On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







maandag 13 juli 2015

Pauze

Als leerling van de middelbare school keek ik als eerste naar het vakantierooster. Je wilde immers weten wanneer de vakanties waren. Die werden direct in je agenda overgeschreven. Toen zag ik het belang van pauzes goed in, tegenwoordig is dat een stuk moeilijker.

In de hectiek van gezin, werk en mantelzorg vergeet ik met enige regelmaat de pauze, werk ik door in vakanties en moet ik beschaamd bekennen dat ik regelmatig mijn verpakte boterhammetjes weer meeneem naar huis en soms nog snel even in de auto of op de fiets naar binnen werk. 
Niet goed natuurlijk. Het heeft alles te maken met planning, timemanagement en tijd nemen voor jezelf. Het zijn de dingen waar ik niet zo goed in ben. De ambitieuze houding kan natuurlijk voordelen hebben, totdat je jezelf voorbij gaat lopen. 
Een druk op de pauzeknop is dan echt belangrijk. Op school heb ik een collega die me steevast om half 1 waarschuwt dat we gaan eten. Het zijn die hulpbronnen die je moet inschakelen als het zelf niet lukt. Zoals je ook een signaal op je telefoon kunt zetten of een berichtje in je googleagenda.
Nu de vakantieperiode is aangebroken, neem ik ook de tijd om weer een stukje te schrijven. Het schiet er regelmatig bij en de hectiek van het werk met ziekte, uitval en vele ballen die hoog gehouden moeten worden maken de drang naar schrijven eerder kleiner dan groter. Dat is jammer, want schrijven is zoiets als een stukje fietsen in de natuur. Heerlijk ontspannen mijn gedachtes de vrije loop laten. Woorden huppelen over het scherm. Zinnen verschijnen en laat het witte stuk verdwijnen. 
Nu gaat mijn hulpbron in de vorm van mijn collega naar een lokaal boven en zal ik volgend schooljaar een nieuwe hulpbron moeten zoeken. Misschien de collega die beneden komt te zitten of een ander middel om te zorgen dat ik de pauze niet vergeet. 
Misschien moet ik het gewoon op eigen kracht gaan doen en mezelf ertoe zetten. Tijd voor werken, tijd voor ontspanning. Tijd voor anderen, tijd voor jezelf. Pauze. Adempauze. Terecht even tijd voor jezelf.

zaterdag 21 maart 2015

Energie

Energiek voelen. Dat wil toch iedereen? Het heeft te maken met goed in je vel zitten en gelukkig zijn.
Op verschillende manieren kun je (positieve) energie opdoen. Een stukje fietsen of anderszins bewegen, iets leuk doen zoals bijvoorbeeld een uitstapje of een feestje, een speciale ontmoeting of een ervaring. Hoe kun je in het onderwijs nu die positieve energie laten stromen?

Het dagelijks werk
In het dagelijkse werk zijn er vele manieren om de energie te laten stromen en daarvan echt een opkikker te krijgen. Neem nu dat glunderende gezicht van een kind dat jij helpt of begeleid of de ouder die je te woord staat en blij is met wat jij met haar of zijn kind hebt bereikt.
Ook een goed voorbereide les kan tot energie en enthousiasme leiden als iets geweldig aanslaat en je ziet jezelf en de leerlingen ervan genieten. Fijn als de organisatie goed is verlopen en alle leerlingen weer veilig terug zijn.
Groter zijn de ingewikkelde zaken als er meer hulp of energie moet worden gestoken in speciale kinderen, waarbij het lukt om hen verder te helpen. Of ook nog breder: Een traject als handelingsgericht werken in de school heeft effect op jouw handelen als leerkracht. Het geeft je kracht en energie.
Als schoolleider zie je ook het personeel genieten van het werk wat zij doen en wil je hen graag verder helpen, aansturen en stimuleren. Ik ben extra blij als er mooie resultaten behaald zijn. Dan bedoel ik niet alleen de Cito-scores. Fijn als er een goede sfeer is onderling en tussen de leerlingen. Respect naar elkaar, behulpzaam zijn, samen verder komen.

