On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







dinsdag 7 januari 2020

Toekomst van het onderwijs



(hersteld blog van 27 oktober 2019)
Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd. Zo kunnen we 4-jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen. Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve - (waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclubactiviteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven.
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen.
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoorbeeld op rekenen heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door pedagogisch medewerkers van bijvoorbeeld BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen en laten zien door middel van goede digitale en veilige systemen.
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken.
10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes.

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, rekenmaterialen, tafelkaart indien nodig. Leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen. Controle door leerkracht/docent.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. Rust weergekeerd. Balans hersteld. Hoop ik...
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

zondag 5 januari 2020

Oorzaak en/of gevolg

Als het flink warm is buiten, zoals de zomer van 2018, nu anderhalf jaar geleden, snak je naar water en schaduw. Het is een must om de hete dag door te komen. Heeft het onderwijs vandaag de dag bereikt dat we snakken naar schaduwonderwijs? Hoe komt dat?
Gisteren kwam er een tweet voorbij op Twitter. Het is winter, dus zo warm was het niet. Het ging over het aantal parttime werkenden (veel vrouwen - zeker in het PO - zo’n 85-90%). Waarom er toch zoveel mensen parttime werken? Zeker in het onderwijs. Er werd zelfs beweerd dat parttime werken een oorzaak is van het lerarentekort. Toch denken dat dit wat kort door de bocht is.


Het onderwijs kampt met een hoge werkdruk, een relatief lager salaris voor een HBOgeschoolde en dat zou zomaar door parttime werken kunnen komen of zou het parttime werken in de hand werken? Er is meer.
Er zijn leerkrachten uit het onderwijs gestapt, omdat het niet was vol te houden. Zij stapten in hun eigen verkoelende schaduw om bij te komen. Ze werken als bijlesjuf, coach of richten met een extra studie een eigen bureau op met een Master orthopedagoog of andere relevante richting. ZZPers genoeg tegenwoordig.
Mantelzorg is een opkomend verschijnsel dat door de tekorten in de zorg neerkomt op de burgers. Die burgers zijn ook mensen die in het onderwijs werken. Nog een oorzaak dat mensen wellicht parttime gaan werken.
Leerkrachten besluiten te gaan werken bij detacheringsbureaus die nog steeds als paddestoelen uit de grond schieten. Daar krijgen ze beter betaald. Ze hoeven er geen taken naast te doen, want ze vallen alleen maar in. De school - als ze deze mensen toelaten - betaalt het dubbele. Het onderwijsgeld wordt verkeerd ingezet. Het systeem is kapot. De kwaliteit gaat achteruit, want de ‘invaller’ voelt zich niet meer verbonden met een bepaalde school, laat staan met de leerlingen.

De kwaliteit van onderwijs. Hoe houden we die hoog? Hoe zorgen we voor een doorgaande lijn? Hoe zorgen we voor de verbondenheid? Leerkrachten die parttime werken hebben vele andere taken buitens huis en verscheidene zaken aan hun hoofd. Leerkrachten die iets anders (kunnen) kiezen verlaten de scholen. De school wordt afhankelijk van invallers of bij meer pech afhankelijk van diegenen die nog wel op de school werkzaam zijn en meer leerlingen krijgen toebedeeld.

Wanneer de kwaliteit daalt, gaan ouders op zoek naar aanvullend onderwijs. Schaduwonderwijs. Het wordt hen ook te heet onder het dak van het onderwijs, waar de kwaliteit achteruit holt. Citotrainingen. Extra bijles. Huiswerkklassen. Hoe kunnen we dit tij keren of wachten we tot het echt niet meer gaat?

Er wordt aan alle kanten gezocht naar oplossingen. Zij-instromer, studenten die nog niet klaar zijn, creatievelingen, theaterdocenten, ouders met een pedagogische achtergrond, noem maar op. Het is dweilen met de kraan open. Wat helpt? Het is een maatschappelijk probleem.

Zomaar een paar mogelijke oplossingen:
- Naar beneden bijstellen van lesuren, scheelt personeel en werkdruk
- Vierjarigen bij kinderopvang. Alleen ... wie gaat dat betalen? Hebben zij genoeg personeel?
- Stoppen met reclame maken voor je eigen school, stop met de concurrentiestrijd, scheelt een hoop geld, vertel de buitenwereld wat je doet. Dat kan op veel mogelijke manieren.
- Maak het beroep aantrekkelijker. Werkdrukverdeling en - vermindering is een eerste stap, nu meer geld naar de goede dingen. Begin met beter salaris. Stappen ondernemen om te zorgen dat leraren ergere voor gaan. Gaan voor de scholen de leerlingen. Behouden blijven in het onderwijs. Betere arbeidsvoorwaarden?
- Gooi niet elk maatschappelijk probleem over de schutting van de basisschool. Ouders zijn verantwoordelijk voor hun kinderen. Dus sporten, muziek, creativiteit, gezond eten, duurzaamheid thuis laten starten (subsidies?) zodat dit niet allemaal bij de scholen terechtkomt.
- School is een ontmoetingsplaats waar men de basis leert, laat dat de kern zijn. Zonder kennis geen vaardigheden.

