On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







maandag 17 september 2018

Kwetsbaarheid in het basisonderwijs

Kwetsbaar zijn op de basisschool is voor leerkracht, leerling en ouder makkelijker gezegd dan gedaan. Je kwetsbaar opstellen vraagt iets van jou, maar ook iets van de omgeving. Je kwetsbaar voelen kan soms onprettig aanvoelen, waar je niet gelukkig van wordt.
In Trouw d.d. 15 september 2018 stond een aantal essays over kwetsbaarheid. Het raakte mij, dit woord geeft iets bloot. Het raakt een aantal begrippen: Vertrouwen, veiligheid, eerlijkheid, persoonlijkheid, jouwlichaam, jezelf durven zijn, fouten mogen maken, niet perfect zijn(en wie is dat wel?), rechten van de mens en integriteit. Natuurlijk zullen er meer woorden en nuances zijn die gelinkt zijn aan het begrip kwetsbaarheid.

Kwetsbaar heeft veel betekenissen. Volgens www.mijnwoordenboek.nl zelfs 23. Ik noem hier aantal: Breekbaar, broos, gevoelig, fijn, teer, iel, tenger, wankel, zwak. Kwetsbaarheid heeft ook te maken met beschadigd kunnen worden.
In het basisonderwijs kennen we verschillende mensen (dus ook kinderen), die binnen de organisatie kwetsbaar kunnen zijn, zich kwetsbaar kunnen opstellen of zich kwetsbaar voelen. 
In de schoolorganisaties zien we grofweg drie groepen mensen: de leerlingen, de leerkrachten en de ouders. Daarnaast zijn er nog externen, maar die laat ik letterlijk en figuurlijk even buiten beschouwing. Deze driehoek heeft invloed op elkaar en daarmee ligt de kwetsbaarheid open.

De leerlingen.
Leerlingen kunnen op verschillende manieren kwetsbaar zijn. Dit kan voortkomen uit het milieu en de kansen die ze wel of niet kunnen krijgen. 
Het kan ook te maken hebben met hun lichaamsbouw. Tengere kinderen zijn vaak kwetsbaarder voor ziekten. Ze kunnen zich niet prettig voelen in hun lichaam. Stel je daar maar eens voor open. 
Het kan te maken hebben met het karakter en de aard van ieder kind. In de Kanjertraining (www.kanjertraining.nl) zijn er drie verschillende types: de dominante(zwarte pet), de clowneske (rode pet) en de timide (de gele pet)leerling. De witte pet betekent dat je te vertrouwen bent, waarbij de ander zich open kan zijn en zich kwetsbaar mag opstellen, zonder beschadigd te worden.
Op school zien we deze vormen alle drie en benaderen we ze met de kanjertraining tot respect hebben voor elkaar, maar ook elkaar helpen om te zorgen dat kinderen zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn.

De leerkrachten.
Leerkrachten zijn er ook in verschillende soorten en maten en dus ook in verschillende gradaties van kwetsbaarheid. Net als bij de leerlingen heeft dit met hun gestel te maken, de een is vaker ziek dan de ander. 
Ze kunnen letterlijk niet goed in hun vel zitten en daar niet voor uit durven komen.
Ze hebben verschillende karakters die hen krachtig kan maken (dominant, clownesk of timide maakt dan niet uit) of juist minder sterk. De kunst is om het vertrouwen niet te schaden en hen te laten zijn wie ze zijn binnen de afgesproken regels in de school.

De ouders.
Voor ouders geldt hetzelfde. In hun rol als ouder ben je op zoek naar vertrouwen. In eerste instantie in de relatie met de leerkracht en met hun kind(eren). Professionaliteit van de leerkracht staat voorop, zij zullen het goede voorbeeld moeten laten zien. Ouders moeten zich veilig voelen als ze ergens mee zitten. Ouders zullen zich moeten conformeren naar de afgesproken regels van de school.

En wat doe ik als schoolleiding?
Een leefgemeenschap als de basisschool vergt van de werknemers(leerkrachten, onderwijsondersteuners, onderwijsassistenten, conciërge) natuurlijk het nodige
Vertrouwen scheppen binnen de groep, open relaties aangaan, initiatief tonen als dit anders uitpakt dan verwacht, veiligheid bieden, empathie tonen voor alle leerlingen in hun groep en op school. Ook hier geldt weer binnen de afgesproken regels.
Om goed te kunnen werken binnen de schoolorganisatie, zal de schoolleiding hetzelfde moeten doen. Vertrouwen geven, respect tonen, bespreekbaar maken en er zijn voor het personeel. Maar ook kwetsbaar durven opstellen, want ook de schoolleider maakt fouten. 