Soms lukt het niet
Dan komt er een moment dat er ook weleens zaken minder prettig verlopen. Dat geeft niets, want vaak leer je van zaken die anders lopen, je leert van je fouten, je leert van je ervaringen, want waar gewerkt wordt vallen spaanders.
Kleine dingen lossen zichzelf weer op. Grotere dingen vergen meer tijd.
Dan ligt het natuurlijk ook aan hoe jij ermee omgaat. 
Naar mezelf kijkend heb ik tijd nodig om zaken in een ander perspectief te zien. Ook ik leer dagelijks bij.
Soms gebeurt het dat je langer in een negatieve spiraal zit en dan is het goed om eens achter te leunen en na te denken hoe verder.

Hoe verder? Enkele tips.
1. Door te glimlachen help je jezelf uit die negatieve spiraal te trekken. Dat is een eerste stap. 
2. Bespreekbaar maken waar jij tegenaan loopt.
3. Bewust worden wat je wilt. 
4. Oplossingen bedenken. Wat is mogelijk, wat is niet mogelijk. Hoe ga ik hiermee om? Wie heb ik daarvoor nodig?
5. Een plan maken. 
6. Plannetje goed doordenken en bekijken wat je nodig hebt voor de uitvoer ervan.
7. Een plan bijstellen als zaken anders uitpakken.
8. Genieten van de onderdelen van jouw plan die gelukt zijn.
9. Schrijf eens een aantal dagen op welke drie dingen er die dag goed gelukt zijn.
10. Wees blij met de mooie dingen van het leven (misschien een fijne vriend(in), een goede collega, een lieve man/vrouw, een prachtige zoon/dochter, een warme thuisbasis, noem maar op....) en neem de hobbels op de koop toe, zorg zelfs dat je het ziet als levensles.

Inspiratie
Dan komt er een fase van nieuwe energie. Je bent teleurstellingen te boven. Er moet wat nieuws komen. Nieuwe input. Stimulans. Inspiratie. Enthousiasme. Iets waar je hart een sprongetje van maakt. Een nieuwe studie, een nieuwe baan, een nieuwe relatie, een studiereis, een verhuizing, een nieuwe fase in jouw leven. Het kan allemaal. Met de eerste dag van de lente is dat weer een mooi moment.
Blijf niet stilstaan, blijf niet hangen, maar kijk vooruit, kijk naar de mogelijkheden. Go for it! Niet dippen(dip=denken in problemen), maar dimmen(dim=denken in mogelijken).





zondag 8 maart 2015

Transparant

Transparantie is een woord dat tegenwoordig in de samenleving hoogtij viert. Alles moet meetbaar en zichtbaar zijn. Alles moet openbaar gemaakt worden. Het moet inzichtelijk zijn, het liefst voor de "gewone" man of vrouw. Levert transparantie op wat het beoogt?

