On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zaterdag 21 november 2015

De werkdruk van de leerkracht wordt steeds groter

Een denkbeeldige 40-urige werkweek (nieuwe CAO) helpt weinig aan het verlagen van de werkdruk, het werk moet immers af. Als er om 17.00u. een ouder staat of je les ligt niet klaar voor morgen, kun je echt niet naar huis. Hoe houdt de leerkracht het vol?

Het programma “De Monitor” kwam met een oproep van een leerkracht die een signaal wilde afgeven over de werkdruk van leerkrachten. Een heel terecht signaal, welke ik als leidinggevende van een basisschool graag wil bevestigen en verder toelichten en tevens benadrukken dat de maat vol is. Ook als noodoproep naar het ministerie van onderwijs, minister Dekker en staatssecretaris Bussemaker, maar wellicht ook richting PORaad, inspectie, leerKRACHT,  en alle andere goedbedoelde instanties.
Een heel goed signaal van deze lerares/leerkracht om dit bij “De Monitor” aan te kaarten.
Als directeur van een basisschool zie ook ik een steeds grotere druk ontstaan bij onze leerkrachten vanuit ouders en eisen van leerkrachten in het algemeen.
Nadenkend over dit fenomeen, denk ik aan de volgende oorzaken/feiten.

1. Transparantie in het algemeen
A. Er moet voortdurend worden gecommuniceerd vanuit de school naar ouders hoe het gaat met hun kind (en) en waarom bepaalde zaken op die manier worden gedaan. Dit kost veel (kostbare) tijd. Denk aan beantwoorden e-mail, terwijl ik leerkrachten aanraad om zo veel mogelijk telefonisch of face to face te bespreken. Ouders willen zelfs een platform.
Naast wat ze over hun kind willen weten en bespreken, zijn er uiteraard ook de nieuwsbrieven, website, onderwijskundige nieuwbrief ed. De inspectie controleert hierop. Dit laatste ligt iets minder bij de leerkracht, al zijn zij wel verantwoordelijk voor hun eigen pagina op de website.
B. Leerkrachten moeten laten zien wat ze kunnen aan de directie. N.a.v.  flitsbezoeken en klassenbezoeken worden er gesprekken gevoerd.
C. Leerkrachten leggen verantwoording af aan de IB-er(s) door met hen in gesprek te gaan welke acties voor welke leerlingen de goede effecten hebben, maar ook hoe het kan dat een bepaalde werkwijze niet geschikt is voor een ander kind. Samen zoeken zij naar oplossingen.
D. Er moet voortdurend verantwoording worden afgelegd aan externe partijen: (dit is voor het grootste gedeelte de verantwoording van de directie)
- inspectie(schoolplan, vragenlijsten, schoolgidsen, resultaten, etc.), ministerie, scholen op de kaart
- samenwerkingsverband (welke doorvraagt en doorvraagt wat de school zelf nog kan als er een probleem wordt geconstateerd)
- bestuur

2. Ouders vragen veel gesprekstijd van leerkrachten. 
Hun kind (eren) is (zijn) een prinsje(s) of (/en) prinsesje(s) en zij staan in het middelpunt, hen mag niets ontbreken. Te pas en te onpas wordt om gesprek gevraagd. Sommige ouders hebben dit schooljaar (10 weken bezig) al 4 gesprekken gehad van anderhalf uur. Waar is de grens? Wat kan een leerkracht nog wel en wat niet meer?
Wij hebben in ons systeem aan het begin van het schooljaar een oudervertelgesprek. Twee keer per jaar zijn er rapportgesprekken. Bij de twee inloopmomenten kan er nog een afspraak worden gemaakt. Daarbuiten is het ook mogelijk om een afspraak te maken. En bij die laatste mogelijkheid loopt het nog weleens de spuigaten uit.

3. Aandacht en inzet voor de leerlingen de groep.
Het is goed om in verschillende niveaus te werken. Elke leerkracht doet dit in minimaal 3 niveaus op onze school en daarbij zullen ook nog wat extra leerlingen (bij wijze van uitzondering) daarbuiten een individueel plan (denk aan de arrangementen, de tegenwoordige aangepaste en uitgeklede rugzak) hebben. Individueel voor elke leerling is niet haalbaar en bovendien niet gewenst. Leerlingen kunnen zich binnen een subgroep aan elkaar optrekken en ze zullen moeten leren hoe het werkt in een groep (net als later in een team of op een afdeling).
Een ander verhaal wordt het, wanneer een leerkracht te maken heeft met een combinatiegroep.

4. Leer- en gedragsproblematiek neemt toe met passend onderwijs.
De groepen worden ingewikkelder en sommige groepen ook groter. De eisen waar een leerkracht aan moet voldoen wordt ook groter, de werkdruk hoger en het werk voor een groep vaak minder leuk hierdoor. Dat er nog zoveel mensen in het onderwijs werken is bijzonder. Er moeten vele ballen in de lucht worden gehouden. Werken in niveaus, extra hulp binnen  de les, waardoor nakijkwerk voor na de les blijft liggen en met ogen in je achterhoofd de klas in de gaten houden, waarbij leerlingen verwacht worden zelfstandig aan de slag te gaan.

5. Inspectie heeft negatieve invloed gehad (dit tij is enigszins gekeerd met het nieuwe toezichtskader) in het kader van de afrekening van slechte Citoresultaten. Cito's zijn slechts een klein onderdeel van wat gemeten wordt over wat je doet op een basisschool. 
Binnen een jaar van (zeer) zwak naar basisarrangement is daarin ook een onmogelijkheid. Welke goocheltruc gaat men dan uit de kast halen? Cito's oefenen, fraude, voorlezen, hulp bieden, ....

