On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







zondag 21 januari 2018

De beste

Wanneer ik 'the best of Neil Diamond' en 'the best of Simon and Garfunkel' naast elkaar leg, zie ik twee tegenstrijdige nummers. "A beautiful noise" and "The sound of silence". Twee prachtige nummers die ik zo in mijn hoofd hoor zingen. Welk nummer is dan het beste? Eigenlijk maakt me dat niet zo uit. Dat ligt net aan mijn stemming.
In onze maatschappij moeten we vaak ergens de beste in zijn. De beste schilder, de beste sporter, de beste speler bij snooker, de beste, de beste, de beste, bah. Ook in het onderwijs zie je dat terug. Het beste cijfer. De hoogste score. De beste spreekbeurt. De leraar van het jaar(is dat de beste?). De excellente school. De excellente schoolleider.
Is dit nu echt wel zo waardevol, ergens het beste in zijn?

Het is een retorische vraag. Onnodig. Waarom zou je ergens het beste in willen zijn? Om jezelf op de borst te kunnen kloppen? Om jezelf omhoog te werken en een ander naar beneden? Om respect af te dwingen? Waarom?
Toch doen we er met z'n allen aan mee. Je ziet het overal de kop op steken en het lijkt steeds gekker te worden. De beste burgemeester, de beste reclame, je kunt het zo gek nog niet bedenken. Hangt soms het succes van iemand of iets hier vanaf? Dat zou kunnen.
Als je straks met de gemeenteraadsverkiezingen goed uit de bus wilt komen, zul je een goede campagne moeten voeren, een goede prater moeten zijn, goed zichtbaar moeten zijn, goed moeten kunnen debatteren, goed moeten overkomen. Goede ideeën komen misschien wel helemaal niet bovenaan, terwijl het daarom draait.
Zo vind ik ook het cijfers geven op school altijd een lastige. Nodig is het, maar het straalt soms iets anders uit. Het cijfer geeft namelijk aan welk niveau de leerling heeft gehaald, niet - en dat is voor een leerling veel belangrijker - welke inzet hij heeft laten zien om tot dit cijfer te komen. 
Voor het bepalen van niveaus zijn levels nodig. Of dit nu cijfers of letters zijn, maakt niet zo veel uit. Het helpt om te weten welk niveau de leerling op dat moment zit en of er verbetering mogelijk is. Daar gaan de leerlingen, de leerkracht, de school op acteren.
De hoogte van het niveau, en dus de hoogte van het cijfer zegt lang niet altijd iets over de inzet. Dat is goed om duidelijk te maken aan leerlingen. Je best doen en een 6 halen is beter dan niets doen en een 8 halen. Waar komt die leerling vandaan, waar gaat hij naartoe? Wat heeft de leerling geleerd? Hoe heeft de leerling zich ontwikkeld? Heeft hij zijn eigen doelen behaald?
Toch zie ik het ook terug bij excellente scholen en excellente schoolleiders. Natuurlijk onderschrijf ik het rolmodel of het goede voorbeeld van scholen en schoolleiders die het goed doen. Leren van good practices. Dat hoeft niet door leerlingen, volwassenen, bedrijven, scholen en anderen op een voetstuk te plaatsen. Dat kan ook anders. Die ander kan namelijk ook leren van die ene schoolleider die het misschien anders heeft gedaan, misschien wel om een bepaalde reden of situatie. Die 'excellente' school kan ook leren van een school die zaken anders heeft gedaan, maar misschien wel een uitstekende sfeer heeft gecreëerd. Haal de kracht uit leerlingen, volwassenen, bedrijven en leer zo van elkaar. Daar worden we veel leukere mensen van. Het zorgt ervoor dat we niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Dan ontstaat er een verbinding. Verbinding hebben we nodig om samen sterk te staan en steeds een beetje beter te worden.
Stop dan ook met de beste van iets te willen zijn. Iedereen is ergens goed in, iedereen heeft talenten, haal de kracht uit ieder mens.



donderdag 28 december 2017

Het mooiste moment in het onderwijs van 2017



Bijzonder onderwijsmoment van 2017




Onderwijskoppen.nl vraagt om het meest bijzondere moment van 2017 in het onderwijs. Dat vraagt nogal wat denk- en zoekwerk. Want wat is het meest bijzondere moment? Ik neem u mee in dit afgelopen jaar waar verschillende momenten bijzonder zijn, maar er uiteindelijk één zal uitspringen.

Het graafwerk kan beginnen. Het start met de nieuwsjaarsreceptie die in mijn gedachte voorbij komt met alle personeelsleden van de stichting. Mooi moment om iedereen weer heelhuids terug te zien, klaar om een nieuw jaar te starten. Verschillende fijne contactenmoment en elkaar al zoenend het mooiste te wensen. Ik ken (nog) niet iedereen, maar het is een mooi en warm moment.
Op school doen we hetzelfde met de teamleden en groeten de leerlingen bij binnenkomst met hun nieuwjaarswens. Ook dat zijn leuke momenten, zeker uit de mond van hele jonge leerlingen.
Er wordt bekend dat de administratief medewerkster afscheid gaat nemen, anderen naar onze school willen of een wijziging in hun betrekkingsomvang willen. Twee collega’s die zwanger zijn. De raderen van de formatie gaan draaien.
De formatie begint spannend te worden, want met een leerlingaantal dat gestaag groeit en er groepen van 35 ontstaan, zullen er combinaties gemaakt moeten worden. Wie gaat dat doen? Hoe informeren we de ouders? Het is een goede samenwerking met de MR van de school, die meeloopt in ons proces. Waardevolle momenten.