Maken we er een oorzaak of een gevolg van? Laten we er een VERvolg van maken. Door naar onderwijs 2020. Daar waar lesgeven en het zien van leerlingen weer centraal staat. De papieren tijger parkeren we in de denkbeeldige dierentuin. Wordt vervolgd.

zaterdag 4 januari 2020

Waar draait het om in ons onderwijs



Dit is een gastblog voor Onderwijskoppen.nl, gepubliceerd op 2 januari 2020. Met dank aan Lizette Mijland.
Ooit ben ik het onderwijs ingegaan om kinderen te leren wijzer te worden, te leren lezen, te leren rekenen, de wereld te leren kennen. Dat was zo’n 34 jaar geleden. Nu lijkt het of de kinderen niet meer het doel zijn. Schiet het onderwijs zijn doel niet voorbij? Draait ons onderwijs om andere dingen? Zijn randzaken hoofdzaken geworden en andersom? Het boek van Eva Naaijkens en Martin Bootsma “ Als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven”(Naaijkens & Bootsma, 2018), heeft hier zeker aan bijgedragen.


Financiën
Per leerling krijgen je als school zo’n 6000 euro per jaar (Rijksoverheid, z.d.). Daar moet alles van worden betaald. De leerkracht, meubilair, verwarming, ict, afdracht bestuur, gebouw, leermaterialen, verzekering, geld voor lidmaatschap PO-raad, Verus, ...noem maar op. Elke leerling levert geld op. Maar moet wel over heel veel posten worden verdeeld. Wat blijft er over voor de leerling? Zou dat geen geoormerkt bedrag moeten zijn? Als je pech hebt met een gebouw of er zijn veel leerkrachten een of twee dagen ziek, is er minder geld over voor onderwijs. Dit zou toch eerlijker moeten kunnen.
Het ministerie van onderwijs, de minister, de kamerleden en alle ambtenaren op het ministerie. Wat is het effect van dit opgetuigde onderwijssysteem? Hoeveel onderwijsgeld gaat daarheen? Wat is nodig? Wat is nuttig? Wat is mooi meegenomen?

Particuliere bureautjes
De ene helft van Nederland is coach, de andere helft wordt gecoacht. Het is een woord waar ik jeuk van krijg. Ook al weet ik dat er ook goede dingen gebeuren, denk ik ook dat dit mede de oorzaak is, dat er zoveel leerkrachten wat anders zijn gaan doen. Ik ken er toch een flink aantal in mijn omgeving die uit het onderwijs zijn gestapt. Ook hier gaat onderwijsgeld heen, wat niet direct ten goede komt aan de kinderen.
Dan heb ik het nog niet over de bureautjes die voor fors meer geld leerkrachten verhuren. Een verkeerde marktwerking wat een school extra veel geld kost, wat maar een keer kan worden uitgegeven.

Deskundigheidsbevordering
Dat is nodig, het is nuttig, maar als ik zie welke bedragen worden gevraagd, zijn die bedragen niet toevallig gekozen. Precies wat beschikbaar is gesteld per wtf op een school. En wat is daadwerkelijk het effect van alle scholing, cursussen, opleiding, workshop en wat dies meer zij, die als paddestoelen uit de grond worden gestampt? En wat is effectvol het onderwijs aan het kind?

Meningen
Zoveel mensen (en organisaties), zoveel meningen. Zijn de meningen wetenschappelijk onderbouwd zodat we echt kiezen voor wat werkt i.p.v. wat leuk lijkt. Zo niet, laten we er dan mee stoppen. Onderzoek is nuttig, maar overdreven door blijven gaan met onderzoek is echt niet nodig. Niet op gebied van onderwijs, maar ook niet op vele andere gebieden. Laten we zuinig omgaan met geld.

Leiding nemen, krijgen, gebruiken en toestaan
Wie is de baas over wie? Wat is nodig voor het doel om goed onderwijs voor de leerling te realiseren? Dat is een lastige vraag, waarop ook ik niet zomaar een antwoord op heb gevonden. Wanneer mijn leiding niet nodig is, stap ik op.

Vieringen
Kerst, Sinterklaas, avondvierdaagse, schoolreis, kamp zijn nog maar een paar van deze feesten die ieder jaar terugkeren. Wat is nodig? Wat is nuttig?
Het is goed om kinderen te leren over de feesten, maar hoe gek moet je het maken? Zit Sint ieder jaar op een ander thema te wachten of is dit iets wat volwassenen ervan willen maken? Is een kerstdiner nodig en nuttig? Of kan kerst ook eenvoudiger gevierd kunnen worden? Ietwat educatief en pedagogisch verantwoord is en Kinderdijk oplevert?

Profilering
Het bord op de gevel geeft de naam van een school. Dat zou toch genoeg moeten zijn? Of moeten we reclame in de omgevingen naamsbekendheid creëren om te zorgen dat ouders voor jouw school of jouw stichting kiezen? Draait het daarom? Dus toch om geld? Als we hier nu eens mee stoppen en het geld in goed onderwijs stoppen en onze onderwijskwaliteit laten zien?