6. Financieel is het onderwijs uitgekleed.
Denk bijvoorbeeld maar aan voorzieningen als ict (loopt altijd achter de feiten aan en computers en digiborden of touchscreens zijn heel duur) of hetontbreken van een concierge (alles zelf kopieren, koelkast en was zelf doen, meubels sjouwen bijverplaatsen klas, schoonmaak 2x per jaar, soms zelf materiaal kopen...).

7. Nieuwe CAO met 40-urige werkweek
De nieuwe cao geeft inzicht in de tijd die men kwijt is. Een grote misser is de zogenaamde opslagfactor van 40% (hieronder vallen lesvoorbereidingen, nakijkwerk, oudergesprekken, vergaderingen, maken van groepsoverzichten en groepsplannen, bijhouden van administratie zoals absenten en dossiervorming, lezen van verslagen, overleg intern begeleiding, rapporten maken, etc.) nooit toereikend is voor de gemiddelde leerkracht.

8. Weer een nieuwe richting (onderwijs2032),
Een nieuwe richting kan goed zijn om het onderwijs te verbeteren. De laatste jaren zijn er heel wat nieuwe richtingen ingeslagen. Een nieuwe richting betekent dat er weer een verandering van denken wordt gevraagd van leerkrachten. Betekent weer een andere koers varen. Betekent ook extra energie.

9. Schoonmaakmomenten en klaslokaal inrichten/opruimen
Ooit weleens meegemaakt dat een medewerker van een kantoor 2x per jaar moet helpen soppen? Dat gebeurt op scholen wel. De reguliere schoonmaak maakt de vloeren, de toiletten, de bovenkant van tafels en kasten schoon en dan houdt het een beetje op. Samen met ouders wordt er 2x per een schoonmaakmoment georganiseerd.
Ook jouw werkplek is jouw verantwoordelijkheid. Voordat de school start na de zomervakantie heeft de leerkracht zijn klas al moeten inrichten, schriften schrijven, tafels slepen, naamkaartjes maken en noem maar op. Dat zit voor een deel in de 40-urige werkweek. De meeste leerkrachten zullen het hiermee niet halen. Ook halverwege een jaar worden de groepen nogal eens anders ingericht, kasten handiger ingedeeld of anderszins.

10. Deskundigheidsbevordering
Iedere leerkracht moet de deskundigheidsbevordering inzichtelijk maken. Goed om dit bij te houden. Vakliteratuur lezen, een cursus of zelfs een zwaardere studie volgen. De meeste tijd zit niet meer in die 40 uur hoor. Dat lukt vaak niet, want die tijd is al op.


Ik kan nog meer dingen noemen, maar dit zijn mijns inziens de belangrijkste.
Het is goed om dit onder de aandacht te brengen. Erg goed zelfs. Roep het uit naar het ministerie van onderwijs! De grens is niet alleen bereikt maar ook overschreden. Als schoolleider van een school met ruim 200 leerlingen is het zwaar (met 1x per 2 weken een administratief medewerker, zonder conciërge, telefoon aannemen, ouders te woord staan, taken zijn inclusief het werk van ictcoördinator, werkzaam 4,5 dag), maar ook als leerkracht is het zwaar en moet men alle zeilen bijzetten om aan alle eisen te kunnen voldoen. Petje af voor deze hardwerkende mensen, die willen gaan voor iedere leerling, ieder kind. Ieder kind is een bijzonder kind. Hoe zou u zich voelen als alle energie uit je wordt getrokken als u het onvermogen voelt om daaraan net niet te kunnen voldoen?
Je moet er met elkaar voor gaan en het met doen. Elkaar op de been houden. Elkaar inspireren, in de flow brengen en net dat tandje harder willen en kunnen lopen. Enthousiasmeren.
Uitval (een griepje bijvoorbeeld) betekent stilstaan en eigenlijk kan dat niet. Uitval van een intern begeleider(=zorgcoördinator) binnen de school (zoals onze school nu voor de tweede keer in vijf jaar tijd doormaakt voor een periode langer dan een jaar) is schadelijk voor de organisatie. Maar daar houdt ministerie en inspectie geen rekening mee. Je moet dit gewoon kunnen opvangen. Zwangerschappen van leerkrachten die 4 maanden uit de groep stappen? Als school moet je die zaken maar opvangen, laat staan als leerkracht, terugkomen is voor de volle 100% weer aan de bak. Een kleintje of niet.

Toch is het beroep leerkracht, intern begeleider en schoolleider in het basisonderwijs boeiend en inspirerend. Het gaat om de leerlingen die je wilt laten groeien. Leerlingen die leren leren, leren ontdekken, ondernemen, leren samenwerken, filosoferen en leren belangrijke stappen te maken, die je als leerkracht verder brengt in hun cognitieve en sociale ontwikkeling en sterk maakt om straks deel te kunnen nemen aan de maatschappij . Wat is het een mooi beroep. Voorlopig ga ik er nog voor!



Trouw, vertrouwen, vertrouwelijk

In het onderwijs - zoals ook op vele werkplekken en situaties waar mensen samen zijn - is vertrouwen een groot goed. Elkaar vertrouwen geven en vertrouwelijk omgaan met die informatie hoort daar automatisch bij. Toch zitten hier wel verschillen tussen. En wat is het tegenovergestelde?