Samenvattend is binnen een schoolorganisatie, binnen een gezin, binnen een bedrijf, binnen een kerkgemeenschap, binnen welke gemeenschap dan ook en kwestie van vertrouwen en veiligheid, respect voor elkaar, zodat ieder lid zichzelf kan zijn binnen de geldende regels.
Dit valt soms niet mee. Mensen zijn verschillend, kinderen reageren anders en iedereen heeft wel eens momenten waarop je met het verkeerde been uit bed bent stapt. Toch moet de basis goed zijn. De witte (vertrouwen en respect) pet van de kanjertraining moet er altijd onder zitten. En is dat niet zo, dan is het de kunst om er gezamenlijk voor te zorgen dat het vertrouwen terug komt en de vertrouwensrelatie weer goed is. Dan kun je jezelf zijn, dan kan er feedback gegeven en ontvangen worden, dan mag je zijn wie je bent.
Als we dat op school goed leren, zowel volwassenen als kinderen, kunnen we dit zo goed mogelijk toepassen in de maatschapp

maandag 30 april 2018

Zelf doen

Jonge kinderen roepen vaak al "Zelf doen", terwijl wij als volwassenen er soms het geduld niet voor hebben. Maar... Als wij alles blijven doen, leert het (jonge) kind zich niet ontwikkelen naar een zelfstandig mens dat zich kan handhaven in de maatschappij. Het leert niet vertrouwen te krijgen in zijn kunnen. Straks moet je alles zelf doen, want dan is het kind immers (jong-)volwassene.

Het is goed bedoeld, dat ouders zich ontfermen over hun kinderen en alles voor ze over hebben. Kinderen zijn immers het meest dierbare wat ouders mogen grootbrengen. Maar realiseren zij zich ook dat het uit handen (blijven) nemen van allerlei zaken de zelfstandigheid absoluut niet bevorderd? Kinderen krijgen is een wonder, maar het is geen bezit. Ga er vooral ook niet bovenop zitten, dan kan het niet omhoog klimmen. BRON: Juf Ank van de Luizenmoeder
Neem nu de mooi gevormde beker en het handige bakje van Cars (met fruit of iets anders) in een mooi fel gekleurd hip schooltasje. Regelmatig zie ik ouders met die rugtasjes lopen. Hier begint het al. Dit rugtasje kun je in het begin best vullen als ouder, maar laat het kind het meenemen en in ieder geval vasthouden. Zo zal het ook zelf de rugtas op school op de goede plek neerzetten en het om 10 uur ook daadwerkelijk terug kunnen vinden. Ze hebben het immers zelf daar neergezet. Kinderen leren daarmee hun eigen verantwoordelijkheid te dragen. Ook als de tas een keer vergeten. Het geeft toch niet als ze een keertje water moeten drinken op school omdat ze hun tas zijn vergeten? Zullen ze dat een volgende keer minder snel vergeten.
Later kunnen ze ook hun eigen rugtas zelf inpakken.
Ditzelfde geldt dat gemiddeld vanaf groep 5 kinderen best alleen naar school kunnen. Hoe vaak worden kinderen (het liefst) niet tot het klaslokaal gebracht om maar zeker te weten dat hun kind onderweg niet iets is overkomen?
Natuurlijk snap ik de bezorgdheid om dit grootste goed wat jij mag begeleiden naar volwassenheid. Het gaat erom dat je ze daadwerkelijk goed begeleid, ze dingen leert, ze durft los te laten, ze leert fouten te maken en ze leert te laat te komen wat niet gewenst is. Ook daar leren kinderen van.
Ook de gymspullen is er zo eentje. Als juf herinner ik me nog dat de leerlingen vaak zeiden: "Juf, mijn moeder is de gymspullen vergeten." Waarop mijn standaard antwoord altijd was: "Ik wist niet dat je moeder hier ook gymde." Heel flauw natuurlijk, maar wel een kern van waarheid. Laat leerlingen zelf (stapsgewijs) hun tas klaarzetten en zelf meenemen. Het geeft hen de verantwoordelijkheid die ze straks goed kunnen gebruiken. Het is niet de schuld van de ander dat er iets niet klopt, zij leren naar zichzelf te kijken. Dan zullen ze ook kunnen zeggen: "Ik ben mijn gymspullen vergeten." En leren ze om die de volgende keer wel mee te nemen.
Zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen. Ook op de middelbare school zie je dat er soms leerlingen nog worden gebracht naar school. Waarom? Deze kinderen moeten leren dat het leven niet altijd leuk is, leren omgaan met een tegenslag als een regenbui, leren dat een lekke band vervelende consequenties heeft, maar ze kunnen dit ook zelf oplossen.
Uitzonderingen zijn er altijd hoor. Als een kind een gebroken been heeft, te ver weg woont of het om een andere speciale reden iets (nog) niet zou kunnen, kun je ingrijpen, helpen, maar leer ze wel stapjes te maken. Op weg naar die zelfstandigheid.
Als ik naar onze eigen kinderen kijk, denk ik dat we in de zelfstandigheid redelijk zijn geslaagd. Gewoon door ze deel uit te laten maken van de gemeenschap 'gezin'. Daar horen ook taken bij. Wij zijn blij dat ze daardoor veel zelf kunnen en zelf op zoek gaan als ze het antwoord niet weten. Vertrouwen geven, maar ook eisen stellen speelt daarbij een rol.