Het is in alle sectoren zichtbaar. Verantwoorden wat je doet, hoe lang je iets doet, wat het oplevert en wat men doet als het resultaat tegenvalt. Het is voor iedereen terug te zien.
Ook in het onderwijs is de transparantie toegeslagen. Via een schoolondersteuningsprofiel moet je je kunnen verantwoorden naar het samenwerkingsverband. Via een rapport van de inspectie wordt een school in een glazen huis gezet naar buiten. Via 'Scholen op de kaart', de zogenaamde Vensters worden alle gegevens, ook de financiële, openbaar gemaakt, zodat iedereen hierin kan kijken en oordelen.
Het voordeel van transparantie is dat misstanden snel worden ontdekt. Er is openheid van zaken. Er kan snel ingespeeld worden op zaken die niet goed gaan.
Het nadeel is dat niet alles wat meetbaar belangrijk is en niet alles wat belangrijk is meetbaar gemaakt kan worden. Neem nu bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat op de basisschool. Het is het allerbelangrijkste voor leerlingen om een prettige veilige sfeer op school te creëren, waar leerlingen gewoon naar de leerkracht toe durven stappen. Ze moeten vragen kunnen stellen, ze moeten hun hart kunnen luchten of gewoon even iets kunnen vertellen wat er buiten met Pietje is gebeurd. De inspectie hanteert geen normindicatoren voor het pedagogisch klimaat.
Ook zelfstandigheid van leerlingen of de eigen verantwoordelijkheid worden niet getoetst. Dat wordt ook een beetje lastig. Het zijn wel belangrijke aspecten waaraan je ziet of leerlingen straks goed kunnen functioneren in de maatschappij.
De Cito-scores zijn meetbaar, maar dit is niet het enige wat een school wel of niet goed maakt. De gemiddelde scores van een groep kinderen kan zomaar onder de norm liggen, omdat deze groep kinderen toevallig minder capaciteiten heeft. De inspectie rekent 3x een onvoldoende Cito eindscore als zwakke school. Vij 2x ben je al kwetsbaar. Terwijl normen worden opgeschroefd en de gemiddelden dus ook steeds verder omhoog gaan. Scholen of groepen die te laag (lees: onder het gemiddelde) scoren, vallen buiten de boot. Toch zijn deze scholen niet per definitie zwakke scholen. Daarvoor moet je veel meer bekijken.
Gelukkig komt er een nieuw toezichtskader van de inspectie. Nu maar hopen dat dit ook daadwerkelijk naar de hele basisschool gaat kijken.
Toch is het een scheef beeld om met bepaalde punten en vooral de Citoscores zo hoog in de rangorde te plaatsen. Heb je wel mazzel als je toevallig veel kinderen op niveau hebt binnengehaald. En dan nog maar niet te spreken over kleine groepen, waarbij je heel snel hoog of juist laag kan uitvallen.
Het is een moeilijk gegeven die transparantie. Ik ga er in ieder geval flink van transpireren. Laat de school de school, laat het kind kind zijn, maar laat vooral de kracht van de leerkracht bij de leerkracht. Worden we nu echt zoveel slimmer als 25 jaar geleden? 


zaterdag 25 oktober 2014

Go!

Wanneer de dingen niet vanzelf gaan, heeft ieder mens de neiging tot vluchtgedrag. Denk maar aan een brand of aan herrie. Weg van de plek of verminderen van het nadeel. Handen op je oren of weg van de vervelende gevaarlijke situatie.

Zo ook bij mij. Al is dit een iets meer gecompliceerd fenomeen. Het werk levert tegenslagen, lastige keuzes, ingewikkelde strategische besluiten, privacy en stroperige samenwerking. Toch moet je juist in zo'n situatie de strijd aan gaan. Er vol in gaan. Zo komt er beweging. Zo komen veranderingen tot stand. Zo kom je zelf verder in ontwikkeling. Je groeit.
Verder gaan, schouders eronder,  niet verzuren, maar doorgaan. Niet in zak en as gaan zitten, dat levert immers niets op. Eruit kruipen. Zoeken. Een onderzoekende houding.  

Een struggle wanneer je zelf dilemma's overweegt. Enerzijds overvallen worden door lastige kwesties, anderzijds de gevolgen waarin het werk zijn tol eist. Keuzes die niet altijd goed uitpakken, invloeden van buitenaf die de school en mij persoonlijk negativiteit bezorgen en zaken die betrekking hebben op ziekte en dood.  

En dan... niet weglopen. Maar er vol voor gaan. Niet omdraaien maar recht in de ogen kijken. Niet verzuren of in de slachtofferrol schieten, maar rechtop met opgeheven hoofd de strijd aan gaan. Positief en vol vertrouwen. Zeker als dat vertrouwen verkregen wordt. 