Verantwoording
Papieren, ook al is het digitaal (ParnasSys). Is ons onderwijs hier beter van geworden? Deels wel. Een goed plan maken om vooruit te kijken en op termijn bepaalde veranderingen in te zetten, is prima. Evalueren van je plannen en halverwege bijstellen is goed om je bewust te maken waar je meegezogen bent. Een goede analyse is belangrijk om goede acties uit te kunnen voeren bevordert de kwaliteit van onderwijs. Zo kun je het onderwijs bijstellen. Ik denk dat het wel efficiënter kan. Hele boekwerken wordt door niemand gelezen en kosten mega veel tijd om te maken. Die tijd kan ook ingezet worden om in de klassen te kijken en direct daar met reflectieve vragen aan de slag te gaan. Veel effectiever en direct goed voor de onderwijskwaliteit.

Digitalisering
Efficiëntie en een mooi middel om data te verzamelen, dat zijn voordelen van de digitalisering. Net als het leren kennen van de weg op internet en leren opzoeken. Maar... De fijne motoriek van het schrijven, het onthouden en inprenten van spelling, maar ook houding als je werkt met een tablet en het samen leren door coöperatieve werkvormen zijn echt ook nadelen. Een goede balans is belangrijk en kritisch blijven nadenken over gebruik van ICT is essentieel.

De praktijk
Ook ik betrap mezelf op zaken als organiseren van zaken die ten goede zouden moeten komen van onderwijs. Maar ook ik zak verder weg van ons doel door zaken te doen die meer bij de bijzaken horen. Mijn doel is het vormen van een school. Het creëren van een team. Het samen gaan voor een doorgaande lijn. Het samen willen bereiken van goed onderwijs voor onze leerlingen, zowel pedagogisch als didactisch. Randzaken weglaten is een hele kunst.
Het kerstontbijt of -diner is een mooie gelegenheid om iets samen te vieren, samen te delen. Maar is dat het hoofddoel? De avondvierdaagse is een mooie gezamenlijke activiteit. Maar is het ons hoofddoel? Moet dit? Of mag dit?
De vele plannen, verantwoording, dossiers van leerlingen zouden toch anders moeten kunnen. O nee, wacht, dan krijgen we geen geld. Geld is nodig om de materialen te kunnen aanschaffen en mensen te kunnen inhuren. Zitten we in een vicieuze cirkel? Laten we die dan doorbreken.
Verdeel het beschikbare geld en ga aan de slag. Een goede instructie. Oefenen. Vaardigheden leren en zorgen voor een goed pedagogisch klimaat. Zonder al die mensen die zich hierover moeten buigen. Er lekt veel te veel geld weg. Er lekt veel te veel tijd weg. Kostbare tijd die we aan de kinderen moeten besteden.

De basis
Laten we terug naar de basis. Stop met het paarse gedrocht en ga lesgeven. Zorg dat je weet wat je doet, zonder oeverloze discussies, samenvoegen, afstotingen, vernieuwingen, veranderingen, organisaties, systemen, coaching, verantwoording, reclame, of wat dan ook.
Laten we efficiënt te werk gaan. En terug naar wat onze opdracht is. Het gaat om de ontwikkeling van onze kinderen. Dat is onderwijs.
Met te weinig leraren is een nieuwe uitdaging ontstaan. In Trouw van 23 december j.l. stond opnieuw een artikel over de vierdaagse werkweek. Of toch de vierjarigen niet naar school. Er zal een rigoureuze oplossing moeten komen, want de situatie wordt onhoudbaar.

Mocht ik overbodig zijn, zoek ik een ander doel. Laten we reëel zijn. Behoud het goede en neem afscheid van zaken die er niet te doen. Laten we teruggaan naar het doel van ons onderwijs: Goed onderwijs voor ieder kind. Zonder druk. Zonder stress, maar door om te zien naar elkaar. Een mooi goed voornemen voor 2020.

Literatuur:
Naaijkens, E., & Bootsma, M. (2018). En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?: Een kwaliteitsaanpak voor scholen (Dutch Edition). Huizen: Uitgeverij Pica.Rijksoverheid, geraadpleegd op 26 december 2019. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financiering-onderwijs/overheidsfinanciering-onderwijsTrouw dagblad, 23 december 2019. https://www.trouw.nl/archief/2019/12/23?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

woensdag 1 januari 2020

Nieuwjaarsduik


Altijd leuk ... om maar te kijken. Wij hebben als gezin één keer meegedaan in 2002. De jongste was toen 6 jaar, de oudste 11. Ze weten het nog steeds. Eigenlijk veel te koud natuurlijk. Maar we zouden het één keer doen. Gewoon het meemaken. Ervaren. Brrrr.


Iets ondernemen zit in het bloed en twee van onze kinderen doen nog met enige regelmaat mee met deze Nederlandse traditie. Hoe dapper!
Waarom doen we zoiets? Willen we iets afspoelen van het oudejaar? Willen we een frisse start maken? Willen we met een schone lei beginnen? De vraag wordt steeds opnieuw gesteld door de verslaggevers van de live uitzending van de nieuwjaarsduik.

