On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







Posts tonen met het label 2014. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2014. Alle posts tonen

woensdag 1 januari 2014

Stilte na de storm: tijd voor overdenkingen.

Wat is het stil buiten. De wind waait niet. Het regent (nog) niet. Het zonnetje heeft zijn stralen laten schijnen vandaag. Het is rustig buiten. Geen geknal (meer). Het is rustig binnen. We eten de laatste restjes.

Het is 1 januari 2014. Na een nacht vol explosief vuurwerk, mooie oplichtende gekleurde sterren, knetterende geluiden, gillende sirenes en prachtige beelden boven de stad is het rustig. Meestal hoor je nog wat knallen en geknetter van overgebleven vuurwerk. Vaak hoor je dat er ook op nieuwjaarsdag nog mensen het ziekenhuis binnenstrompelen, omdat er gevonden vuurwerk toch nog even moet worden afgestoken. Zouden we met z'n allen verstandiger worden?
Nu moet ik eerlijk toegeven, dat ik niet veel geef om vuurwerk. Grootgebracht met sterretjes en ik heb het ook nooit gestimuleerd bij de kinderen. Niet dat zij het niet hebben gedaan. Ze wilden erbij horen en ook vuurwerk kopen en afsteken. Prima, maar dan betaal je het zelf, ik doe daar niet aan mee. Maar ook zij zijn de kwajongens- en kwameidenstreken ontgroeid en hebben dit jaar niets gekocht. Immers: Zonde van het geld.
67 miljoen vuurwerk de lucht in. Denkt u zich eens in wat we daar niet voor mooie dingen mee hadden kunnen doen in bijvoorbeeld het onderwijs. Ook de zorg en andere beroepsgroepen of mensen zonder baan zouden dit geld goed kunnen gebruiken. 
Nee, neem dan de nieuwjaarsduik. Dat is een betere traditie. Bikkels die daaraan meedoen, ik heb het zelf ooit 1x gedaan in 2002 met de toen nog kleinere kinderen, de jongste misschien zelfs te klein. Een mooie doop of duik in het koele water om zo met een schone lei te kunnen beginnen. Tevens gaat het inschrijvingsgeld voor een groot deel naar een goed doel. Heel mooi. Twee jongens hebben het dit jaar mog eens gedaan. Ze zitten of liggen nog bij te komen na een nacht doorhalen en dan om 12.00u. de Noordzee in te zijn gerend.
Of de nieuwjaarsrecepties. Wat vinden we daarvan? Het is net als met verjaardagen. Het gaat niet om de reden van het feestvieren, maar om de ontmoeting. Het handjeschudden en 2 of 3x zoenen (meestal links rechts links) is het menselijke contact dat we niet willen missen. We spreken elkaar. We delen dingen met elkaar. We geven om elkaar. En daarom zijn we erbij. Mooie traditie.
Het vuurwerk kan me gestolen worden. Het kostte dit jaat 46 ogen, waarvan 8 ogen blindheid opleverden en 1 oog verwijderd moest worden. Brrr. Daar moet je toch niet aan denken. 
En toch... ik zou het geknal, het lawaai, het bekende hoge gegil en de mooie uiteenspattende lichtgevende sterretjes toch missen. Nodig is het niet, maar wat houden we ervan om bepaalde gewoontes vast te houden. Geeft ons dat een veilig gevoel?

zaterdag 28 december 2013

Een nieuwe tijd

De tijd verstrijkt en straks begint weer een nieuw jaar. Het jaar 2014. Tijden veranderen. Het lijkt zelfs steeds vlugger te gaan. Zo stond er vanmorgen in de krant hoe gewoon dingen over 5 jaar zijn. En toegegeven, het zou best kunnen.

