On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label Passend onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Passend onderwijs. Alle posts tonen

zaterdag 21 november 2015

De werkdruk van de leerkracht wordt steeds groter

Een denkbeeldige 40-urige werkweek (nieuwe CAO) helpt weinig aan het verlagen van de werkdruk, het werk moet immers af. Als er om 17.00u. een ouder staat of je les ligt niet klaar voor morgen, kun je echt niet naar huis. Hoe houdt de leerkracht het vol?

Het programma “De Monitor” kwam met een oproep van een leerkracht die een signaal wilde afgeven over de werkdruk van leerkrachten. Een heel terecht signaal, welke ik als leidinggevende van een basisschool graag wil bevestigen en verder toelichten en tevens benadrukken dat de maat vol is. Ook als noodoproep naar het ministerie van onderwijs, minister Dekker en staatssecretaris Bussemaker, maar wellicht ook richting PORaad, inspectie, leerKRACHT,  en alle andere goedbedoelde instanties.
Een heel goed signaal van deze lerares/leerkracht om dit bij “De Monitor” aan te kaarten.
Als directeur van een basisschool zie ook ik een steeds grotere druk ontstaan bij onze leerkrachten vanuit ouders en eisen van leerkrachten in het algemeen.
Nadenkend over dit fenomeen, denk ik aan de volgende oorzaken/feiten.

1. Transparantie in het algemeen
A. Er moet voortdurend worden gecommuniceerd vanuit de school naar ouders hoe het gaat met hun kind (en) en waarom bepaalde zaken op die manier worden gedaan. Dit kost veel (kostbare) tijd. Denk aan beantwoorden e-mail, terwijl ik leerkrachten aanraad om zo veel mogelijk telefonisch of face to face te bespreken. Ouders willen zelfs een platform.
Naast wat ze over hun kind willen weten en bespreken, zijn er uiteraard ook de nieuwsbrieven, website, onderwijskundige nieuwbrief ed. De inspectie controleert hierop. Dit laatste ligt iets minder bij de leerkracht, al zijn zij wel verantwoordelijk voor hun eigen pagina op de website.
B. Leerkrachten moeten laten zien wat ze kunnen aan de directie. N.a.v.  flitsbezoeken en klassenbezoeken worden er gesprekken gevoerd.
C. Leerkrachten leggen verantwoording af aan de IB-er(s) door met hen in gesprek te gaan welke acties voor welke leerlingen de goede effecten hebben, maar ook hoe het kan dat een bepaalde werkwijze niet geschikt is voor een ander kind. Samen zoeken zij naar oplossingen.
D. Er moet voortdurend verantwoording worden afgelegd aan externe partijen: (dit is voor het grootste gedeelte de verantwoording van de directie)
- inspectie(schoolplan, vragenlijsten, schoolgidsen, resultaten, etc.), ministerie, scholen op de kaart
- samenwerkingsverband (welke doorvraagt en doorvraagt wat de school zelf nog kan als er een probleem wordt geconstateerd)
- bestuur

2. Ouders vragen veel gesprekstijd van leerkrachten. 
Hun kind (eren) is (zijn) een prinsje(s) of (/en) prinsesje(s) en zij staan in het middelpunt, hen mag niets ontbreken. Te pas en te onpas wordt om gesprek gevraagd. Sommige ouders hebben dit schooljaar (10 weken bezig) al 4 gesprekken gehad van anderhalf uur. Waar is de grens? Wat kan een leerkracht nog wel en wat niet meer?
Wij hebben in ons systeem aan het begin van het schooljaar een oudervertelgesprek. Twee keer per jaar zijn er rapportgesprekken. Bij de twee inloopmomenten kan er nog een afspraak worden gemaakt. Daarbuiten is het ook mogelijk om een afspraak te maken. En bij die laatste mogelijkheid loopt het nog weleens de spuigaten uit.

3. Aandacht en inzet voor de leerlingen de groep.
Het is goed om in verschillende niveaus te werken. Elke leerkracht doet dit in minimaal 3 niveaus op onze school en daarbij zullen ook nog wat extra leerlingen (bij wijze van uitzondering) daarbuiten een individueel plan (denk aan de arrangementen, de tegenwoordige aangepaste en uitgeklede rugzak) hebben. Individueel voor elke leerling is niet haalbaar en bovendien niet gewenst. Leerlingen kunnen zich binnen een subgroep aan elkaar optrekken en ze zullen moeten leren hoe het werkt in een groep (net als later in een team of op een afdeling).
Een ander verhaal wordt het, wanneer een leerkracht te maken heeft met een combinatiegroep.

4. Leer- en gedragsproblematiek neemt toe met passend onderwijs.
De groepen worden ingewikkelder en sommige groepen ook groter. De eisen waar een leerkracht aan moet voldoen wordt ook groter, de werkdruk hoger en het werk voor een groep vaak minder leuk hierdoor. Dat er nog zoveel mensen in het onderwijs werken is bijzonder. Er moeten vele ballen in de lucht worden gehouden. Werken in niveaus, extra hulp binnen  de les, waardoor nakijkwerk voor na de les blijft liggen en met ogen in je achterhoofd de klas in de gaten houden, waarbij leerlingen verwacht worden zelfstandig aan de slag te gaan.

5. Inspectie heeft negatieve invloed gehad (dit tij is enigszins gekeerd met het nieuwe toezichtskader) in het kader van de afrekening van slechte Citoresultaten. Cito's zijn slechts een klein onderdeel van wat gemeten wordt over wat je doet op een basisschool. 
Binnen een jaar van (zeer) zwak naar basisarrangement is daarin ook een onmogelijkheid. Welke goocheltruc gaat men dan uit de kast halen? Cito's oefenen, fraude, voorlezen, hulp bieden, ....