We krijgen een leerling met het syndroom van Down op school. De voorbereidingen zijn getroffen en de jonge 4-jarige leerling kan starten in groep 1/2. Ze wordt opgenomen door de juffen en meesters en niet minder door de leerlingen van de groep. De leerling geniet. Opnieuw een mooi moment.
Een andere leerling met een arrangement krijgt nieuwe aanpassingen, een aangepaste tafel met magneten en zelfs een eigen gele fiets om het buitenspelen aanzienlijk te verbeteren. Zo’n blij gezicht, zo’n vooruitgang in de ontwikkeling. Een prachtig moment om van te genieten.
Er zijn ook momenten waarvan je wenst dat die anders zouden zijn gegaan. Het zijn leerzame momenten. 
De groepsverdeling vlak voor de zomervakantie is een spannend moment. Zeker als er ook twee zwangere collega’s vervangen moeten worden. Voor de leerkrachten mooie momenten, voor de school een uitdaging, zeker gezien de moeizame vervangingen. Hetzelfde geldt voor ziektevervangingen. Mooie en bijzondere gesprekken met verschillende kandidaten.
Als er een nieuw schooljaar start en alles goed en wel bezig is zijn er nieuwe uitdagingen en nieuwe kansen wat ook weer bijzondere momenten oplevert. 
Deskundigheidsbevordering dient zich aan. De cursus flitsbezoeken, de masterclasses van Nieuwsbegrip, de studie van twee leerkrachten, de opleiding hoogbegaafdenspecialist van twee andere leerkrachten, het interventieprogramma voor lezen bij jonge leerlingen, stuk voor stuk inspirerende momenten om verder te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de school, waarin we gestart zijn met een nieuwe zaakvakken methode waarin we onderzoekend en ontwerpend leren willen ontdekken. Voor leerkrachten is dit een boeiende zoektocht. 
De differentiatie die globaal in drie groepen verdeeld wordt, gaat vaak nog een stapje verder, sommige leerlingen passen niet in die drie niveaus en hebben extra aanpassing naar benden of naar boven nodig. Je wilt zo graag dat iedere leerling leert en een stapje verder komt. Dat heeft de leerkracht, die dit allemaal zelf maar even regelt, er echt voor over. Het zijn kanjers!
De impact van de POinactie op het team was er een die bijna wat verdeeldheid had gezaaid. Toch hebben we dit zo kunnen draaien, dat iedereen hierin zijn eigen keuze heeft mogen maken. De film “Wonder” heeft emotionele momenten opgeleverd. Ik moest in ieder geval wel een traantje wegpinken.

Wanneer je merkt dat de betrokkenheid van leerlingen meer en meer geborgd wordt, de instructie goed gegeven wordt, de samenwerking binnen het team goed loopt, ook al is het geven van feedback helemaal niet altijd makkelijk, we open staan voor elkaar en er daardoor een open sfeer heerst waarin we samen school zijn en samen staan voor goed onderwijs, dan heb ik (denk ik) de kern van het onderwijs van dit jaar goed samengevat.
Het mooiste moment is niet één moment, of misschien het moment waarop ik realiseerde wat voor geweldig team hier staat. Dat collega’s zelf regulerend worden, omdat ik (o.a.) zelf heb leren loslaten. Een tip over een boek met effectief rekenonderwijs en dit boek wordt aangeschaft en uitgeprobeerd. De intern begeleider die de gesprekken en analyses zelf gaat uitzetten en uitvoeren. Als er door twee bouwcoördinatoren een kerstattentie voor het team wordt geregeld, zonder dat ik dit zelfs maar hoef aan te geven, dát is een mooi moment, waarop je merkt hoe goed wij voor elkaar zorgen in het onderwijs en hoe het onderwijs steeds beter kan worden, omdat we zelf vooruit willen. Dit alles komt samen in het woord verbinding, waarin we kijken en luisteren naar elkaar. Hoe kunnen we dit beter doen? Hoe kunnen we leren van hetgeen we hebben uitgevoerd? Hoe kunnen we leren van elkaar? Hoe kunnen we leren reflecteren? Die verbinding is de klik die je nodig hebt om met inspiratie dit vak te kunnen uitvoeren voor al die gave leerlingen op onze school. Dat is een heel groot moment in het onderwijs van 2017.




zondag 24 december 2017

Toekomstig onderwijs

In verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Wel kunnen we leren van het verleden om ons verder te ontwikkelen. Wat deden we, wat gaat goed, wat moet anders. Eigenlijk moeten we zelfs leren van de toekomst, maar hoe?

