, methodes, etc. etc. Als je dan als buitenstaander binnenkomt, komt er best een hoop op je af. Tegelijk is dat een leuke uitdaging om er daadwerkelijk iets van te maken. Aftasten, luisteren, vragen stellen, rondkijken, investeren, het hoort er allemaal bij en het is nog leuk ook. Het voelt goed en dan maar hopen dat dit wederzijds is. Het is fantastisch om te zien, dat er op zo'n kleine school met zo weinig mensen zo'n werklust en verantwoordelijkheid heerst, dat voelt lekker.
Thuisgekomen moet er natuurlijk eerst nog wat worden gegeten. Dat wordt een kwestie van invoegen, want om 10 voor half 7 ben ik binnen. Vervolgens gaat een deel van het gezin op de bank voor de buis om Oranje te volgen. Echtgenoot voegt zich daarbij. Zelf verdwijn ik naar boven om daar nog een stuk badkamervloer te voegen. Dan kan er tenminste morgenavond weer gedoucht worden.
Gereedschap klaarleggen, voegmiddel erbij pakken, berekening maken voor een goede verhouding van poeder en water, roeren, smeren, schuin nat maken met een spons, met de spons op de voegen drukken, opwrijven en klaar is kees. 
Het voegen van nieuwe mensen is niet heel veel anders. Ook daarvoor zijn verschillende dingen nodig: materiaal, een goede voorbereiding, werken aan een goede verhouding, verschillende invalshoeken bekijken en vooral duidelijk communiceren met elkaar. Het kost alleen meer tijd om uiteindelijk opgenomen te zijn in een bestaand team. We gaan ervoor! Dan zal dat vast gaan lukken!

vrijdag 20 november 2009

Mensenkennis

Hoe boeiend is het om mensen in hun doen en laten, in hun krachten en minpunten, in hun enthousiasme en werkdruk, in hoogte- en dieptepunten te leren kennen. Zo ervaar ik vele relaties met de 'bekende' collega's van de ene school en de 'nieuwe' collega's van de andere school.
In die relaties met collega's denk ik mensen die ik al langer ken toch aardig te kennen. Ik voel me daar vertrouwd, ik kan mezelf zijn, ik weet hoe een en ander in elkaar steekt, ik ken achtergronden. De relaties met de 'nieuwere' collega's zijn zich nog in de opbouwfase, waardoor ik in positieve en negatieve zin voor verrassingen kom te staan. Maar niet vergetend dat deze 'nieuwere' collega's ook aan mij moeten wennen, want die 'bekende' collega's weten natuurlijk ook al redelijk goed, wat ze aan mij hebben.
Dan heb je daarnaast bij zowel de 'bekende' als bij de 'nieuwere' collega's ook nog het feit dat het bij de een makkelijker klikt als bij de ander en merk ik dat het bij sommige collega's ook moet groeien. Ook dit worden in de regel toch positieve contacten. Elkaar leren kennen is immers ook elkaar respecteren zoals iemand is. Een kind mag zijn zoals het is, maar dat zelfde geldt voor collega's in een team, mits zij zich aan bepaalde - vaak ongeschreven - regels houden.
Waarom schrijf ik dit stukje nu juist vandaag? Vandaag is het vrijdag en blik ik even terug op de afgelopen week, waarbij ik heel veel leuke contacten en relaties hebben opgebouwd en versterkt(waarin de humor vooral een grote rol speelt!), maar waarin ik ook - op beide scholen - een wat negatieve ervaring heb gehad in contact met een collega. Dit minder positieve contact is niet schokkend, maar leert mij die bewuste collega's kennen en leert mij ook weer hoe ik zelf om zou moeten of kunnen gaan met die ander. Het leert mij ook grenzen te stellen. Het is een leerproces, een groeiproces en een verder proces om mensen op hun waarde te schatten. Juist dat is zo boeiend aan het werken met mensen binnen het vak van leerkracht.

maandag 19 oktober 2009

Oude en nieuwe collega's

Vanmorgen las ik een prachtig stukje van Jacques Vriens in Trouw over de generatie die is opgegroeid met allerhande voorbeelden zoals die van de oester. Voor diegenen die dit niet hebben gelezen: De betreffende docent kroop zelf in de kaartenbak in de hoek, tilde vervolgens de klep een stukje omhoog en keek met zijn pientere oogjes de klas in. Als was hij de oester zelf. Geweldig. Kostelijk om te lezen hoe menig docent en leerkracht nog iets maakt van zijn lessen. Concrete voorbeelden en echt materiaal in de klas halen maakt de lessen aantrekkelijk.
Dit neemt niet weg, dat de nieuwere generatie weer andere kwaliteiten heeft. Zij kunnen goed overweg met een computer, een website, een digibord, een digitaal systeem en alle andere moderne technieken, die voor de oudere collega toch weer meer moeite kosten. Dat geeft niet, maar ik vind het niet terecht dat de ouderen zo de hemel in geprezen worden, de PABO's wat onderuitgeschoffeld en de jonge (vaak hardwerkende!!) leerkrachten enigszins naar beneden worden gehaald. Zij moeten hun ervaringen nog opdoen.
Moet het niet zo zijn, dat er in een school een gevarieerd aanbod van docenten/leerkrachten rondloopt, waarbij leerlingen/kinderen verschillende invalshoeken te zien krijgen, maar waar ook de collega's van elkaar kunnen leren in een lerende ontwikkelingsgerichte organisatie als een school?