Trouw zijn aan een ander is meestal binnen een liefdesrelatie. Dit kan ook op werkplekken, zoals het onderwijs. Als er een liefdesrelatie op de werkplek is, zou het niet goed voelen. Trouw zijn kun je ook aan een school, zolang je werkt voor die school. Je bent loyaal aan die school en aan je collega's. Collegiaal omgaan doe je met een bepaald respect. Je voelt je vertrouwd en verbonden met de school. 

Ook trouw zijn aan de leerlingen, waar je vertrouwen aan geeft, hoort hierbij. Leerlingen voelen zich prettig. Als leerkracht kun je liefde uitstralen en het voorbeeld zijn. Het pedagogisch klimaat in de groep is een vorm van trouw zijn aan elkaar. Een leerkracht met een empatisch vermogen (=iemand die zich kan inleven in de ander) geeft de leerling een vertrouwd gevoel. De leerling voelt zich vertrouwd en de leerling kan ervan op aan dat de leerkracht te vertrouwen is. 
Hetzelfde geldt voor ouders. Ook hen ben je trouw en vertel je in alle eerlijkheid over hun kind(eren). Ouders zullen zich dan ook vertrouwd voelen.
Trouw zijn aan externen die expertise de school inbrengen is vaak wat verder weg, maar toch zit ook hier trouw in. Het moet goed voelen en er worden ook zaken in alle vertrouwelijkheid besproken. Het raakt alleen vaak niet jezelf, omdat er over anderen wordt gesproken.
Zo komen we bij het tweede woord, wat hier zeker mee in verband staat: vertrouwen. Je moet elkaar kunnen vertrouwen. In een liefdesrelatie, maar zeker ook in een werkrelatie en bij elke soort van samenwerking die je kunt bedenken. Je moet daarbij op elkaar kunnen leunen, kunnen steunen, bouwen, overleggen en dus geef je vertrouwen aan elkaar. Je vertrouwt elkaar volledig in wat je zegt en doet, wat je met elkaar bespreekt en afspreekt. Dat is zowel als collega's onderling als binnen een groep waar je afspraken maakt met de leerlingen. Dit raakt de veiligheid die je de leerlingen biedt. Als je doet wat je belooft, hebben de leerlingen vertrouwen in jou als leerkracht. Als de schoolleider doet wat hij zegt hebben de leerkrachten vertrouwen in hem of haar. Als een bestuurslid iets belooft, dan is het goed om zich aan zijn woord te houden, zodat hij te vertrouwen is.

Soms is het zo, dat bepaalde zaken vertrouwelijk behandeld moeten worden. Dan ga je nog een stapje verder. Je belooft dan niet alleen dat iets niet gezegd wordt, maar je doet het ook echt niet. Dit kan in vele situaties. Bepaalde zaken houden we privé. Sommige zaken vertel je in vertrouwen en vraag je ook om dit vertrouwelijk te behandelen. Gesprekken met leerlingen kunnen vertrouwelijke informatie bevatten. Je houdt dan natuurlijk echt je mond dicht. Je bent anders immers niet te vertrouwen en zeker niet trouw aan dit kind.

Andere woorden en uitdrukkingen die hieraan verwant zijn:
Betrouwbaar, iemand is betrouwbaar als je hem iets in vertrouwen kunt vertellen en hij dit ook echt niet doorvertelt.
Trouwen, het werkwoord als twee liefdespartner elkaar het ja-woord geven. Ook een vorm van trouw, elkaar vertrouwen en vertrouwelijk zaken kan bespreken.
Ontrouw is het tegenovergesteld van trouw, de trouw is verbroken, diegene die iets had beloofd heeft niet zijn woord gehouden.
Hertrouwen is het werkwoord dat bedoeld is als partners opnieuw gaan trouwen.
Te goeder trouw betekent uit met goede bedoelingen handelen. Er komt geen misleiding of bedrog aan te pas. 
Het is altijd rouwen en trouwen Het leven bestaat uit een afwisseling van goede en slechte momenten.
Zo zijn we niet getrouwd. Zo hebben we dat niet afgesproken.
Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Het is makkelijker om iemands trouw te schaden, dan deze verkrijgen.

Natuurlijk heb je dan ook nog allerlei afgeleide woorden zoals trouwring, trouwzaal, trouwjurk, trouwpak, trouwerij, ontrouw, betrouwen, gezagsgetrouw, maar twee hele mooie woorden zijn plichtsgetrouw en waarheidsgetrouw. Die geven nog meer de betrouwbaarheid (het geloof in de ander) aan van vasthoudendheid en doen wat je belooft. Het geeft een goed gevoel, het heeft te maken met je persoonlijkheid en je geweten. Het heeft te maken met eerlijk zijn. En ... eerlijk duurt het langst!


zaterdag 31 oktober 2015

Ontwikkeling


Ontwikkelen heeft volgens de digitale encyclopedie (BRON: http://www.encyclo.nl/) een aantal betekenissen:
- bedenken en maken vb een energiezuinige hybride auto ontwikkelen
- het ontwerpen en uitvoeren vb: wie van jullie heeft dit plan ontwikkeld?
- opnames zichtbaar maken vb: het filmpje moet ontwikkeld worden- ontstaan vb: er ontwikkelde zich een discussie
- kennis vergroten, erbij leren vb: onze Jantje ontwikkelt zich voorspoedig
- langzamerhand beter en sterker worden
- stimuleren van het bereiken van persoonlijke doelen door de ontwikkeling van kennis, competenties en talenten.
- doen groeien
- ontvouwen

- kweken


In het onderwijs hebben we het met name over bedenken, maken, ontstaan, kennis vergroten en sterker worden. Dat kunnen leerlingen zijn, maar uiteraard ook leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, onderwijsassistenten, directeuren, bouwcoördinatoren, lerarenondersteuners en conciërges. Vanuit de leerkracht (of andere begeleider voor de leerling) en de ouder door het stimuleren daarvan. De leerling op een hoger plan brengen. De leerling een stapje, een sprong of een niveau verder helpen.