De maatschappij verandert razendsnel. De toekomst komt snel dichterbij. Vooral de digitale wereld om ons heen vergt voortdurend nieuwe aanpassingen. Heb je tablets in de school, moet je eerst goed bekijken wat het oplevert, dan de belemmeringen nagaan en vervolgens bekijken of dit nog wel hout snijdt.  
Dan hebben we het nu over iets concreets wat we kunnen bedenken. 10 jaar geleden konden we niet bedenken dat we zoveel konden doen met een mobiele telefoon. Het is een kleine handzame computer geworden. Internet, e-mailen, whats-app-en, noem maar op. Sms-en is eigenlijk alweer achterhaalt. 
Nieuwe technologieën vliegen om onze oren. Ingebouwde wifi in een bril, schermen die op de muur of de tafel verschijnen, tablets in tafelvorm, horloges met hele computermogelijkheden. Het bestaat allemaal al. Waar gaat het heen?
Wat kunnen we leren van de toekomst? Wat moeten onze leerlingen leren om die toekomst in te kunnen stappen, verder te ontwikkelen. Het lijkt allemaal steeds sneller te gaan en dat is niet alleen omdat ik zelf ouder word.
In het onderwijs willen we de leerlingen niet alleen kennis, maar ook vaardigheden leren. Door middel van vaardigheden kunnen ze de geleerde kennis toepassen en anticiperen op hetgeen ze tegenkomen.
Nieuwsgierigheid uitbouw, omgaan met teleurstellingen, presenteren, creëren, ontwerpend leren, onderzoeken, het zijn aspecten die leerlingen van nu nodig hebben voor straks. Daar hoort de digitale wereld ook bij.
Op ICT gebied denken we aan (BRON: Kennisnet):
- Basisvaardigheden om te kunnen gaan met alle devices. Weten hoe Word werkt, een PowerPoint kunnen maken, kunnen e-mailen en kunnen surfen op internet. 
Informatie vaardigheden.  Hoe zoek ik iets op. Het volgen van het nieuws. Kennis kunnen opzoeken en kunnen duiden.
- Mediawijsheid. Wat is waar, wat is niet waar. Maar ook wat zet ik zelf op social media? De hele wereld kan meekijken. Hoe ga ik om met privacy van anderen?
- Computational thinking. Op een creatieve manier problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan programmeren. 
Als we dit allemaal kunnen zijn we er nog niet. De techniek schrijdt voort. 
Auto's veranderen, wonen verandert en dus ook het onderwijs zal moeten mee veranderen. Hebben we nu goed in kaart gebracht wat het tabletonderwijs brengt en waar we alert op moeten zijn. We moeten nu juist aan de technieken denken waarvan we nog niet weten dat ze er zijn. Toekomstdenken. Dromen wat zou kunnen, wat we zouden willen, wat we straks nodig hebben. Denk aan de wondere wereld van Chriet Titulaer, een programma dat als ik kind vaak heb gekeken. Alleen het vertellen met de zachte 'g' is al een mooie herinnering op zich. Prachtig hoe hij al zaken kon bedenken die er nog niet waren, zoals een telefoon op de fiets bijvoorbeeld. Geweldig!
Hoe weten we wat we straks nodig hebben? Verder dromen en verder durven denken, net als Chriet Titulaer dat deed. Fantaseren over mogelijkheden. Denken aan wat robots al kunnen doen op bepaalde werkterreinen. Bedenken hoe we onszelf kunnen verplaatsen.
Het is een spannende ontwikkeling, omdat we enerzijds steeds meer weten, anderzijds de toekomst niet kunnen voorspellen met de uitkomsten uit het verleden. We kunnen er wel van leren.
Droom lekker straks. Maar ontspan ook, want al die beeldschermen houden ons uit de broodnodige slaap.


vrijdag 8 december 2017

Het woord 'directeur'

Bij het woord directeur denk ik vaak aan een forse man in pak, lurkend aan een sigaar of sigaret die heel hautain uit zijn ogen kijkt, neerbuigend, bazig over zijn werknemers.




