On(der)wijs

Welkom op de pagina van onwijs onderwijs. Waarom onwijs? Onderwijs is boeiend en inspirerend, kinderen zijn uniek, elk kind is er een met een aparte gebruiksaanwijziging, elk kind heeft recht op zijn eigen onderwijsbehoefte in zijn eigen omgeving. Raakt u ook al in een flow van bevlogenheid? Op deze blog vindt u allerlei verhalen, beschouwingen en leuke anekdotes over het basisonderwijs in het algemeen. In het bijzonder over de mensen die hier direct of indirect mee te maken hebben: leerkrachten, kinderen, ouders, directeuren, (G)MR-, oudercommissies, ondersteunend personeel en externe instanties, die hiermee te maken hebben.







Veel plezier!







vrijdag 19 juli 2013

Er liggen 6 weken vrijheid voor je.

Als de zomervakantie is begonnen geeft dit een heerlijk gevoel. Er liggen 6 weken vrijheid voor je. Niet op de klok hoeven kijken. Niets moeten. 


Het moment van de start van de zomervakantie is heerlijk. Die 6 weken die voor je liggen. Even geen vergaderingen voorbereiden, niet steeds op de klok kijken en gewoon eens even niet iets hoeven. Mmmmm.
In de eerste dagen valt er dan altijd iets over je heen. Een soort vermoeidheid die nog even uit je lijf moet. 
Vanmiddag is het al begonnen. Ik kon het niet tegenhouden. Een loom gevoel begint in het midden van je lijf. Armen en benen willen ineens niet meer alles doen. De luiken vallen bijna dicht. Door te gaan liggen geef ik toe aan dit verschijnsel. Een uur laten word ik wakker te worden en het eerste stukje ontstressing is achter de rug. Het vakantiegevoel komt langzaam binnen en het lijf komt in de stemming.
Vakantie is ook meer aandacht voor thuis. Altijd maar de school voorrang geven als er iets is. 's Avonds weg moeten voor de school. Iets dat van huis uit geregeld moet worden via de mail of de telefoon. Een uitdaging die iets van de medewerkers vraagt. Mensen en vooral kinderen die aandacht vragen en verdienen. Fijn dat het eventjes niet hoeft.
Terug naar de basis van het leven: Eten, leven, bewegen, ontspannen, rusten. Aaandacht voor gezin, familie en vrienden. Lezen, genieten van natuur en cultuur en creativiteit ontwikkelen. Even niets, gedachten voorbij laten gaan en ruimte geven in je hoofd. 
Het hoofd raakt leeg en opgeruimd. Het lijf rust uit. Het energielevel gaat weer omhoog.
En toch weet ik nu al, dat het over een week of vier begint te kriebelen. Dan heb ik weer zin om aan het werk te gaan. Heerlijk.

zondag 14 juli 2013

Wie bepaalt de werkdruk?

De werkdruk in het onderwijs is niet nieuw. Daarover praten ook niet. Met alle media, invloeden en drukte van het werk zelf, lijken we in een neerwaartse stroomversnelling te komen. Is dat terecht of niet?