Waarom deden wij het 18 jaar geleden met onze kinderen? Voor het bakkie erwtensoep? Daar zou ik het niet voor doen. Het is soep uit blik, erg zout en lang niet zo lekker als de eigengemaakte. De soep die je al enkele dagen van te voren moet starten met het weken van de spliterwten. Met de schenkel en spek moet het lang opstaan. Een dag laten rusten. Als de lepel erin blijft staan, is de substantie dik genoeg. Mmmmmmm. Nee, voor bliksoep hoef je het niet te doen.
Voor een van acryl gemaakte afzichtige oranje muts met pompoen ook niet.
Is het omdat we onze bucketlist willen afwerken. Alles een keer meemaken? Alles willen ervaren? Ervaringen zijn immers meer bijzonder dan alles wat we kunnen kopen. Of dat nu in een winkel is of online, al zal de ervaring in een fysieke winkel beter voelen. Tenzij je tijdgebrek hebt. De ervaring. Dat zou best een punt kunnen zijn.
Het afspoelen van het oude en met een schone lei beginnen. Zoals ook veel afslankacties starten op 1 januari of nu zelfs ook 30 alcoholloze dagen. Het is mooi hoor en ik heb ongetwijfeld ook wel eens gestart met goede voornemens. Is het nodig om zo extreem iets niet meer te doen? Is het goed om een winnaar te zijn en te stralen als ben je ergens de beste in? Is het nuttig om de week van ‘vul maar in’ in het leven te roepen en meer dan 52 weken te kunnen vullen? Ik geloof er niks van. Matigen, dat is de clou.

Velen wensten elkaar een mooi en liefdevol jaar. Vele stellen, families, vrienden en zelfs mensen uit het buitenland hebben het schurende zand tussen tenen en het koude water tot aan hun liezen mogen ervaren. Samen.
Een ervaring, dat is het. Je daartussen begeven. Het meerennen. De kou aan je voeten. Het bibberende lijf achteraf. De foto’s. Die kop soep. De muts.
Één ding is zeker. Er is zeker iemand die hier veel profijt van heeft. Dat is de soepfabrikant die het gelukt is om hiervan een mooie traditie van te maken. Knap staaltje promotiewerk.

Maar ook die heerlijke gekke zoon geniet er jaarlijks van. Elk jaar vraagt hij weer aan de andere gezinsleden wie er mee gaat. Soms heeft hij tot de duik niet geslapen. Hij heeft al vele keren meegedaan in de afgelopen 18 jaar. Een bikkel is het. ‘s Avonds een vent, ‘s ochtends een vent. Al vijf keer samen met dezelfde schoolvriend. Het motto van die twee: Koppie onder, anders telt het niet. Haha. Hoe gaaf!

Het levert blauwgebekte plaatjes op met een oranje toefje. Het laat zien dat er zoveel verschillende mensen een bijzondere ervaring willen meemaken. Zolang het een traditie is, die niemand kwaad doet, laten we dit dan vooral koesteren. Geniet van de bijzondere ervaringen in het leven. Dat is wat mijn zoon ook altijd zegt. Daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen. Geniet, met mate, dat dan weer wel.

Bronnen:
https://www.omroepwest.nl/nieuws/3981094/Dit-zijn-de-leukste-beelden-van-de-nieuwjaarsduik-2020 
https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/duizenden-beginnen-2020-met-een-frisse-nieuwjaarsduik/ 
https://www.omroepwest.nl/nieuws/3981067/KIJK-MEE-Fris-begin-van-2020-bij-de-nieuwjaarsduik
https://www.unox.nl/nieuwjaarsduik.html
https://www.nieuwjaarsduik.info/

zondag 29 december 2019

De knoop en de vlinder

Ken je dat unheimische gevoel? Niet helemaal jezelf zijn. Een knoop in je maag hebben of een vlinder in je buik voelen. Of soms zelfs met een steen op je maag lopen. Ook al kriebelt af en toe die vlinder, de knoop of die steen lijkt het te winnen. Onderwijs is zo’n mooi vak, maar soms ook even niet. Je beleeft en ervaart. Je maakt keuzes en ontmoet mensen. Je doet je best. Het voelt goed of even niet.

Een Rennie zou verlichting kunnen geven, maar meestal grijp ik naar de Paracetamol of soms Ibuprofen. Het werkt soms wel, soms niet. Een placebo-effect sluit ik niet uit.
Wat is er aan de hand? Het gaat goed of even niet. Het voelt goed of even niet. Dat zijn twee verschillende dingen. Is het een feit of een mening?

De ECHA*(1 -studie is een pittige tocht. Scriptie schrijven. Schrappen. Zoeken. Engels lezen. Tijdens deze tocht, maar ook in andere situaties zie ik mezelf nu even in de Leerkuil (Dweck, 2017). Een nieuwe omgeving, een andere vraag, afstemming, in kaart brengen van de situatie, het kost allemaal tijd en energie en geeft nog niet het beeld wat ik voor ogen heb. Ik weet het, de eerste 100 dagen zijn nog niet voorbij. Even geduld dus. Die knoop hoort erbij.

Ik ben een doener en zie graag praktisch hoe een en ander ingezet en uitgevoerd kan worden. Ik houd van mensen, en nog meer van kinderen. Als ik hen zie floreren, begint het van binnen te fladderen. Ik voel het in mijn buik. Hoe krijgen die kinderen het onderwijs waar ze recht op hebben? Vele factoren liggen daaraan ten grondslag. Bedenk dat we altijd terugvallen op 'wat heeft dit kind in deze situatie met deze ouders op deze school in de groep bij deze leerkracht nodig?' (Pameijer en Beukering, 2017) Die vraag blijkt niet altijd even makkelijk te zijn. Maar wel essentieel.