Bij deze wil ik iedereen die met kinderen werkt en kinderen opvoedt oproepen om ze daadwerkelijk te leren hoe het werkt. Geef ze de ruimte. Geef hen vertrouwen dat ze het kunnen.
Laat ze leren. Leren fouten maken. Le
ren oplossen. Leren verantwoordelijkheid te nemen. Leren mee te werken in huis en voor anderen. Leren hoe het werkt als ze straks op kamers gaan en hoe zij zich moeten redden in de grote (boze?) wereld. Stapje voor stapje, op niveau wat zij aankunnen. En dat is echt veel meer dan menig ouder en menig opvoeder zich realiseert.


zondag 21 januari 2018

De beste

Wanneer ik 'the best of Neil Diamond' en 'the best of Simon and Garfunkel' naast elkaar leg, zie ik twee tegenstrijdige nummers. "A beautiful noise" and "The sound of silence". Twee prachtige nummers die ik zo in mijn hoofd hoor zingen. Welk nummer is dan het beste? Eigenlijk maakt me dat niet zo uit. Dat ligt net aan mijn stemming.
In onze maatschappij moeten we vaak ergens de beste in zijn. De beste schilder, de beste sporter, de beste speler bij snooker, de beste, de beste, de beste, bah. Ook in het onderwijs zie je dat terug. Het beste cijfer. De hoogste score. De beste spreekbeurt. De leraar van het jaar(is dat de beste?). De excellente school. De excellente schoolleider.
Is dit nu echt wel zo waardevol, ergens het beste in zijn?

Het is een retorische vraag. Onnodig. Waarom zou je ergens het beste in willen zijn? Om jezelf op de borst te kunnen kloppen? Om jezelf omhoog te werken en een ander naar beneden? Om respect af te dwingen? Waarom?
Toch doen we er met z'n allen aan mee. Je ziet het overal de kop op steken en het lijkt steeds gekker te worden. De beste burgemeester, de beste reclame, je kunt het zo gek nog niet bedenken. Hangt soms het succes van iemand of iets hier vanaf? Dat zou kunnen.
Als je straks met de gemeenteraadsverkiezingen goed uit de bus wilt komen, zul je een goede campagne moeten voeren, een goede prater moeten zijn, goed zichtbaar moeten zijn, goed moeten kunnen debatteren, goed moeten overkomen. Goede ideeën komen misschien wel helemaal niet bovenaan, terwijl het daarom draait.
Zo vind ik ook het cijfers geven op school altijd een lastige. Nodig is het, maar het straalt soms iets anders uit. Het cijfer geeft namelijk aan welk niveau de leerling heeft gehaald, niet - en dat is voor een leerling veel belangrijker - welke inzet hij heeft laten zien om tot dit cijfer te komen. 
Voor het bepalen van niveaus zijn levels nodig. Of dit nu cijfers of letters zijn, maakt niet zo veel uit. Het helpt om te weten welk niveau de leerling op dat moment zit en of er verbetering mogelijk is. Daar gaan de leerlingen, de leerkracht, de school op acteren.
De hoogte van het niveau, en dus de hoogte van het cijfer zegt lang niet altijd iets over de inzet. Dat is goed om duidelijk te maken aan leerlingen. Je best doen en een 6 halen is beter dan niets doen en een 8 halen. Waar komt die leerling vandaan, waar gaat hij naartoe? Wat heeft de leerling geleerd? Hoe heeft de leerling zich ontwikkeld? Heeft hij zijn eigen doelen behaald?
Toch zie ik het ook terug bij excellente scholen en excellente schoolleiders. Natuurlijk onderschrijf ik het rolmodel of het goede voorbeeld van scholen en schoolleiders die het goed doen. Leren van good practices. Dat hoeft niet door leerlingen, volwassenen, bedrijven, scholen en anderen op een voetstuk te plaatsen. Dat kan ook anders. Die ander kan namelijk ook leren van die ene schoolleider die het misschien anders heeft gedaan, misschien wel om een bepaalde reden of situatie. Die 'excellente' school kan ook leren van een school die zaken anders heeft gedaan, maar misschien wel een uitstekende sfeer heeft gecreëerd. Haal de kracht uit leerlingen, volwassenen, bedrijven en leer zo van elkaar. Daar worden we veel leukere mensen van. Het zorgt ervoor dat we niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Dan ontstaat er een verbinding. Verbinding hebben we nodig om samen sterk te staan en steeds een beetje beter te worden.
Stop dan ook met de beste van iets te willen zijn. Iedereen is ergens goed in, iedereen heeft talenten, haal de kracht uit ieder mens.