6. Financieel is het onderwijs uitgekleed.
Denk bijvoorbeeld maar aan voorzieningen als ict (loopt altijd achter de feiten aan en computers en digiborden of touchscreens zijn heel duur) of hetontbreken van een concierge (alles zelf kopieren, koelkast en was zelf doen, meubels sjouwen bijverplaatsen klas, schoonmaak 2x per jaar, soms zelf materiaal kopen...).

7. Nieuwe CAO met 40-urige werkweek
De nieuwe cao geeft inzicht in de tijd die men kwijt is. Een grote misser is de zogenaamde opslagfactor van 40% (hieronder vallen lesvoorbereidingen, nakijkwerk, oudergesprekken, vergaderingen, maken van groepsoverzichten en groepsplannen, bijhouden van administratie zoals absenten en dossiervorming, lezen van verslagen, overleg intern begeleiding, rapporten maken, etc.) nooit toereikend is voor de gemiddelde leerkracht.

8. Weer een nieuwe richting (onderwijs2032),
Een nieuwe richting kan goed zijn om het onderwijs te verbeteren. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe richtingen ingeslagen. Een nieuwe richting betekent dat er weer een verandering van denken wordt gevraagd van leerkrachten. Betekent weer een andere koers varen. Betekent ook extra energie.

9. Schoonmaakmomenten en klaslokaal inrichten/opruimen
Ooit weleens meegemaakt dat een medewerker van een kantoor 2x per jaar moet helpen soppen? Dat gebeurt op scholen wel. De reguliere schoonmaak maakt de vloeren, de toiletten, de bovenkant van tafels en kasten schoon en dan houdt het een beetje op. Samen met ouders wordt er 2x per een schoonmaakmoment georganiseerd.
Ook jouw werkplek is jouw verantwoordelijkheid. Voordat de school start na de zomervakantie heeft de leerkracht zijn klas al moeten inrichten, schriften schrijven, tafels slepen, naamkaartjes maken en noem maar op. Dat zit voor een deel in de 40-urige werkweek. De meeste leerkrachten zullen het hiermee niet halen. Ook halverwege een jaar worden de groepen nogal eens anders ingericht, kasten handiger ingedeeld of anderszins.

10. Deskundigheidsbevordering
Iedere leerkracht moet de deskundigheidsbevordering inzichtelijk maken. Goed om dit bij te houden. Vakliteratuur lezen, een cursus of zelfs een zwaardere studie volgen. De meeste tijd zit niet meer in die 40 uur hoor. Dat lukt vaak niet, want die tijd is al op.


Ik kan nog meer dingen noemen, maar dit zijn mijns inziens de belangrijkste.
Het is goed om dit onder de aandacht te brengen. Erg goed zelfs. Roep het uit naar het ministerie van onderwijs! De grens is niet alleen bereikt maar ook overschreden. Als schoolleider van een school met ruim 200 leerlingen is het zwaar (met 1x per 2 weken een administratief medewerker, zonder conciërge, telefoon aannemen, ouders te woord staan, taken zijn inclusief het werk van ictcoördinator, werkzaam 4,5 dag), maar ook als leerkracht is het zwaar en moet men alle zeilen bijzetten om aan alle eisen te kunnen voldoen. Petje af voor deze hardwerkende mensen, die willen gaan voor iedere leerling, ieder kind. Ieder kind is een bijzonder kind. Hoe zou u zich voelen als alle energie uit je wordt getrokken als u het onvermogen voelt om daaraan net niet te kunnen voldoen?
Je moet er met elkaar voor gaan en het met doen. Elkaar op de been houden. Elkaar inspireren, in de flow brengen en net dat tandje harder willen en kunnen lopen. Enthousiasmeren.
Uitval (een griepje bijvoorbeeld) betekent stilstaan en eigenlijk kan dat niet. Uitval van een intern begeleider(=zorgcoördinator) binnen de school (zoals onze school nu voor de tweede keer in vijf jaar tijd doormaakt voor een periode langer dan een jaar) is schadelijk voor de organisatie. Maar daar houdt ministerie en inspectie geen rekening mee. Je moet dit gewoon kunnen opvangen. Zwangerschappen van leerkrachten die 4 maanden uit de groep stappen? Als school moet je die zaken maar opvangen, laat staan als leerkracht, terugkomen is voor de volle 100% weer aan de bak. Een kleintje of niet.

Toch is het beroep leerkracht, intern begeleider en schoolleider in het basisonderwijs boeiend en inspirerend. Het gaat om de leerlingen die je wilt laten groeien. Leerlingen die leren leren, leren ontdekken, ondernemen, leren samenwerken, filosoferen en leren belangrijke stappen te maken, die je als leerkracht verder brengt in hun cognitieve en sociale ontwikkeling en sterk maakt om straks deel te kunnen nemen aan de maatschappij . Wat is het een mooi beroep. Voorlopig ga ik er nog voor!



zondag 23 juni 2013

Bezuinigen

Al enkele jaren is er crisis. Bezuinigen, banken die omvallen en die we met z'n allen overeind moeten helpen, besparen, ander werk zoeken, omscholen, noem maar op. Bijna iedereen heeft er mee te maken. Ook in het onderwijs merken we dat we zuiniger aan moeten doen. Wat kunnen we hieraan doen? Wat zeggen economen? Wat zeggen wijzelf? Wat vindt u?