De uitgangspunten van handelingsgericht werken kan ik zo leggen op mijn eigen leerweg in een nieuwe werkomgeving. Doelgericht werken, transactioneel (wisselwerking en afstemming), onderwijs- en opvoedingsbehoeften staan centraal, de leerkracht en de ouders doen ertoe, positieve aspecten benutten, constructief samenwerken, systematisch en transparant. Niet in een bepaalde volgorde. Het een is niet belangrijker dan het ander. Transactie. Afstemming. De situatie vraagt om aandacht en afstemming. Een nieuwe omgeving vraagt andere dingen. Een andere situatie vraagt een andere aanpak. Andere mensen hebben andere regels.

Natuurlijk moeten we dit in een breder verband zien. Het gevoel erbij te horen, gewaardeerd te worden, als zelfstandige individu te kunnen functioneren, zien we terug in de basisbehoeften relatie, competentie en autonomie (Stevens, 2008). Waarschijnlijk moet dat gevoel ook nog groeien in een nieuwe situatie. Het voelt alsof je voor het eerst ergens op verjaardagsvisite bent en niemand kent. Wat zijn hier de gewoontes? Hoe spreekt men elkaar aan? Heb ik de goede kleren aan? Wat zeg ik wel en wat juist niet? Afstemming, acceptatie, het aankunnen en weten hoe stuurbaar en leerbaar je bent.
Geduld is een schone zaak.

Dan is de leeruitdaging (Nottingham et al., 2018) een sprekend beeld om mezelf rustig uit die kuil te sjorren. Stapje voor stapje. Knoopje voor knoopje. Zodat het weer gaat fladderen en vlinderen. En dat komt gewoon goed. Want ...

Het is kerstvakantie. Tijd om de balans op te maken en zelf weer in balans te komen. Dan gaan de vlinders vanzelf weer fladderen.

Literatuur
Dweck, C. S. (2017). Mindset, de weg naar een succesvol leven (6e ed.). Amsterdam, Nederland: B.V.Uitgeverij SWP.
Nottingham, J., Hattie, J. A. C., Adrian, R., Kokee, S., & Ampersand Text & Translation (Voorburg).
(2018). De leeruitdaging: diep leren in de Leerkuil. Rotterdam: Bazalt Educatieve Uitgaven.
Pameijer N., van Beukering T., Schulpen Y. & Van de Veire H, Handelingsgericht werken op school, Acco, Leuven, 2007
Stevens, L. (2008). Leraar, wie ben je? (1ste editie). Apeldoorn: Maklu.


*(1 ECHA = European Council for High Ability

zondag 27 oktober 2019

Toekomstdromen in het onderwijs

Het ziet er op dit moment niet zo rooskleurig uit in het basisonderwijs. Hard werken, hoge werkdruk, veel uren, veel ingewikkelde leerlingen, veel veranderingen, mogelijkheden om het onderwijs anders te doen, steeds meer verantwoordelijkheid, matig salaris en te weinig a.s. collega’s die nog gek genoeg zijn om het onderwijs in te gaan. Wat kunnen we doen?

In de afgelopen jaren hebben verschillende noodmaatregelen de revue gepasseerd.Zo kunnen we 4 jarigen bij de opvang laten en de basisschool starten bij 5, het aantal lesuren verminderen, een videoverbinding inschakelen of gewoon ouders optrommelen.Het vak leerkracht, maar ook die van schoolleider, adjunct, onderwijsassistent, conciërge, en wie ook meewerkt in het basisonderwijs, het wordt niet serieus genomen. Een doekje voor het bloeden. We hebben al geld gekregen, dus niet zeuren. Het is jammer, maar we zullen moeten roeien met de riemen die we hebben. Daarmee kunnen we onze geluiden laten horen om de overheid in beweging te krijgen en ik denk dat we dat moeten blijven doen. We kunnen ook nadenken over andere mogelijkheden.

Thuisonderwijs, via een video-interactie, waarbij de leerkracht de lessen verzorgd en ouders het gedrag reguleren. Zo kan de leerkracht doen waar hij goed in is. Gym wordt verzorgd door de BSO*(1 op bepaalde dagen, dagen dat ouders beiden werken, net als de creatieve(waaronder ook koken, techniek, timmeren) en muzikale vakken. Zij regelen ook zwemles en alle sportclub activiteiten, nemen één keer per jaar een uitstapje naar een pretpark en zorgen voor de bezoekjes aan bibliotheek, musea, bos, stad of andere culturele uitstapjes. Workshops waar leerlingen zich voor op kunnen geven. 
Ouders kunnen opvang regelen, waarbij leerlingen les krijgen via de video-interactie, waarbij leerkrachten de uitleg geven en opvang zorgt dat ze opletten. Ouders zullen voor deze vorm van opvang wel meer geld moeten neerleggen, maar kunnen er ook voor kiezen om dit deels zelf te doen. Ze zijn dan enorm betrokken bij wat hun kind moet kunnen en kennen. 
Een spreekbeurt of presentatie kan ook weer via de video worden gemaakt en leerlingen kunnen op een eigen gekozen moment kijken en beoordelen op voor op gestelde criteria. Iedere leerling beoordeelt minimaal zes presentaties. Scheelt tijd.