Onderwijs is een intensieve baan. De uren voor de klas moet je fit zijn. Je moet bereikbaar zijn voor ouders. Er moeten buiten de contacturen rapporten worden gemaakt, feesten georganiseerd, kinderen volgen, registreren en documenteren en noem maar op. Ooit heeft iemand een mooi getal ontwikkeld van 1659 uur op jaarbasis van een fultimer. Of het klopt of niet, het is een goede richtlijn.
De meeste mensen in het onderwijs zullen dit bovenstaande herkennen. De vraag is hoe ze dit ervaren? Hebben ze plezier in hun werk? Waarom wel/niet?
Net als iedereen zijn ook leerkrachten in een bepaalde levensfase, waarin de druk in privéleven hoger kan worden. Denk bijvoorbeeld aan de zorg voor kinderen, zorg voor ouders, een verhuizing of de baan van de partner die misschien op de tocht staat. Daarnaast is ook de tijdgeest veranderd. Er is meer digitaal te zien. Mensen willen misschien meer. Weekenden zijn niet vol met lekker niks doen en ontspannen, maar vol met allerlei planningen, bezoekjes en opvullen van tijd.
Bovenstaande zijn de omstandigheden waarin we verkeren. De vraag is nu wat leerkrachten ervaren. Hoe komt het dat zij dit zo ervaren? Wat hebben zij nodig om meer werkplezier en daardoor minder werkdruk te ervaren? Houden leerkrachten het misschien zelf in stand? 
Ervaringen van leerkrachten zijn moeilijk te veranderen. Naast enkele dingen die administratief meer worden en waardoor de druk - ook van de inspectie - mhoger wordt, zal ook de perceptie van het werk moeten wijzigen. Niet alles is zwaar. Er zijn ook een heleboel leuke dingen te constateren in het onderwijs. Het werken met kinderen, kinderen iets leren, kinderen begeleiden, plezier maken met kinderen, kinderen een veilige plek bieden en noem maar op. Het kind staat centraal.
Bij het kind horen een heleboel andere mensen en een bepaalde omgeving, die invloed heeft op die ontwikkeling. Het mooie van het onderwijs is, om daarin een weg te zoeken om het beste uit dit kind te halen. Wat heeft dit kind nodig om verder te kunnen in zijn ontwikkeling. Wat is mijn rol als leerkracht hierin?
Er zijn een aantal dingen die moeten en een aantal dingen waarin keuzes gemaakt kunnen worden. Ook daarin bewust worden wat wel en niet moet, maar vooral ook bewust worden waar je wel en geen energie van krijgt is een belangrijk onderwerp om de school te laten zijn, zoals een team dat wil en ziet. Wat zijn de mogelijkheden? 
Een school is er om enerzijds dingen te leren en kinderen te laten ontwikkelen, anderzijds is de school er om te sprankelen en te bruisen, zodat het kind daar de fijnste en leukste tijd van zijn leven heeft. Daarin is de leerkracht een spil. Dat maakt dit vak zo'n inspirerend beroep. Geniet ervan.

zaterdag 13 juli 2013

Uitkijken naar de zomer(vakantie).

Hoe dichter de vakantie nadert, hoe meer men er behoefte aan schijnt te hebben. Al plan je alles nog zo goed, er lijken altijd nog zaken te zijn, die plotseling gebeuren, ook nog even moeten of er komen toch nog wat incidenten langs, die niet kunnen wachten. Ik zie het om me heen gebeuren, maar ervaar het zelf net zo.

Noord en Zuid Nederland heeft al vakantie. De één een week, de ander zelfs al twee weken. Midden Nederland, waartoe wij behoren heeft nog een week om alle zaakjes tot een goed einde te volbrengen. 
Het is een raar idee. Een deel van Nederland heeft al een derde deel van de vakantie erop zitten. Wij moeten nog beginnen.
Het lijkt altijd een psychologische reactie. Je weet dat het volgende week vakantie is, er staan nog een paar dingen op de rol, het is allemaal bijna afgerond, veel kinderen en leerkrachten zijn moe, de lontjes worden korter en het lijkt wel of men minder intensief alles tot zich neemt. Alsof je toe bent aan vakantie.
Tussendoor komen er toch nog onverwachte zaken, een ouder die langskomt, een kind die aandacht behoeft, een bestelling die niet klopt of een stroomvoorziening die niet geheel in orde lijkt. Ook willen sommigen ineens op het laatste moment toch nog iets voor elkaar krijgen, wat gewoon niet haalbaar meer is voor de vakantie. Nog snel iets geregeld willen krijgen of toch nog linksaf ipv rechtsaf slaan. 
Diep inademen, rustig uitademen. Prioriteiten stellen. Een planning maken. Wat moet nog gebeuren? Wat is ook nog meegenomen als dat ook nog gebeurt? Wat kan wachten? 
Het zijn allemaal logische dingen, die op elke school, in elk bedrijf en bij ieder mens in meer of mindere mate voorkomt. Het geeft ook niet, het komt (bijna) altijd goed.
Het gekke is, dat als dan de vakantie is begonnen, de uitputting een extra dimensie krijgt. Alsof er een berg beklommen is. Zo moe. Het kost een paar dagen om tot een acceptabel niveau te komen. Afkicken misschien. Dan pas is het echt vakantie en kun je de school echt even achter je laten. Rustig genieten van de vrije tijd. Niet op de klok hoeven kijken hoe het rooster van de dag eruit eruit ziet. Uitslapen. 
In de laatste week van de zomervakantie beginnen alle raderen te draaien en zijn we weer aanwezig op school. Klaarzetten, schriften schrijven, klas inrichten, dossiers op orde maken, gesprekken inplannen en noem maar op. 
Maar eerst genieten. Bijna vakantie. Heerlijk! Blik op oneindig en horloge in de kast.

zaterdag 29 juni 2013

Wapperende vlaggen en bungelende tassen

De vlaggen wapperen in elke straat, tassen bungelen aan het puntje. Veel scholieren hebben hun examen afgerond. Ze kunnen opgelucht ademhalen. Onze dochter balanceert op het randje. Haalt ze het wel of haalt ze het niet?