Omdat het woord directeur het bovenstaand beeld oproept, noem ik mezelf liever schoolleider. Natuurlijk is het woord directeur en het beeld daarbij gevormd door verhalen, sprookjes van vroeger, kinderboeken waarin directeuren een rol spelen, de oude zwart-wit uitzendingen of denk ik misschien aan De Dikke Deur van Pipo de Clown? Ik weet het niet, maar dat beeld wil ik niet scheppen als schoolleider van een basisschool. Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en vat beter samen wat voor werk je doet. Je leidt een school. Een directeur van een bank of een ander bedrijf noem je ook wel een bedrijfsleider. Al zal menig directeur zo niet genoemd willen worden. Een degradatie? Te veel laagjes in het management?
Leerlingen, zeker de allerjongste, noemen je met enige regelmaat de baas van de school. “Jij hebt de school gebouwd.” “Jij bent de baas van iedereen.” “Dit is allemaal van jou, hè?” Buiten het feit dat de leerlingen jou de baas noemen, vind ik het prettig dat leerlingen je en jij zeggen. Het respect dat jij het voor het zeggen hebt, is aanwezig en wel een voorwaarde. Het je en jij, contact met de leerlingen, waarvan ik alle namen ken, zorgt voor goede relatie, goed contact, de zogenaamde verbinding en daarmee sta je dichter op de werkvloer.
Leerkrachten die met iets zitten, moeten hun verhaal kwijt kunnen. Een moeilijke leerling of een rumoerige klas is niet het probleem van die leerkracht, het is een zorg van ons allemaal. Je bent een team en daarmee samen bezig om er een mooie school van te maken. Ook hier is het woord directeur een woord dat afstand oproept. Ik wil dicht bij de mensen staan, het zijn mijn collega’s.
Ook ouders zijn partners van de school. Een beetje afstand is goed, maar toch ben ik van mening dat je in gesprek moet blijven. Jouw rol is belangrijk als goede gesprekspartner. Enerzijds meebewegen, anderzijds duidelijkheid. Een goede communicatie in de vorm van een informatieve website, social media, een nieuwsbrief en een enquete zijn goede hulpmiddelen. Het gesprek aangaan tijdens een informatieavond, een kerstviering of een klankbordgroep is nog veel waardevoller. Net als het staan bij de ingang, waarbij velen even goedemorgen zegt. Contact en verbinding.
Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en toegangelijker, waarbij contact en relatie de onderliggende gedachtegang is om deze daarom te gebruiken.

zaterdag 4 november 2017

Balans zoeken en vinden in het onderwijs

Ooit weleens op een evenwichtsbalk gestaan? Dan weet u vast hoe moeilijk het is om hierop te blijven staan, laat staan hier kunstjes op uit te voeren. Anne Wevers is zo'n kanjer die dat goed kan. Al kan ook zij uit haar evenwicht worden gehaald. Het heeft allemaal met evenwicht en balans te maken. Niet alleen fysiek, maar ook emotioneel en mentaal.

In het onderwijs van nu zijn we voortdurend bezig met keuzes maken. Een keus betekent iets anders niet doen of laten liggen, als het goed is. Het een meer doen moet als gevolg hebben om het ander minder te doen. Je hebt immers maar 24 uur in een dag.
Die keuzes zijn soms helemaal niet zo makkelijk te maken. Want alles is belangrijk. Een kind kun je niet laten stikken, die heeft recht op goed onderwijs.

Keuzes maken geldt voor vele aspecten in het onderwijs. Ik zal er zomaar eens een paar noemen:
- inhoudelijke keuze
- pedagogische keuze
- didactische keuze
- relationele keuze
- organisatorische keuze
- balans privé werk
En zo zijn er nog vele andere keuzes te bedenken. Er is ook een keuze om het onderwijs in te gaan. Gelukkig zijn er veel collega's die hiervoor hebben gekozen. 
De inhoudelijke keuze is er nu één die nu veel wordt besproken. Met een veranderende maatschappij verandert ook de manier waarop kinderen/leerlingen leren en de manier waarop wij ons onderwijs zouden moeten vormgeven.
Kennis verschuift zo zoetjes aan naar bepaalde vaardigheden, waarin de basiskennis kan worden toegepast. Zo is het niet zo belangrijk meer dat je een bepaald jaartal uit je hoofd weet (zegt men...) maar dat je deze kunt opzoeken en toepassen in de geschiedenis. Maar is dat wel zo.
Enige kennis is belangrijk om goede keuzes te kunnen maken. Onderzoeken is goed, maar weten wat een onderzoek heeft opgeleverd stimuleert je om de goede keus te maken.
Het is dus van belang om een goede balans te vinden in het onderwijs tussen de instructie van kennis en het aanleren van vaardigheden. We hebben immers beiden nodig. De balans is wel veranderd en verschoven naar meer en meer de 21 eeuwse vaardigheden, waarin we bepaalde zaken kunnen toepassen. Denk aan ontdekken, onderzoeken, vragen stellen, experimenteren, proberen, presenteren, teleurstellingen verwerken en vooral nieuwsgierig blijven.
Wat heeft dit voor invloed op ons onderwijs?

De kinderen van nu leren anders en leven in een andere maatschappij. Meer afwisseling, meer leren door doen en onderzoeken, meer ontdekkend leren. Door zelf te ervaren hoe iets komt of hoe iets is ontstaan leer je veel intensiever.
Blijft natuurlijk enige kennis wel noodzakelijk, zoals uiteraard het leren lezen en datzelfde lezen leren begrijpen. Of ICTvaardigheden en mediawijsheid. Anderszijds is het de vraag wanneer leerlingen een diploma halen. Geen testen en toetsen meer? Hoe weet je dan wat leerlingen hebben geleerd? 

Zelf heb ik ooit twee masters behaald, waarin vooral werd gevraagd iets te doen, laten zien, ervaren, presenteren, maken wat je hebt geleerd, etc., al moet dit wel van enig niveau zijn. De kunst is nu wat kun je meten? Hoe weet je of iets van enig niveau is? Is het ook belangrijk om dit te weten?