Omdenken. Getriggerd worden juist door de gebeurtenissen. Denken in mogelijkheden. Nadenken en plannen.  Doelgericht op zoek naar oplossingen. Kijken wie mij daarbij kunnen helpen. Plan bijstellen. Creativiteit behouden en niet te veel focussen op alleen die doelen, die volgens de regeltjes behaald moeten worden. De krenten in de pap. De bevlogenheid niet verliezen.

Dan ga je wat bereiken. Dan ga ik iets bereiken. Pas dan zal je de echte overwinning voelen. Pas dan ga ik de echte overwinning voelen. Pas dan ga je vooruit en maak jij het verschil. Pas dan ga ik vooruit en kan ik het verschil maken.

Geen gemaar, maar gaan! Ik ga.
Go!

zaterdag 30 augustus 2014

De school kan beginnen

De school kan beginnen. Alles staat klaar. Hoe gaan we beginnen? Verder op de oude voet? Een verandering doorvoeren? Een andere weg inslaan? Kinderen klaarmaken voor een snel veranderende maatschappij vol digitale middelen? Kinderen klaarstomen voor de maatschappij van morgen, waarvan wij nog niet weten hoe die eruit ziet?

Meegaan met de tijd is belangrijk. Dat geldt zeker voor het basisonderwijs, waarin we de kinderen voorbereiden op hun latere leven als zelfstandige verstandige volwassene. Wat is dan belangrijk dat kinderen kunnen, weten, doen en denken?
De nadruk ligt nu enorm op de resultaten. Taal, rekenen en lezen moeten goed zijn. Daar zit een kern van waarheid in. Er is wellicht hier en daar meer uit kinderen te halen. Als moeten we ons goed realiseren dat kinderen geen eenheidsworsten zijn zijn. Net als het leren lopen, leren fietsen en leren praten gaan ook de schoolvakken niet allemaal in hetzelfde tempo. De ene leerling heeft meer tijd nodig dan de ander en een derde zal altijd nooit een hardloper of een rekenwonder zijn. Toch moeten de kinderen van een bepaalde groep allemaal dezelfde toetsen doen en moeten zij aan een gemiddelde voldoen. Dat klopt niet.
Dan is taal rekenen en lezen ook nog eens een klein onderdeel van het gehele pakket dat wordt meegegeven aan kinderen van de basisschool. De basis bestaat niet uit alleen lezen, rekenen en taal. Kinderen leren van elkaar door samen te werken. Kinderen leren te ruziën en die ruzie op te lossen. Kinderen leren tegenslagen te verwerken. Ze leren zelfstandig te worden. Ze leren verantwoordelijkheid te nemen. Sociaal emotioneel leren ze zich verder te ontwikkelen. Ze leren vragen te stellen, kunstwerken te maken en te bewegen in de gymnastiekles. Het kind leert vertrouwen, leert te groeien en leert fouten te maken en hulp te vragen.
Al deze onderdelen zijn belangrijk om een volledig kind te kunnen afleveren en zich verder te ontwikkelen en verder te groeien. Geef kinderen, maar ook volwassenen die deze kinderen begeleiden vertrouwen om dit voor elkaar te krijgen. Het komt dan echt goed.
Natuurlijk kun je kritisch kijken naar je leesles en de instructie van het rekenen. Maar als we alleen daar de focus leggen, is dit te eenzijdig. Kinderen kunnen straks goed leren, zaken opzoeken, digitaal kunnen ze uitstekend uit de voeten, maar ze kampen in hun werk wel met een burn-out, want er worden nog veel meer dingen gevraagd.
Hoe kunnen we het onderwijs zo inrichten dat ieder kind tot zijn recht komt, de leerkracht vertrouwen krijgt, ouders zien dat hun kind echt groter wordt en blijft ontwikkelen en de minister het vak weer teruggeeft aan de onderwijzers? Als we het daar weer over eens zijn, kan de school weer beginnen.
Veel plezier met de kinderen van nu, die we als onderwijsgevenden een stap verder brengen.

woensdag 27 augustus 2014

Alles komt tot leven....