Eind vorig schooljaar werden wij gebeld. Dochter zat in de bespreekmarge. Wat zouden wij als ouders ervan vinden? Enerzijds zou ze ervan leren om een jaar te doubleren. Anderzijds, dacht ik, zou ze lui worden, de motivatie zou dalen en ze zou waarschijnlijk nog minder gaan doen. Wat nu?
De school had het geval "dochter" besproken in de lerarenvergadering met als onderwerp "overgang". Men besloot haar door te laten gaan.
Onze dochter is een nuchter type. Ze houdt van gezelligheid en kletst zowel bij haar vriendinnen als achter in de klas. Het opletten in de les wordt hierdoor enigszins verstoord. Menig leraar zou een dagje zonder dochter als rustig ervaren. Niet dat ze vervelend is, maar dat gegiebel, u kunt zich er vast iets bij voorstellen. Ze zat vaak boven aan haar bureau met voor zich een laptop en naast zich haar mobiele telefoon. Er lag vaak wel een leerboek open en soms schreef ze ook wat op een kladblok, maar of de tijd effectief benut werd, betwijfelde ik.
Het profiel van onze dochter bevatte de minst vervelende vakken voor haar. Dochter wilde geen talen, geen geschiedenis en aardrijkskunde en liever geen biologie. Er bleef niet veel over dan een NT profiel met de moeilijkste wiskunde, natuurkunde, scheikunde, economie en de verplichte vakken Engels en Nederlands. Met de strengere eisen voor het eindexamen zou het geen sinecure worden.
Het jaar kabbelde voort. Af en toe bereikte ons een telefoontje van school. Dochter was niet verschenen bij de eerste twee uren, dochter was er niet bij eerste uur, waar was dochter gisteren, etc. Dochter sliep heerlijk in haar hoogslaper en zette de wekker nog weleens uit, als ze erg moe was. Dus... versliep ze zich voor de les. Ze moest dan weer wat extra uren inhalen, maar het leek haar niet echt onder de indruk te brengen. Niet alle keren waren wij hiervan op de hoogte. Haar broers namen de telefoon met een zichtbare nummerherkenning op met een zware stem en alleen de achternaam. Ze konden makkelijk haar vader zijn.
Het is goed om niet alles te weten, als het het hierom gaat.
De gestolen examens in Rotterdam gooiden wat extra spanning bij de uitslag van het examen. Noor werd gebeld op de 13de, en dat cijfer alleen al betekende niet veel goeds. Een herexamen. Economie of natuurkunde. 
Economie was alweer geen optie, dus de minst slechte keuze bleef over. Het geluk van een behulpzame mentor, die ook natuurkunde gaf, besloot haar een aantal dagen bij te spijkeren. Noor ging trouw naar school. Ze werd ook geholpen door haar broers. Met name de broer boven haar kon haar ook wat sturing toedienen en wat handvatten bieden.
Op woensdag 19 juni ging ze op hoop van zegen door naar de tweede ronde. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Ze had een 4,3 gehaald en een 5,7 nodig. Dat was flink wat meer. Op 26 juni kwam daar het verlossende telefoontje van haarzelf, terwijl ik zelf op het werk was en in gedachte was over een extra jaar. Het zou niet zo erg zijn met haar 16 jaar. Ze kan nog een jaar sterker en ouder en wellicht ook wat wijzer worden. 
Het verlossende woord kwam. Dochter belde me op. Ik ben net gebeld en ik ben geslaagd. Wat? Wat gaaf! En ik had een 7,4. He? Een 7,4? Hoe kan dat dan? Ja, dat wist dochter ook niet. 
Door dolle heen, misschien wel meer dan dochter zelf, vertelde ik mijn collega's wat dochter had gedaan: Geslaagd! Hoe is het mogelijk? De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ze wist het zelf ook niet.
Versuft en verbaasd zaten we 's avonds al meteen in het stadstheater om de uitreiking bij te wonen. Bijzonder moment. Fijn dat ze het gehaald had.
Meteen realiseerden we ons, dat dit meteen een afsluiting is van een een periode. De laatste was geslaagd voor een diploma van de middelbare school. Kleine kinderen worden groot. En meiden misschien wel sneller dan knullen. Op weg naar een nieuwe uitdaging. 
Met recht en trots kon de vlag ook aan ons huis wapperen, aan het puntje een bungelende tas. BOHBOH HBHBO


zondag 23 juni 2013

Bezuinigen

Al enkele jaren is er crisis. Bezuinigen, banken die omvallen en die we met z'n allen overeind moeten helpen, besparen, ander werk zoeken, omscholen, noem maar op. Bijna iedereen heeft er mee te maken. Ook in het onderwijs merken we dat we zuiniger aan moeten doen. Wat kunnen we hieraan doen? Wat zeggen economen? Wat zeggen wijzelf? Wat vindt u?