Om dicht bij huis te beginnen. Als er in het huishouden minder geld binnen komt, kun je minder uitgeven. Simpel en heel goed te overzien. Een hypotheek op een huis kan nog, maar geld lenen doe ik zelf niet graag. Als ik het niet heb, geef ik het niet uit. Nee, eerder andersom. Sparen voor iets bijzonders.
Dichtbij huis zorgen wij ook eerst voor de dingen die moeten, die horen bij ons levensonderhoud. Een woning, gas, water en licht, eten, kleding, meubilair, scholing. Natuurlijk horen daar tegenwoordig nog een aantal extra's bij. 
Voorzien in het levensonderhoud is een must. Zoeken naar werk is belangrijk. Het vinden van werk staat hoog in het vaandel, liefst naar een passend baan en een leuke job. 
Bezuinigen op huiselijk niveau is relatief eenvoudig(t.o.v. van de crisis in Europa), tenzij je echt heel weinig hebt, omdat je dan moet zoeken waarop je moet bezuinigen. Minder kleren kopen, we hebben immers genoeg. Kleren kopen bij tweedehands winkels. Je zoekt winkels met aanbiedingen. Creatief met koken. Boeken lenen bij de bieb. Tijdschriften lezen van een ander of in de bieb. Kamperen in Nederland. Huiskapper. Goedkope verzekering. Een tweedehands of geen auto. Er zijn een heleboel dingen mogelijk, al ben ik me er terdege van bewust dat er mensen zijn, die op de armoedegrens leven.
Op een ander niveau zien we bij werkgevers - bijvoorbeeld het onderwijs - zaken, waarop bezuinigd kan worden. Extreme etentjes, leaseauto's, eigen chauffeur, werkkleding, schoonmaak, meubilair, materialen, presentjes, etc. Bekijk eens wat echt nodig is. Waar kan op bezuinigd worden. Ik vind zelf dat dat binnen het onderwijs niet zo heel makkelijk is. Op leermiddelen kun je bijna niet bezuinigen, het budget is al niet zo heel groot. Wat er niet is, kun je toch wel een beetje uitgeven. Je staat dan als school iets in de min. Binnen een stichting kan dat worden opgevangen. Het gevaar ligt op de loer, dat een stichting iets krimpt en minder middelen binnen krijgt. Daar hebben wij als school dan ook weer mee te maken.
Het grootste gedeelte van het onderwijsbudget zit 'm in het personeel. Daarop bezuinigen zou de klassen alleen nog maar groter maken. Dat willen we ook niet. Dat zou immers ten koste gaan van de aandacht voor kinderen. Ook al beweren wetenschappers, dat het niet aan de resulaten ligt als de klassen groter zijn, het ligt wel degelijk aan het welbevinden van kinderen en leerkrachten, als er steeds meer zorgkinderen binnen de basisschool blijven (Passend Onderwijs). De leerkracht voor de steeds groter wordende groep moet immers aan de onderbehoefte van ieder kind kunnen voldoen. En ook al is dat misschien hetzelfde niveau, het vergt voor ieder kind een andere benadering. Dat kan zijn herhaling, visueel, met materiaal, met een maatje, via een computerprogramma o.i.d.
In het onderwijs kunnen we ook de geijkte schoolreisjes, Paasontbijt, sportdag e.d. afschaffen, maar dit betaalt de school niet. Dit betalen de ouders.
Op macroniveau zien we in Nederland allerhande bedrijven, onderwijs, verzorging, politie, sport, cultuur, de banken, de infrastructuur, nieuws en noem maar op. Hoe en waarop moet er dan worden bezuinigd?
Is het dan niet zaak om te bekijken wat echt nodig is voor ons levensonderhoud? Dan denk ik dat er best een heleboel dingen weg kunnen. Wat overblijft zijn de supermarkten, het onderwijs, de gezondheidszorg(+beweging), de politie/brandweer en de infrastructuur(de bouw in het algemeen). En natuurlijk zijn er nog mensen nodig, die dit allemaal regelen. En materialen die dit vergemakkelijken. Daarnaast moeten we zuinig zijn met het teveel geld pompen in dingen, die niet echt nodig zijn. Maar goed, daar begint de discussie, want wat is nu precies wel en niet nodig? Is een pretpark nodig? Is defensie nodig? Is cultuur nodig? Topsport? Mooi kleurtje op de muur? Een tweede of derde servies? Een auto?
Eigenlijk zijn we in Nederland - over het algemeen - behoorlijk verwend. Wij hebben best veel. Er zijn mensen, die het minder hebben, meer moeten bezuinigen, creatief moeten omgaan met de dingen die ze hebben en die moeite moeten doen om alle eindjes aan elkaar te knopen. Meestal hebben ze een woning, kleding en eten. Soms ook werk.
Terug naar de basis. Terug naar minder hebben hebben hebben. Terug naar hergebruik en duurzaamheid. Terug naar zuinigheid. Zuinigheid met vlijt, bouwt immers huizen als kastelen.

donderdag 28 februari 2013

De terminologie van Passend Onderwijs

Passens Onderwijs heeft veel voeten in de aarde. Een hoop verschuivingen, heel veel nieuwe onderwijskundige terminologie en een snufje bezuinigingen. Dat alles samen heet Passend Onderwijs. Een structurele wijziging in het benaderen van het kind.

Allereerst wordt naast Opbrengst Gericht Werken het Handelings Gericht Werken geintroduceerd. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Wat heeft dit kind nodig, in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school, met deze ouders en in deze omgeving. En de volgende vraag is of de omgeving van het kind hieraan kan voldoen.
Daarnaast komt de term IHI, wat betekent Integraal Handelingsgericht Indiceren. Het grenst aan HGW (Handelingsgericht werken). Veel partijen om de tafel krijgen, zodat de lijnen kort zijn en iedereen weet wat de ander doet en zou kunnen doen. Ook de ouders zitten hierbij.
De zorgplicht die bij de scholen komt te liggen, zorgt ervoor dat de school, die een leerling binnen zijn muren heeft, zorg draagt voor het kind. Lukt dat niet binnen deze muren, dan zal de school ervoor moeten zorgen, dat dit kind op een andere plek tot zijn recht kan komen. De zorg wordt dan netjes overgedragen middels een onderwijskundig rapport of zoals de digitale wereld in deze aangeeft: een DOD, een digitaal overdrachtsdossier.
De overheid heeft ervoor gekozen om minder samenwerkingsverbanden te formeren. Zo moeten er nieuwe verbanden gemaakt worden, samenwerkingsverbanden, die veel groter en logger zijn, maar wellicht goedkoper moeten worden. Het samenwerkingsverband waar onze school toe behoort omvat 82 scholen van alle richtingen.
Bijeenkomsten met directies en IB-ers worden ingericht en voorgezeten. De volgende opdracht is het SOP, het schoolondersteuningsprofiel. De volgende meting. Wat heb je als school in huis, waar wil je naar toe werken. Een document met een vragenlijst die wordt ingevuld door de school. Hierin worden ook de MR-en betrokken.