Andere mogelijkheden, die het bovenstaande kunnen versterken:
1. Leerkrachten die allemaal een eigen vak geven en de instructie van een hele bouw of school (afhankelijk van de grootte) geven.
2. Digitale bibliotheek, waarbij leerlingen op hun devices zelf op elk moment kunnen lezen.
3. Leerkrachten die gespecialiseerd zijn in leerlingen die meer uitleg nodig hebben en met meer concreet materiaal aan de slag moeten. Leerkrachten die meer lessen kunnen ontwikkelen voor de leerling die meer uitdaging nodig heeft.
4. Extra praktijklessen voor praktisch ingestelde leerlingen, eventueel ook in te huren bij BSO.
5. Gevarieerde niveaus van vakken. Dus bijvoo
rbeeld op tekengereedschap heel ver uit kunnen komen (wiskundig niveau) en spelling misschien niet goed kunnen. Het bieden van betere differentiatie.
6. Ontmoetingsplaatsen in de steden creëren waarbij huiswerk gemaakt kan worden en kan worden opgestuurd naar leerkrachten die dit digitaal verwerken. Beheerd door BSO’s.
7. Blogs en vlogs maken en zo zaken aan elkaar vertellen
8. Ouderontmoetingen op bepaalde tijdstippen, geregeld en verzorgd door BSO.
9. Geld van onderwijs direct naar scholen, licenties, ontmoetingsplekken

10. Geen papieren boeken meer, maar de mogelijkheid is er nog wel. Keuze met een extra toelage om het te kunnen drukken.
11. Uitgevers zorgen voor goede digitale methodes. 

Leerlingen zorgen zelf voor papier, pen, reken materialen, tafelkaart indien nodig.leerlingen bepalen zelf wat ze willen gebruiken, hoeveel ze oefenen. Leerlingen bepalen ook zelf hun doelen.
Als we zo de verantwoording meer bij ouders en leerlingen leggen, wordt de druk op scholen minder, kunnen BSO’s hier mooi op inspelen, is het gedrag opgelost en kan er zo veel als nodig ontmoetingen plaatsvinden in de vorm van sport, spel, verjaardagen, uitstapjes etc. Dan hebben we een hele andere structuur bedacht en hebben straks die schoolgebouwen, intern begeleiders, directies en besturen ook niet meer nodig. Of wel? Wie garandeert de kwaliteit? Wordt de rol van al deze onderwijskundigen een andere? Zijn er meer technici nodig om de video-interactie goed te laten verlopen? Zijn er meer pedagogisch medewerkers nodigen genoeg ontmoetingsmomenten te kunnen realiseren? Ik denk dat we wel met minder leerkrachten toekunnen. Lerarentekort opgelost. 
Misschien kan ik zelf wel vervroegd met pensioen als ik overbodig word. Blijven dromen kan altijd.

*(1 BSO = Buiten Schoolse Opvang

zaterdag 26 oktober 2019

Dromen bestaan

Bijkomen
Vele dromen
De rust
De stilte

Intomen
Uitstromen
Laat het los
Laat het gaan

In het water
De bomen
Zwiepen
heen en weer

Het is later
Al die dromen
Ze komen
En gaan

Dromen
Ze bestaan

maandag 21 oktober 2019

Tekort: Met de rug tegen de muur

Als kind van een jaar of 6 speelde ik tikkertje op het schoolplein. Omdat de lagere school met toen nog zes klassen, twee ingangen telde, een voor de onder- en een voor de bovenbouw - al weet ik me niet meer te herinneren waar de grens lag - schoten we langs de deur van de onderbouw naar binnen. Door de gang hollend om er aan de andere kant weer uit te hollen. Maar ai ai ai. Gesnapt door de hoofdmeester. De meester van klas 6 stuurde mij en mijn vriendinnetje naar binnen. Het klaslokaal van klas 6. Met de neus naar de muur moesten voor straf in de hoek staan. Terwijl klas 6, waar ook mijn broer in zat, naar binnen kwam, dacht ik na over wat er thuis wel niet verteld zou worden door mijn broer.

Nu in 2019, zo’n 50 jaar later, hol ik weer door de gang. Niet om de tikker te ontlopen, maar om een klas op te vangen, waarvan een leerkracht ziek is. Er is geen vervanger te krijgen. Vanaf vanmorgen 6.50u. ben ik in touw om te zoeken naar een invaller. Voor de vervangingspool is dit tijdstip te laat. Misschien nog een parttime collega zonder kleine kinderen of een stagiaire. Het lukt niet en dus is de volgende stap om de klas te verdelen. 
In de klassenmap staat hoe de verdeling is en er ligt een noodpakket klaar. Dit moet alleen nog wel even worden gekopieerd. O wacht, er is vandaag gym, dus de verdeling moet wat worden gewijzigd, want er is al een groep naar de gymzaal.
Als om 8.55u. iedereen weet naar welke groep hij of zij kan met het pakketje werk, leun ik met mijn rug tegen de muur. De oplossing voor vandaag is er een van hoge nood. Het onderwijs wordt er niet beter van, de leerkrachten die er vier of vijf leerlingen bij krijgen ervaren onrust en meer werkdruk, er zijn immers nog meer vingers die omhoog kunnen gaan en nog meer hulpvragen. Kan de hulp aan het het subgroepje van de eigen groep nog wel doorgang vinden? De groep waar leerlingen bijkomen moet wat inschikken en ruimte bieden. Dit heet kwaliteitstekort.
Uitrustend met mijn rug tegen de muur, sta ik ook figuurlijk met de rug tegen de muur. Wat is in zo’n situatie de goede oplossing? Kwam er nu maar een hoofdmeester of andere hoge pief om dit te bestraffen en vervolgens op te lossen. Deze noodmaatregel houdt geen stand en gaat ten koste van iedereen op school (werkpleziertekort)  en van de kwaliteit. De enigen die tevreden zijn, zijn de aanstuurders van het ministerie die denken dat het allemaal niet zo erg is en de ouders die gewoon naar hun werk kunnen. 
Juist omdat dit vaker voorkomt is het niet acceptabel. Dat heet lerarentekort.
Juist nu zou ik willen dat ik gesnapt werd in de gang, zodat men ziet dat dit eigenlijk niet kan. 