Om dicht bij huis te beginnen. Als er in het huishouden minder geld binnen komt, kun je minder uitgeven. Simpel en heel goed te overzien. Een hypotheek op een huis kan nog, maar geld lenen doe ik zelf niet graag. Als ik het niet heb, geef ik het niet uit. Nee, eerder andersom. Sparen voor iets bijzonders.
Dichtbij huis zorgen wij ook eerst voor de dingen die moeten, die horen bij ons levensonderhoud. Een woning, gas, water en licht, eten, kleding, meubilair, scholing. Natuurlijk horen daar tegenwoordig nog een aantal extra's bij. 
Voorzien in het levensonderhoud is een must. Zoeken naar werk is belangrijk. Het vinden van werk staat hoog in het vaandel, liefst naar een passend baan en een leuke job. 
Bezuinigen op huiselijk niveau is relatief eenvoudig(t.o.v. van de crisis in Europa), tenzij je echt heel weinig hebt, omdat je dan moet zoeken waarop je moet bezuinigen. Minder kleren kopen, we hebben immers genoeg. Kleren kopen bij tweedehands winkels. Je zoekt winkels met aanbiedingen. Creatief met koken. Boeken lenen bij de bieb. Tijdschriften lezen van een ander of in de bieb. Kamperen in Nederland. Huiskapper. Goedkope verzekering. Een tweedehands of geen auto. Er zijn een heleboel dingen mogelijk, al ben ik me er terdege van bewust dat er mensen zijn, die op de armoedegrens leven.
Op een ander niveau zien we bij werkgevers - bijvoorbeeld het onderwijs - zaken, waarop bezuinigd kan worden. Extreme etentjes, leaseauto's, eigen chauffeur, werkkleding, schoonmaak, meubilair, materialen, presentjes, etc. Bekijk eens wat echt nodig is. Waar kan op bezuinigd worden. Ik vind zelf dat dat binnen het onderwijs niet zo heel makkelijk is. Op leermiddelen kun je bijna niet bezuinigen, het budget is al niet zo heel groot. Wat er niet is, kun je toch wel een beetje uitgeven. Je staat dan als school iets in de min. Binnen een stichting kan dat worden opgevangen. Het gevaar ligt op de loer, dat een stichting iets krimpt en minder middelen binnen krijgt. Daar hebben wij als school dan ook weer mee te maken.
Het grootste gedeelte van het onderwijsbudget zit 'm in het personeel. Daarop bezuinigen zou de klassen alleen nog maar groter maken. Dat willen we ook niet. Dat zou immers ten koste gaan van de aandacht voor kinderen. Ook al beweren wetenschappers, dat het niet aan de resulaten ligt als de klassen groter zijn, het ligt wel degelijk aan het welbevinden van kinderen en leerkrachten, als er steeds meer zorgkinderen binnen de basisschool blijven (Passend Onderwijs). De leerkracht voor de steeds groter wordende groep moet immers aan de onderbehoefte van ieder kind kunnen voldoen. En ook al is dat misschien hetzelfde niveau, het vergt voor ieder kind een andere benadering. Dat kan zijn herhaling, visueel, met materiaal, met een maatje, via een computerprogramma o.i.d.
In het onderwijs kunnen we ook de geijkte schoolreisjes, Paasontbijt, sportdag e.d. afschaffen, maar dit betaalt de school niet. Dit betalen de ouders.
Op macroniveau zien we in Nederland allerhande bedrijven, onderwijs, verzorging, politie, sport, cultuur, de banken, de infrastructuur, nieuws en noem maar op. Hoe en waarop moet er dan worden bezuinigd?
Is het dan niet zaak om te bekijken wat echt nodig is voor ons levensonderhoud? Dan denk ik dat er best een heleboel dingen weg kunnen. Wat overblijft zijn de supermarkten, het onderwijs, de gezondheidszorg(+beweging), de politie/brandweer en de infrastructuur(de bouw in het algemeen). En natuurlijk zijn er nog mensen nodig, die dit allemaal regelen. En materialen die dit vergemakkelijken. Daarnaast moeten we zuinig zijn met het teveel geld pompen in dingen, die niet echt nodig zijn. Maar goed, daar begint de discussie, want wat is nu precies wel en niet nodig? Is een pretpark nodig? Is defensie nodig? Is cultuur nodig? Topsport? Mooi kleurtje op de muur? Een tweede of derde servies? Een auto?
Eigenlijk zijn we in Nederland - over het algemeen - behoorlijk verwend. Wij hebben best veel. Er zijn mensen, die het minder hebben, meer moeten bezuinigen, creatief moeten omgaan met de dingen die ze hebben en die moeite moeten doen om alle eindjes aan elkaar te knopen. Meestal hebben ze een woning, kleding en eten. Soms ook werk.
Terug naar de basis. Terug naar minder hebben hebben hebben. Terug naar hergebruik en duurzaamheid. Terug naar zuinigheid. Zuinigheid met vlijt, bouwt immers huizen als kastelen.