Het eind is nog niet in zicht, want wat gaat dit alles ons opleveren als samenwerkingsverband? Worden de lijnen korter en de bureaucratie minder?
Wat gaat het ons opleveren als stichting? Zijn de voordelen groter dan de nadelen?
Wat gaat het ons opleveren als school? Moeten we meer kinderen binnen de muren van onze school kunnen houden?

Het is een proces waar we middenin zitten, maar waarvan we nu nog niet geheel kunnen overzien waar het eindigt. Dat maakt weleens bezorgd. En wie is er dan om die bezorgdheid weg te nemen en een Passend antwoord heeft voor de leerkracht voor de klas, de intern begeleider in de school en de schoolleider, die moet zorgen dat alles in goede banen wordt geleid? Is er een Passende Scholing voor professionals die hiermee moeten werken?
Op weg naar Passend Onderwijs, vol met nieuwe termen en afkortingen, vele voeten in de aarde, maar geen handen in het haar, geef het handen en voeten, denken en doen voor en door het kind, een boeiende uitdaging.




zondag 27 januari 2013

Beter onderwijs?

In Finland is het onderwijs beter dan in Nederland, zo kopte de krant deze week. Aziaten hebben een enorme vlucht genomen en een hoger niveau bereikt. Internationaal is Nederland gezakt. Is het onderwijs in Nederland slecht? Moeten wij het onderwijs verbeteren? Zijn er andere mogelijkheden of veranderingen denkbaar?

Het is een lastig en complex onderwerp om onderwijs van verschillende landen te vergelijken. 
Het begint al met de meetlat die je er langs legt. Welke meetlat wordt gehanteerd? Wat wordt er precies gemeten als landen met elkaar worden vergeleken. Is het de kennis? Het reken- en taalniveau? De creativiteit? De sociale vaardigheden? De zelfstandigheid? De zelfreflectie?
Dan heeft ieder land een andere bevolkingsopbouw. Hierbij speelt zowel de taal als de cultuur mee. Nederland heeft te kampen met veel immigranten, waarbij de taal niet goed wordt beheerst. Dit heeft gevolgen voor andere vakken, ook al hebben deze mensen en kinderen een goede intelligentie, het valt niet mee om het Nederlands goed te beheersen, als thuis altijd een andere taal wordt gesproken.
Een andere cultuur kan ook problemen geven op school. Als een vrouwelijke docent voor een klas met jongens staat en deze jongens vanuit hun cultuur niet hoeven te luisteren naar vrouwen is er wel degelijk een uitdaging. Ook andere situaties kunnen meespelen. Hoe wordt omgegaan met de aanwezigheid, het huiswerk, gedrag, ambitie, en zo zijn er meerdere dingen te noemen die anders zijn.
Naast taal en cultuur is elke situatie in landen anders. De werkgelegenheid, de bevolkingsopbouw en de groei en krimp van scholen, hoe ziet het land eruit, welke beroepen en werkzaamheden zijn gebruikelijk, en ga zo maar door.
Wat aangevoerd wordt om ons onderwijs te verbeteren is een beter opgeleide docent. Is een universitair geschoolde docent per definitie een betere leraar? Wat wordt dan verwacht van een universitair geschoolde docent? Meer kennis maakt niet altijd betere docenten, dus er moet meer zijn. Men zal ook iets moeten leren t.a.v. sociale contacten, het omgaan met verschillen, het flexibel kunnen zijn t.a.v. verschillende gedragingen en onderwijsbehoeften van kinderen. Misschien is het nodig om meerdere type docenten in huis te hebben, zowel een slimmerik, een handige creativeling, als een sociaal vaardige leerkracht. Ik denk dan met name aan de teamrollen van Belbin, die heeft uitgewerkt hoe verschillende mensen samen een team vormen en iedereen zijn eigen rol daarin heeft. Maar ook veranderingen realiseren vergt verschillende tactieken. Elke cultuurverandering is anders en vraagt om een andere veranderstrategie. Een handzaam denkraam van veranderstrategieën is ontwikkeld door Léon de Caluwé. Hij beschrijft het denken in kleuren met verschillende kwaliteiten. Leer jezelf kennen en zie hoe je bepaalde veranderen teweeg wilt brengen. Dat geldt zowel in een organisatie, een school, als in een klas.
Het gaat erom, dat er leerkrachten komen die de passie en energie hebben om dit vak uit te oefenen. Een intrinsieke motivatie om het allerbeste uit zichzelf en de leerlingen te halen. Soms gaat dat linksom en een andere keer gaat dat rechtsom. 
De kunst is om te leren naar jezelf te kijken en te reflecteren. Heb ik het goede gedaan om het resultaat te bereiken wat ik wilde bereiken? Heb ik het uiterste gehaald uit mezelf en uit het kind? Heb ik daarbij meegenomen, dat een kind zich veilig moet voelen en ook durft te vragen aan de leerkracht? Heb ik andere kwaliteiten en invalshoeken meegenomen die bij dit kind horen.
Kortom, zijn wij bezig met Passen Onderwijs: Wat heeft dit kind nodig in deze school, met deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht?
Samen oplossingen zoeken met deskundigen, school, ouders en leerling. Samen verantwoordelijk. Samen verder. 
De vergelijking met andere landen zegt mij dan niet zoveel. Het is een andere situatie, een ander land, andere mensen, andere systemen en dat geeft andere interventies en dus ander onderwijs. Is het onderwijs in Nederland slecht? Ik geloof het niet. Maar dat betekent niet dat we achterover moeten leunen. Kijk altijd hoe je verder kunt ontwikkelen. Beter worden in taal en rekenen is slechts een onderdeel. Het kind moet straks een zelfstandig mens kunnen zijn in de ingewikkelde maatschappij van nu. 