Het onderwijs heeft hierin nog voldoende uitdagingen in de vorm van keuzes in het lesaanbod, keuzes van leerlingen, keuzes van scholen hoe deze moeten worden ingericht.
Houd daarbij wel goed de balans in de gaten. Alles in een klaslokaal of alles open zijn twee uitersten, die beiden goede elementen hebben. Laten we goed bekijken wat werkt en wat beter of anders kan. Van daaruit ligt de wereld voor ons open om een nieuwe richting in te slaan. Een andere keus. Een nieuwe balans. Dat maakt onderwijs nu zo'n mooi boeiend beroep.









zondag 22 oktober 2017

Stilstaan



  1. Statig staat hij daar
    Met gespreide armen
    Warmte doorlatend
    Lichtgevend
    In de buitenlucht...

    Rustig
    Met de wind in rug
    De regenboog op de achtergrond
    Wacht hij
    Hoopgevend
    En doet zijn werk

    Sta daar eens bij stil


donderdag 5 oktober 2017

Griezelen tijdens de kinderboekenweek

Ben niet bang

Ben je bang?
Pak een tang.
Op de kop
Sla erop
Hé, ik hang
Ben niet bang


Pak de staart
Knip een baard
Eet een peer
Vang een beer
stuur hem weg
door de heg
Met een stang
Ben niet bang



Neem wat snoep
Vieze troep
Gooi het daar
Kijk ernaar
Klinkt het wrang?
Ben niet bang.

Volg de haas
Door het gaas
Keer een wang
Ben niet bang

Zwaai hem na
Met je pa
Samen sterk
aan het werk
Kort of lang
Ben niet bang

Sissers hier
Met plezier
Boekenwurm
veel geurm
Grijp de slang
Ben niet bang.

Ik heb beet
Bange scheet.
Kling en klang
Daar klinkt BANG!

zondag 10 september 2017

Groeien, ontwikkelen en leren

Onderwijs is meer dan alleen maar leren, lessen volgen, oefenen, inslijpen, toetsen maken en een diploma halen. Er is ook zoiets als vorming. Het leren van vaardigheden lijkt steeds belangrijker te worden, maar was dat niet altijd al aanwezig?


Meer dan kennis alleen
Als leerlingen naar de basisschool gaan, denken velen dat hier alleen kennis wordt aangeleerd. Pomp er maar een tafel in, en het rekent straks als een trein. Niets is minder waar. Het leren van kennis is een onderdeel van een groter geheel. Je leert ook samen te spelen, samen te werken, op je beurt te wachten, regels van de school, omgaan met anderen en dergelijke. Een spreekbeurt of een verhaal vertellen voor de klas is niet nieuw. Door de klassen rond te gaan met de traktatie, leer je beleefheidsvormen. Je leert manieren en wordt gevormd door relatie met anderen. Dit is al jaren zo.

Veranderde maatschappij
De maatschappij is alleen veranderd en er worden andere eisen gesteld aan het die omgang. Presenteren en mondelinge taalvaardigheid is belangrijker geworden. Ondersteund door de digitale wereld.
Het stukje autonomie is zelfs nog sterker aan het veranderen. Er wordt meer verwacht van de leerling en de jong volwassene. Initiatief nemen, zelfontdekkend leren en de nieuwsgierigheid het werk laten doen. In samenspraak met de omgeving komen tot nieuwe inzichten. Onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan. Het is verrassend om te merken met welke vragen leerlingen kunnen komen.

Nieuwe wending
Dit geeft een hele nieuwe wending aan het leren in het onderwijs. Het gooit de boel op de schop. Moet het nog wel zoals het nu gaat? Waartoe leidt dit onderwijs? Wat gaan de leerlingen straks voor beroepen uitoefenen?
Het is een mooie zoektocht die een enorme veranderslag aan het doormaken is. Denk aan Onderwijs2032 en curriculum.nu, waarin we uitgenodigd worden mee te denken aan wat er nodig is om het onderwijs zo in te richten dat het zin heeft voor de leerlingen die we straks afleveren.
Blijft het onderwijzen of wordt het meer begeleiden? Zijn er nog stampmomenten of kunnen de leerlingen alles opzoeken? Hebben ze parate kennis nodig of is opzoeken, samenvatten en presenteren, veel belangrijker. Is topografie nog wel van deze tijd?


Loslaten of vasthouden?
Ik ben van mening dat er een verandering zal moeten komen. Toch geloof ik niet dat we alles los moeten laten. De instructies op het gebied van technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen zijn heel belangrijk om een goede basis te creëren waarmee je aan de slag kunt om die ontdekking te kunnen maken. Lezen blijft een belangrijke vaardigheid die handig is om verder te kunnen komen. Enige kennis van hoe de wereld eruit ziet is handig als je iets opzoekt of leest. 