vrijdag 21 juni 2013

Evalueren

Aan het eind van het schooljaar is het gebruikelijk om een plannings- en evaluatiedag te houden. Samen met alle collega's. Om terug te blikken en vooruit te kijken. Terugblikken op het afgelopen jaar. Kijken naar alles wat voorbij gegaan is. Vooruit kijken naar het nieuwe schooljaar. Wat gaat er komen, hoe plannen we de zaken in.

Evalueren betekent beoordelen en waarderen. Evalueren is van zichzelf al een prachtig woord. Als je het uitspreekt, klinkt het al als muziek in oren. Het benadert het waarderen, niet zo zeer het beoordelen. Toch is het goed om kritisch terug te kijken. Wat is er in het afgelopen jaar allemaal gebeurd? Wat is goed gelukt? Welke doelen zijn behaald? Wat is er nog niet gelukt? Welke dingen willen we nog bereiken?
Zo zal elk schoolteam, groot of klein, jong of oud, onderbouw en bovenbouw, blond of grijs, donker of licht zijn eigen dag in elkaar gedraaid hebben. 
Ook wij hebben als school samen met het onderwijzend personeel een mooie ontmoetingsdag gehouden. Buiten de school. Dat alleen al was een prettige bijkomstigheid. Een andere omgeving. Een mix van collega's die zich weer eens bij andere bouwen voegden of met andere collega's mengden. 
Het nuttige van zo'n dag is natuurlijk het terugkijken en bespreken wat is geweest en het inplannen van de nieuwe activiteiten voor de toekomst. 
Het mooie van zo'n dag is dat we met een groep mensen samen zijn. Allemaal mensen met een een eigen verhaal. Mensen die je regelmatig ziet in de werkomgeving, maar die je ook gaat waarderen om hun eigenschappen. Allemaal verschillende mensen, die samen hetzelfde doel nastreven en samen staan voor de kinderen van een school.
Elk teamlid is een deel van die school. Iedereen heeft daarin zijn eigen rol. Elk mens heeft unieke eigenschappen, die samenkomen in het team en daarin verschillende interacties met zich meebrengen. Soms prettig, soms minder prettig, maar goed om ermee te leren omgaan. Hoe doen we dat?
De kunst is om ieder teamlid in zijn kracht te kunnen laten werken. Waar is het goed in, waarin kan hij (bij ons zijn er alleen maar zij-en) zich verder ontwikkelen en versterken. Kun je leren om naar jezelf te kijken?
Zo zie je dat niet alleen een schooljaar wordt geevalueerd, maar ook je eigen persoonlijk handelen moet je voortdurend evalueren. Dan gaan we reflecteren. De spiegel voorhouden. Wat heb ik goed gedaan? Waarin kan ik mezelf versterken en verdiepen? Durf je naar jezelf te kijken? 
Wanneer een team samenwerkt is het geven van feedback heel belangrijk. Veel draait om communiceren. Vooral de manier waarop de dingen ter sprake brengen is van belang. Dan geeft het ook niet of je tops benoemd of tips bespreekt. Openheid, eerlijkheid en duidelijkheid is de weg om verder te gaan. Daarin maken we allemaal weleens een misstap. Als je het goede, jouw doel maar voor ogen houdt, het plan aanpast en je verder richt op de toekomst. Na het evalueren weer vooruit kijken.


zondag 2 juni 2013

Wat leren kinderen? Leren doe je samen!