Na een vakantie periode, waarin iedereen - nou ja veel mensen en kinderen- tot rust komt en alles op een lager pitje draait, komt alles weer op gang.

Het beweegt. Het slot is van de deur, ramen staan lekker open, gordijnen wapperen en er komt beweging. Mensen ontmoeten elkaar en vertellen vakantieverhalen. Sommige mooie, andere met wat teleurstellingen. De meeste verhalen klinken rustig, relaxed, mooi en enthousiast.
Tafels en stoelen worden geschoven. Kasten worden op hun plaats gezet. Een poster wordt opgehangen. Uhm, even kijken, wat mis ik nog? Instructietafel op zijn plaats. Krukken erbij. Boekenstandaard in orde.
Even tellen, heb ik genoeg tafels? Ja, OK. Staan ze goed zo? Nee, nog even die wisselen of zal ik deze toch vooraan plaatsen? Waar is mijn plattegrond? Ik had toch bedacht dat ik het zo op zou lossen. Even bespreken met mijn duo.
Boeken en schriften worden klaargelegd. Namen worden opgeschreven. Dagritmekaartjes worden gemaakt, geplastificeerd en netjes geknipt. Naamkaartjes worden getypt. Een voor op de tafel, een voor de kapstok en een voor een laatje. De kapstokken netjes. Plantje erbij.
Nog iets op het raam. Een tekening. Overtrekken, natrekken, inkleuren, lijntje trekken. 
Even denken heb ik alles? Het is al laat, morgen maar verder. Dan neem ik die methode nog even mee naar huis, kan ik daar nog even naar kijken.
Spullen klaarleggen, computers checken, kopiëren voor komende week, spellen ordenen, kleurpotloden natellen en verdelen, punten slijpen, papier regelen, kladblokken klaarleggen.
De denkraderen beginnen te draaien. Jaarplanning. Vergadering. Werkgroepen. Startfeest. Klopt het allemaal?
Eerste bijeenkomst, iedereen vol frisse en goede moed, de schouders eronder, verhalen vertellend en aanhorend, lachen, wachten...
.. en maandag staan al die springende lachende stralende bruine gezichtjes weer voor je en ze vertellen je een heleboel. 
Goedemorgen! De school kan beginnen.



vrijdag 6 juni 2014

Transparantie

Doorzichtigheid, materiaal waar je doorheen kunt kijken, een dun velletje.Transparantie in een organisatie, de mate waarin een organisatie, bedrijf of onderneming zichtbaar, open en toegankelijk is.