donderdag 28 december 2017

Het mooiste moment in het onderwijs van 2017



Bijzonder onderwijsmoment van 2017




Onderwijskoppen.nl vraagt om het meest bijzondere moment van 2017 in het onderwijs. Dat vraagt nogal wat denk- en zoekwerk. Want wat is het meest bijzondere moment? Ik neem u mee in dit afgelopen jaar waar verschillende momenten bijzonder zijn, maar er uiteindelijk één zal uitspringen.

Het graafwerk kan beginnen. Het start met de nieuwsjaarsreceptie die in mijn gedachte voorbij komt met alle personeelsleden van de stichting. Mooi moment om iedereen weer heelhuids terug te zien, klaar om een nieuw jaar te starten. Verschillende fijne contactenmoment en elkaar al zoenend het mooiste te wensen. Ik ken (nog) niet iedereen, maar het is een mooi en warm moment.
Op school doen we hetzelfde met de teamleden en groeten de leerlingen bij binnenkomst met hun nieuwjaarswens. Ook dat zijn leuke momenten, zeker uit de mond van hele jonge leerlingen.
Er wordt bekend dat de administratief medewerkster afscheid gaat nemen, anderen naar onze school willen of een wijziging in hun betrekkingsomvang willen. Twee collega’s die zwanger zijn. De raderen van de formatie gaan draaien.
De formatie begint spannend te worden, want met een leerlingaantal dat gestaag groeit en er groepen van 35 ontstaan, zullen er combinaties gemaakt moeten worden. Wie gaat dat doen? Hoe informeren we de ouders? Het is een goede samenwerking met de MR van de school, die meeloopt in ons proces. Waardevolle momenten.

We krijgen een leerling met het syndroom van Down op school. De voorbereidingen zijn getroffen en de jonge 4-jarige leerling kan starten in groep 1/2. Ze wordt opgenomen door de juffen en meesters en niet minder door de leerlingen van de groep. De leerling geniet. Opnieuw een mooi moment.
Een andere leerling met een arrangement krijgt nieuwe aanpassingen, een aangepaste tafel met magneten en zelfs een eigen gele fiets om het buitenspelen aanzienlijk te verbeteren. Zo’n blij gezicht, zo’n vooruitgang in de ontwikkeling. Een prachtig moment om van te genieten.
Er zijn ook momenten waarvan je wenst dat die anders zouden zijn gegaan. Het zijn leerzame momenten. 
De groepsverdeling vlak voor de zomervakantie is een spannend moment. Zeker als er ook twee zwangere collega’s vervangen moeten worden. Voor de leerkrachten mooie momenten, voor de school een uitdaging, zeker gezien de moeizame vervangingen. Hetzelfde geldt voor ziektevervangingen. Mooie en bijzondere gesprekken met verschillende kandidaten.
Als er een nieuw schooljaar start en alles goed en wel bezig is zijn er nieuwe uitdagingen en nieuwe kansen wat ook weer bijzondere momenten oplevert. 
Deskundigheidsbevordering dient zich aan. De cursus flitsbezoeken, de masterclasses van Nieuwsbegrip, de studie van twee leerkrachten, de opleiding hoogbegaafdenspecialist van twee andere leerkrachten, het interventieprogramma voor lezen bij jonge leerlingen, stuk voor stuk inspirerende momenten om verder te ontwikkelen. Dat geldt ook voor de school, waarin we gestart zijn met een nieuwe zaakvakken methode waarin we onderzoekend en ontwerpend leren willen ontdekken. Voor leerkrachten is dit een boeiende zoektocht. 
De differentiatie die globaal in drie groepen verdeeld wordt, gaat vaak nog een stapje verder, sommige leerlingen passen niet in die drie niveaus en hebben extra aanpassing naar benden of naar boven nodig. Je wilt zo graag dat iedere leerling leert en een stapje verder komt. Dat heeft de leerkracht, die dit allemaal zelf maar even regelt, er echt voor over. Het zijn kanjers!
De impact van de POinactie op het team was er een die bijna wat verdeeldheid had gezaaid. Toch hebben we dit zo kunnen draaien, dat iedereen hierin zijn eigen keuze heeft mogen maken. De film “Wonder” heeft emotionele momenten opgeleverd. Ik moest in ieder geval wel een traantje wegpinken.