zondag 15 april 2012

Grijs gebied

Een kijkje nemen in de hersenen, een grijze massa onder onze schedel. Misschien zelfs iets daarmee kunnen aantonen. Misschien iets kunnen aflezen uit de hersenen. Het lijkt allemaal een abracadabra of zelfs een beetje science fiction, maar er kan tegenwoordig steeds meer.


Prikkels vanuit je hersenen worden via zenuwbanen naar allerlei delen van je lichaam gezonden. Dat was al bekend. Als een miljardair 300 miljoen schenkt aan hersenonderzoek en er komen berichten dat je er meer aan kunt zien, ga ik even op het puntje van mijn stoel zitten en werken mijn grijze hersencellen op volle toeren.
N.a.v. een open dag in Nijmegen schreef een journalist in de krant over het kijken in de hersenen. Magnetische stimulatie van de hersenen schijnt een positief effect te kunnen hebben op depressiviteit. Neurofeedback is een methode waarbij een beloning (positieve feedback) wordt gegeven op gewenste hersenactiviteit. Allemaal wonderlijke wetenschappelijke ontdekkingen, maar wat kunnen we ermee?
Hersenen zijn ingewikkelde organen met allerlei verschillende gebieden. De een heeft een sterker ontwikkeld taalgebied, de ander is wiskundig veel beter. De een heeft zijn emoties meer ontwikkeld, de ander is het gezichtsvermogen kwijt door een hersenaandoening. 
Maar stel nou, dat er inderdaad in de hersenen gekeken kan worden hoe mensen reageren en wat mensen denken. Dat stond immers ook in de krant gisteren. Wat als je dan een verhoor afneemt bij een verdachte, en kunt zien wat hij denkt? Wat als je iemand kunt onderzoeken door in zijn hersenen te kijken?
Interessanter voor het onderwijs vind ik dat je als leerkracht kunt zien wat kinderen denken. Wat houdt ze bezig? Maar meer nog: Waar kan ik dit kind, in dit vak, in deze klas en met deze ouders, op deze school mee helpen? Dan zijn we ineens een stuk verder met handelings gericht werken en passend onderwijs. Dan wordt het ineens transparanter en hoeven we niet allerlei papieren te verzamelen om te bewijzen dat een kind hulp nodig heeft. Iedereen kan zien of aflezen op de hersenscanner wat dit kind nodigt heeft of juist niet. Wat zijn de stimulerende en belemmerende factoren? Het zou een stuk duidelijker worden en scheelt een hoop onderzoek, wat uiteraard weer uitgespaard kan worden. Gewoon even "meten" wat het IQ is, eenvoudig bekijken welk centrum goed en minder goed is ontwikkeld, en natuurlijk bekijken in welk deel van de hersenen het kind verder en beter gestimuleerd kan worden. Het zou prachtig zijn. Of toch niet?  Blijft dan geen privacy over? Zou je dan ook kunnen zien of een kind koekjes heeft gepikt thuis, of nog erger? Zou je ook kunnen weten wat kinderen in de vakantie hebben gedaan? Hoever kun je gaan en hoever mag je gaan? Kom je ook dingen te weten, die je eigenlijk helemaal niet wilt weten? Kun je bijvoorbeeld zien of een kind een dodelijke ziekte heeft? Kun je al zien of iemand slim is of niet door bepaalde afmetingen? Griezelig grijs.


Zo ver is het natuurlijk nog lang niet. En dit heeft toch iets weg van science fiction. Mocht het ooit zo ver komen, is het zaak hier weer goede afspraken over te maken, wat er door wie gezien mag worden. Wie er iets mee mag doen? Wie er toestemming mag geven om dit te bekijken? Kunnen de onderzoekers toch nog omscholen naar ander werk en hun grijze cellen ergens anders voor gebruiken. Komt er van bezuinigen weinig terecht, want er komen weer nieuwe uitdagingen, die de nodige energie vergen en hersenen gepijnigd zullen worden. Laten we het nog maar even houden bij stimuleren van kinderen, het omgaan met echte mensen, het koesteren van verschillen in alle leeftijden, dan te diep duiken in iets wat voor ons letterlijk en figuurlijk nog een grijs gebied is.

zondag 8 april 2012

Vertrouwen

Vertrouwen kennen we bij relaties met mensen. Dus ook in het onderwijs. Relaties met kinderen, ouders en leerkrachten. Het woord vertrouwen draagt het woord trouw in zich. Trouw aan mensen, de school, het werk en het hele onderwijs.