Mijn broer vertelde thuis niets. Er waren dus geen consequenties. Opgelucht kon ik thuis weer mezelf zijn en op school weer tikkertje spelen, maar dan op het plein.
De overheid en het ministerie van onderwijs zoekt doekjes voor het bloeden met een enkele zij-instromer, een subsidie of een nieuw curriculum of een opgeleide ouder. Maar de overheid en het ministerie van onderwijs zeggen niets toe. Er komt geen extra geld vrij. Dit heet investeringstekort. Er gebeurt niets in de richting van het rechtzetten van de salarissen in het PO, niets met de OOPers in het PO. De knip van de overheid zit dicht. Een kleine trap na: er mogen wel ouders of onderwijsassistenten voor de groep. Dit heet erkenningstekort.

Tekorten vragen om oplossingen. Welke oplossingen dragen bij aan het lerarentekort? En wellicht het schoolleiderstekort?
Er zijn al veel mogelijke oplossingen en investeringen langs gekomen. Één van de meest houdbare zijn die van investeringen, andere koers en van minder lesuren. Dat er iets moet gebeuren is duidelijk. Laten we er vooral samen voor gaan. Maar zorg wel dat de kwaliteit behouden blijft, leerkrachten de waardering krijgen en het werkplezier voorop staat. Daar is nu eenmaal geld voor nodig.
Dan wil ik best nog een sprintje trekken. Door de gang. 

zaterdag 17 augustus 2019

Schoolleiders gezocht of schoolleiders verkocht?

Geachte minister Slob, geachte Tweede Kamerleden,

Het onderwijs is boeiend
Schoolleiderstekort is groeiend.
Directievacatures groeien, met meer dan 700 fte,
Leerkrachten vinden, het valt niet mee.
We willen niet zeuren,
maar er moet iets gebeuren!

Tekorten in het onderwijs zijn desastreus
U stelt ons geen andere keus
Wij staan voor kwaliteit
En voor continuïteit
Leerlingen verdienen goed onderwijs
Medewerkers (alle!) verdienen een goede prijs
Goede schoolleiders, OOPers en leraren
Nee, u kunt niet voor u uit blijven staren.

Het achterblijven van erkenning
Zonder enige verwenning
geactualiseerde arbeidsvoorwaarden voor directeuren,
Het moet nu toch echt gebeuren
vastgelegd in een nieuwe CAO,
Ik breng u toch niet van uw apropos?

Ons mooie beroep aantrekkelijk maken en te houden
Geeft ons een gevoel van cum laude
Passende positionering, 
Arbeidsvoorwaarden en facilitering
Zijn nodig, de tering naar de nering?

Hoge taakbelasting en grote verantwoordelijkheid
Moeten beloond worden met aandacht en gerechtigheid
Budget hiervoor moet vanzelfsprekend zijn.
Dit zeg ik zonder enig venijn.
Mijn eis namens alle directeuren
Die blijven zoeken en speuren
Is op zeer korte termijn:

• een nieuwe CAO PO afgesloten wordt waarin de geactualiseerde functiebeschrijvingen voor directeuren zijn opgenomen.
Waarin de directies weer tot hun recht komen.
Met nieuwe salarisschalen (zoals D11, D12 en D13 en A10, A11 en A12)
Waarbij u loon naar arbeid kunt betalen

• het oplopende tekort aan schoolleiders serieuze aandacht krijgt
En u niet de gesprekken maar aan elkaar rijgt
En hoopt dat men wel zwijgt
In oplossingen investeren
En het onderwijs weer goed beheren
Ik hoop dat u nu naar behoud van onderwijs neigt

• de werkdruk ook voor schoolleiders
Wordt teruggedrongen met neerwaartse glijders

• een noodpakket aan investeringen
 beschikbaar komt voor onderwijslegeringen

We hebben nog niet alles gehad,
Ik wil op langere termijn dat:
• In samenspraak met schoolleiders een stevige agenda tot stand komt 
Voor het positioneren en faciliteren van schoolleiders;
En niet dat u achter uw bureau gromt
Met zoethoudertjes en afleiders

• Onderwijs wordt gepositioneerd als belangrijke maatschappelijke en economische factor 
Net zoals een boer met akkerland en een goed uitgeruste tractor
Aandacht en investeringen krijgen die nodig zijn
Voor de toekomst van onze kinderen, van mijn en dijn

• Er een meerjarige investeringsagenda voor de sector komt die perspectief biedt 
En die het nodige nuttige en aangename daadwerkelijk ziet
Om personeel te kunnen behouden (ontwikkeling en doorstroom) en aan te trekken (instroom).
Het begint te lekken, nu toch echt van de gekken

De politiek is aan zet.
Wij gaan rond met de pet.
Wilt u een ramp voorkomen,
Zult u over de brug moeten komen
extra investeren
in funderend onderwijs
Is leren beheren
En dat heeft een prijs
Onomkeerbaar
onontkoombaar!