Wanneer je merkt dat de betrokkenheid van leerlingen meer en meer geborgd wordt, de instructie goed gegeven wordt, de samenwerking binnen het team goed loopt, ook al is het geven van feedback helemaal niet altijd makkelijk, we open staan voor elkaar en er daardoor een open sfeer heerst waarin we samen school zijn en samen staan voor goed onderwijs, dan heb ik (denk ik) de kern van het onderwijs van dit jaar goed samengevat.
Het mooiste moment is niet één moment, of misschien het moment waarop ik realiseerde wat voor geweldig team hier staat. Dat collega’s zelf regulerend worden, omdat ik (o.a.) zelf heb leren loslaten. Een tip over een boek met effectief rekenonderwijs en dit boek wordt aangeschaft en uitgeprobeerd. De intern begeleider die de gesprekken en analyses zelf gaat uitzetten en uitvoeren. Als er door twee bouwcoördinatoren een kerstattentie voor het team wordt geregeld, zonder dat ik dit zelfs maar hoef aan te geven, dát is een mooi moment, waarop je merkt hoe goed wij voor elkaar zorgen in het onderwijs en hoe het onderwijs steeds beter kan worden, omdat we zelf vooruit willen. Dit alles komt samen in het woord verbinding, waarin we kijken en luisteren naar elkaar. Hoe kunnen we dit beter doen? Hoe kunnen we leren van hetgeen we hebben uitgevoerd? Hoe kunnen we leren van elkaar? Hoe kunnen we leren reflecteren? Die verbinding is de klik die je nodig hebt om met inspiratie dit vak te kunnen uitvoeren voor al die gave leerlingen op onze school. Dat is een heel groot moment in het onderwijs van 2017.




zondag 24 december 2017

Toekomstig onderwijs

In verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Wel kunnen we leren van het verleden om ons verder te ontwikkelen. Wat deden we, wat gaat goed, wat moet anders. Eigenlijk moeten we zelfs leren van de toekomst, maar hoe?

De maatschappij verandert razendsnel. De toekomst komt snel dichterbij. Vooral de digitale wereld om ons heen vergt voortdurend nieuwe aanpassingen. Heb je tablets in de school, moet je eerst goed bekijken wat het oplevert, dan de belemmeringen nagaan en vervolgens bekijken of dit nog wel hout snijdt.  
Dan hebben we het nu over iets concreets wat we kunnen bedenken. 10 jaar geleden konden we niet bedenken dat we zoveel konden doen met een mobiele telefoon. Het is een kleine handzame computer geworden. Internet, e-mailen, whats-app-en, noem maar op. Sms-en is eigenlijk alweer achterhaalt. 
Nieuwe technologieën vliegen om onze oren. Ingebouwde wifi in een bril, schermen die op de muur of de tafel verschijnen, tablets in tafelvorm, horloges met hele computermogelijkheden. Het bestaat allemaal al. Waar gaat het heen?
Wat kunnen we leren van de toekomst? Wat moeten onze leerlingen leren om die toekomst in te kunnen stappen, verder te ontwikkelen. Het lijkt allemaal steeds sneller te gaan en dat is niet alleen omdat ik zelf ouder word.
In het onderwijs willen we de leerlingen niet alleen kennis, maar ook vaardigheden leren. Door middel van vaardigheden kunnen ze de geleerde kennis toepassen en anticiperen op hetgeen ze tegenkomen.
Nieuwsgierigheid uitbouw, omgaan met teleurstellingen, presenteren, creëren, ontwerpend leren, onderzoeken, het zijn aspecten die leerlingen van nu nodig hebben voor straks. Daar hoort de digitale wereld ook bij.
Op ICT gebied denken we aan (BRON: Kennisnet):
- Basisvaardigheden om te kunnen gaan met alle devices. Weten hoe Word werkt, een PowerPoint kunnen maken, kunnen e-mailen en kunnen surfen op internet. 
Informatie vaardigheden.  Hoe zoek ik iets op. Het volgen van het nieuws. Kennis kunnen opzoeken en kunnen duiden.
- Mediawijsheid. Wat is waar, wat is niet waar. Maar ook wat zet ik zelf op social media? De hele wereld kan meekijken. Hoe ga ik om met privacy van anderen?
- Computational thinking. Op een creatieve manier problemen oplossen. Denk bijvoorbeeld aan programmeren. 
Als we dit allemaal kunnen zijn we er nog niet. De techniek schrijdt voort. 
Auto's veranderen, wonen verandert en dus ook het onderwijs zal moeten mee veranderen. Hebben we nu goed in kaart gebracht wat het tabletonderwijs brengt en waar we alert op moeten zijn. We moeten nu juist aan de technieken denken waarvan we nog niet weten dat ze er zijn. Toekomstdenken. Dromen wat zou kunnen, wat we zouden willen, wat we straks nodig hebben. Denk aan de wondere wereld van Chriet Titulaer, een programma dat als ik kind vaak heb gekeken. Alleen het vertellen met de zachte 'g' is al een mooie herinnering op zich. Prachtig hoe hij al zaken kon bedenken die er nog niet waren, zoals een telefoon op de fiets bijvoorbeeld. Geweldig!
Hoe weten we wat we straks nodig hebben? Verder dromen en verder durven denken, net als Chriet Titulaer dat deed. Fantaseren over mogelijkheden. Denken aan wat robots al kunnen doen op bepaalde werkterreinen. Bedenken hoe we onszelf kunnen verplaatsen.
Het is een spannende ontwikkeling, omdat we enerzijds steeds meer weten, anderzijds de toekomst niet kunnen voorspellen met de uitkomsten uit het verleden. We kunnen er wel van leren.
Droom lekker straks. Maar ontspan ook, want al die beeldschermen houden ons uit de broodnodige slaap.