De digitale wereld breidt zich steeds verder uit. Hoe precies kunnen we de kinderen straks volgen die middels invitrovertilisatie ter wereld komen. Laat staan dat we er iets mee kunnen. Maar ook het papieren boek en de papieren krant blijven dingen die misschien toch steeds meer op de achtergrond verdwijnen.
Hoe zal het straks dan zijn op scholen, in de politiek, in de stadscentra, met de post en in bejaardencentra? Het is niet te voorspellen wat er allemaal verandert. Wel leuk om erover te fantaseren en erin mee te groeien en te ontwikkelen. 
Wat zou het betekenen voor een basisschool? Uitgeprogrammeerde groepsplannen? Begeleiders in plaats van leerkrachten? Ipads in plaats van schriften? Samenwerkingsverbanden, die met 1 druk op de knop een kind op de goede school kunnen plaatsen. Of is dit allemaal nog veel te dichtbij?
Moeten we het breder zoeken en de kinderen veel meer buiten Nederland laten leren? Het schoolreisje in Afrika en het afscheid van groep 8 op de maan? 
Hoe gaan we om met al die specifieke kindkenmerken en leerkrachten of begeleiders die hierin bijgeschoold moeten worden?
Het is moeilijk voor te stellen. Toch denk ik dat er een aantal dingen hard zullen veranderen, maar ook een aantal dingen niet. Kleuters moeten immers ervarend leren en spelen met water, zand en blokken. Naast af en toe een spelletje op de Ipad zijn dit onmisbare leerzame ontwikkelingen die een mensenkind moet doormaken. Zo leren ze van de concrete wereld om zich heen. Dat geldt ook voor het leren van rekenen, wat volgens een principe van concretiseren, verbaliseren, handelen en uitleggen uiteindelijk eigen gemaakt wordt. 
Het leren van klanken in de kleutergroepen gaat spelenderwijs door gebruik te maken van hun hele lijf. Maak de vormen van de letters met je handen. Voel houten letters. 
Hoe nieuw wordt dan de nieuwe wereld en het nieuwe leren? De tijd verandert en wij veranderen mee. 
We zullen het allemaal meemaken en kijken de toekomst met grote nieuwsgierigheid tegemoet. Op weg naar een nieuwe tijd.

zaterdag 21 december 2013

Het Groot Dictee voor een handje vol mensen

Het Groot Dictee der Nederlandse taal wordt elk jaar in december gehouden op TV. Prominenten en liefhebbers, Nederlanders en Vlamingen, mannen en vrouwen, jong en ouder, ze mogen het allemaal tegen elkaar opnemen.

Ook dit jaar, 2013, is het weer zover. De bekende Kees van Kooten heeft zich gebogen over het maken van een stevig dictee. Daarbij was nog een extra taalkundige moeilijkheid ingebouwd, die de gedicteerden dienden te onderstrepen.
Met een gemiddelde van 30-40 fouten bij de prominenten en slechts 27-28 bij de liefhebbers lijkt het eind echt zoek. Gaat het om wie de meest ingewikkelde tekst kan schrijven? Gaat het om wie de moeilijkste niet gebruikte woorden der Nederlandse taal kan vinden en verstoppen in een onbeschrijflijk stuk tekst, welke niet eens goed kan worden voorgelezen, laat staan begrepen?
Ik vraag me af wat het doel is van zo'n samengeraapt stuk Nederlandse tekst die de gemiddelde Nederlander nooit foutloos zou kunnen maken. Dit moeten wij in het basisonderwijs met onze kinderen niet proberen. Op zijn minst moeten zij de instructie hebben genoten en de nodige oefening hebben gehad. Vervolgens moet voor een deel in de groep de nodige herhalingsstof zijn gedoceerd. Tenslotte is een proeftoets handig om de angsthazen alvast te laten wennen aan de stress van de test. Ook de bollebozen moeten aan hun trekken komen door wat uitdaging en verdieping te krijgen, maar ook daar geldt: ze moeten wel instructie krijgen hoe ze bepaalde woorden moeten schrijven of kunnen herleiden.
O wacht, misschien speelt Cito hierin een rol om te laten zien hoe we de landelijke spellingsnorm kunnen bepalen van de gemiddelde Nederlander of de gemiddelde Belg. Wat een mooi middel om dit te meten. Daar zal ook staatssecretaris Dekker heel blij mee zijn. Nu kan hij immers meten hoe het gesteld is met de spelling in Nederland en hoe we daarin nog kunnen schaven of wellicht bijspijkeren.

Nee, ik geloof dat we hier - net als de toetsing en de Citostress, de afrekencultuur op puur cijfermatige gegevens - op de verkeerde weg zijn.
Als we het Groot Dictee der Nederlandse taal een succes willen laten zijn trek het dan breder. Zorg voor een veilig pedagogisch klimaat. De voorlezer en de controleur moeten zich richten op de dicteebehoefte van elke deelnemer. Er moet aan elke deelnemer instructie in minimaal drie niveaus gegeven zijn. Een enkeling heeft meer hulp nodig, dit zal duidelijk beschreven moeten zijn in een handelingsplan. Bollebozen moeten meer uitdaging krijgen, maar daarover wel eerst geinformeerd zijn. En niet geheel onbelangrijk: De succeservaring. Laat de jury vervolgens niet oplezen wat de betekenis of de uitleg van een spelwijze is, maar vertellen, dat komt beter over bij kijkers en deelnemers. Een goede voorbereiding met concreet materiaal doet wonderen.
Ik ben benieuwd naar het dictee van 2014.