Vervangen?
Tegelijkertijd staan er andere zaken te trappelen. En aangezien het aantal niet uitgebreid wordt, misschien zelfs verminderd moet worden in een tijd van tekorten en werkdruk, zullen we keuzes moeten maken. En juist dat is het lastigste. Want wat blijven we doen, wat laten we vallen en wat voegen we toe?
Wat hebben onze leerlingen sowieso nodig? 
Daar komt bij dat ook gymnastiek, muziek en de creatieve vakken niet mogen verdwijnen. Een toename hiervan is zelfs beter voor de totale ontwikkeling van onze leerlingen. Hoe kunnen we dit integreren in ons onderwijs? Hoe kunnen we de goede zaken behouden en het zelfs beter doen voor de toekomst?
Leren van de toekomst, zei laatst iemand in een overleg. Dat is mooi gezegd. Maar hoe kunnen we leren van de toekomst?

Leren is een cyclisch proces
Leren uit het verleden is een kwestie van data verzamelen, analyseren, acties/veranderingen bepalen en een richting kiezen. Maar wat weet ik van gebeurtenissen in de toekomst. Dat wordt eerst dromen, fantasie laten werken, prognosticeren, anticiperen en vervolgens daarop acteren.
En dat is een hele uitdaging. Maar wel een mooie!




vrijdag 21 juli 2017

Reactie op "leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."


Reactie op "Leraren PO en VO zijn gelijk, maar ..."
Omdat het in de pen klimmen een verouderde zegswijze is, kruip ik in mijn laptop om te reageren  op Wijnand Rietman, Trouw 20 juli jl. (zie onderaan dit artikel), waarin hij een aantal argumenten noemt, die gerechtvaardigd zijn om VOdocenten een hoger salaris te bieden. De meeste argumenten kan ik weerleggen. Meer waardering voor PO docenten is op zijn plaats.

Opleiding
De PABO is steviger dan buitenstaanders doen vermoeden. Minors, onderzoek, verslagen en de stageopdrachten. Een doorzetter van het MBO kan dit halen. De toelatingseis voor natuurkunde of wiskunde kan ik onderschrijven. Aanvullende masters zijn een kroon op het gevolgde HBO. Beste meneer Winand, weet u hoeveel POdocenten er tegenwoordig een Master volgen of hebben gevolgd? Zelf heb ik er zelfs twee op zak. Ik heb er nooit een cent meer voor gekregen. Lesgeven in de bovenbouw vergt meer door de exameneisen. Vergeet niet dat leerkrachten in het basisonderwijs ALLE vakken moeten bijhouden. Kijk alleen al naar topografie van Europa.
                Functie-eis
Functie-eisen zijn ingewikkeld. Vakdidactisch is er veel veranderd bij de individuele aandacht voor elk kind; differentiatie is  groter en ingewikkelder geworden.Pedagogisch bouwt een leerkracht een band op met een groep. Waar een VOdocent nog 4 dezelfde klassen in een week heeft, heeft de POleerkracht de hele week dezelfde leerlingen, waarbij alle lessen voorbereid moeten worden. Van klei snijden tot analyse van de laatste toetsgegevens en  voorbereiding voor de volgende rekenles. Leerlingen met ADHD, dyslexie, dyscalculie of hoogbegaafdheid vragen extra aandacht. Het VO heeft dit grotendeels uitgefilterd. Kun je niet meekomen of scoor je onvoldoende, pech gehad. Een leerkracht basisonderwijs bekijkt waar die leerling in die situatie het meeste baat bij heeft.
Capaciteiten
Capaciteiten worden jaarlijks verantwoord in hun functioneringsgesprek. Wat gaat goed, wat kan beter? Als schooldirecteur bezoek ik alle groepen minimaal 5x per jaar. Bevragen waarom ze een bepaalde keuze maken. Administratie is een onderdeel van het werk, de inhoud staat centraal. Bespreken hoe we lesgeven, welke methode moet worden aangeschaft en hoe we leerlingen zelf verantwoordelijk kunnen maken, dat is namelijk ons vak.
Ervaring
De basisschoolleerkracht neemt veel werk mee naar huis. Een nieuwe groep vergt meer voorbereiding, want dan is alles weer nieuw. Net als een nieuwe methode, die ook elk jaar voor een van de vakken aan de orde is. Een methode gaat acht jaar mee.
Normjaartaak 1659 uur: Uren en taken.
De normjaartaak is in het onderwijs 1659 uur per jaar. Door andere lestijden is dit voor VO gunstiger. Een fulltime docent VO draait 28 lesuren van 45 minuten, hetgeen betekent dat hij 21 klokuren aan lesuren maakt. De leerkracht PO maakt gemiddeld 24,75 lesuren. Er blijft minder tijd over. De taken van een POdocent zijn omvangrijker dan op VO, waar veel meer leraren lesgeven. Een fulltime docent moet naast zijn werk 192 taakuren maken. Denk aan commissies, Paasviering, medezeggenschapsraad en schoonmaken.  
Contacturen ouders
Contacturen met ouders op de basisschool is vele malen hoger door de differentiatie. Zorgleerlingen met een arrangement kosten extra tijd. De leerkracht moet de leerling zelf begeleiden. Het geld voor een arrangement gaat naar 5x extra begeleiding door een externe partij.
Differentiatie
Differentiatie is geen sinecure. Er wordt globaal in drie niveaus lesgegeven. Daarbij zijn er uitzonderingen die stagneren bij lezen of rekenen en hoogbegaafde leerlingen. Kortom, een leerkracht PO zal alle zeilen bij moeten zetten om de onderwijsbehoefte van leerlingen in kaart te brengen en daar dagelijks op te anticiperen.
Veranderingen in de maatschappij
Veranderingen in de maatschappij zien we terug in het basisonderwijs. De transparantie, de verantwoording, de digitalisering, de actualiteit die op leerlingen af komt en de verandering in bijvoorbeeld leesgedrag, wat een enorm effect heeft op de hele onderwijsloopbaan. Leerkrachten moeten hier iets mee in hun lessen. Wat te denken van tablets in het onderwijs?
Specialisaties
Specialisaties kennen we ook in het PO waar in plaats van de lage LA schaal een LB schaal voor gegeven kan worden, mits een HBO+ opleiding en een verantwoordelijke functie binnen de school. 
Liefde en passie
Liefde en passie kunnen niet ontbreken als je werkzaam bent in het onderwijs. Als je observeert, naar  luistert en probeert leerlingen te begrijpen wordt er een band opgebouwd.  Het belang van empatisch vermogen van de leerkracht. Ik denk dat een leerkracht in het PO hier veel moet investeren vanwege de leeftijd, de kwetsbaarheid en de verantwoordelijkheid als volwassenen naar deze jeugdige leerlingen. In het VO is die omgang er meer bij jong volwassenen en vergt andere invalshoeken en humor. Tegelijkertijd kan er afstandelijker worden gereageerd juist omdat men leerlingen maar enkele uren per week ziet. Het een is niet meer dan het ander. Docenten zullen moeten investeren.
Conclusie:
De bovenbouw VO verdient een hoger salaris. Hiervoor moet men meer in huis hebben. De POdocent verdient meer. Hij is een volleerde circusartiest die alle ballen hoog moet houden, balanceert op werk waar kinderen leren en resultaten omhoog moeten, als acrobaat slingert van lesgeven van verschillende vakken naar taken buiten de school en terugzwaait naar een oudergesprek, maar ook als clown de gezellige sfeer in een groep teweeg kan brengen en daardoor een vertrouwensrelatie kan opbouwen. Een circusartiest die ook nog eens buiten het circus door moet werken. Een leerkracht in het basisonderwijs heeft een geweldige, afwisselende, boeiende, maar ook een zeer verantwoordelijke en uitdagende baan. Een baan waarin de liefde en passie voor kinderen, voor de leerlingen voorop moet staan. Ga er maar aan staan!
Artikel Trouw 20 juli 2017 van Wijnand Rietman:
Opleiding en inhoud van het werk rechtvaardigen hogere salarissen in het voortgezet onderwijs dan op basisscholen, vindt Wijnand Rietman, oud-docent op het havo/vwo en oud-schooldecaan.