vrijdag 8 december 2017

Het woord 'directeur'

Bij het woord directeur denk ik vaak aan een forse man in pak, lurkend aan een sigaar of sigaret die heel hautain uit zijn ogen kijkt, neerbuigend, bazig over zijn werknemers.




Omdat het woord directeur het bovenstaand beeld oproept, noem ik mezelf liever schoolleider. Natuurlijk is het woord directeur en het beeld daarbij gevormd door verhalen, sprookjes van vroeger, kinderboeken waarin directeuren een rol spelen, de oude zwart-wit uitzendingen of denk ik misschien aan De Dikke Deur van Pipo de Clown? Ik weet het niet, maar dat beeld wil ik niet scheppen als schoolleider van een basisschool. Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en vat beter samen wat voor werk je doet. Je leidt een school. Een directeur van een bank of een ander bedrijf noem je ook wel een bedrijfsleider. Al zal menig directeur zo niet genoemd willen worden. Een degradatie? Te veel laagjes in het management?
Leerlingen, zeker de allerjongste, noemen je met enige regelmaat de baas van de school. “Jij hebt de school gebouwd.” “Jij bent de baas van iedereen.” “Dit is allemaal van jou, hè?” Buiten het feit dat de leerlingen jou de baas noemen, vind ik het prettig dat leerlingen je en jij zeggen. Het respect dat jij het voor het zeggen hebt, is aanwezig en wel een voorwaarde. Het je en jij, contact met de leerlingen, waarvan ik alle namen ken, zorgt voor goede relatie, goed contact, de zogenaamde verbinding en daarmee sta je dichter op de werkvloer.
Leerkrachten die met iets zitten, moeten hun verhaal kwijt kunnen. Een moeilijke leerling of een rumoerige klas is niet het probleem van die leerkracht, het is een zorg van ons allemaal. Je bent een team en daarmee samen bezig om er een mooie school van te maken. Ook hier is het woord directeur een woord dat afstand oproept. Ik wil dicht bij de mensen staan, het zijn mijn collega’s.
Ook ouders zijn partners van de school. Een beetje afstand is goed, maar toch ben ik van mening dat je in gesprek moet blijven. Jouw rol is belangrijk als goede gesprekspartner. Enerzijds meebewegen, anderzijds duidelijkheid. Een goede communicatie in de vorm van een informatieve website, social media, een nieuwsbrief en een enquete zijn goede hulpmiddelen. Het gesprek aangaan tijdens een informatieavond, een kerstviering of een klankbordgroep is nog veel waardevoller. Net als het staan bij de ingang, waarbij velen even goedemorgen zegt. Contact en verbinding.
Het woord schoolleider klinkt vriendelijker en toegangelijker, waarbij contact en relatie de onderliggende gedachtegang is om deze daarom te gebruiken.

zaterdag 4 november 2017

Balans zoeken en vinden in het onderwijs

Ooit weleens op een evenwichtsbalk gestaan? Dan weet u vast hoe moeilijk het is om hierop te blijven staan, laat staan hier kunstjes op uit te voeren. Anne Wevers is zo'n kanjer die dat goed kan. Al kan ook zij uit haar evenwicht worden gehaald. Het heeft allemaal met evenwicht en balans te maken. Niet alleen fysiek, maar ook emotioneel en mentaal.