Hanneke de Frel, schoolleider
Octantschool Vlinderboom
Pijnacker



zondag 11 augustus 2019

Onderwijzen, wat is dat?

Door de verandering in de maatschappij lijkt ook het woord onderwijs aan verandering onderhevig. De inhoud van ons onderwijs is door een naar verhouding kleine groep onderwijsmensen onder de loep genomen in een nieuw curriculum. Voor- en tegenstanders zijn er, al lijkt er meer tegenstand, maar zal er na vandaag toch verandering van inhoud worden doorgevoerd. Is dat erg?

Allereerst eens terug naar het woord onderwijzen. Opzoekend (prettige vaardigheid overigens) via encyclo.nl kwam ik de volgende betekenissen tegen:
1. Lessen geven
2. Scholing verzorgen voor iemand, opleiden
3. Anderen rechtstreeks onderwijzen in kennis, gedrag en vaardigheid
4. Op een school aan leerlingen iets leren (ook wel doceren of lesgeven genoemd)

Of de inhoud iets wijzigt en we een breuk meer of minder moeten kennen, zal echter niet zo’n vaart lopen. Geïnteresseerden kunnen altijd meer krijgen, degenen die het lastig vinden leren we de basale kennis.
Waar het mij om gaat is wat leerlingen op de basisschool nodig hebben om de volgende stap te kunnen maken in hun ontwikkelingsprojecten. We hebben het dan bijvoorbeeld over lessen empathie, technieklessen, burgerschapsvorming, persoonsvorming, 21ste eeuwse vaardigheden, en noem maar op.
De volledige aandacht op kennis lijkt wat achterhaald. De volledige aandacht op vaardigheden vind ik wat te ver gaan. Een mooie mix moet mogelijk zijn, maar ... er moet natuurlijk niet steeds meer bij komen. Misschien - ik zeg het voorzichtig - kan het nieuwe curriculum daarin bijdragen. 
Ik ben wel van mening, dat er in het basisonderwijs ook echt lessen gegeven moeten worden zoals bovenstaande betekenissen ook weergeven, waarin instructie geboden moet worden. Dat zal niet voor elk kind evenveel of even intensief zijn, maar er zullen zaken geleerd moet worden en dus daadwerkelijk gedoceerd door een leerkracht. Aanleren van letters, cijfers, van lezen en rekenen, maar ook het spelen met taal is niet onlosmakelijk te zien zonder een goede leerkracht. 
Die leerkracht zal de didactische kennis moeten bezitten om dit op een goede stapsgewijze manier over te brengen van concreet naar abstract. Dat is onderwijzen. Neemt niet weg, dat hij het kind ook in de gaten houdt hoe het zich voelt, hoe hij/zij dit kind veiligheid kan bieden en daarbij zal hij zijn pedagogische kwaliteiten inzetten. Lessen empathie vind ik dan ook wat overtrokken, tenzij dit natuurlijk niet lukt op wat voor manier dan ook. 
Daarbij doorspekt zijn er uiteraard ook vaardigheden die leerlingen moeten leren, dat staat boven kijf.
Wat tegenwoordig meer naar voren komt, wat echt een positieve ontwikkeling is, is de bewustwording van het leerproces van de leerling, maar ook die van de leerkracht en eigenlijk van ieder mens. Het eigenaarschap. Het ontwikkelen van nieuwsgierigheid en het aanwakkeren van de intrinsieke motivatie. Dit helpt iedereen verder. Mij ook. Het mooie is dat je dan ook leert naar je eigen handelen te kijken en te bedenken hoe ik, jij of de leerling dit anders kan doen de volgende keer. Een leven lang leren. Dat is echt een toegevoegde waarde. En daarin krijgen de vaardigheden een wat prominentere rol.
Er ligt dan ook een mooie rl voor de leerkracht om de leerling te kennen en  ‘lezen’. Zo leert de leerkracht wat leerlingen nodig hebben van jou. En dat kan van alles zijn. Kennis, vaardigheid, maar soms een aai over zijn bol, een stimulans of een compliment. Zorg dat de leerling zich prettig voelt bij jou als leerkracht en geef hem/haar de ruimte.
Dit geldt trouwens net zo goed voor een schoolleider en zijn leerkrachten, voor een bestuurder en zijn directeuren, voor elke vorm van werkgevers en werknemers. Zorg voor een goede relatie, geef elkaar daar de ruimte, geef hen de autonomie. Men zal zich competent voelen of daarnaar streven. Een goede balans van deze drie bekende termen houdt elkaar in evenwicht.