Ik las een merkwaardig pleidooi om de salarissen in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs gelijk te schakelen. In veel bedrijfstakken (techniek, ICT, economie, recht) spelen opleiding, zwaarte van de functie, capaciteiten en ervaring een belangrijke rol bij de toekenning van functie en salaris. Voor het basisonderwijs is de pabo de vooropleiding, die veel leerlingen met een mbo-diploma trok. De uitval was groot. Daarom zijn de toelatingseisen aangescherpt. Mbo- en havo-leerlingen moeten nu aardrijkskunde, geschiedenis en biologie of natuurkunde in hun bagage hebben of daarover een toets maken (op niveau 3havo). Het leidde tot een scherpe daling in de aanmeldingen. Voor leerlingen met vwo-diploma zijn er geen toelatingseisen. Als schooldecaan hoorde ik van oud-leerlingen (havo en vwo) nooit over problemen op de pabo. Onze leerlingen vonden het een relatief eenvoudige opleiding, de stof niet moeilijk, maar wel veel. Van collega-decanen hoorde ik soortgelijke verhalen.
Stevige toelatingseis
Om leraar in het voortgezet onderwijs te worden is een lerarenopleiding (hbo of universitair) nodig, vrijwel altijd met een stevige toelatingseis. Om docent natuurkunde te worden (een van de vakken waar een tekort is aan bevoegde leraren), heb je een havo- of vwo-diploma nodig met natuurkunde en wiskunde-A of -B. Bij wiskunde zijn de eisen nog strakker. Voor mbo-leerlingen zijn de slaagkansen nihil als ze niet eerst een certificaat wiskunde-B halen. Na een hbo-lerarenopleiding heb je een tweedegraads bevoegdheid. Je mag lesgeven in de eerste drie klassen van havo en vwo, in het vmbo en in het mbo. Voor een eerstegraads bevoegdheid is een aanvullende master (hbo) nodig of een universitaire lerarenopleiding, een masterstudie.
Om les te kunnen geven, zeker in de bovenbouw van havo en vwo, is een stevige kennis van één of meer vakken nodig. Kijk maar naar de inhoud van de eindexamens. Dat vak moet je bijhouden vanwege nieuwe onderwerpen en veranderende exameneisen. Daar- naast zijn kennis en ervaring met vakdidactiek en pedagogiek onmisbaar.
Dan de praktijk van het werk. Een leraar basisonderwijs trekt de hele week met dezelfde groep leerlingen op. Dat biedt mogelijkheden voor afwisseling, bijvoorbeeld in inspanning en ontspanning. De klachten van leerkrachten op de basisschool gaan vooral over de grote hoeveelheid administratie en papierwerk, niet over de inhoud van het lesgeven. De verschillen tussen de leerlingen in één groep kunnen heel groot zijn, wat stevige eisen stelt aan de didactische vaardigheden van een leraar. Veel leraren slagen er echter in om overdag, tussen negen uur en vijf uur, het werk en de correctie rond te krijgen.
Daarentegen ziet een leraar in het voortgezet onderwijs per week soms wel tien of meer groepen, met grote verschillen in leeftijd en niveau. Op één dag zijn er soms wel zeven verschillende lessen. Dat betekent zeven keer een uur waarin alle aandacht en concentratie noodzakelijk zijn. Na afloop van die lessen ligt er vaak een flinke klus aan voorbereiding en correctie, die meestal mee naar huis gaat. Er zijn vrijwel al-tijd nog aanvullende taken, zoals een mentoraat en andere vormen van leerlingbegeleiding. Avondwerk is er eerder regel dan uitzondering.
Logisch
Conclusie? Gelet op het niveau en de zwaarte van de opleiding en de inhoud van het werk is het logisch dat vo-leraren in een hogere salarisschaal dan collega's in het basisonderwijs beginnen. Leerkrachten in het voortgezet onderwijs kunnen tevens doorgroeien naar een hogere salarisschaal, maar dan hebben ze wel extra verplichtingen, zoals in het schoolmanagement, het ontwikkelen van een specialisme of het leiden van een sectie of werkgroep.