In het onderwijs van nu zijn we voortdurend bezig met keuzes maken. Een keus betekent iets anders niet doen of laten liggen, als het goed is. Het een meer doen moet als gevolg hebben om het ander minder te doen. Je hebt immers maar 24 uur in een dag.
Die keuzes zijn soms helemaal niet zo makkelijk te maken. Want alles is belangrijk. Een kind kun je niet laten stikken, die heeft recht op goed onderwijs.

Keuzes maken geldt voor vele aspecten in het onderwijs. Ik zal er zomaar eens een paar noemen:
- inhoudelijke keuze
- pedagogische keuze
- didactische keuze
- relationele keuze
- organisatorische keuze
- balans privé werk
En zo zijn er nog vele andere keuzes te bedenken. Er is ook een keuze om het onderwijs in te gaan. Gelukkig zijn er veel collega's die hiervoor hebben gekozen. 
De inhoudelijke keuze is er nu één die nu veel wordt besproken. Met een veranderende maatschappij verandert ook de manier waarop kinderen/leerlingen leren en de manier waarop wij ons onderwijs zouden moeten vormgeven.
Kennis verschuift zo zoetjes aan naar bepaalde vaardigheden, waarin de basiskennis kan worden toegepast. Zo is het niet zo belangrijk meer dat je een bepaald jaartal uit je hoofd weet (zegt men...) maar dat je deze kunt opzoeken en toepassen in de geschiedenis. Maar is dat wel zo.
Enige kennis is belangrijk om goede keuzes te kunnen maken. Onderzoeken is goed, maar weten wat een onderzoek heeft opgeleverd stimuleert je om de goede keus te maken.
Het is dus van belang om een goede balans te vinden in het onderwijs tussen de instructie van kennis en het aanleren van vaardigheden. We hebben immers beiden nodig. De balans is wel veranderd en verschoven naar meer en meer de 21 eeuwse vaardigheden, waarin we bepaalde zaken kunnen toepassen. Denk aan ontdekken, onderzoeken, vragen stellen, experimenteren, proberen, presenteren, teleurstellingen verwerken en vooral nieuwsgierig blijven.
Wat heeft dit voor invloed op ons onderwijs?

De kinderen van nu leren anders en leven in een andere maatschappij. Meer afwisseling, meer leren door doen en onderzoeken, meer ontdekkend leren. Door zelf te ervaren hoe iets komt of hoe iets is ontstaan leer je veel intensiever.
Blijft natuurlijk enige kennis wel noodzakelijk, zoals uiteraard het leren lezen en datzelfde lezen leren begrijpen. Of ICTvaardigheden en mediawijsheid. Anderszijds is het de vraag wanneer leerlingen een diploma halen. Geen testen en toetsen meer? Hoe weet je dan wat leerlingen hebben geleerd? 

Zelf heb ik ooit twee masters behaald, waarin vooral werd gevraagd iets te doen, laten zien, ervaren, presenteren, maken wat je hebt geleerd, etc., al moet dit wel van enig niveau zijn. De kunst is nu wat kun je meten? Hoe weet je of iets van enig niveau is? Is het ook belangrijk om dit te weten?

Het onderwijs heeft hierin nog voldoende uitdagingen in de vorm van keuzes in het lesaanbod, keuzes van leerlingen, keuzes van scholen hoe deze moeten worden ingericht.
Houd daarbij wel goed de balans in de gaten. Alles in een klaslokaal of alles open zijn twee uitersten, die beiden goede elementen hebben. Laten we goed bekijken wat werkt en wat beter of anders kan. Van daaruit ligt de wereld voor ons open om een nieuwe richting in te slaan. Een andere keus. Een nieuwe balans. Dat maakt onderwijs nu zo'n mooi boeiend beroep.









zondag 22 oktober 2017

Stilstaan



  1. Statig staat hij daar
    Met gespreide armen
    Warmte doorlatend
    Lichtgevend
    In de buitenlucht...

    Rustig
    Met de wind in rug
    De regenboog op de achtergrond
    Wacht hij
    Hoopgevend
    En doet zijn werk

    Sta daar eens bij stil


donderdag 5 oktober 2017

Griezelen tijdens de kinderboekenweek

Ben niet bang

Ben je bang?
Pak een tang.
Op de kop
Sla erop
Hé, ik hang
Ben niet bang


Pak de staart
Knip een baard
Eet een peer
Vang een beer
stuur hem weg
door de heg
Met een stang
Ben niet bang



Neem wat snoep
Vieze troep
Gooi het daar
Kijk ernaar
Klinkt het wrang?
Ben niet bang.