Mooi. Duidelijkheid is voor iedereen fijn. Helderheid geeft openheid van zaken. Transparantie over wat er wel of niet gebeurt. Goed om alles te kunnen zien. Prima. Of toch niet? 
Als er spontaan iemand op bezoek komt en het is een puinhoop in de kamer, voel ik me toch wat ongemakkelijk. Mensen zullen denken dat het hier altijd een puinhoop is of wij misschien wel slordig of vies zijn. Maar misschien is het dan een feit om te tellen hoe vaak hier een was wordt gedraaid, hoe vaak er wordt gestofzuigd en hoe vaak de ramen worden gewassen. Geeft dat dan een goed beeld van mijn huishouden? 
Je wilt het beste laten zien van jezelf. Geldt dit niet ook voor ondernemingen, bedrijven en scholen? Moet alles transparant worden? Dat is een vraag die mij bezighoudt. Het roept bij mij toch wat weerstand op. Welke informatie krijg ik als ik weet hoeveel sterfgevallen er in een bepaald ziekenhuis zijn voorgevallen? Zou ik dan niet naar dat ziekenhuis moeten gaan? Waarom niet? Is het niet veel belangrijker om te zien hoe dit komt?
We kunnen er niet meer onderuit in het basisonderwijs. Alles is open, openbaar en transparant. Is het niet via de POVensters of in de krant, dan is het wel via een inspectierapport. Iedereen kan alles zien. Tenminste, de cijfers en getallen die openbaar gemaakt moeten worden en de interpretatie van iemand. Daardoor zie je maar een gedeelte van een school, namelijk bepaalde kale cijfers, soms een beoordeling van een inspecteur of een kleine toelichting van de school. Jammer is, dat wat je aan cijfers ziet of wat je leest, niet de lading dekt van een school. Een school is veel meer dan alleen cijfers en een stukje tekst. Het is goed om die cijfers te kunnen toelichten. En niet door er een verhaaltje van te maken, maar door gewoon te komen kijken in het bedrijf of de school. Het houdt verband met:
- welke populatie zit op deze school?
- wat is de grootte van de groep en de grootte van de school?
- in welke ontwikkeling zit een school?
- hoe is het gesteld met de medewerkers?
- hoe groot is de instroom halverwege de basisschool?
- wat is het leerkrachtgedrag?
- hoe hebben kinderen een toets gemaakt?
Zo zijn er allerlei factoren die wel of niet beinvloedbaar zijn. Er zijn onderdelen waar je aan kunt werken als school. Neem het leerkrachtgedrag, de manier van instructie geven of het trainen van bepaald woorden en teksten. Andere zaken zijn moeilijker te beinvloeden. We kijken dan naar de capaciteiten van kinderen, de thuissituatie, de verhuizingen ed. 
En dat is nu precies waarom losse cijfers, al die transparantie, zogenaamde openheid en de subjectieve beoordeling van een inspecteur niet alles zeggen van een bedrijf, een school en zelfs van mijn huiskamer. Komt u maar gewoon langs, u krijgt een lekkere bak koffie een een geurend kopje thee met wat lekkers erbij.


donderdag 8 mei 2014

Selfie

In deze tijd niet meer weg te denken: Een selfie. Een woord dat overgevlogen is uit Amerika. Een foto die je van jezelf maakt. Het woord dat in 2013 in de Dikke van Dale verscheen. Het werd in dat jaar ook gekozen tot woord van het jaar in Nederland en Vlaanderen. 
In de spreektaal zijn hierop ook verschillende varinaten ontstaan.

Met een mobiele telefoon, een Ipad of een webcam kun je makkelijk een selfie maken. Op het apparaat zit een knop, waarmee je de camerafunctie kan omdraaien. Hierdoor kun je naast het gewone fotograferen ook hetgeen dat zich voor de camera bevindt op de foto zetten. Kortom de fotograaf zelf kan zichzelf fotograferen. Kenmerkend is dat je op de foto ziet dat degene die op de foto staat de camera zelf vasthoudt. 
10 of 20 jaar geleden met een analoge camera (een fotocamera met fotorolletjes die je moest laten ontwikkelen en afdrukken), maar later ook met een digitale camera kon dit eenvoudigweg niet. We hadden wel een zelfontspanner. De camera werd keurig neergezet of op een statief geplaatst. Het knopje van de zelfontspanner moest worden aangezet. Vervolgens drukte men op de afdrukknop en ging met als de wiedeweerga naar de plek waar de foto van werd gemaakt. Zo kon je jezelf of jezelf samen met de hele familie op de foto zetten. Heel handig.
Soms vroeg je ook gewoon of een ander de foto even voor jou wilde maken. Geen probleem.
Met de selfie is dat allemaal een stuk handiger geworden. En naast de selfie heb je ook bijvoorbeeld een stemfie in het stemhokje. En zo zijn er nog meer varianten in ons taalgebruik verschenen. 
Laatst was ik bij mijn ouders (89 en 91) en hadden we ook over een selfie. Ik ging hen met mijn eigen mobiel wel even laten zien wat dat was. Geweldig. Een hele ontdekking. Mijn vader had ook in de krant gelezen over de stemfie in het stemhokje en begreep nu natuurlijk hoe men dat kon doen.
Voor mij leuk om met mijn ouders op de foto te gaan, voor hen leuk hoe zo'n selfie nu gemaakt werd. Was ik alleen nog vergeten, dat als ik een foto maak, van 2 personen waaronder ikzelf, dit geen selfie heet, maar een saamfie. Ach, kniesoor die daar op let.