donderdag 13 juli 2017

Een grijze duif

Een grijze duif, een prachtig dier. Een witte duif is misschien mooier. Een teken van vrede. Een vredesduif. Maar een grijze duif kan er ook mee door. Zeker als je in een grote stad de hele markt vol ziet met duiven. Mensen die er door gefascineerd raken. Duiven voeren.
Totdat iemand tegen je zegt dat je een grijze duif bent. Het overkwam me in de afgelopen week.

Dan heeft die grijze duif ineens een andere betekenis. Niet meer dat lieve aardige dier, maar gewoon 'ordinair' grijs worden. Grijze haren krijgen.
Lang heb ik mijn haar geverfd. Gewoon omdat ik dat mooi vond, niet omdat ik grijs werd. Vroeger was ik blonder en dat wilde ik vasthouden.
Nu ik in de middelbare leeftijd kom, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en de verf laten uitgroeien. Ik wilde niet zo'n geverfd hoofd als ik de 70 gepasseerd zou zijn. Nu duurt dat nog even, maar toch. Anderzijds wil ik niet als een krakkemikkige oude vrouw of als een verschrompelde oma op mijn werk rondlopen. Ik heb toch een representatieve functie. Het basisonderwijs moet blijven bruisen. Leerlingen moeten hier fijn kunnen spelen en leren. Ouders moeten zich welkom voelen.
Eens kijken hoe grijs ik inmiddels ben. Mmm. Valt best mee. Beetje grijze lok aan de voorkant en hier en daar wat gemêleerd. Nee, nog geen peper en zout.
Omdat mijn haar vrij dik en droog is en ook nog wat krult, adviseerde de kapper haarolie. Dat geeft een mooie glans en maakt het een tikkeltje donkerder.
"Heb je je haar geverfd?" werd er gevraagd. Grappig. Juist niet. Maar met ook nog een bril en het haar wat korter had ik ineens een andere look. Het viel ook anderen op.
Thuis kreeg ik ook commentaar. Het haar was wel erg kort en inmiddels laat ik dat weer iets langer groeien. Voor elk wat wils.
Die grijze duif die me ineens werd toegeworpen deze week, zette mij wel even aan het denken. Grijze duif? Ik? Zo oud ben ik nog niet. Relativeren: volgens mijn kinderen stokoud, volgens mijn collega's kom ik uit een andere generatie, volgens mijn ouders nog piepjong, ik ben de jongste van het gezin. Oud voel ik me allerminst. Maar ach wat. Grijze haren zijn nu mode en laat ik daar dan ook eens aan meedoen, op een heel natuurlijke manier.
Om grijze haren van te krijgen? Helemaal niet. Dat krijg ik wel van andere dingen. Een kleine confrontatie met de term 'grijze duif', waar we ook wel weer overheen komen. Laat het maar gebeuren. Zo gaat dat met meer dingen in het leven. De tijd is rijp. Ouder en wijzer, zegt men. Daar houden we het op.
Ik heb tenminste nog een bos haar, dat kan ook niet iedereen zeggen. Haar met een tikkeltje grijze teint, waar ik trots op ben.