Wat leren kinderen op de basisschool? Wat moeten kinderen leren? Welke competenties moeten zij bezitten als ze van de basisschool afkomen?Welke invloed heeft hun omgeving daarop? Wie zijn de begeleiders van het kind? Wat kunnen we doen om het rendement zo hoog mogelijk te laten zijn? Wat is de invloed van de inspectie?

Kinderen op de basisschool leren lezen, rekenen en taal. Dat vindt de inspectie natuurlijk prima en zij schroeven daarbij de normen flink op. Maar er is veel meer wat kinderen in de basis op de basisschool leren. Denk aan bijvoorbeeld samenwerken, zelfstandigheid, sociale redzaamheid, wereldorientatie (denk aan: geschiedenis, aardrijkskunde, natuur en techniek), muziek, handvaardigheid en creativiteit. 
Het brede aanbod van de basisschool mag er wezen. Dat is goed. Ook de criteria waaraan het reken- en taal/leesonderwijs moet voldoen is goed. Het aantal uren reken- en taal/leesonderwijs ligt op 5 + 9 = 14 uur, mits dit op een goede effectiviteit en een goede instructie behoeft op verschillende niveaus. Wanneer dan nog het niveau niet wordt gehaald, zal eraan getrokken moeten worden. De vraag is hoever moet je gaan?
Ook de omgeving heeft een enorme invloed op de motivatie en prikkel van het kind om te komen tot het effectieve leren. In eerste instantie denken we aan de thuissituatie, maar ook vriendjes en vriendinnetjes spelen een rol, opa en oma en de plekken waar een kind nog meer komt: sport, scouting, muziek, dans, theater e.d. Welke eisen worden gesteld?
Vele begeleiders en opvoedkundigen die in aanraking komen met het kind. De belangrijkste blijven de ouders/verzorgers en de leerkracht(em) op school. Zij zien het kind het meest. Zaak dus om de handen ineen te slaan en samen op te trekken om er het beste van te maken. Luisteren naar elkaar. Goed luisteren. Wat ervaart een kind op school? Wat doet het thuis? Ervaringsdeskundigen moeten samen gaan voor de ontwikkeling van het kind.
De vraag hoe het rendement zo hoog mogelijk kan, is een gezamenlijke vraag. Zijn de leesresultaten laag, dan is het gewenst om thuis ook het aantal leeskilometers mee te helpen te verhogen. Is een kind thuis angstig, dan is het goed om hierover op school te praten. Lukt het niet met automatiseren of zijn er andere belemmerende factoren, bekijk dan wat het kind wel kan en hoe we dit kind kunnen helpen.
De inspectie tenslotte is een lastig punt. Enerzijds is het goed dat er een onafhankelijk orgaan is, dat de kwaliteit van het onderwijs bekijkt en beoordeelt. Het is goed om te zorgen dat de kwaliteit zo hoog mogelijk ligt. Anderzijds heb ik mijn bedenkingen met de strakke normen (wie heeft die bepaalt?) en afrekencultuur van de inspectie. Wegen ze alle inzet en activiteiten mee? Kijken ze hoe de geschiedenis van de school eruit ziet? Zien ze dat langdurig zieken of zwangeren in een school met daarbij de nodige invallers de kwaliteit niet altijd ten goede komt?
Belangrijk zijn de manier waarop de professionele lesgevers cq opvoeders met de leerstof en de kinderen omgaan. Zorg dat je dat kunt laten zien. Kun je uitleggen waarom het niet is gelukt om bepaalde normen te halen? Dan is een school bewust bezig met hoe, op welke manier ze bepaalde lesdoelen wel of niet heeft gehaald.
Met al deze goede bedoelingen van ouders, leerkrachten, inspectie en wie zich ook buigt over de resultaten, laat het kind vooral centraal blijven staan en laat zijn ontwikkeling daarin leidend zijn.


zaterdag 25 mei 2013

Dromen zijn geen bedrog!

Wie durft te dromen, heeft de toekomst. Door te dromen over idealen, kun je verder denken, buiten de grenzen. Daarna komen pas realiteit, mogelijkheden en acties. Het TROAmodel.

TROA betekent Toekomst, Realiteit, Opties en Acties.

Toekomst
Als je iets wilt bereiken is het goed om bepaalde dromen te hebben. Toekomstdromen. Hoe wil je dat jouw toekomst eruit ziet? Hoe zie jij de toekomst? Wat zou je willen? Laat je daarbij even door niets in de weg staan. Dat komt later. Waar zou jij willen wonen? Wat voor werk lijkt je leuk? Wat is een ideaal dat je graag zou willen bereiken? Welke hobby zou je nu eens uit willen oefenen?
Op school kun je dit betrekken in de klas bij de leerlingen. Ze komen met een mooi idee. Laat ze dromen. Laat ze bedenken wat ze hiermee zouden willen. Hoe moet het eruit zien. Wie willen ze laten meedoen?
Op school wil je een klas met Tablets inrichten. Gaaf. Dat is een droom van mij als ICTer bij ons op school.