Nu de bezuinigingen en het traject Passend Onderwijs ons in de nek hijgen, zal menigeen het vertrouwen verliezen. Niet zo zeer het vertrouwen in de mensen en kinderen op de werkvloer, maar meer in het onderwijsveld in het algemeen. Kan ik mijn baan wel behouden? Worden de klassen groter? Kan alles nog wel worden besteld? Vinden er verschuivingen plaats? Wat blijft er over van de kinderen die een rugzak hebben? Hebben ambulant begeleiders straks nog werk? Hebben wij als basisschool straks nog genoeg expertise in huis?
Als het vertrouwen in het onderwijs verloren gaat, verliezen we misschien ook het vertrouwen in ons werk. Dat zou jammer zijn. Zoveel professionals die met hart en ziel elke dag weer voor de klas staan. Daar moeten we zuinig op zijn. Leerkracht word je niet zomaar. Dat doe je ergens voor. Je hebt gekozen voor werk met kinderen. Alle soorten en maten.
Het werk bestaat uit de relaties met kinderen en ouders, contacten met collega's, overlegmomenten met intern begeleiders en ambulant begeleiders, op zoek naar het beste voor dit kind, in deze situatie, met deze leerkracht, in deze groep en met deze ouders. Dan is het goed om dat vertrouwen vast te houden. Blijf vertrouwen op jezelf, de kinderen, de leerkrachten, de ouders en de school. Geef elkaar ruimte en zelfstandigheid. Leer elkaar hoe iets misschien beter kan. Blijf trouw aan het kind en vertrouw op je eigen kunnen.

En al die bezuinigingen dan? En Passend Onderwijs? Wacht af hoe een en ander uitpakt en ga niet bij de pakken neerzitten. Zet door en ga verder, want kinderen moeten ook verder. Hun ontwikkeling staat niet ineens stil. Misschien valt het mee. Laten we roeien met riemen die we hebben, zo is dat al jaren goed gegaan. Of nu de focus is gericht op sociale vaardigheden of op taal en rekenen, uiteindelijk komen de kinderen echt wel waar ze moeten komen.
Geef niet op, heb vertrouwen in de toekomst, net als dat je vertrouwen hebt in de kinderen.

vrijdag 26 augustus 2011

Leerkrachten en kwaliteit

"Genoeg leerkrachten", meldt de krant van vandaag. "Het tekort valt mee", want door de crisis zouden meer mensen voor de zekerheid gaan met een baan in het onderwijs.
Maar.... in wat kleinere letters wordt ook nog even gezegd, dat niet alle leerkrachten en docenten bevoegd zijn.
Conclusie: Er is wel degelijk een tekort en men heeft stagiaires en duaal studenten ingezet om de klassen en groepen te bemannen of veelal te bevrouwen. Nog goedkoper ook, mooi opgelost.
Opgelost?
Mooi is dat. Het maakt dus niet uit hoe er wordt lesgegeven, wie dat uiteindelijk doet, hoe het gebeurt, als het maar gebeurt en enigszins financieel te behappen is. Terwijl Marja van Bijsterveldt (een niet-leerkracht) zegt dat het niveau van taal, lezen en rekenen omhoog moet, er bezuinigd moet worden door de rugzakken terug te brengen, meer kinderen binnen de basisscholen te houden, minder geld ter beschikking te stellen en leraren meer nascholing moeten volgen.
Nu is dat laatste niet zo erg, want daar worden we voor betaald, bovendien is het goed om bij te blijven. Nog leuk ook, want je hoort weer nieuwe dingen, er ontstaan nieuwe inzichten en er komen altijd weer nieuwe invalshoeken. Prima.
Blijft over: het hoge(re) niveau en Passend Onderwijs tegenover die nog niet-afgestudeerde docenten en leerkrachten. Hoe kan dit door het ministerie van onderwijs worden goedgekeurd? Gaat het dan alleen maar om de poppetjes en het geld? Of moeten we ook aan kwalitatief goed onderwijs denken? En laten we het allerbelangrijkste niet vergeten: het kind en de leerling, zij moeten centraal staan, niet de voorwaarden daar omheen.
Wie wordt de volgende minister van onderwijs? Toch wel iemand die uit het veld komt...., hoop ik?

dinsdag 1 maart 2011

Sponsors gezocht!

In hoeverre is het wenselijk om in het onderwijs te gaan werken met sponsors? Persoonlijk heb ik daar toch wel wat moeite mee, omdat we de jonge kinderen mischien op het verkeerde been zetten qua beinvloeding van bepaalde producten.
Neem nu de actie van - pak 'm beet - 10 jaar geleden. De toenmalige chipsfabrikant Smith had een actie bedacht, waarbij je bij elke zak chips punten kon sparen voor CD's, die op school ingezet konden worden. Dit ging mij toch echt te ver. Onze kinderen, die toen op de basisschool zaten, kregen dit mee van hun basisschool.
Op onze eigen school hebben wij een gift gekregen om de bekostiging van buitenspeelmateriaal rond te krijgen. Ideaal, maar is dit wel toegestaan? Strookt het nog met wat wij voor ogen hebben met de kinderen. Ik denk het wel.
Nu de bezuinigingen en het passend onderwijs door de schooldeuren wordt gedrukt, kunnen we misschien niet anders, dan de chipsfabrikant binnen te halen. Als Gruitenschool (groente en fruit i.p.v. koek meenemen op twee dagen per week) ben ik dan niet blij. Daar gaat het goede voorbeeld, dat je mee wilt geven. Daar gaat jouw stukje gezondheidsopvoeding.
Maar misschien moeten we zelfs zover gaan, dat er sponsoring plaats gaat vinden van de chocoladefabriek, de plaatselijke supermarkt, de tuinder uit het dorp, de stratenmaker van het schoolplein, de schilder, de software, de uitgever en ga zo maar door. Want bij bezuinigingen komen er meer kinderen met onderwijsbehoeften binnen de schoolmuren, wordt er meer gevraagd van de leerkrachten, is er meer materiaal nodig om ook voor deze kinderen de goede middelen in te kunnen zetten en hebben we zelfs gespecialiseerd personeel nodig. En waar gaan we dat van betalen? Juist, van die sponsors! Dus alle bedrijven in Nederland: Wees alert, de scholen komen naar jullie toe. Misschien kunnen we er meteen een ludiek gesponsord schoolreisje van maken, bieden we jullie wel een maatschappelijk stage van de leerlingen van 7 en 8, hebben we die lesuren ook weer mooi gevuld.

vrijdag 13 november 2009

Passend of doelmatig?