Als we een leerling vergelijken met een bol of andere plant die uit een zaadje groeit, weet je dat er al bepaalde genetische eigenschappen in de bol of het zaadje aanwezig zijn. Toch is de omgeving voor een bol of zaadje heel belangrijk. Het moet op het goede moment gepoot of gezaaid worden, zonlicht speelt een rol, de temperatuur moet goed zijn en de hoeveelheid vocht moet zijn afgestemd op de toekomstige plant. Alle omstandigheden zijn belangrijk om de plant optimaal tot bloei te laten komen.

Zo is het ook met onze leerlingen. De omgevingsfactoren zijn belangrijk. De begeleiders in de omgeving van het kind kunnen het kind stimuleren, maar ook het lokaal waar een kind zit speelt een rol, het geluid. Bij de ui zie je de omgeving aan de buitenkant. (Bron:www.galamaorganisatieontwikkeling.nl)

Het gedrag is hoe een leerling handelt. Wat doet het om zich te kunnen ontwikkelen. Waarom doet een leerling het op die manier? Hoe kunnen we hem helpen om het beter te doen?

Steeds verder naar binnen in de ui komen we bij het kind zelf. Op school kijken we naar de belemmerende en stimulerende factoren (denk hierbij aan de theorie van handelings werken) die een leerling kunnen afremmen of juist verder kunnen helpen. De leerkracht doet ertoe. Hij of zij gaat bekijken, bevragen, uitproberen en in gesprek met ouders en kind wat hem helpt en wat beter is om niet te doen. Men zoekt naar de onderwijsbehoefte van het kind.

De onderwijsbehoefte is eigenlijk een soort gebruiksaanwijzing. Op welke manieren gaat deze leerling het beste functioneren. Hoe gaat deze leerling het prettigste werken. Wanneer zit deze leerling het beste in zijn vel.

Het is de kunst om elke leerling een stapje verder te brengen en hem of haar het gevoel te geven dat het iets heeft geleerd. Dat houdt een leerling nieuwsgierig en zal zich de volgende dag weer inzetten om iets nieuws te leren.

Het is voor de leerkracht een opdracht om de leerling te laten ontwikkelen, te laten groeien.
Door de ontwikkeling goed te laten verlopen is het fijn als de leerling en de leerkracht weten waar het naartoe moet. Welk doel, welke richting wil de leerling op? Wat wil deze leerling leren? Hoe wil de leerling dat leren? Wat heeft de leerling daarvoor nodig?

Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor leerkrachten en andere professionals. Ook zij blijven elke dag leren en ontwikkelen. Blijf nieuwsgierig en kijk verder. Denk eens buiten de kaders. Ga een stapje verder.

Zoals Floor Reaijmaekers vertelt in haar lezing en artikelen: "Ga voor een growth mindset. ", dan pas kom je verder en zul je leren leren. Dan is er sprak van ontwikkeling en groei.


zondag 11 oktober 2015

Verbinding

Om dit blog te kunnen publiceren heb ik een internetverbinding nodig. Zo zijn er in het leven en werken van mensen vele verbindingen nodig, die nieuwe verbindingen, relaties, vertrouwen en verantwoordelijkheden mogelijk maken. Deze verbindingen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van jonge mensen, maar ook volwassenen blijven dagelijks leren hoe zaken beter kunnen.

Verbindingen vanaf de geboorte
Als pasgeboren baby heb je de verbinding nodig met je ouders, je familie en steeds meer de mensen om je heen. Zo ontwikkelt een mens, groeit en komt tot bloei in relatie tot anderen en zijn omgeving. Daarvoor is verbinding nodig. Hierin zit ook het woord binding, belangrijk voor de hechting van dit kind bij deze ouders.
Wanneer een kind groter en ouder wordt gaat het meer verbindingen aan met zijn familie, vrienden en omgeving. Zo groeit het. Zo kan het een mening vormen. Vergelijken. Keuzes maken en verder gaan met de dingen die hij/zij doet of wil gaan doen in het leven. Verbindingen aangaan met wie hij/zij wil. 
In een basisschool gaat het niet anders. Voortdurend worden daar verbindingen gemaakt of is het fijn om verbindingen tot stand te brengen. Het mooi om verbindingen te zoeken waar men in eerste instantie niet aan zou denken.