Realiteit
Na de dromen ga je bekijken wat reeel is. Wil je heel graag huisarts worden, maar kun je niet naar de universiteit, dan zul je je droom en jouw plannen moeten bijstellen. Wanneer je heel graag naar Australie zou willen verhuizen, maar jijzelf en misschien de kinderen willen dat niet, dan zijn er misschien andere alternatieven, die wel realistisch zijn.
De klas met tablets is financieel niet haalbaar, maar we hebben een klein subsidiepotje. Realistisch is dat er wel wat geld beschikbaar is voor een paar tablets. 

Opties
Nadat je je gerealiseerd hebt, dat bepaalde dingen wel en andere dingen niet kunnen, ga je de mogelijkheden onderzoeken. Wat is haalbaar? Wat wil ik? Wat is mogelijk? Welke opties heb ik? Dan wordt er afgewogen of deze opties ook daadwerkelijk uitvoerbaar zijn en je droom een klein stukje waarheid kunnen worden.
In het voorbeeld van de Tablets is er bekeken welke soorten er zijn. Wat is handig voor op school. Hoeveel kan ik er aanschaffen? Wat kan ik ermee doen? Zijn de tablets te gebruiken door leerlingen en leerkrachten? Kunnen de tablets in het netwerk gehangen worden? Welk merk is geschikt? Inventarisatie van alle voordelen en nadelen.

Acties
Alvorens tot actie over te gaan is het goed om via de realiteit en de opties alle mogelijkheden zo goed uit te kristalliseren, dat je een plan hebt met hetgeen je wilt doen. Dan kun je overgaan tot actie. Je weet namelijk hoe je het plan wilt uitvoeren, wie je daarvoor nodig hebt, hoe je het gaat financieren, welke belemmeringen er zijn en wat nog overwonnen moet worden.
In geval van de Tablets op school, gaan we nu afhankelijk van de prijs 4 of 5 tablets aanschaffen voor de MáxiMeergroep, de kinderen die extra hulp kunnen gebruiken en eventueel ook te gebruiken zijn door leerkrachten op school.
Hiervoor wordt een plek ingericht op school waar ze worden bewaard en hoe. Er worden tablets aangeschaf die in het netwerk gebruikt kunnen worden. Zo kunnen de leerlingen en de leerkrachten hun eigen documenten in hun eigen map bewaren.

Missie geslaagd.
Wat eerst een grote onbereikbare droom leek, blijkt nu in een kleinere vorm werkelijkheid te worden. We gaan zien hoe het uitpakt, maar ik heb er helemaal zin in! Wie weet wat de volgende droom wordt.

vrijdag 24 mei 2013

Goedemorgen

Elke morgen sta ik bij de ingang van de school. Ouders en kinderen begroeten. Goedemorgen wensen. Daarbij noem ik de naam van elk kind. Dat is makkelijk, als je er elke dag staat en zo iedere keer kunt oefenen. Ook erg leuk om de reactie van kinderen te zien. Het mooiste is de afwachtende gezichtjes te zien, die eventjes niet direct gedag worden gezegd. Die verwachting...