zondag 23 maart 2014

Onderwijsbehoefte en metingen

In de onderwijsontwikkelingen wordt veel gesproken over de organisatie, de samenwerkingswerkingsverbanden, passen onderwijs, handelingsgericht werken en alle mensen die hiermee te maken hebben. Laten we echter een ding niet uit het oog verliezen: Het kind zelf. En vooral: Wat heeft dit kind nodig?

Het begint al op de dag van de geboorte. Het kind is op de wereld. De mensen er omheen vragen zich af: Wat heeft dit kind nodig? Drinken, een schone luier, een bad of gewoon even lekker knuffelen bij papa of mama.
De behoefte van een kind wordt steeds groter en complexer. Van alleen melk drinken wordt de behoefte aan bepaald eten groter, maar ook qua ontwikkeling worden zijn uitdagingen groter. Daarnaast wordt ook zijn eigen autonomie verder ontwikkeld. Het breidt zich steeds verder uit.
Op de basisschool komt een kind als vierjarige binnen. Wat heeft zo'n kind nodig? Aandacht van de juf, veiligheid en vertrouwd raken met de omgeving, het gevoel hebben dat zijn vader en moeder hem weer op komen halen, het idee hebben dat het iets kan, maar ook uitgedaagd worden tot een kind dat zich verder ontwikkeld. Daarbij zijn ook de vriendjes belangrijk en moeten ze leren samenwerken, leren samen te spelen, leren ruzie te maken en weer op te lossen. Het kind komt met een heleboel facetten in aanraking en maakt zich klaar voor de grote wereld van straks waarin hij zelf zijn eten kan maken, zelf geld kan verdienen, zelf ontdekkingen doen en zelf keuzes maken. 
Dat kind wordt door zijn omgeving daarin begeleid.
Nu willen we natuurlijk het onderste uit de kan en het beste voor ieder kind. Logisch. Hoe zorgen we in Nederland ervoor dat ieder kind het beste krijgt? De grote vraag is: Hoe kunnen we dat meetbaar maken?
Verwoede pogingen tot kwaliteitsverbeteringen hebben geleid tot aanzienlijke resultaten enerzijds, maar tot krampachtige cijfermatige en beoordelende rapporten anderszijds. Er zijn bepaalde dingen te meten. De vooruitgang die leerlingen maken. Dat is mooi. Andere dingen zijn veel moeilijker te meten, zoals bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat.
De Nederlandse overheid is bezig om bepaalde metingen te gebruiken als beoordeling voor de kwaliteit van de school die zijn boekje te buiten gaat.
De Cito Eindtoets van groep 8 is zoiets. De score van die eindtoets bepaald of een school een goede kwaliteit heeft. Ooit is de Citotoets bedoeld geweest om te bekijken wat leerlingen hebben geleerd en hoe we zaken wellicht anders kunnen doen. Nu wordt diezelfde toets als meetinstrument gebruikt om de kwaliteit van een school te meten. Wanneer gaat we in Nederland begrijpen dat we verkeerd bezig zijn?
Citotoetsen zijn bedoeld om inzicht te krijgen in welke leerdoelen behaald zijn en waar we kunnen bijstellen. De vaardigheidsscores van leerlingen staan hierbij centraal. Natuurlijk kan het de ene keer eens lager zijn en de andere keer wat hoger. Zaak is om er dan een analyse op los te laten hoe dit komt. Vervolgens te bekijken welke actie er moet volgen om ander en beter onderwijs te bieden. Dat onderwijs is belangrijk. De leerkracht doet ertoe. De intern beleider doet ertoe. De directeur doet ertoe. Met elkaar kijken naar het kind is een uitdaging die niet in cijfertjes is te omschrijven, laat staan te beoordelen. Samen zetten we het kind centraal en kijken wat dit kind nodig heeft in deze groep, bij deze klasgenootjes, bij deze leerkracht, op deze school en bij deze ouders. Daar moet op geacteerd worden.
Zoals een collega-directeur laatst zei: Je wilt geen enkel kind, om welke reden dan ook, moeten uitvinken bij de Cito van groep 8. Iedereen telt mee en ieder kind mag zich ontwikkelen zoals hij of zij is. Wij moeten als Nederland zorgen voor optimale omstandigheden op alle vlakken. Zodat naast rekenen en taal ook sociaal emotioneel een kind goed in hun vel zit en klaar is voor de grote wereld.