Interne verbindingen in een basisschool
Allereerst maken leerlingen en leerkracht(en) verbinding met elkaar. Als dit niet zo zou zijn, zou het onderwijs geen goed onderwijs kunnen zijn. Voorwaardelijke voor een goede les, het leren, het stimuleren en begleiden van leerlingen. 
Leerkrachten maken verbinding met ouders. Als het goed is hebben ouders en hun kinderen die verbinding al thuis gemaakt, maar geeft een hulpouder een nieuwe verbinding aan op school. Zo kan er samen iets op gang worden gebracht, hebben we elkaar nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Samen een school juist door verbondenheid.
In de school zijn er ook onderling verbindingen tussen leerkrachten, tussen leerkracht en intern begeleider, tussen intern begeleider en directeur, tussen leerkrachten en directeur en tussen het team en het bestuur. Er wordt vaak gesproken over een goede communicatie, welke natuurlijk belangrijk is. Helemaal eens. Het woord verbinding vind ik echter een mooiere benaming, omdat dit meer zegt over de intensie om een goede (werk- of privé-)relatie aan te gaan. Volwaardig vertrouwen in elkaar, openheid, eigen verantwoordelijkheid en de wil om er met elkaar het beste van te maken. Je spreekt van een gezamenlijke passie, waar er een visie is die mensen doelgericht op het goede pad houdt. Elkaar scherp houden - dus ook feedback geven - , maar toch elkaar in de waarde laten. De kracht halen uit de mensen met wie je samen een verbinding aangaat. Genieten van wat een ander voor elkaar heeft gekregen. Het enthousiasme wat ontstaat als er dingen zijn gelukt. Samen vieren, samen verder.
Wanneer elke persoon binnen de school deze verbinding aangaat en zich aansluit bij de rest, is dit van onschatbare waarde voor de school als geheel. Dus ook de onderwijsassistent en de administratief medewerker en natuurlijk de oppas van leerlingen. In verbondenheid bereik je meer, 1 + 1 is immers meer dan 2.
Intern zijn er met ouders en school ook de verbinding met de medezeggenschapsraad en de ouderraad. Onmisbare en verplichte organen die zorgen dat er verbinding is, elkaar scherp houdt en zorgt dat we samen zaken kunnen bereiken. 

Externe verbindingen
Een (basis-)school heeft ook verbindingen naar buiten. Als een leerling extra hulp behoeft zullen er lokale onderwijsadviseurs en preventieve ondersteuners geraadpleegd kunnen worden vanuit het samenwerkingsverband. Ook ambulant begeleiders, jeugdverpleegkundige van Centrum voor Jeugd en Gezin, schoolmaatschappelijk werk, externe remedial teachers, ondersteuners vanuit bepaalde clusters en voor specifieke leerlingen zoals bijvoorbeeld dyslectie of hoogbegaafdheid. Mensen die daadwerkelijk een meerwaarde hebben op ontwikkeling en onderwijs.
Een tweede groep externe partners met wie de school verbinding heeft en samen zorg draagt voor de ontwikkeling van leerlingen zijn de mensen waar kinderen buiten schooltijd worden opgevangen. Dan hebben we het bijvoorbeeld over de peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang, een grootouder en de oppas. Het is fijn als er een goede verbinding is, zodat het werk in verbndenheid gedaan kan worden. Hoe beter de verbinding, en hoe beter de communicatie, hoe beter het is voor leerlingen en ouders.
Een derde groep die verbinding zoekt of waarbij verbinding belangrijk kan zijn, zijn onder andere sportclubs, scouting, lionsclub, bibliotheek. Ondersteunend aan de ontwikkeling van onze leerlingen, een meerwaarde om hen verder te brengen.
Dan zijn er nog verbindingen met krant, de website van de school en social media, waarbij de verbinding vooral belangrijk is voor de informatievoorziening naar buiten. Die verbinding zorgt voor een netwerk, waarbij de een ziet en de ander vertelt. Vertellen wat je doet als school, dat maakt nieuwe verbindingen. In gesprek gaan met elkaar houdt de zaag scherp en geeft stof tot nadenken. En zo groeien en ontwikkelen dan niet alleen de leerlingen, waar het hier op school natuurlijk om draait, maar ook de medewerkers en alle betrokkenen die hieraan verbonden zijn. Zo kun je in een professionele leergemeenschap stappen maken en doorontwikkelen, iedereen!

vrijdag 24 juli 2015

Ontpoppen

N.a.v. een tweet met de hashtag #blimageNL van @fransdroog hieronder een blimage. De uitdaging die Frans bood ben ik aangegaan met de afbeelding van een "rups" welke Frans als een van de vier opties geboden had om hier een blog over te schrijven met in het achterhoofd het onderwijs. Natuurlijk ben ik deze uitdaging, overgevlogen uit Amerika (blimage = blog + image) en gepromoot door Frans Droog aangegaan. Vanuit het primair onderwijs heb ik de rups proberen te laten ontwikkelen, laten ontpoppen en hoop ik dat ik iets moois uit voortkomt.

Ontpoppen.