Verbindingen en communicatie geven relaties, het is iets waar wij als mensen niet buiten kunnen. We hebben die verbinding en de relatie nodig om voort te leven. Netwerken - face to face is of via een digitaal kanaal - helpt ons te ontwikkelen, onze meningen bij te schaven, ideeen te geven, te inspireren en te enthousiasmeren. Het geeft altijd een meerwaarde. 1 + 1 is meer dan 2.
In het onderwijs is dat niet anders. Gericht op de ontwikkeling van kinderen, maar daarnaast ook toezien op het feit dat een kind een uniek wezen is, dat zichzelf mag zijn.
Dat begint al aan het begin van de dag. Het zien van de kinderen, die binnenkomen op school geeft hen - hoop ik - het gevoel, dat ze gezien mogen worden. Dat zelfde geldt voor de ouders. Het geeft een toegankelijkheid, een bereikbaarheid om een open gesprek te voeren, vragen te beantwoorden en naar oplossingen te zoeken als iemand ergens mee zit.
Ook de leerkracht doet dit met zijn kinderen in de klas. Evengoed de leerlingen onderling. Een goede leerkracht luistert naar kinderen door hen te observeren, in kaart te brengen, aan te voelen en van daaruit te kijken hoe dit kind verder begeleid kan worden. Wat heeft dit kind nodig om verder te ontwikkelen en te leren. 
Diezelfde leerkracht maakt met behulp van zijn voorbereiding een plan hoe hij de les gaat geven, maar maakt tijdens die les keuzes hoe het op bepaalde situaties moet inspringen. Dat kan zijn dat een leerling niet lekker in zijn vel zit of de leerstof moeilijker of makkelijker blijkt. Het kan ook zijn, dat de leerkracht merkt dat de uitleg (de instructie) voor de hele klas te ingewikkeld is en er concreet materiaal nodig is. Die leerkracht is voortdurend bezig met de relatie van die leerlingen. Pakt de leerling het op. Begrijpt het wat het moet doen? Heeft hij de middelen om aan het werk te gaan? Zit de leerling naast iemand waar hij prettig kan werken? Heeft de leerling een maatje nodig?
De leerling die thuis komt, vertelt in meer of minder woorden wat er is gebeurd op de dag. Er is contact met de ouder, een broertje of zusje en/of een vriendje of vriendinnetje. Het verwerkt zijn dag op zijn eigen manier.
In andere situaties hebben we ook elkaar nodig. Wanneer er iets georganiseerd wordt, zal dat met elkaar besproken moeten worden. Wanneer je boodschappen doet, is er - zij het soms ook nonverbale - communicatie nodig. Wil je lekker even sporten en met name in teamsporten, zie je hoe belangrijk het is, dat je met elkaar praat. Breng je nog een bezoekje bij iemand, dan is stilzwijgen misschien wel het moeilijkste.
Dat het ook weleens misgaat tijdens de communicatie, is dan ook niet zo gek. We zijn allemaal mensen. Blijf wel open en leer van elkaar, zodat er ook naar een oplossing gewerkt kan worden. Er kan dan immers altijd goeiemorgen gezegd blijven worden. De verwachting van elk kind en elke ouder blijft levend.


vrijdag 10 mei 2013

Een bizar boek

Lezen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Je vergroot de woordenschat, je verrijkt je eigen taal, je leert woordbeelden, je verruimt het denken over bepaalde gebeurtenissen.

Boeken als Kruistocht in Spijkerbroek(Thea Beckman), maar ook de boeken van Harry Potter(J.K.Rowling) en De computerheks(Francine Oomen) zijn fantastische jeugdboeken, waarin je kunt verstoppen en verplaatsen in een verhaal dat niet echt gebeurd kan zijn.
Anders is dat met het boek Kafka op het strand(Haruki Murakami). Een dikke Japanse pil van 639 pagina's, dat begint met een gebeurtenis in het verleden, waarbij een slim kind door het flauwvallen in de bergen een eenzaam bestaan leidt doordat hij zijn geleerde dingen is kwijtgeraakt en niet kan lezen. Hij veroorzaakt bizarre gebeurtenissen als het regenen van vissen en bloedzuigers. En hij kan praten met katten, waardoor hij dingen te weten komt. Er loopt een 15-jarige jongen weg van huis en noemt zich Kafka. Hij vindt door allerlei toevalligheden of vooraf uitgestippelde levenswegen die niet door toeval maar door het lot zijn verbonden, een leven in een bibliotheek vindt. Hij vindt het lied Kafka op het strand en alles wat daarmee verband houdt. Zijn vader wordt vermoord, maar hoe heeft dit kunnen gebeuren en waarom zit de kleding van Kafka onder het bloed? Tot slot is er een sluitsteen, is dat de oplossing van het verhaal?
Het boek leest makkelijk en balanceert tussen werkelijkheid en fantasie, tussen toevalligheden en lot, tussen eenzaamheid en mensen, tussen overpeinzingen en conversaties en tussen familie en vrienden. Het zet een mens, die dit boek leest aan het denken. Wat is allemaal toeval in ons leven? Welke bizarre gebeurtenissen zijn onverklaarbaar?
Een prachtig boek, zonder al te veel vaart, maar heldere taal en duidelijke wisselingen van scenes. Het proberen waard. Het geeft de wereld een andere dimensie, een kijk op onwerkelijkheid met een knipoog naar de realiteit van het hier en nu.

"Kafka op het strand" - Haruki Murakami Uitgeverij Atlas
ISBN 978-90-450-0094-7
(nee, ik krijg geen provisie)