zondag 9 februari 2014

Afrekencultuur

De Cito-toets van groep 8 komt er weer aan. Zwetende kinderen, spanningen bij ouders, zorgen op school. Gaan de kinderen wel genoeg presteren? Komen ze straks op de goede VO-school terecht? Heeft de school het gemiddelde van de Cito-score wel gehaald? Je kunt immers zomaar zwakke school worden.

Het blijft een rare kwestie. De minister van onderwijs houdt van transparantie en het regeren op cijfers. Dat betekent toetsen afnemen, in kaart brengen wat kinderen gescoord hebben, klassengemiddelden berekenen en vervolgens horen of je zwak bent of niet.
Naast de Cito's is er ook een website opgericht om alle gegevens van een school open neer te leggen en wachten op een oordeel van buiten. De zogenaamde POvensters zijn in het leven geroepen. Nog iets wat de school moet gaan bijhouden, nog meer administratie.

Een leerling, een klas en een school zijn niet alleen in cijfers te berekenen of te beoordelen. Basisschoolkinderen leggen van 4 tot 12 jaar de basis om straks verder te kunnen ontwikkelen als volwaardige burgers in onze maatschappij. Dan is het ook belangrijk, dat je een ander kind helpt, je iets kunt presenteren, een verslag kunt maken, goed kunt communiceren en zelf leren hoe jij het beste kunt leren.
Moeilijk om in discussie te gaan met de minister van onderwijs en de strenge inspectie, die vooral focust op cijfers en scores. Wat als er een slecht bouwjaar tussenzit? 

Luister vooral naar het verhaal van de school. Wat doen zij voor hun leerlingen? Waar komen ze vandaan, wat gaan ze bereiken met kinderen en hoe gaan ze dit vormgeven? Welke acties voeren de leerkrachten uit om het doel te behalen. 
Het handelingsgericht werken waarin bekeken wordt wat kinderen nodig hebben is een mooie denkomslag. Gericht werken met een doel en een evaluatie per les. Maar ook het werken met een groepsoverzicht waarbij men ieder kind in beeld heeft is een prachtig streven. Dan weet je als leerkracht waar de accenten moeten liggen. Dit kind krijgt herhaling of makkelijker werk, dat kind krijgt iets meer uitdaging en weer een ander kind help je met een tafelkaart of een rustig plekje in de klas.
Het kijken naar resultaten is goed, als je weet waar een kind vandaan komt. Van daaruit kijken hoe een kind groeit in zijn vaardigheidsscores kan het kind en de leerkracht verder helpen.

Het moeilijke aan de discussie is, dat cijfers een school zwak of voldoende geven, terwijl dit gebaseerd wordt op alleen taal en rekenen. Kijkt men verder, dan ziet men vaak een hardwerkende school, die zorgt voor zijn kinderen. Kinderen die zich op allerlei gebieden ontwikkelen. Kinderen die op een school zitten met een prettig pedagogisch klimaat. Kinderen die gewaardeerd worden om wie ze zijn. Kinderen die serieus genomen worden.

Ergens op verbeteren kan altijd. Maar geef de school ruimte, lucht en ontspanning. Reken niet af op cijfers. Reken niet af op administratie. Kijk naar de school als geheel en zie hoe kinderen zich hebben ontwikkeld.