Op een passende doelgerichte dag met directeuren en IB-ers sparren we over Passend Onderwijs en de nieuwe koers daarnaartoe(dit n.a.v. een nota van Sharon Dijksma). Al pratend over de Zorgvisie van de school, kom je tot een toekomstgerichte invulling van de zorg in jouw school. Dat is mooi.
Bijzonder is het feit dat een collega rondloopt, die Passend Onderwijs eigenlijk maar onzin vindt. De desbetreffende persoon vindt dat het allemaal te individualistisch wordt. Zelf denk ik dat het een zoektocht is naar hoe verschillende zaken nog beter geregeld kunnen worden, na het beleid van WSNS(1994). Hoe we het kind centraal kunnen houden. Hoe we als school rekening kunnen houden met dit kind, in deze situatie, met die omgeving en met die onderwijsbehoefte. Juist dat is een mooie gedachte, een goed uitgangspunt. Hier worden ouders gezien als ervaringdeskundige en ook de stem van het kind telt mee! Vanuit handelings gericht werken(HGW) ga je dan de protectieve factoren en de belemmerende factoren gebruiken om een kind verder te helpen. Ook de 1-Zorgroute komt hierbij om de hoek kijken, welke juist niet de individuele handelingsplannen benadrukt, maar juist de groepshandelingsplannen. Plannen waarbij je als leerkracht ziet hoe de groep verdeeld kan worden in niveaugroepen per vakgebied.
Nadeel is altijd dat geld wel een rol speelt.
Nu stond er vandaag een stukje over "naar doelmatiger onderwijs" (Bron: Trouw), waarin we die leerkracht wel moeten belonen, maar waar ook de bureacratie(de papierwinkel) moeten verkleinen. Dit stuk, geschreven door de onderwijsraad, is een prima stuk, maar dat heeft het Convenant Leerkracht al lang voor elkaar dmv van de functiemix en de LBIB pleit al langer voor een LB of LC schaal voor IB-ers met drie verschillende functieprofielen. Nu moeten er mensen worden beloond naar wat ze presteren en waarin ze gespecialiseerd zijn. Prima. Maar de Onderwijsraad wijst ook nadrukkelijk op de effiency en niet alleen op die beloning, want natuurlijk moet het uiteindelijk wel geld opleveren of budgetneutraal zijn. Inzicht in de bekostiging van het onderwijs aan de kinderen, luidt het. Aan de hand daarvan kun je misschien beter bepalen waar het geld naartoe moet en vooral hoe het verdeeld moet worden. Naar Passend en doelmatiger Onderwijs dus! Een nieuwe uitdaging.


dinsdag 3 november 2009

Meer handen in de klas?

Dat passend onderwijs niet helemaal wordt wat men er van verwacht had, blijkt nu uit een brief van Sharon Dijksma aan de Tweede Kamer. Natuurlijk gaat het idee niet op de schop, maar het roer moet om. Al die papieren rompslomp en al die mensen die zich ermee bemoeien moet uitgedund worden, zodat er meer geld overblijft om meer handen in de klas te krijgen. Alleen dan kan het kind daar blijven waar die eigenlijk thuishoort.
Ik denk dan vooral aan de kinderen met grote gedragsproblemen (cluster 4) , die echt niet makkelijk zijn om in de klas te kunnen handhaven. Die erg energievretend zijn voor de leerkracht. Leerlingen die de rest van de klas enorm "ophouden". Leerlingen die "zuigen". Leerlingen die je zou moeten negeren, maar eigenlijk lukt dat niet. Leerlingen die je voortdurend in de gaten moet houden. Dat zijn leerlingen waar je continu wel een onderwijsassistent bij wilt hebben. Maar ja, hoe regel je dat?
Komt het geld nu daadwerkelijk daar waar het nodig is? Hoe wordt dit gestroomlijnd?
Als een school, zoals in het stuk beschreven staat, die meer zorg biedt, meer geld krijgt, hoe bewijs je dan dat jij die zorg nodig hebt in de school? Wie indiceert die leerlingen? Wat wordt de taak van de Ambulant Begeleiders? Wat wordt de taak van de Intern Begeleiders? Wat wordt de taak van de directies?
Het wordt nog een hele kluif om dat in goede banen te leiden en te zorgen dat het straks niet meer, maar juist minder geld gaat kosten. Ik ben blij dat ik niet de verantwoordelijke minister of staatsecretaris ben. Dan zou ik toch wel pijn in mijn buik krijgen van Passend Onderwijs.