Volg de haas
Door het gaas
Keer een wang
Ben niet bang

Zwaai hem na
Met je pa
Samen sterk
aan het werk
Kort of lang
Ben niet bang

Sissers hier
Met plezier
Boekenwurm
veel geurm
Grijp de slang
Ben niet bang.

Ik heb beet
Bange scheet.
Kling en klang
Daar klinkt BANG!

zondag 10 september 2017

Groeien, ontwikkelen en leren

Onderwijs is meer dan alleen maar leren, lessen volgen, oefenen, inslijpen, toetsen maken en een diploma halen. Er is ook zoiets als vorming. Het leren van vaardigheden lijkt steeds belangrijker te worden, maar was dat niet altijd al aanwezig?


Meer dan kennis alleen
Als leerlingen naar de basisschool gaan, denken velen dat hier alleen kennis wordt aangeleerd. Pomp er maar een tafel in, en het rekent straks als een trein. Niets is minder waar. Het leren van kennis is een onderdeel van een groter geheel. Je leert ook samen te spelen, samen te werken, op je beurt te wachten, regels van de school, omgaan met anderen en dergelijke. Een spreekbeurt of een verhaal vertellen voor de klas is niet nieuw. Door de klassen rond te gaan met de traktatie, leer je beleefheidsvormen. Je leert manieren en wordt gevormd door relatie met anderen. Dit is al jaren zo.

Veranderde maatschappij
De maatschappij is alleen veranderd en er worden andere eisen gesteld aan het die omgang. Presenteren en mondelinge taalvaardigheid is belangrijker geworden. Ondersteund door de digitale wereld.
Het stukje autonomie is zelfs nog sterker aan het veranderen. Er wordt meer verwacht van de leerling en de jong volwassene. Initiatief nemen, zelfontdekkend leren en de nieuwsgierigheid het werk laten doen. In samenspraak met de omgeving komen tot nieuwe inzichten. Onderzoeken waarom dingen gaan zoals ze gaan. Het is verrassend om te merken met welke vragen leerlingen kunnen komen.

Nieuwe wending
Dit geeft een hele nieuwe wending aan het leren in het onderwijs. Het gooit de boel op de schop. Moet het nog wel zoals het nu gaat? Waartoe leidt dit onderwijs? Wat gaan de leerlingen straks voor beroepen uitoefenen?
Het is een mooie zoektocht die een enorme veranderslag aan het doormaken is. Denk aan Onderwijs2032 en curriculum.nu, waarin we uitgenodigd worden mee te denken aan wat er nodig is om het onderwijs zo in te richten dat het zin heeft voor de leerlingen die we straks afleveren.
Blijft het onderwijzen of wordt het meer begeleiden? Zijn er nog stampmomenten of kunnen de leerlingen alles opzoeken? Hebben ze parate kennis nodig of is opzoeken, samenvatten en presenteren, veel belangrijker. Is topografie nog wel van deze tijd?


Loslaten of vasthouden?
Ik ben van mening dat er een verandering zal moeten komen. Toch geloof ik niet dat we alles los moeten laten. De instructies op het gebied van technisch lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen zijn heel belangrijk om een goede basis te creëren waarmee je aan de slag kunt om die ontdekking te kunnen maken. Lezen blijft een belangrijke vaardigheid die handig is om verder te kunnen komen. Enige kennis van hoe de wereld eruit ziet is handig als je iets opzoekt of leest. 

Vervangen?
Tegelijkertijd staan er andere zaken te trappelen. En aangezien het aantal niet uitgebreid wordt, misschien zelfs verminderd moet worden in een tijd van tekorten en werkdruk, zullen we keuzes moeten maken. En juist dat is het lastigste. Want wat blijven we doen, wat laten we vallen en wat voegen we toe?
Wat hebben onze leerlingen sowieso nodig? 
Daar komt bij dat ook gymnastiek, muziek en de creatieve vakken niet mogen verdwijnen. Een toename hiervan is zelfs beter voor de totale ontwikkeling van onze leerlingen. Hoe kunnen we dit integreren in ons onderwijs? Hoe kunnen we de goede zaken behouden en het zelfs beter doen voor de toekomst?
Leren van de toekomst, zei laatst iemand in een overleg. Dat is mooi gezegd. Maar hoe kunnen we leren van de toekomst?

Leren is een cyclisch proces
Leren uit het verleden is een kwestie van data verzamelen, analyseren, acties/veranderingen bepalen en een richting kiezen. Maar wat weet ik van gebeurtenissen in de toekomst. Dat wordt eerst dromen, fantasie laten werken, prognosticeren, anticiperen en vervolgens daarop acteren.
En dat is een hele uitdaging. Maar wel een mooie!