De zomer is een tijd van afstand nemen en loslaten. In het onderwijs is het ook een tijd van bezinnen. Waar sta ik, wat wil ik, wat zijn mijn plannen en hoe wil en kan ik deze tot uitvoer brengen? Het schoolplan 2015-2019 en ook het optimaliseringsplan (de gedetailleerdere uitwerking van het schoolplan per jaar) heeft hierin mooie vormen aangenomen.
Toch is de onzichtbare toekomst met toekomstplannen er ook een van koffiedik kijken. Een plan moet voortdurend worden bijgesteld en wellicht zelfs omgegooid. Sommige plannen, neem de ICTplanning zijn zelfs moeilijk in te schatten en te maken. De digitale wereld is niet bij te benen. De ontwikkelingen gaan harder dan het onderwijs kan nadenken.
Zo voelt de foto van de rups. Je weet dat er iets moois uit zal komen. Je weet dat het een vlinder wordt. Maar geen idee hoe groot, welke kleuren, hoe lang hij zal leven, wat het doet en wat het uiteindelijk voortbrengt.
Dit alles kan een tweeledige uitwerking hebben. Of je hebt een goede keus gemaakt en het pakt goed uit. De devices die je hebt ingezet zijn van meerwaarde. De licenties die je heb aangekocht zijn de goede. Anderzijds kan het ook verkeerd uitpakken. Zit je nog met te oude computers, verkeerde licenties, foute methodes en ga zo maar door.
Maar wie niet waagt, wie niet wint. Een sprong maken is dus wel belangrijk. Wie kan meehelpen om die goede sprong te maken? Het blijft een wankele kwestie, een risico, een financiële gok die je niet als strop wilt hebben.
Een natuurgids kan helpen bepalen wat voor vlinder er uit deze rups komt. Maar wie kan helpen bij het voeren, het maken van een kokon en tenslotte de goede manier weten om te ontpoppen tot een prachtig resultaat?
Of moeten we het over een andere boeg gooien? Niet alleen deskundigen vragen, maar ook de leerlingen zelf. Dit gebeurt al in het hoger beroepsonderwijs en op de middelbare school. Zou dit ook van toepassing kunnen zijn in het primair onderwijs? Te starten in de bovenbouw. Leerlingen weten vaak al meer dan de leerkrachten op het gebied van ICT.
En wat willen we bereiken?
Een vlinder die vliegt en weer nieuwe eitjes legt, waar opnieuw rupsen uitkomen. Dan ontwikkelen we verder. Dat is de kunst.

dinsdag 21 juli 2015

Een boek met tranen

Tranen biggelen over zijn wangen, langs de groeven van zijn gezicht. Het verdriet spreekt boekdelen. Hij uit het niet altijd, maar van binnen is het een gevoelige man.
Ik heb hem niet vaak zien huilen. Toen ik trouwde pinkte hij een traantje weg bij het afscheid. Het afscheid kostte hem zichtbaar moeite. Een nieuwe levensfase.
Is het de schaamte dat een man niet hoort te huilen?
Nu zitten we aan de keukentafel. De boodschappen zijn binnen, alles is opgeruimd. De grote hoeveelheden deren niemand. Uitrusten van dit uitstapje. We drinken koffie. Een grote bitterkoek van een bekende grossier laat het water in de mond lopen. We praten wat met z'n drieën.
Hij vertelt over zijn oudste zoon. Ziek geworden in zijn vijfde levensjaar. Niet kunnen lopen, een jaar lang. En elke dag als hij thuis kwam uit zijn werk ging hij eerst oefeningen doen. Zo verdween de stijfheid van de ledematen van zijn oudste zoon.
Heeft hij het er later nog weleens over gehad? Hij praatte er liever niet over. Leefde zijn eigen leven in Leiden. Hielp menig student in de bibliotheek. Wist zoveel en kon daar zo geanimeerd over vertellen. Heeft zoveel teksten geredigeerd. Verwonderde zich. Was nieuwsgierig. Een grote liefde voor geschiedenis en science fiction. Gehandicapt door de ziekte die hij vroeger heeft gekregen. De ziekte van Guillain Barré. Een verlammingsziekte.
De oude vader vertelt over een boek dat hij ooit heeft gekregen van hem. Voor zijn 74ste verjaardag. 'Maerlants wereld' van Frits van Oostrom. Ruim 18 jaar geleden. Een prachtig boek. Hij haalt het boek te voorschijn. Een mooie glimmende blauwe kaft. Hij legt het voor mij neer op de keukentafel. Binnenin staan de woorden die zijn zoon had geschreven.
Hij wordt er stil van. Al die herinneringen. Hij veegt met zijn hand over de gerimpelde wang. De rollende traan wordt onderbroken. Maar hij is zo trots op dit mooie cadeau van zijn inmiddels overleden zoon.
Er staat "....met liefde en dankbaarheid." Dat raakt hem.
Het raakt mij ook.

Nawoord:
Juli 2015. Papa is nu 92, mama is 90. Hun oudste lichamelijk gehandicapte zoon is 13 jaar geleden overleden. Ik ben de jongste uit een gezin van 6. Het is een bijzondere herinnering. En dat blijft het. 

maandag 13 juli 2015

Pauze

Als leerling van de middelbare school keek ik als eerste naar het vakantierooster. Je wilde immers weten wanneer de vakanties waren. Die werden direct in je agenda overgeschreven. Toen zag ik het belang van pauzes goed in, tegenwoordig is dat een stuk moeilijker.

In de hectiek van gezin, werk en mantelzorg vergeet ik met enige regelmaat de pauze, werk ik door in vakanties en moet ik beschaamd bekennen dat ik regelmatig mijn verpakte boterhammetjes weer meeneem naar huis en soms nog snel even in de auto of op de fiets naar binnen werk. 
Niet goed natuurlijk. Het heeft alles te maken met planning, timemanagement en tijd nemen voor jezelf. Het zijn de dingen waar ik niet zo goed in ben. De ambitieuze houding kan natuurlijk voordelen hebben, totdat je jezelf voorbij gaat lopen. 
Een druk op de pauzeknop is dan echt belangrijk. Op school heb ik een collega die me steevast om half 1 waarschuwt dat we gaan eten. Het zijn die hulpbronnen die je moet inschakelen als het zelf niet lukt. Zoals je ook een signaal op je telefoon kunt zetten of een berichtje in je googleagenda.
Nu de vakantieperiode is aangebroken, neem ik ook de tijd om weer een stukje te schrijven. Het schiet er regelmatig bij en de hectiek van het werk met ziekte, uitval en vele ballen die hoog gehouden moeten worden maken de drang naar schrijven eerder kleiner dan groter. Dat is jammer, want schrijven is zoiets als een stukje fietsen in de natuur. Heerlijk ontspannen mijn gedachtes de vrije loop laten. Woorden huppelen over het scherm. Zinnen verschijnen en laat het witte stuk verdwijnen. 
Nu gaat mijn hulpbron in de vorm van mijn collega naar een lokaal boven en zal ik volgend schooljaar een nieuwe hulpbron moeten zoeken. Misschien de collega die beneden komt te zitten of een ander middel om te zorgen dat ik de pauze niet vergeet. 
Misschien moet ik het gewoon op eigen kracht gaan doen en mezelf ertoe zetten. Tijd voor werken, tijd voor ontspanning. Tijd voor anderen, tijd voor jezelf. Pauze. Adempauze. Terecht even tijd voor jezelf.