zaterdag 20 juni 2009

Schoolreisje

Maanden van te voren wordt het schoolreisje tot in de puntjes voorbereid. Weken van te voren worden de nieuwsbrieven met alle informatie meegegeven en de laatste schoolshirts verkocht.
Ik heb een aantal weken daarvoor nog een overleg met de groepsleerkracht, een ambulant begeleider en de moeder van een kind uit groep 5. Deze jongen heeft diplegie (=verlamming aan beide kanten van het lichaam, bijvoorbeeld aan beide benen, zoals dit kind). In overleg met moeder gaan we proberen of hij toch meekan met schoolreis. Ik zal zorgdragen voor hem tijdens de schoolreis, want ik ga als IB-er/ADVleerkracht van deze groep mee met groep 5. In eerste instantie lukt het niet. De dag is te lang en hij gaat toch maar niet mee. Dan dient zich een andere moeder aan, die hem tussen de middag wel wil ophalen, zij werkt daar toch in de buurt. Fantastisch! Dan te bedenken dat deze bereidwillige moeder zelf in een rolstoel zit! Nadat dit bijna rond is, zegt de vader van de jongen, dat hij natuurlijk ook iets eerder vrij kan nemen van zijn werk en hem graag zelf op komt halen.
Rolstoel en jongen gaan mee met de heenreis. In de buurt blijvend en hem in de gaten houdend, zie ik een stralend gezicht van een jongen die met volle teugen geniet van zijn eigen mogelijkheden. Als hij in de lucht wil fietsen, heb ik even mijn bedenkingen, maar hij niet! Het gaat dan wel niet zo snel, maar hij komt er wel. Heel makkelijk springt hij zelf in de rolstoel en rolt hem verder. In een draaiton. Op een bootje met de meester. Midgetgolven met een groepje kinderen. Hij heeft een gouden morgen! Om half 1 zeg ik hem, dat we naar de uitgang moeten. Zijn vader zal daar op hem wachten.
"He, moeten we nu al weg?" "Ja, maar jij hebt wel mooi dit stukje kunnen meedoen! Leuk he?"
Weer wordt de vraag beantwoord met een vrolijk snoetje. Wachtend op zijn vader praten we nog even na. Hoeveel moet je al leren in zo'n situatie op deze leeftijd? Geweldig om te zien, hoe hij hier mee omgaat. Het doet mij denken aan mijn oudste broer, die als kind van 5 kinderverlamming kreeg en natuurlijk ook allerlei aanpassingen tegenkwam. Aangezien hij 13 jaar ouder was dan dat ik ben, heb ik zijn beginjaren nooit meegemaakt.
Zijn vader pikt hem op. We bespreken deze geweldige dag en dan zwaai ik hem uit.
's Middags was een relaxte middag. De dag was geslaagd. Mede doordat iedereen op zijn manier mee kon doen. Is dit al een beetje passend onderwijs? Wat het ook is, het gezicht van zo'n blij kind is het dubbel en dwars waard!

zaterdag 30 mei 2009

Beroepstrots


De eigen onderwijsbond CNV-O roept het woord "Beroepstrots" door de ether.
Wat? Beroepstrots? Mag ik even overgeven?
Al een beetje misselijk zie ik dat het onderwijs de verkeerde kant op gaat.
De werkdruk loopt op, er moet veel, maar als je het allemaal nog leuk vindt en je beleeft er plezier aan, niets aan de hand.
Maar...Neem dan die lumpsum. Daar word ik wel een beetje onpasselijk van. Een pure bezuinigingsmaatregel. Die pot met geld, die een school krijgt is berekend op een gemiddelde leeftijd van leerkrachten. Heb je toevallig wat meer ouderen(en vaak ook mensen met meer ervaring, dus goed voor de school) moet je dat bezuren, want dan is het geld eerder op en worden de klassen weer groter. Dat was volgens mij de bedoeling niet. Waar blijft nu die klassenverkleining die jaren geleden is ingezet?
Dan is er nog een lekkere worst voorgehouden in de vorm van de functiemix.
Wie gaat dat betalen? Dat is nog niet bekend. Zoals het er nu naar uitziet de school zelf. Dat betekent dat er leerkrachten in een LB schaal komen ten koste van andere zaken binnen de school en dus ten koste van de kinderen, de leerkrachten en het onderwijs. De klassen nog groter? IBtaken weg?
Als we dan ook nog door moeten tot 67 jaar, lijkt het verhaal van de “duurdere” leerkracht nog niet op te lossen.
En mochten we in 2011 ook nog Passend Onderwijs moeten bieden, denk ik dat er toch echt wel overspannen leerkrachten zullen zijn straks.
Vakbond, doe wat je moet doen! Roep de minister op het matje!

maandag 18 mei 2009

Passend Onderwijs

Over Passend Onderwijs is het laatste woord nog lang niet gezegd. We beginnen net. Toch gaat de Wet Passend Onderwijs in 2011 al van kracht. Dat is over ruim anderhalf jaar!
Enerzijds goede ontwikkelingen om ieder kind in zijn buurt te kunnen helpen, de zorgplicht als school. Het ene loket waar ouders kunnen aankloppen, als dit specifieke kind niet de onderwijsbehoefte kan krijgen waar hij/zij behoefte aan heeft. De kwaliteit van de leerkrachten verbeteren. Ontwikkelen. Meegroeien. Dit klinkt allemaal prima en daar sta ik helemaal achter.
Anderzijds is er de Lumpsum, die toch meer geld blijkt te kosten, omdat er gemiddeld meer duurdere leerkrachten zijn, daardoor kun je minder formatie inzetten, waardoor de klassen groter worden en je minder goed kunt differentieren en inspelen op de onderwijsbehoeften van elk kind afzonderlijk. Gaat het straks allemaal wel lukken, als het niks meer mag kosten?
Het inclusieve onderwijs zoals bv. in Engeland met heel veel onderwijsassistenten is dan helemaal niet haalbaar. Of ben ik nu toch te somber?

vrijdag 8 mei 2009

Passend Onderwijs

De politiek wil vooruit. Logisch. Onderwijs moet in beweging blijven, net als de Nederlandse taal. Het is levend. Wel moeten we oppassen voor steeds maar weer nieuwe ontwikkelingen en bevindingen die moeten worden ingevoerd. En alle leerkrachten maar weer meedenken of dit een goede stap is of niet. Nu Passend Onderwijs vormen gaat aannemen en in 2011 zijn wettelijke kracht krijgt, ben ik benieuwd of het lukt om daadwerkelijk vanuit het werkveld te luisteren wat leerkrachten willen. Dat is immers de bedoeling. Alleen gek dat veel directies, managementteams en intern begeleiders al wel op de hoogte zijn en de man/vrouw voor de klas eigenlijk nog niet. Hoe gaat dit verder?(wordt vervolgd)