zaterdag 21 maart 2015

Energie

Energiek voelen. Dat wil toch iedereen? Het heeft te maken met goed in je vel zitten en gelukkig zijn.
Op verschillende manieren kun je (positieve) energie opdoen. Een stukje fietsen of anderszins bewegen, iets leuk doen zoals bijvoorbeeld een uitstapje of een feestje, een speciale ontmoeting of een ervaring. Hoe kun je in het onderwijs nu die positieve energie laten stromen?

Het dagelijks werk
In het dagelijkse werk zijn er vele manieren om de energie te laten stromen en daarvan echt een opkikker te krijgen. Neem nu dat glunderende gezicht van een kind dat jij helpt of begeleid of de ouder die je te woord staat en blij is met wat jij met haar of zijn kind hebt bereikt.
Ook een goed voorbereide les kan tot energie en enthousiasme leiden als iets geweldig aanslaat en je ziet jezelf en de leerlingen ervan genieten. Fijn als de organisatie goed is verlopen en alle leerlingen weer veilig terug zijn.
Groter zijn de ingewikkelde zaken als er meer hulp of energie moet worden gestoken in speciale kinderen, waarbij het lukt om hen verder te helpen. Of ook nog breder: Een traject als handelingsgericht werken in de school heeft effect op jouw handelen als leerkracht. Het geeft je kracht en energie.
Als schoolleider zie je ook het personeel genieten van het werk wat zij doen en wil je hen graag verder helpen, aansturen en stimuleren. Ik ben extra blij als er mooie resultaten behaald zijn. Dan bedoel ik niet alleen de Cito-scores. Fijn als er een goede sfeer is onderling en tussen de leerlingen. Respect naar elkaar, behulpzaam zijn, samen verder komen.

Soms lukt het niet
Dan komt er een moment dat er ook weleens zaken minder prettig verlopen. Dat geeft niets, want vaak leer je van zaken die anders lopen, je leert van je fouten, je leert van je ervaringen, want waar gewerkt wordt vallen spaanders.
Kleine dingen lossen zichzelf weer op. Grotere dingen vergen meer tijd.
Dan ligt het natuurlijk ook aan hoe jij ermee omgaat. 
Naar mezelf kijkend heb ik tijd nodig om zaken in een ander perspectief te zien. Ook ik leer dagelijks bij.
Soms gebeurt het dat je langer in een negatieve spiraal zit en dan is het goed om eens achter te leunen en na te denken hoe verder.

Hoe verder? Enkele tips.
1. Door te glimlachen help je jezelf uit die negatieve spiraal te trekken. Dat is een eerste stap. 
2. Bespreekbaar maken waar jij tegenaan loopt.
3. Bewust worden wat je wilt. 
4. Oplossingen bedenken. Wat is mogelijk, wat is niet mogelijk. Hoe ga ik hiermee om? Wie heb ik daarvoor nodig?
5. Een plan maken. 
6. Plannetje goed doordenken en bekijken wat je nodig hebt voor de uitvoer ervan.
7. Een plan bijstellen als zaken anders uitpakken.
8. Genieten van de onderdelen van jouw plan die gelukt zijn.
9. Schrijf eens een aantal dagen op welke drie dingen er die dag goed gelukt zijn.
10. Wees blij met de mooie dingen van het leven (misschien een fijne vriend(in), een goede collega, een lieve man/vrouw, een prachtige zoon/dochter, een warme thuisbasis, noem maar op....) en neem de hobbels op de koop toe, zorg zelfs dat je het ziet als levensles.

Inspiratie
Dan komt er een fase van nieuwe energie. Je bent teleurstellingen te boven. Er moet wat nieuws komen. Nieuwe input. Stimulans. Inspiratie. Enthousiasme. Iets waar je hart een sprongetje van maakt. Een nieuwe studie, een nieuwe baan, een nieuwe relatie, een studiereis, een verhuizing, een nieuwe fase in jouw leven. Het kan allemaal. Met de eerste dag van de lente is dat weer een mooi moment.
Blijf niet stilstaan, blijf niet hangen, maar kijk vooruit, kijk naar de mogelijkheden. Go for it! Niet dippen(dip=denken in problemen), maar dimmen(dim=denken in mogelijken).





zondag 8 maart 2015

Transparant

Transparantie is een woord dat tegenwoordig in de samenleving hoogtij viert. Alles moet meetbaar en zichtbaar zijn. Alles moet openbaar gemaakt worden. Het moet inzichtelijk zijn, het liefst voor de "gewone" man of vrouw. Levert transparantie op wat het beoogt?

Het is in alle sectoren zichtbaar. Verantwoorden wat je doet, hoe lang je iets doet, wat het oplevert en wat men doet als het resultaat tegenvalt. Het is voor iedereen terug te zien.
Ook in het onderwijs is de transparantie toegeslagen. Via een schoolondersteuningsprofiel moet je je kunnen verantwoorden naar het samenwerkingsverband. Via een rapport van de inspectie wordt een school in een glazen huis gezet naar buiten. Via 'Scholen op de kaart', de zogenaamde Vensters worden alle gegevens, ook de financiële, openbaar gemaakt, zodat iedereen hierin kan kijken en oordelen.
Het voordeel van transparantie is dat misstanden snel worden ontdekt. Er is openheid van zaken. Er kan snel ingespeeld worden op zaken die niet goed gaan.
Het nadeel is dat niet alles wat meetbaar belangrijk is en niet alles wat belangrijk is meetbaar gemaakt kan worden. Neem nu bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat op de basisschool. Het is het allerbelangrijkste voor leerlingen om een prettige veilige sfeer op school te creëren, waar leerlingen gewoon naar de leerkracht toe durven stappen. Ze moeten vragen kunnen stellen, ze moeten hun hart kunnen luchten of gewoon even iets kunnen vertellen wat er buiten met Pietje is gebeurd. De inspectie hanteert geen normindicatoren voor het pedagogisch klimaat.
Ook zelfstandigheid van leerlingen of de eigen verantwoordelijkheid worden niet getoetst. Dat wordt ook een beetje lastig. Het zijn wel belangrijke aspecten waaraan je ziet of leerlingen straks goed kunnen functioneren in de maatschappij.
De Cito-scores zijn meetbaar, maar dit is niet het enige wat een school wel of niet goed maakt. De gemiddelde scores van een groep kinderen kan zomaar onder de norm liggen, omdat deze groep kinderen toevallig minder capaciteiten heeft. De inspectie rekent 3x een onvoldoende Cito eindscore als zwakke school. Vij 2x ben je al kwetsbaar. Terwijl normen worden opgeschroefd en de gemiddelden dus ook steeds verder omhoog gaan. Scholen of groepen die te laag (lees: onder het gemiddelde) scoren, vallen buiten de boot. Toch zijn deze scholen niet per definitie zwakke scholen. Daarvoor moet je veel meer bekijken.
Gelukkig komt er een nieuw toezichtskader van de inspectie. Nu maar hopen dat dit ook daadwerkelijk naar de hele basisschool gaat kijken.
Toch is het een scheef beeld om met bepaalde punten en vooral de Citoscores zo hoog in de rangorde te plaatsen. Heb je wel mazzel als je toevallig veel kinderen op niveau hebt binnengehaald. En dan nog maar niet te spreken over kleine groepen, waarbij je heel snel hoog of juist laag kan uitvallen.
Het is een moeilijk gegeven die transparantie. Ik ga er in ieder geval flink van transpireren. Laat de school de school, laat het kind kind zijn, maar laat vooral de kracht van de leerkracht bij de leerkracht. Worden we nu echt zoveel slimmer als 25 jaar geleden? 


zaterdag 25 oktober 2014

Go!

Wanneer de dingen niet vanzelf gaan, heeft ieder mens de neiging tot vluchtgedrag. Denk maar aan een brand of aan herrie. Weg van de plek of verminderen van het nadeel. Handen op je oren of weg van de vervelende gevaarlijke situatie.

Zo ook bij mij. Al is dit een iets meer gecompliceerd fenomeen. Het werk levert tegenslagen, lastige keuzes, ingewikkelde strategische besluiten, privacy en stroperige samenwerking. Toch moet je juist in zo'n situatie de strijd aan gaan. Er vol in gaan. Zo komt er beweging. Zo komen veranderingen tot stand. Zo kom je zelf verder in ontwikkeling. Je groeit.
Verder gaan, schouders eronder,  niet verzuren, maar doorgaan. Niet in zak en as gaan zitten, dat levert immers niets op. Eruit kruipen. Zoeken. Een onderzoekende houding.  

Een struggle wanneer je zelf dilemma's overweegt. Enerzijds overvallen worden door lastige kwesties, anderzijds de gevolgen waarin het werk zijn tol eist. Keuzes die niet altijd goed uitpakken, invloeden van buitenaf die de school en mij persoonlijk negativiteit bezorgen en zaken die betrekking hebben op ziekte en dood.  

En dan... niet weglopen. Maar er vol voor gaan. Niet omdraaien maar recht in de ogen kijken. Niet verzuren of in de slachtofferrol schieten, maar rechtop met opgeheven hoofd de strijd aan gaan. Positief en vol vertrouwen. Zeker als dat vertrouwen verkregen wordt. 

Omdenken. Getriggerd worden juist door de gebeurtenissen. Denken in mogelijkheden. Nadenken en plannen.  Doelgericht op zoek naar oplossingen. Kijken wie mij daarbij kunnen helpen. Plan bijstellen. Creativiteit behouden en niet te veel focussen op alleen die doelen, die volgens de regeltjes behaald moeten worden. De krenten in de pap. De bevlogenheid niet verliezen.

Dan ga je wat bereiken. Dan ga ik iets bereiken. Pas dan zal je de echte overwinning voelen. Pas dan ga ik de echte overwinning voelen. Pas dan ga je vooruit en maak jij het verschil. Pas dan ga ik vooruit en kan ik het verschil maken.

Geen gemaar, maar gaan! Ik ga.
Go!